Voorstel van apothekers om meer te mogen vaccineren

Gaan apothekers straks meer vaccineren en zelf ziektes opsporen? Een voorstel van de Federale Raad voor de Apothekers geeft apothekers alvast een grotere preventieve rol.

Huisartsen staan daar niet voor te springen.

Door Sarah Venken in De Standaard

Wat als je niet meer voor alle kwaaltjes een afspraak bij de huisarts moet maken, maar rechtstreeks bij de apotheek zou terechtkunnen? In een voorstel van de Federale Raad voor de Apothekers, een adviesorgaan voor de minister van Volksgezondheid, krijgen apothekers een grotere preventieve rol. Op vraag van minister Frank Vandenbroucke (Vooruit) wordt nagedacht over een hervorming van de taakverdeling tussen zorgberoepen.

Vandaag mogen apothekers al griep- en covidvaccins toedienen. In het voorstel dat De Standaard kon inkijken, staat dat apothekers nog meer zouden mogen vaccineren. Ze zouden ook diabetes vroegtijdig mogen opsporen via een vragenlijst. Daarnaast zouden ze kunnen testen of iemand een streptokokkeninfectieheeft, screenen op huidkanker of obesitas en de bloeddruk meten. Bovendien zouden ze ook patiënten met kenmerken van een depressie vroegtijdig de weg kunnen wijzen naar de juiste hulp, als uit gesprekken blijkt dat er een risico is.

Marleen Haems, algemeen directeur van het Vlaams Apothekers Netwerk (VAN), vindt het voorstel een goede zaak. “Een op de drie diabetespatiënten kent zijn diagnose niet, omdat ze zich niet laten testen. Dat leidt tot grote risico’s. In het buitenland leveren dergelijke tests bij de apotheker goede resultaten op.”

De mogelijke taakuitbreiding gaat niet ten koste van de huisartsen, zegt Haems. Apothekers zullen nooit zelf een diagnose stellen, wel kunnen ze mee risico’s inschatten. Als ze vermoeden dat iemand diabetes heeft, zullen ze die doorverwijzen naar een arts. “Voor een griepvaccin is het vaak ook makkelijker om een apotheek binnen te wandelen, omdat je daar niet per se een afspraak hoeft te maken”, zegt ze.

“Uitholling beroep”

Het doel is om een efficiëntere gezondheidszorg te creëren, door chronische ziektes sneller op te sporen en meer mensen uit het ziekenhuis te houden. Dat vereist wel een aanpassing van de wet, aangezien apothekers momenteel alleen medicatie mogen afleveren en geen aandoeningen mogen opsporen. “Maar een wetswijziging is een brug te ver”, zegt Jos Vanhoof, huisarts en lid van de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten (BVAS). “Wij willen als huisarts onze kerntaken blijven uitvoeren, zoals preventie en acute zorg.”

Apothekers zouden taken overnemen die tot de expertise van de huisartsen behoren, vindt Vanhoof. “De uitbreidingsbevoegdheid naar andere zorgberoepen holt ons beroep verder uit”, zegt hij. “Vergelijk het met een mooie jonagold waar stukjes worden uitgebeten door anderen. Wij blijven zitten met het klokhuis, wat onverteerbaar is.”

Huisarts Stijn Geysenbergh noemt het cherrypicking. “Ze zijn er als de kippen bij om taken die aantrekkelijk lijken, zoals vaccinaties, over te nemen. De toenemende administratieve overlast wil niemand.” De artsen vrezen dat hun relatie met hun patiënten zou lijden onder de verruimde bevoegdheden van de apothekers en stellen zich vragen bij de privacy. Moeten patiënten hun medische geschiedenis dan uitleggen terwijl iemand naast hen in de rij staat aan te schuiven?

Apotheker David Vergucht uit Nevele is voorstander van de uitbreiding. Hij snapt het voorbehoud van de huisartsen, “maar we willen net die mensen bereiken die misschien moeilijk bij de huisarts raken. Een apotheek is een goede aanvulling, want het is laagdrempelig.” Minister Vandenbroucke treedt die visie bij. “Apothekers hebben een vertrouwensband met de mensen die ze over de vloer krijgen. Dat, gecombineerd met farmaceutische kennis, maakt hen unieke spelers in het zorglandschap”, zegt zijn woordvoerder.

