Volgens Joris van de Aa zouden de “investeringen in een performante politie en justitie zich op termijn dubbel en dik terug verdienen”.
In een artikel in GVA zegt hij dat “Iedereen zijn steentje moet bijdragen om de staatsfinanciën op orde te krijgen. Toch hebben de magistraten gelijk dat ze de confrontatie aangaan met de Arizona-regering”.
Veroordeelden die massaal naar de gevangenis gestuurd worden, rechtszaken die uitgesteld worden, strafbare feiten die niet meer vervolgd worden: de acties van de Belgische magistraten tegen de pensioenhervorming van de regering-De Wever worden steeds heviger. De parketmagistraten en de rechters pikken het niet dat de regering het mes zet in hun ‘royale’ pensioenen.
Minister van Pensioenen Jan Jambon (N-VA) vond dat de hervorming van de magistratenpensioenen nogal meeviel. Maar wie de berekeningen van de experten erbij neemt, moet toegeven dat sommige magistraten in de toekomst echt wel fors moeten inleveren. Toegegeven, zelfs na de hervorming zullen magistraten nog altijd een zeer goed pensioen krijgen. Maar je kan van mensen niet verwachten dat ze blij zijn wanneer ze een vijfde van hun brutopensioen kwijtraken. Sommigen proberen de magistraten weg te zetten als verwende egoïsten, die het vertikken om hun steentje bij te dragen aan de pensioenhervorming. Dat is een verwijt dat het overgrote deel van de parketmagistraten en rechters gewoon niet verdient.
Dat de magistraten nu zo hevig reageren op de plannen van de regering, heeft vooral te maken met het uitblijven van de noodzakelijke investeringen in een performante en menselijke politie en justitie. Telkens opnieuw beloven politici iets te doen aan de mensenrechtenschendingen in onze gevangenissen, maar telkens opnieuw komen onze regeringen af met lapmiddelen. Keer op keer beloven politici om justitie de middelen te geven die nodig zijn, maar keer op keer moet justitie het doen met wat kruimels. Rechtbanken zijn gehuisvest in krotten en moeten werken met verouderd of defect computermateriaal. De facturen van tolken, deskundigen of takeldiensten worden gewoon niet betaald, waardoor rechtszaken onnodig blijven aanslepen.
Bij de politiediensten is de situatie evengoed om te huilen. Fraudeurs, witwassers en oplichters krijgen quasi vrij spel, omdat er gewoon geen manschappen zijn die hen een halt toeroepen. Waar blijft de regering met die FIOD, die het geld van criminelen zou gaan afpakken? Hoe is het mogelijk dat een COIV, dat het criminele vermogen zou moeten verzilveren ten behoeve van de staat, alleen maar geld verkwanselt? Magistraten en politiemensen moeten nu al decennialang aanhoren dat er voor hen geen geld is, terwijl investeringen in een performante politie en justitie zich op termijn dubbel en dik terugverdienen.
Goed dat de magistraten onze politici daaraan proberen te herinneren, is zijn besluit.
Neutr-On erkent de problemen bij Justitie maar zij zijn in hetzelfde bedje ziek als het onderwijs en de zorgsector. Er is inderdaad veel ophef over de pensioenhervormingen voor magistraten en rechters in België. De federale regering heeft plannen aangekondigd die aanzienlijke gevolgen hebben voor hun pensioenrechten. De hervormingen omvatten onder andere een beperkte indexatie voor pensioenen boven €5.250 bruto, het afschaffen van bepaalde overgangsmaatregelen, en een verlenging van de loopbaanvereisten. Hierdoor vrezen magistraten dat ze 30 à 40% minder pensioen zullen ontvangen.
Sommige topmagistraten hebben tot 8.000 euro bruto pensioen per maand.
Dat is voor Neutr-On toch teveel, vooral dan omdat Justitie vierkant draait. België is al tientallen keren veroordeeld door het Europese Hof van de Rechten van de Mens voor de slechte werking van Justitie.
