In serres onder een loden zon plukken Roemeense seizoensarbeiders aardbeien voor een minimumloon. De Belgische aardbeienteelt wordt in sneltempo geautomatiseerd, maar plukrobots zijn nog niet voor morgen. “Zonder handen ben je in onze sector niets”, zegt een teler. Om sociale dumping tegen te gaan, verdubbelen sociale inspectiediensten de controles.

Het is een komen en gaan van wagens met Roemeense nummerplaten bij Carrefour Meer (Hoogstraten) in de Antwerpse Noorderkempen. Op een doordeweekse dinsdag tussen 16 en 18 uur doen aardbeiplukkers inkopen voor de avond en de volgende dag.

Of het zwaar werk was in de serrecomplexen? “Zeker, maar we zijn het gewoon”, zegt een plukker. “Moeilijk, ik ben vroeger begonnen en tegen de middag gestopt”, zegt een andere. 

Plukarbeiders werken zich dag na dag uit de naad, tropische temperaturen of niet, om met een specifieke draaitechniek en de nodige zachtheid aardbeien van de moederplant te plukken. 

“Als je dit niet gewoon bent en leuk vindt, houd je het niet vol”, zegt een plukker aan een serrecomplex in Meer. “Ik heb zeven jaar in Londen gewerkt en verhuis na het plukseizoen naar Nederland. Ze zeggen dat je daar beter verdient.” 

Arbeidsintensieve aardbeiteelt

De economische waarde van de sector is groot, want aardbeien zijn na peren het belangrijkste product voor de Vlaamse fruitteelt. In 2025 telde België 439 aardbeibedrijven, waarvan 294 in Vlaanderen, vooral in West-Vlaanderen (86), Antwerpen (73) en Limburg (63).

De aardbeiteelt is geclusterd rond Hoogstraten, Roeselare en Beveren. Er zijn een derde minder bedrijven dan tien jaar geleden. De beteelde oppervlakte fluctueert elk jaar en is sinds 2021 dalende. Vorig jaar bedroeg de oppervlakte 1.114 hectare, bijna een tiende minder dan het gemiddelde van de afgelopen tien jaar.

Jaarlijks worden tussen de 45 en 50 miljoen kilo zoete vruchten geplukt. Land- en tuinbouwers zetten steeds meer machines in om het werk te verlichten of over te nemen. Aardbeitelers dromen over oogstrobots, maar die droom lijkt nog ver weg.

Minder bedrijven produceren steeds meer in (verwarmde) serres die – op de winter na – het jaar rond telen. In combinatie met substraatteelt (dat is telen op een kunstmatige bodem) levert dat een veel hogere productiviteit en winst op.

“Telers zijn al lang vragende partij om het plukken te automatiseren en ongeveer tien jaar geleden zetten we eerste stappen”, zegt Stef Laurijssen

Hij onderzoekt innovaties in aardbeiteelt bij het Horticultural Applied Research Center for Vegetables and Strawberries, Innovation en Science (Harvestis). Dat onderzoeksinstituut werd gevormd na het samengaan van Proefcentrum Hoogstraten en Proefstation voor de Groenteteelt uit Sint-Katelijne-Waver.

“Sommige bedrijven startten met het ontwikkelen van een oogstrobot, maar de praktijk bleek heel complex. Aardbeien hangen soms in bosjes, waardoor het moeilijk is om rijpe vruchten automatisch te detecteren, ze met een grijper los te maken en in een doosje te zetten”, zegt hij. 

“De ontwikkeling is naar de achtergrond verdwenen, het plukken gebeurt nog steeds handmatig. Toch is de wens er nog steeds, want aardbeien plukken is heel arbeidsinstensief. Lonen maken een groot deel van de productiekost uit en het wordt steeds moeilijker om mensen te vinden én ze gemotiveerd te houden.”

Seizoensarbeiders aan zet

In Vlaanderen zijn er amper arbeiders te vinden voor de pluk. Het zijn seizoensarbeiders uit het buitenland die met zachte hand de vruchten de serres uitkrijgen. Liefst met een kroontje en in elk geval zonder deuk. 

Bij VDAB stonden halfweg juli slechts een dertigtal vacatures open voor plukkers. Telers werken doorgaans via gespecialiseerde uitzendkantoren, zoals ESG of Link2Europe. Sommige telers hebben ook eigen systemen om werkvolk te lokken, al dan niet via mond-tot-mondreclame in thuislanden. Hoewel seizoensarbeiders de fruitteelt schragen, is hun werk onderbelicht in de sector. 

In 2024 werkten er volgens de laatste beschikbare cijfers 57.361 seizoensarbeiders in de tuinbouwsector, meer dan de helft daarvan in de fruitteelt. 