Marieke Geijsels, plaatsvervangend lid in de Hoge Raad voor Artsen, die eveneens adviseert aan de minister, benadrukt dat het om een voorstel van de Raad voor de Apothekers gaat. Op 8 mei wordt het voorgelegd aan de Hoge Gezondheidsraad, waarna verdere besprekingen volgen. Op 30 juni zou het dan als advies aan minister Vandenbroucke worden overgemaakt. “We moeten kijken hoe apothekers het werk van huisartsen kunnen aanvullen, zonder overlappingen”, zegt Geijsels. 

Bron: De Standaard

Een medisch ontslag op het werk kan ook een opluchting zijn

België telt meer dan 526.000 langdurig zieken. Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) wil dat aantal drastisch doen dalen. Hoe kijken arbeidsartsen naar de maatregelen van de regering, zoals de termijn voor medisch ontslag inkorten?

Nergens in Europa is het aandeel langdurig zieken onder de 20- tot 64-jarigen zo groot als in ons land. Dat moet anders, vindt minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit). Met een reeks maatregelen moet het aantal langdurig zieken naar beneden, liefst richting arbeidsmarkt. Hoe leid je iemand opnieuw naar werk of beslis je net dat iemand arbeidsongeschikt is? Olga Gerbosch is voorzitter van de Belgische beroepsvereniging voor arbeidsgeneeskunde (BBVAG) en werkt al 25 jaar als arbeidsarts. “Medisch ontslag kan ook een opluchting zijn”, zegt ze.

Een langdurig zieke weer naar werk begeleiden, hoe doe je dat?

“Allereerst is het mijn job om te vermijden dat het zover komt. Als mensen dan toch langdurig ziek zijn, spelen veel verschillende factoren mee. Wat voor werk doet iemand? Welk ziektebeeld heeft hij of zij? Wat voor werkplek is het? Wij concretiseren wat haalbaar is en op welke termijn om weer aan de slag te gaan.”

“Is iemand chronisch vermoeid door long covid? Dan kan deeltijds werk of thuiswerk een oplossing zijn. Bij concentratieproblemen kunnen koptelefoons met noisecancelling helpen. Werkt iemand in een supermarkt? Dan kan die misschien tijdelijk aan de kassa zitten. We vertrekken vanuit wat de werknemer nodig denkt te hebben. Ook moeten we soms de verwachtingen bijschaven. In die kleine supermarkt zijn er polyvalente mensen nodig, dan kan iemand niet voor altijd alleen aan de kassa zitten. Soms is het een kwestie van iets tijd geven, soms kan iemand een job niet meer uitvoeren.”

In dat laatste geval wordt iemand arbeidsongeschikt verklaard. Hoe maak je die beslissing?

“Er wordt eerst gekeken naar wat wél haalbaar is. Misschien is een andere functie een optie: een tuinaannemer met kapotte knieën kan eventueel een bureaujob doen. Een arbeidsarts beslist niet dat iemand nooit meer kan werken, maar wel dat iemand in zijn bedrijf zijn job niet meer kan doen en dat er geen andere haalbare functie is. Vaak is er dan voor beide kanten geen oplossing meer mogelijk. Een kleine zelfstandige kan bijvoorbeeld niet zomaar in aangepast werk voorzien, of een werknemer voelt zich echt niet meer thuis op een werkvloer. Het is een samenloop van de fysieke en psychische situatie van de patiënt en van de realiteit van de job en de werkvloer. Dat is vaak een moeilijke boodschap voor een werknemer, zeker als iemand ergens lang heeft gewerkt. Ze verwachten dan vaak veel loyaliteit. Maar zo’n ontslag kan ook het begin van iets nieuws zijn, soms is het een opluchting.”

Hoezo?

“Veel mensen zitten lang in een situatie waarin zij noch de werkgever nog een uitkomst zien. Een voorbeeld: een jonge vrouw die in de verkoop werkte, werd gepest en had het mentaal heel moeilijk. Tijdens haar ziekte was ze verhuisd, voor haar was het hoofdstuk bij die werkgever afgesloten. Maar haar ontslag wou ze niet geven, want dan heeft ze geen recht op een uitkering, dus vroeg ze of ik dat kon doen. Maar ontslag wegens medische redenen kan pas na negen maanden ziekte. Dus na die negen maanden stond ze weer aan mijn bureau om dan toch haar ontslag wegens medische overmacht te vragen. Die vrouw was 25, ze heeft haar leven een jaar on hold gezet. Is dat dan constructief?”

