by admin | jun 1, 2025 | Sectoren
Journalisten zullen nooit tot de langdurig werkzoekenden behoren en dat toont zich in hun berichtgeving.
De regering-De Wever geniet breed vertrouwen bij de Belg. Dat leren we uit De Stemming, het jaarlijks opinieonderzoek uitgevoerd door de Universiteit Antwerpen en de Université Libre de Bruxelles. Daarbij krijgt het brede draagvlak van één maatregel in het bijzonder veel aandacht in diverse media: de inperking van de werkloosheid in de tijd.
Hoewel je op basis van cijfers in dezelfde enquête vraagtekens kunt zetten bij dit hoeraverhaal, gebeurt dat niet. Dat beeld past in de sfeer van algemene instemming die de maatregel lijkt te genieten bij journalisten. Heeft die weinig kritische houding misschien te maken met het verschil tussen wie onze journalisten zijn en wie de achterblijvers in de samenleving?
BREED DRAAGVLAK
“Brede steun voor regering-De Wever: meerderheid Vlamingen en Walen staat achter beperking werkloosheidsuitkering”, kopte VRT NWS over De Stemming. Feitelijk klopte die titel als een bus. Uit de peiling blijkt dat 72% van de Vlamingen zich kan vinden in de beslissing om mensen na twee jaar uit te sluiten van de werkloosheidverzekering. Hoewel de steun in Brussel (52%) en Wallonië (56%) toch wel een pak lager ligt, steunen ook deze landsdelen de beslissing.
Nu mag dat plebisciet geen verrassing heten. Van de middeleeuwse werkhuizen waar mensen in armoede verplicht tewerk gesteld werden, over de tirades tegen werkzoekenden van politieke charlatans als Pierre Poujade in de jaren 1950, tot het huidige discours waarbij iedereen die een beroep moet doen op onze sociale bescherming verdacht lijkt, … doorheen heel de geschiedenis loont het electoraal om stoer beleid tegen werkzoekenden te voeren.
KONINGINNENSTUK?
Meestal zijn journalisten allergisch voor dit soort populisme en schieten er vakkundig gaten in. Maar bij de beperking van de werkloosheid in de tijd ligt het dus anders. Toen de premier deze maatregel het koninginnenstuk van zijn regering noemde, sprak niemand van de politieke pers hem daarop aan. En dat is vreemd. Want als de beperking van de werkloosheid in de tijd werkelijk de verwezenlijking van de regering-De Wever zal blijken, dan kunnen we niet anders dan deze regering nu al als een treurige mislukking klasseren.
Er zitten namelijk heel wat haken en ogen aan deze beslissing. Zo wordt de beperking van de werkloosheid in de tijd verkocht als een besparingsmaatregel. Deze zou 900 miljoen moeten opbrengen, wat al bij al een beperkt bedrag is als je weet dat ons land de komende jaren maar liefst 23 miljard moet besparen van de EU … en er toch geld is om ons defensiebudget enkel in 2025 op te trekken van 7,9 miljard naar ongeveer 12 miljard euro.
Bovendien komt de beperking van de werkloosheid in de tijd ook met een zware maatschappelijke kost. De circa 100.000 mensen die hun uitkering verliezen, zullen immers niet miraculeus verdwijnen. Onze OCMW’s, die al zo onder druk staan, dreigen straks overspoeld te worden. Eerder vroeg de VVSG om meer duidelijkheid over de financiering van de maatregel en deze week waarschuwde 10 schepenen van sociale zaken in een open brief voor niets minder dan ‘de implosie van de sociale dienstverlening’. Dat het overgrote deel van deze schepenen lid is van een Arizona-partij en zij de maatregel die deze catastrofe op ons afroept dus mee goedkeuren, zullen we hier voor het gemak maar even met een serieuze mantel der liefde bedekken.
Ondertussen wijzen experts er ook op dat de beperking in de tijd van de werkloosheid er waarschijnlijk niet voor gaat zorgen dat langdurig werkzoekenden nu ineens allemaal aan het werk zullen gaan. Ive Marx noemt het “een vreemde keuze om eerst de uitkering te schrappen van mensen die het verst van de arbeidsmarkt staan”. En ook Stijn Baert toont zich een koele minnaar van de maatregel omdat hij denkt dat werkgevers niet staan te springen om deze groep aan te nemen.