“Omgerekend naar voltijdse equivalenten komen we uit op 9.789 seizoensarbeiders”, zegt woordvoerder Tessa De Prins van Boerenbond. Dat is ongeveer een kwart meer seizoensarbeiders dan werknemers (7.315). 

Zowat 15% van de werknemers (voltijdse equivalenten) in de tuinbouwsector werkt in de fruitteelt, terwijl dat voor de seizoensarbeiders om 45% gaat. Fruitteelt draait dus grotendeels op seizoensarbeid. 

“Seizoensarbeid is in samenspraak met de vakbonden tot stand gekomen”, zegt Tessa De Prins. “Het wetgevend kader houdt zowel rekening met de noden van de werkgevers als met het welzijn van de werknemers.” De Prins merkt op dat de reguliere tewerkstelling in zowel de land- als tuinbouwsector doorheen de jaren stijgt. 

Laag loon voor zwaar werk

Werkgevers kunnen al meer dan een kwarteeuw plukkers inzetten via een flexibel en fiscaal gunstig stelsel van ‘gelegenheidswerk’. Sinds de coronapandemie kunnen seizoensarbeiders tot honderd dagen per jaar in de tuinbouwsector werken. Voorheen was dat 65 dagen. Er geldt een limiet van elf werkuren per dag en vijftig per week. 

De (verminderde) sociale bijdragen die werkgevers en werknemer betalen, zijn berekend op basis van een forfaitaire dagvergoeding en niet op basis van het werkelijke loon. Fiscaal is er ook een vrijstelling op het doorstorten van de bedrijfsvoorheffing. 

Een seizoensarbeider in de fruitteelt verdient bruto (minimaal) 13,38 euro per uur. Vanaf 30 dagen werk komt daar een getrouwheidspremie van 0,50 euro per dag bij en vanaf 50 gewerkte dagen een eindejaars- en koopkrachtpremie van 240,71 euro. 

“In 2023 slaagden we erin om de lonen te verhogen boven de 13 euro, want daarvoor schommelde de verloning rond het gewaarborgd minimuminkomen”, zegt Filip Feusels, co-voorzitter van de socialistische vakbond ABVV-Horval

“Het blijft uiteraard wel een laag loon voor heel zwaar werk. Of men dat in vergelijking met de lonen in herkomstlanden ook laag vindt, is een andere vraag. We zien dat mensen vaak terugkeren naar dezelfde werkgevers, dat zijn allicht mensen die tevreden zijn over hun loon- en arbeidsvoorwaarden. Als vakbond laten we het thema ‘verloning’ in elk geval niet los, zeker niet op het sociaal overleg.”

Geen flexi-job

De federale regering zette dit voorjaar dan wel de deur open voor flexi-jobs in de land- en tuinbouw, maar die komen er voorlopig nog niet. Voor Boerenbond konden flexibele systemen naast elkaar bestaan, maar in het paritair comité werd duidelijk dat er gekozen moest worden tussen seizoenarbeid en flexi-jobs.

“In dat geval kiezen wij voluit voor seizoenarbeid omdat dit de meest stabiele, kostenefficiënte en sectorgebonden oplossing is om pieken in de werkdruk op land- en tuinbouwbedrijven op te vangen”, zegt De Prins. 

“Seizoensarbeid is een atypische vorm van tewerkstelling eigen aan de groene sectoren, net als flexi-jobs voor de horeca”, zegt Feusels van ABVV-Horval. “Wij blijven wel de impact op de vaste tewerkstelling bekijken en zetten in op preventie en veiligheid”, zegt hij. 

“Daarbij ondersteunen we werkgevers met vorming en opleiding, want finaal komt dat de werknemer ten goede. Wat de vergoeding betreft, zetten we ook in op de voordelen die vaste werknemers krijgen, zoals maaltijdcheques.” 

Feusels benadrukt dat er grote stappen gezet zijn in de sector. “In 2017 tekenden we een plan voor eerlijke concurrentie in de groene sectoren (PEC)”, zegt hij. Feusels wijst daarbij ook op het belang van ‘sociale conditionaliteit’. “Werkgevers die subsidies willen krijgen, moeten voldoen aan de arbeidswetgeving om in aanmerking te komen. Maar ik zie weinig inspanningen bij de Belgische regering voor het uitvoeren van controles.”

Betere huisvesting dankzij ‘Katarakt’

In het verleden leidden schrijnende verhalen over uitbuiting en huisvesting tot een belangrijke decreetswijziging. Het ‘Kataraktdecreet’ uit 2008, dat verwijst naar de gelijknamige succesvolle televisiereeks over uitbuiting van seizoensarbeiders in de fruitteelt, legde huisvestingsnormen op. Wie seizoensarbeiders te slapen legt, moet minstens 8 vierkante meter per persoon voorzien. 

