Senioren getuigen over hun rusthuisfactuur

Senioren getuigen over hun rusthuisfactuur

“Als de prijzen zo blijven stijgen, trek ik het niet lang meer”, dat zeggen meerdere senioren.

De gemiddelde rusthuisfactuur in Vlaanderen is gestegen tot meer dan 2.100 euro, méér dan het gemiddelde pensioen. Drie naasten van bewoners getuigen over de zware financiële last op de schouders. “Van de verkoop van moeders huis rest nu nog een potje voor twee jaar.”

“Dit jaar alleen al is de prijs vier keer verhoogd”

Ludovic (75) heeft een hulpbehoevende vrouw – ook zeventigplus – die al bijna vijftien jaar in een woonzorgcentrum verblijft. “Dat kost nu net geen zeventig euro per dag,” klinkt het. Daarmee zitten Ludovic en zijn vrouw nog niet eens in de groep van rusthuizen met de hoogste maandprijzen. “Mijn vrouw heeft een aandoening in haar hoofd waarvoor ze, na invalide te zijn verklaard, zo’n 470 euro per maand van de ziekenkas krijgt. Daar hebben we lang voor moeten rondlopen, maar goed, het is nu zover. Daar komt nog eens 130 euro per maand ziekenzorgbudget bovenop. Haar pensioen bedraagt 1.200 euro; opgeteld kom je dan aan zo’n 1.800 euro.”

Daar tegenover staan de uitgaven voor het verblijf in het rusthuis. Die zijn in vijftien jaar tijd verdubbeld, zegt Ludovic. “Dit jaar alleen al is de prijs vier keer verhoogd. Elke keer is er ongeveer een maand op voorhand een brief met een aankondiging, maar geen verklaring voor de prijsstijging. Op zeker moment was er personeelstekort, misschien kost extra personeel daarom meer. Als ik het aan het rusthuis vraag, word ik doorverwezen naar het OCMW, want zij beheren het rusthuis. (zucht) De factuur voor het rusthuis bedraagt nu 2.100 per maand. Daar komen nog eens 300 euro apotheekkosten bij. Over de zorgen voor m’n vrouw heb ik niets te klagen, maar over de openheid over de factuur wel.”

Het gat van 600 euro dat maandelijks tussen inkomsten en uitgaven gaapt, vult Ludovic met een hap uit z’n pensioen… en de opbrengsten uit de verkoop van z’n huis. “Dat was noodgedwongen, ja. Vorig jaar gebeurd. Ik ben op een appartementje gaan wonen, om iets over te houden. Een zure appel waar ik door moest bijten. Mijn vrouw en ik hebben vijf kinderen, maar die hebben ook soms kinderen of een zaak te onderhouden. Ik wil het aan hen niet vragen om bij te springen, maar als het moet, zal ik niet anders kunnen. Ik kan niet zeggen hoelang ik het nu nog financieel trek, maar het is elke maand opletten en als de prijzen zo blijven stijgen, zal het niet lang meer zijn. Eén ding is zeker: als ik zelf in een rusthuis beland, met mijn pensioen van zo’n 1.200 euro, zullen m’n vrouw en ik het zelf niet meer kunnen betalen.”

Sinds 2016 is de moeder van Sylvie (56) beland in een woonzorgcentrum van Armonea – commerciële speler in de sector– in de Brusselse rand, waar de gemiddelde verblijfprijs al hoger ligt. 84,37 euro per dag in het geval van Sylvies moeder, wat voor een maandtotaal van zo’n 2.600 euro staat. “Daar komen dan nog de ‘losse’ kosten bij, zoals haar was die gedaan wordt, een maandelijkse knipbeurt, de apotheekkosten, enzovoort. Alles samen komt dat neer op 2.700 à 2.800 euro per maand voor haar rusthuisverblijf. In het begin, toen moeder na vaders dood nog vrij content was om in het woonzorgcentrum te belanden, bedroeg het verschil tussen haar pensioen en de rusthuisfactuur 500 euro. Toen rekende ik uit dat dit verschil overbrugbaar zou zijn tot haar 98ste levensjaar.”

