Lieve (81) schreef aanklacht over leven in Vlaamse woonzorgcentra: “Wij blijven mensen, behandel ons ook zo”

Lieve (81) schreef aanklacht over leven in Vlaamse woonzorgcentra: “Wij blijven mensen, behandel ons ook zo”

Welbespraakt en zonder schaamte, zo beschrijft Lieve Flour (81) haar leven in het woonzorgcentrum in Turnhout in haar boek ‘Ik werd kamer 235’. En met dezelfde overtuiging verandert ze stap voor stap hoe ze er wordt behandeld. “In het begin mag je niet doen wat je nog kunt en daarna kan je niet meer wat je nog mag.”

Lieve (81) woont nu 3 jaar in een woonzorgcentrum in Turnhout, een ervaring die haar aan het schrijven zette. In haar boek ‘Ik werd kamer 235’ beschrijft ze hoe ze haar zelfstandigheid en privacy verloor en geeft ze kritiek op de bureaucratie van het centrum.

“In het begin dat ik er was, klopte men niet om binnen te komen”, vertelt ze in De Afspraak. “Als je poetsvrouw, je tuinman of je loodgieter je gaat vertellen hoe jij moet leven en zomaar overal in jouw huis binnenkomt, accepteer je dat toch ook niet? En terecht.” Sinds Lieve dat aankaartte, wordt er wél geklopt.

Regeltjes

Flour heeft lak aan de vele regels die haar vrijheid beperken in het centrum. Dat ze medebewoners niet met kleine zaken mag helpen, bijvoorbeeld. “Een van mijn tafelgenoten heeft artrose waardoor zijn handen verkrampt zijn. Hij kan zijn vlees niet meer snijden, zijn aardappelen niet meer snijden, en ik mag niet helpen.”

Of dat medebewoners soms om 16 uur al naar bed moeten. “Anders kwam de zorg in het gedrang”, beschrijft ze in haar boek. Ze vertelt er stoutmoedig bij hoe ze de man in zijn kamer ging halen. “Is dit tegen de regels? Ja”, zegt ze zelf.  “Heb ik hier spijt van? Nee. Want zijn recht om te kiezen waar hij zijn avondmaal wilde gebruiken, werd geschonden”, vindt Lieve.

Toch begrijpt ze ook sommige regeltjes, zoals de vaste plaatsen bij het eten. “Er wordt bijna nergens anders in onze maatschappij zo veel medicijnen gebruikt als in een woonzorgcentrum. Je voorkomt zo heel wat problemen bij het uitdelen van medicijnen”, zegt ze.

Zonder schroom 

Taboe-onderwerpen als incontinentie gaat ze niet uit de weg. “Eerlijk gezegd, vind ik dat het niet alleen nuttig, maar zelfs nodig is om eens tot in detail te beschrijven wat het dragen van een incontinentiepad met een volwassen mens doet”, schrijft ze. 

Zo wijst ze erop dat het model hetzelfde is voor mannen en vrouwen, vindt ze dat je de pads te lang moet dragen en zijn ze lelijk. Bovendien maken ze intimiteit moeilijker. “De pad doodt vakkundig iedere gedachte aan zelfs nog maar het begin van een zweem van intimiteit. Als hij tot overmaat van ramp door zorgverleners met de sluiting achteraan wordt vastgemaakt, wordt zelfs masturberen een hachelijke onderneming”, schrijft Flour zonder schroom.

Passief

Lieve ziet vooral structurele problemen. “De systematische nadruk op de taken, het planmatige, en het aanbodgestuurde, maakt mensen passief, hulpeloos en zwijgend”, vertelt Lieve.  “In het begin mag je niet doen wat je nog kunt en daarna kan je niet meer wat je nog mag. Je wordt passief, je wordt hulpbehoevend, je wordt nog meer incontinent.”

“Onderzoek na onderzoek heeft ondertussen aangetoond dat meer autonomie en meer zelfbeschikking ook in woonzorgcentra werkt. Toch blijft de weerstand tegen meer vraaggestuurde zorg en mensgerichte planning – óók voor de zorgverleners! – groot en vrij algemeen.”

In de eerste plaats vraagt Lieve om een meer persoonlijke behandeling. “Wij blijven mensen”, zegt Flour. “Behandel ons dus ook als mensen, en als volwassen mensen. Wij zijn geen eenheidsworst, wij zijn individuen.”

