Vorig jaar was op een gemiddelde werkdag 1 op de 12 werknemers afwezig door ziekte. Vooral het middellange (1 maand tot 1 jaar) en langdurige (meer dan 1 jaar) ziekteverzuim neemt toe. De stijging is het grootst bij werknemers jonger dan 40 want bij hen speelt de mentale belasting een alsmaar grotere rol. In absolute cijfers zijn er nog altijd meer oudere werknemers die uitvallen, maar de kloof tussen jong en oud wordt kleiner.
“Het ziekteverzuim heeft vaak te maken met een te hoge mentale belasting”, zegt Stephanie Heurterre. Zij is consulent welzijn en absenteïsme bij HR-dienstverlener Securex.
“Het heeft voor een groot deel met de werkomstandigheden te maken”, legt Heurterre uit in De Wereld Vandaag op Radio 1.
“Veel vacatures worden niet ingevuld waardoor er meer moet worden gedaan met minder mensen. Daardoor stijgt de werkintensiteit en wordt de druk op werknemers groter.”
Bovendien is, nu de arbeidsmarkt toch wat sputtert, onzekerheid over je job niet echt bevorderlijk voor je welbevinden. Jobonzekerheid is sterk gelinkt aan het risico op burn-out. Je gaat misschien té hard werken uit schrik voor ontslag.
Te weinig begeleiding
Door het tekort aan arbeidskrachten is er ook minder begeleiding voor jonge werknemers en dat is niet optimaal als je pas begint te werken. Jonge werknemers leren bijvoorbeeld niet om goed te communiceren met hun baas.
Ze weten niet altijd precies wat er van hen wordt verwacht en dan vullen ze die rol maar voor zichzelf in. Zo ontstaan er conflicten tussen wat ze doen en wat er van hen wordt verwacht en dat leidt tot frustratie.
Telewerken is niet de oplossing
Helpt het telewerken jongeren niet om een betere balans te vinden tussen werk en privé? “Thuiswerk is een complex verhaal”, zegt Stephanie Heurterre.
“Als je werknemers erover bevraagt, dan zijn ze daar erg positief over. Het is ook niet zo dat ze zich minder betrokken voelen door thuis te werken, tenzij er heel veel thuis wordt gewerkt. Maar werkgevers schatten dat helemaal anders in.”
“Eigenlijk moet je ook in dat thuiswerken worden opgeleid. Nu zie je vaak dat mensen thuis 8 uur aan een stuk aan hun scherm zitten gekluisterd en van call naar call gaan. Ze bewegen helemaal niet meer, zitten de hele dag stil, en ze geven ook hun ogen geen rust.”
“Op het werk wandel je letterlijk naar een vergadering en je loopt naar het bureau van een collega om iets te vragen. Thuis zou je ook die beweging moeten nemen, want als je fysiek niet in orde bent, heeft dat ook invloed op het mentale.”
Jongeren zijn geen tere kasplantjes
“Dat jongeren vaker langdurig ziek zijn, is absoluut geen generatieding”, zegt Stephanie Heurterre.
“De vorige generaties zouden in deze context dezelfde problemen hebben gehad. Er zijn nu veel uitdagingen waar vorige generaties nooit mee in contact zijn gekomen. Bovendien: in absolute aantallen zijn er nog altijd meer oudere dan jongere werknemers langdurig ziek.”
“De negatieve berichtgeving over jongeren helpt ook niet: iedereen is anders en het is niet altijd evident om samen te werken, maar dat geldt voor alle generaties. Praat met elkaar, vertel aan elkaar waar jij tegenaan bent gelopen en wat jou heeft geholpen. Daar speelt leiderschap op de werkvloer ook een cruciale rol, om de dialoog open te trekken en op gang te houden.”
Het loon van het personeel van de Vlaamse overheid zal vanaf nu pas 3 maanden na het overschrijden van de spilindex geïndexeerd worden. Vandaag is dat na 2 maanden. Dat is gevolg van een gelijkaardige beslissing op het federale niveau. De besparing van 40 miljoen euro op die manier komt de Vlaamse regering goed uit want het begrotingstekort is opnieuw toegenomen.