Wat overblijft, is de enorme financiële stress bij de mensen waarover dit gaat, en het psychologisch stigma van profiteur dat ze door dit beleid opgeplakt krijgen.
NAUWELIJKS VRAGEN BIJ POLITIEK BRODDELWERK
Uit al deze feiten blijkt dat de beperking in de tijd symboolpolitiek is en de uitvoering ervan politiek broddelwerk. Normaal verdringen onze journalisten elkaar om zoiets bloot te leggen en de betrokken politici aan een kritisch vragenvuur te onderwerpen. Maar niet deze keer. De beperking in de tijd van de werkloosheid wordt – al dan niet stilzwijgend – goedgekeurd en beschouwd als gezond verstand. Van waar toch die pensée unique? Zou het kunnen dat het komt omdat de journalistiek zeer ver afstaat van de groep achterblijvers die de gevolgen van dit soort politiek dragen?
Inkomen
De laatste tijd staan redacties ook onder druk. Mediaconcerns willen hun winstmarges de hoogte in zien en besparen op journalisten en redacteurs. Mensen worden vervangen door AI en op straat gezet. Bovendien draait menig krant en tijdsschrift op onderbetaalde freelancers. Maar hoewel ze het dus niet onder de markt hebben, hebben journalisten wel een inkomen uit arbeid dat in regel (veel) hoger ligt dan de uitkering die langdurig werkzoekenden krijgen. Dat is een verschil.
Opleidingsniveau
Maar er is nog een ander, misschien wel belangrijker, verschil tussen beide groepen: het opleidingsniveau. Onderzoek wijst uit dat 91% van de Nederlandstalige journalisten een diploma hoger onderwijs heeft. Bijna 60% heeft universiteit gedaan. Tegelijkertijd was volgens het Steunpunt Werk in 2023 ongeveer 52% van de kortgeschoolde volwassenen aan het werk ten opzichte van bijna 91% van de hooggeschoolden. De kans dat onze journalisten ooit tot de groep langdurig werkzoekenden zullen behoren, is dus uiterst klein.
Die opleidingskloof tussen journalisten en langdurig werkzoekenden is cruciaal omdat ze een verschil in perspectief met zich meebrengt. Zo tonen wetenschappelijke studies aan dat kortgeschoolden sociaal beleid verkiezen in de vorm van inkomenssteun zoals de werkloosheidsvergoeding. Hoogopgeleiden prefereren een sociale investeringsstaat die mensen opleidt, activeert en voor kinderopvang zorgt. Dat zij daar ook het meeste voordeel bij doen, zal uiteraard niet vreemd zijn aan die voorkeur. In ieder geval verklaart dit de haast kritiekloze steun die het asociale voor-wat-hoort-wat-denken bij grote delen van onze (politieke) elite wegdraagt.
HET SOCIO-ECONOMISCHE PERSPECTIEF
Uiteraard is het onzin dat je zelf de kenmerken van een bepaalde groep moet hebben om de belangen van die groep te verdedigen. Als je die redenering volgt, staat elke mens op het einde van de rit alleen, want de enige die echt op jou lijkt, ben jezelf. In die zin is dit soort identitaire denken de ultieme voltooiing van de neoliberale ideologie. Tegelijk is het in een democratie van cruciaal belang dat in het publieke debat verschillende perspectieven zo veel mogelijk vertegenwoordigd zijn. Doe je dat niet, gaat het mis.
Hoewel er nog heel veel werk is, zijn er de voorbije jaren veel stappen gezet om bijvoorbeeld het perspectief van vrouwen of mensen van kleur meer in beeld te hebben. De milde toon van de journalistiek over de beperking van de werkloosheid in de tijd doet vermoeden dat de socio-economische factor in het huidige debat vandaag nog steeds onderbelicht is.
COMMUNAUTAIR EN PARTIJPOLITIEK? NEEN, SOCIO-ECONOMISCH!
