Toen de influencer Acid en CD&V-voorzitter Sammy Mahdi de discussie over klassenjustitie op gang brachten trokken de mainstream media alle registers open om deze weer stil te leggen. In plaats van hun belangrijke maatschappelijke en kritische rol te vervullen brachten ze berichtgeving op maat van het establishment. Eigenlijk hoeft dat niet te verwonderen.
Klassenjustitie
De feiten zijn gruwelijk en barbaars: dagenlang werd Sanda vernederd en gefolterd met de dood tot gevolg. Toen de fatale afloop duidelijk werd wisten de Reuzegommers zorgvuldig alle sporen uit en op het proces dekten ze elkaar volledig in.
De rijkeluiszonen kwamen ervan af met uitermate lichte straffen: een boete van 400 euro en een werkstraf tussen 200 en 300 uur. Geen celstraf, ook niet met uitstel. Hun strafregister blijft blanco.
Wat een contrast bijvoorbeeld met de aanpak van de relschoppers aan de kust drie jaar geleden. Hun voornaamste misdaad bestond uit het gooien met parasols. Twee ervan werden onmiddellijk gearresteerd en een maand in hechtenis gezet.
De Reuzegommers genieten ook het voorrecht van anonimiteit: de mainstream media vermeldden hun namen niet. Ook dat is zeer uitzonderlijk. “In de 27 jaar dat ik nu advocaat ben, heb ik nooit meegemaakt dat de naam van veroordeelden niet voluit werd gespeld”, zegt de advocaat van de familie van Sanda Dia.
Voor de vader van Sanda is er geen gerechtigheid geschied. “Het gerecht heeft de kans niet gegrepen om de waarheid naar buiten te brengen”, zegt hij in een interview met Humo.
Zwaar taboe
Klassenjustitie is niet nieuw, het is een hardnekkige maar verborgen (gehouden) kwaal van onze rechtspraak. Deze keer zijn de feiten echter zo flagrant dat je er niet meer naast kan kijken. Dat verklaart waarom de uitspraak zoveel beroering heeft veroorzaakt.
In verschillende steden kwamen honderden mensen op straat omdat ze niet akkoord zijn met de uitspraak in de zaak-Sanda. Ze geven aan dat ze geen vertrouwen meer hebben in het Belgische rechtssysteem.
Op de sociale media stak influencer Acid het vuur aan de lont. Hij vond de strafmaat veel te licht en noemde enkele namen van Reuzegommers. Dat veroorzaakte een storm van verontwaardiging. CD&V-voorzitter Sammy Mahdi nam het in een TikTok filmpje op voor Acid en dat maakte de verontwaardiging bij de gevestigde orde alleen nog groter.
In de media werd hard van leer getrokken tegen zowel Acid als de CD&V-voorzitter. Oké, je hoeft het niet eens te zijn met de ‘milde’ uitspraak, we begrijpen dat er beroering is, maar suggereren dat zoiets bestaat als klassenjustitie, dat is een brug te ver.
Om die discussie de kop in te drukken en de geest terug in de fles te krijgen werden gebruikelijke establishmentkanonnen als Rik Van Cauwelaert en Rik Torfs in stelling gebracht. Ook moraalfilosofen, rechters en criminologen mochten komen uitleggen waarom er van klassenjustitie absoluut geen sprake is.
Op klassenjustitie berust zo te zien een zwaar taboe. Gelukkig waren er uitzonderingen op die algemene ontkenning. Uitzondering, die zoals gewoonlijk de regel bevestigen. Voor Noël Slangen in Het Laatste Nieuws schort er wel degelijk iets aan onze rechtspraak.
Volgens hem zouden de rechters “best eens een blik in de spiegel werpen, in plaats van zich te wentelen in verontwaardiging. (…) En is men niet milder en begripvoller voor daders waarin men zijn eigen klasse, of misschien zelfs zijn eigen kinderen, herkent?”
Het is niet het in vraag stellen van het arrest in de zaak-Sanda dat het vertrouwen in de rechtspraak ondermijnt. Het is juist omgekeerd. Het zijn de uitingen van klassenjustitie zelf en het ontkennen ervan die bij de publieke opinie verontwaardiging opwekken en het geloof in een fair rechtstelsel onderuit halen.
Voor Paul Marchal, de vader van An, die in 1995 door Marc Dutroux werd ontvoerd, is een discussie over klassenjustitie wel degelijk op zijn plaats. Ook Progress Lawyers Network vindt dat die discussie moet gevoerd worden.
Klassenmedia?
We zijn het misschien vergeten, maar de media hebben een belangrijke maatschappelijke opdracht. Het is hun taak om defecten in de samenleving op te sporen en aan te kaarten, de discussie daarover te openen en op een kritische manier te voeden.
