Het basisonderwijs is gratis, maar er bestaat wel zoiets als een scherpe maximumfactuur van 110 euro per jaar. Daarnaast is er ook nog een minder scherpe maximumfactuur. Een school mag daarmee maximaal 550 euro aan extra kosten aanrekenen, verspreid over 6 jaar. “Veel ouders zijn vaak verbaasd over die extra factuur”, zegt onderwijsexpert Pedro De Bruyckere. Hij legt het verschil overzichtelijk uit en geeft tips om schoolkosten betaalbaar te houden.
In principe moet basisonderwijs kosteloos zijn. Dat wil zeggen dat de school geen inschrijvingsgeld mag vragen én aan de ouders geen bijdrage mag vragen. Maar dat geldt alleen voor onderwijsgebonden kosten die nodig zijn om een eindterm of leerdoel te bereiken, zoals de aankoop van schrijfgerief, een atlas of een rekenmachine. De school moet ook minstens één jaar gratis zwemmen aanbieden.
Daarnaast organiseert een school nog activiteiten en is er extra materiaal nodig dat niet strikt noodzakelijk is voor het behalen van die leerdoelen. Die spullen dienen om het leren makkelijker of boeiender te maken en vallen onder de maximumfactuur. Ze worden met andere woorden betaald door de ouders.
“Maar wat ouders nog onvoldoende weten is dat er 2 soorten bestaan: de scherpe en de minder scherpe maximumfactuur”, zegt Pedro De Bruyckere, onderwijsexpert aan de Universiteit van Utrecht. Welke kosten horen bij welke soort maximumfactuur?
Scherpe maximumfactuur (55 of 110 euro): toneel, turngerief en schoolreizen
Tijdens het hele schooljaar 2025-2026 mag de scherpe maximumfactuur in de lagere school maximaal 110 euro bedragen. Voor het kleuteronderwijs slechts 55 euro. “Daarop staan bijvoorbeeld de kosten voor een theatervoorstelling, eendaagse schoolreizen of turnkledij met het logo van de school erop. Een school moet één jaar gratis zwemlessen aanbieden. Kosten voor extra zwemlessen komen ook op de scherpe maximumfactuur terecht.”
Minder scherpe maximumfactuur (550 euro): meerdaagse schoolreizen
De minder scherpe maximumfactuur bedraagt maximaal 550 euro en wordt verdeeld over de 6 jaar in de lagere school. Scholen gebruiken deze facturen om de kosten voor meerdaagse uitstappen of activiteiten te betalen.
“Ik denk aan de bos- of ponyklassen. Die minder scherpe maximumfactuur werd ingevoerd om te vermijden dat men heel dure uitstappen doet in het basisonderwijs. Dat bedrag moet in minstens 3 stukken verspreid worden over 6 jaar tijd. Kinderen gaan ook niet elk jaar op bosklassen. Het hele bedrag in een keer aanrekenen, mag niet.”
Waarvoor betaal je extra?
Voor de naschoolse opvang, de middagmaaltijden, extra lessen zoals Frans, Engels, of sportactiviteiten moeten ouders bijbetalen. Het kan ook zijn dat je daar materiaal moet voor aankopen. Dat valt niet onder de maximumfactuur. Ook voor zaken waar de ouders zelf om vragen en die de school aanbiedt als service naar de ouders toe, krijgen ze een extra factuur.
Tips van de onderwijsexpert om schoolkosten overzichtelijk en behapbaar te houden
- Informeer je goed op voorhand over wat de kosten zijn en wanneer de facturen eraan zullen komen.
- Welke niet-verplichte activiteit wil je dat je kind zeker meedoet? Bekijk het prijskaartje en maak een goede afweging. “Alles is leuk, maar niemand kan altijd alles doen.”
- Vraag indien nodig een spaar- of afbetalingsplan voor de betaling van meerdaagse uitstappen.
- Spaghettiavonden en koekjesverkoop: “Je moet dat niet doen, maar het helpt de school wel om onder andere de sociale kas te spijzen en zo kinderen financieel te steunen die bijvoorbeeld anders niet mee zouden kunnen op uitstap.”
Bron brt.nws