Bevolking naar onderwijsniveau (scholingsgraad)

In 2024 was 15,1% van de 25- tot 64-jarigen kortgeschoold, 39,7% middengeschoold en 45,3% hooggeschoold. Kortgeschoolden zijn personen zonder een einddiploma van het secundair onderwijs. Middengeschoolden hebben het secundair onderwijs of het post-secundair niet-hoger onderwijs met succes afgewerkt. Hooggeschoolden beschikken over een diploma hoger onderwijs.

Het aandeel kortgeschoolden daalde tussen 1999 en 2024 van 42,3% naar 15,1%. Een omgekeerde evolutie was er bij de middengeschoolden en de hooggeschoolden: in vergelijking met 1999 zijn de aandelen midden- en hooggeschoolden duidelijk gestegen (respectievelijk van 32,5% naar 39,7% en van 25,2% naar 45,3%). Het aandeel hooggeschoolden is het sterkst gestegen.

Vrouwen, werkenden en 25- tot 34-jarigen vaker hooggeschoold

Vrouwen zijn vaker hoger geschoold dan mannen. In 2024 was 49,7% van de vrouwen hooggeschoold tegenover 40,9% van de mannen. Daartegenover staat dat 16,2% van de mannen en 13,9% van de vrouwen kortgeschoold zijn.

Zowel bij 25- tot 34-jarigen (52,4%) als bij 35- tot 54-jarigen (46,8%) was in 2024 ongeveer de helft hooggeschoold. Bij 55- tot 64-jarigen was 36,0% hooggeschoold. In die laatste leeftijdsgroep was 22,6% kortgeschoold. Bij 25- tot 34-jarigen (10,4%) en 35- tot 54-jarigen (13,2%) ligt het aandeel kortgeschoolden duidelijk lager.

51,0% van de werkenden tussen 25 en 64 jaar was in 2024 hooggeschoold. Bij de personen die werkloos zijn, was 33,1% hooggeschoold. Bij de niet-beroepsactieven (mensen die niet werken en die ook niet actief op zoek zijn naar een job) was 21,1% hooggeschoold. Omgekeerd was bij de werkenden 10,1% kortgeschoold. Bij de werklozen was dat 19,9% en bij de niet-beroepsactieven 36,7%.

Personen die geen hinder ervaren tijdens hun dagelijkse activiteiten wegens een handicap of langdurig gezondheidsprobleem zijn vaker hoger geschoold dan personen met hinder. In 2024 was 46,4% van de personen zonder hinder hooggeschoold tegenover 25,3% bij personen met hinder. Bij personen zonder hinder was 13,8% kortgeschoold tegenover 31,1% bij personen met hinder.

In 2024 was ten slotte 47,4% van de personen geboren in België hooggeschoold. Bij personen geboren in een ander land van de Europese Unie (EU27) lag dat aandeel lager (38,4%). Bij personen geboren buiten de EU was dat 34,7%. Omgekeerd lag het aandeel kortgeschoolden bij personen geboren buiten de EU (34,8%) duidelijk hoger dan bij personen geboren in België (11,7%) of in een ander EU-land (22,0%).

Meer hooggeschoolden in Vlaams Gewest dan gemiddeld in Europese Unie

Het aandeel hooggeschoolden in het Vlaamse Gewest (45,3%) lag in 2024 tussen het aandeel van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (53,7%) en het Waalse Gewest (41,4%) in. In België in zijn geheel ging het om 45,0%.

In de Europese Unie (EU27) was in 2024 gemiddeld iets meer dan 1 op de 3 inwoners hooggeschoold (36,1%). In het Vlaamse Gewest lag dat aandeel hoger. Er zijn op dit vlak grote verschillen tussen de EU-landen. In Ierland is ruim de helft van de bevolking (56,6%) hooggeschoold. In Roemenië ligt dat aandeel op 19,2%.