Terug naar De Stemming. De enquête onderzocht de tevredenheid van de respondenten over de regering-De Wever. In de berichtgeving wordt dit gelinkt aan het landsdeel waarin de respondenten wonen en de partij waarvoor ze stemden. Tevredenheid wordt communautair en politiek geframed. Gek genoeg bevat de studie een minstens even interessante verklaringsgrond, namelijk de socio-economische status op basis van inkomenscategorie en opleidingsniveau. De onderzoekers benoemen deze relatie als ‘lineair en bijzonder sterk’: hoe lager de sociaaleconomische status, hoe minder tevredenheid. Haast geen enkele journalist vond het nodig hier wezenlijk aandacht aan te besteden, wat bovenstaande bekommernis enkel verder onderstreept.
Ondanks deze problematische berichtgeving, blijkt uit De Stemming dat de mensen zich niets laten wijsmaken. Het overgrote deel van de bevolking ziet dat de regering-De Wever de rijken bevoordeelt ten nadele van de achterblijvers in de samenleving. Daaronder verstaan ze: de zieken, de armen, de ouderen, de vluchtelingen … en de werkzoekenden. Van de respondenten vindt 26% dat trouwens onterecht, tegenover maar 20% die het wel eens is met dit beleid.
BETER NIEUWS MAKEN
Deze cijfers geven aan het beter kan en moet. In een samenleving die zowel economisch als politiek onder zware spanning staat, is het belangrijk een beleid te hebben waar iedereen mee is. Dat onze regering daarin tekort schiet, bewijzen maatregelen als het beperken in de tijd van de werkloosheid. Maar het is te makkelijk om enkel naar de politiek te wijzen. Ook de vierde macht heeft daarin een verantwoordelijkheid. Hoe zorgen zij dat elke stem aan bod kan komen en welke ingrepen zijn daarvoor nodig?
Op het vlak van gender en etnisch-culturele afkomst zijn er stappen gezet. Nu is het tijd om dat ook te doen op het vlak van de socio-economische bias, en dan vooral voor het aspect opleidingsniveau. Dat is moeilijk voor een beroepsgroep die per definitie op kennis teert. Maar het is wel nodig om op die manier beter nieuws te maken.
Bron: Sampol.be
by admin | jun 1, 2025 | Sectoren
Onderzoeker Bart Moens (Odisee Hogeschool) stelt vast dat het in de politiek veel gaat over de plicht tot werken. Maar ligt de verantwoordelijkheid alleen bij de werknemers? “Als we mensen aanspreken op hun plicht tot werken, mogen we ook werkgevers en beleid aanspreken op hun plicht om te voorzien in waardig werk.”
Gefronste wenkbrauwen
Vanuit mijn onderzoeksexpertise geef ik regelmatig lezingen over mensen die moeilijk werk vinden omdat ze niet over de door werkgevers gevraagde vaardigheden beschikken, onvoldoende taalvaardig zijn of vanwege een beperking of ziekte. Tijdens zo’n lezing reageerde ik op een andere spreker die het had over de plicht tot werken.
Ik vroeg me luidop af of we dan niet ook moeten spreken over een plicht van werkgevers om werk te voorzien dat haalbaar en waardig is. De vele gefronste wenkbrauwen motiveerden me om die die gedachte verder uit te werken.
Geven en nemen
Je hoort steeds vaker dat iedereen zijn steentje moet bijdragen. Iedereen die kan werken, moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Zo benadrukt Vlaams minister van Werk Zuhal Demir in haar beleidsnota dat meer mensen aan het werk moeten, zowel om de vele vacatures in te vullen als om de doelstelling van 80 procent werkzaamheid te halen.
Ook het federale regeerakkoord van De Wever I wijst met het oog op economische groei en het leefbaar houden van onze sociale zekerheid op het belang van een hogere arbeidsdeelname. Er wordt uitdrukkelijk gesteld: werken is een plicht.
Toegevoegde waarde
Die nadruk op de plicht tot werken vertrekt vaak vanuit het idee van wederkerigheid: wie iets ontvangt van de samenleving, moet ook iets teruggeven. Wie dat niet doet, zou profiteren op de kap van mensen die werken en wel hun bijdrage leveren.