Dat minister Vandenbroucke ontslag wegens medische redenen mogelijk maakt na zes maanden in plaats van negen, is dan positief? Betekent het geen grotere werklast voor arbeidsartsen?

“Er is sowieso een groot tekort aan arbeidsartsen, als we sommige taken niet uitbesteden aan bijvoorbeeld verplegend personeel, komt de basis van arbeidsgeneeskunde in het gedrang. Daar zullen mensen in de meest precaire situaties, zoals arbeiders in pakweg een chemische fabriek, onder lijden. Maar de verkorte termijn an sich is niet altijd negatief. Hij kan begeleiding naar meer geschikt werk betekenen. Ik denk aan een boekhouder die een burn-out had en nu in een woonzorgcentrum werkt. Het is een slingerbeweging: eerst kon een ‘medisch ontslag’ met één enkel attest, dan kon het pas na vier maanden met een verplicht re-integratietraject, dan werd het mogelijk na 9 maanden zonder zo’n verplicht traject. Nu wordt die termijn weer verkort. Het is een kwestie van evenwicht.”

Zijn werkgevers dan nog geneigd om langdurig zieken aan boord te houden?

“Elk bedrijf is anders, maar er is een tekort aan arbeidskrachten. Bedrijven staan nu meer open om oplossingen te zoeken dan vroeger. ‘Stuur ze maar terug als ze 100 procent zijn’, was vroeger de boodschap. Maar als iemand een operatie heeft ondergaan, kan die na enkele weken misschien wel al deeltijds werken. Dat kan zelfs goed zijn voor de revalidatie, fysiek en mentaal: uit studies weten we dat mensen met werk vaak gelukkiger zijn.”

Hoe komt het dat België koploper is in Europa qua langdurig zieken?

“Vroeger was het idee dat iemand die een bepaalde job niet meer kon uitoefenen, tot aan zijn pensioen een ziekteuitkering kreeg. Ik heb ooit een vrouw gekend die zich vijftien jaar lang aankleedde alsof ze naar haar werk ging vertrekken, om dan in de zetel te zitten treuren. Op een bepaald moment heb ik haar gezegd dat dat ook voor haar niet goed was. Het idee dat iemand voor de rest van zijn dagen thuis zit omdat één job niet lukt, is niet meer van deze tijd.”

Maken mensen er te veel misbruik van? Zeker als het gaat om psychologische problemen?

“Vanaf wanneer spreek je van misbruik? Die mensen zijn er vaak van overtuigd dat ze niet meer kunnen werken. Het is dat dat anders moet. We zien inderdaad veel mensen met psychologische klachten – zowat de helft van mijn patiënten. Maar dat heeft altijd al bestaan, alleen noemen we dat nu burn-out. Mensen verwachten veel van zichzelf: een perfect gezinsleven, grote vriendenkring, drukke job. Maar ook de maatschappij verlangt veel.”

“Strengere regels zijn niet slecht, maar dan moeten ze in proportie zijn. We kijken nu naar Nederland als gidsland, maar daar zijn arbeidsartsen bijna louter bezig met ‘verzuim’ op te sporen. Dat is op de korte termijn financieel interessant, maar je maakt er op langere termijn geen veilige werkplekken. 

Bron: De Standaard

Pensioenhervormingen  zorgen voor enorme sociale onrust

Pensioenhervormingen  zorgen voor enorme sociale onrust

Er is heel wat sociale onrust over de pensioenhervorming die op stapel staat. Maar er dreigt ook sociale onrust als er geen pensioenhervorming komt. Kunnen we vermijden dat het vertrouwen in de overheid nog meer wegkwijnt?

Naast de hervormingen van de arbeidsmarkt en van onze fiscaliteit is de hervorming van de pensioenen een van de drie grote werven voor een volgende regering. Over de drie thema’s laaien de gemoederen snel en hoog op, en misschien geldt dat nog het meest voor de pensioenen.

Mensen die hun hele leven hard hebben gewerkt, hopen aan het eind van hun loopbaan op een fatsoenlijk wettelijk pensioen, zodat ze hun oude dag aangenaam en zonder grote financiële zorgen kunnen doorbrengen. Daarbij komt dat pakweg een op de vijf inwoners van ons land 65 jaar of ouder is.

