Het antwoord op repressie: actieve solidariteit

In het sociaal conflict bij Delhaize zet de directie deurwaarders en politie in om piketten te breken. Deurwaarders trekken naar vakbondsmilitanten thuis om hen een straatverbod op te leggen. Aan een bemiddelingsvergadering wordt een waterkanon geplaatst. Vakbondsleden worden geboeid afgevoerd. Een rechter overschrijdt zijn territoriale bevoegdheid om een actieverbod in heel het land op te leggen. Een andere rechter zegt dat het recht om handel te voeren belangrijker is dan het stakingsrecht. De politie houdt auto’s van vakbondsleden ‘preventief’ tegen en verbiedt om actie te voeren. En wat doet de regering? Aan de vooravond van de betoging op 22 mei voor het Delhaize-personeel en het recht op syndicale acties, bespreekt ze een wetsvoorstel waarmee het mogelijk wordt om demonstraties op de openbare weg strafrechtelijk te verbieden.

door een delegee

Het jaar 2022 stond bol van de intersectorale en vakbondsmobilisaties, met een reeks acties en betogingen (sommige spontaan, waarbij de achterban het vakbondsapparaat inhaalde) voor hogere lonen en de verdediging van de index. Het eindigde met de algemene staking in gemeenschappelijk vakbondsfront op 9 november en de tienduizenden betogers op 16 december in Brussel, eveneens in een gemeenschappelijk front.

De dag na die betoging verklaarde het ABVV in een persbericht: “Als er geen consensus kan worden bereikt met de vertegenwoordigers van de werkgevers, zal het ABVV midden februari zijn federaal comité opnieuw samenroepen om te beslissen over nieuwe acties, die een staking van 24 uur zouden kunnen omvatten.” In plaats van een staking of een andere grootschalige actie werden op 14 februari 2023 acties georganiseerd om de beweging te begraven. In de beweging dook de eis van nationalisatie van de energiesector op. Op 14 februari werd enkel nog gesproken over ‘fiscale rechtvaardigheid’. Veteranen van syndicaal protest weten dat deze bijzonder vage en algemene eis doorgaans gebruikt wordt om bewegingen te laten verdrinken.

Er was een eigen dynamiek in verschillende sectoren: het Franstalig onderwijs, de gezondheidszorg en de non-profit, de brandweer, het spoor, de kinderopvang … Er was zelfs een algemene staking in de openbare diensten op 10 maart. Het ging om een veelheid aan krachtmetingen in verspreide slagorde en telkens zonder strategie op middellange termijn. Het zijn uitdrukkingen van de woede. Dat volstaat echter niet.

Zwakte leidt tot agressie

Het is ondertussen bijna 10 jaar geleden, maar het actieplan van het najaar van 2014 blijft een belangrijk voorbeeld van hoe we ons syndicaal protest kunnen opbouwen. Er werd toen meteen een reeks mobilisaties aangekondigd die opbouwden naar de historische nationale algemene staking van 15 december. Het jaar 2014 was een recordjaar qua stakingen (sinds 1993): 760.297 stakingsdagen tegen 206.974 in 2013. De rechtse regering wankelde. Verdeeldheid (en angst) bij de vakbondsleiding tegenover de ontketende massabeweging bracht de strijd echter tot een patstelling. Dit gebeurde onder meer met de valse belofte van een ‘tax shift’, die er uiteindelijk één van arm naar rijk werd.

Zodra de druk van de straat was afgenomen, kwam het debat over het stakingsrecht plotseling weer op gang. Na een staking in oktober 2015 in Luik en een andere in juni 2016 in Antwerpen werden vakbondsleden veroordeeld wegens “kwaadwillige belemmering van het verkeer.” De tegenpartij was bang en probeerde elke gelegenheid aan te grijpen om toekomstige sociale bewegingen te verzwakken. Nu wordt een volgende stap in die richting gezet.

Delhaize, een precedent voor de hele arbeidersbeweging

Delhaize is een testcase voor de werkgevers en de overheid. Vakbondsvrijheden die helemaal gekortwiekt worden aan de winkeldeuren of de depots in Zellik, zullen dat ook blijven.

Midden vorig jaar hield het ABVV een federaal congres waar het aankondigde dat elke veroordeling van een syndicalist voor het uitoefenen van het stakingsrecht zou beantwoord worden met een 24-urenstaking. Voorzitter Thierry Bodson zei toen in de media: “Dit is al drie jaar bezig. Het getuigt van een gebrek aan respect voor onze leden en afgevaardigden.” En nog: “Ja, er zullen nog gevallen zijn. Daarom moeten we beslissen om de volgende keer nog sterker te reageren. Geen enkele grote overwinning voor de vakbonden is er gekomen met alleen overleg. We moeten kunnen blijven staken.” Er zijn nog geen veroordelingen geweest in de strijd bij Delhaize, maar we moeten daar niet op wachten. Wat er daar nu gebeurt, gaat immers nog verder dan eerdere aanvallen op het recht op collectieve actie. 

Om onze rechten te verdedigen, hebben we het volle gewicht van de arbeidersbeweging nodig. We kunnen daarbij iedereen betrekken voor wie collectieve actie essentieel is: feministen, LGBTQIA+ activisten, klimaatjongeren, studenten … Solidariteit is ons beste wapen!