Als het leven duurder wordt, stijgen de lonen in ons land automatisch mee. Die stijgen wanneer de spilindex, een bepaald niveau van de prijzen, overschreden wordt. De Vlaamse overheid verhoogt de lonen van haar personeel normaal gezien 2 maanden na dat moment. Maar ze past dat nu aan naar 3 maanden. Dat zal ook het geval zijn voor bepaalde uitkeringen.
Het percentage en dus bedrag van de indexering verandert niet. De maand uitstel betekent voor het overheidspersoneel een koopkrachtverlies van enkele euro’s tijdens die extra maand.
40 miljoen besparen per indexsprong
Het uitstel is het gevolg van de beslissing van de regering-De Wever om de termijn voor lonen, pensioenen en uitkeringen ook op 3 maanden te leggen. Die ingreep geldt voor al het overheidspersoneel in het land, dus ook in Vlaanderen.
De ingreep moet de Vlaamse regering 40 miljoen euro opbrengen per keer dat de index overschreden wordt. Volgens het planbureau zal de spilindex in september opnieuw overschreden worden, de vorige keer was in januari.
Vlaams minister van Begroting Ben Weyts (N-VA) gaat ervan uit dat het uitstel van de indexering ook voor Vlaamse leerkrachten zal gelden. Maar coalitiepartner Vooruit spreekt dat tegen. Volgens hen is het aan de federale regering om dat te bepalen, en is dat nog niet gebeurd.
4 miljard euro: Vlaams begrotingstekort groter dan gedacht
Weyts (N-VA) neemt ook nog enkele andere besparingsmaatregelen nu blijkt dat het begrotingstekort groter is dan gedacht.
Het tekort voor 2024 bedraagt zo’n 4 miljard euro. Dat is 680 miljoen euro meer dan gedacht. “De belangrijkste oorzaak daarvoor is dat de economische groei lager uitvalt dan voorspeld. Daardoor dalen de federale belastingopbrengsten en gaat er dus ook minder geld naar de deelstaten”, verklaart Weyts.
Er kwam de afgelopen maanden ook kritiek op enkele specifieke uitgaven van de regering. De besteding van overheidsgeld aan kortingsbonnen voor energiezuinige huishoudtoestellen en de net aangekondigde 70 miljoen euro voor gezond eten op school deden bij sommigen de wenkbrauwen fronsen.
“De nieuwe cijfers maken nogmaals duidelijk dat we het begrotingsevenwicht echt niet cadeau krijgen”, zegt hij. Het doel blijft om in 2027 een begroting in evenwicht te hebben.
Naast de latere indexering bespaart de regering ook door nog dit jaar voor 330 miljoen euro aan uitgaven weg te snijden. Welke dat precies zijn, is niet duidelijk.
Ministers krijgen overschot niet zomaar cadeau
Weyts wil ook strenger zijn voor zijn collega-ministers. Wanneer ze op het einde van het jaar geld over hebben binnen hun departement zullen ze dat niet zomaar meer voor iets anders kunnen gebruiken. “Voortaan zullen ministers groen licht moeten krijgen van de volledige ministerraad als ze onderbenutte middelen willen herbestemmen”, aldus de minister van Begroting.
Bij de volgende begrotingsbesprekingen zal hij de vinger nog meer op de knip houden. Ministers hun uitgaven beter moeten motiveren en aanduiden waar ze zullen besparen, garandeert hij.
“Er zal enerzijds ook meer tijd genomen worden voor de technische voorbesprekingen, maar anderzijds zullen de technici niet meer beslissen over eventuele meervragen: voortaan zal elke meervraag alleen afgeklopt kunnen worden op politiek niveau. Ook zo moeten de toenemende uitgaven structureel ingedamd worden.”
In Nederland neemt Vlaams onderzoeker Laura De Brabandere kleinschalige woonzorgvoorzieningen onder de loep. Ze gelooft dat Vlaanderen kritisch moet kijken naar Nederland, dat op vlak van commercialisering een versnelling hoger schakelde.
Onbetaalbare ouderenzorg
Op 1 september 2024 bedroeg de gemiddelde maandelijkse verblijfsfactuur van een Vlaams woonzorgcentrum 2.245 euro. Tegenover 1 september 2023 is dat een stijging van 3,6 procent. Terecht is bijna iedereen bezorgd over de betaalbaarheid van residentiële ouderenzorg.
