Onzekerheid bij Audi in Vorst – personeel moet niet de prijs voor de wanorde betalen!

Maandag begonnen de twee ploegen in de Audi-fabriek in Vorst met een werkonderbreking. Om 9 uur ’s ochtends werd een vergadering van de ondernemingsraad gehouden. Het management kondigde aan dat de toekomst van de productie van de Q4 onzeker is. Voorlopig is er geen aankondiging over jobverlies, maar de werknemers maken zich terecht zorgen.

Door een correspondent

Vorig jaar werd aangekondigd dat de Brusselse fabriek op vier jaar 40.000 exemplaren van de Q4 zou bouwen. Dat zou gebeuren bovenop de Q8 die nu al geproduceerd wordt in Vorst. Nu komt de directie daarop terug. De verkoop van elektrische wagens is in Duitsland fors afgenomen. De voorziene productie van de Q4 in Vorst zou enkel dienen als extra bovenop de productie in het Duitse Zwickau. Nu zouden er slechts een honderdtal wagens van het Q4-model geproduceerd worden om te tonen dat de fabriek in Vorst klaar is als ‘reserve’.

Het management verdedigt zich door te verwijzen naar de internationale context, de Chinese concurrentie op de markt voor elektrische auto’s en de subsidies voor de industrie in de Verenigde Staten. De fabriek in Vorst is niet erg gediversifieerd en dient als back-up voor de Duitse fabriek in Zwickau, wat het erg onstabiel maakt. Dat is zeker het geval indien er geen opvolger komt voor de Q8.

Op dinsdag hervatte ploeg 1 laat in de ochtend het werk, terwijl ploeg 2 de werkonderbreking handhaafde. De arbeiders wachten tot het einde van de dag, wanneer het management naar verwachting terugkomt om een vooruitblik te geven op de fabriek en mogelijk de gevolgen voor de werkgelegenheid. Vandaag is normaal gewerkt en werd aangekondigd dat er een verzoeningsvergadering komt.

De arbeiders dreigen de prijs voor de zomer van wanorde te betalen. Haal de sleutelsectoren van de economie, waaronder de metaalsector, uit handen van het private winstbejag. Dan kunnen we de productie plannen en richten op sociale noden. Zo kunnen tegelijk degelijke jobs behouden of gecreëerd worden.

Bron: socialisme.be

De dure winkelkar: welke oplossing voor buitensporige voedselprijzen?

De dure winkelkar: welke oplossing voor buitensporige voedselprijzen?

Steeds minder producten in je winkelkar voor een hogere prijs? Werkende mensen zien hun koopkracht de laatste twee jaar smelten als sneeuw voor de zon. In maart bereikten de prijsstijgingen in de supermarkten op jaarbasis een record in België: 20,6%! In de Europese Unie lag de inflatie toen in 25 jaar niet zo hoog. Meer mensen dan ooit in België moeten hun toevlucht nemen tot voedselbanken en sociale restaurants. 

We azen als werkende mensen op de goedkopere merken en kopen kleinere hoeveelheden. Sommigen doen boodschappen in een buurland om de dikwijls hogere prijzen op de Belgische markt te ontlopen. In Duitsland hebben de discounters onder de superma vrkten – zoals Aldi en Lidl – een groter marktaandeel en is de markt competitiever, met lagere voedingsprijzen tot gevolg. Maar in Duitsland en Nederland is er ook een grotere lageloonsector, zeker in de supermarkten. Hoe breken we collectief met de werkende klasse uit de neerwaartse spiraal van individuele oplossingen? 

De oorzaken van de prijsstijgingen voor voedsel

De inflatie in het algemeen daalt, vooral door de gedaalde energieprijzen. Maar de prijsstijgingen voor voeding blijven tergend hoog. In mei nam de voedselinflatie meer dan de helft van de algemene inflatie voor haar rekening. Volgens een rapport van de bank ING betaalt de typische EU-consument bijna 30% meer voor boodschappen dan begin 2021! Zo sterk zijn onze lonen in die periode alvast niet meegegroeid.

Keukenrollen en toiletpapier werden de afgelopen twee jaar gemiddeld maar liefst 58% duurder volgens Testaankoop. De prijs van groenten steeg in augustus op jaarbasis met 31% – voor wortelen was dat 70%. Testaankoop stelt dat de prijs van plantaardige olie met 48% zakte op de internationale markten terwijl frituurolie nog steeds 36% duurder is dan in maart 2022. De prijs voor melk op de internationale markten daalde met 23%, maar de prijs van zo goed als alle soorten van halfvolle melk en jonge kaas daalde niet in de supermarkten. “Met zo’n cijfers kunnen we niet anders dan spreken van een voedingscrisis,” aldus Testaankoop. Wat zit er achter deze trend die onze winkelkar plundert?

De nieuwe periode van kapitalistische wanorde en multicrisissen mist zijn effect niet op de voedingsprijzen. Vandaag is er een bijna voortdurende impact van geopolitieke conflicten – zoals de oorlog in Oekraïne, groeiend protectionisme … – en klimaatverandering op de voedingsprijzen. Met de heropening van de economie na de pandemie speelden verstoorde aanvoerketens en in mindere mate de stimulansplannen van de regeringen nog een rol in oplopende voedingsprijzen. 

Klimaatverandering die zorgt voor langere periodes van droogte heeft een invloed op de productie van rijst en van olijfolie. De afwisseling van meer extreme weerpatronen in Europa had een negatief effect op de aardappeloogst. We moeten er vanuit gaan dat de klimaatverandering bijna continu de prijs van bepaalde producten zal blijven beïnvloeden. Deze processen van destabilisering en crisis onderstrepen de nood aan strijd en socialistische planning. 

Daarnaast is er de verdenking dat de multinationals de schok in de aanvoerketens misbruiken als dekmantel voor prijsverhogingen. Dit wordt ook wel ‘greedflation’ of ‘graaiflatie’ genoemd, naar de hebzucht van het kapitaal. Economen van de Duitse verzekeraar Allianz schatten dat 10 tot 20% van de prijsstijgingen voor voeding voortkomen uit monopolistische prijszetting. De multinational Nestlé mikt dit jaar op dezelfde riante winstmarge van 17% als vorig jaar, nadat het bedrijf begin dit jaar z’n prijzen optrok met bijna 10%. 

PVDA: schaf de BTW op voeding af

De ondermijning van onze koopkracht maakt een strijd voor oplossingen meer dan noodzakelijk. De linkse PVDA – die klimt in de peilingen – pleit voor een daling van de BTW op voedingsproducten van 6% naar 0%. Het wil dit betalen met een belasting op meerwaarden uit de handel in aandelen. LSP steunt dit idee. Het zou goed zijn als deze eis gekoppeld wordt aan een brede campagne ter verdediging van onze koopkracht binnen de werkende klasse, op de werkplaatsen, in de wijken en in de scholen.  

Daarnaast brengt de PVDA ook prijscontroles zoals in Frankrijk naar voren, waar de regering tijdelijke maximumprijzen oplegde voor een aantal basisproducten. Deze eis kunnen we best koppelen aan de nood van democratisch publiek bezit – onder controle van de werkenden – van sectoren die in essentiële producten of diensten voorzien, zodat de kapitalisten het aanbod niet kunnen manipuleren, ermee kunnen dreigen om hun productie uit het land weg te trekken, of proberen om de werkenden voor de gedaalde winsten te laten opdraaien. 

Een brede campagne die syndicalisten, wijkbewoners en jongeren – met petities, pamfletten … – oproept voor lokale comités ter verdediging van onze koopkracht zou met een sociale beweging de steun voor extreemrechts en voor de traditionele partijen ondermijnen. Binnen zo’n beweging zouden we de nood aan een afschaffing van BTW op voeding kunnen koppelen aan een discussie over een breder programma om onze koopkracht na decennia van afbraak terug te herstellen.

Weg met asociale BTW op voeding en voor meer rechtvaardige belastingen, zoals een miljonairstaks, en het sluiten van de achterpoorten voor de multinationals. De grote bedrijven laten tientallen miljarden het land uitstromen naar hun hoofdzetels. Dit moet stoppen. 

Voor 2 euro per uur meer voor elke werkende om de dalende koopkracht het hoofd te bieden. Handen af van de index, die de prijsstijgingen volledig dient te weerspiegelen. De loonwet moet afgeschaft worden om de neerwaartse spiraal van decennia van loonmatiging – dalende reële lonen in feite – te doorbreken. Voor een leefbaar wettelijk minimumloon en leefbare pensioenen. 

Zo’n campagne zou het passieve ongenoegen in strijdbaar verzet omzetten en steunen op actieve betrokkenheid. Het zou de PVDA en iedereen die zich tegen het systeem wil verzetten, toelaten om een krachtsverhouding op te bouwen die onze klasse voorbereidt op de verdere strijd tegen het kapitalisme – haar uitbuiting, uitsluiting en onderdrukking.

Breng de voedingssector – inclusief handel en transport – en de sleutelsectoren van de economie onder democratische controle van de werkenden. We moeten niet enkel strijd voeren voor binnen het kapitalisme afdwingbare eisen, maar voor wat reëel nodig is voor de werkende klasse en jongeren. De strijd voor hervormingen zal duidelijk maken dat reële verandering een revolutionair socialistisch programma zal vereisen, met controle van de werkende klasse over de economie. Enkel op die manier zullen werkenden en jongeren de hefbomen in handen hebben om te produceren volgens hun behoeften en niet voor de winsten van een elite.

Bron: Socialisme.be

Werken tot 67 jaar? Onmogelijk! Getuigenis van Laura, 45 jaar, kapster

Werken tot 67 jaar? Onmogelijk! Getuigenis van Laura, 45 jaar, kapster

door Guy Van Sinoy

“Mijn naam is Laura en ik werk als kapster in een kapsalon in de buurt van Bergen. Ik kom uit een arbeidersgezin. Mijn grootvader kwam in de jaren 1950 uit Italië om in de steenkoolindustrie te werken. Hij werd ziek en stierf aan silicose.”

“Na de sluiting van de mijnen in de jaren 1960 was er niet veel industrieel werk meer te vinden in de Borinage, dus moesten de mensen naar Brussel pendelen om te werken. Mijn vader werkte in Brussel als arbeider bij Michelin en daarna bij Volkswagen.”

Vakschool

“Mijn vader en moeder waren erg trots dat ik een kappersopleiding volgde. Zo kon ik de fabriek ontvluchten en werk vinden in mijn regio. Toen ik in 1996 de vakschool verliet, was de pensioenleeftijd voor vrouwen nog 60 jaar. Ik ben geboren in 1978 en ging er dus van uit dat ik in 2038 op 60-jarige leeftijd op pensioen zou kunnen gaan.” 

“Een jaar nadat ik afstudeerde werd de pensioenleeftijd voor vrouwen verhoogd naar 65, onder het mom van ‘gelijkheid’ met mannen. Deze gelijkheid had net zo goed bereikt kunnen worden door de pensioenleeftijd voor mannen te verlagen naar 60!”  

Mijn eerste dagen als kapster

“Wat veel mensen niet beseffen is dat kappers hun eigen materiaal moeten kopen: borstels, kammen, tondeuses, scheermesjes en scharen. Een kappersschaar van goede kwaliteit kost tegenwoordig minstens €150. Ik moest dus beginnen met het kopen van mijn eerste gereedschap. Dankzij mijn diploma vond ik al snel een plek in een kapsalon.”

“Een kapster werkt altijd staand, met de armen altijd omhoog. Dit veroorzaakt spier- en bloedcirculatieproblemen. Na een bepaalde leeftijd is de rug beschadigd en zijn de spieren in de armen, schouders en polsen versleten maar wie te vaak ziek is, wordt in opzeg gezet. Zoals het de traditie is in mijn familie ben ik lid van een vakbond, maar de meeste van mijn collega’s durven niet eens te zeggen dat ze lid zijn van een vakbond.”

“De meeste producten die we dagelijks gebruiken zijn giftig of irriterend en kunnen soms allergieën veroorzaken. Oplosmiddelen, bleekmiddelen en haarlak irriteren de luchtwegen. Bovendien zien veel eigenaars van kapperszaken de leeftijd van hun personeel als een beperking. Heel wat oudere collega’s hebben het daarom moeilijk om weer aan de slag te gaan als het kapsalon waar ze werkten om de een of andere reden de deuren sloot.”

Werken tot 67?

“De regering heeft de pensioenleeftijd voor mannen en vrouwen recent verhoogd naar 67 jaar.  Dus ik zou moeten werken tot… 2045! Ik zie mezelf of mijn collega’s echt niet tot 67 jaar werken. Alle kappersbazen weten dat. Blijkbaar zijn de politici die dit besloten hebben dommer dan de kappers…”

Bron: Socialisme.be

Interview met een journalist. “Waarheid is een van de eerste slachtoffers in een oorlog”

Interview door Neta Most, Socialistische Strijdbeweging (ISA in Israël-Palestina).

De rechtse regering van Netanyahu, Ben-Gvir en Smotrich heeft sinds haar oprichting politieke vervolging en censuur toegepast. Met het uitbreken van de oorlog is deze tendens verscherpt onder de verbrede regering. De minister van Communicatie, Shlomo Deri, onderneemt stappen om “burgers die het nationale moreel ondermijnen” gevangen te zetten. Tegelijkertijd heeft Deri, samen met de procureur-generaal van de regering, stappen ondernomen om de zender Al-Jazeera in Israël te sluiten. Dit maakt deel uit van een poging om media te beperken en te censureren voor zover die niet meegaan in de propaganda van de regering over de oorlog.

De steun van de regering aan extreemrechtse elementen, vooral in tijden van oorlog, uit zich in publieke vervolging en bedreiging van stemmen die kritisch staan tegenover de oorlog, inclusief journalisten – Palestijnen en anderen – zoals de bedreigingen om de onafhankelijke journalist Israel Frey en zijn familie fysiek aan te vallen. Krantenredacties, uitgevers en eigenaren van de grote mediakanalen, die zelf nationalistische ophitsing en steun voor de oorlog laten horen, zijn niet goed geplaatst om journalisten te beschermen tegen de toenemende druk en politieke bedreigingen tegen sommigen van hen. Daarnaast heeft de sector de afgelopen jaren te maken gehad met een toenemende onzekerheid op het gebied van banen – waaronder ontslagen bij de ‘Yediot’-groep – wat op zichzelf al bijdraagt aan de druk op journalisten om zelfcensuur toe te passen. We hebben sterke journalistenorganisaties nodig om deze aanvallen te bestrijden.

We spraken met Ariel Gottlieb, lid van de Raad van Bestuur van de Unie van Journalisten in Israël (UJI), het Verenigd Comité van Journalisten bij Ynet en Yediot Ahronot, en lid van de Socialistische Strijdbeweging (ISA in Israël/Palestina), over deze ontwikkelingen, de rol van de georganiseerde arbeidersbeweging in de media tijdens de oorlog, evenals de ontslagen bij de ‘Yediot’ Groep. Ariel spreekt op persoonlijke titel.

Journalisten bevinden zich vaak in de frontlinie van de oorlog. We weten ook van specifieke journalisten met wie je samenwerkt en die zijn vermoord.

“Ja, een fotograaf van de Ynet redactie, Roee Idan, en zijn vrouw werden vermoord in de Kfar Aza Kibboets op de eerste dag van de oorlog. Zijn dochtertje is vermist. Andere journalisten hebben hun leven geriskeerd, vooral in de eerste dagen van de oorlog, en anderen werken gewoon de klok rond.”

“Nog eens vier journalisten werden gedood op de eerste dag van de oorlog tijdens de aanval van Hamas in het zuiden. Sindsdien zijn er 21 journalisten gedood in Gaza – meer dan het totale aantal journalisten dat sinds 2001 in Gaza is gedood. Een fotograaf van Reuters kwam ook om bij een bomaanslag in Libanon.”

Naast de directe fysieke dreiging heerst er nu ook een sfeer van nationalistische heksenjacht op werkplekken en scholen, vooral gericht tegen Arabisch-Palestijnse werknemers of studenten. Is deze vervolging voelbaar in de journalistiek?

“Zelfs als er geen fysieke aanval is tegen journalisten, hebben we wel te maken met verstoringen en pesterijen. De regering heeft opzettelijk een publieke sfeer gecreëerd die het journalisten erg moeilijk maakt om hun werk te doen, en creëert een trend van nauwlettend toezicht om ervoor te zorgen dat journalisten alleen rapporteren wat de officiële lijn is. We hebben deze dingen eerder gezien: tijdens eerdere oorlogsescalaties en tijdens de massale protestbeweging in Israël dit jaar. Maar nu gebeurt het natuurlijk op een veel hoger niveau.”

“Degenen die het hardst worden aangepakt zijn de buitenlandse media, vooral de Arabisch sprekende media die hier nog actief zijn. De UJI heeft een brief gestuurd naar de media-afdeling van de overheid, die ervoor moet zorgen dat buitenlandse media hun werk kunnen doen, met het verzoek om hun rechten te beschermen en hen te verdedigen.”

“De situatie is sterk geëscaleerd door de pogingen van minister van Communicatie Deri om de lokale afdeling van Al-Jazeera te sluiten.”

“Ik denk dat er daarnaast een veel bredere invloed is: journalisten denken twee keer na over wat ze schrijven, wat ze zeggen in de uitzending. Het is een soort zelfcensuur die voortvloeit uit het erkennen van de nieuwe situatie. Ik neem aan dat Palestijnse journalisten in Israël dit veel sterker voelen, net als joodse journalisten die kritischer staan tegenover de belangen van de Israëlische regering.”

“Om journalisten in staat te stellen op een eerlijkere manier verslag te doen van de oorlog, zonder zelfcensuur, hebben we sterke georganiseerde vakbonden nodig – in de eerste plaats om werkgelegenheid en rechten voor journalisten en andere mediawerkers te garanderen, en in deze context ook om de werkomgeving van journalisten te verdedigen tegen druk van de overheid.”

Als onderdeel van de intimidatie door de regering bedreigen extreemrechtse activisten ook de vrije pers. Onder andere ‘La Familia’ (extreemrechtse supporters van voetbalclub Beitar Jeruzalem) organiseerden op zaterdagavond 14 oktober een ‘protest’ met vuurwerk voor de woning van de onafhankelijke journalist Israel Frey. Hij werd gedwongen om met zijn vrouw en kinderen te vluchten en zich op een geheime locatie te verbergen. De UJI heeft nog geen commentaar gegeven op deze of andere journalistenvervolgingen. Is dit niet een kwestie waarover de vakbond een verklaring zou moeten afleggen?

“De vakbond heeft nog geen verklaring afgelegd, het bestuur bespreekt het en ik behoorde zeker tot degenen die voorstander waren van het publiceren van een publieke verklaring. De beschuldiging dat Frey werd vervolgd omdat hij Hamas steunde, is volstrekt onaanvaardbaar. Hij maakte gewoon een elementaire empathische opmerking over de tragedie waar kinderen van beide kanten mee te maken hebben.”

“Het is een zeer extreme situatie als je zelfs voor zo’n opmerking bedreigd kunt worden en vervolging kunt ervaren die je leven in gevaar brengt. Ik denk absoluut dat we een duidelijke verklaring van de UJI nodig hebben over dit specifieke geval, vooral omdat het een gevaarlijk precedent schept. Als we Frey nu niet proberen te beschermen, kunnen meer journalisten en hun families te maken krijgen met de dreiging van fysieke aanvallen door extreemrechtse activisten.”

“Als de vakbond geen verklaring opstelt, zoals het geval was bij andere controversiële politieke kwesties, dan kunnen we een verklaring opstellen die ondertekend is door enkele leden van het dagelijks bestuur om ervoor te zorgen dat er op zijn minst een duidelijk statement is, ook al is het niet onder de officiële naam van de vakbond. Hetzelfde geldt voor de Israëlische bombardementen op journalisten die gedood werden terwijl ze hun werk deden in Gaza en Libanon.”

Gaat de directie van ‘Yediot’, naast de verschillende bedreigingen tijdens deze oorlog, door met het consolidatieplan, dat bezuinigingen en ontslagen omvat, ondanks de oorlog?

“De werknemers werken nu een stuk harder dan voor de oorlog, of het nu werknemers in de frontlinie zijn of werknemers die het nieuws brengen of andere werknemers vervangen, iedereen werkt een stuk harder en er worden grotere offers van hen gevraagd. Maar de directie was niet bereid om dit te overwegen, zelfs niet op het basisniveau van uitstel van het plan.”

“In feite is een deel van het plan al uitgevoerd, omdat ze een plan van vermeend vrijwillig pensioen hebben geïnitieerd. Ik zeg vermeend omdat mensen niet weg willen, ze staan onder druk en krijgen onvoldoende compensatie.”

“Ze zijn druk blijven uitoefenen in gesprekken die ze hadden met werknemers, waar ze mensen aanmoedigden om te vertrekken, zelfs als het niet de moeite waard was. Veel mensen zijn onder druk vertrokken of staan op het punt te vertrekken.”

“Ze hadden voor de oorlog twee onderhandelingssessies met de vakbond gepland als voorbereiding op hoorzittingen over ontslagen. We hadden toen gevraagd om dit proces op te schorten totdat de situatie opgehelderd zou zijn. Ze stemden er zelfs niet mee in om het op te schorten en toen we zagen dat ze hoorzittingen via Zoom organiseerden in plaats van persoonlijk bijeen te komen, lieten we de arbeiders weten dat we besloten hadden om niet deel te nemen.”

Je zei eerder dat de aanvallen van zowel de overheid als extreemrechts de werkomgeving van journalisten schaden. Naast de officiële lijn die wordt gepresenteerd door de traditionele media en het fenomeen van de ‘dienstplichtige media’ die al vertekenen wat er gebeurt, passen journalisten zelfcensuur toe, vooral in oorlogstijd en met betrekking tot wat er gebeurt ‘aan de andere kant van het hek’.

“Correct. Het is waar in termen van wat er wordt gepresenteerd aan het Israëlische publiek, en in termen van wat er zal gebeuren als ze Al-Jazeera in Israël sluiten. Het betekent dat internationale Al-Jazeera kijkers geen toegang zullen hebben tot sommige aspecten van de impact van de oorlog op de Israëlische samenleving. In ieder geval is er een aanval op de mogelijkheid om een breder en eerlijker beeld van de feiten te krijgen. Dit toont opnieuw aan dat de waarheid het eerste slachtoffer is in een oorlog.”

Nog niet zo lang geleden was er een verklaring van de Palestijnse vakbonden die opriepen om een einde te maken aan de Israëlische bombardementen op Gaza. Die oproep was ook ondertekend door de Palestijnse journalistenvereniging. Is de UJI hierover benaderd?

“Ik ben me niet bewust van pogingen om ons te benaderen, als die er al zijn geweest, zijn ze waarschijnlijk naar de voorzitter of voorzitter van de vakbond gegaan, we hebben er geen bericht over ontvangen. In ieder geval kan het ontwikkelen van een gesprek en samenwerking tussen de UJI en andere vakbonden, op lokaal en internationaal niveau, alleen maar een positieve stap zijn, zeker als de Palestijnse journalistenvakbond erbij betrokken wordt.”

“Ik ben het zeker eens met de oproepen om in deze moeilijke crisis stelling te nemen en actie te voeren tegen de bomaanslagen. De UJI heeft een trend waarbij zelfs degenen die het eens zijn over verschillende politieke kwesties geen duidelijk officieel standpunt innemen vanuit de wil om alle journalisten te vertegenwoordigen, ook degenen die meer rechtse standpunten innemen. Ik denk dat we in deze situatie manieren moeten vinden om gewone leden een manier te bieden om politieke kwesties te bespreken en hun mening te uiten. Ik heb hetzelfde gezegd in verband met de discussie binnen de vakbond over de protestbeweging tegen de justitiële hervorming.”

“Het feit dat er meningsverschillen of verschillende meningen zijn, is geen reden om het uiten van meningen of het voeren van een gesprek uit de weg te gaan. Integendeel, het is juist de reden om dat gesprek te voeren en een standpunt in te nemen dat de belangen van de journalisten en van de arbeiders in het algemeen vertegenwoordigt, met betrekking tot politieke kwesties, zoals de oorlogskwestie, die een kritieke kwestie is voor de arbeiders die hier wonen.”

Bron: Socialisme.be

Recensie. ‘De mythe van normaal’

Recensie. ‘De mythe van normaal’

Recensie door Roise McCann (Socialist Party, ISA in Ierland)

Terwijl een jonge generatie opgroeit in een tijd van kapitalistische crisis, zien we voor onze ogen hoe de ‘mythe van normaal’ in elkaar stort. Van de Covid-19 pandemie tot de ecologische en economische rampspoed. Het is niet verwonderlijk dat trauma het ‘woord van het decennium’ is. Naarmate we strijden voor antwoorden op de desintegratie van het milieu en het leven zoals we het kennen en de gevolgen ervan op ons lichaam en ons brein, voelt ‘De mythe van normaal’ aan als een gepaste inleiding op hoe het leven onder het kapitalisme ons onvermijdelijk loskoppelt van onze basisnoden en eigenlijk ook van onszelf.

In 1859 schreef Karl Marx: “Het is niet het bewustzijn van mensen dat hun wezen bepaalt, maar integendeel, hun sociale zijn dat hun bewustzijn bepaalt.” Gabor Maté  brengt op veel vlakken een echo van deze beknopte samenvatting van het menselijk bewustzijn. Trauma, mentale en fysieke gezondheidsproblemen stelt hij niet voor als louter het gevolg van psychosociale fenomenen, maar als intrinsiek verbonden met de stress die we ervaren onder de ‘toxische cultuur’ van het kapitalisme.

Maté is een bekende auteur en dokter. Hij gebruikt zijn vele jaren van ervaring als huisarts in een achtergebleven voorwijk van Vancouver om zijn inzichten te onderbouwen. Hij legt het verband tussen mentale gezondheid, trauma en verslaving, alsook chronische gezondheidsproblemen zoals auto-immuunziektes en kanker.

Maté is erg duidelijk over het feit dat zijn eigen leven bepaald werd door diepe trauma’s die hij kende in zijn vroege stadia van cognitieve ontwikkeling. Hij is geboren in Hongarije tijdens de Tweede Wereldoorlog, zijn grootouders langs moeders zijde kwamen om in Auschwitz en zijn moeder droeg vijf weken lang de zorg over hem over aan een vreemde om zo zijn leven te redden. Toen ze herenigd werden, keek Maté naar eigen zeggen dagenlang niet naar zijn moeder. Hij nodigt de lezer uit om zijn eigen verhaal van horror op jonge leeftijd als casestudy te zien voor een breder begrip van hoe trauma een impact heeft op de cognitieve ontwikkeling van kinderen.

‘De mythe van normaal’ is samen geschreven met zijn zoon, Daniel Maté, en wordt beschreven als het resultaat van de laatste tien jaar van zijn werk en onderzoek. Het boek baseert zich op de meest bekende onderzoekers op het vlak van traumastudies, maar ook op inzichten van bekende figuren als Noam Chomsky, Alanis Morissette en zelfs Boeddha. Het boek is kleurrijk en een erg menselijke zoektocht doorheen de vele vormen van onderdrukking onder het kapitalisme. Van armoede en loonslavernij tot racisme, seksisme en queerfobie, incasseren onze lichamen stress naarmate al deze factoren voor druk zorgen.

Trauma wordt omschreven als een innerlijke kwetsuur, een blijvende breuk van onszelf door moeilijke of schadelijke gebeurtenissen. Het is niet de gebeurtenis op zich, niet wat er met je gebeurt, maar eerder wat er in jezelf gebeurt. Trauma is geen alleenstaand feit, maar een proces dat onze mentale en fysieke gezondheid kan bepalen. Onze reactie op trauma kan slopend zijn. Dit kan ook versterkt worden door de winstmotieven van het kapitalisme. Gedrag zoals workaholism (werkverslaving) en een drang om anderen steeds te behagen kunnen zelfs door onszelf verkeerd gezien worden als ambitie en succes in een systeem dat onbereikbare en willekeurige doelstellingen naar voren brengt en een verknipt idee heeft over wat ons tot productieve leden van de samenleving maakt.

Maté gebruikt scherp onderzoek om aan te tonen dat factoren zoals armoede, racisme en stedelijk verval een impact hebben op ons genetisch en moleculair functioneren. In tegenstelling tot de medische status quo van de afgelopen decennia die stelde dat onze genen bepalen wie we worden, toont de studie van epigenetica aan dat onze omgeving een effect heeft waarbij het bepaalde functies van onze genen kan activeren of afstompen. De wetenschap komt tot opmerkelijke inzichten: de uitdrukking van genen onder rijke mensen is aanzienlijk anders dan die onder arme mensen. Racisme en discriminatie zijn goed voor meer dan 50% van het verschil tussen witte en zwarte mensen wat betreft de activiteit van genen die leiden tot ontstekingen en verlaagde immuniteit. Leven onder racisme leidt tot bijkomende stress, hogere bloeddruk en meer kans op auto-immuunziektes, obesitas …

‘De mythe van normaal’ s het meest expliciet antikapitalistische boek van Maté in zijn loopbaan als invloedrijke schrijver. Het is het meest sympathiek ten aanzien van marxistische analyses. