Bijna 1 op de 10 langdurig werklozen die in de eerste 3 maanden van dit jaar hun uitkering verloren, heeft opnieuw werk gevonden. Maar meer dan de helft belandt in het leefloon of in een ziekte-uitkering. Dat blijkt uit cijfers van de RVA die Het Laatste Nieuws kon inkijken. De regering en experts gaan ervan uit dat de cijfers in de volgende golven nog zullen beteren.

In de eerste 2 golven van de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd, in de eerste 3 maanden van dit jaar, verloren 45.591 mensen hun uitkering. Dat waren mensen die minstens 8 jaar en in de eerste golf zelfs meer dan 20 jaar werkloos waren. Uit een nieuwe stand van zaken van de RVA blijkt dat een dikke 4.200 mensen van die groep opnieuw aan het werk zijn gegaan, iets minder dan 1 op de 10 dus.

Minister van Werk David Clarinval (MR) is alvast niet verontrust over die cijfers. “Dit gaat om de mensen die meer dan 8 jaar werkloos waren en dus het verst verwijderd waren van de arbeidsmarkt. Dan vind ik deze bijna 10 procent wel bemoedigend. Want ook voor deze groep is de beperking van de werkloosheid blijkbaar een aanmoediging om werk te vinden.”

Hij verwacht zelf dat die cijfers in de komende golven dus beter zullen worden. “Waardoor we uiteindelijk tegen eind dit jaar ongeveer zullen landen op een derde dat werk vindt. Dat gaat om duizenden mensen die anders op de werkloosheid stonden.”

Professor arbeidseconomie Stijn Baert (UGent) volgt die redenering. “Dit is een heel specifieke groep. Dat zien we ook in ons eigen onderzoek. Eigenlijk is 6 maanden het keerpunt bij werkloosheid. Als je minder dan 6 maanden werkloos bent, zien werkgevers je als ‘beschikbaar’. Na een jaar zien ze je al als minder gemotiveerd, weinig getalenteerd of weinig opleidbaar.”

“Dus na een half jaar verandert die mening van werkgevers van iets positief naar iets heel negatief. Dat betekent dat je vooral moet activeren in de eerste 6 maanden.” Anders gezegd: in de komende golven van mensen die hun uitkering verliezen, zullen wellicht meer mensen opnieuw aan het werk gaan.

Grote groep krijgt leefloon

Tegelijk zie je een grote groep – meer dan 23.000 mensen – in leefloon belanden en nog eens meer dan 4.300 mensen in de ziekte- of invaliditeitsuitkeringen. Dat is samen meer dan de helft van de groep die in de eerste 3 maanden van het jaar zijn uitkering verloor.

Baert is daar kritischer over. “Men is de poort richting werkloosheid beter gaan bewaken, maar de poorten naar het leefloon en de ziekteverzekering zijn hetzelfde gebleven of nog iets meer opengezet.”

“De federale regering komt nu, in deze overgangsperiode, meer tussen in de betaling van die leeflonen. Dat betekent dat hoe meer leeflonen OCMW’s geven, hoe meer ze federaal geld uitdelen waar ze zelf niet voor moeten instaan. Maar eigenlijk hadden ze het omgekeerd moeten doen: gemeenten die meer activeren, hadden meer middelen moeten krijgen.”

Opvallend is ook dat de druk op de OCMW’s beduidend hoger ligt in Brussel en Wallonië dan in Vlaanderen. “Dat is de weg van de minste weerstand. In Brussel en Wallonië zijn veel meer gezinnen waar beide partners niet werken. Dan is een leefloon meer haalbaar, omdat je dat enkel kunt krijgen als het inkomen van het hele gezin te laag is. In Vlaanderen hebben meer werklozen een partner die wel werkt.”

Van werkloos naar ziek

In Vlaanderen is de uitstroom naar de ziekte-uitkeringen dan weer aanzienlijk hoger: bijna 1 op de 5 langdurig werklozen belandt daar, terwijl dat in Wallonië en Brussel minder dan 7 procent is. “Dat is frappant. Dat kan betekenen dat er misschien veel mensen in de werkloosheid zaten die vroeger al in de ziekteverzekering hadden moeten zitten.”

Tegelijk wijst het volgens Baert ook op de nood aan hervormingen daar. De voorbije maanden kwam er geregeld kritiek op de ziekenfondsen, wat betreft hun soms schijnbaar lakse aanpak van langdurig zieken.

“Dat moet verder geëvalueerd worden”, vindt Baert. “Maar die berichten wijzen erop dat de mutualiteiten op dit moment niet de sterkste doelwachters zijn van onze sociale zekerheid. Op hetzelfde moment die poort versterken, was misschien slimmer geweest.”

Ruim een derde van de werklozen verdwijnt ook uit statistieken: ze vinden geen werk, maar vragen ook geen uitkering. “Dat is misschien waar de voorspelling van de regering momenteel het meeste klopt. “Dat gaat dan bijvoorbeeld om mensen die een partner hebben die wel werkt en die dus geen recht hebben op een leefloon.”

“In feite zit daar de grootste besparing: je schrapt een uitkering zonder dat je iemand naar een andere uitkering duwt. Het is natuurlijk altijd beter dat mensen aan de slag gaan, want dan betalen ze ook mee belastingen.”

Nu het verschil maken

Baert wil de cijfers van de volgende golven afwachten voor je grote uitspraken kunt doen over de activering van werklozen door arbeidsbemiddelaars VDAB, Actiris of Forem. “En de belangrijkste impact van de hervorming ligt zelfs misschien niet bij al die mensen die al lang werkloos waren, maar bij hen die nu werkloos worden.”

“Zij weten dat ze niet heel erg lang op die werkloosheidsuitkering kunnen steunen en zullen misschien wel een reden hebben om sneller te zoeken. Nogmaals: het is in die eerste maanden van je werkloosheid dat je het verschil kunt maken.”

Bron: VRT.nws