In plaats van zwaar in het defensief te gaan, zouden de media heel dit voorval moeten aangrijpen om het debat over klassenjustitie op gang te brengen. Dat is des te meer het geval nu het vertrouwen in justitie een zware deuk lijkt te krijgen.
Dat de mainstream media hier de kant van het establishment kiezen hoeft op zich niet te verwonderen. Tachtig procent van het Vlaamse medialandschap is in handen van grote groepen, die op de openbare omroep na, bijna volledig gecontroleerd worden door rijke families als Van Thillo, Leysen, Vlerick-Sap en Van Waeyenberge.
Dat de media grotendeels in handen zijn van de 1% verklaart ook waarom ze in sociale conflicten steevast de antisyndicale toer opgaan. Recent was daar een mooi staaltje van te zien toen vakbonden op straat kwamen tegen de aanvallen op het stakingsrecht in de zaak Delhaize.
Het Nieuwsbladschoot hier de hoofdvogel af: “Mocht er in het Guinness Book of Records een categorie bestaan voor de meest nutteloze actie van het jaar, die van 22 mei 2023 zou veel kans maken.” Je moet beseffen dat het hier om het stakingsrecht ging, een fundamentele pijler van onze welvaartsstaat. De 1% denkt daar blijkbaar anders over.
Zoals klassenjustitie het vertrouwen in het gerecht ondermijnt, zo ondergraaft berichtgeving op maat van het establishment vroeg of laat het vertrouwen in de media. Lincoln zei ooit: “Je kunt alle mensen soms voor de gek houden, en sommige mensen de hele tijd, maar je kunt niet alle mensen altijd voor de gek houden.”
Bij de jonge generatie heeft geen 40 procent nog vertrouwen in de media. De huidige opstelling van de mainstream media in de zaak-Sanda zal dat vertrouwen alleen nog verder ondermijnen.
Precies drie weken geleden stonden ze al hier aan de Financietoren in Brussel. Duizenden syndicalisten betoogden tegen het wetsontwerp van minister van Justitie Van Quickenborne die het betogingsrecht kan inperken. En nu staan ze er weer om duidelijk te maken dat de ‘cosmetische aanpassingen’ die de regering sindsdien aan het ontwerp heeft toegevoegd niet voldoende zijn en het wetsontwerp nog steeds “volledig fout zit”. We spraken met ACV-voorzitter Marc Leemans en ABVV-voorzitter Miranda Ulens die uitleggen waarom.
“Meer dan 20.000 mensen stonden op 22 mei al in Brussel om het recht op actie voeren te verdedigen. Twee weken geleden stonden een duizendtal mensen hier opnieuw wegens een wetsontwerp van minister Van Quickenborne – die nog altijd in bespreking is – die ten gronde volledig fout zit.”
“Vandaag staan we hier opnieuw met meer dan 2.500 mensen, omdat de regering hardnekkig doorgaat met dit wetsontwerp. Er zijn een paar cosmetische aanpassingen gedaan, een paar kleine amendementen zijn toegevoegd, maar ten gronde verandert er niks.”
Fundamenteel onvoorwaardelijk recht
“Het recht op protesteren, het recht op vrije meningsuiting, het recht om je ongenoegen te laten blijken ten opzichte van patronaal gedrag of van politiek beleid, wordt serieus aan voorwaarden gekoppeld. Terwijl het een fundamenteel onvoorwaardelijk recht is. Het is een recht dat gegarandeerd is voor iedereen. Recht op meningsuiting en recht op protest, dat zijn de basispeilers van een democratie.”
“De regering gaat momenteel verder met het ontwerp dat stelt dat in protestmanifestaties van meer dan 100 mensen bepaald gedrag strenger gestraft gaat worden dan datzelfde gedrag buiten protestmanifestatie. Dingen in elkaar slaan of vernielen mag je sowieso nooit doen en moet je altijd voor gestraft worden. Of je dat nu binnen of buiten een manifestatie doet. En dat kan vandaag al gestraft worden, daarvoor is deze wet niet nodig. Die heeft geen enkele meerwaarde.”
“Maar met het wetsontwerp begint de regering een onderscheid te maken tussen manifestaties met meer of minder dan 100 deelnemers. Daarnaast krijgt de rechter een groter interpretatiebevoegdheid, zoals ‘wat is een beschadiging aanbrengen aan het eigendom van de werkgever?’ Om een voorbeeld te geven: mensen die affiches plakken op poorten en op de gevel worden nadien veroordeeld voor het toebrengen van schade, want die gevel moet gereinigd worden. Of: folders uitdelen is al eens veroordeeld geweest omdat het gezien werd als ‘opruien tegen rijke mensen’.”
