De ene natuurbrand is nog maar geblust, of we worden al gewaarschuwd dat een losgeslagen El Niño “een enorme klap kan toebrengen over de hele wereld”. Maar in de Wetstraat bijten ze hun tanden stuk op de begroting. Alles zit muurvast. Misschien is het tijd om ons goud slim te verkopen en de échte prijs van het leger door te rekenen aan de Navo.
Een mens zou zowaar medelijden krijgen met premier Bart De Wever (N-VA). Hij is nog maar net terug van een deugddoende vakantie in Japan én een diplomatieke missie in India, of hij moet alweer spitsroeden lopen in eigen land.
Hij wandelt trouwens, zo wil het verhaal dat nu gespind wordt, rond met een wit mapje met daarin een reeks voorstellen die in totaal 20 miljard moeten opbrengen voor de begroting (tegen 2029).
Dat is 10 miljard meer dan nodig, maar het biedt ruimte aan zijn bonte coalitie (of is het bont en blauw). Ze kunnen er allemaal genoeg suiker uithalen voor een tiramisu die bij iedereen in de smaak valt.
De recepten zijn bekend. Men hoeft maar greep te doen uit de meer dan 250 maatregelen die het Planbureau naar voren heeft geschoven. Dat voorstel van het Planbureau was echter een op voorhand tot mislukken gedoemde poging om het begrotingsconclaaf te ‘objectiveren’.
Elke partij heeft traditiegetrouw haar taboes en haar trofeeën. De centrumlinkse partijen (Les Engagés en Vooruit) willen dat de grote vermogens meer bijdragen. MR en ook N-VA willen daar niet van weten, al zal je vooral de MR daarover horen toeteren.
Nog maar net terug van een deugddoende vakantie in Japan en een diplomatieke missie in India, moet De Wever alweer spitsroeden lopen
De rechtse partijen willen dan weer de stijgende uitgaven in de gezondheidszorg afremmen, maar dat is dan weer ondenkbaar voor de anderen. Iedereen wil wel morrelen aan de btw, behalve de MR. En de rechtse partijen willen tot slot zeker geen besparingen op defensie. De koning werd op 21 juli zelfs ingeschakeld om die boodschap ook in zijn toespraak te stoppen. Investeringen in defensie noemde hij “onvermijdelijk”.
Lieve woordjes
Half oktober moet De Wever zijn State of the Union houden. Als iedereen in zijn loopgracht blijft zitten, zal hij wellicht eerder bij de koning staan om het ontslag van zijn regering aan te bieden dan op het spreekgestoelte van de Kamer om zijn begroting toe te lichten.
De lieve woordjes die hij deze week over had voor voormalig PS-voorzitter Elio Di Rupo zijn opmerkelijk. Het doet een mens hopen dat De Wever tijdens de vakantie in alle stilte lijntjes heeft gelegd naar de PS. Want als de Arizona-regering valt, is enkel een coalitie zonder MR en met de PS nog mogelijk. “Hij zal wel contact hebben met Paul Magnette. Kan niet anders”, zegt een Vlaamse rode insider.
En de tijd dringt. De economische groei is het voorbije kwartaal helemaal stilgevallen. De rente is op 10 jaar gestegen tot bijna 4 procent. Dat doet afbetalingen van de staatsschuld toenemen tot 12,5 miljard euro per jaar (vorig jaar was dat nog 10,8 miljard).
Naarmate oude schulden aan lage rentevoeten worden vervangen door nieuwe schulden aan een hoger tarief, zal dat bedrag tegen het einde van de legislatuur 19 miljard bedragen (als de rente niet daalt). Een rentesneeuwbal, heet zoiets.
De regering staat dus voor een onmogelijke opdracht. Ze wordt ook niet geholpen door de deelstaten, die geen aanstalten maken om ook écht te besparen. Zij krijgen hun geld in de vorm van een dotatie gewoon uit de federale schatkist.
Ook de Vlaamse Regering wil blijkbaar niet echt van besparen weten. Minister-president Matthias Diependaele (N-VA) blijft zweren van wel, maar zowat alle ministers hebben al gezegd dat er op hun departement niet zal worden gesnoeid.