En dan zijn er ook nog honderdduizenden zestigplussers die hopen dat ze binnen afzienbare tijd met pensioen kunnen gaan. Samen is dat een héél grote groep in onze samenleving waarvoor het beloofde/verhoopte pensioen een uiterst gevoelig thema is.

Pensioenverplichtingen

Vandaag vormen de pensioenen in ons land een kluwen waar zelfs de grootste specialisten moeilijk hun weg in vinden. De wettelijke pensioenen van ambtenaren, zelfstandigen en werknemers liggen ver uit elkaar en binnen elke categorie zijn er nog heel veel uitzonderingen en bijzondere regimes. Klassieke voorbeelden zijn de militairen die al op 56 jaar met pensioen kunnen en het rijdend personeel van de NMBS dat dat al op 55 jaar kunnen. Maar er zijn honderden andere afwijkingen.

Zonder serieuze pensioenhervorming komt de betaalbaarheid van onze pensioenen in gevaar. En het weegt ook op de overheidsuitgaven voor onze gezondheidszorg, politie, justitie, infrastructuur en noem maar op.

Een pensioenhervorming moet niet alleen een einde maken aan dat onrechtvaardig kluwen, er is meer: zonder serieuze pensioenhervorming komt de betaalbaarheid van onze pensioenen in gevaar. En niet alleen van onze pensioenen, want als de pensioenuitgaven stijgen (en meer stijgen dan ons bbp, wat we met zijn allen aan  goederen en diensten produceren) dan moet er een groter deel van het overheidsinkomen naar de pensioenen gaan. Dat weegt niet alleen zwaar op de begroting, maar zorgt er ook voor dat de overheidsuitgaven voor onze gezondheidszorg, politie, justitie, infrastructuur en noem maar op onder druk komen te staan.

In een van de versies van de supernota die formateur Bart De Wever (N-VA) op tafel legde bij de onderhandelende partijen N-VA, Vooruit, CD&V, MR en Les Engagés, staat het zo: ‘Het risico bestaat dat België in een situatie terechtkomt waarin het niet langer in staat is om aan zijn pensioenverplichtingen te voldoen zonder aanzienlijke belastingverhogingen of drastische bezuinigingen elders in het budget.’

Jongeren

Erger nog: ‘Het huidige (pensioen-)systeem dreigt, indien ongewijzigd, ook een negatief effect te hebben op de intergenerationele solidariteit’, zo staat verder in de supernota. ‘De jongere generaties zouden een disproportioneel zware last moeten dragen om de pensioenen van een vergrijzende bevolking te financieren, wat kan leiden tot spanningen tussen generaties en mogelijk zelfs tot sociale onrust.’ Zonder pensioenhervorming is de kans op sociale onrust bij jongeren reëel.

Ondanks de zinsnede ‘met respect voor de legitieme verwachtingen van mensen die vlak voor hun pensioenleeftijd staan’, stonden de NMBS-begeleiders, de militairen en de vakbonden meteen op hun achterste poten.

Om al die redenen is een pensioenhervorming meer dan gewenst, ze is zelfs noodzakelijk. Maar dan komt de vraag: hoe moet die pensioenhervorming eruit zien? Wat moet die inhouden? Hoe schaffen we alle koterijen en gunstregimes af en maken we het hele systeem transparant? Hoe kunnen we de pensioenen van de ambtenaren, werknemers en zelfstandigen op elkaar afstemmen? Hoe zorgen we ervoor dat de wettelijke pensioenen niet verpieteren tot een aalmoes?

Verworven rechten

Hoe de pensioenhervorming eruit zal zien is nog onduidelijk, al zijn er wel al enkele zaken uitgelekt over wat er op tafel ligt tijdens de regeringsonderhandelingen, onder meer over de klassieke voorbeelden van bijzondere voorwaarden. ‘De pensioenleeftijd van militairen (56 jaar) en NMBS-treinbegeleiders (55 jaar) wordt opgetrokken naar 58 jaar vanaf 1 januari 2025’, zo staat het in een supernota. ‘Vanaf 1 januari 2026 wordt hun pensioenleeftijd geleidelijk verhoogd met zes maanden per jaar – met respect voor de legitieme verwachtingen van mensen die vlak voor hun pensioenleeftijd staan – tot de wettelijke pensioenleeftijd van andere ambtenaren, werknemers en zelfstandigen.’