“Die ruimte voor interpretatie wordt aan de rechter gegeven en in het begin zal de rechter misschien vrij terughoudend zijn, maar na verloop van tijd merk je dat je op een hellende schuifaf zit. Je gaat steeds meer interpretaties krijgen die steeds ruimer gaan en die nefast zijn op het recht van mensen om hun ongenoegen te uiten ten opzichte van gedrag van werkgevers of van beleid van politici. En dat recht is fundamenteel, daar kunnen we geen voorwaarden aan verbinden. Ongepast gedrag moet gestraft worden, zowel binnen als buiten manifestaties, maar manifestaties op zich moet je niet bijkomend viseren.”
“Wetsontwerp moet worden teruggetrokken”
“Dit ontwerp moet volgens ons volledig worden teruggetrokken”, zegt ook Miranda Ulens, voorzitter van de socialistische vakbond ABVV. “Het is een draak van een ontwerp. Als je echt relschoppers in de hand wilt houden, dan heb je al genoeg wettelijke reglementering om dat te kunnen doen.”
“Daarnaast mag het recht op betogen niet afhankelijk zijn van de appreciatie van een rechter”, benadrukt zij net als Leemans. “Een rechter zit niet onder een stolp, hij heeft ook een eigen standpunt en politieke visie. Wij vinden dat het recht op betogen vrijgelaten moet worden. Daarenboven is de handhaving van het ontwerp zoals het nu op tafel ligt niet haalbaar. Wat er dan misschien zou kunnen gebeuren om het wel haarbaar te maken, is dat via artificiële gezichtsherkenning mensen opgevolgd worden. Dan kom je in een Big-Brother-maatschappij en dat willen we zeker niet.”
“Er zijn parlementsleden, zowel van de oppositie als van de meerderheid, die oor hebben voor onze eisen en begrijpen dat we dit ontwerp nog altijd te veel impact vinden hebben op het fundamentele recht om te betogen. Wij hopen dat de politiek luistert. Je kan zeggen dat ze nu dit wetsontwerp maken met de goede bedoeling om relschoppers eruit te halen. Maar syndicalisten zijn geen terroristen of relschoppers. Als wij opkomen om iets te laten bewegen in de maatschappij, dan willen wij niet dat er geweld gebruikt wordt. Wij willen vooral dat onze stem gehoord wordt. Dat is het belangrijkste.”
Wat kunnen wij doen?
En ook uw stem kan gehoord worden: “Ik nodig u uit”, aldus Leemans, “om massaal via de website van uw respectievelijke vakbond gebruik te maken van de mogelijkheid om mails en petities te sturen naar de parlementairen en naar de ministers, zodanig dat zij, de vertegenwoordigers van het volk, beseffen wat het volk wil en wat de rechten van het volk zijn.”
15 juni was werelddag tegen ouderenmis(be)handeling (World Elder Abuse Awareness Day). Een gelegenheid om even stil te staan bij een belangrijk probleem voor de volksgezondheid en een helaas nog vaak verdoken stuk werkelijkheid waar teveel mensen slachtoffer van worden.
Voor alle duidelijkheid: de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) definieert misbruik van ouderen, ook bekend als ouderenmishandeling, als een enkele of herhaalde handeling, of het ontbreken van passende actie, die plaatsvindt binnen een relatie waarin vertrouwen wordt verwacht, die een oudere persoon schade toebrengt of leed bezorgt. Dat soort geweld vormt een schending van de mensenrechten en omvat fysiek, seksueel, psychologisch en emotioneel misbrui, financieel en materieel misbruik, verlatenheid, verwaarlozing en ernstig verlies van waardigheid en respect.
Wereldwijd heeft ongeveer 1 op de 6 mensen van 60 jaar en ouder het afgelopen jaar te maken gehad met een of andere vorm van mishandeling in de gemeenschap, volgens de WHO op basis van een review van 52 studies. Dat cijfer is zeker een onderschatting omdat heel wat landen geen relevante cijfers beschikbaar hebben. Bovendien wordt misbruik en verwaarlozing van mensen die thuis wonen veel te weinig gerapporteerd. In 2022 werden in Vlaanderen 1122 gevallen van ouderenmishandeling geregistreerd.
Dat cijfer van 15% stijgt bij ouderen die zorg nodig hebben. Het aantal mishandelingen van ouderen is hoog in instellingen zoals verpleeghuizen en instellingen voor langdurige zorg. 2 op de 3 medewerkers (64,2%) van woonzorgcentra gaf aan het afgelopen jaar getuige geweest te zijn van misbruik van ouderen. Zoals we ondertussen weten is het aantal mensenrechtenschendingen en mishandelingen van ouderen sterk toegenomen tijdens de COVID-19-pandemie. Misbruik van ouderen zal naar verwachting nog toenemen, aangezien veel landen te maken hebben met een snel vergrijzende bevolking. De wereldbevolking van mensen van 60 jaar en ouder zal meer dan verdubbelen, van 900 miljoen in 2015 tot ongeveer 2 miljard in 2050. Zelfs als het aandeel slachtoffers van misbruik van ouderen constant blijft, zal wereldwijd het aantal slachtoffers van misbruik toenemen tot zo’n 320 miljoen slachtoffers in 2050.
