Waarom werken vandaag waardeloos is

Kapitalistische vervreemding en socialistisch menselijk potentieel

Financiële stress, de constante concurrentie tussen werknemers, bezorgdheid over de vernietiging van het milieu, de schok van een oorlog in Europa, de energiecrisis, de rechtse aanvallen op onderdrukte mensen … Er is genoeg om je zorgen over te maken. Daarbij komen nog de langetermijngevolgen van de rampzalige aanpak van de pandemie, die heeft geleid tot een langdurig isolement, vooral onder jongeren en oudsten. Duizenden video’s op sociale netwerken en wetenschappelijke artikelen stellen oplossingen voor, maar we realiseren ons al snel dat het pleisters zijn op een open etterende wond van angst, depressie en trauma. We zijn nog nooit zo verbonden geweest, maar tegelijkertijd ook nog nooit zo alleen … 

door Emily Burns uit maandblad De Linkse Socialist

Wat is de oorzaak van al deze problemen? 

Bijna 180 jaar geleden schreef Karl Marx het hoofdstuk ‘De gealiëneerde (vervreemde) arbeid’ in de ‘Economisch-filosofische manuscripten’ van 1844. Het is vandaag uiterst relevant. Hierin beschrijft hij hoe het kapitalisme ons losmaakt van de belangrijkste activiteiten van ons dagelijks leven, hoe het onze relaties met anderen verstoort en onze band met de natuur verbreekt. 

Als je in het kapitalisme eten op tafel en een dak boven je hoofd wilt, moet je je arbeidskracht verkopen. Een van de centrale ideeën van Marx is dat arbeiders geen volledige controle over hun leven hebben als ze werken. Ze produceren niet direct voor zichzelf of voor de gemeenschap, maar voor iemand anders die belangen heeft die tegengesteld zijn aan die van hen. Bedrijven huren je alleen in om te profiteren van je werk en betalen je minder dan je werk waard is. Terwijl we werken, nemen we geen beslissingen voor onszelf en zijn we slechts een productiviteitscijfer voor de kapitalisten.

Werken onder het kapitalisme

In de tijd en de streek van Marx voerde de overgrote meerderheid van de arbeiders repetitieve taken uit in fabrieken. Tegenwoordig is de dienstensector wijdverspreid. Dit leidt tot een andere vorm van vervreemding op het werk: voortdurend doen alsof we blij en volgzaam zijn terwijl de druk van een disfunctionele wereld op ons weegt. In elke winkel, restaurant en in de entertainmentindustrie worden we gedwongen om te glimlachen en een vriendelijk gezicht op te zetten tegenover soms absurde situaties.

Recente studies hebben aangetoond dat 40% van de jongeren onder de 30 in België slechts het absolute minimum doet op het werk. Dit fenomeen heeft in de VS zelfs een naam: ‘quiet quitting’. Veel werknemers klagen dat hun werk geen zin heeft, twijfelen aan het nut van wat ze doen en betreuren het dat ze geen inspraak hebben in de organisatie van het werk. 

Meer moeite doen betekent niet dat je er meer uithaalt. Integendeel. Wanneer je begint met onbetaald overwerk, durf je niet te stoppen uit angst niet ‘competitief’ genoeg te zijn, waardoor je je job zou kunnen verliezen. Als je in een sector werkt waar er geen barema’s zijn, moet je van baan veranderen en concurreren met andere werknemers voor een hoger salaris. De Fédération Horeca Wallonie klaagt regelmatig in de media over het feit dat 20% van de vacatures niet ingevuld raken. De bazen leggen het als volgt uit: “Tijdens Covid proefden onze werknemers de vrijheid en vreugde van gezinstijd, avonden en weekenden.” Ze zien natuurlijk geen verband met de loon- en arbeidsomstandigheden …

Steeds meer mensen durven ook hun toxische werkomstandigheden aan te klagen. Dankzij de MeToo-beweging wordt er meer melding gemaakt van intimidatie op het werk – seksueel of anders. Het wordt aan de kaak gesteld, maar daarmee zijn de problemen niet opgelost. 

In bedrijven die beweren ‘woke’ te zijn, zegt de directie dat ze grensoverschrijdend gedrag hard aanpakt. Maar haar enige reactie is repressie. Als het aankaarten van een probleem automatisch leidt tot het ontslag van de collega (die elders gewoon hetzelfde kan doen), kan dit ertoe leiden dat slachtoffers zich niet meer durven uit te spreken. Wat vooral nodig is, is voorkomen dat dit geweld de norm wordt. Maar hoe kan iemand die een hiërarchische relatie oplegt en het product van onze arbeid steelt dat effectief doen? 

Vakbonden daarentegen kunnen de oorzaak van deze problemen aanpakken als ze het probleem benaderen door eenheid te plaatsen tegenover de steeds luider klinkende patronale willekeur. 

Dankzij de scholierenbeweging voor het klimaat in 2018, maar ook na de dramatische overstromingen in de zomer van 2021, zijn veel werkenden zich zeer bewust van de klimaatproblemen. Tegelijk merken ze het gebrek aan aandacht voor het milieu in hun bedrijven en de hoeveelheden afval die deze produceren. Het kan alleen maar ontzettend frustrerend zijn om er niets aan te kunnen doen en om te horen te krijgen dat individuele oplossingen de enige manier zijn om vooruit te komen. Onder het kapitalisme hebben arbeiders geen inspraak in hoe of welke goederen en diensten worden geproduceerd. Het enige wat telt, is de winst. 

Vrijwel alles in de maatschappij is het resultaat van dit vervreemdende werk in het blinde streven naar winst: de producten die we kopen, de activiteiten waarvoor we betalen, de gebouwen om ons heen. Het houdt ons ver weg van de wereld die ons omringt, zelfs als we niet aan het werk zijn. Bazen en bedrijven profiteren het meest van ons werk, niet wijzelf, onze gezinnen of de gemeenschap.

Geconfronteerd met deze situatie is generatie Z (jonger dan 26) op zoek naar een job die zinvol is en willen ze, indien mogelijk, fulltime werk vermijden. Sommige leden van generatie Y, en zelfs oudere, oriënteren zich volledig op een job die meer in contact staat met de natuur. Ook vrijetijdsactiviteiten (dingen die we doen om onszelf te vermaken buiten ons werk) stellen ons vaak in staat om opnieuw contact te maken met de wereld om ons heen en doen soms denken aan vormen van prekapitalistische productie (vissen, breien, tuinieren enz.). En wat een genot is het om sla uit je tuin te eten… Andere vormen van vrijetijdsbesteding brengen ons dan weer in contact met anderen, zoals dansen of zelfs videospelletjes, waarbij we met mensen samenwerken, wat ook prettig is.

Maar we moeten wel duidelijk zijn: er zijn geen inherent slechte en goede jobs. Het zijn het kapitalisme en het loonsysteem die ze vervreemdend maken. Er is geen werkcultuur die niet giftig is onder het kapitalisme. 

Wat het zegt over de menselijke natuur

Marx’ idee dat werk een vreugdevolle en lonende activiteit zou moeten zijn, die ons verbindt met anderen en met de natuur, lijkt vandaag de dag bijna gek. 

Wie realiseert hoe vervreemdend de maatschappij is, wil zich losmaken van het kapitalisme. Sommige dromers proberen zich terug te trekken uit dit verpletterende systeem. Ze proberen zelfvoorzienende eilandjes buiten het kapitalisme te creëren. Helaas, zelfs als we ons ervan zouden losmaken, blijven de wetten van het kapitalisme ons achtervolgen: privébezit, concurrentie en het repressieve apparaat van de staat. Bovendien laat dit de overgrote meerderheid van de bevolking over aan kapitalistische uitbuiting. Dit weerspiegelt vaak een gebrek aan vertrouwen in het vermogen van onze klasse om met het kapitalisme te breken.