Men probeert zaken zo lang mogelijk te rekken tot ze verjaart zijn. Processen kunnen tientallen jaren aanslepen, terwijl vonnissen in het buitenland doorgaans al na één jaar uitgesproken worden.
Zowel bij justitie als bij de Politie is er een kabouter-Lui-mentaliteit en de politici slagen er niet in het tij te doen keren.
De slechte werking van Justitie in België ligt al langer onder vuur, en recentelijk is de kritiek alleen maar toegenomen. Er zijn verschillende structurele problemen die de efficiëntie en betrouwbaarheid van het rechtssysteem ondermijnen:
Personeelstekorten: Er zijn te weinig magistraten en administratief personeel, waardoor rechtszaken vaak lang aanslepen.
Gebrekkige infrastructuur: Veel gerechtsgebouwen zijn verouderd en kampen met problemen zoals asbest, schimmel en slechte verlichting.
Digitale achterstand: De digitalisering van justitie verloopt traag en inefficiënt, wat leidt tot vertragingen en administratieve chaos.
Niet-uitvoering van straffen: Uitgesproken straffen worden vaak niet effectief uitgevoerd, wat het vertrouwen van burgers in het rechtssysteem ondermijnt.
Onbekwaam personeel: de politieke benoemingen en vriendjespolitiek, zoals fraude bij de examens, zorgen ervoor dat veel benoemden hun taak niet aankunnen.
Protestacties: Magistraten en rechters voeren steeds vaker actie tegen de pensioenhervormingen en de algemene onderfinanciering van justitie. Dit leidt tot uitgestelde rechtszaken en andere verstoringen.
Vlaams minister van Justitie Zuhal Demir heeft gewaarschuwd dat de protesten gevaarlijk zijn voor de democratie en rechtsstaat, maar erkent dat er structurele hervormingen nodig zijn. De Hoge Raad voor Justitie roept op tot constructief overleg tussen de rechterlijke, wetgevende en uitvoerende macht om een oplossing te vinden.
De Belgische regering heeft onlangs een pensioenhervorming aangekondigd die aanzienlijke gevolgen heeft voor magistraten en gerechtspersoneel. Hier zijn enkele belangrijke punten:
Beperkte indexatie: Pensioenen boven €5.250 bruto worden slechts beperkt geïndexeerd.
Geen overgangsmaatregelen: De veranderingen gaan onmiddellijk in.
Strengere loopbaanvereisten: Vanaf 2027 moet een magistraat voor zijn 27ste benoemd zijn én zijn studiejaren afgekocht hebben om een volledig pensioen op te bouwen.
Langere loopbaan: Het aantal werkjaren dat nodig is voor een volledig pensioen stijgt van 36 naar 45 jaar.
Nieuwe berekening: Het pensioen wordt berekend op basis van het gemiddelde loon van de volledige loopbaan in plaats van de laatste 10 dienstjaren.
Deze hervormingen hebben geleid tot protestacties van magistraten, die vrezen dat hun onafhankelijkheid en de aantrekkelijkheid van de magistratuur in gevaar komen. Sommigen weigeren parlementaire vragen te beantwoorden of werken niet langer mee aan bepaalde werkgroepen. Veel magistraten en gerechtspersoneel zijn boos en voeren protestacties. Zo hebben sommige parketmagistraten besloten om duizenden veroordeelden die thuis zaten, naar de gevangenis te sturen als protest. Ook vrede- en politierechters in Namen sluiten zich aan bij de acties. Ze vrezen dat deze maatregelen de onafhankelijkheid en aantrekkelijkheid van de magistratuur zullen aantasten, waardoor ervaren juristen minder geneigd zullen zijn om rechter of magistraat te worden.
