Terwijl de federale regering op zoek is naar zo’n 10 miljard euro om de begroting weer op koers te brengen, biedt het jaarlijks zo’n 5,7 tot 7,4 miljard euro aan overheidssteun voor sterk vervuilende industrieën. Dat blijkt uit een nieuw rapport van Greenpeace België, dat oproept ermee te stoppen.

De federale regering zoekt 10 miljard euro om de begroting weer op de rails te krijgen. “Maar elk jaar besteden ze een groot deel van dat bedrag aan sterk vervuilende industrieën”, stelt Mathieu Soete, verantwoordelijke energietransitie bij Greenpeace België. 

Overheidssteun aan vervuilende industrie

Tijdens de begrotingsdebatten moet de regering daarom volgens de milieuorganisatie eerst kijken naar de overheidssteun die het vandaag aan de Belgische industrie biedt. Het gaat hierbij om financiële voordelen die de federale regering biedt aan bedrijven waardoor de regering inkomsten van hen mist.

Zo ontving de Belgische industrie tussen 2021 en 2025 voor ongeveer 10 miljard euro aan gratis emissierechten en daarvan ging 7,85 miljard euro naar slechts vijftien bedrijven, verspreid over 33 sites in ons land, zo blijkt uit een nieuw rapport van Greenpeace België. Een derde van de onderzochte installaties kreeg zelfs meer gratis rechten toegewezen dan hun daadwerkelijke CO2-uitstoot. “Dat is alsof de overheid aan jou belastingen betaalt en daar nog eens een mooie som bovenop geeft”, aldus Soete dinsdag 14 juli in De Ochtend op Radio 1.

ArcelorMittal is de grootste ontvanger met 2,6 miljard euro in de laatste vijf jaar. Dat is meer dan 80 procent dan wat zij uitstoten. TotalEnergies en Exxon, die raffinaderijen hebben in de haven van Antwerpen, krijgen samen meer dan 1,26 miljard euro aan gratis emissierechten. 

Enerzijds worden miljarden euro’s aan belastinggeld volgens Greenpeace verkeerd ingezet, zonder dat ze leiden tot een wezenlijke daling van de uitstoot van broeikasgassen. “Want die bedrijven worden zo veel minder aangezet om te investeren in het terugdringen van hun uitstoot”, verklaart Soete. Anderzijds zorgt de overheidssteun ervoor dat onze industrie bijzonder afhankelijk blijft van fossiele brandstoffen. 

“Door zwaar vervuilende industriële activiteiten massaal te blijven ondersteunen, stellen overheden de noodzakelijke investeringen in de transformatie van de Belgische economie uit. De huidige klimaatproblematiek dwingt ons die overheidssteun stop te zetten, of het nu gaat om gratis emissierechten, compensatie voor indirecte kosten, of fiscale voordelen voor fossiel gas, aldus Greenpeace.

“Als ons land de grootste vervuilers blijft steunen, zal het niet alleen blijven bijdragen aan de klimaatproblematiek, aan de steeds intensere hittegolven die onze samenleving naar adem doen happen, maar ook de Belgische industrie verzwakken in plaats van haar voor te bereiden op de toekomst”, zegt Soete. “Publieke middelen dienen niet om de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen in stand te houden, maar moeten aangewend worden als investering in een duurzame industrie, toekomstgerichte jobs en een rechtvaardige transitie voor Belgische gezinnen.”

Fiscale ongelijkheid tussen gezinnen en grote industriële verbruikers

Uit het rapport blijkt ook dat gezinnen tot vijftien keer meer accijnzen op fossiel gas moeten betalen dan de grote industriële verbruikers. In het kader van de federale taxshift zullen de accijnzen voor gezinnen stijgen naar 14,45 euro per MWh tegen 2029, terwijl energieverslindende bedrijven zullen blijven genieten van voordelige tarieven tussen 0,69 en 1,66 euro per MWh. 