Age Platform Europe, de Europese koepel van ouderenorganisaties, voegt daar nog aan toe dat we ook rekening moeten houden met de vaststelling dat een op de drie 65-plussers aangeeft het doelwit te zijn van ageism: beledigd, misbruikt of geweigerd worden vanwege hun leeftijd. Een realiteit die een smet werpt op de gedeelde waarden van solidariteit, gelijkheid en mensenrechten van de EU.
De oorzaken
De oorzaken van ouderenmishandeling en -verwaarlozing zijn multifactorieel. Factoren op individueel niveau die het risico vergroten om slachtoffer van misbruik te worden, zijn onder meer functionele afhankelijkheid, handicap, slechte lichamelijke gezondheid, cognitieve stoornissen, slechte geestelijke gezondheid en een laag inkomen. Factoren die het risico vergroten om dader van misbruik te worden, zijn onder meer geestesziekte, middelenmisbruik en – vaak financiële – afhankelijkheid van de misbruiker van het slachtoffer en overbelasting door de zorg voor de oudere..
Op relatieniveau kunnen het type relatie (bijvoorbeeld echtgenoot,/partner of kind/ouder) en de burgerlijke staat in verband worden gebracht met een verhoogd risico op misbruik, al verschillen deze factoren per land en regio.
Factoren op gemeenschaps- en maatschappelijk niveau die verband houden met ouderenmishandeling kunnen onder meer zijn leeftijdsdiscriminatie tegen ouderen en bepaalde culturele normen (bijv. normalisering van geweld). Leeftijdsdiscriminatie en het daaruit voortvloeiende gebrek aan maatschappelijk bewustzijn maken het fenomeen ouderenmishandeling, en de oudere slachtoffers zelf, onzichtbaar.
Het gebrek aan toegankelijkheid voor allen van onze dagelijkse omgeving is ook een belangrijke factor. Dat omvat de snelle digitalisering van essentiële dagelijkse diensten die veel ouderen in een situatie van afhankelijkheid en kwetsbaarheid brengen.
Het moet anders
Misbruik van ouderen kan ernstige gevolgen hebben voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid, financiële en sociale gevolgen, waaronder bijvoorbeeld lichamelijk letsel, voortijdige sterfte, depressie, cognitieve achteruitgang, financiële verwoesting en plaatsing in verpleeghuizen. Voor oudere mensen kan het herstel langer duren.
Omwille van de brede waaier van mogelijke oorzaken is een alomvattend, dus holistisch beleid nodig zowel preventief als curatief. Maatregelen die ouderen mondiger maken door toegankelijke omgevingen, hun autonomie en onafhankelijkheid ondersteunen door hun rechten, voorkeuren, beslissingen en weloverwogen keuzes op het gebied van gezondheid, zorg, financiën en vele andere domeinen te respecteren, zijn essentieel.
Een wereld zonder misbruik vereist een systemische verandering op alle niveaus, van gegevensverzameling en consumentenbescherming tot effectief verhaal en ondersteuning van slachtoffers. Daarom is het nodig om alle belanghebbenden, de ouderen in de eerste plaats, te betrekken. Bij die alomvattende aanpak van ouderenmishandeling moet preventief de nadruk liggen op de bestrijding van leeftijdsdiscriminatie en het bevorderen van kwaliteitszorg. Maar tegelijk moeten er mechanismen gecreëerd worden die ouderen zelf toelaten om misbruik eenvoudig te melden.
In haar campagne ‘Ageing Equal’ pleit AGE er voor dat zorgen voor digitale inclusie in alle levensfasen een must is in een Europese Unie die opkomt voor zowel mensenrechten als digitalisering en een fundamentele stap is in het voorkomen van ouderenmishandeling. Daarom pleit AGE voor een strategie voor leeftijdsgelijkheid op EU-niveau. De EU moet gelijkheid in de praktijk en in alle fasen van ons leven waarborgen. Een belangrijke uitdaging voor de volgende Europese Commissie.