Paus Franciscus is overleden. De Argentijn was paus sinds 2013 en heeft een opvallend parcours afgelegd. Hij was een charismatische leider voor zowat anderhalf miljard gelovigen. Zijn hervormingsdrift slaagde slechts gedeeltelijk door de vele tegenkantingen van conservatieven in het Vaticaan. Franciscus sukkelde de voorbije jaren met zijn gezondheid. Hij werd 88 jaar oud.
Franciscus werd geboren als Jorge Mario Bergoglio op 17 december 1936 in Buenos Aires in Argentinië.
Zijn vader is een uitgeweken Italiaan, zijn moeder een Argentijnse van Italiaanse ouders. Een kind van emigranten dus.
Hij studeert af als chemisch technicus en werkt een tijdlang in een fabriek. Tot hij uiteindelijk kiest voor het religieuze leven door zich aan te sluiten bij de jezuïeten. Hij begint theologie en wijsbegeerte te studeren en geeft tussendoor ook les aan enkele colleges.
Pas op 33-jarige leeftijd wordt hij tot priester gewijd. Hij bereidt zich in Spanje voor op een vroom leven als jezuïet. Hij doceert er nog even en wordt uiteindelijk ‘provinciaal’ van de jezuïeten in zijn land. Het is meteen een grote stap in zijn carrière, tekenend voor zijn aanleg voor leiderschap. Bergoglio verblijft vaak in het buitenland om te studeren en te doceren. In de jaren 90 maakt hij carrière: hulpbisschop, bisschop en aartsbisschop in Buenos Aires. In 2001 creëert paus Johannes-Paulus II hem tot kardinaal, op zijn 65e behoort hij tot de top in het Vaticaan. Hij groeit uit tot de meest invloedrijke kardinaal van Zuid-Amerika en bekleedt al snel diverse functies binnen de curie, het bestuursorgaan van de Rooms-Katholieke Kerk.
Bergoglio wordt vanaf 2013, na een kort conclaaf, paus. Hij wordt de eerste niet-Europese paus uit de geschiedenis, de eerste Zuid-Amerikaan, de eerste jezuïet ook.
Momenteel denkt men dat een Aziatische of Afrikaanse paus zeker een mogelijkheid is, misschien krijgen we wel een zwarte paus.
Maar in feite was Franciscus, als de hoogste leider van de Jezuïeten, in zijn functie als paus, zelf een “zwarte paus”. Want de leider van de Jezuïeten wordt de “zwarte paus genoemd”.
De Jezuïeten waren niet overal geliefd, vaak staan ze synoniem voor oplichters. De term “Jesuit” in het Engels heeft naast zijn oorspronkelijke betekenis als lid van de jezuïetenorde soms een negatieve connotatie gekregen. In de 16e en 17e eeuw werden de jezuïeten vaak gezien als sluwe en invloedrijke figuren binnen de katholieke kerk, wat leidde tot wantrouwen. Hierdoor werd “Jesuitical” in het Engels een term die soms werd gebruikt om iemand te beschrijven als sluw, manipulatief of bedrieglijk.
Vaak zegt Franciscus dat hij het ambt van paus nooit heeft geambieerd, “maar als God je roept, moet je antwoorden”. Hij kiest Franciscus als pausnaam, voor de eerste keer in de geschiedenis. Natuurlijk geïnspireerd door de Heilige Franciscus, de “apostel van de armen”: hij wil het opnemen voor de zwakken en de armen in de samenleving, hij wil een paus zijn die dicht bij de gelovigen staat. Vanaf maandag 5 mei komen de kardinalen samen om een opvolger te kiezen.
Het is weer tijd om je belastingbrief in te vullen. Ruim 7 miljoen burgers kunnen hun jaarlijkse belastingaangifte invullen of het door de fiscus ingevulde formulier nakijken en corrigeren.
Op papier heb je tijd tot 30 juni. Digitaal heeft u tijd tot uiterlijk 15 juli.
Het aangifteformulier 2025 – dat slaat op de inkomsten en uitgaven van vorig jaar, 2024 – telt in totaal 839 codes. Dat zijn er voor inwoners van het Vlaams Gewest 6 meer dan vorig jaar.