Vooral de commerciële sector, die 34 procent van alle Vlaamse zorgvoorzieningen uitmaakt, rekent flink door. Die sector wordt voor een groot deel gedomineerd door drie Franse multinationals: Clariane (Korian Belgium), Groupe Colisée (Armonea) en Emeis (voorheen Orpéa). Samen bezitten zij een aanzienlijk marktaandeel. Het verblijf in commerciële voorzieningen is per maand gemiddeld 335 euro duurder dan in OCMW-rusthuizen en 264 euro duurder dan in voorzieningen van een vzw.
Toch blijven de verschillen relatief beperkt. Dat heeft alles te maken met het feit dat de overheid de maximumdagprijs vastlegt en controleert. Van ongecontroleerde marktwerking en vrije prijszetting is hier nog geen sprake.
Gluren bij de buren
Ook in Nederland spelen commerciële organisaties een steeds grotere rol in het aanbieden van residentiële ouderenzorg. Daar is de dagprijs niet begrensd. Gevolg: de maandlast voor verblijf in een private kleinschalige voorziening schommelt tussen de 850 en 7.000 euro. Als marktwerking nauwelijks gereguleerd wordt door de overheid, drijven betaalbare en toegankelijke zorg verder weg.
Mijn onderzoek richt zich op de winststrategieën van private zorgaanbieders. Een interessante case is ‘Eldergrove’ – ik gebruik om privacyredenen een pseudoniem – een organisatie die zich richt op geclusterde, kleinschalige zorg voor mensen met dementie. Deze organisatie is een onderdeel van een internationaal commercieel moederbedrijf. Eldergrove biedt op meer dan honderd locaties in Nederland betaalbare ‘budgetopties’ aan. In de context van de steeds duurdere zorgmarkt, nemen we die beleidskeuze graag onder de loep.
Positie kiezen in veranderend landschap
In Nederland heeft de invoering van marktwerking in de zorg, gecombineerd met de liberalisering van de woningmarkt, geleid tot een sterke groei van private initiatieven in de ouderenzorg. Traditionele woonzorgcentra – Nederlanders spreken over verpleeghuizen of VVT-instellingen – worden publiek gefinancierd via de Wet langdurige zorg. Omwille van bezuinigingen werd de capaciteit van deze centra bevroren. Bovendien hebben ze het moeilijk om flexibel in te spelen op de specifieke behoeften van bewoners, door strikte regels of een focus op grootschalige zorg.
Gezien de toenemende vergrijzing van de bevolking, biedt dat ruimte aan private zorgaanbieders zoals Eldergrove om zich te positioneren. Deze organisatie richt zich op kleinschalige, persoonsgerichte zorg en wint aan populariteit.
Verboden winst te maken
In deze organisaties worden zorgkost en woonkost strak onderscheiden. Enkel de zorgkosten worden publiek gefinancierd via de Wet langdurige zorg. De huur van de kamer wordt betaald door de bewoner zelf.
Omdat het verboden is winst te maken op zorg, genereren commerciële woonzorgcentra winst door hun huurprijzen te verhogen. In Nederland houdt de overheid geen oogje in het zeil door huurprijzen aan banden te leggen. Eldergrove biedt bijvoorbeeld kamers aan vanaf 850 euro per maand, maar in de sector kunnen de prijzen oplopen tot 7.000 euro per maand.
Cherry picking
Hoewel het marktsysteem innovatie en een variëteit aan zorgmodellen heeft gestimuleerd, heeft het ook geleid tot vragen over beschikbaarheid. Zo zijn op winst gerichte zorginstellingen vaak gefocust op laag-complexe zorg, een fenomeen dat beschreven wordt als ‘cherry picking’.
Zo ook in Eldergrove: deze organisatie accepteert uitsluitend bewoners met een laag-complexe zorgvraag. Mensen met complexe vormen van dementie, zoals Korsakov, fronto-temporale dementie en Lewy-body dementie, kunnen er niet terecht. Daarnaast worden bewoners met gedragsproblemen, zoals agressie of dwaalgedrag, niet toegelaten in de voorzieningen. Agressief gedrag kan namelijk “onveilige situaties creëren voor zowel medebewoners als medewerkers” en dit zou niet passen bij het open karakter (bron: website Eldergrove).