Al lijkt minister van Omgeving, Jo Brouns (CD&V), geen graten te zien in een besparing op milieu- en natuurorganisaties; zolang hij de schuld ervoor maar naar N-VA-begrotingsminister Ben Weyts kan schuiven. Het is echt een bedenkelijk schouwspel.
Recepten werken niet
Het grote probleem van de Arizona-regering is dat de recepten die ze hanteert om het land opnieuw gezond te maken, niet werken.
Zo is het opvallend dat bijvoorbeeld werkgeversorganisatie Unizo met scherp schiet op het migratiebeleid van de federale regering. De grenzen sluiten, afgewezen asielzoekers actief het land uitzetten en arbeidsmigratie van laag- en middengeschoolden bemoeilijken: het zou allemaal meer van ‘onze mensen’ aan de slag moeten helpen, vindt Vlaams minister van Werk Zuhal Demir (N-VA).
En kijk. Het draaide anders uit. “Hoe je het ook draait of keert, de realiteit is nu eenmaal dat veel profielen hier niet te vinden zijn. Daar verander je niet zomaar iets aan”, zegt de Unizo-studiedienst. “In veel sectoren is het niet kiezen tussen een Belg en een niet-Belg, maar tussen klanten bedienen of klanten niet bedienen.”
Bovendien kan elke arbeidsdeskundige uitleggen dat bijvoorbeeld de jobs die door (al dan niet legale) migranten worden uitgevoerd vaak ‘complementaire’ jobs zijn. In een restaurant zie je in de zaal de ‘officiële’ werknemers en in de keuken de ‘niet-officiële’ afwassers en keukenhulpen. Zonder die ‘onzichtbare’ mensen kan het restaurant niet draaien en verdwijnen dus ook de ‘zichtbare’ banen.
Flexi-jobs zijn daarbij geen oplossing. Misschien wel voor de restaurants, maar niet voor de laaggeschoolde werklozen die niet langer kunnen gaan stempelen.
Flexi-jobs zijn gereserveerd voor wie al een baan heeft of voor wie gepensioneerd is. Het is dan ook geen werkgelegenheidsmaatregel, maar een compensatie voor de horeca – die sinds de invoering van de witte kassa niet langer in een grijze (zwarte) zone kan opereren.
Een andere grote werf van de (federale) regering was de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd. Steeds meer cijfers wijzen erop dat die niet het verhoopte resultaat hebben.
De werkzaamheidsgraad in het eerste kwartaal van 2026 is alvast niet gestegen. Het aantal werklozen met een uitkering daalde sinds de invoering van de maatregel wel, maar slechts 5700 van de 55.246 geschorsten vond meteen werk. 4700 van hen zitten nu in het stelsel van de langdurig zieken en 23.300 krijgen een leefloon. Dit zijn cijfers tot maart. Benieuwd wat de halfjaarcijfers zullen zeggen.
Samen met de centenindex heeft de schorsing van werklozen natuurlijk een forse weerslag op de bestedingen van de gezinnen. Die zijn niet voor niets goed voor 52 procent van het bbp. Het valt af te wachten wat de verdere impact zal zijn op de economische groei van het land.
Goud!
Misschien is het tijd om eens out of the box te denken. Misschien zijn er wél nog maatregelen te bedenken die niemand pijn doen en die ons niks kosten, maar die wel veel opbrengen.
Hoe zit dat bijvoorbeeld met onze goudvoorraad? Die bedroeg in 1987 meer dan 1300 ton maar verschillende Belgische regeringen hebben al grote hoeveelheden verkocht. Wilfried Martens en Jean-Luc Dehaene verpatsten honderden tonnen goud en ook de tweede regering-Verhofstadt deed dat. Vandaag blijft er nog 227,4 ton over.
De waarde van ‘ons’ goud is de voorbije decennia, en zeker sinds de Russische oorlog tegen Oekraïne, enorm gestegen en ligt, afgaande op de goudprijs van deze week, rond de 28 miljard euro. Dat is ongeveer 4 procent van de totale staatsschuld van 706 miljard euro (109 procent van het bbp).
Ruw gerekend zou de verkoop van het goud de rentelasten doen dalen met ongeveer 1 miljard euro per jaar. Toegegeven, als de rentesneeuwbal zo snel blijft rollen als vandaag, dan wordt dat voordeel snel tenietgedaan.
