Werkgevers discrimineren bij sollicitaties vaak zonder dat ze het beseffen: “Vooroordelen drijven onbewust boven”

Bij sollicitaties discrimineren werkgevers vaak zonder dat ze het beseffen. Dat zegt arbeidseconoom Eva Van Belle in de nieuwe podcast van ‘De Universiteit van Vlaanderen’. “Iedereen heeft vooroordelen en als 100 mensen solliciteren, komen die bovendrijven.”

Arbeidseconoom Eva Van Belle doet onderzoek naar discriminatie op de arbeidsmarkt. “Als het gaat om mensen met een migratieachtergrond krijgt niet elke groep met evenveel discriminatie te maken”, vertelt ze.

“De grootste groep migranten in België zijn Nederlanders. Die hebben daar geen last van. Terwijl mensen met een Turks of Marokkaans klinkende naam 50 procent meer moeten solliciteren alvorens uitgenodigd te worden voor een gesprek”, vertelt ze. 

Hoe komt het dat mensen gediscrimineerd worden?

Discriminatie heeft vooral te maken met vooroordelen zegt Van Belle. “Iedereen heeft vooroordelen. Als er 100 mensen solliciteren, werpt men vaak slechts 1 blik op een cv. Dan komen vooroordelen bovendrijven.”

De meeste werkgevers zijn geen racisten. Toch leiden die vooroordelen ertoe dat we anders kijken naar mensen met een andere achternaam. 

Hoe dat komt is niet altijd duidelijk. “We doen daar volop onderzoek naar. Zo doen we aan eye-tracking om te zien waar mensen vooral naar kijken bij een sollicitatiebrief en wat echt belangrijk is. Dat onderzoek is nog volop aan de gang.”

Anonieme sollicitaties zijn niet altijd een oplossing

Sollicitaties anonimiseren klinkt als een goede oplossing, maar dat werkt niet altijd. “Er bestaan ook vooroordelen over waar iemand woont, of waar je naar school bent gegaan. Werkgevers zullen dan onbewust daarop discrimineren.” 

Ook artificiële intelligentie helpt niet altijd. “AI is getraind op menselijke data en dus kopieert het onze vooroordelen”, vertelt Van Belle. “Amazon bijvoorbeeld, gebruikte een tijdje AI. Tot het bedrijf ontdekte dat hun systeem enkel mannen selecteerde voor ingenieursposities.”

Een gestructureerde aanpak helpt tegen vooroordelen

Een gestructureerde aanpak helpt. “Er is minder discriminatie als een team met vaste protocollen werkt, dan 1 iemand op basis van buikgevoel”, zegt Van Belle.

“Recruiters moeten zich ook bewust zijn van hun vooroordelen. Idealiter heb je ook een team van verschillende mensen, dan balanceren de vooroordelen al wat meer uit”, besluit ze. 

Bron: vrt.nws

Verdienmodel in plaats van middel om spijbelen tegen te gaan? Spijbelboetes leveren Vlaanderen 10 miljoen euro op

De Vlaamse Regering wil 10.000 gezinnen hun schooltoelage, die deel uitmaakt van het Groeipakket, afnemen als hun kind het voorbij schooljaar te vaak ongewettigd afwezig was op school. Dat levert dit jaar nog 10 miljoen euro meer op dan de huidige werkwijze, waarbij pas na 2 jaar ongewettigde afwezigheden een inhouding volgt. In 2028 en 2029 zou dat Vlaanderen zelfs 11 miljoen euro extra opbrengen. Dat blijkt uit een antwoord op een schriftelijke vraag van Vlaams Parlementslid Line De Witte (PVDA).

Als je 30 halve dagen of meer zonder geldige reden afwezig bent op school, is er sprake van problematisch spijbelgedrag. Als dat gedurende 2 schooljaren wordt vastgesteld, riskeren ouders de schooltoelage voor hun schoolplichtig kind kwijt te spelen. Vanaf september wordt 1 schooljaar de maatstaf.