Anderen, en die zijn talrijker, denken dat het eigen is aan de menselijke natuur om het absolute minimum te doen. Uiteraard zijn we op school, op het werk of op publieke plaatsen allemaal wel al geconfronteerd geweest met potverteerders, lanterfanters of met mensen die toiletten achterlaten in een staat waarin ze het zelf thuis niet zouden accepteren … (of hebben we dat zelf wel al eens gedaan). Maar op het werk zijn mensen niet hetzelfde als thuis. 

Mensen zijn echt wel bereid om zich in te zetten en het beste van zichzelf te geven als ze er zin uit halen. We zien dit elke dag terug in het hoge niveau van vrijwilligerswerk: tot 19% van de Belgische bevolking doet vrijwilligerswerk. 

Onze sociale toestand – tewerkstelling in loondienst, werken voor de winst van het bedrijf en niet voor die van de gemeenschap – verklaart onze desinteresse. De plek waar we een groot deel van onze tijd doorbrengen hebben we niet in eigen bezit en beheer. We worden zelf feitelijk onteigend waardoor we ons asociaal gaan gedragen. Sommige mensen zullen niet langer ‘respecteren’ wat niet van hen is – als gevolg van de steeds toenemende privatisering van onze omgeving, waar we geen controle over hebben. Anderen zullen discriminerend gedrag gaan vertonen (racisme, seksisme, LGBTQIA+fobie, enz.). 

De klassenmaatschappij heeft ons gedrag diepgaand beïnvloed. Marx zei dat de heersende ideeën op elk moment de ideeën van de heersende klasse zijn. Deze ideeën komen voort uit de materiële verhoudingen en de centrale alles overheersende verhouding in het kapitalisme is uitbuiting. 

We zouden pessimistisch kunnen zijn over de menselijke natuur. Toch is het samen met de potverteerders en de lanterfanters dat we strijd moeten voeren, met racisten en seksisten die door strijd het belang van onze eenheid en de strijd tegen onderdrukking zullen inzien. De geschiedenis leert ons dat wanneer we de strijd aangaan tegen de willekeur van werkgevers, mensen een hernieuwde belangstelling krijgen voor wat ze doen en hoe ze het doen, inclusief de inhoud van hun werk, en dat ze diepgaand veranderen.

Vervreemding begrijpen, helpt dus om het beeld te ontkrachten dat kapitalisten ophangen als zou ‘de mens een wolf zijn voor de medemens’, dat gelijkheid in strijd is met de menselijke natuur of dat concurrentie en milieuvernietiging er onlosmakelijk mee verbonden zijn. 

Zo beantwoorden we ook het argument – zeer aanwezig in onze lessen economie en geschiedenis – dat de mens zonder loonarbeid en de repressie van de patroons de neiging zou hebben om zo weinig mogelijk te werken. Als dit gedeeltelijk het geval was tijdens de karikatuur van het socialisme die het stalinisme was, dan was dat omdat er geen arbeidersdemocratie was: de arbeiders beslisten niet wat en hoe er geproduceerd werd.

Ons vertrouwen in de arbeidersklasse is niet gebaseerd op een of ander idealisme. Het is van vitaal belang om het collectieve te herscheppen en de patronale willekeur uit te dagen. Doorheen strijd en in andere omstandigheden veranderen we snel.

Ontkoppeling van de natuur …

Een andere leugen die kapitalisten ons willen doen geloven, is dat mensen buiten de natuur staan, dat ze er geen deel van uitmaken. In feite wordt algemeen aangenomen dat de natuur daar is waar er geen mensen zijn. Dit toont de mate van vervreemding onder het kapitalisme. 

Marx was zijn tijd ver vooruit door erop te wijzen dat het kapitalisme ons losmaakt van de natuur en de impact die het productieproces daarop heeft. Hij wees al op de psychologische gevolgen van deze breuk. 

Toch is de mensheid diepgeworteld in de natuur. Er zijn twee bronnen van rijkdom: arbeid en natuur. Mensen zijn afhankelijk van de natuur voor hun welzijn en overleven. Maar onder het kapitalisme is de natuur iets om te gebruiken en te misbruiken. De manier waarop kapitalisten grondstoffen en andere aspecten van de natuur controleren en exploiteren is een cruciale hefboom voor de uitoefening van hun macht in de economie. Dus moeten ze ons absoluut laten geloven dat we buiten de natuur staan, dat we er geen rekening mee moeten houden.

Losgekoppeld van onszelf

Ondertussen worden er heel wat producten op de markt gebracht om de gevolgen van deze vervreemding te verzachten. Contradictorisch genoeg vergroten of veranderen ze enkel de vervreemding en breiden ze de markt uit. Zo is er een hele markt ontstaan om mensen opnieuw in contact met de natuur te brengen. 

Onder het kapitalisme wordt alles handelswaar. En het gaat veel verder dan de verkoop van goederen en onze arbeidskracht. We worden behandeld als radertjes in een machine. We hebben minder tijd dan we zouden moeten hebben om relaties met onze geliefden te ontwikkelen, bredere gemeenschappen te creëren of met nieuwe dingen te experimenteren. Uitwisselingen van diensten worden handelswaar via platformeconomieën (Blablacar vervangt liften, enz.). Er is een groeiende druk om menselijke interactie ‘te gelde te maken’ (in Japan kan je zelfs ‘vrienden’ huren). Deze kijk op anderen als handelswaar is aan het doorsijpelen in ons dagelijks leven, versterkt door de objectivering van mensen in reclame en de entertainmentindustrie. 

Deze commodificatie (het tot koopwaar maken) is sterk aanwezig op sociale netwerken. Algoritmes worden zo ontwikkeld dat we er zoveel mogelijk tijd op doorbrengen om via reclame zoveel mogelijk winst op te leveren. Er wordt gezegd dat de netwerken ons helpen om in contact te komen met anderen en ons gewaardeerd te voelen. Maar in werkelijkheid gaat het daar niet om. Het gevoel van onzekerheid dat door reclame wordt versterkt, drijft ons in een waanzinnige race om likes. Dit creëert een enorme druk om altijd ‘mooi’ en ‘gelukkig’ te zijn. Om het gevoel te hebben dat ze bestaan, kopen sommige mensen likes, wat extreem winstgevend is voor bedrijven als Tiktok. Anderen wenden zich tot de nieuwe niche van cosmetische chirurgie: eruitzien als hun Instagram- of SnapChat-filter. We zijn losgekoppeld van onze echte omgeving en vervreemd van ons eigen beeld!

Geestelijke gezondheid in crisis

Logischerwijs vloeit uit dit alles een crisis in de geestelijke gezondheidszorg voort. De diepte van deze crisis gaat veel verder dan een gebrek aan financiering. Psychische ziekten behandelen als een individueel probleem is alleen in het voordeel van kapitalisten. Het opent onder andere nieuwe markten voor farmaceutische producten. Psychische aandoeningen hebben natuurlijk fysieke aspecten, maar dat is niet genoeg om de omvang van het fenomeen te verklaren: 20% van de jongeren tussen 12 en 18 jaar is depressief en 9% denkt aan zelfmoord, volgens een onderzoek van de ULg. En de cijfers zijn systematisch slechter voor jonge vrouwen … Het is essentieel om het probleem bij de wortel aan te pakken. Dat is wat mogelijk wordt door het marxisme en een diepgaand begrip van vervreemding.