De goudvoorraad verkopen lijkt een deus ex machina en in het verleden heeft de ingreep de overheidsfinanciën telkens een boost gegeven.
Praktisch is het vandaag echter héél moeilijk om de goudvoorraad ten gelde te maken. De dingen zijn immers niet zo simpel als men zou denken.
Eigenaar van het goud is vreemd genoeg niet de Belgische Staat, maar wel de Nationale Bank. Die is voor 50 procent in handen van de overheid en voor 50 procent van particuliere aandeelhouders. Er is echter een belangrijk wetsartikel dat zegt dat de externe reserves (waaronder goud) wel eigendom zijn van de bank, maar dat ze er niet over mag beschikken.
Anderzijds mag de overheid de bank niet dwingen om het goud te verkopen. Ze is immers onafhankelijk en moet dus op eigen houtje beslissen om dat te doen.
Toch zijn er achterpoortjes, en die werden in het verleden druk gebruikt. Zo was er in 2001 een lex specialis die toeliet om de meerwaarde die op het goud verdiend wordt (niet het goud zelf) te gebruiken om de schuld af te lossen. Zo werd het goud belegd in andere producten die winst opleverden. En die winst werd uitgekeerd aan de staat.
Strikt gesproken kan dit ook zonder het goud te verkopen. Dat kan dienen als onderpand voor winstgevende beleggingen waarvan de opbrengst dan wordt uitgekeerd.
Europa houdt niet van zulke constructies, maar er moeten in de administratie en op de kabinetten toch bollebozen genoeg rondlopen die opnieuw een achterpoortje kunnen vinden?
Het zou nogal kras zijn dat de regering een meerwaardebelasting zou invoeren op grote fortuinen en een van de grootste fortuinen van het land (onze goudvoorraad) daar niet zou voor laten bijdragen.
Bij de rijkswacht
En als we dan toch bezig zijn, dan kunnen we misschien nog een wet laten goedkeuren die ook een jaarlijks paar honderden miljoenen kan opleveren… op de begroting van Defensie.
Het budget waarmee defensieminister Theo Francken (N-VA) kwistig en soms ook nonchalant mee omspringt, steeg van 7,9 miljard in 2025 naar 13,5 miljard in 2026, om te landen op 14,43 miljard in 2029. Goed voor 2 procent van het bbp, zoals de Amerikaanse president Donald Trump van de Navo-lidstaten verlangt… voorlopig althans.
Tegen 2035 moet voor defensie in totaal 3,5 procent van het bbp besteed worden aan ‘kernuitgaven’ en 1,5 procent aan bredere veiligheidsuitgaven. België heeft nog niet gezegd dat het die norm wil halen.
Verschillende partijen in de coalitie eisen dat de uitgaven afgetopt worden op 1,8 procent van het bbp. Dat scheelt al gauw twee miljard per jaar. De N-VA wil daar absoluut niet van weten.
Het is nochtans eenvoudig om te besparen. Daarvoor moet één wet worden gestemd, eentje die in 1992 werd goedgekeurd en die de toenmalige rijkswacht (die opging in de federale politie) demilitariseerde.
België is met die federale politie een buitenbeentje. In Frankrijk, Nederland, Italië en Spanje zijn respectievelijk de gendarmerie, de marechaussee, de carabinieri en de guardia civil allemaal militaire korpsen. Een deel van hun budget wordt dus meegeteld in de Navo-bijdrage van die landen. In Nederland wordt bijvoorbeeld 820 miljoen van het budget van de Koninklijke Marechaussee als ‘militaire’ uitgave geteld. En de Navo aanvaardt dat.
De Belgische federale politie telt ongeveer 14.000 manschappen. Als je er daarvan zo’n 3000 zou onderbrengen in een apart ‘militair korps’ van, dan kan je zo’n 250 miljoen euro per jaar oormerken als ‘militaire uitgaven’.
De militaire taken die de federale politie vandaag doet (onder meer het bewaken van het SHAPE-hoofdkwartier) volstaan blijkbaar niet. Om in aanmerking te komen voor de Navo moet er meer gebeuren.