Opdracht voor personeel én bewoners 

Het personeel in het woonzorgcentrum zit tegelijk vast aan dat ‘planmatig’ systeem en aan de opleiding schort ook wel wat, vindt Flour. Maar het personeel heeft ook zelf een verantwoordelijkheid, gelooft de bewoner. 

Ze is vol lof over personeelsleden die vragen of ze in de badkamer mogen binnenkomen, of vragen hoe ze precies gewassen wil worden. Tegelijk spaart ze haar kritiek niet voor personeel dat bewoners betuttelt, “als kleuters behandelt” of te weinig rekening zou houden met de privacy van de bewoners.

Van die bewoners verwacht Lieve wel dat zij “beleefd, met respect en met geduld” vragen om aanpassingen. “De zorg is een tanker, geen jetski die je even kan keren”, beseft ze.

Bron: vrt.nws

Ik werd kamer 235

In dit boek vertelt Lieve Flour – zelf bewoner – hoe het er écht aan toe gaat in een woonzorgcentrum.

Lieve observeert scherp, schrijft met flair en humor en spaart niemand. Ze deelt wat goed gaat, benoemt wat beter kan, en geeft ondertussen mooie complimenten aan wie dat verdient. Haar boodschap? Zorg draait om meer dan regels en routines – het gaat om respect, betrokkenheid en menselijke waardigheid.

Dit boek is een aanrader voor iedereen die met ouderenzorg in aanraking komt – van zorgverleners en familieleden tot beleidsmakers en geëngageerde lezers. Het staat vol leerrijke reflecties, concrete ervaringen en suggesties voor verbetering. En dat geschreven door iemand die het elke dag zélf beleeft.

Een krachtige stem uit de praktijk, die raakt, prikkelt en inspireert tot empowerment in woonzorgcentra.

Te koop via Standaard Boekhandel

‘Overvolle stranden, vliegstress,… waarom blijven we toch geloven in de magie van vakantie?’

‘Overvolle stranden, vliegstress,… waarom blijven we toch geloven in de magie van vakantie?’

Droom je van totale ontspanning, maar kom je terug van vakantie alsof je een marathon hebt gelopen met een koffer in elke hand? Je bent niet alleen. Vakantie zou rust moeten brengen, maar vaak voelt het meer als een survivaltocht met zonnecrème en slippers. Hoogleraar Sociale Psychologie Alain Van Hiel (UGent) legt uit hoe dat komt.

Mensen verwachten intens te genieten van vakantie – en achteraf bevestigen ze dat ook. Maar op het moment zelf valt het vaak tegen. We verwachten een paradijs, maar krijgen een halflege minibar met enkel non-alcoholisch bier en een kamer naast twee krijsende peuters.

Maar hé, achteraf herinneren we ons vooral die ene zonsondergang en vergeten we de drie uur durende wachtrij in de luchthaven. Ons geheugen is een romantische leugenaar.

Dat bevestigt ook een studie waarin vakantiegangers aangaven hoe hard ze dachten te gaan genieten, hoeveel plezier ze daadwerkelijk ervoeren, en hoe ze er achteraf op terugblikten. Wat bleek? De scores lagen het hoogst vóór en na de vakantie.

Grote gebeurtenissen

Als je denkt aan stress, denk je waarschijnlijk aan grote dingen. Catastrofes of buitengewone gebeurtenissen zoals een relatiebreuk met die ene van wie je intens hield, of een ongeval waardoor je wekenlang aan bed gekluisterd bent.

Twee Amerikaanse psychiaters, Thomas Holmes en Richard Rahe, stelden ooit een lijst op van drieënveertig belangrijke levensgebeurtenissen . Ze koppelden er telkens een ‘stresswaarde’ aan. De dood van een partner staat bovenaan met een score van honderd. Echtscheiding volgt met drieënzeventig punten.

Uiteraard hebben dit soort gebeurtenissen impact. Maar we overschatten vaak hoe intens die is, én hoe lang die aanhoudt. Dat geldt zowel voor goede als pijnlijke momenten. Uiteindelijk keren we meestal terug naar de ‘basisversie’ van onszelf — ook al voelt die weg ernaartoe soms rauw en pijnlijk aan.