De Vlaamse regering schat dat in september 10.000 leerlingen zullen worden gesanctioneerd, goed voor een opbrengst van 10 miljoen euro. In 2028 en 2029 zou dat Vlaanderen zelfs 11 miljoen euro opbrengen, blijkt uit een antwoord van Vlaams minister van Welzijn Caroline Gennez (Vooruit) op een schriftelijke vraag van Vlaams Parlementslid Line De Witte (PVDA). Eigenlijk gaat het over een bevoegdheid van haar collega van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA), maar het is Gennez die het Groeipakket beheert.

Line De Witte is niet tevreden. “De regering wil steeds meer gezinnen spijbelboetes geven, terwijl bewezen is dat zoiets niet helpt”, zegt ze. “Deze aanpak is de afgelopen jaren al geprobeerd, maar heeft niets opgelost. Integendeel, het aantal ongewettigde afwezigheden blijft stijgen. Wij stellen daarom voor om de oorzaken aan te pakken, in plaats van ouders te bestraffen met boetes van gemiddeld 1.000 euro.”

10 jaar geleden al gaf de Vlaamse ombudsman aan dat de terugvordering van de schooltoelage bij hardnekkige spijbelaars beter kon worden afgeschaft. “Het aantal spijbelaars vermindert namelijk niet door de maatregel, en bovendien blijkt de sanctie in de eerste plaats mensen met een laag inkomen te raken”, klonk het toen. Door de opbrengst van de maatregel voor de komende jaren hoger in te schatten lijkt de regering de indruk te geven dat ze rekent op nog meer spijbelaars dan nu hetgeval is.

“Het illustreert hoe de Vlaamse Regering te werk gaat”, zegt Line De Witte. “Ze delen boetes uit voor alles wat fout loopt, maar nemen nooit hun eigen beleid onder de loep.”

Bron: vrt.nws

“Dat is iets uit de vorige eeuw”, zegt Vooruit-voorzitter Conner Rousseau. “De tijd is rijp om de discussie opnieuw te openen. Ik ga ervan uit dat we resultaat kunnen boeken.”

Bij het afstammingscentrum zijn al zeker 16 nieuwe vragen binnengelopen sinds het nieuws dat het misliep met een donor van een spermabank in Denemarken. Omdat dit Vlaams aanspreekpunt voor vragen over afstamming en verwantschap te weinig mensen en middelen heeft, komen mensen meteen op een wachtlijst van ruim een jaar terecht.

“In de app zie ik al 16 nieuwe meldingen en dan moet ik de mailbox nog openen.” Ankie Vandekerckhove, coördinator van het afstammingscentrum, verwacht nog meer nieuwe meldingen.

Nu met het nieuws over een donor uit Denemarken met een genetisch defect duidelijk is dat de wet om maximaal 6 moeders te bevruchten met het zaad van 1 donor niet altijd zorgvuldig is gevolgd, zitten meer mensen met vragen over hun afstamming. “Helaas moeten wij hen slecht nieuws geven: ze komen meteen terecht op een wachtlijst van meer dan een jaar.”

Met elk schandaal meer vragen

Het afstammingscentrum ontstond uit de vraag van metissen (kinderen van een Afrikaanse moeder en een Belgische koloniale vader), adoptiekinderen en dus ook donorkinderen. “We zijn 4 jaar bezig. De overheid had gemiddeld 120 vragen per jaar voor ogen. Maar het zijn er merkelijk meer”, zegt Vandekerckhove. “Vorig jaar kregen we opeens al 421 nieuwe meldingen.”

“Dat brengt ons op een totaal van 1.400 meldingen op dit moment. Daardoor kunnen we mensen niet meteen voor een intakegesprek uitnodigen. Dat is pijnlijk: ze zijn al lang aan het wachten, en dan krijgen ze opnieuw te horen dat ze niet geholpen kunnen worden.”

“Telkens een soortgelijk verhaal in de media komt, zien we het aantal aanmeldingen stijgen. Dat zijn niet allemaal afstammings- en zoekvragen, maar ook gewoon mensen die op zoek zijn naar info. We proberen iedereen verder te helpen, maar krijgen de aanvragen niet meer gebolwerkt.” 