Begin mei dienden het ACV en het ABVV klacht in tegen een deurwaarder die een piket bij Delhaize aan de Watersportbaan verbood. Kort nadien waren er honderd betogers voor de rechtbank van eerste aanleg in Bergen om verschillende delegees en personeelsleden te steunen. De juridische strijd moet gevoerd worden, maar we mogen ons daar niet toe beperken. Deze strijd kan nooit in de plaats van mobilisatie treden.

Sommigen denken de repressie te omzeilen met ‘verrassingsacties’. In de praktijk is de politie doorgaans snel op de hoogte. Tegenover een handvol activisten is repressie bovendien gemakkelijker. De beste manier om repressie te stoppen, is door ons net sterker en beter te organiseren. Zo had het voor kledingketen Zara geen zin om deurwaarders in te zetten toen het voltallige personeel van de vestiging aan de Elsensesteenweg in Brussel het werk neerlegde op 6 mei. De grotere acties aan Delhaize-vestigingen op 13 mei gaan in deze richting.

Eind april was er in Limburg een illegale rave met 5.000 aanwezigen. De politie verkoos om niet tussen te komen omdat er te veel mensen aanwezig waren. Ook daar kunnen we een les uit trekken…

In Brussel is er een solidariteitscomité met de stakers van Delhaize opgezet. Dit comité mobiliseerde naar een actie aan Delhaize Chazal in Schaarbeek, de grootste winkel van de groep in Brussel. Ongeveer 250 mensen stonden voor de deur en protesteerden ook binnen in de winkel. Er waren deurwaarders aanwezig, maar er werd geen enkele boete uitgedeeld. Dit voorbeeld kunnen we overal bespreken op personeelsvergaderingen op de werkplaatsen en op acties aan Delhaize-winkels. Dit kan samengaan met een algemeen debat over een actieplan en de te volgen strategie om de patronale agressie een halt toe te roepen.

Bron: LSP

Delhaize. Heel de samenleving mobiliseren om het franchiseplan te stoppen

Delhaize. Heel de samenleving mobiliseren om het franchiseplan te stoppen

De handelssector ligt al enkele jaren onder vuur met steeds nieuwe aanvallen op arbeidsvoorwaarden en lonen, franchisering, flexibele uren en contracten, automatisering, e-commerce … Dit komt niet uit de lucht gevallen: het is een bewuste strategie van de werkgevers.

Artikel door een vakbondsverantwoordelijke in de sector, uit maandblad De Linkse Socialist

Franchisering bij Delhaize

Franchisering is een zakenmodel waarmee een bedrijf zijn netwerk uitbreidt door licenties te verkopen aan franchisezaken. De zelfstandige beheerders van die winkels zijn verplicht om vergoedingen te betalen aan het moederbedrijf, waardoor hun aandeel in de winst kleiner wordt. Ze profiteren dus niet ten volle van hun investering, terwijl het moederbedrijf gemakkelijke winsten boekt. Het moederbedrijf neemt alle belangrijke beslissingen over het merk (prijzen, marketingbeleid …). Er is onvermijdelijk een onevenwichtige machtsverhouding. De franchisenemers hebben in de praktijk geen controle over hun eigen zaak. Het zijn eigenlijk schijnzelfstandigen.

Vandaag zitten 40% van de franchisenemers in België in de problemen. Onder de franchisenemers bevinden zich niet enkel kleine zelfstandigen die één winkel beheren. Er zijn ook bedrijven die meerdere winkels bezitten, zoals Peeters-Govers dat 15 winkels van Albert Heijn uitbaat.

Voor de grote ketens is franchisering een manier van sociale afbraak waarbij ze de omzet verhogen zonder het nodige personeel in te zetten en dus tegen veel lagere kosten. De vakbonden klagen aan dat 6.200 van de 9.000 personeelsleden van Delhaize die door de franchisering geraakt worden, niet dezelfde arbeidsvoorwaarden zullen hebben. Een manager van een Delhaize-franchise in Brussel verklaarde in de media: “Als zelfstandigen kunnen wij niet de lonen betalen die Delhaize geeft aan het personeel van de supermarkten in eigen beheer. Als we de rode lijn van 10% loonkosten (inclusief onze eigen vergoeding) overschrijden, stevenen we regelrecht op een faillissement af. Dat zou niet voorkomen worden met krediet van de franchisegever. Wat ik hier vertel, kan je in onze boekhouding nakijken.” (Le Soir, 17 mei). Ahold Delhaize behaalde in het eerste kwartaal van dit jaar een omzet van 21,6 miljard euro, een forse stijging tegenover vorig jaar. Maar voor de aandeelhouders is dat niet genoeg.

Het franchisestelsel is een perfect voorbeeld van de concentratie van macht, ongelijkheid en werkonzekerheid die inherent zijn aan het kapitalisme. Het is een logisch gevolg van de concurrentie en het privaat bezit van de productie- en ruilmiddelen.

De uitdagingen van de sector en van de vakbondsstrijd

In 2021 telden de grote ketens uit de voedingssector 3.814 winkels in ons land. Dat is 8% meer dan 2015 en goed voor één winkel voor ongeveer 3.000 consumenten. Delhaize telt 800 winkels waarvan 128 in eigen beheer. De rest zijn in handen van zelfstandige franchisenemers.

Een van de voordelen van deze opdeling in kleine entiteiten is dat het aantal werknemers dat nodig is om een vakbondsafvaardiging en echt sociaal overleg op te richten, niet wordt bereikt. In bedrijven waar de werknemers geen enkele rol spelen in de besluitvorming, dicteert het kapitaal op nog brutalere manier.