Ook zorgvragen van mensen die specialistisch handelen vereisen en dus niet binnen het basisaanbod van Eldergrove passen, kunnen niet worden gehuisvest in de kleinschalige voorzieningen. Hoewel bewoners met een zwaarder wordende zorgvraag doorgaans in de voorziening blijven, roept deze selectieve instroom de vraag op of de meest kwetsbare groepen wel gelijke toegang hebben tot deze zorgvoorzieningen.
Goede relaties met beleidsvoerders
Naast hun organisatie- en verdienmodellen proberen commerciële zorgaanbieders ook actief invloed uit te oefenen op lokaal en nationaal beleid om zo hun eigen bedrijfsmodellen te versterken.
Eldergrove bijvoorbeeld streeft ernaar om haar zorgmodel niet alleen rendabel, maar ook wettelijk en maatschappelijk geaccepteerd te maken. Dit doen ze door strategisch relaties op te bouwen met regionale en nationale beleidsmakers en andere invloedrijke in de zorg.
Daarnaast maken ze strategische connecties met lokale politici door hen uit te nodigen voor publieke evenementen, zoals de openingsceremonies van nieuwe zorgvoorzieningen. Deze connecties met gemeenten zijn essentieel: wanneer de relaties goed zijn, opent een commerciële zorgaanbieder vaak meerdere locaties binnen dezelfde gemeente. Dit biedt niet alleen schaalvoordelen, maar versterkt ook de lokale verankering van het bedrijf.
Een goed contact met de gemeente is cruciaal, aangezien zij de vergunningen voor de bouw van zorgvoorzieningen verstrekken. Bovendien koopt Eldergrove vaak gemeentelijke grond aan, die doorgaans goedkoper is dan particuliere grond. Dat stelt managers in staat om zorglocaties kostenefficiënter te ontwikkelen.
Nederlandse zorg onder druk
Het Nederlandse zorgmodel toont aan hoe marktwerking kan bijdragen aan innovatieve en efficiënte zorg. Maar die medaille heeft een keerzijde: niet iedereen kan gebruik maken van die zorg. Terwijl mensen met een gemiddeld inkomen en lichtere zorgbehoeften toegang hebben tot kleinschalige, vaak als warmer ervaren zorgvoorzieningen, worden kwetsbare groepen met complexere behoeften uitgesloten. Dit leidt tot ongelijkheid in de toegang tot kwaliteitsvolle zorg.
Hoewel inspectierapporten geen ernstige kwaliteitsproblemen signaleren bij kleinschalige private zorgaanbieders, blijft waakzaamheid noodzakelijk. Risicoselectie en winstmaximalisatie zetten druk op zorgkwaliteit.
Wat met Vlaanderen?
In Vlaanderen staan we voor een belangrijke uitdaging: hoe leiden we commercialisering van ouderenzorg in de juiste banen? Hoe combineren we winst en ondernemerschap met kwaliteit en betaalbaarheid?
Vlaams minister van Welzijn Caroline Gennez benadrukt in haar beleidsnota 2024-2029 dat de toenemende commercialisering aandachtig moet opgevolgd worden. De Vlaamse regering wil niet dat ouderen slachtoffer worden van winstbejag in de zorgsector. Hier mag er geen plaats zijn voor schrijnende verhalen van buitensporige zorgkosten die niet in verhouding staan tot de geboden kwaliteit.
Kwaliteitsvol en betaalbaar
Om die ambitie meer concreet te maken, wil minister Gennez meer transparantie in zorgfacturen, meer buurtgerichte zorg en een grotere beschikbaarheid van residentiële plaatsen. Dit biedt Vlaanderen de kans om een zorgmodel te ontwikkelen dat zowel kwaliteit als betaalbaarheid waarborgt, met nadruk op het welzijn van ouderen. Commerciële organisaties moeten hun winsten herinvesteren in de zorg, zodat de focus ligt op de zorgbehoeften van bewoners en niet op financiële winstmaximalisatie.