Zonder verlenging van tijdelijke medewerkers, gaat alle kennis verloren

Momenteel werkt het centrum aan het Vlaams adoptieonderzoek. Na dat schandaal waren er sowieso al meer meldingen. Het werk van de trajectbegeleiders is zeer tijds- en arbeidsintensief en niet in een paar dagen opgelost.

Donorkinderen krijgen de vraag zich te registreren met een speeksel- en DNA-staal bij een commerciële databank. Vervolgens krijgen ze hulp met het interpreteren van de resultaten en tips hoe ze verder kunnen zoeken in hun stamboom.

Als mensen hun donor zelf hebben gevonden, kan het centrum bemiddeling starten. Ook voor de zaken waarin niets te vinden is, waken ze erover dat mensen niet alleen komen te staan. “We zorgen voor ondersteuning en psychosociale begeleiding. Dat is echt de meerwaarde van ons centrum.”

“We werken met slechts 2,5 voltijdse medewerkers. In totaal zijn we met 10 collega’s, maar dat zijn bijna allemaal tijdelijke medewerkers. Als hun contract eind dit jaar niet verlengd kan worden, gaat alle kennis verloren en lopen we nog meer achterstand op.”

De wensgezinnen gaan nu de prijs betalen

Wat nu naar boven komt is dramatisch, maar helaas geen uitzondering vreest Vandekerckhove. “Spermabanken zijn commerciële organisaties. Hun product moet opbrengen. Nochtans is de wet van 2007 duidelijk: 6 vrouwen per donor. Tot de registratieplicht in januari 2024 was er geen controle. Dat is niet ernstig. En al zeker voor 2007: van alles wat daarvoor gebeurd is, zijn geen sporen te vinden.”

“In 30 jaar tijd verjaart een dossier en wordt het vernietigd. Wie nu de prijs gaat betalen, zijn de wensgezinnen. Voor hun legitieme kinderwens is materiaal gebruikt op een manier die wettelijk niet koosjer was. De gezinnen zelf gaan hier nu de gevolgen van moeten dragen, emotioneel en financieel, mochten ze willen procederen.”

Misschien maken dergelijke schandalen duidelijk dat meer ondersteuning nodig is voor dit soort afstammingsvragen. Vandekerckhove: “Is het niet tijd om de manier van doneren minder evident te maken en eindelijk duidelijkheid te geven over: wie is de donor? Hoeveel kinderen zijn hier al mee gemaakt geweest?”

“De eerste 50 jaar van ivf- en donorconceptie hebben de vragen en rechten van wensouders en donoren doorgewogen. Nu moeten de rechten van de donorkinderen centraal komen. Zij waren geen betrokken partij, hebben niet gevraagd om er te komen, maar staan wel alleen met alle gevolgen.”

Donoren kunnen zich vrijwillig melden met een DNA-staal

Donoren kunnen zich vanaf nu ook vrijwillig bij het afstammingscentrum melden. In samenwerking met het centrum menselijke erfelijkheid van UZ Leuven zorgen ze voor een onmiddellijke screening van hun DNA-staal. “Zo kunnen we hopelijk in de toekomst sneller en makkelijker donoren en kinderen aan elkaar linken.”

Het afstammingscentrum valt onder het kenniscentrum van Pleegzorg Vlaanderen, dus onder Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Armoedebestrijding Caroline Gennez (Vooruit). In haar beleidsverklaring tekent ze op dat ‘wordt ingezet op verdere versterking en professionalisering van het afstammingscentrum.’ Maar over de concrete uitwerking kan de minister op dit moment nog niet meer zeggen. 

Bron: vrt.nws

Afbraakpolitiek bedreigt het spoor – enkel strijd kan dit stoppen!

