Onze tijd is bijna op

We leven om te werken. Meer nog dan de strijd om het geld, moeten we ook opnieuw denken aan de strijd om de tijd.

De strijd om de tijd staat in het centrum van het samenleven. Vandaag wordt alles ingezet op mensen aan het werk krijgen en houden. ‘Activeren’ noemt men dat sinds de Derde Weg. De werkzaamheid opvoeren. De pensioenleeftijd optrekken. De werkethiek centraal stellen. De ideologische strijd lijkt wel gestreden: we leven om te werken.

Het was vroeger anders. Vanaf 1864 de strijd voor de achturendag: van 14 en meer uren over 12, dan 10 en uiteindelijk 8 uren werken, 8 uren slapen en 8 uren vrij. Die strijd zal meer dan een eeuw duren! De kapitalisten geven pas toe wanneer de wel gewerkte uren minstens evenveel, veelal meer opleveren. Disciplinering van de arbeid verhoogt de productiviteit. Taylorisme en bandwerk drijven de productie onmenselijk hoog op. De kritiek van Charlie Chaplin in Modern Times (1936) uit het Interbellum is nog actueel.

Niemand verdedigde de nieuwe arbeidsorganisatie omdat ze zingeving en zelfrealisatie in het werk zou bevorderen. Wel integendeel. In het contract van de naoorlogse welvaartsstaat ligt duidelijk vervat dat verhoogde arbeidsproductiviteit naast verhoogde koopkracht en sociale zekerheid moet leiden tot meer vrije tijd. Van de 48 urenweek naar de 38 urenweek. Van zes dagen werken naar een weekend vrij. Naar betaalde feestdagen en zeven weken vakantie. Telkens weer werd de invulling van de tijd een inzet: vrijheid, vermaak, vorming, consumptie, enzovoort. Arbeidstijdsverkorting zou het leven buiten de arbeid een vrije invulling geven. De invoering van steeds nieuwe technologieën zou de vrijetijdsmaatschappij dichterbij brengen. Fascinerende toekomstbeelden over autonomie in de postindustriële samenleving, over vrijetijdseducatie, over heteronome versus autonome activiteit, enzovoort. De 30-urenweek werd door het Franse planbureau aangekondigd voor 1980! Dus: vervreemde arbeid en toegenomen arbeidsproductiviteit, in ruil voor steeds meer eigen tijd.

Dat contract is, en dat wordt vandaag veelal vergeten in de duidingsprogramma’s over activering, opgezegd met de neoliberale draai van de jaren 1980. Technologische vernieuwing, arbeidsorganisatie en stijgende arbeidsproductiviteit staan nu ten dienste van de concurrentiepositie en de winst. De kosten van de arbeidskracht als productiemiddel worden zoveel mogelijk gedrukt. Veertig jaar het riedeltje van liberaliseren, dereguleren, flexibiliseren en privatiseren. Een economische logica losgekoppeld van sociaal beleid. Aanwervingen vergen steeds een hogere gemiddelde productiviteit. Ondanks gevoelig verhoogde scholing en ondanks de tekorten stijgt de prijs van de arbeid nauwelijks. Niet-productieven worden stelselmatig uitgestoten en komen in de wachtrijen van de sociale voorzieningen terecht. Reclame, commerciële zenders, levensstijl en mode zorgen er ook voor dat de vrije tijd vooral consumptietijd wordt. Flexibilisering en segmentering van de arbeid zorgen voor een grotere beschikbaarheid van de werkenden. Wat doorgaans postindustriële dienstverlening wordt genoemd, is vandaag hyperindustrieel georganiseerd. Zij die werk hebben werken vandaag meer (ik zeg meer, niet per se langer), zitten meer in werkmodus. En dat vergt ook steeds meer ontsnappingen: korte vakanties, city trips, vermaak, drank, drugs, enzovoort. Maar al die levenssferen worden ook steeds meer afhankelijk van heteronome voorzieningen. Er is steeds minder ‘eigen tijd’.

Net dat gebrek aan echte vrije tijd, eigen tijd, tijd zonder een extern doel, activiteit omwille van de activiteit, net die ratrace, die druk, die noodzakelijke tijd, zorgt voor de gevoelige achteruitgang van de geestelijke gezondheid, voor de stelselmatige uitbreiding van de nieuwe ziektebeelden: chronisch vermoeidheidssyndroom, stress, depressie, burn-out, enzovoort. En nog is het perverse systeem niet bevredigd. Want zij die niet werken, moeten dringend worden geactiveerd: voor wat hoort wat, geen rechten zonder plichten, geen uitkeringen zonder productiviteit!