Vlaanderen kan leren van de Nederlandse ervaring door marktwerking systematisch te reguleren, met transparantie, verantwoorde prijsstelling en focus op kwetsbare groepen. Alleen zo waarborgen we gelijke toegang tot kwalitatieve en betaalbare zorg voor iedereen, zonder financiële zorgen. Het is tijd om de zorg weer in dienst van de mens te stellen, niet van de winst.
Enkele bekende Vlamingen deden de gemoederen in de geestelijke gezondheidszorg hoog oplaaien door in de media te getuigen over hun expertise als therapeut of coach. De Vlaamse Vereniging voor Klinisch Psychologen reageerde met een oproep om “de toegang tot de geestelijke gezondheidszorg beter te bewaken, ter bescherming van de patiënt”. Onderzoekers Nele Van den Cruyce en Koen Hermans (LUCAS, KU Leuven) wegen genuanceerd af wie op basis waarvan expert is.
Waar is de nulde lijn?
Wanneer we spreken over de geestelijke gezondheidszorg, valt op dat er vooral aandacht gaat naar traditionele, professioneel georganiseerde settings waar bijvoorbeeld psychologen, erkende therapeuten en psychiaters ondersteuning bieden.
Grote afwezige in gesprekken over geestelijke gezondheidszorg is wel vaker de meer informele zorgsetting. Denk hierbij aan de nulde lijn van gezinsleden, vrienden, collega’s of buren. Maar ook initiatieven die zeer laagdrempelige psychosociale steun bieden of de brug bouwen naar de meer formele zorg – we noemen ze de 0,5de lijn – blijven buiten beeld: patiëntenorganisaties, lotgenotengroepen, buurt- en wijkcomités, religieuze en levensbeschouwelijke solidariteitsinitiatieven, inloophuizen…
Vermaatschappelijking en zelfzorg
Die lacune is om meerdere redenen opvallend. Meer dan tien jaar geleden stelde een witboek dat nieuwe functies en beroepen, waaronder ervaringsdeskundigen, een volwaardige plaats moeten krijgen in de ambulante zorgsector. Deze functies werden als cruciaal beschouwd om gezondheidszorg inclusiever te maken. Het actuele politieke discours schuift bovendien zelfzorg en vermaatschappelijking van zorg naar voren.
Ook binnen de geestelijke gezondheidszorg neemt de vraag naar toegankelijke initiatieven toe. Er wordt beleidsmatig sterk ingezet eerstelijnshulpvormen zoals eerstelijnspsychologen en verschillende andere laagdrempelige initiatieven binnen de eerstelijnszones. Zonder aandacht voor de nulde en 0,5de lijn is het echter moeilijk om een constructief debat te voeren over de toegankelijkheid van gezondheidszorg.
Een eerste hulpvraag komt immers – zeker bij de meest kwetsbare personen – niet noodzakelijk terecht op de eerste lijn. Innovatie is nodig om zo veel mogelijk doelgroepen te bereiken. Dat kan maar door buiten de grenzen van de gekende professionele paden te treden en open te staan voor nieuwe expertise binnen de geestelijke gezondheidszorg.
Autonome hulpvorm
Er bestaat ondertussen een ruim en divers aanbod op de nulde en 0,5de lijn. Deze initiatieven ontstaan bottom-up en bieden een meerwaarde als autonome en zeer laagdrempelige hulpvorm. Patiëntenverenigingen en zelfhulpgroepen zetten bijvoorbeeld actief in op de organisatie van lotgenotencontact. Over de meerwaarde hiervan bestaat ondertussen de nodige wetenschappelijke evidentie.
Patiëntenorganisaties organiseren niet alleen lotgenotencontact. Ze verzamelen en verspreiden ervaringskennis en expertise over het leven met een bepaalde aandoening of kwetsbaarheid. Op basis daarvan bieden ze informatie en ondersteuning aan. Denk bijvoorbeeld aan hoe je als patiënt makkelijker kan navigeren binnen het complexe zorgsysteem, welke impact psychische kwetsbaarheid kan hebben op je relatie, culturele taboes waarmee je te maken krijgt of praktische tips bij medicatiegebruik.