Waarom de woede van het spoorpersoneel overkookt

Het zit er bovenarms op tussen het spoorpersoneel en de Arizona-regering. De aanvallen op het personeel zijn niet min. Alles ligt onder vuur. Langer werken voor minder pensioen is onverteerbaar, maar het gaat verder dan dat. Op een ogenblik dat de mobiliteitscrisis en het klimaat schreeuwen om meer en beter openbaar vervoer, komt Arizona met een afbraakbeleid. Protest daartegen voorstellen als ‘hinder voor  de reizigers’, is op zijn zachtst gezegd hypocriet en misplaatst. Wij laten een stem aan het woord die de reguliere media zelden haalt, die van het spoorpersoneel. We spraken met een treinbegeleider.

Waarom is het spoorpersoneel zo kwaad?

“De pensioenen zijn het gevoeligste punt. De leeftijd voor het rijdend personeel wordt opgetrokken naar 67 jaar, waarbij er elk jaar een jaar bijkomt. Wie volgend jaar jonger is dan 55, zal veel langer moeten werken. Enkel wie dan al 55 is, maar pas enkele jaren later de vereiste dertig jaar rollende dienst bereikt, ontsnapt aan de verhoging van de pensioenleeftijd. Ook het niet-rijdend personeel moet langer blijven, maar daar is het verschil iets minder groot.”

Daarnaast wordt de berekening slechter. De tantièmes, die o.a. bepalen welk percentage van de refertewedde je zal krijgen als pensioen, worden voor iedereen 1/60. Hierdoor moet je dus 45 jaar werken om aan het maximum van 75% te komen, in plaats van momenteel 36 jaar voor rijdend personeel en 41,3 jaar voor sedentair personeel. Nu wordt het pensioenbedrag berekend op basis het gemiddelde van de laatste vier jaarweddes, dat wordt uitgebreid tot uiteindelijk de volledige loopbaan. Aan het begin van je loopbaan ligt het loon lager, het pensioenbedrag zal dus drastisch dalen. Langer werken voor minder pensioen, dat is onverteerbaar!”

“Een tegenargument luidt steevast dat anderen ook tot 67 moeten werken. Dat is inderdaad een probleem, zeker voor zware beroepen. Het probleem van verpleegkundigen die tot 67 moeten werken, is echter niet opgelost als wij langer werken. Er moet voor iedereen een daling van de pensioenleeftijd komen en er is voor alle zware beroepen een regeling nodig. We mogen ons daarrond niet laten verdelen.”

“De ongerustheid onder het personeel gaat ook over de lonen vandaag. Er is ongerustheid over de premies nu de verplichte zondagsrust en het verbod op nachtarbeid afgeschaft. Het schrappen van nachtpremies begint bij enkele sectoren, zoals de logistiek, maar we kunnen er gif op innemen dat het nadien wordt veralgemeend. Dat zien we vandaag met de vervroegde uittredingsmogelijkheden voor werkenden met een zwaar beroep. Zondagswerk kan eenzijdig ingevierd worden en de vergoeding staat onder druk. Wij werken vaak in het weekend en op onmogelijke uren in de nacht. De premies hiervoor zijn een belangrijk deel van onze verloning.”

“Dan is er nog onder meer de voorgestelde wijziging in het sociaal overleg. De twee derde meerderheid in de Nationale Paritaire Commissie ligt onder vuur, waardoor er bijvoorbeeld voor wijzigingen aan de rij- en rusttijden niet langer minstens één grote vakbond akkoord zou moeten gaan met de directie. Dat kan bijvoorbeeld de deur openen om aan de betaling van onderbrekingen tussen twee ritten te morrelen. Het uithollen van HR Rail, onze echte werkgever, kan ertoe leiden dat toekomstig personeel van de NMBS of Infrabel niet langer statutair is en dat niet langer iedereen dezelfde werkgever zal hebben.”

“En dan zijn er nog de besparingen natuurlijk: de regering wil 675 miljoen besparen op de NMBS, de operator. De N-VA wil de NMBS privatiseren of toch 49% ervan verkopen, wat eigenlijk hetzelfde is: het doel is om de NMBS nog meer als privaat bedrijf te beheren. Infrabel ligt niet in het vizier. De Britse ervaring leidde tot treinrampen en de infrastructuur wordt als strategisch gezien, wat met de huidige oorlogsretoriek niet onbelangrijk is.” 

