‘Het basisinkomen zal niet onvermijdelijk zijn, maar het is wel wenselijk’, zegt econoom-filosoof Philippe Van Parijs.
Het basisinkomen spreekt al eeuwen tot de verbeelding, van Thomas More tot Elon Musk. Voorstanders zien het als hét middel tegen armoede en ongelijkheid, critici vrezen een onbetaalbaar experiment. Nieuwe studies uit de VS temperen de hooggespannen verwachtingen, maar econoom-filosoof Philippe Van Parijs blijft overtuigd: ‘Het gaat niet alleen om geld, maar om vrijheid.’
‘De belangstelling voor het basisinkomen blijft wereldwijd groeien’, zegt Philippe Van Parijs, net terug van een congres daarover in Rio de Janeiro. Al in 1516 droomde de humanist Thomas More in zijn boek Utopia van een samenleving waarin iedereen genoeg heeft. In België werd het idee populair door Van Parijs’ boek uit 1991, Why Surfers Should Be Fed. Het was een uitdagend idee: iedereen, van hardwerkende mensen tot surfers die de hele dag op het strand rondhangen, krijgt van de overheid een vast bedrag, zonder voorwaarden.
Het basisinkomen vindt steun bij uiteenlopende groepen, ook in liberale kringen. Open VLD-politica Nele Lijnen schreef erover in haar boek Win for Life, met bijdragen van onder meer Kristof Calvo en Georges-Louis Bouchez. De MR-voorzitter dacht aan een basisinkomen van 1000 euro per maand tot je 67e, daarna zou het 1600 euro worden. ‘Het zal de spanningen tussen individuen verminderen, niemand moet nog jaloers zijn op iemand anders. Het zal in ons land ook de communautaire spanningen verminderen’, aldus Bouchez.
Ook de Nederlandse journalist Rutger Bregman omarmde het idee in zijn boek Gratis geld voor iedereen. Elf jaar geleden stelde hij een maandelijks bedrag van 1400 euro voor iedereen voor, maar hij zag een groot obstakel: ‘de ideologische overtuiging dat je moet en zult werken voor je geld’. Bregman werd voor zijn pleidooi voor het uitdelen van geld in progressieve kringen bewierookt.
Waarom zou iedereen zonder tegenprestatie een zak geld van de overheid moeten krijgen? Voorstanders zien een basisinkomen als een erkenning van gelijkheid: iedereen, van arts tot werkloze, heeft recht op een deel van de welvaart. Sommigen noemen het zelfs een mensenrecht. Zo’n basisinkomen zou ook niets dan voordelen met zich meebrengen. De druk om een baan te hebben zou wegvallen, iedereen zou van een fatsoenlijke levensstandaard kunnen genieten, de zorgen over schulden zouden verminderen, mensen zouden over een betere fysieke en mentale gezondheid kunnen beschikken, niemand zou nog in armoede verzeilen. ‘Zouden’, want zal een basisinkomen ook in werkelijkheid zo’n effect hebben?
In Amerika kregen 1000 mensen die in armoede leven een basisinkomen van 1000 euro per maand. Hun situatie verbeterde amper.
In 2018 kwamen onderzoekers Ive Marx, Wim Van Lancker en Gerlinde Verbist van het Centrum voor Sociaal Beleid van de Universiteit Antwerpen al met een ontnuchterende studie. Ze analyseerden basisinkomens van 415 tot 982 euro per maand. Steeds bleek dat de economisch sterkeren, zoals studenten en werkenden, het meest zouden profiteren, terwijl werklozen en andere uitkeringstrekkers vaker bij de verliezers zouden behoren. Met een basisinkomen van 982 euro ‘daalt de ongelijkheid en relatieve armoede wel wat, zij het maar heel beperkt in verhouding tot de omvang van de ingreep’, zo staat in de studie. Want de financiering zou een ‘drastische verhoging’ van de belastingen vergen: ‘globaal zou de belastingdruk met 24 procent stijgen.’ Welke minister zou daarvoor tekenen?
Pijnlijk
Dan nog waren de voorstanders er niet van overtuigd dat het basisinkomen een utopisch idee is. Maar nu zijn de resultaten bekend van een experiment in de Amerikaanse staten Texas en Illinois. Drieduizend mensen in armoede werden gevolgd, van wie een derde maandelijks 1000 dollar kreeg. Het resultaat? Ze gingen enkele uren per week minder werken, maar hun situatie verbeterde amper. Ze gingen niet opnieuw naar school, schoolden zich ook niet bij, wisselden hun slechte banen niet voor betere. Ook de fysieke gezondheid ging er niet op vooruit. Het mentale welzijn, bijvoorbeeld het stressniveau, verbeterde even, maar viel na een jaar terug.