Minister Jambon relativeert ook de angst van veel burgers voor het hoge aantal codes. “Liefst 83 procent van alle belastingplichtigen moet minder dan 20 codes invullen.” De meeste codes zijn op uw digitale brief al ingevuld en u moet ze alleen maar controleren.
Veel nieuwigheden in de aangifte zijn er dit jaar niet. Allicht de meest opvallende wijziging: wie naar het werk fietst en daarvoor een kilometervergoeding krijgt van zijn werkgever, moet dat bedrag voortaan aangeven. Maar die verplichte aangifte van de fietsvergoeding betekent niet dat u er ook automatisch op belast wordt. Tot een bedrag van 35 cent per kilometer, en met een jaarplafond van 3.500 euro, blijft de fietsvergoeding onbelast.
Bijna 4 miljoen belastingplichtigen krijgen dit jaar een VVA in de brievenbus of mailbox. VVA staat voor “voorstel van vereenvoudigde aangifte”. Het aangifteformulier is vooraf al volledig ingevuld door de fiscus zelf, omdat de belastingdienst meent over alle fiscale gegevens te beschikken om dat te kunnen doen. Iets meer dan de helft (57 procent) van de burgers krijgt zo’n kant-en-klare VVA. Iedereen die zijn of haar elektronische overheidsmailbox heeft geactiveerd, kortweg e-box, krijgt een digitale VVA, en kan die terugvinden op de overheidswebsite myminfin.be, waarop het belastingportaal Tax-on-web staat. Wie die e-box nog niet heeft geactiveerd, krijgt nog een papieren VVA toegestuurd.
Als u een VVA heeft gekregen, moet u de ingevulde data altijd op fouten of onvolledigheden controleren en indien nodig corrigeren of aanvullen. Als u het VVA-formulier correct vindt, moet u helemaal niets doen. Liefst 92 procent van de ontvangers van een VVA gaan akkoord en passen niets aan.
Tax-on-web: 2 miljoen aangiftes
Ook de 2 miljoen burgers die hun aangifte zelf indienen via het digitale belastingportaal Tax-on-web, zullen merken dat een hoop gegevens over hun inkomsten en uitgaven uit het jaar 2024 al door de fiscus is ingevuld. Net als vorig jaar ligt de uiterste indieningsdatum voor alle digitale belastingaangiftes weer op 15 juli.
Op papier: nog 5 procent
Een almaar slinkende, kleine minderheid van belastingplichtigen gebruikt Tax-on-web nog niet, maar stuurt nog een papieren aangifte naar de fiscus. Dan ligt de uiterste indieningsdatum op 30 juni, net als vorig jaar. Die datum geldt ook voor wie een papieren VVA in de bus krijgt en daar een papieren correctie op terugstuurt naar de FOD Financiën.
Volgens de FOD Financiën kiest amper 5 procent van de belastingplichtigen die de aangifte zelf invult, nog voor een papieren formulier.
Wie vragen heeft over het aangifteformulier of over specifieke codes kan telefonisch terecht bij experts van de belastingadministratie. Die gratis hulplijn wordt gretig gebruikt. Vorig jaar kreeg de FOD Financiën tussen eind april en midden juli 478.000 telefonische vragen om uitleg. Opgelet: deze telefonische ondersteuning is alleen beschikbaar tijdens de kantooruren, van 9 tot 17 uur. Dat kan op het lokale telefoonnummer van de belastingdienst dat vermeld is op uw aangifte.
Wie uitgebreide hulp nodig heeft, kan een afspraak maken voor telefonische ‘invulhulp op maat’. Die service loopt van 5 mei tot eind juni. De belastingadministratie heeft hiervoor zelf al 63.000 burgers gecontacteerd, op basis van de lijst van mensen die vorig jaar invulhulp hebben gevraagd en gekregen. Wie telefonische hulp niet ziet zitten, kan terecht op een van de honderden zitdagen die in de komende weken door de gemeentebesturen of OCMW’s lokaal worden georganiseerd.