Comeos, de werkgeversorganisatie voor de handel, sprong meteen op de kar en verklaarde dat andere ketens klaar zijn om het franchisestelsel te veralgemenen. Mestdagh-Intermarché wil de komende weken nogmaals 50 winkels aan franchisenemers overlaten.

De Colruyt-groep is tegen dit franchisesysteem, omdat het tot oneerlijke concurrentie tussen ketens leidt. De groep pleit daarom voor een hervorming van de vijf paritaire comités van de levensmiddelenhandel (202, 201, 311, 202.01 en 212.01). Colruyt wil die comités harmoniseren… maar dan wel naar beneden. Geoffroy Gersdorff, CEO van Carrefour, stelde in De Tijd: “Vandaag heb ik geen plannen om winkels over te hevelen naar zelfstandigen.” Hij voegde er echter meteen aan toe: “De situatie is moeilijk in onze geïntegreerde winkels. Het moet absoluut beter. Het is problematisch dat onze hypermarkten in paritair comité 312 zitten. Er moet een oplossing komen, want het status quo is geen optie.” Over het basisprincipe zijn alle werkgevers uit de sector het eens: de lonen moeten omlaag. Als we hen laten doen, zelfs zo laag dat geen enkele supermarktmedewerker het zich nog kan permitteren om in de eigen winkel inkopen te doen. Aldi en Lidl zullen daarbij uiteraard evenmin werkloos toekijken.

Voor een antwoord op deze crisis is er volgens de vakbondsleiders nood aan een hernieuwd gemeenschappelijk vakbondsfront waarmee de werkgeversorganisaties aan de onderhandelingstafel gedwongen worden om een hervorming van de paritaire comités te bespreken.

De directie van Delhaize geeft echter niets om het sociaal overleg. Voor de directie is het de franchisering en niets anders. Ze weigert zelfs het minimum, zoals de toepassing van de wet-Renault (die voorziet in een periode van sociaal overleg bij collectief ontslag) of een soepele eindeloopbaanregeling voor ouder personeel. Elke dialoog zit muurvast en wordt verder vergiftigd door dwangsommen, arrestaties en andere patronale provocaties die enkel mogelijk zijn door de actieve medeplichtigheid van de overheden en het gerecht. Er is voor het personeel geen andere weg dan die van een strijd van de hele sector.

De nationale betoging van 22 mei was een goed initiatief, maar kwam wel erg laat. De staking en strijd van het Delhaize-personeel is al sinds 7 maart bezig en is historisch. Er is een brede steun onder de bevolking. Dit bleek ook met de twee regionale betogingen in Luik (7 april) en Brussel (17 april), de personeelsvergaderingen, de stakersposten, de solidariteitsacties, de blokkades aan de depots in Zellik, de opiniestukken en de duizenden handtekeningen voor een online petitie.

De oproep voor de betoging van 22 mei werd drie weken op voorhand gelanceerd om de hele handelssector en het personeel van andere sectoren te bereiken. Het doel was een brede mobilisatie in solidariteit met het personeel van Delhaize, maar ook tegen de repressie en de aanvallen op de syndicale rechten.

Perspectieven voor de beweging

Binnen het gemeenschappelijk vakbondsfront is er een intens debat over de te volgen strategie. BBTK, de bediendenbond van het ABVV, benadrukt de noodzaak van een visie op de duurzaamheid van de sector. Het betekent dat de franchisering wordt aanvaard, mits garanties voor de huidige werknemers. De CNE, de Franstalige bediendenbond van het ACV, wil het behoud van alle jobs en de bestaande arbeidsvoorwaarden.

De directie van Delhaize verstopt zich achter de toepassing van de cao 32bis, die een overnemer verplicht om het bestaande personeel aan de huidige arbeidsvoorwaarden over te nemen. Dit is een valstrik, want de cao voorziet in een reeks uitzonderingen die jobs in gevaar brengen in het geval van franchisering.

De CNE is tegen het franchiseplan en wil de onderhandelingen verplaatsen naar het niveau van de sector. Zo hoopt de CNE de verdeeldheid in het kamp van de werkgevers te gebruiken voor een opwaartse harmonisatie van de paritaire comités.

Het cruciale punt is echter om vanuit de betoging van 22 mei een krachtsverhouding op te bouwen om de sector en de hele samenleving te mobiliseren om de franchiseplannen van tafel te krijgen.

LSP koppelt dit aan de noodzaak van een bredere discussie over de organisatie van de productie, de wijze waarop prijzen worden bepaald, de verdediging van het stakingsrecht en de syndicale aanwezigheid in de bedrijven, ook in de kleine. Dit zou de weg vrijmaken voor een grotere eenheid van consumenten en werkenden in deze en andere sectoren, en dus voor de eenheid van heel de werkende klasse. Om aan de reële noden van de bevolking te voldoen, is er nood aan een ander productiemodel. Een eerste stap daartoe is het stoppen van de neerwaartse spiraal voor de lonen en arbeidsvoorwaarden.

De solidariteit met het personeel van Delhaize is indrukwekkend. Het ontbreekt echter aan een strategie om te winnen. In Brussel is er een solidariteitscomité met de stakers van Delhaize opgezet, een initiatief waaraan LSP deelneemt. Dit helpt om van passieve steun naar actieve betrokkenheid te gaan. Het is een goede stap om de strijd te verbreden. 