De waan van dat systeem is natuurlijk dat de productie van welvaart, van rijkdom, iedereen ten goede komt. Op zich kan productiviteitsstijging – meer produceren in dezelfde tijd – een goede zaak zijn. Groei, toch in die sectoren waar tekorten zijn, is nodig. Op enkele decennia is de productiviteit verveelvoudigd. Maar automatisering, robotisering en A.I. komen niet de gehele bevolking ten goede. De herverdeling vermindert. Thomas Piketty en Paul Goossens hebben de ongelijkheidsmachine transparant geanalyseerd. Niet alleen het geld is onrechtvaardig verdeeld, maar ook de tijd en daarmee ook de levenskwaliteiten.

Het kapitalistisch productivisme, en daarmee ook de arbeidsethiek (de protestantse werkethiek die volgens Weber aan de basis ligt van het kapitalisme), zit in een straatje zonder eind. Zij die binnen dat systeem nog wat sociale kruimels willen binnenhalen, zullen van een kale reis terugkomen. Ook al doen ze dat met de grootspraak en de overmoed na de partij, nu de maatschappij te willen hervormen. Het zou goed zijn dat ook eens structureel aan te pakken.

Meer nog dan de strijd om het geld, moeten we ook opnieuw denken aan de strijd om de tijd. Het gaat om zeggenschap, om het herwinnen van autonomie, om ‘het recht op luiheid’, maar ook om tijd voor de commons, voor hernieuwde socialisering en solidariteit. Het moet gezegd dat de arbeidersbeweging in die keuze niet altijd oordeelkundig is geweest. In zijn Time and Money (1993) heeft historicus Gary Cross aangetoond dat de work-and-spend mentaliteit bij de arbeiders de consumptiecultuur mede heeft uitgebouwd. In de onderhandelingen gingen loonsverhogingen en koopkracht altijd voor op arbeidstijdverkorting. En: natuurlijk draagt ook het werk bij tot zingeving, vooral voor die mensen die ook in het werk baas zijn over hun tijd en hun activiteit. Maar voor de velen die werken in een schema van de baas, met opdrachten en doelstellingen van buiten henzelf, is het gewoon werken voor een loon. Wat moraalridders en arbeidsexperten hen ook voorhouden.

Zonder brede maatschappelijke discussie over de tijdsorde komt er geen nieuwe emancipatie. Activering van de mensen stoot op de steeds verhogende werkdruk zonder echte loonsverhoging. De werklozen wensen of kunnen aan die voorwaarden niet intreden. De afbouw van de overlegeconomie en de verzwakking van de vakbonden verschuift de arbeidsverhoudingen naar het individuele niveau. Om dan de druk af te houden is individuele arbeidstijdverkorting, of egocentrische flexibiliteit, of nog ziekteverzuim de enige uitweg. Vele jongeren kiezen voor onthaasting. En dat is dan weer tegenstrijdig met de ons aangeprezen consumptieve levensstijlen.

We hebben gewoon geen tijd genoeg om aan alle verwachtingen te beantwoorden. De huidige samenleving bijt in haar staart. Omdat ze onophoudelijk op zoek is naar productiviteitswinst ten voordele van exhibitionistische rijken en ten koste van het dagelijks leven zelf. Opnieuw gaan voor echte vrije tijd, gewoon een deel van de stijgende arbeidsproductiviteit opeisen, harder werken inruilen voor minder werken, de tijd van de baas duurder verkopen, kortom controle op de werkdruk centraal stellen. Wanneer heeft men het in de media eens over de arbeidsverhoudingen zelf? De economie wordt vandaag te veel als een paradijs beschreven.

We moeten opnieuw op zoek naar een maatschappelijk evenwicht tussen arbeidsproductiviteit, koopkracht en vrije eigen tijd. Dat evenwicht in balans brengen met de ecologische en de culturele uitdagingen is de opdracht van een echt links alternatief. Tenzij men de puinhoop beheren en deelhebben aan de voordelen van dat beheer als maximumprogramma heeft. En: men mag zich eindelijk wel eens de vraag stellen naar het eigendomsrecht van die nieuwe arbeidsbesparende technologieën. Zal de ontwikkeling van de artificiële intelligentie en de verdere robotisering iedereen meer vrije tijd geven of leidt het alleen maar naar meer rijkdom geconcentreerd in private handen en naar meer werkloosheid en inactiviteit voor velen? Jazeker: ik ben voor het collectief bezit van dergelijke technologische innovatie! Verhoogde arbeidsproductiviteit moet de gehele samenleving ten goede komen. En vooral: opnieuw tijd vrijmaken voor het samen leven. Daar kunnen we tijdens vakanties eens over nadenken.