Bron: Statistiek Vlaanderen

Werkzaamheidsgraad

Bijna 77% van 20- tot 64-jarigen aan het werk

In 2024 lag de werkzaamheidsgraad(open definitie) bij de bevolking van 20 tot 64 jaar in het Vlaamse Gewest op 76,9%. Dat betekent dat 76,9% van de 20- tot 64-jarigen in dat jaar arbeid verrichtte. De werkzaamheidsgraad is tussen 1999 en 2019 toegenomen van 67,9% tot 75,5%. In 2020 was er een lichte daling tot 74,7%, gevolgd door een stijging in 2021-2022 en een stabilisatie in 2023-2024.

Hoogste werkzaamheidsgraad bij hooggeschoolden en samenwonende partners met kinderen

In 2024 lag de werkzaamheidsgraad bij mannen op 80,3%. Dat is duidelijk hoger dan bij vrouwen (73,4%). Bij vrouwen steeg de werkzaamheidsgraad sinds 2014 wel sterker (+5,8 procentpunten (ppt.)) dan bij mannen (+4,1 ppt.). Het verschil in werkzaamheidsgraad tussen mannen en vrouwen daalde bijgevolg van 8,7 ppt. in 2014 tot 6,9 ppt. in 2024.

De werkzaamheidsgraad van personen van 55 tot 64 jaar lag in 2024 veel lager dan die van de andere leeftijdsgroepen. De werkzaamheidsgraad van de groep van 55 tot 64 jaar steeg wel het sterkst: van 44,3% in 2014 tot 62,4% in 2024.

De werkzaamheidsgraad neemt toe naarmate het onderwijsniveau stijgt. De werkzaamheidsgraad bij kortgeschoolden bedroeg in 2024 53,7%, tegenover 78,4% bij middengeschoolden en 90,0% bij hooggeschoolden. Bij alle onderwijsniveaus steeg de werkzaamheidsgraad in vergelijking met 2014.

Opgedeeld naar huishoudpositie was de werkzaamheidsgraad in 2024 het hoogst bij samenwonende partners met kinderen (88,3%) en het laagst bij personen die inwonen bij ouders (55,9%). Bij samenwonende partners zonder kinderen steeg de werkzaamheidsgraad het meest tussen 2014 en 2024 (+10,1 ppt.).

Personen die hinder ondervinden tijdens hun dagelijkse activiteiten wegens een handicap of langdurig gezondheidsprobleem zijn veel minder vaak aan het werk dan personen zonder hinder. In 2024 lag de werkzaamheidsgraad bij personen met hinder op 49,8%, tegenover 82,0% bij personen zonder hinder. Bij zowel personen met als zonder hinder steeg de werkzaamheidsgraad in vergelijking met 2014 (respectievelijk +7,1 ppt. en +5,2 ppt.).

Er zijn ten slotte ook verschillen naar geboorteland. In 2024 lag de werkzaamheidsgraad bij personen geboren buiten de Europese Unie (EU27) op 64,5%, tegenover 78,7% bij personen geboren in België en 75,3% bij personen die in een ander EU27-land zijn geboren. Bij personen geboren buiten de EU27 is de werkzaamheidsgraad het sterkst gestegen tussen 2014 en 2024 (+10,9 ppt.). Bij personen geboren in België en bij personen geboren in een ander EU27-land is die stijging iets beperkter (respectievelijk+5,1 ppt. en +5,4 ppt.).

Vlaamse werkzaamheidsgraad iets boven EU-gemiddelde

In 2024 lag de Vlaamse werkzaamheidsgraad (76,9%) duidelijk hoger dan in de andere gewesten. In het Waalse Gewest ging het om 67,1%, in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om 64,1% en in België in zijn geheel om 72,3%.

In de Europese Unie (EU27) bedroeg de werkzaamheidsgraad in 2024 gemiddeld 75,8%. Het Vlaamse Gewest scoorde met 76,9% iets hoger dan het EU-gemiddelde.
Nederland (83,5%) kende de hoogste werkzaamheidsgraad, gevolgd door Malta (83,0%) en Tsjechië (82,3%). De laagste werkzaamheidsgraden werden genoteerd in Roemenië (69,5%), Griekenland (69,3%) en Italië (67,1%).