Strategieën die de WHO als meest veelbelovend beschouwt, zijn onder meer interventies door zorgverleners, die diensten verlenen om de zorglast te verlichten; geldbeheerprogramma’s voor oudere volwassenen die kwetsbaar zijn voor financiële uitbuiting; hulplijnen en noodopvangcentra; en multidisciplinaire teams, aangezien de vereiste maatregelen vaak meerdere systemen bestrijken, waaronder strafrecht, gezondheidszorg, geestelijke gezondheidszorg, beschermingsdiensten voor volwassenen en langdurige zorg.
Meer middelen en aandacht nodig
Ouderenmishandeling blijft wereldwijd en ook in ons land etteren. Het wordt duidelijk dat er meer middelen en aandacht moeten gaan naar de preventie en de aanpak van ouderenmishandeling. Dat is de verantwoordelijkheid van de overheden, van ouderenorganisaties en van elke volwassen burger. Er zijn daarom goede plannen en praktijken nodig.
De WHO publiceerde een vijfpuntenplan om ouderenmishandeling wereldwijd aan te pakken: (Tackling abuse of old people: five priority for the UN Decade of Healthy Ageing (2021–2030)”. Deze vijf prioriteiten, die na breed overleg tot stand zijn gekomen, zijn:
Bestrijd leeftijdsdiscriminatie omdat dit een belangrijke reden is waarom misbruik van ouderen zo weinig aandacht krijgt.
Zorg voor onderzoek en data die het probleem scherp stellen en onder de aandacht te brengen.
Ontwikkel effectieve oplossingen om misbruik van ouderen een halt toe te roepen.
Bewaak dat middelen goed besteed worden.
Investeer voldoende in meer middelen nodig zijn om het probleem aan te pakken.
Maciej Kucharczyk, secretaris-generaal van AGE verzucht: “De ruggengraat van de strijd tegen ouderenmishandeling is gelijkheid voor alle leeftijden. Alleen door ouderen te vieren en te respecteren als echt gelijken, kunnen we waardigheid op oudere leeftijd waarborgen.”
Aan het eind van alweer een moeilijk schooljaar maakt topexpert Dirk Van Damme (67) het rapport van het onderwijs in Vlaanderen en daar staat niet op: ‘Doe zo verder.’ Gelukkig heeft hij ook aanbevelingen voor hoe het beter kan, zoals de schoolplicht terugbrengen naar 16 jaar, anderstaligen spreiden over verschillende klasjes en een minder softe aanpak. “De rode balpen mag terugkeren.”
Er zijn 10.000 leraren tekort en Ben Weyts (N-VA) doet te weinig om dit op te lossen”, klaagden de onderwijskoepels vorig jaar rond deze tijd. Dit schooljaar kwam de onderwijsminister met een nieuw plan. Maar als je de baas van de Katholieke Koepel Lieven Boeve mag geloven, bevat dat geen structurele maatregelen. Hij legt zijn hoop bij de Commissie van Wijzen aan wie Weyts de opdracht gaf om een modern school-en personeelsbeleid uit te tekenen. Tijd voor een telefoontje naar voorzitter en onderwijsexpert Dirk Van Damme.
Dirk Van Damme (67), voorzitter Commissie der Wijzen voor het onderwijs
Groeide op in Sint-Amandsberg.
Werd in 1996 docent en in 2004 hoofddocent onderwijskunde aan de Ugent.
Werkte op de kabinetten van de Onderwijsministers Luc Van den Bossche (1992-1998), Eddy Baldewijns (1998-1999) en Marleen Vanderpoorten (1999-2004).
Werd in 2000 algemeen directeur van de Vlaamse Interuniversitaire Raad.
Ging in 2003 aan de slag als gedelegeerd bestuurder van het Gemeenschapsonderwijs.
Werd in 2004 kabinetschef van Onderwijsminister Frank Vandenbroucke.
Trok in 2008 naar de OESO, waar hij dertien jaar lang een internationaal onderzoeksteam leidde.
Werkte na zijn pensioen door als consultant en onderzoeker.
Van Damme woont in Frankrijk – op een uurtje rijden van Parijs. Bij de denktank voor industrielanden OESO leidde hij daar, tussen 2008 en 2021, onderzoek naar onderwijs en onderwijsvernieuwing. Voordien werkte hij zestien jaar op de kabinetten van de opeenvolgende onderwijsministers Luc Van den Bossche (SP), Eddy Baldewijns (SP), Marleen Vanderpoorten (Open Vld) en Frank Vandenbroucke (Vooruit). “Alleen onderbroken toen ik directeur was van de Vlaamse Interuniversitaire Raad en afgevaardigd bestuurder van het gemeenschapsonderwijs”. Kortom, wij dagen u uit om een expert te vinden die meer weet over onderwijs in Vlaanderen dan deze man. Lees vooral verder. Hij durft zijn nek uit te steken in het debat over de dalende onderwijskwaliteit.
Het schooljaar is ten einde. Hoever staat u met uw opdracht?