Bron: Sampol.be

Het gevecht om het begrijpen van de oorzaken van de inflatie

De inflatie verdeelde beleidsmakers en economen in twee kampen: ‘team hardnekkig’ en ‘team tijdelijk’. Door die laatsten als voorbarig dood te verklaren, begingen we een historische vergissing.

De sterke stijging van het prijspeil begin 2021 verdeelde beleidsmakers, economen en commentatoren in twee kampen. In de rechterhoek van de ring bevond zich ‘team hardnekkig’ of ‘team permanent’, terwijl in de linkerhoek ‘team tijdelijk’ zich warm liep. Waar ‘team hardnekkig’ waarschuwde dat de combinatie van een (te) stimulerend begrotings- en monetair beleid onvermijdelijk tot hoge en hardnekkige inflatie zou leiden, argumenteerde ‘team tijdelijk’ dat de prijspeilstijgingen grotendeels van voorbijgaande aard zouden zijn. ‘Team permanent’ wijdde de toegenomen inflatie dus aan slecht en laks macro-economisch beleid, terwijl ‘team tijdelijk’ naar tijdelijke aanbodverstoringen wees als grondoorzaak. 

VERSCHILLENDE ANALYSE – VERSCHILLENDE OPLOSSINGEN

Dit verschil was ook van belang voor de beleidsvoorschriften die beide teams naar voren schoven. De analyse van ‘team hardnekkig’ was en is grotendeels gebaseerd op het idee dat buitensporige stimuleringsmaatregelen zouden leiden tot een onhoudbaar lage werkloosheid en dus tot een toename in loongedreven inflatie (het gevreesde loon-prijsspiraal). Het bestrijden van inflatie komt dan neer op het ontmoedigen van consumptie en investeringen en terugschroeven van de economische activiteit door het voeren van een restrictief beleid (zowel op begrotingsvlak als op monetair vlak).

Het basisidee van ‘team tijdelijk’ was daarentegen dat veel onderliggende oorzaken van de prijsstijgingen – verstoorde toeleveringsketens, verschuiving van de vraag van diensten naar goederen, opgebouwde spaaroverschotten door corona-steunmaatregelen, hogere energie- en voedselprijzen, … – vanzelf weer zouden omkeren. Het zou dus onwijs zijn om de voet voortijdig van het gaspedaal te halen en investeringen te ontmoedigen. Integendeel, dit zou het uitbalanceren van aanbod en vraag op lange termijn net bemoeilijken. Het beleidsvoorschrift hier, in de woorden van twee economische adviseurs van President Biden was dus net ‘het vergoten van de productieve capaciteit van de economie door investeringen in fysieke infrastructuur, menselijk kapitaal, schone energie, huisvesting en gezondheidszorg. Dergelijke investeringen hebben naar alle verwachting weinig of geen effect op de inflatiedruk op korte termijn, maar helpen die op langere termijn wel verminderen’.

‘TEAM TIJDELIJK’ VOORBARIG TEN GRAVE GEDRAGEN

Toch bleek de inflatie inderdaad koppiger dan veel leden van ‘team tijdelijk’ hadden verhoopt. Dit valt te verklaren door de snelle opeenvolging van economische schokken (na de Covid-pandemie joeg de Oekraïne-oorlog de energieprijzen omhoog), tweede-ronde-effecten (waarbij hoge energieprijzen zich snel doorheen het economische systeem verplaatste en als gestegen inputkost ook andere prijzen begon aan te jagen) en het onvoorziene fenomeen van ‘graaiflatie’. Het koppig hoog blijven van de inflatie in de loop van 2022 leidde echter tot de toenemende oproep aan team tijdelijk om hun nederlaag eindelijk te erkennen. Om inflatie succesvol de kop in te drukken, hebben we een streng besparingsbeleid en meerdere jaren van erg hoge werkloosheid nodig, zo argumenteerden Lawrence Summers en Jason Furman, twee kopstukken van ‘team permanent’.

Fast forward naar vandaag. Terwijl arbeidsmarkten buitengewoon krap blijven, de werkloosheid historisch laag is – 3,7% in de VS en 6% in de EU -, zien we toch dat de inflatiedruk zowel in VS als de EU al enkele maanden sterk afneemt. Dat ‘team hardnekkig’ deze uitkomst onmogelijk achtte, moet ons toch sterke vragen doen stellen bij hun analyse en beleidsvoorschriften. Hun prognose leek dan misschien een kern van waarheid te bevatten (inflatie die hardnekkiger was dan verwacht) maar wel op basis van een foute diagnose (inflatie is het gevolg van te veel stimulus, te veel vraag en te krappe arbeidsmarkten). Het misbegrijpen van de oorzaken van de huidige inflatie is nochtans de slechtste manier om ze te bestrijden.

TERWIJL DE EFFECTEN VAN EEN AANBODSCHOK TIJDELIJK ZIJN…

Twee recente papers zetten nu de analyse van ‘team tijdelijk’ opnieuw kracht bij. Ten eerste geeft het Annual Economic Report 2023 van de BIS duidelijk aan dat ondertussen alle grote grondoorzaken van de inflatie-opstoot zich inderdaad opnieuw aan het omkeren zijn (zie FIGUUR hieronder).

Ten tweede geven Ben Bernanke en Olivier Blanchard (zelf ooit lid van ‘team permanent’) in een recente conferentiepaper terugkijkend aan dat krappe arbeidsmarkten slechts beperkt verantwoordelijk waren voor de inflatie-opstoot in de VS (het rode balkje in hun kolomdiagram, zie FIGUUR hieronder), terwijl het merendeel van de prijsstijgingen wel degelijk veroorzaakt werd door aanbodschokken in goederen en energie (blauw) en verstoringen in toeleveringsketens (geel). Bovendien lijkt de kracht van die aanbodschokken de afgelopen tijd sterk te zijn teruggelopen. Dit suggereert dat de schokken inderdaad van voorbijgaande aard waren en er reden is om te verwachten dat – in de afwezigheid van een nieuwe reeks schokken – de huidige prijsdalingen zich spontaan zullen doorzetten. Wat we zien heeft met andere woorden meer weg van ‘onbevlekte disinflatie’ dan van intentionele disinflatie (als gevolg van restrictieve beleidsingrepen).

… DREIGT DE SCHADE VAN FOUTE BELEIDSINGREPEN PERMANENT TE ZIJN

Wat ondertussen wel een permanent karakter dreigt te krijgen zijn de negatieve effecten van de beleidsvoorschriften van ’team hardnekkig’. Recent bewijs toont aan dat monetaire verkrapping het investeringsniveau en toekomstige productiviteit van bedrijven danig onder druk zet. Restrictieve beleidsingrepen dreigen via hysterese-effecten blijvende gevolgen te hebben voor de toekomstige productiecapaciteit van de economie. In een recente speech erkent ECB directieraadslid Isabel Schnabel ook expliciet die mogelijkheid. Daarin geeft ze onder andere toe dat er een ‘opmerkelijke kloof is ontstaan ​​tussen het huidige investeringsniveau en het niveau aan investeringen voor de pandemie’ en dat als gevolg daarvan ‘inschattingen van het toekomstige productiepotentieel van de Eurozone significant lager liggen voor de pandemie’. Het zorgelijke is dat de schade aangericht aan de aanbodzijde van de economie opnieuw voor hogere inflatie in de toekomst dreigt te zorgen. Daarmee lijken centrale bankiers zelf datgene dichterbij te brengen wat ze net willen afwenden: stagflatie.

Nog verontrustender is dat pas dit najaar de volle impact van de reeds doorgevoerde renteverhogingen echt gevoeld zal worden (op een moment dat vele prijzen al terug naar een veel lager niveau gedaald zijn als gevolg van de omkering van de aanbodschokken). Dat komt omdat de transmissie van het monetair beleid naar de reële economie met een behoorlijk vertragingseffect werkt. Centrale bankiers spreken zelf vaak van een vertragingseffect van 18 maanden, terwijl een meta-analyse van verschillende studies uit 2013 voor geavanceerde economieën zelfs spreekt van een vertragingseffect van 25 tot 50 maanden(!). Het heeft er dus alle schijn van dat de volle kracht van de monetaire verkapping de economie pas zal gaan treffen wanneer de inflatoire druk al sterk is teruggelopen (als zich uiteraard geen nieuwe schokken voordoen – denk: opnieuw stijgende energieprijzen of nieuwe klimaatschokken). Pas dan zal blijken dat de renteverhogingen onnodig scherp waren, en dat onnodig veel banen en economisch potentieel werd opgeofferd.

Kortom: dat we een historische vergissing begingen door ‘team tijdelijk’ voorbarig dood te verklaren.

Bron: Sampol.be

Vlaanderen, stop met investeren in fossiele dino’s

Vlaanderen, stop met investeren in fossiele dino’s

Er is geen planetaire ruimte meer om de bestaande waardeketen van plastic gewoon te vrijwaren, laat staan significant uit te breiden met nieuwe mega-installaties zoals Ineos Project One in de Antwerpse haven.

‘De bestaande waardeketens moeten zoveel mogelijk worden gevrijwaard’. Zo luidt het opmerkelijk uitgangspunt van de Vlaamse ‘Klimaatsprong’, die onze industriële transitie moet faciliteren richting een koolstofvrij 2050. Industrieel klimaatbeleid, jawel. Maar duidelijk met beide voetjes op de grond en de (fossiele) industrie aan het roer, zo bleek vorige week in de Commissie Economie. De groene subsidieknikkers dreigen zo, aldus Bruno Tobback, louter geïnvesteerd te worden in de dinosaurussen aan tafel.

Schuiven dus mee aan de dis van het ‘Permanente Overlegorgaan’, dat de contouren van de Klimaatsprong mag uittekenen: de betrokken kabinetten en het departement economie, twee Vlaamse agentschappen én een hele rits industrie- en werkgeverfederaties. Essencia, de 38-koppen tellende lobbykoepel van de Belgische (petro)chemie, mag zo twee mannetjes of vrouwtjes sturen. Hun voorzitter, tevens CEO van een aantal INEOS-takken, ziet het wellicht graag gebeuren: al te kritische kanttekeningen bij de huidige waardenketens – en investeringen die deze nog decennia betonneren in ons industrieel weefsel zoals het controversiële Ineos Project One in de Antwerpse haven – zullen wellicht niet geopperd worden. Zo dreigen we de grootst mogelijke klimaat- en natuurwinsten van een werkelijk groene industriepolitiek mis te lopen.

Laat ons daarom maar even inzoomen op het poster child van de Vlaamse basisindustrie, namelijk het ‘tweede grootste petrochemiecomplex ter wereld’ in de Antwerpse haven. Vooraleer we de subsidie- en garantieklokken luiden voor deze ‘innovatie-excellentie cluster’, nemen we best deze ‘bestaande waardenketen’ nog eens onder de loep.

PLASTIC FANTASTIC

De grote industriële doorbraak van plastic – goed voor 80% van de totale petrochemische productie – kwam er na de Tweede Wereldoorlog. Plastiek bleek nuttig in allerlei oorlogstuig, gaande van parachutes, vliegtuigonderdelen en bazooka’s tot het teflon voor de atoombom. Er werd volop geïnvesteerd in petrochemische installaties, in de nabijheid van de olieraffinaderijen die hen voedde. Eens de oorlogsmachine stokte dreigde voor de eerste keer een crisis van overcapaciteit, typerend voor een pro-cyclische industrie zoals de petrochemie. In goede tijden volop fabrieken bouwen, in slechte tijden cost-cutten en consolideren. En altijd maar nieuwe markten zoeken.

Na de Tweede Wereldoorlog bleek er geen rem te staan op de groei: plastic leek de mens te bevrijden van de beperkingen van de natuurlijke wereld. Of zoals een plastic industriebobo stelde destijds: ‘Bijna niets is gemaakt van plastic, maar alles zou kunnen gemaakt zijn van plastic’. Naast de volumes voor de (weder)opbouw, sloop plastic alsmaar meer het dagelijkse leven binnen. In de jaren 1960 sprak men zo van het decennium van ‘plastic fantastic’: wegwerpverpakkingen voor voeding of goedkope kunstvezels voor kledij werden via agressieve marketing verkocht als technologische kroonjuwelen van de moderne tijd. De globale productie steeg bijgevolg exponentieel, van 2 miljoen ton plastic in 1950 tot meer dan 450 miljoen ton vandaag.

Bovendien kende de sector de afgelopen jaren een nieuwe investeringsbonanza: spotgoedkoop schaliegas uit de VS – gewonnen mits een zeer omstreden techniek waarbij ondergronds gesteente wordt versplinterd onder de hoge druk van water, zand en flink wat chemicaliën – zorgt voor een renaissance van de Noord-Amerikaanse plasticindustrie. Samen met investeringen in het Midden-Oosten en China zou de wereldwijde productiecapaciteit met één derde stijgen op tien jaar. Om de boot niet te missen, wil Ineos dit schaliegas via gigantische ‘drakenschepen’ importeren vanuit de VS voor Project One. Fun fact: in het Verenigd Koninkrijk, de thuishaven van Ineos, geldt er een moratorium op schaliegas, net omwille van de enorme ecologische schade die het aanricht.

Ondertussen waarschuwde kredietbeoordelaar Moody’s al opnieuw voor overcapaciteit in de petrochemie. Plastic marketeers weten weer wat doen om die nieuwe fabrieken te doen draaien.

DRAAI DE KRAAN DICHT

‘Plastics are fossil fuels in another form & pose a serious threat to human rights, the climate & biodiversity…I call on countries to look beyond waste and turn off the tap on plastic’. Geen activistische spierballenvertoon van pakweg Extinction Rebellion, maar de woorden van António Guterres, de VN-baas aan de vooravond van de onderhandelingen over een Globaal Verdrag rond Plastic.

De plastic crisis wordt inderdaad vooral geframed als een afvalprobleem. Onverantwoorde consumenten, gebrekkige afvalverwerking in het globale Zuiden, je weet wel.  Menig plastic CEO wast zijn onschuld, bij voorkeur tijdens een mediatieke beach cleanup. Guterres weet dus wel beter, het fundamentele probleem zit hem in de stijgende productie van nieuw (virgin) plastic.

Kijken we alleen al naar de impact op het klimaat (over stikstof, PFOS, micro-plastics, oceaanverzuring, gezondheidseffecten, enzovoort, leest u wel eens elders) zien we dat de productie van plastics, aan het huidig groeiritme, 10 tot 13% van het bestaande koolstofbudget – het totaal aan broeikasgassen dat we redelijkerwijs mogen uitstoten om onder de 1,5 graden opwarming te blijven – dreigt in te nemen tegen 2050. Het Internationaal Energieagentschap verwijst naar plastic als de belangrijkste driver voor de toekomstige vraag naar olie en gas. In tegenstelling tot de transportsector, die snel elektrificeert, zal plastic blijven hangen aan het fossiele infuus – vandaag goed voor 99% van alle ‘feedstock’.

Het hoeft dus niet te verbazen dat landen met forse olie- en gasbelangen zoals de VS en Saudi-Arabië fel dwars liggen bij de VN-onderhandelingen. Gelet op het tromgeroffel voor Ratcliffe & co is het wel verrassend dat België mee stapte in de zogenaamde High Ambition Coalition, een groep van landen die verder wil gaan dan een zoveelste tandeloos verdrag vol niet-bindend zelfregulering. Zo wordt er, in navolging van een oproep van wetenschappers voor ‘een wereldwijde cap op plastic productie, gepleit voor bindende provisies in het Verdrag om de productie en consumptie van plastic te beperken.

VLAANDEREN CIRCULAIR?

Moet de gehele petrochemie dan maar op de schop? Neen, maar er is geen planetaire ruimte meer om de bestaande waardeketen van plastic gewoon te vrijwaren, laat staan significant uit te breiden met nieuwe mega-installaties zoals het Ineos Project One in de Antwerpse haven. Laat ons daarom eerder inzetten op preventie, hergebruik en (mechanische) recyclage. Wat dat laatste betreft kan je bijvoorbeeld denken aan een taks op virgin plastic – in plaats van meer en goedkoper te produceren – en zo recyclage economisch meer aantrekkelijker te maken. Of is circulariteit dan toch vooral een bedreiging voor de basisindustrie, zoals te lezen valt in de SWOT-analyse uit de Klimaatsprong?

Virgin plastic productie zal nodig blijven. Maar de proportie plastic die bijvoorbeeld gaat naar nieuwe windmolens, zonnepanelen of andere groene toepassingen waarmee onze kunststof vrienden gaarne mee uitpakken, is marginaal. Het meeste plastic, zoals de 500 miljard petflessen die jaarlijks worden geproduceerd, is niet essentieel.

Wat me wel essentieel lijkt in een Klimaatsprong is dat er kritisch en onafhankelijk wordt gekeken naar de waardenketens die ons brengen naar een planetair kookpunt. En dat er ook klimaatwetenschappers, sociologen of milieuorganisaties aan tafel mogen aanschuiven wanneer we het hebben over een groen industriebeleid. Dan ben ik wat geruster en hoef ik dit niet allemaal te schrijven op een zondagavond. Ik vertrouw niet graag op dino’s.

Bron: Sampol.be

De godvergeten macht van slachtoffers

De godvergeten macht van slachtoffers

De arrogantie van de kerkelijke heerschappij vergat dat de waarlijke macht ligt bij zij die samen komen en samen handelen tegen een heerser. Dat moment is nu gekomen.

“Macht komt overeen met het menselijke vermogen niet slechts te handelen, maar in eensgezindheid te handelen. Macht is nooit de eigenschap van een individu; het behoort aan een groep, en blijft slechts bestaan zolang de groep bij elkaar blijft.” (Hannah Arendt, Over geweld.)

Sedert enkele weken is Vlaanderen in de ban van de kerk. Of beter gesteld in de ban van de slachtoffers van de kerk. We leerden weinig tot niets nieuw, maar wel kreeg voor het eerst het ongebreidelde slachtofferschap een indringend beeld. Het gelaat van het aangedane leed, gevolgd door een verdrukkend en misselijk makend systeem van wegkijken, in een poging om de heerschappij van een instituut beschermen.

Het feit dat de VRT als openbare omroep deze reeks maakte, en al zeker de wijze waarop, vind ik een ongelooflijk lichtpunt in deze gruwelijke duisternis. Het plaatst eindelijk de heerschappij van een instituut dat systemisch seksueel geweld onderhield frontaal tegenover de macht van de slachtoffers. Wat is die macht? Eenvoudigweg hun moed, hun verhaal, hun sereniteit, hun aanklacht, maar bovenal het feit dat ze optreden als groep met een eensgezinde stem. Een stem die steeds mondiger en luider wordt, een stem die nu verenigd wordt.

HET ONDERSCHEID TUSSEN MACHT EN HEERSCHAPPIJ

Hannah Arendt maakt een duidelijk onderscheid tussen macht en heerschappij.

Hoewel macht bij de meeste mensen vandaag als iets negatiefs aanzien wordt, klopt dat niet. Macht heb je nodig voor verandering, net zoals een betoging of volksopstand een gebundelde macht heeft om tot verandering te komen. De witte mars in 1996 na de zaak Dutroux ontplooide een ongeziene macht in België die de instellingen op hun grondvesten deed daveren. Macht verenigt mensen rond een bepaald oordeel, mening of aanklacht. In vier afleveringen van waarheidspreken werd deze verenigde macht van de slachtoffers een drijvende kracht om samen te handelen. Eenieder die het gelaat van het slachtoffer zag, zijn schreeuw om erkenning, zijn schreeuw van onrecht, zijn schreeuw van gruwel als mens aanhoorde, kan onmogelijk wegkijken of in de zijlijn blijven. De macht van de slachtoffers vandaag verenigt, stimuleert en inspireert om een einde te maken aan de heerschappij van een instituut.

Heerschappij is, volgens Arendt, net het tegenovergestelde van macht. Waar macht voortkomt uit verenigd te handelen, is heerschappij gebouwd op verdeeldheid. Divide et impera, of verdeel en heers. Het beeld dat bij mij het meeste blijft hangen, is de kardinaal en de bisschop in hun chique fauteuils en daartegenover het slachtoffer op een krukje. Verdeel en heers. Het gesprek dat zich ontwikkelde in slechts enkele zinnen en daarbij het beeld van onderwerping toont hoe de heerschappij van een instituut centraal staat. Niet het slachtoffer, niet het geweld, niet de vernietigde levens staan centraal, maar wel de heerschappij van het instituut en het be-heersen van het volk. Heerschappij gaat uit van het gebod en de gehoorzaamheid.

SAMEN VERZET PLEGEN

De arrogantie van de kerkelijke heerschappij vergat daarbij dat de waarlijke macht ligt bij zij die samen komen, een groep vormen en samen handelen tegen een heerser. Samen verzet plegen. Iets wat elke onbetamelijk heerser vreest of vroeg of laat onverwacht ontdekt. Dat moment is nu gekomen. Het imperium is gevallen en wat de heerser daarmee doet hebben wij nu geen boodschap meer aan. De macht van de slachtoffers breekt de heerschappij van het instituut. Een heerschappij die decennialang de macht tegen zichzelf heeft gevoed door systemisch seksueel geweld te laten volgen door een steeds terugkerend patroon van (leren) wegkijken. De heerser heeft daarmee elke morele grond op zijn heerschappij verloren.