We zitten ondertussen aan meer dan 20 stakingsdagen, die allemaal goed opgevolgd worden. Er is voor het eerst een gemeenschappelijk front van grote en kleine vakbonden. Maar is er ook een echt actieplan?

“We hebben inderdaad al 20 stakingsdagen gehad dit jaar. Het begon met de betoging op 13 januari die veel woede toonde. De impact op het treinverkeer was groot: minder dan een kwart van de treinen reed. Op de betoging waren veel collega’s, zeker 500.”

“Hierna volgde de negendaagse staking van OVS en ASTB. Het ging om beurtstakingen volgens beroepscategorie. De impact verschilde van dag tot dag, maar op de dagen waarvoor de treinbegeleiders en –bestuurders werden opgeroepen werd er alleszins veel gestaakt. Het seinhuis van Namen ging twee dagen volledig plat, waardoor er in die regio niets kon rijden. De twee vakbonden boksten boven hun gewicht.”

“Met een negendaagse staking wordt de minimale dienstverlening zwaar onder druk gezet. Die dienstverlening is voorzien op 24-urenstakingen. Een langere staking waarbij verschillende beroepsgroepen afwisselend staken, zet de volledige keten onder druk. Als bijvoorbeeld het personeel dat de alternatieve dienstverlening moet opstellen staakt, wordt het opstellen van een dienstverlening voor de volgende twee dagen erg moeilijk. Het volledig scenario moet immers kloppen: het materieel moet ingepland worden, er moeten bestuurders en begeleiders zijn … Alles haakt op elkaar in. Deze tactiek is interessant omdat er met een minimum aan stakingsdagen per personeelslid een maximaal effect gedurende een groter aantal dagen is.”

“In de week voor 31 maart was er een stakingsoproep door Metisp, een erg kleine vakbond. Die oproep werd minder opgevolgd, maar toch waren er al bij al veel stakers. Het toont de woede onder het personeel. Het is trouwens opmerkelijk dat de meeste stakingsdagen zonder vergoeding gebeurden: ACOD en ACV betalen enkel voor dagen die zij erkenden, ASTB betaalt geen vergoeding, OVS kan maar een kleine vergoeding voor een beperkt aantal dagen uitbetalen. Als zoveel collega’s staken zonder stakersvergoeding, weet je dat het personeel echt kwaad is.”

“Het is positief dat er voor het eerst een front is gevormd van vijf vakbonden: OVS en ASTB enerzijds en de klassieke kleurenbonden ACOD, ACV en VSOA anderzijds. ASTB en OVS schorten hun geplande week staking in april op en schaarden zich net als VSOA achter het plan van ACOD en ACV om te staken op 31 maart (algemene staking) en vervolgens regionale stakingen te houden op 8, 15 en 22 april, gevolgd door een algemene staking op 29 april. De impact blijft erg groot, met soms minder dan de helft van de treinen die rijdt en daarnaast een grote deelname in bijvoorbeeld de werkplaatsen. Het gezamenlijk front is ongezien en belangrijk: het versterkt onze slagkracht en het is een uitdrukking van de roep naar een duidelijk actieplan dat door iedereen gedragen wordt.”

“Een deel van de collega’s wil er echt voor gaan en hard staken. Bij anderen begint het financieel door te wegen. Er zijn bovendien erg verschillende situaties onder collega’s naargelang ze al dan niet statutair zijn, rijdend of sedentair personeel zijn, hoe oud ze zijn of nog als ze enkel daguren werken. De propaganda van de regering die op volle toeren draait, leidt tot verwarring. Sommige collega’s zien geen antwoord op de stelling dat iedereen nu eenmaal moet besparen. Er komen antwoorden vanuit de vakbonden, maar op te kleine schaal. Personeelsvergaderingen blijven te beperkt en er zijn bredere informatiecampagnes nodig naar de reizigers en de publieke opinie.”

