Wat is jeugdvakantie?

Dit infoblad geeft uitleg omtrent de jeugdvakantie waarop deze jongeren recht hebben, ter aanvulling van hun onvolledig recht op gewone betaalde vakantie.

De jongere die afstudeert, jonger is dan 25 jaar en ten minste één maand werkt als loontrekkende gedurende het jaar waarin hij zijn studies heeft beëindigd, kan het daarop volgende jaar jeugdvakantie nemen ter aanvulling van zijn onvolledig recht op vakantie. Voor elke jeugdvakantiedag ontvangt hij, ten laste van de werkloosheidsverzekering, een uitkering die 65% bedraagt van zijn begrensd loon.

Hoe wordt de gewone betaalde vakantie berekend?

Het aantal weken betaalde vakantie in het vakantiejaar hangt af van de tewerkstellingsduur in het vorige jaar (vakantiedienstjaar). Wie het ganse jaar heeft gewerkt, heeft in het daaropvolgende jaar recht op 4 weken betaalde vakantie. Wie slechts een half jaar heeft gewerkt, heeft slechts recht op 2 weken betaalde vakantie.

Voor betaalde vakantiedagen wordt een vakantiegeld uitbetaald. Bij een bediende gebeurt de betaling door de werkgever; bij een arbeider door de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie of door een vakantiekas.

Voorbeeld:
Een jongere die afgestudeerd is in 2015 (vakantiedienstjaar) en aan het werk gaat als bediende vanaf 1 oktober, heeft in 2015 slechts drie maanden gewerkt en heeft in 2016 (vakantiejaar) slechts één week betaalde vakantie.

De regeling van de jeugdvakantie voorziet dat de pas afgestudeerde jongere ter aanvulling van zijn onvolledig aantal betaalde vakantiedagen, jeugdvakantie mag nemen (zodat de totale vakantieperiode 4 weken kan bedragen). Voor de jeugdvakantiedagen kan een jeugdvakantie-uitkering betaald worden ten laste van de werkloosheidsverzekering.

Wie heeft recht op jeugdvakantie?

Om recht te hebben op jeugdvakantie moet de jongere aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • op 31 december van het vakantiedienstjaar de leeftijd van 25 jaar niet bereikt hebben;
    (het vakantiedienstjaar is het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin de jongere vakantie neemt.)
  • in de loop van het vakantiedienstjaar zijn studies (met inbegrip van de periode van het maken van een eindwerk) of opleiding (alternerende opleiding, vorming erkend in het kader van de deeltijdse leerplicht, opleiding erkend door de VDAB, ACTIRIS, FOREM of ADG in het kader van het inschakelingsparcours) hebben beëindigd;
  • na de beëindiging van de studies of opleiding, in de loop van het vakantiedienstjaar gewerkt hebben als loontrekkende gedurende een minimumperiode. De jongere moet gedurende ten minste één maand verbonden zijn door één of meerdere arbeidsovereenkomsten en deze tewerkstelling moet ten minste 13 arbeidsdagen in de zin van de werkloosheidsreglementering omvatten. Een tewerkstelling met de vakantieregeling “openbare dienst” of met een uitgestelde bezoldiging (onderwijs) tellen echter niet mee.

Alle verdere info: Hebt u recht op de jeugdvakantie?