Voor volgende stappen is de solidariteit in de hele sector en daarbuiten fundamenteel. Dit kan versterkt worden door syndicalisten van Delhaize of van de sector uit te nodigen op personeelsvergaderingen, zoals dit gebeurde op initiatief van ACOD LRB in het Brugmann ziekenhuis in Brussel. Dergelijke vergaderingen zijn ideaal om de solidariteit te organiseren, maar ook om samen te discussiëren over volgende stappen en de strategie voor de strijd. 

Hoe winnen? De mobilisatie is sterker als er een duidelijk perspectief is. Een escalerend actieplan om de intrekking van het hele franchiseringplan af te dwingen, is absoluut noodzakelijk om deze strijd te winnen. Lokale initiatieven en de betoging van 22 mei kunnen de basis leggen voor een grote staking in de hele handelssector, met de mogelijkheid voor werkenden uit andere sectoren om zich daarbij aan te sluiten.

De malaise in de supermarktsector vestigt opnieuw de aandacht op wie de samenleving doet draaien. Het zijn de werkenden die de rijkdom produceren, terwijl de eigenaars van de productiemiddelen profiteren en leven van het zweet van anderen. Als Delhaize volhardt in zijn franchiseproject, moeten we strijden voor de onteigening en nationalisering van het bedrijf, zonder compensatie voor de aandeelhouders en onder publieke controle en beheer, als eerste stap naar een volledig publieke detailhandel en een rationele en democratische planning van de economie.

Bron: LSP

Het keurslijf van sociale ellende doorbreken met strijd voor een andere samenleving

Terwijl de Nationale Bank erkent dat de ongelijkheid in ons land groter is dan voorheen aangenomen werd en de Europese Centrale Bank toegeeft dat de prijsstijgingen grotendeels veroorzaakt zijn door de winsten van grote bedrijven, kampen werkenden op hun werkplaats en in hun leven met steeds meer tekorten. Koop met de huidige rentevoeten en prijzen maar eens een eigen huis of appartement! Openbare diensten zijn kapot bespaard. Het water staat aan de lippen van het personeel van de kinderopvang, het onderwijs, de zorg, de brandweer, de OCMW’s, het openbaar vervoer … Er wordt betoogd en gestaakt. Signalen geven en oproepen om gehoord te worden, volstaan duidelijk niet.

Budgettair keurslijf wordt aangetrokken

Wie hoopt op verandering na de verkiezingen van 2024, kan serieus bedrogen uitkomen. Alle pro-kapitalistische partijen stappen mee in de terugkeer van het budgettaire keurslijf dat in heel Europa hersteld wordt. Dit keurslijf werd tijdens de pandemie losgelaten. Met stimulusmaatregelen werd de economie, en vooral de winsten, overeind gehouden. Nog voor de geldkranen van deze maatregelen terug dichtgedraaid zijn, wordt alles in stelling gebracht om opnieuw fors te besparen. Alle regeringen in België gaan daarin mee. En moest dat niet het geval zijn, zal desnoods het resterende Europese stimulusgeld als chantagemiddel gebruikt worden om dit budgettaire keurslijf op te leggen.

Alle pro-kapitalistische partijen aanvaarden de ‘noodzaak’ om de begroting op orde te zetten. In een context van enorme tekorten, maar ook het duurder worden van krediet, betekent dit een bewuste keuze voor de verderzetting en uitdieping van sociale ellende voor de meerderheid van de bevolking. De meningsverschillen over hoe de begroting op orde moet gesteld worden, in het bijzonder tussen de PS en de liberalen, worden breed uitgesmeerd en zijn reëel. Deze meningsverschillen blijven evenwel binnen de krijtlijnen van dat keurslijf en bevatten bijgevolg nog geen begin van antwoord op onze noden.

Vanaf 2024 moet er jaarlijks 5 miljard euro gevonden worden om aan de Europese begrotingsnormen te voldoen. Dermagne van de PS wil dit geld voor een derde bij de uitgaven, een derde bij de inkomsten en een derde bij diverse posten zoeken. De rechterzijde wil vooral de uitgaven verminderen, onder meer door te besparen op werklozen en zieken. Het pleidooi van Conner Rouseau voor ‘basisbanen’, wat de deur opent voor een beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd, kreeg applaus van de werkgevers, De Wever, Lachaert en Bouchez.

De PS pleit voor een verdubbeling van de effectentaks en een belasting op de meerwaarde op aandelen. Zo wil de sociaaldemocratie de besparingen op onze levensstandaard ‘evenwichtig’ laten overkomen en het budgettair keurslijf verkocht krijgen. Bij de begrotingscontrole eerder dit jaar stemde de PS in met het schrappen van de verhoging van het minimumpensioen en van de minima van andere uitkeringen.

Het beperken van de uitgaven gebeurt dus nu al. Op de extra inkomsten vanuit de grote vermogens blijft het daarentegen grotendeels wachten. Het is bovendien weinig waarschijnlijk dat het onderdeel zal zijn van de grote fiscale hervorming die CD&V nog wil realiseren met minister Van Peteghem, een hervorming die wellicht zal botsen op de tegenstellingen tussen liberalen en PS. De PVDA merkte daarnaast terecht op dat geen enkele van de 37 Belgische miljardairs vandaag geraakt wordt door de bestaande effectentaks.