Minister Jambon noemt het “van groot belang” dat de dienstverlening door de administratie voor iedereen toegankelijk is. “De burger heeft recht op persoonlijk contact, telefonisch of fysiek.” Volgens Neutr-On is het nog belangrijker dat de belastingen van de loon- en weddetrekkenden naar beneden gaan. En voor de rijken moet er een vermogensbelasting komen.
De 1 mei-acties in Vlaanderen waren dit jaar een mix van feestelijke evenementen en politieke optochten. Hier zijn enkele hoogtepunten:
In Gent werd de Dag van de Arbeid gevierd met een grote optocht door de stad, gevolgd door toespraken en optredens op de Vrijdagmarkt.
In Kortrijk organiseerde het 1 Mei Comité een protestmars met ongeveer 100 deelnemers. De optocht richtte zich op arbeidsrechten en internationale solidariteit, met kritiek op de nieuwe regering en steunbetuigingen aan de Palestijnen.
In Antwerpen en Brugge waren er traditionele 1 mei-stoeten, gevolgd door festiviteiten zoals het Red Rock Festival in Brugge.
Daarnaast waren er tal van culturele en sportieve activiteiten verspreid over Vlaanderen, zoals de BiesakkerRun in Balen, een fietsevenement van Duvel in Puurs, en een spikeballtornooi in Kessel-Lo.
Het weer speelde ook een rol: het was een zonnige en warme 1 mei, met temperaturen tot 28 à 29 graden, maar de droogte van de afgelopen maanden blijft een zorg voor landbouwers en natuur.
Aan de kust had men een topweekend.
Maar tijdens de betogingen en in de 1 mei-speechen bleef de toon onrustig en dreigend.
Zo hebben de Belgische vakbonden en politieke partijen hun eisen en standpunten naar voren gebracht. Hier zijn enkele kernpunten:
Vakbonden (ABVV, ACV, ACLVB): o Hogere minimumlonen en een sterkere koopkracht voor werknemers. o Betere arbeidsomstandigheden, met nadruk op werkbaar werk en kortere werkweken. o Meer sociale bescherming, vooral voor flexibele en tijdelijke werknemers. o Strijd tegen sociale dumping en eerlijkere belastingen voor bedrijven. Neutr-On eist nog altijd een 30-urenweek en een vermogensbelasting voor de superrijken Politieke partijen: o Vooruit en PVDA pleitten voor een verhoging van de pensioenen en een sterkere sociale zekerheid. o Groen benadrukte de noodzaak van duurzame jobs en een rechtvaardige klimaattransitie. o CD&V en Open VLD focusten op economische groei en ondersteuning van ondernemers. o N-VA legde de nadruk op efficiëntere overheidsuitgaven en minder belastingen. o Vlaams Belang heeft op 1 mei 2025 een duidelijke boodschap uitgedragen: werken moet weer lonen. De partij profileerde zich als het “syndicaat van de gewone Vlaming” en bekritiseerde zowel de vakbonden als de federale regering. Hier zijn enkele kernpunten van hun standpunten:
Belastingverlaging: Vlaams Belang pleit voor een verlaging van de tweede belastingschijf van 40% naar 30% en een belastingvrije som op het niveau van het leefloon, zodat werkende Vlamingen netto meer overhouden.
Sociale zekerheid: De partij stelt dat het sociale vangnet een sociale hangmat is geworden en wil dat sociale uitkeringen strenger worden gecontroleerd.
Kritiek op de vakbonden: Volgens Vlaams Belang zijn de vakbonden deel van het probleem en gijzelen ze de gewone Vlaming met hun acties.
Splitsing van de sociale zekerheid: De partij wil een Vlaamse sociale zekerheid, omdat ze vindt dat Vlaanderen te veel geld naar Wallonië stuurt.
