Hierover publiceerde Els Van Emelen  een bespreking van een artikel uit Knack.

Els Van Emelen, is wiskundedocent en onderzoeker bij UCLL, en het artikel verscheen op 6 december 2024.

Korte samenvatting De kernboodschap is dat de dalende wiskundeprestaties in Vlaanderen volgens Van Emelen niet door één oorzaak komen. Ze wijst vooral op drie problemen:
Te veel versnippering van de leerstof
Leerlingen leren technieken en trucjes, maar begrijpen onvoldoende de onderliggende wiskundige verbanden. Daardoor herkennen ze eenzelfde principe niet wanneer het in een andere vorm terugkomt. Wiskunde zou juist moeten draaien om patronen, structuren, logica en verbanden.
Te veel voorstructurering
Werkboeken en oefeningen geven leerlingen vaak al tabellen, schema’s en voorgeschreven denkstappen. Dat maakt oefeningen gemakkelijker, maar neemt tegelijk een deel van het denkwerk weg. Volgens Van Emelen zijn fouten maken, zoeken en worstelen met een probleem juist belangrijke onderdelen van leren.
De  lat ligt te laag
Door de nadruk op haalbare minimumdoelen wordt volgens haar te weinig verder gebouwd op wat leerlingen al kunnen. Ze geeft breuken als voorbeeld: leerlingen krijgen minder complexe wiskundige bewerkingen aangeboden dan vroeger. Haar argument is dat leerlingen juist door met moeilijkere leerstof te oefenen, de basis beter kunnen beheersen.

Wat moet er volgens haar veranderen?
Van Emelen pleit voor een wiskundeonderwijs dat opnieuw sterker inzet op diep begrip in plaats van alleen het correct uitvoeren van procedures.

Concreet betekent dat:
meer aandacht voor samenhang en leerlijnen;
leerlingen laten ontdekken waarom een methode werkt;
meer ruimte voor zelfstandig denken en fouten maken;
open problemen waarbij verschillende oplossingsstrategieën mogelijk zijn;
leerlingen hun redenering laten uitleggen en bespreken;
niet bang zijn om leerlingen leerstof boven het minimum aan te bieden;
meer vakinhoudelijke opleiding en professionalisering van leerkrachten.

Een belangrijke nuance is dat “de lat hoger leggen” volgens haar niet betekent dat elk kind hetzelfde hoge niveau moet halen. Ze vergelijkt het met zwemmen: als je wilt dat iedereen 25 meter kan zwemmen, moet je leerlingen niet na 25 meter uit het zwembad halen, maar ook laten oefenen op langere afstanden. Niet iedereen zal 100 meter halen, maar die extra uitdaging kan ervoor zorgen dat meer leerlingen de 25 meter bereiken.

Een interessant praktijkvoorbeeld
Het artikel beschrijft een basisschool in Beringen waar UCLL leerkrachten begeleidt bij het wiskundeonderwijs. Leerkrachten krijgen wekelijks tijd voor overleg en professionalisering. De resultaten van de leerlingen op de OVSG-toets wiskunde stegen daar tot ongeveer 10% boven het vroegere gemiddelde. Ook Nederlands en wereldoriëntatie gingen erop vooruit. (LinkedIn)

In één zin
Volgens Van Emelen moeten we minder focussen op leerlingen zo snel mogelijk naar het juiste antwoord leiden, en meer op hen leren denken, redeneren en verbanden leggen — met hogere verwachtingen, diepere kennis en sterkere vakinhoudelijke ondersteuning van leerkrachten.