Ondanks de woorden ‘geleidelijk’ en de zinsnede ‘met respect voor de legitieme verwachtingen van mensen die vlak voor hun pensioenleeftijd staan’, stonden de NMBS-begeleiders, de militairen en de vakbonden meteen op hun achterste poten. Zij beschouwen de uitzonderingen als verworven rechten waar niet aan gemorreld kan worden, zeker niet zonder compensatie.

Uitgesteld loon

Een ander fragment in de supernota zegt: ‘Het pensioen van een werknemer en zelfstandige wordt berekend op basis van het loon of inkomen over de volledige loopbaan. Bij de berekening van het ambtenarenpensioen wordt vandaag enkel het loon van de laatste 10 jaar van de loopbaan in rekening genomen. Deze ongelijke berekening van het ambtenarenpensioen laten we geleidelijk uitdoven door de berekening vanaf 1 januari 2025 te baseren op het loon van de laatste 20 jaar. Vanaf 2026 wordt deze referteperiode elk jaar met een jaar verhoogd tot 40 jaar vanaf 2045.’

Kiest iemand van 22 er bewust voor om leraar te worden, omdat dat meer dan 40 jaar later een beter pensioen zal opleveren? Dat is zeer de vraag.

Ambtenaren reageerden meteen. Zij vinden dat het ambtenarenpensioen hoger mag liggen dan dat van een werknemer omdat hun pensioen een vorm is van ‘uitgesteld loon’: ambtenaren verdienen tijdens hun loopbaan minder, zeggen zij, maar aan hen is beloofd dat dat met het pensioen wordt gecompenseerd.

Bovendien mogen ambtenaren hun wettelijk pensioen niet laten groeien via de tweede pensioenpijler, het aanvullend pensioen, zo benadrukken ze. Werknemers en zelfstandigen kunnen dat wel doen. Dat niet alle werknemers een aanvullend pensioen opbouwen wordt daarbij weleens vergeten.

De pineut

Gevolg is dat ‘ambtenaren die van een gunstregime genieten, de pineut zijn’, zoals pensioenexperte Ria Janvier (UAntwerpen) dit weekend in De Morgen zei. ‘In die groep van ambtenaren vormen de leerkrachten de grootste groep. Het is volkomen begrijpelijk dat ambtenaren zich bekocht voelen, aangezien ze ooit bewust hebben gekozen om voor de overheid te werken’, aldus nog Janvier. Maar kiest iemand van pakweg 22 jaar er bewust voor om leraar te worden, omdat dat meer dan 40 jaar later een beter pensioen zal opleveren? Dat is zeer de vraag.

Hoe dan ook, als de regeringsonderhandelingen zouden slagen en de pensioenhervormingen zoals ze tot nu toe bekend zijn worden doorgevoerd, dan zal dit leiden tot sociale onrust, deze keer aangevuurd door de zestigplussers. Velen zullen het niet pikken dat ze niet het pensioen krijgen wat hen jarenlang werd voorgespiegeld, ook al was het gebaseerd op een of andere lucratief uitzonderingsregime.

Sociale onrust

Als er geen serieuze pensioenhervorming komt, dan dreigt er sociale onrust. Als er wel een serieuze pensioenhervorming komt, dan dreigt er ook sociale onrust. Dat is het gevolg van het jarenlang, nee excuseer, decennialang uitstellen van een grondige pensioenhervorming.

Want de huidige situatie werd al heel lang geleden aangekondigd. Weinig zaken kun je zo makkelijk voorspellen als het aantal mensen dat binnen 30, 40, 50 jaar met pensioen zal gaan. En dat is ook berekend: om de budgettaire en sociale gevolgen van de vergrijzing na te gaan werd in 2001 de Studiecommissie voor de vergrijzing opgericht. Die leverde elk jaar een rapport af dat wees op de stijgende uitgaven voor gezondheidszorg en pensioenen. In 2013 kwam de Commissie Pensioenhervorming tot stand die scenario’s aanreikte voor een pensioenhervorming. Tien jaar later staan we nog altijd nergens.

Contractbreuk

Je kunt de pensioenhervorming niet met terugwerkende kracht invoeren, je kunt geen pensioen afpakken van de mensen die vandaag al van hun oude dag genieten. Het zal ook zeer moeilijk zijn om de pensioenhervorming op korte termijn te laten ingaan, er is dan al snel sprake van ‘contractbreuk’.

