Het protest in het onderwijsveld tegen de strakke hand van minister Zuhal Demir (N-VA) zwelt aan. Maar zelf omarmt ze het imago van ‘micromanager’ volledig. Ze opent zelfs een discussie die zo oud is als België. “Er mag een debat komen over de grondwettelijke vrijheid van onderwijs.”

Niemand in de Vlaamse regering heeft zulke zware bevoegdheden als Zuhal Demir (N-VA). Vorige week werd ze nog als onderwijsminister aangevallen door Vooruit en CD&V vanwege een omstreden subsidie. Deze week stonden de spotlights plots op Werk, één van haar andere beleidsdomeinen. Als bevoegd minister bekrachtigde ze het ontslag van Wim Adriaens, de topman van de VDAB. “Dit is een slecht moment voor zo’n ontslag”, zegt Demir. “Door de beperking van de werkloosheid in de tijd heeft de VDAB heel wat extra werk en de dienst staat voor een grote hervorming.”

Aan de basis van het ontslag ligt de aanwerving van een Taiwanese vrouw. Waarom heeft de VDAB-topman haar eigenlijk aangeworven?

“Het gaat vooral over de manier waarop ze is aangeworven. Meer wil ik daar ook niet over zeggen. Het is een personeelsdossier. Wel zeker is dat er een deontologische fout is gebeurd. Twee maanden geleden heb ik de audit daarover gekregen. Daarna ben ik in gesprek gegaan met verschillende mensen. Ik heb ook onmiddellijk opdracht gegeven om de aanwervingsprocedures aan te passen en te verstrengen. Finaal heeft de gedelegeerd bestuurder zijn mandaat neergelegd.“

Er is veel politieke kritiek op de VDAB. Heeft het ontslag ook daarmee te maken?

“Als bevoegd minister zal ik de mensen bij de VDAB altijd verdedigen. In Vlaanderen hebben we een werkzaamheidsgraad van bijna 80 procent, mede dankzij hun werk. De kritiek is soms wat vrijblijvend. Maar ik vind wel dat de organisatie een metamorfose moet ondergaan. Dit ontslag is niet fijn. Maar we gaan snel op zoek naar vervanging. Eerst zal ik iemand tijdelijk aanduiden, wellicht van binnen de organisatie. Daarna zal ik iemand benoemen die mee de VDAB wil hervormen. Dichter bij de lokale besturen, aanklampender voor wie allang zonder werk zit, en warmer voor langdurig zieken en leefloners.“

Vorige week kwam u zelf ook onder vuur, van de eigen coalitiepartners dan nog. Kan u Vooruit-parlementslid Hannelore Goeman echt nooit meer vergeven?

“Het was een persoonlijke aanval van iemand die een karaktermoord wilde plegen op basis van leugenachtige informatie in een Tiktok-filmpje. Binnen Vooruit heb ik wel niemand gehoord die haar bijtrad, en ze heeft het filmpje ook verwijderd. Maar het incident blijft gebeiteld in mijn hoofd en hart. Ze verweet me elitescholen te organiseren voor de happy few. Wie mij kent weet dat dat bullshit is. Ik wil net dat kinderen via sterk onderwijs kunnen worden wat ze willen worden. Opwaartse mobiliteit. Ik ben daar zelf ook het product van.”

Ziet u dan geen enkel probleem in de subsidie van 8,2 miljoen aan het Thomas More centrum van Tim Surma?

“Nee. We willen opnieuw inzetten op kennis in het onderwijs en hebben daar minimumdoelen rond gemaakt. Thomas More is één van de instellingen die scholen zal begeleiden bij het invoeren van dat kennisrijk curriculum. Ik heb hun centrum gekozen omdat het een excellente partner is, die erkenning krijgt in binnen- en buitenland.“

Maar de openbare aanbesteding is stopgezet om het geld te geven aan uw favoriet. Dat is toch tijdens het spel de regels veranderen?

“Ik heb het roer omgegooid. Als dé specialist niet meedoet, dan is er misschien iets mis met de aanbesteding zelf? Het centrum van Tim Surma is al sinds 2016 gespecialiseerd in het kennisrijk curriculum. Wat moest ik doen? De aanbesteding laten lopen, wetende dat het resultaat meer van het oude ging zijn? Ik kan mij voorstellen dat sommige instellingen eens gevloekt hebben. Zij hebben de afgelopen 20 jaar ingezet op ervaringsgericht onderwijs. Ik wilde een partner die mijn beleid ondersteunt. En het is ook volgens de regels. Een minister kan een aanbesteding intrekken. Maar het is geen mooi parcours geweest, dat geef ik toe. Ik had gewoon die aanbesteding niet moeten uitschrijven, ook al is mij dat op een bepaald moment geadviseerd.”

Uw reactie op uw coalitiepartners was heel fors. Was dat geen afleidingsmanoeuvre?