Dirk Van Damme: “Daar communiceer ik nu niet over. Ons rapport komt er eind dit jaar, we houden ons aan de timing. Tot nu hebben we vooral geluisterd naar de onderwijskoepels en de vakbonden. Pas na brede input kunnen we een goede analyse maken van de situatie en de verschillende standpunten. In de herfst zoeken we een uitkomst. Dat wordt hard werken.”
10.000 leerkrachten te kort: hoe is het zo ver kunnen komen?
“Er waren al langer signalen dat het zou spannen, onder andere door pensioneringen. Omdat voldoende leraren werden opgeleid, zagen veel mensen pas laat dat het zo dramatisch is. Maar het grote lek van nieuwe leerkrachten die het onderwijs verlaten in de eerste vijf jaar van hun loopbaan is lang onderschat.”
Nu moet u met een oplossing komen. Is dat niet rijkelijk laat?
“Veel mensen, ook in de koepels en de vorige regeringen, hebben een aantal elementen te laat gezien. Een immense migratiegolf maakte het lerarentekort nog groter. Er komen veel meer nieuwe leerlingen bij dan de demografische projecties hadden voorspeld. De oorlog in Oekraïne kon je dan weer niet zien aankomen, terwijl die kinderen ook onderwijs nodig hebben.”
Veel gehoorde oplossing: laat leerkrachten meer uren lesgeven en het tekort is zo van de baan.
“Wie leerkrachten meer wil laten werken, moet tot een akkoord komen met de sociale partners. Een moeilijke klus. Ik denk dat dat een van de redenen is waarom minister Weyts de commissie aanstelde, terwijl hij werkte op extra zijinstromers en nieuw bloed uit de privésector. Grote hervormingen vragen een grondige voorbereiding. Je wil geen maatregelen die als pervers effect hebben dat nog meer leerkrachten vluchten.”
Recent nog bleek dat het leesniveau van Vlaamse tienjarigen gezakt is naar dat van landen als Albanië. Als kabinetschef van Vandenbroucke zag u in 2004 nog de beste PISA-resultaten ooit binnenlopen. Wat liep er juist mis?
“Voor wiskunde haalde Vlaanderen toen topscores. ‘Vandaag kampioen in wiskunde, morgen ook in gelijke kansen’, titelde Vandenbroucke zijn beleidsnota. Hij wilde het onderwijs uitstekend maken voor iederéén, niet alleen voor de besten. Frank en ik gingen ervan uit dat de kwaliteit zo diepgeworteld was, dat ze in het DNA van het Vlaams onderwijs zat. Dat was niet zo juist, blijkt nu. Het niveau van de beste leerlingen is gezakt, terwijl de zwaksten niet sterker werden. Bij de uitvoering van het gelijkekansenbeleid is in veel scholen meer aandacht gegaan naar zwakkere leerlingen, waarbij de besten uit beeld verdwenen. De focus verschoof naar het gemiddelde kind. Hoewel geen enkele minister ooit besliste dat de lat lager moest, werden de eindtermen niet langer gezien als minimumdoelen, maar als het mikpunt. Leerplannen en handboeken werden op dat niveau geschreven. Heel zware richtingen, met acht uur wiskunde, werden door de koepels ontmoedigd.”
Waarom scoren we zoveel slechter dan onze buurlanden?
“Een grotere groep ouders wilde niet meer dat hun kinderen op de toppen van hun tenen moesten lopen. Zij kwamen zelf uit een tijd waarin de scholen het kaf van het koren moesten scheiden, om in het laaggeschoolde Vlaanderen een middenklasse en elite te creëren. Ouders die zelf streng waren aangepakt, wilden het hun kind besparen. Ze kozen massaal voor methodescholen. Die groeiden zo sterk dat de klassieke netten dachten dat ze mee moesten opschuiven naar de kindgerichte aanpak. In de ommezwaai naar een softe pedagogische benadering verschoof de klemtoon van kennis naar vaardigheden en je goed voelen op school. Die slinger is te ver doorgeslagen. En de koerswijziging komt in Vlaanderen pas nu op gang.”
Lagereschoolkinderen krijgen zelfs geen punten meer, klagen ouders. Op hun rapport staan smileys.
“Laat de rode balpen maar terugkeren. Ik heb nooit begrepen waarom je taalfouten niet mag verbeteren of geen punten mag geven. Met een ‘matig’, ‘voldoende’ of ‘uitstekend’ gebruik je ook een meetlat. Een puntenreeks is het helderst. Slechte punten kunnen pijnlijk zijn, maar zetten leerlingen er misschien toe aan na te denken over hun functioneren, om het nadien beter te doen.”
Hoe trek je het niveau weer op?
