Vanaf 13 augustus mogen alle kleinhandels in ons land zeven dagen op zeven openen, telkens van 8 tot 21 uur. De wetswijziging verscheen in het Belgisch Staatsblad en gaat dus vanaf volgende week van kracht. Bedrijven in de detailhandel – waaronder buurtwinkels en supermarkten – mogen op zondag vanaf 12 uur echter geen personeel inzetten. “We mogen dus wel opengaan, maar kunnen geen personeel inzetten”, hekelt Luc Ardies. Hij is als gedelegeerd bestuurder van Buurtsuper.be de spreekbuis van de zelfstandige supermarkten.

De regering-De Wever besliste om de economische wetgeving aan te passen zodat winkels binnenkort elke dag tot 21 uur mogen openblijven. Ook de wekelijkse verplichte sluitingsdag valt weg. De klant verwacht flexibiliteit en de oude regels sloten daar niet meer bij aan, luidde de redenering.

Tegelijkertijd verbiedt de arbeidswetgeving dat in de detailhandel personeel op zondag wordt ingezet na 12 uur. “De regering staat toe om ook op zondag te openen, maar in de praktijk lukt dat niet als je geen personeel mag inzetten”, zegt Ardies. “Wij zijn daarom nooit vragende partij geweest voor de opening op zondagnamiddag.”

Toeristische centra

Er zijn wel enkele uitzonderingen. Zo is het wel toegelaten in gemeenten die op de lijst van toeristische centra staan. “Op die manier mag de ene winkel wel personeel inzetten, terwijl een andere supermarkt honderd meter verderop in een andere gemeente dat weer niet mag”, hekelt Ardies nog.

Volgens het kabinet van minister van Zelfstandigen Eléonore Simonet (MR) heeft 75 procent van de uitbaters in de kleinhandel geen personeel. De eigenaars mogen wel op zondagnamiddag zelf in hun winkel staan.

Jobstudenten of flexi-jobbers

Toch blijkt in de praktijk dat heel wat winkels, in het bijzonder supermarkten, zondagnamiddag toch open zijn en onder meer jobstudenten of flexi-jobbers inzetten. Er is wel controle op de regels rond zondagswerk, maar volgens Ardies vinden die vaker in Wallonië plaats dan in Vlaanderen.

Meestal gebeurt zo’n controle ook pas na een klacht, klinkt het. Bijvoorbeeld van een onderneming in de buurt die zich concurrentieel benadeeld voelt. Hoewel dat eerder zeldzaam is, zijn de boetes aanzienlijk. “Dat wil je als uitbater niet meemaken”, besluit Ardies.

Bron: HLN