De kracht van kleine ergernissen

De echte sluipmoordenaars van je gemoedsrust? Dat zijn vele kleine dingen. De mug in je slaapkamer. De koffieautomaat die net op maandagochtend besluit om te staken. Of winkelpersoneel dat ons afblaft terwijl we gewoon vriendelijk om hulp vroegen. Kleinigheden, zou je denken. Maar samen wegen ze zwaar. Anders dan bij grote gebeurtenissen, onderschatten we het effect van kleine ergernissen massaal.

Dat is zo in ons dagelijkse leven en dat is zo tijdens onze zuurverdiende vakantie. Het zijn allebei labo’s van het leven. Middenstrookrijders die je op de autoroute du soleil kilometer na kilometer hinderen. Op bestemming aangekomen de buurman die om 7 uur ’s ochtends zijn ligstoel claimt met een handdoek, na een spurt alsof zijn leven ervan afhangt (waarna de stoel heel de dag leeg blijft)

Onderzoek toont aan dat de opstapeling van zulke dagelijkse ergernissen ons fysiek uitput en ons humeur stevig onderuit haalt.

De conclusie? Onderschat nooit de kracht van kleine ergernissen. We hadden het eerder al over Holmes en Rahe, de psychiaters die stresswaarden toekenden aan grote levensgebeurtenissen. Verrassing: ook vakantie staat op de lijst. En jawel — je zomers uitje kost je dertien stresseenheden: in plaats van te ontspannen zorgt een reis dus voor stress.

Vakantieherinneringen

Toch blijven we geloven in de magie van vakantie. Waarom? Omdat ons geheugen selectief is.  Dat werkt namelijk niét als een harde schijf die alles ordentelijk en ‘objectief’ in nulletjes een eentjes opslaat.

Volgens de ‘piek-en-einde-regel’ onthouden we vooral het beste moment van de vakantie (de piek) en het fijne gevoel vlak voor het vertrek (het einde). Een prachtige zonsondergang, een uitstapje dat alles goedmaakte, of de ontspannen laatste avond — dat zijn de beelden die blijven hangen.

De kommer en kwel die je tussendoor ervoer, die worden weg gefilterd en verdwijnen meestal in de vergeetput. Klaar om zich ongeremd te laten voelen bij de volgende vakantie, ergens in een eindeloze luchthavenrij of bij het zien van lege ligstoelen bedekt met veelkleurige handdoeken.   

De kunst van vakantie

Vakantie is een tijd om… te stressen over vluchten, files, overvolle stranden en allerlei andere teleurstellingen. Wat is dan de oplossing? Minder jagen en minder plannen. De drang om overal op tijd en perfect te zijn loslaten.

Wie zichzelf wat meer ademruimte gunt, ontdekt misschien wel dat ontspanning niet zit in het perfecte moment, maar in het loslaten van de drang om alles perfect te maken. En dat geldt niet alleen voor de zomer.

Bron: Knack.be

MR wil geen aanpassing van meerwaardebelasting bij lagere opbrengst

Als de meerwaardebelasting te weinig opbrengt, wil de regering op de een of andere manier meer geld halen bij de ‘sterkste schouders’. MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez is daar niet happig op.

De meerwaardebelasting, waar de regering-De Wever eerder deze week een akkoord over sloot, moet volgend jaar al 250 miljoen euro opbrengen. Tegen 2029, wanneer de heffing op kruissnelheid komt, verwacht de Arizona-coalitie een half miljard euro per jaar.

In ‘de kern’, de vergadering van topministers, spraken de partijen een soort verzekering af. Als de meerwaardebelasting gedeeltelijk of volledig zou worden verworpen door het Grondwettelijk Hof, dan moeten regeringspartijen N-VA, Vooruit, CD&V, Les Engagés en MR opnieuw rond de tafel. De regering houdt dus rekening met ernstige juridische bezwaren tegen de nieuwe belasting.

Als het zover zou komen, moet de regering ‘zo spoedig mogelijk maatregelen treffen om, binnen de geest van het regeerakkoord en met behoud van de beoogde budgettaire opbrengst, een algemene meerwaardebelasting van 10 procent te herbevestigen of aan te passen’, zo valt te lezen in een intern document.

Onder meer op uitdrukkelijk verzoek van Vooruit werd nóg een afspraak gemaakt. Als zou blijken dat de meerwaardebelasting niet genoeg geld in het laatje brengt, zal de regering ‘de benodigde aanpassingen doen’ om het daaropvolgende jaar ‘de voorziene opbrengst te behalen van de sterkste schouders’. Minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) bevestigde die afspraak woensdag op een persconferentie.