De atomisering van menselijke relaties is dramatisch toegenomen tijdens de decennia van neoliberalisme. Thatcher zei: “Er is niet zoiets als een samenleving, er zijn alleen individuen en hun families.” Publieke ruimte verdwijnt, veel openbare diensten zijn geprivatiseerd, de concurrentie tussen individuen is geëxplodeerd, enzovoort. Het resultaat is een groot verlies aan gemeenschap. Werknemers identificeren zich veel minder met hun sociale klasse dan vroeger. Mensen zijn echter sociale wezens. Ze zoeken nieuwe groepen om bij te horen, maar ze staan alleen tegenover de kapitalistische uitbuiting. Het wanbeheer van de pandemie versnelde deze geestelijke gezondheidscrisis. We zijn nog nooit zo verbonden geweest, maar tegelijkertijd ook nog nooit zo alleen …

Door de enorme technologie die de mens heeft ontwikkeld te gebruiken en te ontwikkelen, zouden we meer in contact kunnen staan met onze omgeving. Onder het socialisme, een samenleving met een democratisch georganiseerde planning, waarin werkenden de productie en distributie controleren, zouden we ons meer verbonden voelen met de beslissingen die we nemen en die de rest van de natuurlijke wereld beïnvloeden. Dit is slechts een van de manieren waarop arbeidersstrijd en socialistische verandering onze geestelijke gezondheid zouden verbeteren.

Menselijk potentieel bevrijden

Leon Trotski zei in een schitterende toespraak in 1932: “Behalve schaarse uitzonderingen, zijn de vonken van het genie onderdrukt in de verdrukte diepten van het volk, alvorens zij zich zelfs kunnen laten uitbarsten. Maar eveneens omdat de vooruitgang van een generatie, de ontwikkeling en de opvoeding van de mens in zijn essentie afhankelijk van het toeval blijft en bleef, niet verlicht door de theorie en de praktijk, niet onderworpen aan het bewustzijn en aan de wil.” 

Tientallen miljoenen mensen over de hele wereld proberen te vluchten voor oorlog, armoede en klimaatrampen. Honderden miljoenen anderen leven in absolute armoede. Ondanks al het gepraat over ‘efficiëntie’ verspilt het kapitalisme aan de lopende band menselijk potentieel. Economische ongelijkheid is slechts één factor in de manier waarop het kapitalisme onze capaciteiten verspilt.

In tegenstelling tot vandaag, waren voor de langste periode in de menselijke geschiedenis samenwerking en een nauwe relatie met de natuur van vitaal belang voor het overleven van menselijke groepen. 

Tegenover de vervreemding die ons op zoveel verschillende manieren treft, moeten we strijden voor democratische controle van arbeiders over de productie. Wat in de ene context vernederend en ontmenselijkend is, zou in een andere context bevredigend kunnen zijn, in een maatschappij die niet gebaseerd is op winst, maar waarin rijkdom en grondstoffen georganiseerd zijn om aan de behoeften van de mensheid te voldoen. En hoewel de ecologische situatie rampzalig is, zou het vrijmaken van de capaciteiten van onze soort het mogelijk maken om een duurzame en stabiele toekomst te garanderen. Sterker nog, door echt inspraak te hebben in de manier waarop we de grondstoffen van de samenleving produceren, zouden we individueel en collectief tot bloei kunnen komen en allerlei mogelijkheden en creativiteit kunnen ontketenen.

Bron: Socialisme.be

Actievoeren is een recht, we laten het ons niet afnemen! 

Actievoeren is een recht, we laten het ons niet afnemen! 

Ex-minister van Justitie Van Quickenborne haalt uit naar wie het opneemt voor het recht op collectieve actie: “U staat aan de kant van criminele relschoppers”

Op 5 oktober protesteerden we met meer dan 10.000 in Brussel tegen het wetsvoorstel van ondertussen ex-minister van Justitie Van Quickenborne om een gerechtelijk demonstratieverbod in te voeren voor feiten gepleegd tijdens protestacties. Naast de drie vakbonden kwamen ook verenigingen zoals Greenpeace, Liga van de Mensenrechten, Solidaris, CEPAG, PAC, MOC, FOS, Progress lawyers Network en Ciré op straat. 

door Arno (Luik) uit maandblad De Linkse Socialist

Later die dag verdedigde Van Quickenborne zijn wetsvoorstel in het parlement. Hij deed dit zoals hij luchtgitaar speelt: niet erg subtiel. “U staat aan de kant van die criminele relschoppers. Hoe durft u ze te verdedigen?” haalde hij uit naar PVDA-voorzitter Raoul Hedebouw. “Het gaat altijd over dezelfde groep criminele relschoppers, met de bivakmuts op het hoofd en de hamer in de zak. (… ) Het gaat over mensen die voertuigen in brand steken. Het gaat om mensen die winkels kapotslaan. Het gaat om die relschoppers.” De strategie is bekend: maak een karikatuur van het standpunt van tegenstanders en bestrijd vervolgens die karikatuur. Raoul Hedebouw reageerde terecht: “Wie wordt er voor de rechter gedaagd? Greenpeace-activisten, Delhaize-arbeiders die tegenover deurwaarders staan, dat is de waarheid!” 

Toenemende repressie

Het valt moeilijk te ontkennen dat de politieke en gerechtelijke autoriteiten vandaag kiezen voor een toename van een repressieve aanpak van sociale bewegingen. Tijdens het collectief conflict bij Delhaize kon de directie steeds weer rekenen op de autoriteiten om deurwaarders en robocops naar de piketten te sturen om het verzet van de vakbonden te breken. Op 15 november doet de rechtbank van Brugge uitspraak in het proces tegen 14 Greenpeace-activisten voor een actie aan de gasterminal van Fluxys in Zeebrugge. 

Een ander voorbeeld. Afgelopen juni gingen duizend mensen in Gent de straat op om te protesteren tegen het arrest in het proces tegen de elitaire studentengroep Reuzegom naar aanleiding van de dood van de jonge Sanda Dia. Alles verliep vreedzaam, maar een van de organisatoren kreeg nadien bezoek van een deurwaarder en kreeg een GAS-boete van 500 euro. Dat is schandalig! De organisator van dit protest kreeg een hogere boete dan de Reuzegommers wegens hun betrokkenheid bij de dood van Sanda Dia.

Tegen de achtergrond van een beleid dat tekorten op alle vlakken organiseert, is het geen toeval dat het recht op protest aan banden wordt gelegd. Van de zorg over het onderwijs en het openbaar vervoer: op alle vlakken rammelt het. Protest is meer dan nodig. Dat lijken de traditionele politici ook te vrezen, vandaar het versterken van het repressieve arsenaal.

De vraag is eenvoudig: zal de wet Van Quickenborne de al bestaande trend naar meer repressie ondersteunen en verdiepen, ja of nee? Dat is duidelijk de bedoeling. De basis is een demonstratieverbod voor iedereen die is veroordeeld voor bedreiging met aanvallen op mensen of eigendommen, moord, opzettelijk letsel, vandalisme, beschadiging van eigendommen of goederen, etc. Maar wat betekent beschadiging van eigendommen? Wat is schade aan goederen en eigendommen? Een pallet verbranden op de openbare weg aan een stakingspiket? Tegen een combi plassen? Een slogan op een muur schrijven? Een spandoek op een steiger hangen tijdens een betoging, zoals bij de betoging ter ondersteuning van het personeel van Delhaize op 22 mei? 