Die kwaliteitsvolle ruimtes kosten telers geld en vaak wordt een bijdrage in de energie- of verblijfskosten doorgerekend. Een studie uit 2019 van de Vlaamse overheid kwam uit op ‘huurprijzen’ van 100 tot 150 euro per maand per bed. 

In de sector is te horen dat een bijdrage van 7 euro per gewerkte dag niet uitzonderlijk is. Een werkgever mag wettelijk maximaal een vijfde van het loon als bijdrage voor huisvesting voorzien.

Inspectiediensten verdubbelen controles

Sociale dumping is een reëel probleem in de sector. Er is doorheen de jaren dan wel veel wetgeving gestemd tegen sociale dumping, maar de handhaving schoot tekort. De coördinatie hiervan gebeurt door de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD) van de federale overheid. 

In het Actieplan sociale fraudebestrijding 2026-2027 zijn dit jaar honderdvijftig gemeenschappelijke controles voorzien en dat loopt op tot tweehonderd in 2027. Dat is een verdubbeling van het aantal controles in vergelijking met de jaren voordien. 

In hoofdzaak voeren sociale inspectiediensten de onderzoeken, maar bij specifieke acties worden ook de fiscale-, economische- en gezondheidsinspectiediensten of de RVADienst Vreemdelingenzaken en politiediensten betrokken. 

“De focus ligt hierbij niet op de bonafide ondernemer, maar op de harde aanpak van sociale dumping, georganiseerde fraude en malafide constructies”, klinkt het in het actieplan. “Bijzondere aandacht wordt geschonken aan de problematiek van mogelijke illegale tewerkstelling van seizoenarbeiders uit derde landen (landen die geen lid zijn van de Europese Unie, red.) zonder geldige verblijfsvergunning.”

Uit cijfers van het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie (Wewis) van de Vlaamse overheid blijkt dat er dit jaar al 5.829 werkvergunningen zijn afgeleverd voor seizoensarbeiders van buiten de EU. 

Ongeveer negen op de tien seizoensarbeiders is afkomstig uit Oekraïne. Oekraïners kunnen in Polen makkelijk een visum krijgen en gebruiken dan het recht op detachering om elders in Europa te werken, verklaarde het federaal migratiecentrum Myria eerder

Precaire omstandigheden

Er zijn vorig jaar maar liefst 458 controles gerealiseerd in de land- en tuinbouwsector, een veelvoud van de vooropgestelde 100, zo blijkt uit het jaarverslag van SIOD.

De sociale inspectiediensten werken ‘risicogestuurd’, verklaart Hilaire Willems (SIOD). “Ze stemmen hun operationele inzet gedurende het jaar voortdurend af op onder meer risicoanalyses, meldingen, gezamenlijke controleacties en operationele opportuniteiten. Hierdoor kan het uiteindelijke aantal uitgevoerde controles hoger uitvallen dan de vooropgestelde minimumdoelstelling.”

In het arrondissement Antwerpen-Mechelen-Turnhout lopen momenteel verschillende gerechtelijke onderzoeken naar sociaalrechtelijke inbreuken in de tuinbouwsector. 

“Deze hebben onder meer betrekking op mensenhandel met het oog op economische uitbuiting, Dimona-inbreuken, de tewerkstelling van personen zonder verblijfsvergunning, looninbreuken en RSZ-inbreuken”, verduidelijkt substituut-auditeur Danaïs Fol

In een recent jaarverslag over mensenhandel en -smokkel stelt Myria dat de dossiers die het gerecht behandelt in de land- en tuinbouwsector draaien rond seizoenarbeiders en flexibele werkkrachten die in precaire omstandigheden gehuisvest zijn. In 2024 nog werd een fruitboer uit Leuven tot een jaar cel veroordeeld voor het mensonwaardig huisvesten en onderbetalen van Roemeense plukkers.

Onzichtbaar werk

Ondanks de inspanningen van het beleid en de sector, blijft het risico op uitbuiting in de tuinbouwsector groot. Daarvan getuigen de resultaten uit controles en de voorgenomen verdubbeling van de sociale inspecties tegen volgend jaar. 

Op de akkers in Meer gaat het werk onverminderd door. De zon zakt er tussen de windmolens en varkensbedrijven, akkers met vooral maïs en aardappelen, en daartussen gigantische serrecomplexen. Met het geraas van de E19 in de achtergrond bolt een minibusje van ESG vol plukarbeiders over een verbrede landbouwweg. 

Morgen wacht een nieuwe dag in de totaal geïndustrialiseerde landbouwregio, waar de aardbeiteelt draait op het onzichtbare werk van duizenden goedkope werkkrachten. 

Bron: Apache.be