“Dat verschil valt niet te verantwoorden”, zegt Soete. “Het zijn vooral burgers die geconfronteerd worden met stijgende energiekosten, de gevolgen van de klimaatcrisis en besparingen op het overheidsbeleid. De regering kan burgers niet vragen de broeksriem aan te halen, terwijl ze tegelijkertijd bijzonder gunstige fiscale regimes voor de grootste verbruikers van fossiel gas in stand houdt. Het geld is er. De overheid besteedt het momenteel gewoon verkeerd.”

‘Anders vertrekt het bedrijf naar een ander land’ of ‘hogere energiekosten gaan ten koste van de werkgelegenheid’, klinken vaak als argument. Maar “uit onderzoek blijkt dat de uitstootkost een kleine rol speelt in de beslissing van bedrijven om wel of niet hier te blijven”, stelt Soete. “Ook hebben bedrijven zoals TotalEnergies en ExxonMobil het afgelopen jaar wereldwijd samen bijna 40 miljard euro winst gedraaid. Een groot deel daarvan gaat gewoon naar de aandeelhouders.”

Het klopt volgens Soete dus niet volledig dat de industrie het slecht doet en deze steun nodig heeft. “Er zijn hier in België bedrijven die enorme gunsten krijgen via het beleid en tegelijkertijd enorme winsten genereren voor de aandeelhouders. Als samenleving verarmen we daardoor. Zo zijn er juist minder beleidsmiddelen voorhanden om de transitie voor bijvoorbeeld gezinnen en kmo’s te ondersteunen.”

Kortom, “vooraleer onze regeringen nieuwe inspanningen vragen van de gezinnen, moeten ze snoeien in de cadeaus aan grote vervuilers en dat geld inzetten voor een rechtvaardige transitie”, benadrukt Soete verder. Greenpeace roept de federale en regionale regeringen daarom op om het geweer van schouder te veranderen. 

“Bouw de overheidssteun aan fossiele en vervuilende activiteiten geleidelijk af. Koppel elke vorm van steun aan bedrijven aan een geloofwaardige strategie om te decarboniseren. En heroriënteer de beschikbare middelen naar investeringen waar gezinnen, werknemers en de Belgische economie baat bij hebben.”

Met de vrijgekomen middelen kunnen volgens Greenpeace concrete maatregelen worden gefinancierd. Denk aan betaalbare elektriciteit voor gezinnen, de renovatie van gebouwen, een robuustere energie-infrastructuur, duurzame mobiliteit, de circulaire economie, opleidingen voor de jobs van de toekomst en een industrie in lijn met de klimaatdoelstellingen.

“We zien vandaag blinde steun”, zegt Soete, “maar wij zijn voorstander van gerichte steun. We kunnen absoluut de industrie helpen, maar dan moet het gericht zijn en gekoppeld zijn aan strikte voorwaarden, bijvoorbeeld voor het terugdringen van de uitstoot.”

“Daarnaast willen we dat er een taxshift komt voor de industrie, zoals de regering die vandaag ook begint door te voeren voor de gezinnen”, stelt Soete. “De taxen op gas en fossiele brandstoffen stijgen, terwijl die op elektriciteit dalen. Maar vandaag wordt de industrie er telkens van uitgezonderd, waardoor het voor bedrijven financieel totaal niet interessant is om over te schakelen naar elektriciteit en duurzame energie.”

Gesprekken rond emissiehandelssysteem

Op 17 juli start de Europese Commissie nieuwe gesprekken rond het emissiehandelssysteem (ETS). Daarbij ligt de geleidelijke uitdoving van gratis emissierechten, waarvan verschillende grote vervuilende sectoren vandaag nog sterk profiteren, opnieuw op tafel. Greenpeace eist dat België zich verzet tegen elke vertraging van deze afbouw en pleit ervoor om de meest vervuilende sectoren, zoals de chemie en de petrochemie, een strakker tijdschema op te leggen.

“Het gaat er ons niet om industrie en klimaat tegen elkaar uit te spelen. Het debat moet draaien om welke industrieën nog overheidssteun mogen krijgen: de industrie die de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verlengt, of de industrie die de jobs en de economie van morgen voorbereidt”, besluit Mathieu Soete.

Bron: dewereldmorgen.be