“Nee. Er is vanuit de meerderheid gelekt aan de pers. Een advies van de inspectie financiën, de niet-finale versie dan nog. Dat was not done. En op de dag van de commissie stonden al die parlementsleden te drummen voor de media om een quote te geven. Als je beslissingen neemt in een meerderheid, dan moet je die ook verdedigen. En als je ze niet kan verdedigen, zwijg dan. Je kan wel kritische vragen stellen, ook als lid van de meerderheid. Maar stukken lekken en mij dan verwijten onderwijs voor de happy few te organiseren. Dat is beneden alle peil.”

U ging wel zelf mee in dat spel. “Als ik dat doe, mag je me laten opnemen. Als er plaats is in de gezondheidszorg tenminste.” Pijnlijk voor de minister van Welzijn en Vooruit.

“Caroline Gennez zit nog maar 500 dagen op Welzijn en de uitdagingen zijn daar heel groot. Er zijn veel wachtlijsten, een erfenis van de voorbije twintig jaar.”

Het is de schuld van CD&V?

“Nee, dat heb ik niet gezegd. Maar er zijn nu eenmaal veel uitdagingen op Welzijn, ook al trekt en sleurt Caroline.”

Op LinkedIn duwde u het mes nog dieper. U schreef dat Vooruit met een imagoprobleem zit en daarom conflicten uitlokt.

“Klopt, al moet ik zeggen dat de ministers wel hun werk doen. Maar je hebt parlementsleden die zich een imago willen aanmeten: Zuhal is voor de happy few, wij voor de arbeiderskindjes. Ik kan tegen heel veel. Maar als het echt zo persoonlijk wordt, dan dien ik hen inderdaad van antwoord.”

‘Toevallig’ kaartte uw ex-kabinetschef Andy Pieters een gelijkaardige subsidie aan de Boerenbond van landbouwminister Jo Brouns aan. Oog om oog, tand om tand?

“Dat is nu eenmaal politiek. Als het ene parlementslid een minister aanvalt, dan doet een ander dat ook. De bal begint dan te rollen, ook al is het helemaal niet nodig om met modder te gooien. Niemand in de samenleving zit op dat schouwspel te wachten. Iedereen mag kritisch zijn, maar verdachtmakingen van vriendjespolitiek en corruptie pik ik niet. Laat mij gewoon werken.“

Is het in deze Vlaamse regering moeilijker werken dan in de vorige?

“Nee, ik vind deze fijner. Dat heeft ook met mijn bevoegdheden te maken denk ik. Ik doe dit veel liever dan mijn vorige bevoegdheid (Omgeving, red.). Maar ik opereer wel moeilijk in een politiek systeem waar alles vastgebeiteld is en alles strak in protocollen en regels is gegoten. Alles gaat zo ontzettend traag. Toen ik net minister was, kwamen de TIMSS-resultaten binnen (internationaal vergelijkend onderzoek naar leerlingprestaties, red.). Voor wiskunde en wetenschappen waren we enorm naar beneden getuimeld op alle ranglijsten. Ik wou meteen nieuwe doelen maken. Wat moeten kinderen kennen en kunnen? Dan komt hier iemand op mijn kabinet zeggen wie ik allemaal moet raadplegen en betrekken. Strak geregeld in een decreet. Ik zei: sorry, ik doe dat niet. Aan dat tempo zijn er binnen vier jaar nog geen doelen. Dan moeten we dat decreet maar veranderen.”

Die minimumdoelen zijn heel ingrijpend. Is het niet logisch om daar met iedereen in het veld over te praten?

“Nee, echt niet. Echt niet. De minimumdoelen zijn de grootste verandering voor het basisonderwijs van de afgelopen 20 jaar. Maar de urgentie is te groot om te lanterfanten. Dat vind ik zo frustrerend aan politiek. Je moet Jan en alleman adviezen vragen. Sommige zijn essentieel, zoals die van de sociale partners, de Raad van State of de inspectie financiën. Maar je kan niet aan iedereen zijn of haar mening vragen, want dan geraak je echt niet vooruit.”

Dreigt u niet in een tunnelvisie terecht te komen door altijd dezelfde experten te kiezen?

“Doelbewust kies ik die. Zij die afgelopen 20 jaar ons onderwijsbeleid hebben vormgegeven, mogen nu even aan de kant gaan. Zij hebben de kans gehad, met heel veel opdrachten en heel veel centen. Als je kiest voor kennis zoals ik, kom je terecht bij de experten die daar wetenschappelijk onderzoek naar hebben gedaan. Vergelijk het met de coronacrisis. Frank Vandenbroucke koos ook voor Erika Vlieghe en Marc Van Ranst met een reden. Je kiest als minister de experten die je beleid willen ondersteunen.”

Dan wil u het onderwijs toch wel heel hard naar uw hand zetten?

“De voorbije 20 jaar zijn de verkeerde keuzes gemaakt. We hadden het sterkste onderwijs van de hele wereld. Iedereen keek naar Vlaanderen. Maar dan is het achteruitgegaan. Met experten die zeiden: ‘Ocharme, die kinderen moeten maaltafels leren. Ik wil dat terugdraaien.’ Ik ga het warm water niet uitvinden hé. We gaan terug naar het onderwijs van voor die periode. Met een focus op kennis, effectieve didactiek en routines. Met meer structuur, meer discipline en respect voor de leerkracht, die de baas moet zijn in de klas. Onze samenleving is veranderd. Niet iedereen leert tellen of schrijven thuis. We kunnen van de scholen gelijkekansenmachines maken. Maar dan moet je kinderen wel kennis bijbrengen.”