Voor defensiespecialist Sven Biscop zal een ‘papieren’ operatie niet meegeteld worden bij de Navo-uitgaven. “Een ‘militaire’ gendarmerie impliceert militaire opleiding, training en bewapening. Zoals de officieren van de rijkswacht vroeger aan de KMS studeerden”, zegt hij aan Apache.
Er moet inderdaad voor de Navo expliciet sprake zijn van trainingen in militaire tactieken. Eenheden moeten uitgerust zijn als militaire macht, bij operaties rechtstreeks onder militair gezag kunnen functioneren en inzetbaar zijn buiten het nationale grondgebied.
Op zich zijn dat allemaal geen onoverkomelijke obstakels. Wat de rijkswacht vroeger kon, kan de federale politie ongetwijfeld vandaag ook. Misschien kan zelfs de tot de tanden bewapende Antwerpse politie worden ondergebracht in dat korps.
Biscop vindt “de insteek fundamenteel verkeerd”: “De vraag is niet hoe we kunnen doen alsof we aan X% defensie-uitgaven kunnen komen zonder eigenlijk iets te doen. De vraag is: welk leger hebben we nodig om veilig te zijn?”
Dat klopt, maar dat doet niets af aan het feit dat onze buurlanden hun ‘rijkswacht’ wel meetellen als Navo-bijdrage.
Het zou voor coalitiepartner Vooruit wel een harde noot zijn om te kraken. De demilitarisering van de rijkswacht kwam er in 1992 in de nasleep van de aanslagen van de Bende van Nijvel. In die ‘loden jaren’ bleek de rijkswacht een ‘staat-in-de-staat’ en waren er zelfs geruchten dat bepaalde radicale elementen in het korps een staatsgreep wilden plegen. Het was de socialistische minister Louis Tobback die in 1990 het Pinksterplan uitwerkte dat zou leiden tot de wet van 1992.
De demilitarisering van de rijkswacht kon niet verhinderen dat het korps erg autonoom (eigengereid) bleef optreden, wat desastreuze gevolgen had tijdens de Dutroux-affaire. De rijkswacht ging in 2001 op in de federale politie.
Medische dienst
En nu we dan toch bezig zijn. In het verleden telde het leger, naast land-, lucht- en zeemacht ook een eigen uitgebouwde medische dienst. Die telde zo’n 2500 militairen in 1995. Nu zijn er dat nog 1855.
Er waren ook militaire hospitalen in het hele land. Die werden in de jaren negentig allemaal gesloten, behalve dat van Neder-over-Heembeek dat zich vooral als brandwondencentrum specialiseert en niet meer dient om militairen algemeen te verzorgen.
Na de val van de Berlijnse Muur werd beslist dat de militairen voor hun gezondheidszorg terecht moesten in burgerziekenhuizen. De medische dienst kromp zo sterk dat hij tijdens de coronacrisis amper hulp aan de natie kon bieden.
Maar strikt gesproken is het voor de Navo perfect verdedigbaar dat er met geld van Defensie een ziekenhuis wordt gebouwd dat een dubbele functie heeft; zolang het ook een echte militaire medische capaciteit heeft (operationele geneeskunde, mobilisatiecapaciteit).
Net zoals de aankoop van bluskits voor A400M-transportvliegtuigen militaire uitgaven kan doen renderen voor de samenleving, kan het defensiebudget ook gebruikt worden om civiele gezondheidsdiensten (met een militair) luik te financieren.
Bovendien kan worden geargumenteerd dat de circa 30.000 militairen die Theo Francken tegen 2029 onder de wapens wil hebben in burgerziekenhuizen moeten worden verzorgd, en dat dus de kost daarvan als een ‘militaire uitgave’ kan worden geoormerkt.
Ervan uitgaande dat de Belgische gezondheidsuitgaven zo’n 4570 euro per inwoner per jaar bedragen, betekent dat een door te rekenen kost aan Defensie van 137 miljoen euro per jaar.
Politieke sciencefiction? Soms volstaat het om de dingen van nabij te bekijken om nieuwe horizonten te zien. Dat is tenminste al een eind productiever dan een wedstrijdje ballonnetjes oplaten in de media.
Bron: Apache.be