Ondertussen is Sylvies moeder nog niet eens 90 en liep het verschil tussen wat betaald wordt (door de overheid) en wat betaald moet (aan het rusthuis) op tot 800 euro per maand – een hele boterham. Bovendien lijkt de kwaliteit van de woonzorg niet gelijk te lopen met die hoge prijs. “De netheid in de kamer van m’n moeder kan zeker beter”, klinkt het. “Dat heeft wellicht te maken met het personeelstekort waarmee het woonzorgcentrum al kampte. Ondertussen is mijn moeder ook niet altijd zo positief meer over haar verblijf, maar het is moeilijk om uit te maken wat er waar is over onvriendelijk personeel, en wat niet. Met de directeur ben ik al eens gaan spreken, hij zou zelf eens gaan praten met m’n moeder in haar kamer.”

Ondertussen heeft Sylvie als oké boerende zelfstandige een nieuwe rekensom in haar hoofd: als haar moeder aan dezelfde voorwaarden in het woonzorgcentrum blijft, resten er nog twee jaren waarin alles betaalbaar blijft. “Ik zou aan m’n partner kunnen vragen om extra bij te springen – nu al legt hij soms bij in het gezinsbudget als ik pakweg kleren voor moeder kocht – maar dat wil je niet. Het huisje waar moeder voorheen woonde, is ook al verkocht. Van de spaarpot die dat opleverde, blijft nu 25.000 euro over. Maar wat als iemand echt niet meer in staat blijkt te betalen? Ik weet het niet. Het ergste vind ik eigenlijk nog dat wanneer m’n moeder in het ziekenhuis opgenomen wordt, het rusthuis dan een korting van amper 6,98 euro per dag toekent voor haar leegstaande kamer. Terwijl ze daar dan toch niet eet of drinkt, niet gewassen moet worden… Ik had toch gehoopt op een korting van minstens 20 euro per dag. Dat wordt dus een dubbele factuur: van rusthuis én van ziekenhuis. Deze week mag moeder het ziekenhuis weer verlaten, maar ik kan niet voorspellen wanneer ze een volgende keer weer opgenomen moet.” (kbz)

“Maandelijks zo’n 1.000 euro bij te passen”

Alain, een schuilnaam omdat hij het woonzorgcentrum noch zijn protegee wil compromitteren, is een zestiger die van een kinderloze kennis een zorgvolmacht kreeg. Nadat de vrouw door een val in het ziekenhuis belandde, liet dat ziekenhuis weten dat de patiënte best in dat ene rusthuis geplaatst zou worden, zegt Alain.

“Dat kwam niet over alsof ik moest mee beslissen. In het begin bedroeg de rusthuisfactuur iets rond de 2.800 euro, best veel geld. Vrij snel werd duidelijk dat er iets zou moeten gebeuren om alle kosten te kunnen blijven betalen. De vrouw heeft er een heel mooie kamer, en er zijn de vaste kosten van manicure, pedicure, kappersbeurt, noem maar op. Anderhalf jaar geleden hebben we dan de keuze gemaakt om het huis van mevrouw te verkopen. Dat vond ze oké. Daardoor blijft de rusthuisfactuur nu betaalbaar. Ondertussen bedraagt de rekening 3.120 euro, en passen we maandelijks zo’n 1.000 euro bij omdat haar pensioen dus niet volstaat. Het is een privaat rusthuis, en bij m’n weten wordt ze er goed verzorgd. De vrouw is hoogbejaard, en heeft een flinke beperking. Van mij mag ze gerust honderd jaar worden. Maar als je me vraagt of ze er zelf graag is? Zeg mij eens, wie verblijft er écht graag in een woonzorgcentrum?” Bron: GVA Volgens Neutr-On moet de commercialisering van rusthuizen stoppen.

Staking bij luchtverkeersleider Skeyes afgewend

Staking bij luchtverkeersleider Skeyes afgewend

De grote vakbonden en de directie van luchtverkeersleider Skeyes hebben een akkoord bereikt. Dat meldt Skeyes aan VRT NWS. Ook de vakbonden ACV Transcom en ACOD Vliegwezen bevestigen het nieuws. Daarmee zijn acties van de grote vakbonden momenteel afgewend. Het akkoord wordt voorgelegd op het paritair comité ter goedkeuring.

Het sociaal overleg bij luchtverkeersleider Skeyes heeft dan toch een akkoord opgeleverd. “Passagiers kunnen gerust zijn, er worden geen acties ondernomen”, zegt een vakbondsafgevaardigde. Wat er in het akkoord staat is nog niet gecommuniceerd.

Vakbonden bij luchtverkeerleider Skeyes dreigden in oktober Belgisch luchtruim deels of volledig te sluiten met staking.

“Na zware besprekingen hebben we een duidelijke oplijsting van de problematieken en een aantal oplossingen”, zegt men  op sociale media.” De complexiteit van het dossier planning is niet eenvoudig. Er is nog heel wat te bespreken en te onderhandelen om tot een degelijke oplossing te komen.”

Acties zijn voorlopig dus van de baan, tenzij onvoldoende vooruitgang wordt geboekt.

Morgen loopt een stakingsaanzegging van de drie vakbonden af, waardoor acties mogelijk waren als er geen akkoord uit de bus was gekomen. Zo werd gedreigd met een gedeeltelijk tot zelfs volledige sluiting van het luchtruim. Voorlopig komt het zover niet.

De drie vakbonden bij Skeyes hadden vorige maand de aanzegging ingediend wegens ongenoegen over het planningsmechanisme voor het personeel. De luchtverkeersleiders klagen al langer over hoge werkdruk en personeelstekort. 

Indexatie Groeipakket

Indexatie Groeipakket

Elk kind krijgt een Groeipakket op maat. Het bedrag hangt af van je situatie. Kinderen geboren vanaf 1 januari 2019 krijgen de nieuwe bedragen van het Groeipakket. Voor kinderen geboren vóór 1 januari 2019 zijn er overgangsmaatregelen, met basisbedragen en leeftijdsbijslagen uit de oude kinderbijslagregeling. Ze kunnen daarnaast ook recht hebben op een of meer toeslagen uit het Groeipakket, zoals de kleuter- en kinderopvangtoeslag, de schooltoeslag, de sociale toeslag en de zorgtoeslag. In augustus ontvangt elk kind ook de schoolbonus.

De bedragen van het Groeipakket worden jaarlijks verhoogd op een vast moment. 

  • Op 1 september: de gezinsbijslagen, de schooltoeslag, de kinderopvangtoeslag en de ondersteuningstoeslag
  • op 1 januari: de kleutertoeslag

Zopas werden in het Groeipakket de gezinsbijslagen voor september 2023 aan de gezinnen betaald. Je vindt de nieuwe bedragen via deze link: https://www.groeipakket.be/bedragen.

Het mobiliteitsbudget

Werknemers ruilen steeds vaker hun bedrijfswagen in voor een mobiliteitsbudget, om dat voornamelijk te investeren in… vastgoed!

Volgens een analyse van HR-expert Attentia en Olympus Mobility besteedt de meerderheid van de werknemers die voor het mobiliteitsbudget kiezen, dat aan hun huisvestingskosten. Sterker nog: “Zes op de tien gebruikers van het mobiliteitsbudget kiezen voor een vergoeding van de huisvestingskosten, terwijl vier op de tien kiezen voor mobiliteitsoplossingen in de strikte zin van het woord.”

Hoe werkt het mobiliteitsbudget?

Sinds maart 2019 kunnen werkgevers een mobiliteitsbudget aanbieden aan werknemers die in aanmerking komen voor een bedrijfswagen. Dit budget, dat varieert van €8.000 tot €10.000 per jaar, biedt flexibiliteit om te kiezen voor een zuinigere auto, een ander vervoermiddel of om huisvestingskosten te dekken voor wie op minder dan 10 km van het werk woont. Als dit budget niet volledig wordt gebruikt, kan het saldo in geld worden uitbetaald aan de werknemer.

De groeiende aantrekkingskracht van woningen

Meer dan 63% van de werknemers die gebruikmaken van het mobiliteitsbudget en niet kiezen voor een zuinigere auto, besteden het volledige bedrag liever aan huisvestingskosten. “Tijdens de eerste zes maanden van 2023 werd bijna 90% van het totale mobiliteitsbudget, voor alle gebruikers samen, besteed aan huisvestingskosten.”

Het mobiliteitsbudget wint aan belang De populariteit van het mobiliteitsbudget als alternatief voor de bedrijfswagen is onbetwistbaar. Bert Van Molle, Marketing Manager bij Olympus Mobility, legt uit: “Vorig jaar noteerden we een stijging van 60% van het aantal zakelijke klanten en een stijging van 90% van het aantal gebruikers in vergelijking met 2021. Het mobiliteitsbudget is vooral populair bij jonge werknemers die dicht bij hun werkplek wonen en geen auto nodig hebben. De nieuwe generatie zit niet te wachten op een bedrijfswagen en is op zoek naar een echt alternatief.  Meer info:   Mobiliteitsbudget

Hogere fietsvergoeding voor werknemers in 2024

Hoe kan fietsen worden aangemoedigd? De regering lijkt het antwoord te hebben gevonden: door de belastingvrije kilometervergoeding te verhogen. Het probleem is dat ze niet voor iedereen zou gelden…

De overheid doet er alles aan om autoritten te beperken, niet alleen om milieu- en emissieredenen, maar ook vanwege de files die de maatschappij elk jaar miljarden kosten en omwille van de volksgezondheid, aangezien beweging veel ziekten voorkomt.

Sinds enkele jaren stijgt het aandeel fietsers in België, vooral in de grote steden. De overheid wil deze groei ondersteunen en heeft wellicht een oplossing gevonden: het verhogen van de belastingvrije kilometervergoeding voor fietsende werknemers.

De regering heeft al besloten om deze vergoeding te verhogen. Vanaf 2024 zal dat bedrag aanzienlijk worden verhoogd, van 0,27 euro per afgelegde kilometer tot 0,35 euro per kilometer. De vergoeding zal echter worden beperkt tot 2.500 euro per jaar, wat overeenkomt met een traject van 34 km per dag gedurende 210 werkdagen (d.w.z. een gemiddeld werkjaar).

Volgens Le Soir, die de ministers achter de maatregel, Vincent Van Peteghem (CD&V) en Frank Vandenbroucke (Vooruit), interviewde, is deze financiële berekening logisch, aangezien de statistieken aantonen dat 92% van de werknemers die naar het werk fietsen minder dan 15 km afleggen (of 30 km op een dag). De verenigingen die de fietsers vertegenwoordigen zijn blij met de maatregel, want elke stijging is natuurlijk de moeite waard. Het enige probleem is dat nog niet alle werknemers ervan kunnen profiteren, omdat de maatregel alleen geldt voor de privésector. Dit betekent dat werknemers in de publieke sector er niet van kunnen genieten. Voor hen blijft de vergoeding gemaximeerd op 0,15 euro/km, oftewel minder dan de helft! Dit kan komen doordat veel werknemers in de privésector een bedrijfswagen hebben, en deze verhoging zou hen kunnen overhalen om daar afstand van te doen. Afwachten maar…