Experts delen sluiproutes

De regering neemt het zekere voor het onzekere. Experts zijn verdeeld over de waterdichtheid van de meerwaardebelasting van 10 procent op financiële activa. De inkt van het akkoord was nog niet droog, of beleggersexperts begonnen al sluiproutes te delen.

Gert Bakelants van het platform De Belegger raadde iedereen aan om jaarlijks een deel van de aandelen te verkopen die onder de drempel van 10.000 euro meerwaarde zitten.

De FOD Financiën becijferde enkele maanden geleden al dat een meerwaardebelasting zonder al te veel uitzonderingen op termijn tot 1,25 miljard euro zou opbrengen – ruim het dubbele dus van het beoogde bedrag vanaf 2029.

In ieder geval is de opbrengst afhankelijk van hoe goed de beurzen het doen. Net daarom ziet Georges-Louis Bouchez (MR) geen heil in een aanpassing van de meerwaardebelasting als die te weinig zou opbrengen. ‘Enkel bij een majeur probleem sturen we bij’, zegt hij. ‘We gaan de belasting niet elk jaar aanpassen naargelang de prestaties op de beurs.’

Hogere effectentaks?

Tegelijkertijd wil de MR geen nieuwe belastingen, ook niet om de extra defensie-uitgaven te dekken bijvoorbeeld. De meerwaardebelasting was al een bittere pil om te slikken voor de Franstalige liberalen. Bouchez verkoopt de nieuwe taks als een prijs die hij moest betalen voor een ‘hervormingsregering’. Elke nieuwe belasting is uit den boze. ‘Anders zal het zonder de MR zijn’, zegt hij.

Een compromis ligt voor de hand. Met een verhoging of verruiming van een bestaande belasting als de effectentaks kunnen ook de ‘sterkste schouders’ geviseerd worden.

De taks van 0,15 procent per jaar op de gemiddelde waarde van effectenrekeningen van 1 miljoen euro of meer bracht vorig jaar 462 miljoen euro op. In het Arizona-regeerakkoord werd afgesproken dat de effectentaks zal dienen ‘als garantie dat er een structurele extra bijdrage zal zijn van de sterkste schouders’. Maar dat moet dan wel met de goedkeuring van de MR gebeuren.

Bron; Knack.be

Trumps protectionisme stuurt schokgolven door wereldeconomie

Trumps protectionisme stuurt schokgolven door wereldeconomie

Een nieuw stadium in het tijdperk van de wanorde

Donald Trump schokte de wereld met huizenhoge importheffingen begin april. Volgens zijn uiterst-rechtse regime betekende de belasting op import een dag van “bevrijding”. De rest van de wereld – zo meende hij – had de decennia daarvoor geprofiteerd van de enorme markt in de VS en in veel gevallen handelsoverschotten met de VS opgebouwd: ze exporteerden meer dan ze uit de VS importeerden. Zo was het mogelijk dat een arm land als Lesotho – dat o.a. diamanten exporteert – een groot handelsoverschot opbouwde met de VS – en dus een hoog invoertarief te verwerken kreeg!

door Peter Delsing

Na dagen van ineenzakkende beurzen en verrassende fenomenen als een dalende dollar en zelfs verkoop van Amerikaanse staatsobligaties moest Trump deels de aftocht blazen. Normaal gezien zijn de dollar en deze staatsobligaties “veilige havens” in de wereldeconomie. Door de start-stop invoertarieven en de chaos van Trumps beleid begonnen investeerders de VS te mijden.

De groeiende volatiliteit maakte de handel van grote hefboomfondsen ook meer onzeker. Ze moesten daardoor grote hoeveelheden Amerikaanse staatsobligaties verkopen, om hun kredietverstrekkers uit te betalen.

De waarde van deze Amerikaanse staatsobligaties daalde door massale verkopen, waardoor hun rente automatisch steeg: dit dreigde kredieten in de bredere economie duurder te maken. Trump plooide finaal voor de obligatiemarkt en liet de meeste invoertarieven zakken tot een nog steeds aanzienlijk hoge 10%.

Met als uitzondering: de staatskapitalistische aartsvijand en eveneens supermacht China, waarmee de tarieven in een onderling opbod escaleerden. Dit was de uitdrukking van toenemende spanningen in de bipolaire, imperialistische wereldorde.