In volle ontwikkeling
In de onderste lagen van de zorgpiramide groeit de laatste jaren een grote diversiteit aan initiatieven. Ze vertrekken vanuit het ervaringsperspectief en profileren zich als deskundigen die, al dan niet met bijkomende vorming, een vorm van psychosociale dienstverlening aanbieden.
De snelle ontwikkeling houdt het gevaar in dat er een wildgroei ontstaat van nieuwe deskundigen die zich naar eigen goeddunken expert noemen, niemand nog zijn weg vindt en er ook geen transparantie bestaat over de kwaliteit van de specifieke expertise die aangeboden wordt.
Eigen competentieprofiel
Daarom stelde Vlaanderen een competentieprofiel op dat bepaalt wie ervaringsdeskundig is. De invulling hiervan valt niet samen met wie ervaring heeft met een kwetsbaarheid of met iemand die een bepaalde opleiding – bijvoorbeeld tot coach – gevolgd heeft.
Zoals bovenstaande figuur visualiseert, houdt ervaringsdeskundigheid een gelaagdheid in. Vertrekpunt is de persoonlijke ervaring. Bij ervaringsdeskundigheid kan de persoon bovendien abstractie maken van de eigen beleving. De eigen ervaring wordt verrijkt met ervaringen van anderen. Dat kan bijvoorbeeld door regelmatig contact met lotgenoten. Soms zijn er effectief bijkomende vaardigheden en competenties nodig om in een bepaalde setting of in een specifieke rol te kunnen optreden als ervaringsdeskundige.
Kennis en deskundigheid
Een treffende getuigenis geven over de eigen ervaring vergt andere inzichten en vaardigheden dan in naam van een patiëntengroep deelnemen aan wetenschappelijk onderzoek. Dat verschil geldt ook bij de nieuwe expertenrollen die vanuit een ervaringsperspectief en met een eigen deskundigheid psychosociale zorg aanbieden. Al deze functies zijn volkomen evenwaardig, ook al vergen ze fundamenteel andere kennis en vaardigheden.
De komst van ervaringsdeskundige zorgverleners zorgt voor een hybridisering van de zorg. Traditionele professionals die zich beroepen op expertkennis en opleiding komen in contact met deze ‘nieuwe’ deskundigen die zich vooral beroepen op ervaring. Het is voor traditionele professionals, organisaties en beleid vaak nog zoeken naar hoe duurzaam omgegaan kan worden met deze nieuwe realiteit.
In de bodem van de zorgpiramide is er op organische wijze ondertussen een zeer rijke (vaak Engelstalige) terminologie ontstaan: expert of experience, patient expert, patient advocate, ervaringsdeskundige, ervaringsdrager, coach… Al deze termen worden vrijwel simultaan gebruikt om personen met ervaring, personen met ervaringskennis, ervaringsdeskundigen en nieuwe expertenrollen te benoemen zonder rekening te houden met de gelaagdheid van die verschillende begrippen.
Zonder wrijving geen glans
Het kluwen dat ontstaan is in de onderste lagen van de zorgpiramide is geen evidente situatie. Niet voor de personen die ondersteuning nodig hebben en ook niet voor de andere sleutelactoren van het gezondheidszorgsysteem.
Sommige coaches overschrijden duidelijk de grenzen en zetten bepaalde ‘traditionele’ expertenorganisaties – zoals de Vlaamse Vereniging voor Klinisch Psychologen – ertoe aan om te ijveren voor een meer officiële erkenning of juridische afbakening van hun eigen beroepstitel. In het belang van de patiënt wordt de kwaliteit en deskundigheid van eerstelijnsinitiatieven strak onderscheiden van de onderste lagen in de zorgpiramide.
Te strak, vinden wij. Om de uitdagingen binnen de geestelijke gezondheidszorg aan te pakken, is innovatie noodzakelijk. De huidige hybridisering vormt daarbij niet automatisch een bedreiging voor de kwaliteit van de zorg, maar net een kans om te komen tot nieuwe vormen van wisselwerking tussen de traditionele professionals en de nieuwe deskundigen. De vorm en formats waarin hybridisering plaatsvindt, zijn volop in ontwikkeling. Het vergt bijkomend onderzoek om uit te klaren waar meerwaarde en knelpunten liggen.