Verandering zal strijd vergen

De budgettaire dwangbuis heeft een impact op alle beleidsniveaus en wordt versterkt door de stijgende rentevoeten waardoor schulden duurder worden. Dit beperkt de ruimte voor een links beleid dat vertrekt van de noden, zowel op federaal, regionaal als lokaal vlak. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2024 dreigt ook een verdere aanval op het personeel en de diensten van de gemeenten. Elke verandering in het belang van de werkende klasse zal een stevige strijd met een massabeweging vergen.

Die vaststelling is ook essentieel om in het kader van de enorme ongelijkheid en de vele tekorten de superrijken effectief te laten bijdragen. Wij verdedigen de eis om de grootste vermogens te belasten. We benadrukken de noodzaak van een breed gedragen massabeweging om die eis effectief te winnen. Het is niet gewoon een kwestie van een miljonairstaks te stemmen, zoals Raoul Hedebouw op 1 mei verklaarde. Om te winnen, moeten we al onze krachten organiseren, politiseren, mobiliseren en voorbereiden op de volgende stappen.

In dat kader is de eis van de nationalisatie van de financiële sector en andere sleutelsectoren van de economie geen overbodige luxe. Enkel zo kunnen we een stap voor zijn op de onvermijdelijke pogingen tot sabotage door het kapitaal. Het is bovendien belangrijk omdat het de vraag opwerpt wie de controle over de beschikbare middelen zou moeten hebben: een klein groepje superrijken dat desnoods met publieke middelen overeind gehouden wordt als het gokken verkeerd loopt (zoals de falende banken in de VS aantonen) of de overgrote meerderheid van de bevolking. Wat de gemeenschap niet bezit, kan ze niet controleren.

Geen enkele sociale verworvenheid is bekomen door het gewoon te vragen. Dit gebeurde telkens door sociale strijd, doorgaans op zodanig intensieve wijze dat de burgerij vreesde voor revolutionaire omwentelingen. Zo bouwen we aan een krachtsverhouding.

Het is logisch dat het protest vandaag naar de verkiezingen kijkt. Ook wij zullen in 2024 enthousiast voor de PVDA stemmen omdat dit de positie van de werkende klasse versterkt. Geduldig afwachten op een onzeker resultaat in 2024 is echter geen optie als je kijkt naar de tekorten en de aanvallen op onder meer het supermarktpersoneel. Het actief mobiliseren van alle steun en het mobiliseren en betrekken van wie dat vandaag nog niet is, kortom het uitbreiden en verdiepen van strijd is de manier waarop in de zorg, het onderwijs of het openbaar vervoer overwinningen geboekt kunnen worden. De burgerij zal pas extra middelen toekennen als ze het mes op de keel gezet wordt. Een dergelijke strijdbenadering zou er bovendien voor zorgen dat in de verkiezingscampagnes van 2024 niet de verdelende haat van rechts en extreemrechts centraal staan, zeker in Vlaanderen, maar onze eisen.

Dit is onderdeel van onze revolutionaire benadering gericht op socialistische maatschappijverandering. We nemen geen genoegen met oppervlakkige veranderingen van de oude samenleving, we willen een nieuwe. Die zullen we bekomen op de manier dat de werkende klasse eerder overwinningen behaalde: door georganiseerd, massaal en vastberaden op een duidelijk omschreven en breed bediscussieerd doel af te gaan. Dan wordt wat velen vandaag onmogelijk achten mogelijk.

Bron: LSP

Meer personeel via massale, publieke investeringen! De sector aantrekkelijker maken met 30-urenweek!

Een te hoge werkdruk, te lage lonen, onmogelijke uren, beperkte infrastructuur, emotionele belasting door de uitzichtloze tekorten,… de redenen waarom het moeilijk haalbaar is om in de zorg te werken, zijn niet op één hand te tellen. In combinatie met een groeiende tendens naar verdere industrialisering van de zorg die ten koste gaat van zowel het personeel als de patiënten, is er geen tijd meer te verliezen om te investeren in de zorg.

De huidige middelen moeten besteed worden waarvoor ze dienen: voor concrete zorg en niet voor meer management. “Professionalisering” van de non-profit in combinatie met industrialisering leidt tot een loodzware hiërarchie/bureaucratie die handen vol geld kost. En peperdure consultants pikken méér dan een graantje mee. Overconsumptie vanwege de aard van financiering (prestatiegeneeskunde) blijft een hot item in de gezondheidszorg. Een controle van het management door volledige transparantie via het openen van de boeken is cruciaal.

Stop de besparingen! Meer personeel voor uitgebouwde diensten!

Op lokaal niveau is de besparingsronde al volop bezig, mede door schulden die naar de gemeenten werden doorgeschoven. In Gent krimpt het buurtwerk met 10%. In Antwerpen is een hele besparingsronde bezig in tal van voorzieningen zoals de jeugdzorg, in Denderleeuw wordt zelfs de samenlevingsopbouw (SAAMO) geschrapt. De laatste beslissing werd dankzij acties 3 maanden opgeschort! Meer strijd is nodig, want onder geen enkel bestuur is het sociaal werk veilig.

De verkiezingen in 2024 zullen op alle niveaus gaan over waar men wil besparen, niet of er bespaard moet worden. Via een ‘begroting in evenwicht’ om de winsten van grote bedrijven te garanderen, zal onze sociale zekerheid en ons zorgstelsel verder uitgehold worden. We mogen niet wachten tot aan die verkiezingen om het verzet op te bouwen. Want ondertussen leiden de tekorten tot negatieve gevolgen op onze fysieke en mentale gezondheid, én het personeel uit de sector slaat op de vlucht.