“Er is nog onduidelijkheid over wat er in mei en juni zal gebeuren. Sommigen pleiten ervoor om tot na de zomer te wachten. Dat zal de propaganda en de verwarring niet stoppen. Anderen pleiten voor losstaande acties, zoals nogmaals regionale stakingen. Een andere mogelijkheid is om de tactiek van OVS en ASTB verder uit te werken en bijvoorbeeld 5 tot 6 dagen te staken met een beurtrol per beroepsgroep.”

“Dat er nog acties zullen volgen, spreekt voor zich. Jambon wil enkel spreken over overgangsmaatregelen. Bevoegd minister Crucke wil wel praten, maar waarover? ACOD stelde alvast als voorwaarden dat HR Rail de enige werkgever blijft voor al het personeel en dat de statutaire aanwervingen behouden blijven.”

In de media wordt vooral gesproken over de ‘hinder’ voor reizigers. Is er een strategie om op die propaganda te antwoorden?

“Het offensief van de media is groter en breder, zowel kwantitatief als kwalitatief. Ze zijn voor niets verlegen in de kranten of aan de tafel van Gert. Er wordt bitter weinig op geantwoord. Over de mogelijkheid van pensioen op 55 jaar na 30 jaar rollende dienst, wordt niet gezegd dat het enkel over rijdend personeel gaat en wordt niets gezegd over de uren waarop we werken. Er wordt niet bij gezegd dat er amper collega’s zijn die aan de voorwaarden voldoen om op 55 te gaan. Het argument dat we allemaal ouder worden en dus langer moeten werken, is oneerlijk. Er zijn grote verschillen naargelang het werk je doet. Er is ook zoiets als gezonde levensjaren. Ik werk al enige jaren bij het spoor en was al op te veel begrafenissen van pas gepensioneerde collega’s die nog maar begin de 60 waren.”

“Het is belachelijk als de regering en de media beweren dat wij de reizigers gijzelen, terwijl de regering die bijna 700 miljoen wil besparen op de NMBS. Het fabeltje van de extra investeringen om meer reizigers aan te trekken, klinkt hol en is beperkt tot de lijnen tussen grote steden. Net als bij De Lijn is er het plan om vooral in te zetten op drukke verbindingen, terwijl elders bespaard wordt. Haltes met weinig reizigers worden geschrapt, alsof mensen op de buiten geen belastingen betalen en geen recht hebben op openbaar vervoer. Het verhaaltje dat er geen geld is voor betere dienstverlening is nonsens, kijk naar de cadeaus aan de werkgevers. De traditionele politici hebben de tekorten zelf gecreëerd.”

“Sommige media stellen dat we misbruik zouden maken van ons stakingsrecht. Je eigen arbeid terugtrekken, hoe kan je dat misbruiken? Er zijn pogingen om het stakingsrecht verder te beperken en richting opvorderingen van personeel te gaan. Minister Crucke wil juridisch onderzoeken of stakingsaanzeggingen kunnen geweigerd worden. In plaats van de redenen voor ons ongenoegen aan te pakken, willen ze ons protest beperken.”

“Als we voorgesteld worden als luie profiteurs, groeit de woede enkel maar. Die politici en commentatoren die het allemaal zo goed weten, moeten maar eens een maand meedraaien met onze onmogelijke werkuren en omgaan met agressieve reizigers. Maar we moeten er niet op rekenen dat zij tot inzichten komen, we zullen zelf een krachtsverhouding moeten opbouwen. Zowel onder de collega’s als onder de reizigers moeten we daar verder aan werken met een duidelijk en opbouwend actieplan.”

Bron: socialisme.be

Remedies tegen hufterpolitiek

Remedies tegen hufterpolitiek

Negeer de shitshow en verleg de aandacht van de spektakelpolitiek naar de proteststemmers zelf. Hen moet je ervan overtuigen dat rechtse clowns hen simpelweg voor de gek houden met een duistere droomfabriek.