Sinds midden de jaren 2010 deed het VS-imperialisme meer en meer afstand van de neoliberale globalisering en de vrijhandel. Trump I maar later ook Biden saboteren bijvoorbeeld bewust het systeem van arbitrage van handelsgeschillen binnen de Wereld Handelsorganisatie (WHO). De wereld werd richting protectionisme en grotere inter-imperialistische conflicten, militarisering en proxy-oorlogen geduwd.

Van vrijhandel naar handelsoorlog: het wereldkapitalisme zinkt weg in diepere crisis

Sinds de crisis van het kapitalisme in de jaren 1970 probeerden de heersende klassen in het westen een scenario zoals in de jaren 1930 te vermijden. De depressie van het systeem was niet kort en onmiddellijk vernietigend, zoals in de jaren 1930 toen massawerkloosheid van meer dan 20% en het fascisme al snel opkwamen. De burgerij en haar centrale bankiers hebben de lessen van toen geleerd: crisissen moeten zo lang mogelijk worden uitgerokken, in de hoop dat nieuwe markten, verhoogde uitbuiting en immense schuldenbergen het systeem tijdelijk stabiliseren.

Het neoliberale kapitalisme herstelde na de crisis van winstgevendheid in de jaren ’70 voor een stuk de winstmarges. Dat gebeurde door het verhogen van de uitbuiting en de uitbreiding van de markten intern door privatisering. Extern werden de markten vergroot – en dus de mogelijkheden om winst te pompen – door Oost-Europa, Rusland en China tot kapitalistische regio’s van exploitatie te maken.

De neoliberale globalisering en vrijhandel botsten – zoals marxisten altijd hadden gewaarschuwd – op de diepere crisis van het systeem, wat zich onder meer uitdrukte in de opkomst van rechts-populistische, extreemrechtse en links-populistische krachten die het neoliberale kapitalisme beweerden uit te dagen. Meer en meer wordt staatstussenkomst nodig om het systeem te redden, zoals bij de crisissen in 2008 en 2020. Daarnaast was er de opkomst van staatskapitalistisch China.

Hierdoor werd het kapitalisme door de verschillende en concurrerende heersende klassen meer en meer als een zero sum-systeem gezien. Wat door protectionisme – importheffingen en exportcontroles – direct voordelig was voor het ene, westers imperialistische kamp was een direct nadeel voor het Chinese imperialistische kamp.

Als ex-stalinistische staat bleef China bogen op sterke infrastructuur, de repressie van de arbeidersklasse,… maar met de ambitie om ook hoogtechnologisch met het westerse kapitaal te concurreren.

Doorheen Trumps regime toonde de draai naar protectionisme van de Amerikaanse burgerij – erger gemaakt door Trumps persoonlijke, zichzelf verheerlijkende en dictatoriale trekken – haar vermogen om in gevaarlijke handelsoorlogen te ontsporen.

Als economisch beleid houdt Trumps start-stop protectionisme geen steek – zoals dat bij kapitalistische handelsoorlogen doorgaans het geval is. Een commentator vergeleek Trumps invoertarieven met “een steak bakken door het huis af te branden”. Door andere landen en bedrijven te dwingen om met zijn regime te onderhandelen vergroot Trumps economische en politieke macht wel enorm. Een aantal technologische producten – waaronder Iphones, laptops … – kregen tijdelijk een vrijstelling van invoertatieven. Deze techbedrijven hadden de kas van koning Trump ook al ernstig gespijsd!

Het is onwaarschijnlijk dat grote bedrijven massaal hun productie naar de VS zullen brengen. Nike maakt 50% van zijn sportschoenen in Vietnam. De kapitalistische econoom Peter Schiff merkte op dat de productie met de lonen in de VS organiseren duurder zou zijn dan de oorspronkelijke 40% invoertarieven betalen. Het zal volgens Schiff waarschijnlijker zijn dat Nike andere markten, zoals in China, zoekt en in de VS veel hogere prijzen doorrekent.

Dit op een moment dat de Amerikaanse werkenden geen enkele stijging van de prijzen meer aankunnen en het consumentenvertrouwen naar beneden tuimelt.

Trump lijkt met zijn handelsoorlog een wereldwijde, gelijktijdige recessie te versnellen. De lijst van regio’s waar een recessie waarschijnlijker wordt – de VS zelf, Mexico, Canada, delen van Europa – wordt steeds langer.