Bron: Statistiek Vlaanderen

Maken ‘de media’ mensen bang met extra rode weerkaarten? Fotocollages op sociale media zijn misleidend

Maken ‘de media’ mensen bang met extra rode weerkaarten? Fotocollages op sociale media zijn misleidend

Op sociale media leiden de hogere temperaturen opnieuw tot berichten met fotocollages van weerkaarten. De mensen achter de collages willen ermee aantonen dat weerkaarten vandaag “extra rood” kleuren om “angst op te wekken” voor het klimaat. Maar de voorbeelden zijn vaak misleidend omdat ze bijvoorbeeld temperatuurkaarten met andere weerkaarten vergelijken, of weerberichten van verschillende tv-zenders tegenover elkaar plaatsen. 

De hogere temperaturen leiden op sociale media opnieuw tot de hardnekkige bewering dat “de media” de temperatuurkaarten in de weerberichten aanpassen om “de mensen bang te maken”.

Zo schrijft iemand op 30 juni 2025 op X het woord “klimaathysterie” met daarbij een fotocollage van wat een vergelijking tussen weerkaarten van Duitsland uit 2017 en 2022 moet voorstellen. De kaart uit 2017 is groen en de kaart uit 2022 kleurt rood, terwijl de temperaturen daar lichtjes lager zijn. Ook op 1  juli 2025 wordt de collage opnieuw gepost.

Het is geen nieuw bericht. Al in 2022 ging de collage rond met als doel te bewijzen dat “de media de gevolgen van klimaatverandering overdrijven”. Want “groene kleuren zouden ingeruild zijn voor rode kleuren”. 

Bovendien is het niet het enige bericht met die boodschap, tonen verschillende posts op sociale media aan. Heel wat mensen insinueren dat de weerkaarten recent zouden zijn aangepast en dat er vroeger “geen bloedrode weerkaarten” werden getoond. “Rood wekt angst op en dat is de bedoeling”, klinkt het.

Misleidende vergelijkingen

Maar de fotocollages zijn vaak misleidend. Laat ons naar het eerste voorbeeld kijken, met de 2 kaarten uit Duitsland.

Beide kaarten komen uit een weerbericht dat tijdens de nieuwsuitzending “Tagesthemen” op de Duitse openbare omroep ARD wordt getoond. Het probleem is dat in de fotocollage 2 verschillende types kaarten met elkaar worden vergeleken, weten de factcheckers van Politifact

Zo is de groene kaart uit 2017 een weerkaart waar – als we de volledige uitzending van 21 juni 2017 bekijken – verschillende fenomenen op werden getoond, zoals temperaturen, buien, stormen en windrichting. Het ging niet specifiek over het visualiseren van de temperatuur.

De kaart uit 2022 wou dat wel doen: hier ging het om een temperatuurkaart die de verandering van temperatuur doorheen de dag wou tonen, blijkt wanneer we de uitzending van 20 juni 2022 (een dag vroeger dan beweerd op sociale media) bekijken. De koelere ochtendtemperaturen staan daar op een kaart met groene kleuren, later op de dag kleurt de kaart dan inderdaad meer oranje en rood.

Volgens Politifact werden de weerberichten voor de Duitse publieke omroepen pas sinds 2020 gestandaardiseerd. Een woordvoerder van Hessischer Rundfunk, dat sindsdien verantwoordelijk is voor de productie van de weerkaarten, zegt daar:

“De twee grafieken verschillen in ontwerp en presentatie. Tot eind 2019 gaven de temperatuurkaarten (…) alleen de temperatuur in getallen weer – de groene achtergrond had geen relatie met de temperatuur.”

Het gebruik van de temperatuurkaart is overigens niet nieuw. Al in 2017 – hetzelfde jaar dus als de eerste foto in de collage – werd bij ARD bijvoorbeeld ook al een (rode) temperatuurkaart gebruikt, toont een uitzending van Tagesschau aan.

Nog veel meer voorbeelden

Het is niet de enige misleidende fotocollage die de laatste jaren de ronde doet. Zo circuleert er een collage van 2 Franse weerkaarten die van respectievelijk 2002 en 2022 zouden zijn. Die van 2022 kleurt roder en donkerder dan de oudere kaart.

Volgens het bijschrift zou er “20 jaar geleden minder zwaar getild zijn aan hoge temperaturen dan vandaag”. Maar de factcheckers van Knack konden aantonen dat de kaart uit 2002 vervalst was en in realiteit een weerbericht uit 2019 toonde.

Nog een voorbeeld. Vorig jaar ging een collage van weerkaarten viraal, de ene in groen en beige en de andere met gelijkaardige temperaturen, maar donkerrood en fel oranje.

“Het is ontworpen om je de leugen van de door de mens veroorzaakte klimaatverandering te verkopen”, staat er onder andere als bijschrift bij.

Ook hier blijkt de collage misleidend. De factcheckers van DPA zagen dat de kaarten afkomstig waren van 2 verschillende websites die het weer voorspellen en ieder hun eigen kleuren gebruiken om temperatuur te illustreren. “Beide websites gebruiken tegenwoordig geen dramatischer kleuren dan enkele jaren geleden”, klinkt het bovendien.

Welke kaarten gebruikt VRT?

“We gebruiken kleurenschalen enkel voor de temperatuurkaart van Europa en voor de kaart van België waarop we de luchtkwaliteit visualiseren”, zegt Christophe Janssens, creative director bij VRT NWS. “Dat zijn kaarten die we slechts sporadisch tonen, bijvoorbeeld bij grote temperatuurverschillen in Europa of wanneer we het weer in populaire vakantiebestemmingen willen weergeven.”

“De kleuren die we gebruiken zijn afkomstig uit ons VRT NWS-kleurenpalet, maar zijn ingeschaald in overleg met onze dataleveranciers, in dit geval het KMI voor de weerdata en Ircel voor de luchtkwaliteit.”

“Die schaal is – bijvoorbeeld voor de temperatuurkaart van Europa – bepaald door het KMI.”

De meest recente kleuren voor het weerbericht dateren uit 2017. “Dat heeft uiteraard niets te maken met de klimaatverandering, maar is het gevolg van een restyling van het weerbericht”, aldus Janssens.

Ook weerman Bram Verbruggen zegt dat VRT NWS eerder uitzonderlijk temperatuurkaarten toont. “Wij krijgen de data binnen via het Europese weermodel (ECMWF). Iedere gebruiker vult de kleuren vervolgens in op basis van een schaal. Binnen Europa bestaat er geen vaste kleurenschaal.”

“Daarom is het altijd belangrijk om naar de legende te kijken, want kleurschalen kunnen verschillen naar gelang de omroep. Ik kan me ook inbeelden dat de Spanjaarden een andere schaal hanteren dan de Noren.”

“In het weerbericht zelf hebben we ook achtergrondkleuren. Voor zonnig en warm weer gebruiken we bijvoorbeeld donkeroranje omdat je dan een sfeer van warmte creëert.”

“Maar als je kijkt naar de evolutie van de cijfers – lees naar de verandering van het klimaat – dan gaan we in de toekomst onze kleurschaal voor warmere temperaturen moeten herzien”, aldus nog Verbruggen. “Anders wordt ze roder dan rood.”

In elk geval is het zo dat ook in het verleden al rood werd gebruikt om aan te geven dat de temperaturen hoog opliepen.

Met andere woorden: heel wat collages met weerkaarten zijn misleidend omdat ze bijvoorbeeld temperatuurkaarten met een ander type weerkaart vergelijken of omdat ze van andere bronnen komen waar andere kleurcodes gelden. VRT NWS gebruikt slechts sporadisch temperatuurkaarten en die komen uit het VRT-kleurenpalet. Er was geen recente beslissing om die roder te maken. 

Conclusie:

  • Op sociale media gaan fotocollages van weerkaarten rond. Daarbij wordt beweerd dat weerkaarten vandaag “roder” worden gekleurd om alarmisme rond klimaatverandering te voeden.
  • Dat is in veel gevallen misleidend. Er worden andere types weerkaarten met elkaar vergeleken of weerkaarten van verschillende zenders.

Meer informatie over de factchecks van VRT NWS

Zoek je meer verhalen van VRT NWS CHECK over factchecking, desinformatie of online bedrog? Die vind je hier

Deze factcheck werd geschreven op basis van de informatie die beschikbaar is op het tijdstip van publicatie. Wil je weten hoe we te werk gaan bij het factchecken? Dat lees je in dit artikel

Heb je vragen of opmerkingen of wil je weten wie er in ons team zit? Dat lees je in dit artikel.  

Je vindt onze factchecks ook terug bij deCheckers, samen met betrouwbare factchecks van enkele andere Vlaamse en Nederlandse redacties. 

Wil je iets laten checken? Stuur ons dan een mail via check@vrtnws.be.  

VRT NWS is erkend lid van het International Fact-Checking Network (IFCN) en van het European Fact-Checking Standards Network (EFCSN). 

Bron: vrt.nws

Neen, deze kosten kan je niet ingeven in je belastingaangifte

Neen, deze kosten kan je niet ingeven in je belastingaangifte

Voor verschillende uitgaven kan je een belastingvermindering krijgen wanneer je ze invult in je aangifte. Denk maar aan pensioensparen, kinderopvang, dienstencheques of giften. Toch zijn er ook heel wat kosten waarvoor de fiscus niet tussenbeide komt. Het consumentenprogramma ‘WinWin’ op Radio2 krijgt veel vragen van luisteraars over wat ze al dan niet mogen inbrengen in hun belastingaangifte. Voor deze kosten hoef je niet te rekenen op een belastingvoordeel.

Brandverzekering, uitvaartverzekering en andere verzekeringen

Voor de meeste verzekeringen krijg je geen belastingvermindering via je aangifte. De premies voor bijvoorbeeld een familiale verzekering of een brand- en autoverzekering moet je volledig zelf betalen. Tenzij je ze nodig hebt voor het uitoefenen van je beroep als zelfstandige of wanneer je er als loontrekkende voor kiest om je werkelijke beroepskosten te bewijzen. Dan kan je een auto- of brandverzekering eventueel wel inbrengen als uitgave.

Wellicht ontstaat er soms verwarring omdat er ook uitzonderingen zijn. Er zijn een aantal verzekeringen die je altijd mag ingeven in je belastingaangifte.

Uitzondering 1: levens- en overlijdensverzekering

De bekendste verzekeringen met een fiscaal voordeel zijn de levens- of overlijdensverzekeringen. Het is een vorm van langetermijnsparen die de overheid stimuleert door een belastingvoordeel van 30 procent toe te kennen.

Een overlijdensverzekering is hoofdzakelijk bedoeld om je naasten financieel te ondersteunen wanneer je vroegtijdig zou overlijden. Een tak 21 of tak 23 levensverzekering wordt dan weer gebruikt om een aanvulling op je wettelijk pensioen op te bouwen. Er bestaan ook gemengde levensverzekeringen die beide insteken combineren.

In 2024 mocht je maximaal 2.450 euro van het geld dat je voor de verzekering stort, inbrengen in je belastingen. Daar krijg je dan maximaal 735 euro (30 procent) van terug. Hoeveel je exact mag inbrengen, hangt af van je inkomen. Wie nog van een woonbonus geniet, houdt er best rekening mee dat de kapitaalaflossingen en intresten van je woonlening diezelfde fiscale korf al opvullen. Daardoor is het mogelijk dat je geen of een kleiner belastingvoordeel krijgt voor het langetermijnsparen.

Let op: een uitvaartverzekering is – in tegenstelling tot een overlijdensverzekering – niet fiscaal aftrekbaar.

Uitzondering 2: rechtsbijstandverzekering

Een rechtsbijstandverzekering dekt geen schade, maar komt financieel tussenbeide wanneer een geschil ontstaat na een schadegeval en je daarvoor bijvoorbeeld een beroep moet doen op een advocaat of rechtbank. Bij veel soorten verzekeringen krijg je de optie om voor een relatief klein bedrag een bijkomende rechtsbijstandverzekering af te sluiten. Die verzekering kan je dan enkel aanspreken over een geschil dat samenhangt met de hoofdverzekering. De rechtsbijstandverzekering van je autoverzekering zal niet tussenbeide komen bij een geschil over schade na een overstroming in je huis. Deze premies zijn niet fiscaal aftrekbaar.

Alleen wanneer je een speciale, algemene rechtsbijstandverzekering afsluit, maak je aanspraak op een belastingvermindering, wanneer je aan alle voorwaarden voldoet. Die belastingvermindering bedraagt 40 procent van de premie die je betaald hebt, met een maximumbedrag van 320 euro. Je kan dus tot maximaal 128 euro per jaar terugkrijgen.

Tip: onderzoek de polis van de algemene rechtsbijstandverzekering eerst goed voordat je die afsluit. Zo’n polis komt op veel meer gebieden tussenbeide, maar soms zijn de dekking en de maximale kosten beperkter.

Bijdrage ziekenfonds

Het lidgeld dat je aan je ziekenfonds betaalt, is niet fiscaal aftrekbaar. Ook de Zorgpremie voor Vlaamse sociale bescherming is dat niet. Enkel als je een bijdrage voor de verplichte ziekteverzekering hebt betaald, mag je dat ingeven in je belastingen. Maar lang niet iedereen moet die bijdrage betalen. Normaal gezien krijg je daarvan in dat geval een fiscaal attest van je ziekenfonds.

Inschrijvingsgeld hoger onderwijs

Kinderen van 5 tot 18 jaar hebben in ons land leerplicht. Daarom wordt er geen inschrijvingsgeld gevraagd in het basisonderwijs of secundair onderwijs. Nadien verder studeren aan een hogeschool of universiteit is niet verplicht. Wie dat wil doen, betaalt het inschrijvingsgeld voor de opleiding uit eigen zak. Voor het inschrijvingsgeld krijg je geen belastingvermindering via je aangifte.

Wel zijn er financiële tegemoetkomingen voor beursstudenten en bijna-beursstudenten. Zij hebben – omwille van onder andere hun gezinssituatie of inkomen – recht op een vermindering van de studiekosten. Deze studenten betalen dan een beurs- of tussentarief. De Vlaamse overheid voorziet ook studietoelages.

Internaatkosten mag je wél deels ingeven

Tip: ouders van kinderen die op internaat les volgen, kunnen de kosten van het internaat wel deels invullen in de belastingaangifte. Een verblijf op een internaat wordt gezien als kinderopvang. Voor kinderopvang van kinderen tot 14 jaar (of tot 21 jaar wanneer je kind een zware handicap heeft) kan je maximaal 16,40 euro per opvangdag inbrengen. Daarvan krijg je dan 45 procent terug.

De huur van een studentenkot is dan weer niet fiscaal aftrekbaar.

Boetes

Geen enkele strafrechtelijke, administratieve of verkeersboete is fiscaal aftrekbaar. Toch kan je voor een parkeerboete soms een belastingvermindering krijgen.

Wanneer je niet betaalt in een zone waar het betalend parkeren is, krijg je soms een parkeerretributie. Dat is geen echte boete, maar je wordt verplicht om meteen voor een halve of volledige dag parkeergeld te betalen. Wanneer je die parkeerkosten hebt gemaakt tijdens het uitoefenen van je beroep kan je ze ingeven als beroepsuitgaven. Zowel als zelfstandige (in bijberoep) als wanneer je er als loontrekkende voor kiest om je werkelijke beroepskosten te bewijzen in plaats van te kiezen voor het wettelijke forfait.

Bron: vrt.nws

Kan ik maandag naar de dokter of tandarts? En blijft de spoedeisende hulp open? Dit betekent de artsenstaking voor jou

Kan ik maandag naar de dokter of tandarts? En blijft de spoedeisende hulp open? Dit betekent de artsenstaking voor jou

Veel dokters zullen staken op maandag 7 juli, omdat ze niet akkoord gaan met bepaalde plannen van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) en omdat er volgens hen te weinig overleg is. Wie maandag een afspraak heeft bij de huisarts of in het ziekenhuis, informeert zich best al voor het weekend.

Het artsensyndicaat BVAS heeft een stakingsaanzegging ingediend voor maandag 7 juli. Ze willen artsen laten staken tegen de nieuwe maatregelen die minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) wil doorvoeren in de zorg, want die brengen volgens artsen zelf de kwaliteit van de zorg en de vrijheid van zorgverleners in het gedrang. 

De minister wil onder andere een maximumplafond invoeren op supplementen in de gezondheidszorg. Die zijn nu in principe onbegrensd. 

Concreet roept BVAS alle artsen – huisartsen en andere specialisten – in privépraktijken en in ziekenhuizen op om op maandag 7 juli van 8.00 uur tot 18.00 uur alleen dringende zorgvragen te behandelen en om alles uit te stellen wat uitgesteld kan worden.

Ziekenhuizen: spoeddiensten blijven open

  • Dringende zorg gaat sowieso door. Zowat alle ziekenhuizen die we opbelden, geven aan dat hun spoedeisende hulp open blijft. 
  • Niet alle artsen in elk ziekenhuis zullen maandag staken. In veel ziekenhuizen is er geen algemene staking, maar artsen hebben een individueel stakingsrecht en kunnen dus zelf beslissen om niet te werken. 
  • Sommige ziekenhuizen zullen maandag zo goed als normaal draaien, in andere ziekenhuizen wordt alles wat niet dringend of nodig is geschrapt, en op nog andere plaatsen wordt gewerkt volgens de zondagdienst.
  • Als je maandag een afspraak hebt bij een arts of specialist die staakt, dan word je over het algemeen zelf opgebeld door het ziekenhuis om die afspraak te verplaatsen.

Wordt er gestaakt in de universitaire ziekenhuizen?

In UZ Leuven zal er op maandag 7 juli 2025 geen algemene artsenstaking plaatsvinden. Het ziekenhuis verwacht wel enige impact op bepaalde geplande en niet-dringende consultaties, onderzoeken en ingrepen, omdat de artsen een individueel stakingsrecht hebben. 

UZ Brussel verwacht dat de impact van de staking eerder beperkt zal zijn. Minder dan 5 procent van de artsen van het Universitair Ziekenhuis van Brussel (UZ Brussel) zou het werk neerleggen. 

In UZ Gent zullen consultaties en behandelingen gewoon doorgaan. De artsen en medewerkers protesteren maandag met een “alternatieve en constructieve actie”. Ze zullen een button dragen met daarop de slogan ‘Goede zorg vraagt toewijding én middelen”. Om 12 uur verzamelen ze aan het centraal onthaal om de actie kracht bij te zetten.

Huisartsen: check zelf hoe het zit in jouw praktijk

Hoewel huisartsenbond Domus Medica niet heeft opgeroepen tot een staking, sluiten toch heel wat dokters zich aan bij de stakingsdag van 7 juli. 

Uit een rondvraag van de huisartsenkringen blijkt dat vooral in het Meetjesland en Hasselt artsen het werk zullen neerleggen. Ook in Geel en Oudenaarde zouden veel artsen staken. In Diepenbeek willen zelfs alle huisartsen het werk neerleggen. Op andere plekken ligt de actiebereidheid tussen de 10 en de 30 procent. 