De pensioenhervorming zal dus stapsgewijze moeten worden ingevoerd, ook al betekent dit dat de pensioenen nog jarenlang zeer zwaar zullen wegen op onze begroting, dat sommige uitzonderingsregimes maar langzaam zullen uitdoven, dat het kluwen nog enige tijd zal bestaan, enzoverder.

Zo staat het ook in een van de supernota’s: ‘Geleidelijkheid en het respect voor verworven rechten zijn de hoekstenen van de hervormingen (van de pensioenen) die we doorvoeren. Dit betekent dat veranderingen stap voor stap worden geïmplementeerd om de impact op individuen te minimaliseren en dat bestaande rechten van pensioengerechtigden worden gerespecteerd. Deze aanpak zorgt ervoor dat de hervormingen duurzaam en sociaal rechtvaardig zijn, en dat ze bijdragen aan de langetermijnstabiliteit van ons pensioenstelsel.’

Zachte heelmeesters

De verantwoordelijke politici hadden de pensioenhervorming dus al 20 jaar geleden stapsgewijs moeten invoeren. Ze hebben de zaak laten etteren en hoe langer dit nu duurt, hoe moeilijker het wordt. Zachte heelmeesters, maken stinkende wonden en dat geldt ook in de pensioenhervorming.

Het debacle dat de PS en de Open VLD in de pensioenen mee hebben veroorzaakt, laten ze liever door anderen opruimen.

Wie zijn de directe verantwoordelijken? Onze ministers van Pensioenen. Sinds begin deze eeuw hebben we er negen gehad: Frank Vandenbroucke (Vooruit), Bruno Tobback (Vooruit), Christian Dupont (PS), Marie Arena (PS), Michel Daerden (PS), Vincent Van Quickenborne (Open VLD), Alexander De Croo (Open VLD), Daniel Bacquelaine (MR) en Karine Lalieux (PS).

Wie het lijstje ministers overloopt ziet dat de socialisten en liberalen de voorbije twintig jaar de ministers van Pensioenen hebben geleverd en dus een grote verantwoordelijkheid dragen. Vooruit en MR onderhandelen nu mee over een nieuwe regering, de PS en de Open VLD niet. Meer zelfs, de PS en de Open VLD hebben laten weten dat ze niet mee willen regeren. Het debacle dat ze in de pensioenen mee hebben veroorzaakt, laten ze liever door anderen opruimen.

Vertrouwen

In een van de supernota’s staat waarom er nu absoluut een grondige pensioenhervorming moet komen: ‘Tot slot moet worden opgemerkt dat de uitblijvende hervormingen niet alleen financiële implicaties hebben, maar ook het vertrouwen in de overheid kunnen schaden. Als de bevolking het gevoel krijgt dat het pensioenstelsel onhoudbaar is en dat hun toekomstige welvaart in gevaar komt, kan dit leiden tot een afnemend vertrouwen in het sociaal contract en de overheid als geheel. Dit zou de politieke stabiliteit kunnen ondermijnen en sociale cohesie kunnen aantasten. Daarom is het van vitaal belang dat België nu de juiste stappen onderneemt om het pensioenstelsel te hervormen en te zorgen voor een duurzaam en rechtvaardig systeem voor de komende generaties.’

We zullen zien. Ondertussen deemstert het vertrouwen bij jong en oud in de overheid weg. En we zullen de zin uit de supernota nog eens citeren: ‘Dit zou de politieke stabiliteit kunnen ondermijnen en sociale cohesie kunnen aantasten.’ De kostprijs daarvan ligt onberekenbaar hoog.  

Bron: Knack

Het zevende jaar secundair onderwijs kan je vanaf volgend schooljaar in één semester afronden

15 richtingen in het zevende middelbaar zullen vanaf volgend schooljaar nog maar één semester duren, in plaats van een volledig schooljaar. Dat heeft de Vlaamse regering beslist. Het gaat om richtingen die je voorbereiden op een job zoals barman, vloerder of bediener van industriële machines.

Het zevende schooljaar in het secundair onderwijs wordt momenteel ingericht als een specialisatiejaar, enerzijds om zich te specialiseren in een bepaald vakgebied, anderzijds om zich voor te bereiden om in te stromen in hoger onderwijs. Maar de manier waarop dat zevende jaar ingericht wordt, verandert vanaf volgend schooljaar.