Op basis van dit en gelijkaardige experimenten concluderen onderzoekers dat onvoorwaardelijk geld uitdelen, mensen wel helpt om meer dingen te kunnen kopen, maar het maakt hen niet gezonder of gelukkiger, leidt niet tot meer arbeidsvreugde en haalt hen niet uit de armoede. Rutger Bregman erkende dit onlangs in een tweet: ‘Het is pijnlijk om te zeggen, maar recente grondige onderzoeken naar het basisinkomen in rijke landen leveren vrij teleurstellende resultaten op.’ Zijn enthousiasme lijkt getemperd door de realiteit.
‘Het belangrijkste is dat een basisinkomen aan iedereen een sociaal-economische zekerheid geeft, waardoor iedereen meer vrijheid krijgt.’
Philippe Van Parijs, econoom-filosoof
‘Het is niet verwonderlijk dat Bregman ontgoocheld is,’ reageert Van Parijs, ‘want hij schreef sensationele zaken over de effecten van het basisinkomen op basis van intuïtie en soms heel slordig onderzoek. Als je hoge, naïeve verwachtingen hebt, kun je alleen maar ontgoocheld zijn na de resultaten uit het recente onderzoek.’
Zelf blijft Van Parijs overtuigd van het basisinkomen. Hij wijst erop dat het onderzoek in de Verenigde Staten maar ging over duizend mensen en ook maar drie jaar lang liep, ‘terwijl je pas alle effecten hebt als iedereen levenslang zo’n basisinkomen krijgt. Het basisinkomen kan dan wel de armoede wat verlagen, maar dat vind ik niet het belangrijkste. Het gaat niet alleen om geld, het belangrijkste is dat een basisinkomen aan iedereen een sociaal-economische zekerheid geeft, waardoor iedereen meer vrijheid krijgt.’
Elon Musk
En hoe zit het met de betaalbaarheid? ‘Natuurlijk is dat afhankelijk van het bedrag dat je als basisinkomen uitkeert’, zegt Van Parijs. ‘In Europa aan iedereen 1000 euro geven is onbetaalbaar, maar 500 of 600 euro is haalbaar. Het gaat dan nog over veel geld, maar je kunt dat financieren door de laagste uitkeringen af te schaffen, de mensen met hoge inkomens meer te belasten, een hogere heffing op de CO2-uitstoot en noem maar op.’
‘Ik pleit al veertig jaar voor een basisinkomen,’ besluit Van Parijs, ‘en ik stel de serieuze studies en experimenten zeer op prijs, maar we moeten niet ontgoocheld zijn als de resultaten niet overeenkomen met wat sommigen vaak in hun naïviteit dachten. Ik zie de belangstelling voor het basisinkomen wereldwijd alleen maar groeien. Elon Musk bijvoorbeeld zegt dat een universeel basisinkomen in de toekomst nodig zal zijn, omdat robots en artificiële intelligentie het werk van de mensen zullen overnemen. Ik onderschrijf zijn argumentatie niet, ik zeg niet dat het basisinkomen onvermijdelijk zal zijn, maar het is wel wenselijk. En de uitspraken van Musk zorgen er wel voor dat veel mensen een basisinkomen niet meer zo absurd vinden als het op het eerste gezicht lijkt.’
Wat zijn de gevolgen voor burgers als de rechtsstaat niet goed functioneert?
Sinds 9/ 11 zoeken staten wereldwijd naar een balans tussen veiligheid en burgerlijke vrijheden, waarbij de rechten van individuen steeds vaker onder druk komen te staan. In deze tijd van sociale media, polarisatie en discussies over bijvoorbeeld grensoverschrijdend gedrag en privacy wordt de veerkracht van de rechtsstaat voortdurend getest. Gelijke behandeling is niet vanzelfsprekend, en strengere straffen leiden niet automatisch tot meer veiligheid. Ook de vrijheid van meningsuiting en het demonstratierecht staan vaker ter discussie.
Leiders als Trump beïnvloeden de rechtsstaat, internationale tribunalen worden gepolitiseerd en conflicten over oorlog en klimaat nemen toe. Hoe stevig staat onze rechtsstaat eigenlijk nog? En belangrijker: hoe kunnen we misstappen voorkomen en burgers beter beschermen?