De geplande 1 mei-viering in Ninove werd geannuleerd vanwege gezondheids-problemen van burgemeester Guy D’haeseleer, maar de partij hield wel een alternatieve bijeenkomst in Brussel.
Wanneer de werknemer definitief ongeschikt is om de arbeid, zoals overeengekomen in de arbeidsovereenkomst uit te voeren, kan er beroep gedaan worden op medische overmacht om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Hiertoe dient evenwel eerst een procedure te worden doorlopen.
Wanneer kan deze procedure opgestart worden?
Om alle kansen te geven aan de wedertewerkstelling en re-integratie (al dan niet met aangepast of ander werk) is het slechts mogelijk om de procedure medische overmacht op te starten na minstens negen maanden arbeidsongeschiktheid én voor zover er geen re-integratietraject lopende is voor de werknemer.
Deze periode van negen maanden wordt onderbroken wanneer de werknemer effectief het werk hervat (ook als dit slechts gedeeltelijk is), tenzij die werkhervatting gevolgd wordt door een nieuwe arbeidsongeschiktheid binnen de veertien dagen.
Hoe verloopt deze procedure?
Zowel de werknemer als de werkgever kan deze procedure opstarten door een kennisgeving bij aangetekende zending aan de andere partij, evenals aan de preventieadviseur-arbeidsarts van de onderneming, van de intentie om na te gaan of het voor de werknemer definitief onmogelijk is om het overeengekomen werk te verrichten.
De kennisgeving die uitgaat van de werkgever dient melding te maken van:
Het recht van de werknemer om te vragen aan de preventieadviseur-arbeidsarts dat mogelijkheden voor aangepast of ander werk onderzocht worden, indien wordt vastgesteld dat hij het overeengekomen werk niet meer kan verrichten (zie verder)
Het recht van de werknemer om zich tijdens deze procedure te laten bijstaan door de vakbondsafvaardiging van de onderneming
De preventieadviseur-arbeidsarts zal in het kader van deze bijzondere procedure de werknemer onderzoeken om na te gaan of het voor de werknemer definitief onmogelijk is het overeengekomen werk te verrichten, en als de werknemer dat vraagt, vervolgens ook de mogelijkheden voor aangepast of ander werk onderzoeken.
De preventieadviseur-arbeidsarts deelt zijn vaststelling door middel van een aangetekende zending mee aan de werknemer en aan de werkgever. Er is voorzien in een beroepsprocedure voor de werknemer die niet akkoord gaat met de vaststelling van zijn definitieve ongeschiktheid voor het overeengekomen werk.
Indien de werknemer dit gevraagd heeft, zal de werkgever vervolgens, overeenkomstig de voorwaarden en modaliteiten bepaald door preventieadviseur-arbeidsarts, onderzoeken of aangepast of ander werk voor de werknemer in de praktijk mogelijk is in de onderneming, en desgevallend een plan voorstellen aan de werknemer.
Wanneer is een beëindiging wegens medische overmacht mogelijk?
De arbeidsovereenkomst kan worden beëindigd wegens medische overmacht indien uit de vaststelling van de preventieadviseur-arbeidsarts (waartegen geen beroep meer mogelijk is) of uit het resultaat van de beroepsprocedure blijkt dat het voor de werknemer inderdaad definitief onmogelijk is om het overeengekomen werk te verrichten en:
De werknemer heeft niet gevraagd de mogelijkheden voor aangepast of ander werk te onderzoeken; of
De werknemer heeft wél gevraagd om de mogelijkheden voor aangepast of ander werk te onderzoeken maar de werkgever kan geen aangepast of ander werk aanbieden (concreet is hiertoe vereist dat de werkgever, overeenkomstig voormelde bijzondere procedure, in een gemotiveerd verslag heeft toegelicht waarom het opmaken van een plan voor aangepast of ander werk technisch of objectief onmogelijk is of om gegronde redenen redelijkerwijze niet kan worden geëist en dit verslag aan de werknemer en de preventieadviseur-arbeidsarts heeft bezorgd); of
De werknemer heeft wél gevraagd om de mogelijkheden voor aangepast of ander werk te onderzoeken en de werknemer heeft het door de werkgever aangeboden aangepast of ander werk geweigerd (concreet is hiertoe vereist dat de werkgever, overeenkomstig voormelde bijzondere procedure, het plan dat geweigerd werd door de werknemer heeft bezorgd aan de werknemer en de preventieadviseur-arbeidsarts).