Dan kan je laatste schooldag al halfweg het schooljaar vallen. Toch als je eraan denkt om je in een zevende jaar te specialiseren als bijvoorbeeld klantcontactmedewerker of torenkraanbestuurder. In totaal 15 richtingen in dat zevende jaar zullen op één semester georganiseerd worden.

  • Welke opleidingen worden korter?
    • Binnen het domein STEM: bestuurder mobiele kraan, monteur steigerbouw, operator stansmachine in de papier- en kartonbewerkende industrie, operator vouw-plakmachine in de papier- en kartonbewerkende industrie, plaatser houten vloerbedekking en torenkraanbestuurder
    • Binnen het domein economie en organisatie: klantcontactmedewerker.
    • Binnen het domein maatschappij en welzijn: procesoperator textielverzorging.
    • Binnen het domein voeding en horeca: barman, chef de partie desserten, gebak en brood; chef de partie groenten, fruit en kruiden; chef de partie vis, schaal- en schelpdieren; chef de partie vlees, wild en gevogelte; ijsbereider en suiker- en marsepeinbewerker. 

“In het nieuwe systeem worden de leerlingen enkel voorbereid in een specifiek vakgebied. Iemand die als houtbewerker afstudeert in het zesde middelbaar, kan zich in dat zevende jaar dan specialiseren in het leggen van parket. Maar de voorbereiding op het hoger onderwijs zit er niet meer bij”, zegt Dirk Lenaerts, coördinerend directeur van de scholengroep Oscar Romero in Antwerpen.

“Voor sommige studierichtingen in het zevende jaar komt het nieuwe systeem dus neer op een verkorting van de studieduur. Wat niet zo onlogisch is”, vindt Lenaerts. Hij vindt de veranderingen een goede zaak, omdat leerlingen sneller kunnen doorstromen naar de arbeidsmarkt.

“Voor de leerlingen die na een specialisatiejaar willen doorstromen naar het hoger onderwijs, verandert er niks”, zegt Lenaerts. “Zij volgen wel nog een volledig jaar les.”

Nog andere vernieuwingen

Toch ziet het zevende jaar er zonder de kortere studieduur van sommige richtingen vanaf volgend schooljaar wel anders uit. Een gevolg van de onderwijshervorming.

Leerlingen in het zesde jaar gericht op de arbeidsmarkt – het vroegere bso- krijgen vanaf dit jaar al een diploma secundair onderwijs na het zesde middelbaar. Het kwalificatieniveau van dat diploma ligt wel lager dan dat van een diploma na het zesde jaar in een doorstroomrichting of dubbele finaliteit, vroeger aso en tso. Je kan ermee een graduaatsopleiding aan de hogeschool starten, maar geen bacheloropleiding.

Tot nu kon je na je zevende jaar bso wel nog aan een bacheloropleiding starten. Maar ook dat zal dus veranderen. Je hebt twee opties als je wil verder studeren:

Als je een zevende jaar volgt om je voor te bereiden op een job, krijg je de bijhorende beroepskwalificaties maar geen extra diploma meer. Je kan na je zevende jaar wel nog een graduaatsopleiding aan de hogeschool volgen maar geen bacheloropleiding.

Een andere optie is om een vernieuwde richting in het zevende jaar te volgen die je specifiek voorbereidt op het hoger onderwijs. “Momenteel is dat nog naamloos, maar het wordt hervormd en krijgt een nieuwe naam. Het zal ook 2 semesters duren. Dan krijg je wel een secundair diploma waarmee je aan een bachelor kan beginnen”, zegt directeur Lenaerts.

Nog anders wordt het voor wie apothekersassistent wil worden. Die opleiding wordt vanaf september 2027 omgevormd tot een hogeschoolopleiding van 3 semesters.

“Kijken hoe we leerkrachten in tweede semester aan het werk zetten”

Waarom wordt voor bepaalde zevende jaren de studieduur verkort? “Het bedrijfsleven vroeg om het zevende jaar flexibeler te maken. Daarnaast kan zo’n flexibeler systeem ervoor zorgen dat jongeren school minder snel vroegtijdig verlaten”, verklaart Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA).

