In het schooljaar 2025-2026 had ruim een op de vijf leerlingen in het secundair onderwijs in Vlaanderen minstens één jaar schoolachterstand. In het lager onderwijs ging het om ongeveer een op de tien leerlingen. Dat blijkt uit cijfers die Statistiek Vlaanderen heeft gepubliceerd.
In de lagere school is het aandeel leerlingen met een jaar achterstand licht gestegen tot 13,5 procent. Een belangrijke kanttekening bij die stijging: dit jaar werden voor het eerst de leerlingen uit het methodeonderwijs in de cijfers opgenomen. Statistiek Vlaanderen benadrukt ook dat het niet alleen gaat om leerlingen die moeten blijven zitten, maar bijvoorbeeld ook om kinderen die later met school zijn begonnen of tijdelijk zijn uitgevallen door ziekte.
Ook in het secundair onderwijs blijft de trend relatief stabiel in vergelijking met de voorbije jaren. Ruim een op de vijf leerlingen (23 procent) had er minstens één jaar schoolse achterstand. In het zesde middelbaar liep dat aandeel op tot 26,7 procent, een lichte daling ten opzichte van vorig jaar (27,3 procent).
Over het algemeen is de achterstand het kleinst in het algemeen secundair onderwijs (aso), waar in totaal 7,3 procent van de leerlingen één jaar achterstand had. In het technisch secundair onderwijs (tso) lag dat cijfer op 22,2 procent, in het kunstsecundair onderwijs (kso) op 23,9 procent en in het beroepssecundair onderwijs (bso) op 38,2 procent. Gemiddeld hebben jongens in het lager en secundair onderwijs vaker schoolse achterstand dan meisjes.
Bron: HLN