Stop de vlucht uit de zorgsector! 30-urenweek zonder loonverlies en bijkomende aanwervingen!

Door de vlucht van personeel is het personeelstekort is nu nog groter geworden. Na Covid volgde een massale exodus. Naast de eisen voor meer personeel, meer middelen en hogere lonen, moeten we de 30-urenweek als concreet strijdpunt opnemen om de jobs in onze sector terug werkbaar en aantrekkelijk te maken.

Als we in onze sector bijvoorbeeld 4 dagen werken aan 7u 30min per dag dan zou dit al enige ruimte voor recuperatie creëren om een gezonde verhouding met het privéleven te ontwikkelen. Door arbeidsduurvermindering zonder loonverlies te voorzien, zouden in de praktijk zelf heel wat werkenden meer loon dan nu verdienen. Want heel wat zorgverleners werken deeltijds aan een lager loon uit noodzaak om de werkdruk leefbaar te houden en om thuis onbetaalde arbeid in het gezin op te nemen. Anderen gaan hun laagbetaalde job combineren met o.a. flexijobs, interim, dagcontracten,… om een degelijk inkomen te verwerven.

37% van de Vlamingen die voltijds werken, acht het waarschijnlijk aan de slag te gaan in de vierdaagse werkweek. Zo’n omwenteling kan alleen maar slagen als er bijkomende aanwervingen zijn die de nodige arbeid kunnen verrichten. Massale investeringen, om de wachtlijsten weg te werken en iedereen van hulp te voorzien, zijn nodig om uit de miserie te komen.

Er is geld om te investeren!

Volgens een berekening van Olivier Pintelon (ABVV) op basis van cijfers uit 2018-2019 zou een collectieve arbeidsduurvermindering tot 30 uur in de zorgsector (pc 330) 1,7 miljard euro meerkost vragen. Niet betaalbaar? De rijken werden rijker, in die zin is de miljonairstaks een stap in de goede richting om meer middelen beschikbaar te maken voor de zorg en het sociaal werk. Tegelijk moeten we waarschuwen voor de kapitaalvlucht die daarbij dreigt. Om dit en verdere uitbuiting te vermijden, kunnen we verder gaan door de farma-industrie, de energiesector en de bankensector in publieke handen te nemen door nationalisatie.

Janssen Pharmaceutica was in 2020 nog de grootste verdiener met 2,2 miljard euro winst, voor GSK (1,8 miljard euro) en Pfizer (868 miljoen euro). In 2022 boekte Belfius nog zijn hoogste winst ooit met 1 miljard euro en kon KBC haar winst maximaliseren tot 2,9 miljard euro (10% meer dan in 2021). Nationalisatie van deze sectoren kan structurele middelen vrij maken om massale te investeren in publieke diensten en ecologische planning om de gezondheid van iedereen te garanderen.

Publieke en Non-Profit sector samen : een opbouwend, escalerend actieplan om te winnen!

Echte overwinningen kunnen we slechts bekomen als we van 13 juni één stap in een opbouwend plan maken. Een plan dat de strijd, in de publieke en non-profit sector, op lokaal, regionaal en federaal niveau met elkaar verbindt. Iedereen moet betrokken worden, want het belangt iedereen aan! Personeelsvergaderingen, al dan niet met werkonderbrekingen, kunnen de basis vormen voor elke volgende stap. Zo nodigden ze in het Brusselse Brugmann Ziekenhuis ook delegees van Delhaize uit om die strijd te versterken en het personeel te mobiliseren. Via regionale vergaderingen kan personeel uit de vele, diverse diensten banden smeden!

Het feit dat Sociaal Werk ActieNetwerk (SWAN) recent de strijdbijl terug opnam via acties in Antwerpen en Denderleeuw tegen de besparingen, tonen een potentieel om de strijdbewegingen te verbinden en te versterken. Daarom moedigen we met LSP deze groep en initiatieven zoals Sociaal Werkers in Actie en Travail Social en Lutte, of platformen zoals de weerbare zorg- en verpleegkundige, aan.
Dit kapitalistisch systeem biedt geen fundamentele oplossingen, naast besparingen drijft het onze sector in verdere commercialisering. Kapitalisten gaan steeds op zoek naar nieuwe winstdomeinen, eigen aan dit systeem waarin je doodgeconcurreerd wordt.

Een gematigd markt bestaat niet, het ontspoort steeds met desastreuze gevolgen. Dit stoppen kan slechts via een escalerend actieplan voor publieke investeringen waarbij een breuk met dit systeem gemaakt wordt. Stop tendering, waarbij organisaties moeten concurreren met commerciële bedrijven en hun slechte werkvoorwaarden, door structureel middelen vrij te maken via nationalisatie van de sleutelsectoren!

Organiseer je om de samenleving fundamenteel te veranderen!

Campagne ROSA : weg met de wachtlijsten Pride is a protest !

In het bijzonder de meest onderdrukte groepen worden slachtoffer van de ellenlange wachtlijsten. Zo zijn de lijsten in de transport ellenlang, en vallen LGBTQIA+ personen sneller uit de boot. Heteronormativiteit heeft een impact op het mentale welzijn waardoor psychische problemen ontstaan. Campagne ROSA (Reageer tegen Onderdrukking, Seksisme en Asociaal beleid) wil de strijd van de arbeidersbeweging versterken tegen alle vormen van onderdrukking, want verdeeldheid van de werkende klasse vergemakkelijkt de kapitalistische uitbuiting. Daarom nemen we de strijd tegen wachtlijsten voor transzorg ten volle op.