Jongeren kunnen er ook voor kiezen om twee opleidingen op één schooljaar te combineren, zegt Demir: “In theorie kunnen de verschillende richtingen twee keer per jaar opgestart worden. Daardoor kunnen leerlingen ook twee richtingen combineren in één jaar en dus twee certificaten op zak steken. Dat is zeker een pluspunt in de huidige arbeidsmarkt.”

Directeur Lenaerts ziet vanuit het standpunt van de leerlingen niet meteen nadelen, maar misschien wel voor de organisaties in de scholen. “Het is niet zo evident om iets in te richten dat van september tot januari loopt. De leerlingen studeren in principe af eind januari, maar er is wel een leraar die aangenomen is van september tot juni.”

“Voor scholen is het nadenken hoe dat tweede semester te organiseren. Het is nog een beetje puzzelen wat die leerkrachten zullen gaan doen, want ze zijn er wel. Maar voor alles is een oplossing.”

Bron: vrt.nws

Ontslag: juist of fout?

Stelling 1: als je ontslagen wordt, moet je onmiddellijk stoppen met werken

❌ Fout

Bij ontslag heb je recht op een opzegtermijn. Dat betekent dat je nog enkele weken of maanden in dienst blijft, zodat je tijd hebt om nieuw werk te zoeken. Hoe lang die opzegtermijn duurt, hangt af van je anciënniteit.

Uitzondering: bij ontslag om dringende reden heb je geen recht op een opzegtermijn en moet je wel onmiddellijk stoppen met werken. 

Stelling 2: tijdens je opzegtermijn mag je vrij nemen om te solliciteren

✅ Juist

Je hebt recht op sollicitatieverlof tijdens je opzegtermijn. Je mag 1 dag per week vrij nemen om te solliciteren. Je werkgever kan dat niet weigeren en je hoeft niet te bewijzen dat je solliciteert.

Stelling 3: tijdens je opzegtermijn krijg je een ontslagvergoeding in plaats van je loon

❌ Fout

Tijdens je opzegtermijn ontvang je gewoon je loon. Als je werkgever echter beslist dat je je opzegtermijn niet moet doen en dus niet meer moet werken, ontvang je een ontslagvergoeding. Dat is het loon dat je zou krijgen als je je opzegtermijn wel doet.

Uitzondering: bij ontslag om dringende reden heb je geen recht op een ontslagvergoeding. 

Stelling 4: je hebt documenten van je werkgever nodig om een werkloosheidsuitkering aan te vragen

✅ Juist

Je hebt bepaalde documenten nodig, zoals je C4 (werkloosheidsattest), om een werkloosheidsuitkering aan te vragen. Let erop dat je die documenten krijgt als je contract eindigt.

Stelling 5: je moet ingeschreven zijn bij VDAB om recht te hebben op een werkloosheidsuitkering

✅ Juist

Om een werkloosheidsuitkering te krijgen, moet je je binnen 8 dagen na het einde van je opzegtermijn inschrijven bij VDAB en langsgaan bij je uitbetalingsinstelling.

Let wel: bij ontslag om dringende reden heb je niet onmiddellijk recht op een werkloosheidsuitkering.

Stelling 6: outplacement is alleen voor werknemers die ouder zijn dan 45 jaar

❌ Fout

Outplacement is begeleiding bij het vinden van een nieuwe job. Je hebt er recht op als je opzegtermijn minstens 30 weken is, ongeacht je leeftijd. Het is verplicht als je 45 jaar of ouder bent of bij een herstructurering met een tewerkstellingscel.

Stelling 7: via VDAB heb je recht op begeleiding en gratis opleidingen

✅ Juist

Als je je inschrijft bij VDAB, kan je gebruikmaken van begeleiding en gratis opleidingen om je kansen op de arbeidsmarkt te vergroten.

Stelling 8: je werkgever hoeft de reden van je ontslag niet te vertellen

❌ Fout

Je hebt het recht om de reden van je ontslag op te vragen als je die niet spontaan hebt gekregen. Dat is belangrijk als je denkt dat je ontslag onterecht is.

En… hoeveel stellingen had je juist ingeschat?

Niet tevreden over je resultaat? Op deze pagina lees je alles over je rechten bij ontslag. Zo kan je je kennis opfrissen.

Tot slot

Word je ooit ontslagen, laat je er dan niet door ontmoedigen. Zie het als een kans om jezelf te ontplooien en een job te vinden die nog beter bij je past. Met de juiste informatie en ondersteuning sta je sterker dan voorheen.

Bron: vdab.be