Hoe zou het verbod gehandhaafd worden? Moeten er vóór betogingen identiteitscontroles worden uitgevoerd? En hoe wordt de privacy gerespecteerd? Gebruik van gezichtsherkenningscamera’s? Dagvaardingen naar het politiebureau voor elke betoging? De hele zaak stinkt naar willekeur. 

De beste manier om een recht te verdedigen, is het te gebruiken

Het wetsvoorstel is goedgekeurd in de commissie, maar is nog niet behandeld in de plenaire vergadering van de Kamer. De ‘linkse’ Vivaldi-partijen dienden amendementen in om “het recht op protest te beschermen,” of toch minstens de illusie daarvan te wekken. De Raad van State verklaarde dat deze amendementen te licht wegen. De vakbonden en verenigingen vragen aan de verkozenen om de tekst niet goed te keuren. Raoul Hedebouw ondersteunde die vraag in het parlement: “Waarom volgen jullie rechts? Nu moet u reageren!” 

We moeten verder voortbouwen op het brede verzet tegen dit wetsvoorstel en voor het recht op protest. De betoging van 5 oktober was groter dan vooraf verwacht werd en toont de mogelijkheden om de strijd verder op te bouwen. Sommige vakbondsleiders zijn daar bang voor omdat ze vrezen dat het de ‘linkerzijde’ binnen Vivaldi zou verzwakken. Dat is een ernstige misrekening. We kunnen enkel op onze eigen krachten rekenen om onze rechten af te dwingen en te behouden. 

De sociale strijd verder opbouwen, is het beste antwoord op dit wetsvoorstel. De strijd kan verbreed worden met een kritiek op de klassenjustitie. We mogen ons niet laten vangen door de visie van de heersende klasse op geweld, volgens welke geweld alleen bestaat bij gebrek aan voldoende brute repressie. 

De Braziliaanse bisschop en bevrijdingstheoloog Dom Hélder Câmara legde het als volgt uit: “Er zijn drie soorten geweld. De eerste soort, en de moeder van alle andere, is het institutioneel geweld dat uitbuiting, dominantie en onderdrukking legaliseert en bestendigt. Het geweld dat miljoenen mensen verplettert onder haar stille en goed geoliede wielen. De tweede soort is het revolutionaire geweld, geboren uit de wil om de eerste soort af te schaffen. De derde soort is het repressieve geweld dat als doel heeft het tweede te verstikken als verlengstuk en handlanger van de eerste soort waaruit alle geweld voortkomt. Er bestaat geen grotere hypocrisie dan alleen maar de tweede soort geweld te benoemen en te doen alsof men de eerste soort waaruit ze voortkomt en de derde die doodt, is vergeten.”

“Elke eis om rechten werd eerst weggezet als relschopperij”

Columnist Raf Njotea schreef in De Standaard (5 oktober) naar aanleiding van de succesvolle scenaristenstaking in de VS: “Laten we niet vergeten dat het dankzij stakingen is dat we stemrecht, betaald verlof en weekends hebben. Als het van de mensen met de macht afhing, waren die zaken er nooit gekomen. Elke eis om rechten werd eerst weggezet als relschopperij.” De allereerste georganiseerde staking in de geïndustrialiseerde periode waarnaar Njotea verwijst – de algemene staking van 1842 die begon in de mijnen van Staffordshire in het Verenigd Koninkrijk – werd ook beschreven als een rel. De regering en de werkgevers noemden het de “Plug Riots”, omdat de stakers de stoppen uit de machines haalden.

Bron: Socialisme.be

Onder de slogan ‘voor welvaart’ wil N-VA op de sociale zekerheid inhakken

“Je zult langer moeten werken voor een pensioen en er moet grote kuis worden gehouden in de sociale zekerheid” (Bart De Wever)

N-VA begint aan haar verkiezingscampagne met de slogan ‘Voor Vlaamse welvaart’. Daarmee lijkt de partij de kaart van de sociaal-economische thema’s te trekken. Het is vaag genoeg om er verschillende invullingen aan te geven. Dat is vaak het probleem met marketing en in dit geval is het niet anders. Eigenlijk wil de partij van De Wever net als in 2014 hard chargeren op de sociale zekerheid.

Het was het asociale beleid van de Zweedse regering onder Charles Michel, waarin N-VA de toon zette, die maakte dat de N-VA en haar partners verloren in de daaropvolgende verkiezingen. De indexsprong die onze koopkracht onder vuur nam of de verhoging van de pensioenleeftijd voelen we nog dagelijks. Het rampzalige beleid van de Vlaamse regering de afgelopen jaren, met dezelfde partners, maakt dat De Wever om deze regering verder te zetten straks wellicht een vierde partner nodig heeft. Van de bejaardenzorg over de kinderopvang, het onderwijs en De Lijn: de Vlaamse regering onder de niet zo ‘sterke’ Jan Jambon bakte er niets van voor de meerderheid van de bevolking.

De Wever vergeet de goede raad van de Vlaamse dichter Guido Gezelle, “‘t Is goed in ‘t eigen hert te kijken.” Het eigen falen moet toegedekt worden en daarom wordt het federale beleid onder vuur genomen. Niet omdat de energiemultinationals niets in de weg gelegd werd, evenmin omdat onze lonen tot een strikt keurslijf van nulgroei worden veroordeeld ondanks stijgende productiviteit en jarenlange recordwinsten. Neen, volgens De Wever werden de werklozen en zieken de afgelopen jaren riant bediend door het ‘Franstalig-links Vivaldi-beleid’. Hoe wereldvreemd kan je zijn om dat te beweren nu de jacht op de werklozen een vervolg krijgt met een jacht op langdurig zieken? Voor de N-VA zijn niet de lage lonen een probleem, maar het feit dat de leeflonen en werkloosheidsuitkeringen verhoogd werden. Uitkeringen op de armoedegrens zijn voor De Wever te hoog. Over wiens welvaart spreekt het orakel vanuit het schoon verdiep in Antwerpen?

De Wever beweert dat een alleenstaande moeder met een kind ten laste met een leefloon meer overhoudt dan een alleenstaande moeder die aan een minimumloon van 1700 euro netto werkt. Daartoe werden onder meer de kosten voor kinderopvang en de voordelige energietarieven verrekend. Daar kan je verschillende conclusies uit trekken: de kosten voor kinderopvang zijn te hoog, stelsels van lagere energietarieven worden beter uitgebreid, het minimumloon is niet leefbaar … De conclusie van N-VA daarentegen is dat het leefloon te hoog is.

De slogan ‘voor Vlaamse welvaart’ wordt gebruikt om te pleiten voor een beperking van de werkloosheid in de tijd, verlaging van de patronale bijdragen en dus van de overheidsinkomsten en de middelen van de sociale zekerheid en ook nog eens harde besparingen op de begroting, waarbij De Wever eerder al aangaf dat er vooral op vlak van pensioenen en zorg nog kan bespaard worden. Dat er geen draagvlak is voor zo’n asociaal beleid is de reden waarom de N-VA de aanvallen op onze pensioenen en zorg probeert te verstoppen achter de slogan ‘voor Vlaamse welvaart’.  

Is dit linkse stemmingmakerij tegen de N-VA? Laten we er de grote leider zelf bijhalen om het wat scherper te stellen: “Je zult langer moeten werken voor een pensioen en er moet grote kuis worden gehouden in de sociale zekerheid.” (VRT nws 26 november 2022, https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2022/11/26/n-va-confederalisme/). De nieuwssite vatte het samen: “Om de begroting op orde te krijgen, zijn er voor De Wever forse ingrepen in de sociale zekerheid nodig: van pensioenhervormingen, over schrappen in de werkloosheidsuitkeringen tot besparen in de gezondheidszorg.”

Dit koppelt De Wever aan de roep voor meer Vlaamse bevoegdheden. Er is een onderdeel van de sociale zekerheid dat al geregionaliseerd is: de kinderbijslag. In Vlaanderen werd die omgedoopt tot het ‘groeipakket’. Volgens de Gezinsbond bespaarde de Vlaamse regering dit jaar 335 miljoen euro op het groeipakket, onder meer omdat de indexering ervan is afgeschaft en vervangen door een vaste indexatie van maximaal 2%. Willen we dat ook voor de pensioenen en uitkeringen? Het mantra van de N-VA dat wat Vlaanderen doet beter wordt gedaan, is de afgelopen jaren in de praktijk weerlegd door het beleid van de Vlaamse regering onder controle van de N-VA.

De media merkten op dat deze campagne van N-VA leest als “een uitgestoken hand.” Het is niet naar de werkende klasse dat die hand wordt uitgestoken, maar naar andere rechtse politici zoals die van CD&V en Open VLD en vooral naar de bevriende captains of industry die de echte baas van De Wever zijn. De poging om werkenden op te zetten tegen wie uit de boot valt, dient enkel om te verdoezelen dat het vooral de werkenden zijn die zwaar gechareld zijn als N-VA het voor het zeggen heeft. Verdelen om het grootkapitaal te laten heersen, is dat.

De beste manier om te vermijden dat collega’s door dit soort retoriek misleid worden, is door met de arbeidersbeweging op een offensieve manier onze eigen eisen en bekommernissen naar voren te brengen. Als we het publieke debat overlaten aan politici zoals De Wever en zijn bende, dan zal toenemende verdeeldheid (tegen werklozen, tegen zieken, tegen vluchtelingen, tegen bruggepensioneerden …) gebruikt worden om onze levensstandaard de dieperik in te sturen. Doorheen campagnes en acties kunnen we zelf het publieke debat bepalen. Dan kan het gaan over de bescherming van onze pensioenen in plaats van de afbraak ervan of nog over een verlaging van de pensioenleeftijd in plaats van een nieuwe verhoging ervan zoals De Wever nu suggereert. Dan kan het debat gaan over meer en beter openbaar vervoer in plaats van over ministers voor wie zelfs de vaststelling van de achteruitgang “gezaag en geklaag” is dat moet stoppen. We kunnen onze eisen voor drastisch meer publieke middelen voor onderwijs en zorg naar voren schuiven en daar de nodige acties aan koppelen om zo onze stem ook tijdens de verkiezingscampagne te laten horen.

Bron: Socialisme.be

De Lijn: “Alles komt samen en versterkt elkaar in een neergaande trend”

De Lijn: “Alles komt samen en versterkt elkaar in een neergaande trend”

Na jaren van besparingen loopt alles in het honderd bij De Lijn. Er zijn niet genoeg bussen, onvoldoende technici, de infrastructuur is verouderd en de hervormingsplannen onder de misplaatste naam ‘Basisbereikbaarheid’ zorgen voor een verschraling van het aanbod. De crisis is totaal. We spraken met een buschauffeur.

“Alles komt samen na tien tot vijftien jaar besparen. We rijden rond met oude bussen of hebben soms gewoon geen bus beschikbaar. Er zouden jaarlijks 180 bussen moeten aangekocht worden om alle bussen op 15 jaar te vervangen, wat een normale levensduur is. Bovendien is er de elektrificatie van de vloot waarvoor er extra middelen nodig zijn. Dit alles heeft vertraging opgelopen en er wordt soms gekozen voor slecht materieel omdat dit goedkoper is.” 

“Daar bovenop is de infrastructuur soms tot op de draad versleten. Terwijl straks de Oosterweelwerken in Antwerpen nog meer impact zullen hebben, dreigt een belangrijke prémetrolijn van en naar Linkeroever maandenlang uit te vallen. Qua gebrek aan planning kan dat tellen! In Hoboken kan een stuk tramlijn niet gebruikt worden omdat de sporen in heel slechte staat zijn. De meeste metrostations in Antwerpen liggen er vuil bij en vaak werken roltrappen niet. Het onderhoud laat er te wensen over.”

“Bij de technische dienst hebben de problemen zich ook opgestapeld. Er is jarenlang actie gevoerd voor betere arbeidsvoorwaarden en meer loon, maar dat heeft niet veel opgeleverd. Het resultaat is dat De Lijn moeite heeft om techniekers te vinden. Er staan een 70-tal vacatures open die de directie niet ingevuld krijgt. Zowel de voorwaarden als het perspectief om bij De Lijn te werken op een moment dat daar niets lijkt te werken, schrikken af. De oudere bussen vragen nochtans meer werk.” 

“Dan is er nog de geplande hervorming van de basisbereikbaarheid, die aan de Kust, rond Brugge en in het noorden van Antwerpen al is uitgerold. Overal zijn er actiecomités tegen de afbouw van dienstverlening. Er wordt ingezet op de drukke hoofdlijnen. Wie daar verder van woont, wordt niet langer bediend. Het plan voor de basisbereikbaarheid in Limburg zou leiden tot het schrappen van 500 haltes. De hervorming moet telkens budgetneutraal zijn, waardoor elke uitbreiding van een dienst gecompenseerd wordt door besparingen elders. Dit komt in een aantal plaatsen bovenop een onbetrouwbare dienstverlening als gevolg van de tekorten, waardoor reizigers afhaken.”  

“Elke dienst zit op zijn tandvlees. Van de techniekers over de chauffeurs tot de planners. De directie wil de productiviteit nog verder verhogen, terwijl werken bij De Lijn vandaag al zwaar is. Een van de hoofdredenen waarom het moeilijk is om chauffeurs te vinden, zijn de werkuren en de flexibele planning. Bij de pachters is dat probleem overigens nog groter. Ook op dit vlak wordt geen enkele stap vooruit gezet. Alles komt samen en versterkt elkaar in een neergaande trend.” 

“Het antwoord van de regering is om enkel naar de cijfers te kijken en nog meer in te zetten op privatiseringen met extra verpachtingen en publiek-private samenwerking, onder meer bij de bouw van nieuwe stelplaatsen. Minister Lydia Peeters zegt dat er vandaag meer investeringen zijn. Dat klopt, het kon niet meer anders en die extra investeringen dienen enkel om te zorgen dat alles kan blijven draaien. Sinds minister Crevits (2009-2014) is het werkingsbudget met meer dan 20% afgenomen, terwijl verwacht wordt dat we daarmee nog steeds evenveel doen. Met de klimaatuitdagingen zou er eigenlijk zelfs drastisch meer aanbod van openbaar vervoer moeten zijn.”

“We weten wat nodig is, maar er wordt altijd geschermd met een gebrek aan geld. Het intrekken van alle besparingen sinds minister Crevits is een basisvereiste om een noodplan voor De Lijn te kunnen opstellen. Zo’n noodplan is nodig om overal op een betrouwbare manier het huidige aanbod te realiseren. Het project van de basisbereikbaarheid moet gestopt worden om de afbouw van dienstverlening te stoppen. De privatiseringen omkeren en alles zelf doen is op langere termijn veel beter. Er is een vervoersplan nodig dat vertrekt van de noden en behoeften. Er kunnen pilootprojecten opgezet worden waarbij reizigers, actiegroepen, bewoners en personeelsleden samen die behoeften in kaart brengen. Het openbaar vervoer dat nodig is beschrijven, zou onze mobilisaties versterken.”

“Om dit af te dwingen zal er actie nodig zijn, het potentieel is er. Op lokaal vlak hebben reizigers met actiecomités al aanpassingen aan de basisbereikbaarheid kunnen afdwingen. Binnen De Lijn zelf zijn er op lokaal vlak regelmatig conflicten waarbij de vakbonden hun slag thuis halen. Maar het blijft een gevecht tegen de gevolgen van het jarenlange besparingsbeleid zonder dat de echte oorzaken worden aangepakt. Pamfletten naar reizigers kunnen helpen, zeker als ze opbouwen naar bijvoorbeeld een gezamenlijke betoging van personeel en reizigers. In 2012 deden we dit in Antwerpen en was er een succesvolle betoging van reizigers en personeel. Spijtig genoeg bleef dit zonder vervolg, maar we kunnen het voorbeeld wel gebruiken.”

Bron: Socialisme.be

Spoedcursus Israël/Palestina

Spoedcursus Israël/Palestina

Hoewel we de afgelopen dagen een stortvloed aan beelden en cijfers te verwerken kregen over wat er in Palestina gaande is, lijkt al die informatie ons inzicht nauwelijks te vergroten. Daarvoor is de nodige historische achtergrond en kadering nodig. Een spoedcursus.

“Als je je ‘neutraal’ opstelt tegenover situaties van onderdrukking kies je de kant van de onderdrukker”, aldus Zuid-Afrikaans bisschop Desmond Tutu die in 1984 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg.

DeWereldMorgen veroordeelt de recente aanvallen van Hamas tegen Israëlische burgers, maar ziet die niet los van 75 jaar staatsterreur van Israël tegen het Palestijnse volk. Het internationaal erkende recht op gewapend verzet tegen een kolonisator is geen vrijbrief voor aanslagen op burgers. Een onderhandelde vrede kan alleen bereikt worden wanneer 75 jaar verdrijving, 46 jaar bezetting, kolonisatie en apartheid en 16 jaar blokkade van Gaza worden erkend als de oorzaken van dit geweld. DeWereldMorgen onderzoekt deze oorzaken die door de politiek en door mainstreammedia worden verzwegen, onderbelicht of ontkend, om zo een debat te stimuleren dat kan leiden tot onderhandelingen en vrede. (nvdr)

De afgelopen dagen konden we honderden artikels lezen over wat er aan de hand is in Palestina. We zagen tal van beelden, werden overdonderd met cijfers en feiten en toch lijkt die stortvloed van informatie ons inzicht in de situatie nauwelijks te vergroten.

“Nieuws”, zegt de Zwitserse schrijver Rolf Dobelli, “is voor de geest wat suiker is voor het lichaam.” Het is goedkoop, snel behapbaar en geeft je op korte termijn het gevoel dat je geest goed gevoed wordt. Maar op lange termijn is het verslavend, verstoort het je informatieverwerking en blijf je toch op je honger zitten.

De meest onmiddellijke tekortkoming van het nieuws ligt al besloten in het woord zelf. Het nieuws focust per definitie op wat actueel, wat nieuw is. Het heeft daardoor het geheugen van een goudvis. Zo begint de chronologie van gebeurtenissen in zowat elk nieuwsitem met de aanvallen van Hamas op 7 oktober 2023, alsof die een donderslag bij heldere hemel waren. Om werkelijk te begrijpen wat er speelt, moeten we echter veel verder terug in de tijd. 

Nieuws heeft het geheugen van een goudvis

Met een kijk op de wereld zoals het nieuws ons die voorschotelt, als een opeenvolging van losse gebeurtenissen zonder geschiedenis, verliezen we bovendien het vermogen om essentiële verbanden te zien. Om te begrijpen wat er gaande is in Palestina volstaat het niet om het aantal slachtoffers aan beide zijden in beeld te brengen. Daarvoor hebben een kader nodig en een goed begrip nodig van concepten zoals zionisme, kolonialisme, etnische zuivering, Apartheid, enzoverder.

Een derde beperking van de dominante berichtgeving over Palestina is dat men zich al te vaak beperkt tot het citeren van de twee kanten van het verhaal. Wanneer de ene partij zegt dat het regent en de andere partij zegt dat de zon schijnt, kan de taak van een journalist zich echter niet beperken tot het citeren van beide kanten. Het komt erop aan naar buiten te trekken en na te gaan wat het geval is.

Wie, zoals ik, meermaals in Palestina is geweest kan niet neutraal blijven wat betreft de onderdrukking die er plaatsvindt. In plaats van een afstandelijke journalistiek die ons toeschouwer maakt van erge gebeurtenissen die ons schijnbaar overkomen, is er daarom nood aan een meer betrokken vorm van journalistiek die ook perspectieven biedt voor wat we kunnen ondernemen. Willen we actie ondernemen dan moeten we de oorzaken van het conflict begrijpen. Dat betekent dat we moeten beginnen bij het begin. Vandaar deze spoedcursus Israël/Palestina.

1. Zionisme: een koloniaal project

Doorheen de Europese geschiedenis hebben Joden te maken gehad met antisemitisme. Reeds aan het einde van de 19e eeuw ontstond het idee dat het daarom nodig was om een eigen Joodse staat op te richten. Aanhangers van dat idee noemden zichzelf zionisten, een verwijzing naar de berg Zion, die stond voor Jeruzalem.

In 1896 schreef Theodor Herzl het pamflet ‘Der Judenstaat’. In 1897 kwam in Bazel onder leiding van Herzl het eerste Internationale zionistische congres bijeen. Het congres telde zo’n 200 deelnemers en nam een programma aan waarin Palestina als thuisland voor joden werd nagestreefd.

Belangrijk om daarbij op te merken is dat het zionisme in de beginperiode geen grote aanhang had. Orthodoxe Joden wezen het af op religieuze gronden. Velen doen dat tot op de dag van vandaag, trouwens.

Anderen geloofden in het principe van doykheit of ‘het hier zijn’ en het daarop voortbouwende concept van diasporisme. Zij stelden dat ze als Joden wederzijdse zorgrelaties moesten opbouwen met andere gemeenschappen op de plek waar ze wonen, en om te vechten voor gerechtigheid waar ze ook zijn. Ook die gedachte inspireert vandaag nog steeds veel Joden.

De belangrijkste reden waarom het zionisme in de beginjaren niet veel aanhang had was echter eenvoudigweg dat er in Palestina reeds mensen woonden. “Een staat zonder volk, voor een volk zonder staat”, zo luidde de belangrijkste slogan van de zionisten in die tijd. Maar Palestina was helemaal geen staat zonder volk. Islamitische, christelijke en joodse Palestijnen leefden er reeds vreedzaam samen.

Islamitische, christelijke en joodse Palestijnen leefden vreedzaam samen

Zionisten die naar Palestina trokken kwamen echter niet naar daar als vluchtelingen. Ze kwamen als kolonisten. Zo was het duidelijk dat de zionistische nederzettingen als eerste de ‘Arabische arbeid’ afschaften, en vervingen door ‘Hebreeuwse arbeid’. Met andere woorden, wanneer er een stuk land aan de zionisten werd verkocht werden de boeren, die gewend waren op dat land te werken, werkloos.

Belangrijk om daarbij te beseffen is dat alle Westerse landen in die tijd nog kolonies hadden. Het idee dat zij de rest van de wereld onder elkaar konden verdelen was springlevend. Dat blijkt ook uit de brief de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Arthur James Balfour, in 1917 schreef aan Joodse leider Lord Rothschild.

“Zijne Majesteits Regering staat gunstig tegenover de vestiging in Palestina van een nationaal tehuis voor het Joodse volk en zal haar beste krachten aanwenden om de verwezenlijking van dit doel te vergemakkelijken”, zo luidt wat vandaag bekendstaat als de Balfourverklaring. De bedoeling van de Britten was wellicht om meer Joodse steun te verkrijgen voor de geallieerden in de Eerste Wereldoorlog.