Aan de hand van vele voorbeelden uit de nationale en internationale praktijk geeft strafpleiter Geert-Jan Knoops een onthullende inkijk in de wereld van het recht en laat hij zien wat onrecht met de burger doet. Als de rechtsstaat faalt nodigt uit tot nadenken en biedt praktische handvatten om de rechtsstaat te versterken.
Belastingen zijn de zenuwen van de staat, zei de Romeinse redenaar Cicero. Als we geen belasting heffen, functioneert er niks. Maar hoe belangrijk ook, we hebben nauwelijks een idee hoe de lasten van onze samenleving verdeeld worden. Is het nu echt zo dat de rijken minder betalen dan de rest van de bevolking?
Moderne belastingstelsels zijn zo complex geworden dat zelfs de meest ervaren fiscalisten moeite hebben het te doorgronden, laat staan dat we kunnen beoordelen of het eerlijk is.
Reinier Kooiman bewijst dat een democratisch gesprek over belastingen niet ingewikkeld hoeft te zijn. Hij neemt de lezer mee naar het dertiende-eeuwse Bologna, Perugia en Siena, waar destijds een fiscale revolutie plaatsvond en waar fundamenteel werd nagedacht over wat rechtvaardige belastingheffing is.
De heldere principes voor eerlijke belastingheffing die toen zijn ontstaan zijn actueler dan ooit, maar in de loop der tijd vergeten en vervangen door principes die op geheel andere leest zijn geschoeid. Overtuigend laat Kooiman zien hoe de huidige belastingkolos aan de basis ligt van een steeds ongelijkere wereld. Een rechtvaardigere maatschappij is mogelijk, en het begint met een radicaal nieuw perspectief op belastingen.
Vandaag kun je in België enkel onrechtstreeks opvragen welke informatie de politie over je bijhoudt, en een inhoudelijk antwoord krijg je nooit. ‘Maar het Brusselse Hof van Beroep heeft in een belangrijk arrest geoordeeld dat dat anders moet’, zegt Frank Schuermans, voorzitter van het Controleorgaan op de politionele informatie. ‘Nergens in Europa ontvang je zo weinig informatie die de politie over jou bijhoudt als in België.’
Je kunt niet zelf bij de politie opvragen welke informatie ze over je bijhoudt. In België bestaat al sinds 1992 een systeem van onrechtstreekse toegang. Vroeger moest je via de toenmalige Privacycommissie om inzage vragen. Nu moet je daarvoor bij het Controleorgaan op de politionele informatie (CoC) zijn.
‘Wij gaan dan na of er informatie over jou in de Belgische politiedatabanken aanwezig is, en zo ja: of die correct is’, legt Frank Schuermans, de voorzitter van het Controleorgaan, uit. ‘In een op de vier gevallen doen we een rechtzetting. Dat hele proces kan een paar maanden duren, want wij zijn dikwijls in discussie met de politie. Maar het enige antwoord dat we je vervolgens mogen geven is dat “de nodige verificaties zijn gebeurd”. We mogen helaas niet meedelen of je in de databanken zit – laat staan waarvoor juist.’
Een belangrijk arrest haalt het hele bestaande kader onderuit, schrijft u in Praktijkhandboek Politie & Privacy, dat deze week verschijnt.
Frank Schuermans: Op 24 juni heeft het Brusselse Hof van Beroep zich uitgesproken in een zaak die de vzw Ligue des droits Humains tegen ons heeft aangespannen. Het principiële systeem in Europa is rechtstreekse toegang tot politie-informatie. De Europese Commissie heeft dan ook al zeer pertinente vragen gesteld over het Belgische systeem. Eigenlijk moest er al lang een inbreukprocedure gestart zijn door de Europese Commissie, omdat de omzetting van de Law Enforcement Directive (zeg maar de GDPR van justitie en politie, nvdr) in de Belgische wet manifest niet correct is. Dat zeg niet ik, maar het Europese Hof van Justitie. En het Brusselse Hof van Beroep heeft dat deze zomer inderdaad bevestigd.
Waar komt dat arrest dan op neer?
Schuermans: Belgen moeten rechtstreeks toegang krijgen tot hun politiedossier. Burgers moeten rechtstreeks bij de politie kunnen aankloppen, en het volstaat niet meer om systematisch in alle dossiers mee te delen dat ‘de nodige verificatie is gedaan’.
Niet elke burger zal altijd alles te zien krijgen. Er zijn natuurlijk objectieve redenen om zaken niet mee te delen. Maar daarin heeft die Europese richtlijn allemaal voorzien.