Open blik
Grenzen moeten er zijn, ook om transparantie te bieden aan de zorgvrager. Wie die niet respecteert, moet teruggefloten kunnen worden. Maar het zou zonde zijn dat enkele spraakmakende uitzonderingen het waardevolle werk dat gebeurt aan de bodem van de zorgpiramide zouden ondergraven en zouden leiden tot het a priori in twijfel trekken van de meerwaarde en deskundigheid van nieuwe expertenrollen.
Het uitsluiten van al wie niet traditioneel geschoold is, dreigt perverse effecten te genereren die de wetenschappelijk onderbouwde evolutie naar het steeds beter erkennen van het belang en de meerwaarde van ervaringsdeskundigheid tenietdoen. Een kwaliteitsvolle, veilige en inclusieve geestelijke gezondheidszorg vergt vooral een open, kritische blik op een evoluerend landschap, waarin nulde tot gespecialiseerde lijnen een evenwaardige maar verschillende rol spelen.
Lees hier de 1-mei toespraak van Bert Engelaar, algemeen-secretaris van het ABVV.
‘K zal het meteen zeggen, zonder franjes: Ik ben een pion.
Geen toren van macht. Geen paard met privileges. Geen speler met miljoenen in de hand, maar een stuk op het bord. Klein. Breekbaar. Maar ook: Trouw. Talrijk. En niet van plan om opgeofferd te worden. Want opgeofferd – dat zijn we al te vaak.
Rond mij zie ik duizenden andere pionnen. Ik zie een pion die werkt. Eentje die werk zoekt. Een pion die zorgt. Eentje die na zijn shift nog langs de voedselbank moet passeren. Een pion die ’s ochtends vroeg begint, en ’s avonds de tv niet opzet, omdat de elektriciteit te duur is. Een pion die een diploma heeft, maar geen plek vindt omdat haar naam “anders” klinkt. Een pion die vreest voor zijn verblijf, ondanks jarenlange inzet.
Wij zijn de mensen die het bord draaiende houden. Iedereen telt, elk stuk, elk veld. Maar in het spel dat vandaag gespeeld wordt, worden wij opgeofferd.
Welk spel spelen ze?
Neem nu het zogezegde “koninginnestuk” van deze regering. Zo noemt men de beperking van de werkloosheidsverzekering. Een term die Bart De Wever zelf met trots gebruikte. Maar als dit het koninginnestuk is – Wat zegt dat dan over hun spel?
Want deze zet dwingt mensen richting armoede. Richting OCMW. Richting schuldhulp, voedselhulp, wanhoop. Niet alleen individuen, maar hele steden en gemeenten – vooral in Brussel en Wallonië – worden zo onder druk gezet. En sommigen fluisteren intussen al het échte plan: “Misschien kunnen we zo wel een nieuwe staatshervorming afdwingen.”
Dat is geen sociaal beleid. Dat is schaakpolitiek. En wij zijn de stukken die ze laten sneuvelen om meer macht te grijpen. En alsof dat nog niet genoeg is, richten ze hun blik op onze pensioenen.
Ze hebben goed gekeken naar de openingszetten: Eerst vallen ze de ambtenaren aan.Testen onze reactie. En als die niet fel genoeg is? Dan schuift men het hele pensioenstelsel in de aanvalslijn. En wat zien we? De pensioenbonus wordt afgeschaft. Werknemers die langer willen doorwerken dan hun vervroegd pensioen, krijgen daar binnenkort niets meer voor terug.
Tegelijk voeren ze een pensioenmalus in. Wie op pensioen wil vóór de wettelijke leeftijd, zelfs na een zwaar beroep of een lang leven van arbeid, wordt gestraft met een lager pensioen.
Samenleving die op springen staat
Ze noemen het “hervormen”.Maar dit is niet “hervormen”.Dit is afbreken.Straffen.Besparen op kapotte ruggen en versleten knieën.Daar zetten onze kinderen en kleinkinderen geen stap mee vooruit.En terwijl blijven ze onze zekerheid voor morgen, onze sociale zekerheid, ondergraven met kortingen, speciale statuten, verminderingen, onzinnige subsidies. Niet een beetje. Miljarden.