U krijgt wel steeds meer het verwijt een micromanager te zijn.

“Ja, dat is ook waar, ik ben een micromanager. Ik wil niet gewoon wetten maken en dan wel zien. Ik wil op het terrein zijn en daar vaststellen wat werkt en niet. Nu goed, een aantal zaken, zoals ons actieplan voor routines, kunnen we niet opleggen. Er is vrijheid van onderwijs. Maar het is wel een warme aanbeveling aan scholen. Ik zie bijvoorbeeld dat veel leerlingen maar 38 minuten les krijgen in plaats van 50. Dan staat in mijn actieplan: begin onmiddellijk aan de les. Maar hoe scholen dat implementeren, moeten ze zelf beslissen.”

Vindt u dat de overheid nog meer te zeggen moet hebben in scholen?

“Wij betalen 19 miljard euro hé. Een enorme som gemeenschapsgeld. Des te belangrijker dat we de juiste methodes gebruiken om het sterkst mogelijke onderwijs te krijgen. In het belang van kinderen, om hen de juiste rugzak te geven. Dit gaat ook over de toekomst van Vlaanderen.”

Dan zegt u eigenlijk dat de vrijheid van onderwijs niet te ver mag gaan?

“Artikel 24 van de grondwet is niet open verklaard. Maar er mag wel een debat over komen. Mocht ons onderwijs wereldtop zijn, dan zou ik gewoon achterover leunen. Maar de huidige situatie is frustrerend voor iedereen. Leerkrachten werken zich te pletter, alle samenlevingsproblemen komen op hun kap terecht. Ondanks dat vele werk blijven we naar beneden tuimelen. Dan moet ik wel de grenzen van de onderwijsvrijheid opzoeken. Ik doe dat niet alleen, maar in samenspraak met het veld. Ik overleg voortdurend met de koepels en de vakbonden. Want ik kan veel toeteren en zeggen, maar zelf niet alles tot in de details alleen bepalen.”

Bij het Katholiek Onderwijs noemen ze u de ‘directeur der directeurs’.

“Een mooi compliment, toch?”

Het is wellicht niet zo bedoeld.

“Kan zijn, maar ik praat ook veel met leerkrachten die me steunen. Soms krijg ik ook kritiek. Maar ik zit hier niet om complimenten te krijgen. Als men na 10 jaar zegt: ’Het was een strenge madame, maar ons onderwijs zit terug in de lift’, dan heb ik mijn taak volbracht. Dat mag je verwachten, niet dat ik lintjes ga knippen en iedereen probeer te pleasen.“

Vooral bij de leerlingen heeft u het verkorven. Zij gaan zelfs staken. Merkt u ook dat uw populariteit daalt?

“Mijn populariteit bij leerlingen is niet goed, dat klopt. Vorige week was ik nog op een school waar een leerling mij vroeg: ‘Wanneer ga je eens iets beslissen wat mij blij maakt?’ Ik zei: ‘Oei, eigenlijk niet.’ Ik snap dat ze het beleid niet altijd leuk vinden. Ze zullen 2 of 3 dagen meer naar school moeten door het schrappen van de pedagogische studiedagen en het inkorten van de evaluatieperiode. Wat verwachten ze anders van mij? Iedereen 5 dagen extra vakantie, geen huiswerk meer? Ik zou enorm populair zijn dan. Maar ten koste van de onderwijskwaliteit.“

Is het niet goed dat ze kritisch zijn?

“Zeker en vast. Maar dan wel écht kritisch. Online zag ik dat sommigen denken dat we Latijn ook in Vlaanderen verplichten. Niet dus. Sommigen beweren zelfs dat ik de toiletpauzes wil afschaffen. We moeten onze kinderen en scholieren opvoeden tot kritische geesten, die verder kunnen denken dan de Tiktokfilmpjes van de PVDA. Dan mogen ze gerust ook kritisch zijn tegenover mij. Maar staken op een schooldag kan niet. Dan zijn ze onwettig afwezig.“

Persoonlijk oogt u heel gelukkig. Op de N-VA-nieuwjaarsreceptie bent u gespot met een partner aan uw zijde?

“Inderdaad, mijn vriend was voor het eerst mee. Hij is arts, een heel ander métier. Hij stuurt soms: ‘Wat ben je aan het doen?’ Ik zeg: ‘Vragen beantwoorden over Thomas More in het parlement.’ ‘Alweer?’, antwoordt hij dan. ‘Dat is toch al de vijfde keer dat je dat hebt uitgelegd?’ Wel verfrissend dat hij met een andere bril naar politiek en discussies kijkt. Maar los daarvan is het heel fijn om thuis te komen, wat te ventileren en in het weekend leuke activiteiten te doen samen. Het was een puzzelstukje in mijn leven dat ontbrak.”

Bron: GVA.be