Wat de heerser nu plant, zegt en doet, heeft geen belang meer. We hebben lak aan de heerschappij van een instituut dat verdeelt en heerst. Dat slachtoffers bevraagt over het geweld, maar wel procedures opstart om de bewijzen ervan te laten verdwijnen. Divide et impera. Het imperium is gevallen en niemand heeft het recht om nog te gehoorzamen in het licht van de zovele gelaten van slachtofferschap. Daar ligt de les die we vandaag moeten trekken: de godvergeten macht ligt bij de slachtoffers die zich verenigen, die beslissen om samen te handelen. Ik hoop dat andere instituties en heerschappijen, zoals politiek en justitie, heel goed rondom zich heen kijken. Deze keer niet als heerser en al zeker niet vanuit een verdeel-en-heersprincipe, maar wel als medemensen die naast het slachtoffer gaan staan, hun verantwoordelijkheid nemen en handelen samen met de slachtoffers.

HET IMPERIUM IS GEVALLEN

Een eerste stap daartoe is een prachtig voorstel dat enkele van de slachtoffers zelf maken. Een voorstel dat de macht van de slachtoffers als groep herdefinieert en opnieuw bevestigt. Dat aantoont hoe hun macht tegen een verdrukkende heerschappij kon ingaan net door zich te verenigen, door samen te handelen. Op 28 december herdenken we jaarlijks de moord op de onschuldige kinderen van Bethlehem. Vermoord door de heerser Herodes uit schrik dat zijn heerschappij zou eindigen. Deze dag jaarlijks centraal stellen in het licht van de macht van de slachtoffergroep is één van de zinvollere antwoorden die ik voorbije weken hoorde. Niet de vele initiatieven van bepaalde instituties, die absoluut een meerwaarde kunnen hebben, maar wel het jaarlijks beklemtonen dat een heerschappij kan vallen door de godvergeten macht van de slachtoffergroep. De onvoorstelbaar grote groep van slachtoffers van de kindermoord van Vlaanderen, de kindermoord van helaas vele andere regio’s.

Divide et impera kan enkel worden gestopt door wij die structureel de godvergeten macht van het slachtofferschap herinneren, herdenken en herbevestigen. Het imperium is gevallen door de macht van de groep. De macht van het verzet. Niemand heeft het recht om te gehoorzamen!

Bron: Sampol.be

9 maanden zonder akkoord: huishoudhulpen organiseren fake babyshower bij sectororganisatie Federgon

Vandaag, 13 september, hebben de huishoudhulpen weer actie gevoerd. Ze organiseerden een fake babyshower voor het bureau van sectororganisatie Federgon aan Tour&Taxis in Brussel. De werkneemsters zijn niet te spreken over het gebrek aan respect vanuit werkgeverszijde.

Negen maanden na het uitbrengen van het rapport van de welzijnsinspectie negeren de werkgevers nog steeds de resultaten van dit onderzoek, dat de bevindingen van verschillende wetenschappelijke studies van de laatste vijf jaar bevestigt.

Net daarom ontmoette een delegatie huishoudhulpen eind augustus minister van volksgezondheid Frank Vandenbroucke op het kabinet. Het gesprek met de minister wierp zijn vruchten af: “De actie wordt op het juiste moment gevoerd en is zeer goed en zelfs noodzakelijk. Werknemers moeten altijd in goede en gezonde omstandigheden kunnen werken,” stelde hij.

Drie maanden geleden hebben de vakbonden de wishlist van de huishoudhulpen ingediend (eisenbundel naar aanleiding van het interprofessioneel akkoord). Tot op vandaag hebben de huishoudhulpen geen antwoord gekregen op hun terechte vragen. Het is nogmaals duidelijk dat de huishoudhulpen en hun welzijn niet op de prioriteitenlijst van de commerciële bedrijven staan. Ze hebben daarentegen wel het onfatsoen om € 5 extra per uur te vragen aan de overheid. Schaamteloos willen ze steeds meer overheidsgeld om uit te geven aan hun aandeelhouders.

Daarom vragen we de subsidiërende overheden om actie te ondernemen. In Wallonië heeft minister Morreale de beweging op gang gebracht met onder meer een verplicht huisbezoek en een regelmatige medische controle voor huishoudhulpen. Het is nu aan de andere regeringen om dit voorbeeld te volgen, zodat de huishoudhulpen betere arbeidsomstandigheden krijgen.

De vakbonden wijzen erop dat het in de eerste plaats de bedoeling is om lokale jobs te creëren en zwartwerk tegen te gaan en zo dus gezinnen te helpen. Het is nooit de bedoeling geweest om aandeelhouders te verrijken. De prioriteit moet nu zijn om het welzijn en de koopkracht van de huishoudhulpen te verbeteren. Daar kunnen de huishoudhulpen niet nog eens 9 maanden op wachten

Bron: DeWereldMorgen.be