“Sommige Vlaamse scholen doen het zo goed als in Singapore, andere zitten op het gemiddelde van ontwikkelingslanden. De verschillen waren er al, maar zijn niet verkleind. Ik zit niet in zijn partij, maar Ben Weyts is de eerste minister die de kwaliteit van ons onderwijs op de agenda heeft gezet. De discussie over de eindtermen in de tweede en derde graad – die de lat hoger moesten leggen – toont hoe ingewikkeld het is. Het katholiek onderwijs vond ze te uitgebreid en trok naar het Grondwettelijk Hof. Ze hadden een punt. Met te veel eindtermen raak je alles aan, maar je moet van het ene thema naar het andere springen. Zo blijf je op de vlakte, terwijl jongeren net in de diepte moeten leren focussen. Dus moet je bij de essentie blijven. Taal en rekenen worden terecht hoger ingeschat dan andere vakken, ook wetenschappen.”
Kleuterjuffen zien intussen nog meer instappertjes die eenvoudige woorden als ‘jas’ of ‘lijm’ niet meer verstaan.
“We moeten veel strenger zijn voor de kennis van het Nederlands bij anderstaligen. Weyts heeft de Koala-test ingevoerd die duidelijk maakt welke kleuters extra ondersteuning nodig hebben. Maar dat volstaat niet. We moeten niet toelaten dat kinderen Turks of Arabisch spreken op school. Welke taal ze thuis spreken, kan je niet opleggen. Maar in andere landen gebruiken minder migrantenfamilies hun moedertaal dan bij ons: de inburgering gaat er sneller. Versta me goed: ik ben streng voor taal, maar vind dat we als samenleving een meer verwelkomende houding moeten aannemen tegenover migranten. Die kinderen komen nog te vaak in een systeem dat ervan uitgaat dat ze er toch niets van terecht zullen brengen”.
Veel directeurs en leerkrachten liggen wakker van de vraag hoe ze kindjes meekrijgen die thuis minder basiskennis opdoen. Met het lerarentekort werd het risico dat zij uit de boot vallen nog groter.
“De knoop waar we door moeten, is groot. Voor nieuwkomers zijn er OKAN-klasjes (onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers, red.), maar de groep kinderen van de tweede, derde en zelfs vierde generatie die onvoldoende Nederlands kennen, is enorm toegenomen. In een klas waar een kwart van de kinderen de juf niet verstaat, raak je ook met de andere kinderen moeilijk vooruit.”
Geven we anderstalige kinderen niet beter eerst een intensief taalbad?
“Absoluut, al gebruik ik die term niet graag omdat hij politiek gekleurd is. Opdelen is een heikel punt, maar de jonge kinderen volgens taalniveau samenzetten is de efficiëntste manier om iedereen op gelijke hoogte te krijgen. Nu doen we het niet, maar het stigma van apartheid is een verkeerde perceptie in een ideologische discussie. Door niveauklassen zou je de ongelijke kansen juist kunnen bestrijden. Eens kinderen de taal machtig zijn, zullen ze makkelijker andere vakken leren. Er is meer kans dat ze op het eind van het lager onderwijs samen, mét diploma, doorstromen naar het middelbaar. Dit is geen pleidooi voor uitsluiting, we moeten er juist voor zorgen dat die kinderen beter kunnen aansluiten.”
Het aantal kinderen dat geen diploma haalt, werd weer groter.
“Het is misschien controversieel, maar het halen van een diploma vind ik geen goede indicator. Hilde Crevits (CD&V) heeft de uitstroom zonder diploma sterk naar beneden gehaald, maar dat gebeurde op een kunstmatige manier. Wellicht kregen veel jongeren een diploma terwijl ze niet aan de vereisten voldeden.”
Houden we jongeren die schoolmoe zijn nu te lang op school?
“Ik vind van wel, ik zou de leerplicht naar 16 verlagen. De leerplicht tot 18 heeft een nefast effect op een kleine groep kwetsbare leerlingen, voor wie de werkvloer vaak een betere leeromgeving is. We helpen hen niet als we hen tegen hun goesting op school houden. Tot nu konden ze deeltijds werken en leren. Maar het deeltijds beroeps secundair onderwijs verdwijnt en gaat vanaf 1 september op in het systeem van duaal leren. Dat wordt een catastrofe. Enkele duizenden jongeren zullen nergens meer aan de bak komen.”
Wat zou uw rapport zijn voor minister Weyts?
“Aan het eind van de legislatuur zal ik dat misschien geven.”
Hoe dan ook zal de volgende Vlaamse regering de grote onderwijskwesties moeten oplossen. Vooruit maakt alweer jacht op onderwijs. Zou u het opnieuw door Vandenbroucke laten doen?