Hoe verloopt dat in Nederland?
Schuermans:Daar kan iedereen naar de politie stappen en vragen welke gegevens ze bijhoudt. Case per case zal de politie daar dan op antwoorden. Van de 27 EU-lidstaten is België het enige land dat géén volledige, systematische, rechtstreekse toegang verschaft. Nergens in Europa ontvang je zo weinig informatie die de politie over jou bijhoudt als in België.
Trouwens, wist je dat iedereen rechtstreeks een verzoek kan indienen bij Europol? Je kunt vragen of je gekend bent in hun databanken, en Europol zal daarop antwoorden. Het zal natuurlijk eerst terugkoppelen naar de lidstaat vanwaar die informatie komt, maar zal vervolgens een belangenafweging maken. Soms zeggen ze niets, maar soms zeggen ze: ‘Ja, u bent gekend voor terrorisme.’
Maakt het zo’n verschil of ik rechtstreeks bij de politie mijn dossier opvraag, of via jullie moet passeren?
Schuermans: Absoluut. Als de politie zelf op uw verzoek moet antwoorden, is ze verplicht om na te denken. Heb ik gegevens? Zo ja, zijn de gegevens nog adequaat en moet of mag ik ze überhaupt nog bewaren? Bovendien gaat het ook sneller als je een tussenschakel kunt overslaan. Er is geen enkele serieuze reden te bedenken om dat niet te doen.
Wie moet nu – na dat arrest van het Brusselse Hof van Beroep – het initiatief nemen voor een nieuw wettelijk kader?
Schuermans:Het parlement of de regering. De ministers zijn er mee bezig, hoor ik, er zijn werkgroepen opgestart om een wetgeving te schrijven. Maar ik heb nog geen tekst gezien. En het is niet alleen een kwestie van teksten schrijven. De politie moet zich ook voorbereiden. Ze zal een dienst moeten oprichten die onze rol kan overnemen.
Hoe vaak komen mensen aankloppen met de vraag of de politie info over hen bijhoudt?
Schuermans: In 2020 behandelden we 283 vragen van burgers. Vorig jaar ging het om 565 dossiers en dit jaar zitten we al aan 524. Ik ben er zeker van dat het er uiteindelijk veel meer dan 600 zullen zijn.
Veel mensen worden met hun politioneel verleden geconfronteerd, vaak jaren na de registraties. Wanneer ze een nieuwe job willen uitoefenen,bijvoorbeeld. Voor heel wat beroepen moet je een veiligheidsscreening ondergaan. En men wil die lijst steeds verder uitbreiden. De NMBS, havenpersoneel, luchtvaartpersoneel, militairen, politieambtenaren, private bewakingsagenten…
Hoe lang mag de politie informatie over mensen bijhouden?
Schuermans:Dat hangt ervan af. Vereenvoudigd gesteld: maximaal 10 jaar voor wanbedrijven (een winkeldiefstal bijvoorbeeld) en 30 jaar voor misdaden. Opgelet, een simpele valsheid in geschrifte – sjoemelen met je verzekeringsbewijs bijvoorbeeld – is al een misdaad en blijft dus 30 jaar in de databank staan. Los van die maximumtermijnen moet elke registratie op elk moment politioneel operationeel noodzakelijk zijn.
Worden de databanken systematisch geüpdatet?
Schuermans: Wanneer iemand wordt vrijgesproken door een rechtbank of wanneer het OM oordeelt dat er geen misdrijf was, dan bestaat er géén automatisch systeem om de overeenkomstige politieregistraties te verwijderen. Zelfs na een vrijspraak kun je nog een hele tijd in de politiedatabanken staan. Die info moet uit de politionele databank verdwijnen, maar dat gebeurt niet automatisch. Je moet dus zelf stappen ondernemen, wat eigenlijk ambtshalve zou moeten gebeuren.
Waarom heeft u Praktijkhandboek Politie & Privacy geschreven?
Schuermans: Omdat we dagelijks de behoefte aan zo’n boek en de gebrekkige kennis van de materie bij de politie vaststellen. Vaak krijgen we zelfsvragen over de algemene basisbeginselen. We moeten het abc van gegevensbescherming en de regels van politie-informatiehuishouding heel vaak uitleggen aan politiemensen. De politieopleiding schiet tekort. Maar het boek is ook bedoeld voor burgers en andere belanghebbenden en professionelen, zoals magistraten en advocaten. Ik bespaar u de juridische blunders die ik soms moet lezen van advocaten.