Neem deel aan Pride is a protest op 28 juni ! 18u30, Coyendanspark, Gent

Sluit aan bij LSP/PSL

LSP/PSL is een nationale partij die werkenden, jongeren, feministen… organiseert om het kapitalisme omver te werpen en de maatschappij te veranderen. Het kapitalisme brengt ons verdergaande uitbuiting door bedrijven om hun winstmaximalisatie. Wij strijden voor een democratische socialistische samenleving waarin de barbaarsheid van de markteconomie wordt vervangen door een rationele economie die democratisch gepland is om te voorzien in de behoeften van de gemeenschap, met respect voor de planeet. Deze strijd is van nature een internationale strijd en daarom zijn wij op alle continenten georganiseerd via een wereldpartij: International Socialist Alternative (ISA).

Bron: LSP

“De patiënt staat centraal? Dat is onzin. Wij werken elke dag met een minimale dienstverlening”

“De patiënt staat centraal? Dat is onzin. Wij werken elke dag met een minimale dienstverlening”

Interview met Karim Brikci

Van applaus naar een mes in de rug… Het lijkt een constante voor essentieel personeel zoals dat van de supermarkten, het onderwijs of de gezondheidszorg. Gisteren werden ze bejubeld als de helden van de gezondheidscrisis. Ze werden op televisie geprezen door ministers en commentatoren, die hen ook – en vooral – vroegen om kalm te blijven en blijk te geven van ‘verantwoordelijkheid’. Er werden betere tijden beloofd na de pandemie. De zorgbetoging van 13 juni in Brussel zal de realiteit van de sector opnieuw op straat brengen. We spraken met Karim Brikci, afgevaardigde van ACOD in het Brugmann-ziekenhuis en actief bij het actienetwerk ‘De Zorg in Actie’. We spraken hem vlak na een algemene personeelsvergadering in zijn ziekenhuis.

Interview uit maandblad De Linkse Socialist

Wat is er in de sector veranderd door de pandemie?

“Het is duidelijk en onbetwistbaar dat de situatie in de hele gezondheidszorg (ook al ben ik minder op de hoogte van wat er in de ouderenzorg gebeurt) duizend keer dramatischer is geworden dan voorheen. De sector kreeg net als andere eerstelijnssectoren een pak slaag. Het personeel in de sector is moreel, psychologisch en fysiek uitgeput.”

“Er moet iets veranderen. Er zijn serieuze verbeteringen van de arbeidsomstandigheden nodig en concrete oplossingen voor het gebrek aan personeel aan de bedden, het gebrek aan materiële middelen … Voor dit alles komt de mobilisatie vandaag naar mijn mening eigenlijk laat. De mobilisatie is niet vanzelfsprekend. Veel collega’s hebben de sector verlaten of doen dat nu. Anderen zijn uitgeput.”

“Het enthousiasme en de woede aan het einde van de pandemie hadden we moeten gebruiken om te mobiliseren. De energie is echter verkocht voor de schijn van een loonsverhoging, die zeker nodig was, maar die de echte problemen uit de weg ging en de laagste lonen in de sector niet daadwerkelijk deed stijgen. De belangrijkste eis van het personeel op de werkvloer is dat er voldoende collega’s zijn om patiënten kwaliteitsvolle zorg te verlenen. België is op dat vlak een van de slechtste landen van Europa. De management-retoriek over ‘care together’ of ‘de patiënt die centraal staat’ is onzin. Iedereen moet weten dat we elke dag werken met een minimale dienstverlening.”

Hoe groot is de uitstroom uit de sector?

“Het is vrij moeilijk om daarop te antwoorden omdat we geen exacte cijfers hebben. Maar het fenomeen is heel duidelijk bij het verplegend personeel. Er is een context van tekorten. Dat tekort is natuurlijk relatief: er zijn voldoende opgeleide verpleegkundigen. Maar er zijn niet genoeg verpleegkundigen bereid om met deze werkomstandigheden in de zorginstellingen door te gaan. De manier waarop ze moesten werken was in strijd met de waarden van het verplegend personeel: patiënten op een menselijke manier verzorgen.”

“In mijn ziekenhuis is het verloop enorm. Veel collega’s vertrekken. Ze worden vervangen door jongere collega’s. Dat maakt het voor de vakbond ook moeilijker om terug te vechten, we moeten telkens opnieuw opbouwen.”

“De mobilisatie van het gemeenschappelijk vakbondsfront in zowel de publieke als de private ziekenhuizen en rusthuizen op 13 juni is dan ook een zeer goede zaak. Dit is wat ‘De Zorg in Actie’ al sinds 2019 vraagt: een eensgezinde reactie van de hele sector. De officiële eisen blijven wel erg vaag. “F*k de werkdruk” is goed. Maar concreet: waarvoor mobiliseren we en met welke strategie op langere termijn willen we dat bereiken?”

“Met ACOD Brussel eisen we een opwaartse herziening van de toezichtsnormen, dat wil zeggen het aantal verpleegkundigen aan het bed van de patiënt. Daarnaast eisen we een collectieve arbeidsduurvermindering zonder loonverlies en met compenserende aanwervingen. Dit wordt als essentieel gezien in de sector, net zoals het dat in de hele samenleving is. Om burn-outs te voorkomen en een kwalitatief goede zorg te verlenen, is het cruciaal. We krijgen te horen dat er al een tekort aan verpleegkundigen is en arbeidsduurvermindering hierdoor niet kan. We antwoorden dat arbeidsduurvermindering zonder loonverlies personeel kan aantrekken dat het beroep heeft verlaten. Door de arbeidsomstandigheden te verbeteren kunnen we mensen weer aantrekken voor de zorg.”