Ook China zal zwaar geraakt worden met haar industriële basis door de tariefmuur die Trump optrok rond de VS: een scherpe terugval wordt waarschijnlijker, wat de poging tot meer staatsinterventie en stimulus in China verklaart. In staatskapitalistisch China is de langgerekte groei nu ook voorbij en omgeslagen in een langer uitgerokken crisis en depressie van de economie, met de groei van werkloosheid, loondalingen, groeiende kritiek op de ongelijkheid, etc.

China escaleerde echter de handelsoorlog door exportcontroles en zelfs een ban op een reeks van zeldzame aardmetalen. Dit kan Amerikaanse en Europese bedrijven in high tech, defensie, de luchtvaart … ernstig in de problemen brengen.

Verwerp het systeem: strijden voor socialisme

Werkenden moeten de nationalistische en pro-kapitalistische boycots van de burgerlijke politici verwerpen. Bij protectionisme en handelsoorlogen heeft de werkende klasse niets te winnen. Maar ook niet bij het vermeende alternatief van kapitalistische vrijhandel.

We moeten massaal protesteren en staken tegen de ontwikkelende crisis van het systeem en tegen nieuwe besparingen. Bedrijven die ontslagen omwille van de handelsoorlog of dalende verkoop willen doorvoeren, moeten door strijd en stakingsactie in publiek bezit worden gebracht onder controle van de werkenden.

Laat ons alle varianten van het falende systeem verwerpen en de strijd aangaan voor het enige alternatief: een economie die democratisch wordt beheerd door de werkende klasse – een systeem van socialistische planning in België en internationaal.

Bron: socialisme.be

Personeel lokale besturen

Ruim 171.000 personen aan de slag bij lokale besturen

In 2024 werkten in totaal 171.376 personen bij de lokale besturen in het Vlaamse Gewest. Het gaat om de som van de tewerkstelling bij de provincies, autonome provinciebedrijven, gemeentebesturen, Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW’s), verenigingen van OCMW’s, autonome gemeentebedrijven, intergemeentelijke samenwerkingsbedrijven, hulpverleningszones en lokale politiezones. Omgerekend naar voltijdse jobs gaat het om 138.478 voltijdse equivalenten (VTE). In 2024 waren er 665 VTE meer werkzaam bij de lokale besturen dan in 2023 (+0,5%). Tussen 2010 en 2024 steeg het aantal VTE met 5,6%.

In 2021 werden de personeelsleden van de hulpverleningszones voor het eerst opgenomen in het totaal aantal personeelsleden van lokale besturen. De stijging in 2021 is in grote mate het gevolg van deze nieuw toegevoegde categorie. In 2024 waren 3.842 personen of 3.700 VTE tewerkgesteld bij de hulpverleningszones.

De cijfers hebben telkens betrekking op de situatie in het 2de kwartaal van het jaar.

Gemeentebesturen en OCMW’s grootste werkgevers bij lokale besturen

Bij de lokale besturen zijn de gemeentebesturen en de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW’s) de grootste werkgevers. Daarna volgen de verenigingen van OCMW’s, de lokale politiezones, de intergemeentelijke samenwerkingsbedrijven, de provincies en de hulpverleningszones. De autonome gemeentebedrijven en autonome provinciebedrijven zijn de kleinste werkgevers.

Vergeleken met 2010 is er vooral een afname van de tewerkstelling bij de OCMW’s en een toename bij verenigingen van OCMW’s merkbaar.

Vooral contractuelen, vrouwen en voltijds werkenden bij lokale besturen

In 2024 was 62% van alle personeelsleden bij de lokale besturen een vrouw, 38% een man. Daarnaast was 72% contractueel tewerkgesteld en 28% vastbenoemd. Het aandeel voltijds werkenden (58%) lag in 2024 hoger dan het aandeel deeltijds werkenden (42%).

Relatief veel jobs bij gemeentebestuur in kustgemeenten, grootsteden en centrumsteden

De kustgemeenten, grootsteden en centrumsteden waren in 2024 de gemeenten met het hoogste aantal voltijdse equivalenten tewerkgesteld bij het gemeentebestuur per 1.000 inwoners. Er wordt hier enkel rekening gehouden met de tewerkstelling bij het gemeentebestuur, niet met de tewerkstelling bij de andere lokale besturen. Ingelmunster had het laagste aantal voltijdse equivalenten per 1.000 inwoners, gevolgd door Herstappe, Boortmeerbeek, Edegem en Zulte.

Bron: Statistiek Vlaanderen