Ze zeggen dan: “We moeten besparen op uitgaven”. Maar wie kijkt nog naar de inkomsten?
En terwijl pionnen ploeteren, zich in bochten wringen en zich kapotwerkengaat er wél meer geld naar defensie. Niet een beetje. Miljarden. Voor drones, voor straaljagers, voor systemen die niemand in de wijk helpen om zijn huur te betalen.
Ze zeggen: “We moeten voorbereid zijn op conflict.”Maar wie bereidt zich voor op het sociale conflict dat zij zélf veroorzaken? Een maatschappij waarin mensen hun pensioen zien verdwijnen, hun werkloosheidsuitkering verliezen, hun mutualiteit zien dichtslibben, hun zondagsrust kwijtspelen…
Een maatschappij waar opa’s en oma’s moeten flexi-jobben, ouders zwoegen richting burn-out, en jonge gasten vanaf hun 15 jaar werken zonder rechten op te bouwen.Dat is een samenleving die op springen staat. Een speelbord dat door mekaar geschud wordt.
8 mei
Vrienden,
Wie aan de zijlijn staat, dreigt van het bord geduwd te worden. Over de rand.
Er is nochtans plaats genoeg.Al te vaak wordt gedaan alsof dat niet zo is. Maar wie verdeeldheid zaait, ondermijnt ook de eigen stelling. We mogen ons sociaal model, het sterkste van de wereld, niet ondergraven door pionnen tegen mekaar op te zetten. In geen enkele linie.
Er is geen ruimte voor foute zetten. Wie de geschiedenis van het spel kent, weet hoe die eruitzien. Zonder geheugen spelen we blind. En blind spelen is verliezen. Daarom moeten we 8 mei, de dag van de bevrijding, opnieuw op het bord zetten als een extra Belgische feestdag.Als herdenking van de keerzijde van het spel, toen het duistere kamp schaakmat gezet werd.
Die dag is onze koningsveiligheid: een moment van waakzaamheid, van verdediging, van waarschuwing tegen herkenbare dreigingen.Het is een zet van herinnering en van toekomst– een zet van samenhorigheid, vrede en solidariteit. Want: iedereen telt.
Vermogensbelasting
Kameraden,
Ze denken dat dit bord van hen is. Dat zij de regels bepalen. Dat ze met ons kunnen schuiven tot wij stilletjes van het bord vallen. Maar ik zeg u: Dit bord is ook van ons.
Wij zijn misschien pionnen, maar we zijn met velen. En wij zijn niet stil. Niet blind. Niet braaf. Wij weten dat we het spel niet winnen door te wachten. We winnen het door samen te bewegen. Samen op te rukken. Samen het bord te hertekenen. Samen de spelregels eerlijk te herzien.
Geen pion meer die zwoegt terwijl de torens en lopers zomaar terrein winnen: iedereen moet eerlijk bijdragen. Elke euro telt, als één veld op het bord – ongeacht met welk stuk hij wordt veroverd. Elke euro telt, of die nu uit arbeid of vermogen komt.
Een oplopende vermogensbelasting vanaf 1 miljoen euro is een slimme zet en levert structureel voordeel op – miljarden per jaar. Kijk, pas als het hele bord meespeelt, kunnen we echt zeggen dat het spel eerlijk gespeeld wordt. En het spel eerlijk spelen, dat is elke pion waarderen.
Daarom eisen wij het recht om samen de zetten te bepalen aan de onderhandelingstafel, voor loon naar werken. Klap het spelbord open, breek de loonwet, geef marge in het loonoverleg. Alleen zo krijgen de pionnen eindelijk ruimte om op te stomen.
Zetten vooruit
Vrienden,
Wij zijn pionnen. Pionnen met overtuiging. Pionnen met kracht. Pionnen met elkaar. En als we nu niet samen bewegen zullen we de partij verliezen We kunnen niet ontwijken of blokkeren. Niet met dit beleid. Niet met deze schaakpartij op onze rug.
Wij gebruiken cookies om de werking van onze website te verbeteren
Functional Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistics
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.