Waar we toelaten dat collectieve bescherming met de voeten getreden wordt, veroordelen we de werknemer vooral tot eenzaamheid. Het is hij of zij alleen tegen de baas.
Afgelopen week kwam het goede nieuws dat twee rechtbanken Delhaize terugfluiten. De keten had verschillende eenzijdige verzoekschriften ingediend over stakingspiketten aan winkels met als doel de stakers gerechtelijk op afstand te houden. Waar de rechtbank eerst in het verzoekschrift meeging, wordt dat nu teruggedraaid. Delhaize had geen grond voor het verzoek, aldus de rechter.
Zo’n eenzijdig verzoekschrift is juridisch een vreemd beestje. Normaal heb je in de rechtsspraak altijd het principe van woord en wederwoord. Iemand klaagt iets aan en legt uit waarom, de beklaagde verdedigt zich, de rechter oordeelt. Zo werkt het niet bij een eenzijdig verzoekschrift. Daar vraagt één partij bij hoge uitzondering en hoogdringendheid iets aan de rechter. Omdat het snel moet gaan, of omdat er geen tegenpartij bekend is.
Het is duidelijk dat Delhaize deze juridische uitzonderingsaanpak centraal heeft gesteld in haar strijd tegen de vakbonden. Al vanaf week twee van het conflict – terwijl de gesprekken volop liepen – diende de top verzoekschriften in voor elke plek waar de staking naar hun oordeel te lang duurde. In totaal werden dertien verzoekschriften ingediend, zelfs eentje voor het totale grondgebied. Dat de rechtbank de aanvankelijke beslissingen in Waals-Brabant en Gent ten voordele van Delhaize nu terugdraait, is een goede zaak. Maar daarmee is het conflict nog niet ten einde.
Integendeel, Ahold-Delhaize blijft ook elders stokken in de wielen van het werknemersprotest steken om dat protest uit te hollen en alsnog gelijk te halen. Via de rechtbank, in de onderhandelingen, maar ook op de werkvloer. Zo is er aan de onderhandelingstafel tot nader order geen letter veranderd aan de beslissing van de supermarktgroep om alle 128 winkels in ons land koudweg te verkopen. Vergaderingen worden verzet, deelnemers worden gefouilleerd of de CEO daagt niet op. De lijst is lang. Op de werkvloer overtreedt de groep een aantal eerdere afspraken over percentages studentenarbeid en interim, waardoor winkels die normaal dicht zouden moeten alsnog open zijn. Zelfs bij de aankondiging van de franchisering zelf verbrak Ahold al een akkoord om de winkels niet te zullen verkopen tot december 2024. Die afspraak dateerde van 2019 en werd eenzijdig door de keten opgezegd.
Dat Ahold-Delhaize het nogal moet hebben van eenzijdigheid is zo wel duidelijk, maar moet ons vooral tot nadenken stemmen. Willen we dit soort ‘eenzijdigheid’ opnieuw zijn intrede zien doen in onze arbeidsmarkt? Want waar we toelaten dat collectieve bescherming van werknemers met de voeten getreden wordt, veroordelen we diezelfde werknemer vooral tot eenzaamheid. Het is hij of zij alleen tegen de baas. Dat kan sommige mensen leuk in de oren klinken, omdat ze de illusie hebben dat de sterke positie waar ze vandaag in staan ook die van morgen zal zijn. Maar de realiteit is dat op die manier vooral de aandeelhouder wint.
Het blijft ten slotte opmerkelijk dat Delhaize zich vandaag deze strapatsen denkt te kunnen veroorloven. Dat heeft zonder twijfel te maken met de Nederlandse arbeidsmarkt, waar men ondertussen de nadelen van de flexibiliseringsgolf lijkt te beseffen. Nulurencontracten, waarbij je als werknemer voltijds beschikbaar bent maar enkel betaald wordt als de baas je roept. Of min-maxcontracten, waarbij je weet hoeveel uur je minimaal en maximaal moet werken, maar de werkgever bepaalt wanneer en hoeveel. Deze contracten zijn er vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt, bij mensen die op hun eentje en zelfs in een krappe arbeidsmarkt niet sterk genoeg staan om betere voorwaarden af te dwingen.
Om dat gedrag en die gevolgen te counteren is wel degelijk vakbondswerk nodig. Zonder piketten, zonder staking en zonder een onderhandelingsdelegatie geen betere arbeidsvoorwaarden of een bescherming van de bestaande. Zonder verweer geen betere lonen, laat staan fair play. Of, om het in de woorden van de Britse vakbondsleider Mike Lynch te zeggen: ‘If you’re not bargaining, you have to beg.And I don’t want any working people to have to beg.’
Wij gebruiken cookies om de werking van onze website te verbeteren
Functional Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistics
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.