In 1922  besloot de Volkenbond Palestina onder Brits mandaat te stellen. Zoals overal in de wereld groeide echter ook in Palestina het verzet tegen de Westerse bezetter. De grootste opstand vond plaats tussen 1936 en 1939. De Britten en de zionisten die na de Balfourverklaring in aantal toegenomen waren, werkten samen om die opstand neer te slaan. Daarbij verloor 10 procent van de mannelijke Palestijnen het leven.

2. Al nakba / de catastrofe: een voortdurend proces van etnische zuivering

Tijdens Wereldoorlog bereikt het antisemitisme in Europa haar gruwelijke hoogtepunt. Bijzonder cynisch detail in dit verhaal is dat de nazi’s en de zionisten in de aanloop van die oorlog een periode samenwerkten aan wat in hun wederzijds voordeel was: de migratie van Joden weg uit Duitsland, naar Palestina.

Na de verschrikkingen van de Holocaust en terwijl de wereldwijde dekoloniseringsgolf niet meer te stoppen bleek, besloot Groot-Brittannië dat de tijd was gekomen om haar beloftes in de Balfourverklaring na te komen. Ze brachten de kwestie van Palestina voor de Verenigde Naties. Na veel getouwtrek keurde de Algemene Verklaring van de Verenigde Naties het verdelingsplan goed.

Volgens dat plan zouden de zionisten die slechts 30% van de toenmalige bevolking uitmaakten 55% van het land krijgen. De nieuwe staat, Israël, zou bovendien het beste bouwland krijgen, met water, de grootste citrusplantages en belangrijke steden zoals Jaffa en Haifa. De Palestijnen, die over het verdelingsplan niet eens geraadpleegd waren, wezen het plan af.

Het VN-verdelingsplan van 29 november 1947 was een voorstel tot verdeling van Palestina, een aanbeveling van de Algemene Vergadering van de VN. Het verdrijven van de Palestijnen van hun land maakte geen deel uit van dat plan. Israël werd niet opgericht door de Verenigde Naties. De stichting van Israël was het resultaat van etnische zuivering.

De stichting van Israël was het resultaat van etnische zuivering

Vanaf 1948 begonnen zionistische milities met aanvallen op Palestijnse dorpen. Voor het uitroepen van  de  staat Israël waren er reeds 300.000 Palestijnen op de vlucht omwille van verscheidene massaslachtingen. Een voorbeeld hiervan is het dorp Deir Yassin, waar de inwoners brutaal werden afgemaakt op 9 april 1948.

Op 14 mei 1948 riep David Ben Goerion eenzijdig de oprichting uit van de Joodse staat Israël. De volgende dag wees het vertrek van de Britse Hoge Commissaris officieel het einde van het Brits mandaat aan. Wanneer Israël haar oprichting viert, herdenken de Palestijnen wat zij al nakba noemen, de catastrofe. Israël nam 78% van historisch Palestina in, veel meer dan het VN-verdelingsplan voorzag.

Honderdduizenden Palestijnen werden van hun land verdreven, minstens 531 dorpen werden uitgemoord en platgegooid. Veel families houden tot op vandaag de sleutel van hun oude huis bij, in de hoop ooit te kunnen terugkeren.

De nakba is nooit gestopt

Terwijl Palestijnse vluchtelingen het recht op terugkeer wordt ontzegd, geeft de zogenaamde ‘Wet op Terugkeer’ Joden van over de hele wereld het recht om zich in Israël te komen vestigen. Ondertussen veranderde Israël de  Palestijnse namen van de dorpen in Hebreeuwse namen, alsof de Palestijnse dorpen en hun inwoners nooit bestaan hebben.

De nakba is nooit gestopt. Het proces van etnische zuivering gaat door tot op de dag van vandaag. Routineus gaat Israël door met het vernielen van huizen van Palestijnen, het doden en verdrijven van Palestijnen van hun land, het uitwissen van hun geschiedenis.

3. Intifada: het Palestijnse verzet

Tijdens de Zesdaagse oorlog tussen 5 en 11 juni 1967 veroverde Israël Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever op Jordanië, de Gazastrook en de Sinaï woestijn op Egypte en de Golanhoogte op Syrië. Israël bepaalt nog dezelfde maand dat Oost-Jeruzalem en omgeving onder de Israëlische wet vallen. Dit wordt onmiddellijk door de AV van de VN afgekeurd in resolutie 2253.

Op 22 november 1967 keurt de VN Veiligheidsraad resolutie 242 goed. Die stelt dat het onaanvaardbaar is om door middel van oorlog gebieden te veroveren, dat Israël zich moet terugtrekken uit de bezette gebieden en dat een rechtvaardige regeling voor de Palestijnse vluchtelingen moet worden gevonden.

Resolutie 242 werd echter nooit uitgevoerd door Israël of afgedwongen door de internationale gemeenschap. Het negeren van VN-resoluties loopt als een rode draad door de geschiedenis van Israël.

Een andere constante is dat waar onderdrukking is, ook steeds weer verzet opduikt. De Palestinian Liberation Organisation (PLO) verenigt verschillende Palestijnse politieke partijen, vakbonden en middenveldorganisaties en neemt de leiding van het verzet.

In 1974 wordt de PLO eerst door de Arabische Liga en vervolgens door de Verenigde Naties erkend als enige wettige vertegenwoordiger van het Palestijnse volk. De Algemene Vergadering van de VN erkent ook het zelfbeschikkingsrecht van de Palestijnen.

Het is op dat moment dat Israëlische regering steun geeft aan de oprichting van de ‘Islamitische Vereniging’ die vandaag gekend staat onder de naam Hamas. “Het is beter voor de Palestijnen om te bidden, dan zich zorgen te maken over de politiek””, zo klonk de uitleg toen. 

Het sterkste leger ter wereld streed tegen een ongewapende bevolking

Op 9 december 1987 breek de eerste intifada uit. Het Arabische woord betekent “van zich afschudden” en dat was ook de bedoeling: de Israëlische bezetting van zich afschudden. Er werd bewust voor gekozen om geen wapens te gebruiken. Het sterkste leger ter wereld streed tegen een ongewapende bevolking.

Op 15 november 1988 zal Yasser Arafat, leider van de PLO, de Palestijnse staat uitroepen op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook met Oost Jeruzalem als hoofdstad. Die wordt ook door 90 landen erkend. Tegelijkertijd erkent Arafat op dat moment ook de Israëlische staat, die  78% van historisch Palestina inneemt. Dit wordt in 1993 bevestigd in de zogenaamde Oslo-akkoorden

De Palestijnse staat bleek echter nauwelijks over reële macht te beschikken. Palestijnse vluchtelingen kregen niet het recht om terug te keren naar hun land, Palestijnen hebben goedkeuring nodig van Israël om Jeruzalem te bezoeken, Israël controleert de belangrijkste grenzen en waterbronnen.

De Palestijnse staat bleek over nauwelijks reële macht te beschikken

Het Israëlische leger bleef verantwoordelijk voor de veiligheid. In grote delen behield Israël vetorecht over beslissingen van het Palestijnse gezag en houdt het controle over grond, water en grenzen. Ondertussen gaat Israël gewoon verder met het bouwen van kolonies in Palestijns gebied, ook al gaat dit in tegen tal van VN-resoluties.