Sommige media buigen wat mee in het discours van de macht, ze is tenslotte electoraal verkozen. Maar hoe ga je om met politici die de democratische check and balances viseren? Terwijl Amerikaanse rechters nu de ongrondwettelijke beslissingen van Trump aanklagen, verdraaide Musk dat weerwerk vorige week retorisch tot een ‘rechtercoup’ en eist hun ontslag op zijn X. De democratie zou in gevaar zijn, aldus deze miljardair die nooit werd verkozen. Alsof dat zijn bezorgdheid is?

Commentatoren die Trump vorig jaar nog als een gevaarlijke gek omschreven, voelen zich nu gedwongen om in al het opportunistische bochtenwerk van de nieuwe president enigszins verzoenend een rechte lijn van een tacticus terug te vinden. Dit ‘Trump-verstehen’, zeg maar, rendeert voor radicaalrechts: de huftertruc bestaat er immers uit aandacht op te eisen via een schoktherapie van provocaties. Dat werpt een lange schaduw aan sensatie die Trump groter maakt dan hij is. Bakvisgebral intimideert ook ernstige tegenstanders. Die schieten verbijsterd in een kramp, niet goed wetende of en hoe hier nog op te reageren valt. Ondertussen hoor je journalisten doorheen hun analyses zuchten: zijn ze nu echt gedwongen tot de verslaggeving van het ego-geblaas tussen losbandige figuren onderling, zoals Trump, Musk en andere raddraaiers?

NEGEER DE SHITSHOW

Hoe omgaan met hufterpolitiek is evengoed aan deze kant van de oceaan een urgent vraagstuk. Het blijft vanzelfsprekend noodzakelijk om de inconsistenties en de leugens van machthebbers te doorprikken en via analyses historisch inzicht mee te geven om verder te leren kijken dan de waan van de dag. Want geheugenverlies en gebrek aan feitenkennis maken van de proteststemmer een speelbal van extremisten. Maar wat ook helpt, is de aandacht verleggen van de spektakelpolitiek op de proteststemmer zelf.

In zijn boek Disaster Nationalism. The Downfall of Liberal Civilisation (2024) reikt de Ierse filosoof Richard Seymour hieromtrent alvast interessante inzichten aan. Ondanks de euforie van de achterban, blijken de troepen van Trump wel met touw en spuug samen te hangen. Aan de ene kant heb je libertaire individualisten, aan de andere kant autoritaire karakters met theocratische trekjes. Je hebt anti-elitaire en antiglobalistische anarchisten, maar tegelijk ook gespierde, goudjagende kapitalisten. Klimaatontkenners die met een zonnebril de toekomst tegemoet kijken, protesteren samen met preppers en eco-fascisten die zich al aan het ingraven zijn. Dan heb je ook nog puriteinen in volle morele paniek die ‘de vrouw’ willen beschermen tegen transpersonen. Ze lopen wel aan de hand van seksistische, pussy-grabbing macho’s. En je hebt slijkrijke beleggers, samen met werkende armen met meerdere flutjobs.

Die interne verdeeldheid verdient aandacht. Omdat het proteststemmers kan doen inzien dat ze in trance focussen op een gezamenlijke externe vijand, hoewel ze onderling duidelijk niet in hetzelfde team zitten. Zo doorbreek je de politieke zwaartekracht van het radicaalrechtse offensief.

MIDDENKLASSEHAAT

Filosoof Seymour wijst er ook op dat de ruk naar rechts er niet louter kwam doordat heel wat mensen sociaaleconomisch achterop geraakten door decennialang neoliberaal beleid, door de impact van de financiële crisis in 2008 en door de alsmaar toenemende ongelijkheid. Wie sociologisch op miseriesafari gaat in kansarme regio’s om daar te gaan luisteren naar de grieven en daaruit dan besluit dat de volkswoede een gevolg is van verwaarlozing, bleef toch doof voor het rauwe racisme en de rancune die er dikwijls de boventoon haalt.