“De huidige logica in de sector gaat de andere kant op: besparingen en de verplichting om meer te doen met minder personeel. De werkgevers worden zeker geconfronteerd met budgettaire moeilijkheden, maar hun ambitie is om alles op het personeel af te schuiven. Budgettaire moeilijkheden worden systematisch gebruikt als excuus voor nieuwe aanvallen op de arbeidsvoorwaarden. Alles wat ten tijde van de pandemie in de media werd gezegd, is overboord gegooid. De beloften en het applaus zijn snel vergeten. We vermoedden het al, maar vandaag is het heel duidelijk. Achteraf bekeken werden we eigenlijk gewoon uitgelachen!”

Je komt net terug van een algemene personeelsvergadering in het Brugmann ziekenhuis. Waar ging het over?

“In de openbare ziekenhuizen in Brussel zijn de vakbonden en hun meest actieve leden vastbesloten om in het offensief te gaan. We hebben op 15 maart een lijst met eisen ingediend bij de IRIS-koepel van de Brusselse openbare ziekenhuizen. Dit alles gebeurde met een dynamiek van algemene vergaderingen en bekrachtiging van de eisenlijst in die algemene vergaderingen. We hadden twee onderhandelingen waar de toon snel werd gezet. Nauwelijks hadden we onze eisen op tafel gelegd of we kregen een ‘eisenplatform van de werkgevers.’ Dat is hun term: werkgevers. Wij hebben het over de overheid die tewerkstelt…”

“De prioriteiten van de bazen (we gebruiken hun term) omvatten allereerst de beperking van het vakbondsstatuut, een nieuwe golf van aanvallen op het stakingsrecht en het recht op collectieve actie, geheel in lijn met wat er in andere sectoren in België gebeurt. Vervolgens de versnelling en vergemakkelijking van het ontslag van statutair personeel en tenslotte de afschaffing van het in- en uitklokken, waardoor de bazen de uitbetaling van overloon kunnen afschaffen terwijl overuren schering en inslag zijn in de sector. Dit zijn de prioriteiten van de werkgevers. Geen enkel voorstel over arbeidsomstandigheden of welzijn. Iedereen heeft zijn eigen prioriteiten!”

“We hebben onze weigering duidelijk gemaakt. Vervolgens stelden ze een protocoltekst op waarin bijna geen enkele van onze tien prioritaire eisen aan bod kwam. Ze maakten een ‘opvulprotocol’, d.w.z. ze namen de sociale wetgeving en de welzijnscode en vulden pagina’s in. Er staat dat ze van plan zijn om misschien de welzijnscode te respecteren, terwijl die al jaren verplicht is. Het is een grap! Aan de andere kant zijn al hun eisen opgenomen. En de kers op de taart is de slotbepaling: de vakbonden zouden tot 31 december 2025 niets mogen eisen omdat de kilometervergoeding voor fietsen is verhoogd. Zo zie je maar, ze zijn al gul geweest… “

“Op 30 mei gaan alle IRIS-ziekenhuizen in staking, wat als springplank dient naar de betoging op 13 juni. Het is te hopen dat de volgende mobilisatiedata op die dag bekend worden gemaakt. Met een betoging om de zes maanden krijgen we niet wat we nodig hebben.”

“We hebben op deze personeelsvergadering een kameraad uit de handel uitgenodigd om de situatie bij Delhaize en in de sector te bespreken. Die ervaring was succesvol. De collega’s waren erg blij om de situatie elders te bespreken. Dit versterkte de bereidheid om deel te nemen aan de betoging van het personeel uit de distributiesector voor hun arbeidsvoorwaarden en voor het stakingsrecht op 22 mei. Het verduidelijkte de zaken voor veel mensen. De aanvallen op het stakingsrecht in de private sector zullen morgen plaatsvinden, ze worden al voorbereid. Op 22 mei zullen we aanwezig zijn, met een staking van brancardiers en schoonmakers bij Brugmann, met stakersposten in de ochtend en daarna gezamenlijk vertrek naar de betoging.”

Nog een laatste woord?

“De pandemie heeft aangetoond dat we een publieke gezondheidsdienst nodig hebben die gefinancierd wordt volgens de noden, wat vandaag duidelijk niet het geval is. Een deel van de middelen kan gevonden worden in een genationaliseerde farmaceutische sector die onderdeel wordt van een nationale gezondheidsdienst.”

“Maar er is ook de kwestie van de controle op de genomen beslissingen. Persoonlijk denk ik dat de gebruikers en het personeel het best in staat zijn om de beslissingen te nemen. In de openbare sector hebben we een Mexicaans leger van managers uit de private sector die totaal niet op de hoogte zijn van de realiteit op de werkvloer. Er loopt veel verkeerd en hun antwoord is om te zeggen dat we moeten functioneren zoals in de privésector. In feite denk ik dat zij de inefficiëntie van de openbare dienst organiseren om de privatisering voor te bereiden. Het is een strijd van de hele bevolking om een democratisch beheerde en gecontroleerde nationale gezondheidsdienst te bekomen.”

Bron: LSP