Op de Westelijke Jordaanoever verschenen overal zogenaamde checkpoints. Aan deze Israëlische militaire blokkades worden Palestijnen die zich doorheen de Westelijke Jordaanoever willen verplaatsen tegengehouden, soms voor enkele minuten, soms voor enkele uren, soms de hele dag. Een eenvoudige reis met een afstand zoals die tussen Leuven naar Vilvoorde die ik dagelijks onderneem, zou in de Westelijke Jordaanoever daardoor wel eens een hele dag kunnen duren.

Veel Palestijnen raken teleurgesteld in wat de Oslo-akkoorden hen hebben opgeleverd. De populariteit van Arafat neemt af. Die teleurstelling is ook een deel van de verklaring van de groei die Hamas met name in de Gazastrook in de daarop volgende jaren zal maken.

Vaak wordt gezegd dat de Palestijnen zich geweldloos zouden moeten verzetten. Dat is een legitiem standpunt, maar daarbij moet ook worden vermeld dat men dit reeds heeft geprobeerd en velen teleurgesteld zijn over wat het hen heeft opgeleverd.

Eind september 2000, na jaren van frustraties, begint de tweede intifada. Het Palestijnse volk komt opnieuw in opstand, maar die wordt zeer gewelddadig neergeslagen. Woonwijken worden beschoten met tanks, vanuit helikopters, van op zee en soms met  F-16 gevechtsvliegtuigen. Fabrieken, ziekenhuizen, waterleidingen: alle Palestijnse infrastructuur wordt vernietigd.

In 2002 begon met het bouwen van de meer dan 10 meter hoge Apartheidsmuur die Jeruzalem afscheidt van de Westelijke Jordaanoever. De muur loopt dwars door Palestijnse dorpen en gemeenschappen heen en snijdt steeds dieper in Palestijns gebied waar hij illegaal gebouwde nederzettingen bij Israël insluit.

Wanneer Hamas in 2007 de verkiezingen in Gaza wint, legde Israël het gebied een blokkade op. De sociaal-economische situatie wordt er dramatisch. Maar liefst 74% van de inwoners is er afhankelijk van hulp van de internationale gemeenschap. Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch noemt Gaza “een openluchtgevangenis”.

De afgelopen zes jaar waren er 3 grote offensieven tegen Gaza waarbij meer dan 6.000 mensen zijn gedood en duizenden anderen gewond raakten. Om maar te zeggen: het verhaal dat dit conflict is gestart met de recente aanvallen van Hamas is een bijzonder groteske omkering van de realiteit.

4. Apartheid: hoezo, de enige democratie in het Midden-Oosten?

Wat vaak vergeten wordt is dat er naast de miljoenen Palestijnse vluchtelingen en de Palestijnen die in Gaza of op de Westelijke Jordaanoever leven, vandaag ook ongeveer 2 miljoen Palestijnen in Israël wonen.

Zij hebben wel burgerrechten zoals stemrecht, maar dat betekent niet dat ze dezelfde rechten hebben als de Joodse Israëli. Zo is voor hen bij wet verboden om ‘nationaal land’ in bezit te hebben. 92% van het grondgebied is in handen van het zogenaamde Opbouwfonds en wordt officieel beschouwd als onvervreemdbaar eigendom van het Joodse volk.

Verder heb je ook het Joods Nationaal Fonds dat voorziet in wegen, irrigatie, riolering, asfaltering, onderwijs en gezondheid, enkel voor Joden.  Er zijn aparte scholen, wegen, nutsvoorzieningen, woongebieden en nummerplaten. Joodse kolonisten op de Westelijke Jordaanoever vallen onder de Israëlische wet. Palestijnen die op de Westelijke Jordaanoever wonen vallen onder de Jordaanse wet, aangevuld met duizend militaire uitzonderingswetten.

Er zijn dus zelfs twee aparte rechtsstelsels van kracht. Wie onder welk stelsel valt, wordt niet bepaald door de plaats waar men woont, maar door de etnische achtergrond waartoe men behoort. Dat is wat men apartheid noemt. Ook de Verenigde Naties gebruikt daarvoor die term.

Met het systeem van administratieve aanhouding dat toestaat om mensen op te sluiten zonder proces, houdt Israël duizenden Palestijnen, waarbij honderden kinderen, gevangen zonder proces. Velen van hen worden ook gefolterd.

Het wordt steeds duidelijker dat een apartheidsstaat nooit een democratie kan zijn

Ook tegenover de eigen Joodse bevolking gedraagt de nieuwe extreemrechtse Israëlische regering zich steeds autoritairder. In juli kwamen Israëlische burgers nog massaal op straat tegen een wet die de macht van het Hooggerechtshof wil afbouwen.

“Een groot deel van de Israëlische bevolking”, zo schreef de krant De Tijd toen, “vreest dat het pad naar een religieuze autocratie onomkeerbaar is”. Hoewel Israël nog steeds vaak de enige democratische rechtstaat in het Midden-Oosten genoemd, moet het duidelijk zijn dat een apartheidsstaat nooit een democratie kan zijn.

5. BDS: Boycotten, Desinvesteren, Sancties

Het probleem met het verhaal van ‘misdaden langs twee kanten’ is dat het voorbij gaat aan de oorzaak van het conflict in Palestina: dat is bezetting, kolonisatie en apartheid. Dat betekent niet dat er niet aan twee kanten misdaden gepleegd worden. Dat is wel het geval. Het betekent dat je geen vrede zal bereiken zonder rechtvaardigheid, dat wil zeggen: een einde aan de bezetting en het apartheidsregime en het recht op terugkeer voor Palestijnse vluchtelingen.

Geen vrede zonder rechtvaardigheid

In 2005 verenigden 170 Palestijnse vakbonden en middenveldorganisaties zich precies rond die drie eisen. Ze krijgen hierin steun van tal van vakbonden, academische organisaties, kerken en middenveldorganisaties over de hele wereld. Geïnspireerd door de Zuid-Afrikaanse anti-apartheidsbeweging wil de BDS-beweging geweldloze druk uitvoeren op Israël. Ze doen dat op drie manieren:

Ten eerste roepen ze op tot een boycot van Israëlische bedrijven, sportclubs, culturele en academische instituties die medeplichtig zijn aan de schendingen van Palestijnse mensenrechten.

Ten tweede voeren ze actie opdat banken, lokale besturen, universiteiten, pensioenfondsen en dergelijke alle investeringen die het Israëlische Apartheidssysteem in stand houden zich zouden terugtrekken.

Tenslotte zet men druk op overheden om handel met illegale Israëlische nederzettingen en militaire handel met Israël stop te zetten en sancties te nemen zoals het opschorten van het lidmaatschap van Israël uit internationale fora zoals de VN of de FIFA. 

We hoeven dus niet machteloos te blijven toekijken naar de verschrikkelijke beelden op het nieuws. Samen kunnen we een verschil maken. Dat begint bij onszelf te informeren en er met anderen over te praten. Vervolgens kunnen we samen besluiten bepaalde bedrijven zoals HP, Puma en Sodastream gericht te boycotten.

Een stap verder is om campagnes op te zetten in de organisaties waar we deel van uitmaken, wanneer zij banden hebben met Israël. Zo werd aan de KU Leuven bijvoorbeeld onder druk van studenten en personeel het project Lawtrain stopgezet, waarin de universiteit samenwerkte met het Israëlische leger aan een onderzoek naar ondervragingstechnieken. Tenslotte kunnen we deelnamen aan protesten en onze regering onder druk zetten om sancties te nemen tegen Israël.

Zulke solidariteitsacties hebben een groot verschil gemaakt in de strijd tegen de apartheid in Zuid-Afrika. Ze kunnen ook een groot verschil maken in de strijd tegen de apartheid in Israël.