Welke impact de actie zal hebben op jouw specifieke huisartsenpraktijk, hangt af van geval tot geval. Regels rond een ‘aangepaste dienstverlening’, zoals die bestaan voor stakingen bij het spoor, zijn er niet. “Maar artsen zijn wel verplicht om een zorgcontinuïteit te waarborgen en dringende gevallen te behandelen”, zegt Maaike Van Overloop, voorzitter van Domus Medica. 

Aan patiënten wordt daarom gevraagd om maandag niet meteen naar de spoeddiensten te trekken, maar eerst de huisarts te raadplegen. Als je maandag al een afspraak gepland hebt bij de huisarts, dan bel je best voor het weekend om te vragen of die afspraak doorgaat. 

Tandartsen

Ook de Vlaamse Beroepsvereniging Tandartsen en het Verbond van Vlaamse Tandartsen roepen hun leden op om maandag mee actie te voeren. “Wij roepen op om actie voeren, niet om te staken“, zegt Vincent Koningsveld van het Verbond van Vlaamse Tandartsen.

Dat actievoeren kan bijvoorbeeld door deel te nemen aan de landelijke ’telefonische actiedag”. De deelnemende tandartsen zullen maandag telefonisch niet bereikbaar zijn. “De overgrote meerderheid van de tandartsen neemt deel aan de telefoonactie”, zegt Frank Herrebout van de Vlaamse Beroepsvereniging Tandartsen (VBT).

Toch zullen er ook tandartsen zijn die maandag volledig het werk neerleggen. “Meer en meer tandartsen beslissen op dit moment ook om de agenda maandag volledig af te bellen en patiënten op een ander moment in te plannen”, zegt Herrebout. Maar hij stelt patiënten ook gerust. “In een aantal praktijken zal men urgente gevallen zeker opvangen. Als patiënten naar de praktijk zelf gaan, gaan ze zeker geholpen worden.”

Concrete cijfers over het aantal tandartsen dat het werk neerlegt, zijn er nog niet. 

Minister Vandenbroucke in conflict met artsen: waarover gaat het juist?

Begin juni stelde minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) zijn zogenoemde kaderwet voor, met daarin een aantal hervormingen. Die hebben vooral als doel dat meer artsen zich conventioneren. Dat wil zeggen dat ze zich houden aan de vaste afgesproken tarieven. Op die manier wil de minister de gezondheidszorg transparanter en betaalbaarder maken.

Artsen kunnen vrij kiezen of ze zich al dan niet conventioneren. Veel artsen, vooral specialisten zoals oogartsen, dermatologen en gynaecologen, zijn niet geconventioneerd. De laatste jaren stijgt hun aantal. Zij kunnen bedragen vragen bovenop de vaste tarieven, zogenoemde ereloonsupplementen,die niet worden terugbetaald door de ziekteverzekering. Minister Vandenbroucke wil daarop een maximumplafond zetten.

Heel wat artsen zijn ongerust over de plannen. Ze zien die als een inperking van hun vrijheid. Ze vragen onder meer dat de vaste tarieven eerst worden aangepast voor er een plafond op de ereloonsupplementen komt. Want die tarieven volstaan niet voor iedereen, klinkt het, bijvoorbeeld voor wie zich wil bijscholen of investeringen doet in zijn praktijk. Veel dokters dragen ook een deel af aan het ziekenhuis waar ze aan verbonden zijn.

Naast de inhoud gaat het ook over de aanpak van de minister. Die legt eenzijdig zijn wil op en luistert niet naar hun voorstellen, zeggen artsenverenigingen. De onvrede daarover gaat al langer terug. Op maandag 7 juli vindt een actiedag plaats. Artsensyndicaat BVAS roept op om praktijken te sluiten en enkel dringende zorg te laten doorgaan. Hoeveel artsen zullen staken, is onduidelijk, maar volgens BVAS is de actiebereidheid groot.

Bron: vrt.nws