Wat indien de werknemer niet definitief ongeschikt is voor het overeengekomen werk?
Wanneer in het kader van deze procedure niet kan worden vastgesteld dat het voor de werknemer definitief onmogelijk is om het overeengekomen werk te verrichten, eindigt deze procedure zonder gevolg.
Deze procedure kan vervolgens slechts opnieuw opgestart worden wanneer de werknemer opnieuw gedurende een termijn van negen maanden ononderbroken arbeidsongeschikt is zoals hierboven toegelicht, te rekenen vanaf hetzij de dag na de ontvangst van de vaststelling van de preventieadviseur-arbeidsarts, hetzij indien de werknemer beroep heeft ingediend tegen deze vaststelling, vanaf de dag na de ontvangst van het resultaat van de beroepsprocedure.
Beëindiging door de werkgever – financiële bijdrage aan het Terug Naar Werk-fonds
Vanaf 1 april 2024 dient de werkgever die zich beroept op medische overmacht om de arbeidsovereenkomst van een werknemer te beëindigen een bijdrage van 1.800 euro te betalen aan het “Terug Naar Werk-fonds” beheerd door het RIZIV.
De werknemer zal vervolgens, in zijn hoedanigheid van als arbeidsongeschikt erkende gerechtigde, een beroep kunnen doen op een tussenkomst van het Terug Naar Werk-fonds om gespecialiseerde dienstverlening op maat in te kopen bij een erkende dienstverlener met het oog op zijn sociaalprofessionele re-integratie.
Deze verplichting vervangt de bijzondere regeling van outplacement, op basis waarvan de werkgever die zich beriep op medische overmacht aan de werknemer een outplacementbegeleiding ter waarde van 1.800 euro moest aanbieden. Deze bijzondere regeling werd opgeheven vanaf 1 april 2024.
De verplichting geldt niet wanneer de werknemer zich beroept op medische overmacht om de arbeidsovereenkomst te beëindigen, noch wanneer de werkgever en de werknemer gezamenlijk het einde van de arbeidsovereenkomst vaststellen.
Concreet dient de werkgever die zich beroept op medische overmacht binnen een termijn van 45 kalenderdagen nadat de arbeidsovereenkomst werd beëindigd:
het Terug Naar Werk-fonds in kennis te stellen van een aantal identificatiegegevens van zowel de werkgever als de betrokken werknemer;
de bijdrage van 1.800 euro te betalen aan het Terug Naar Werk-fonds.
De werkgever zal deze kennisgeving door middel van een elektronisch (of papieren) formulier kunnen verrichten en zal vervolgens een uitnodiging tot betaling ontvangen van het Terug Naar Werk-fonds. Verdere informatie over de wijze van deze kennisgeving en betaling, evenals over het Terug Naar Werk-fonds in het algemeen, kan bekomen worden op de website van het Terug Naar Werk-fonds.
In het Sociaal Strafwetboek werd een sanctie (niveau 2) voorzien voor de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die:
de voorgeschreven identificatiegegevens niet, of niet binnen de voorziene termijnen en nadere regels, aan het Terug Naar Werk-fonds heeft meegedeeld;
het bedrag van 1.800 euro niet, of niet volgens de voorziene nadere regels, heeft betaald aan het “Terug Naar Werk-fonds”.
Wij gebruiken cookies om de werking van onze website te verbeteren
Functional Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistics
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.