Kan je vanuit die wederkerigheid mensen ook verplichten om om het even welk werk te verrichten? Wat verwacht je van mensen die om verschillende redenen niet in staat zijn om een vorm van betaalde arbeid uit te voeren? En moet het altijd om betaald werk gaan? Ook vrijwilligerswerk, mantelzorg of andere vormen van sociale inzet leveren waardevolle bijdragen die binnen de logica van wederkerigheid passen.
Bovendien moet die betaalde arbeid ook aan bepaalde kwaliteitscriteria voldoen. Werk kan nuttig en noodzakelijk zijn en een positieve bijdrage leveren aan de kwaliteit van leven. Maar er bestaat ook werk dat geen waarde toevoegt of zelfs indruist tegen welzijn en maatschappelijke vooruitgang.
Twee cruciale voorwaarden
Daarom is de plicht tot werken voorwaardelijk. Volgens de Amerikaanse filosoof Michael Cholbi kan je die plicht alleen installeren wanneer twee cruciale voorwaarden vervuld zijn.
Ten eerste moeten mensen daadwerkelijk de kans hebben om een eerlijke bijdrage te leveren. Dit betekent dat arbeid productief en zinvol is en eerlijk beloond moet worden. Als mensen geen eerlijke kans krijgen om bij te dragen, kan je hen niet verplichten om te werken.
Ten tweede moeten mensen in voldoende mate kunnen genieten van het systeem waaraan zij bijdragen. Als de samenleving wel profiteert van hun arbeid, maar hun in ruil geen voordelen biedt, dan worden ze gereduceerd tot instrumenten voor anderen.
Geen eerlijke wederkerigheid
Het debat over de plicht tot werken richt zich vooral op groepen die momenteel geen betaalde arbeid verrichten, waaronder zowel werkzoekenden als niet-beroepsactieven. Het gaat hierbij vaak om groepen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Denk aan NEET-jongeren, 55-plussers, kortgeschoolden, personen met een migratieachtergrond, personen met een handicap, langdurige aandoening of ziekte.
Wanneer mensen uit deze groepen erin slagen werk te vinden, blijven zij kwetsbaar. De banen waarin ze terechtkomen, zijn precair: vaak tijdelijke en deeltijdse jobs met veel onzekerheid, veel flexibiliteit, een laag en onvoorspelbaar inkomen, een zwakke sociale bescherming, een grote gevoeligheid voor de economische conjunctuur en een grote machteloosheid voor de medewerkers.
Deze groepen verplichten om te werken, is niet gerechtvaardigd omdat de voorwaarden voor eerlijke wederkerigheid ontbreken. Deze kwetsbare groepen hebben namelijk vooral toegang hebben tot precaire en laagwaardige arbeid. Een werkplicht onder dergelijke omstandigheden reduceert hen tot instrumenten van economische behoeften, zonder dat deze mensen rechtvaardig kunnen profiteren van de vruchten van hun arbeid.
Sleutel tot waardig leven
Als de samenleving verwacht dat werkzoekenden en niet-beroepsactieven hun plicht tot werken nakomen, heeft zij op haar beurt de plicht om waardig, werkbaar en zinvol werk beschikbaar te stellen dat haalbaar is voor deze mensen en bijdraagt aan hun welzijn.
Waardig werk omvat productieve arbeid in een omgeving van vrijheid, gelijkheid, veiligheid en menselijke waardigheid. Waardig werk is een mensenrechtVastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948), Artikel 6 van het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (1966) en Artikel 27 van het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (2006).dat verder reikt dan de werkplek. Zonder productief werk blijven economische zekerheid, sociale inclusie en persoonlijke ontplooiing onbereikbaar. Zo is waardig werk niet enkel een doel, maar ook de sleutel tot een waardig leven.
Waardige samenleving
Deze focus op waardig werk past binnen het streven naar een waardige samenleving. Volgens de Joodse denker Avishai Margalit is zo’n ‘decent society’ een samenleving zonder instituties die mensen vernederen. Vernedering treedt op wanneer instituties mensen systematisch uitsluiten, negeren, of behandelen alsof ze geen volwaardig lid van de samenleving zijn.