Dat valt des te meer op bij de middenklasse, waar radicaalrechts een groot deel van haar publiek rekruteert. Kijk naar MR in Wallonië. Die proteststemmers hebben het nog vrij goed, maar zien geen vooruitgang meer. Hier speelt vooral schrik voor statusverlies. Niet zozeer het ressentiment ten aanzien van de rijken is wat de wrok motiveert, wel de angst om af te glijden op de sociale ladder. Als je dan kiesgedrag gaat uitleggen doordat mensen vergeten zijn, genereer je bij deze bevolkingsgroep een averechts effect. Deze kiezers oproepen tot solidariteit, hoe fundamenteel dat ook is, is dan zoals hete thee gieten in een chocolade theepot. Want veel van deze misnoegden willen zich net blijven onderscheiden van de lagere klassen. Hoe meer ze op gelijke voet dreigen te komen, hoe meer de afkeer toeneemt. Zij willen immers de Tesla, geen Aldi of Action.

DUISTERE DROOMFABRIEK

Deze proteststemmers moet je, aldus Seymour, er eerder van overtuigen dat rechtse clowns hen simpelweg voor de gek houden met een duistere droomfabriek. Zij dekken echte problemen, zoals de toekomstige massaextinctie ten gevolge van de klimaatverstoring, toe door zondebokken aan te wijzen. En voor je het weet hoor je daar ook bij, dan ben jij de volgende in rij. In ons land liggen leraren en ambtenaren intussen ook al in het vizier van een rechtse verdeel-en-heerspolitiek.

Zo’n rechts beleid probeert het kapitalisme slechts te depanneren door mensenrechten te dumpen en de sociale zekerheid af te bouwen. Door hulpprogramma’s, publieke diensten en internationale akkoorden op te schorten. Deportatie en conflict zijn dan de uitlaatklep voor opgebouwd onbehagen. Meer nog: ze misleiden mensen omdat ze hun frustraties willen kanaliseren in haat tegen iets tastbaars waarop je jouw woede kan afreageren. Op de klimaatcrisis kan je niet slaan, op asielzoekers wel. Net zoals virologen tijdens de coronacrisis soms een schietschijf werden omdat ze functioneerden als een substituut voor dat irritante, ongrijpbare virus zelf.

Maar net zoals bij een spinnenfobie verdwijnt het probleem niet door spinnen plat te slaan. Als de verhoopte verlossing uitblijft, na al de valse beloftes over eeuwige groei, grootsheid en vooruitgang, eindig je in een orgie van doodsdrift, geweld en zuiveringsrituelen. Juist daarin ligt de aantrekking van het fascisme: medemenselijkheid en humane moraal te kunnen afschudden en zonder schroom voor de wet van de sterkste te kiezen. Dat Trump straffeloos zijn voeten aan normen en wetten veegt, fascineert sommigen omdat het voor hen als een bevrijding overkomt: verlost van al die sociale verwachtingen.

KILL, BABY, KILL!

Fascistisch genot, zo leerde de geschiedenis ons al, eindigt in collectieve vernietiging. Het opgepookte geweld slaat vroeg of laat naar binnen, dan eten radicaalrechtse provocateurs ook elkaar op. Slimmer is daarom om er op te wijzen dat de hufterpolitiek inspeelt op een doorgeschoten individualisme en dat tracht uit te buiten. Wie denkt alleen voor zichzelf te kunnen opkomen, vergeet dat we nu eenmaal niet alleen op de wereld leven. Of we dat nu fijn vinden of niet, we hebben de ander nodig. Zonder elkaar geraken we simpelweg nergens, we zullen het dus toch samen moeten doen.

Vorige eeuw had het Westen twee wereldoorlogen nodig om in te zien dat we maar beter kunnen samenwerken. Sinds Piketty weten we ook dat de ongelijkheid al decennialang toeneemt. Rijken worden steeds rijker, armen nog armer. Daarom is er pas hoop als we er samen in slagen om de organisatie van onze economische huishouding om te gooien zodat we deze tendens kunnen doorbreken. Het alternatief laat zich voorspellen: kill, baby, kill!

Bron: Sampol.be