Kent onze politie de privacywetgeving onvoldoende?
Schuermans: Het begint met te weten welke wetteksten van toepassing zijn. Wanneer politiezones een opleidingsdag organiseren, vragen ze om op voorhand in te schrijven. Wat doen ze vervolgens? Iedereen screenen. Iedereen door de databank halen. Als wij dan aan de politie vragen wat hun rechtsgrond is om dat te doen, dan antwoorden ze: ‘De mensen hebben zelf schriftelijk hun toestemming daarvoor gegeven.’ Maar zo’n toestemming is iets uit de GDPR, de Algemene verordening gegevensbescherming. Voor politionele informatie geldt een heel ander wettelijk kader. En ik kan u verzekeren dat we meerdere Vlaamse politiezones op die manier op de vingers hebben moeten tikken.
Is dat geen misdrijf op zich?
Schuermans:Inderdaad, elke onrechtmatige verwerking is een misdrijf en kan gesanctioneerd worden met geldboetes. Als ik dat vervolgens tegen een korpschef zeg, dan hebben ze de boodschap wel begrepen. Daarom hebben we in het handboek een belangrijk hoofdstuk gewijd aan allerlei mogelijke cameraverwerkingen. Die zullen natuurlijk alleen maar toenemen, zeker gezien de opmars van artificiële intelligentie.
Vijf jaar geleden waren er 1892 ANPR-camera’s in ons land: 157 exemplaren aangesloten op het nationale netwerk van de federale politie en 1735 op een technische gegevensbank van de lokale politie. En vandaag?
Schuermans: Op federaal niveau waren er midden juni 2484 ANPR-camera’s aangesloten op het nationale ANPR-systeem. Daarnaast zijn momenteel 3198 ANPR-camera’s in gebruik binnen de lokale zones, die aan diverse lokale technische databanken zijn gekoppeld. Samen zijn dat dus 5682 ANPR-camera’s.
Dat is liefst drie keer zoveel als vijf jaar geleden. Krijgen we al die data verwerkt?
Schuermans: Camera’s hebben is één ding. Ze verbinden aan een ANPR-managementsysteem is iets heel anders. Het federale systeem heeft onvoldoende stabiele capaciteit – al moet dat tegen begin 2026 zijn opgelost. Maar momenteel zijn er camera’s voor trajectcontroles die niet werken omdat er onvoldoende capaciteit is om die data te verwerken. Ik voorspel dat het aantal processen-verbaal volgend jaar sterk zal stijgen, zeker in verkeerszaken.Frank Schuermans, Ronny Saelens en Stefan De Proft, Praktijkhandboek Politie & Privacy. De operationele verwerking van persoonsgegevens door de politiediensten in hoofdlijnen, Politeia, 2025, 305 bladzijden, 129 euro.
Dit Film/Boek is een combinatie van een luxueus uitgegeven hardcover boek én de film in 3 formaten. Achteraan het boek vind je een dvd, een blu-ray en een streamingcode waarmee je de film ‘Een Andere School’ kan bekijken op streaminplatform Dalton.be. De film bevat Nederlandse, Franse en Engelse ondertiteling.
Het boek (eentalig Nederlands) bevat heel wat informatie en achtergrond bij deze filmproductie: de verhalen van de eerste freinetschool én van Célestin Freinet, een toelichting bij de pedagogische principes van Freinet, making of-beelden, een hele hoop foto’s en nog veel meer.
Over de film:
Een Andere School 1975. Een groepje jonge ouders, misnoegd over het klassieke schoolsysteem, stampt een nieuw schooltje uit de grond. De vraag naar een ander onderwijs blijkt zo groot dat ze al snel moeten uitbreiden. Ze komen terecht in een oude boerderij, aan de rand van een bos. Daar brengen ze, voor het eerst in Vlaanderen, de freinetpedagogie in de praktijk. Een Andere School vertelt over dit geweldige experiment van een groep idealisten, maar is tegelijk ook een film over leven en werk van de Franse pedagoog Célestin Freinet. Aan de hand van historische beelden en audio opnames en met tekst en uitleg door de freinetpioneers, komen we alles te weten over de basisprincipes van dit pedagogische systeem.
Tijdelijke aanbieding! Tot en met 30 september kan je dit Film/Boek bestellen aan een pre-order kortingsprijs van 28 euro ipv 35. Let op; het boek wordt pas verstuurd op 1 oktober!
Wij gebruiken cookies om de werking van onze website te verbeteren
Functional Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistics
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.