Meer nog: een waardige samenleving levert ook actieve inspanningen om een omgeving te creëren waarin mensen zichzelf kunnen ontplooien en volwaardig kunnen participeren. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt niet alleen bij instituties, maar ook bij individuen die deze waarden in hun dagelijkse handelen moeten uitdragen.
De realiteit is anders: kwetsbare groepen, zoals mensen met een beperking of migratieachtergrond, worden op vlak van cultuur, gezondheid, onderwijs, huisvesting of werk systematisch uitgesloten. Ze krijgen minder kansen en kunnen moeilijker deelnemen aan het maatschappelijke leven.
Rechten en plichten
Ook loopbaanmogelijkheden worden sterk bepaald door factoren waar mensen zelf weinig invloed op hebben: geslacht, etniciteit, sociaaleconomische achtergrond. Inclusie gaat niet alleen om het bevorderen van gelijke toegang tot bijvoorbeeld onderwijs en werk, maar ook om ervoor te zorgen dat iedereen deze middelen daadwerkelijk kan benutten.
Het recht op waardig werk impliceert ook de plicht van de samenleving om ervoor te zorgen dat iedereen er gebruik van kan maken. Deze plichten rusten niet alleen bij de overheid, maar ook bij werkgevers en andere maatschappelijke actoren, die samen de randvoorwaarden voor waardig werk creëren.
Dit verband tussen rechten en plichten wordt te vaak genegeerd: wanneer iemand recht op iets heeft, moet iemand anders dat logischerwijs verschuldigd zijn en dus de bijbehorende plicht of verplichting dragen. Zonder plichten komen rechten in de lucht te hangen, worden het loze kreten en onvervulbare verlangens.
Plicht van de overheid
Het is de plicht van de overheid om de noodzakelijke veranderingen richting waardig werk voor iedereen te faciliteren, onder meer door passende regelgeving in te voeren en via stimulerende maatregelen zoals subsidies en belastingmaatregelen.
Daarnaast speelt de overheid een cruciale rol in het bevorderen van de sociale dialoog, bijvoorbeeld over kwesties als de passende sociale bescherming binnen de arbeidsmarkt van de toekomst en het waarborgen van rechtvaardigheid voor kwetsbare groepen.
Waardig management
Investeren in waardig werk en inclusie is geen exclusieve taak van overheden: ook bedrijven dragen hierin verantwoordelijkheid. Niet alleen omdat zij daar zelf baat bij hebben, maar ook omdat zij bijdragen aan het bredere maatschappelijke belang. Bedrijven creëren banen en bepalen wie toegang krijgt tot werk. Hierdoor hebben zij directe invloed op de verdeling van kansen en uitkomsten. Dat brengt de morele verantwoordelijkheid met zich mee om actief bij te dragen aan een inclusieve en waardige samenleving.
Die verantwoordelijkheid vraagt om waardig management: het respecteren en bevorderen van menselijke waardigheid, sociale rechtvaardigheid en inclusie, zowel binnen als buiten de organisatie. Dit betekent dat managers niet enkel handelen vanuit eigenbelang of efficiëntieoverwegingen, maar ook actief zorg dragen voor de impact van hun beslissingen op werknemers, werkzoekenden en de bredere samenleving.
Gezamenlijke verantwoordelijkheid
Wanneer werkzoekenden en niet-beroepsactieven worden aangesproken op hun plicht om bij te dragen, moet de samenleving op haar beurt haar verantwoordelijkheid nemen om werk beschikbaar te stellen dat rechtvaardig, werkbaar en zinvol is. Dit vraagt om een beleid dat niet alleen gericht is op economische productiviteit, maar ook op het creëren van een inclusieve arbeidsmarkt waarin iedereen de kans krijgt om volwaardig deel te nemen. Ook werkgevers spelen een cruciale rol in de verdeling van kansen en moeten voorbij de grenzen van winstoptimalisatie kijken.
Pas wanneer de samenleving als geheel haar verantwoordelijkheid neemt, kunnen we spreken van een rechtvaardige wederkerigheid tussen rechten en plichten.
Bron: sociaal.net
by admin | mei 7, 2025 | Varia
Een nieuwe maand, nieuwe maatregelen, wijzigingen van de wetgeving, enz. Hierbij een kort overzicht.
- Herstelbaarheidsindex geeft reparatie- en demontagemogelijkheden van producten aan
Als tweede land van Europa wordt in ons land de herstelbaarheidsindex ingevoerd. Een score van 1 tot 10 geeft aan hoe makkelijk een toestel te herstellen is. Toestellen zoals vaatwassers, stofzuigers, hogedrukreinigers, grasmaaiers en laptops zonder aanraakscherm moeten vanaf 2 mei die index vermelden.
Voor de index worden verschillende criteria in rekening genomen: beschikbaarheid van technische herstelinformatie en onderhoudshandleidingen, gemak van demontage en benodigd gereedschap, beschikbaarheid van reserveonderdelen en levertijden, verhouding tussen de prijs voor reserveonderdelen en de prijs van het nieuwe product en andere specifieke criteria gerelateerd aan het product. De maatregel kadert binnen het federaal actieplan voor de circulaire economie.
Om consumenten nog meer wegwijs te maken, bundelt het expertisecentrum Repair&Share op het platform herstelmij.be meer dan 1.200 elektro-herstellers in België, van zelfstandige elektrotechniekers tot Repair Cafés en kringloopwinkels. Repair&Share vindt het wel cruciaal dat er een extern controlesysteem wordt opgezet om de betrouwbaarheid van de scores, die de fabrikanten zich vandaag zelf toekennen, te garanderen.
- Vlaams Centrum voor Digitale Veiligheid gaat van start
Vanaf 1 mei wordt het Vlaams Centrum voor Digitale Veiligheid (VCDV) de spil voor digitale veiligheid. Het centrum, ondergebracht bij Digitaal Vlaanderen, intervenieert actief bij incidenten en coördineert expertise en dienstverlening voor zowel Vlaamse als lokale overheden.
Het centrum is opgericht om iedereen binnen de overheid te ondersteunen die met digitale veiligheid te maken heeft en zal nauw samenwerken met bestaande instanties zoals het Centrum voor Cybersecurity België, politiediensten, academische instellingen en private cybersecurity-experts.
Het centrum zal ook onder meer werken aan een Vlaamse digitale veiligheidsstrategie en een beleidskader ontwerpen om deze strategie effectief in de praktijk te brengen, zei minister-president Matthias Diependaele (N-VA) begin dit jaar.
- Brusselse huurprijzen mogen niet hoger dan 20 procent boven referentiehuurprijs liggen
Verhuurders in het Brussels gewest mogen vanaf 1 mei geen “buitensporige” huurprijs meer voorstellen, die meer dan 20 procent boven de referentiehuurprijs ligt.
Alle huurcontracten in Brussel moeten vanaf december 2022 de referentiehuurprijs vermelden of een interval van bedragen rond die referentiehuurprijs, bepaald volgens een rooster dat het gewest elk jaar herziet.
Het Brussels Parlement keurde begin april een voorstel van ordonnantie goed dat een aantal bepalingen van de ordonnantie die de buitensporige huurprijzen wil bestrijden in werking laat treden.
Daardoor wordt het vanaf 1 mei verboden om een buitensporige huurprijs voor te stellen, die meer dan 20 procent hoger ligt dan het rooster voor de referentiehuurprijs. Als dat toch gebeurt, kan de huurder onder bepaalde voorwaarden om herziening van de huurprijs vragen. Er zijn wel uitzonderingen. Zo kan een hogere huurprijs verantwoord worden door bepaalde kenmerken van de woning of de omgeving die voor extra comfort zorgen. Daarnaast kan een huurprijs als buitensporig worden beschouwd als er kwaliteitsgebreken worden vastgesteld, zelfs al ligt die niet 20 procent boven de referentiehuurprijs.
Bron: Belga
by admin | mei 7, 2025 | Sectoren
Vooral jonge werknemers en arbeiders steeds vaker afwezig.
Het ziekteverzuim in ons land blijft verder stijgen.. Dat blijkt uit een analyse van personeelsdienstenbedrijf Securex. Vooral jongere werknemers en arbeiders zijn steeds vaker afwezig. “Het is cruciaal dat werkgevers een geïntegreerde aanpak uitwerken.”
Zowel het middellang als het langdurig ziekteverzuim in ons land stijgt tot recordhoogtes.
Concreet was op een gemiddelde werkdag 6 procent van de werknemers al een maand afwezig.
De toename is het grootst bij werknemers tussen 25 en 34 jaar oud. In die groep steeg het middellang verzuim met 26 procent tegenover de eerste helft van 2022. De langdurige afwezigheid is zelfs met 42 procent gestegen.
Jongere medewerkers hebben een grotere kans op burn-out. Daar zijn verschillende verklaringen voor. Ze zijn afhankelijker van de smartphone en hebben meer schermtijd. Ze brengen de werkdag vaak uitsluitend zittend door, waardoor ze een stuk minder bewegen dan oudere werknemers. Dat heeft negatieve gevolgen voor hun mentale en fysieke gezondheid.
Ook arbeiders zijn vaker afwezig, het verzuim steeg met 11 procent tussen de eerste jaarhelften van 2022 en 2024. Bij hen speelt vooral de fysieke aard van de job mee. Ze ondervinden soms al op jonge leeftijd fysieke klachten en hebben vaak minder flexibiliteit in hun job.
Toch is er ook een lichtpuntje: bij 55-plussers is het ziekteverzuim op middellange termijn gedaald en ook op lange termijn stabiliseert de afwezigheid.
“Het is cruciaal om een werkomgeving te creëren die niet alleen nieuwe talenten aantrekt, maar ook bijdraagt aan hun fysieke en mentale welzijn en ontwikkeling. Door te investeren in sensibilisatie, opleidingen, verbondenheid en een cultuur van fysieke beweging. Vervolgens is het wel aan de werknemer om effectief die kansen te grijpen en positieve veranderingen door te voeren”, zegt Stephanie Heurterre van Securex.
“Werkgevers moeten een geïntegreerde aanpak uitwerken, met oog voor de leeftijdsspecifieke uitdagingen van werknemers. Of het nu gaat om de zorg voor jonge kinderen of kleinkinderen, fysieke belemmeringen of veranderingsbereidheid. Door de verschillende noden te bespreken en een duidelijk kader te vormen, creëer je een omgeving die ieders gezondheid en betrokkenheid bevordert, ongeacht hun leeftijd of functie”, zegt Heurterre.
Uit recentere cijfers blijkt dat de jeugdwerkloosheid in de afgelopen vier jaar nooit hoger lag dan nu. “De jeugdwerkloosheid is gevoeliger aan conjunctuurbewegingen dan de algemene.” Al spelen ook andere factoren een rol.
Het aantal werkzoekende jongeren met een uitkering – jonger dan 25 jaar – lag in maart van dit jaar op 23.400. Dat zijn er bijna 1.500 meer dan de maand ervoor en het hoogste aantal sinds het voorjaar van 2021, zo blijkt uit de jongste statistieken van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA). Concreet: Vlaanderen telt 8.471 jongeren zonder werk met een uitkering, 727 meer op een maand tijd. In Wallonië zijn ze zelfs met 12.598, ook een toename met 730.
Ook in andere categorieën stijgt de werkloosheid. Globaal telde België in maart 302.098 werkzoekende, uitkeringsgerechtigde, volledig werklozen (inclusief bruggepensioneerden). Dat zijn er 14.756 meer dan in februari en ruim 6.000 meer op jaarbasis. Het is van januari 2023 geleden dat de kaap van de 300.000 nog eens is overschreden, aldus nog de RVA-cijfers.
Toch verdient dat cijfer bij jongeren extra aandacht. Jongerenwerkloosheidscijfers zijn doorgaans een barometer die economisch zwaar weer aangeeft. “Algemeen gesteld is de werkloosheid bij jongeren gevoeliger voor conjunctuurschommelingen dan de algemene werkloosheid”, zegt professor onderwijseconomie Dieter Verhaest (UGent).
Al spelen er volgens Tom Simonts, analist bij KBC, nog andere factoren mee. “Jongerenwerkloosheid is niet enkel een pijnpunt van onze economie, het is er één van héél Europa, het VK en de VS. Met cijfers die oplopen tot 25 procent. Er wordt veel gesproken over the war on talent, maar er is een mismatch tussen wat het onderwijs aflevert en de arbeid die de markt vraagt. Kijk maar naar de lijst knelpuntberoepen. En dan is er het generationele aspect. Jongeren nemen niet meer om het even welke job. Dat wordt soms wat op flessen getrokken, maar speelt wel degelijk mee.”
Brengt de jeugdwerkloosheid onze maatschappij in de problemen? “In de literatuur wordt er gesproken over ‘het litteken-effect’”, zei professor arbeidseconomie Stijn Baert (UGent) eerder al aan het Nieuwsblad. “Wie bij het begin van de carrière voor een langere tijd werkloos was, is dat vaak later in de carrière ook. En werkgevers zien niet graag gaten op het cv. Wie langdurig werkloos is of was, wordt gezien als minder gemotiveerd en moeilijker op te leiden.” Jongeren hebben er dus zelf baat bij om snel aan de bak te raken.
De regering-De Wever wil het recht op een werkloosheidsuitkering vanaf begin 2026 beperken tot twee jaar.
Bron: De Standaard
by admin | mei 7, 2025 | Onderwijs
Ondanks campagnes en beperkte politieke hervormingen blijft er een tekort aan leerkrachten. Vooral het tekort aan leerkrachten Nederlands en wiskunde blijft toenemen, vooral in het GO!
Hoewel het totale aantal openstaande lesopdrachten in het Gemeenschapsonderwijs gedaald is ten opzichte van een jaar geleden, is voor Nederlands en wiskunde het lerarentekort nog toegenomen. Dat blijkt uit een bevraging bij 529 scholen van het Gemeenschapsonderwijs (GO!). Ook het aantal openstaande vacatures voor schooldirecties en opvangpersoneel nam toe.
Uit die bevraging bij 529 GO!-scholen blijkt dat 70 procent van de scholen met een personeelstekort kampt. In totaal gaat het om 718 voltijdse openstaande jobs, waarvan 595 voor leraren. Het lerarentekort is het kleinst bij de start van het schooljaar en neemt toe naarmate het schooljaar vordert. Rond deze tijd is het tekort aan personeel dubbel zo groot als in september. Het GO! heeft minder openstaande lesopdrachten dan een jaar geleden door extra inspanningen van de schoolteams om de gaten zoveel mogelijk op te vullen. Maar die maatregelen leggen grote druk op de schoolteams en de onderwijskwaliteit, waarschuwt de scholengroep. Bovendien is het lerarentekort voor sommige vakken wel verder toegenomen. Zo stijgt het aantal openstaande opdrachten voor Nederlands met 5 procent en voor wiskunde met 40 procent. Ook het aantal openstaande vacatures voor schooldirecties en opvangpersoneel nam toe.
Uit cijfers van het Agentschap voor Onderwijsdiensten (Agodi) blijkt dat het ziekteverzuim jaar na jaar toeneemt en uit onderzoek van de Serv blijkt dat het aandeel werknemers met werkgerelateerde stress in het onderwijs hoger ligt dan het Vlaamse sectorgemiddelde. ‘We moeten de job werkbaarder maken’, zegt gedelegeerd bestuurder Koen Pelleriaux. Het GO! lanceert opnieuw een wervingscampagne en werkt samen met scholen rond duurzaam personeelsbeleid, maar hoopt ook dat het statuut beter gemaakt wordt deze legislatuur. Ook wil Pelleriaux inzetten op het ontzorgen van leerkrachten bij het omzetten van leerplannen naar concrete lesinhouden en leermiddelen. ‘We laten hen nu te veel aan hun lot over en laten hen zo gigantisch veel dubbel werk doen’, zegt hij.
Bron: Knack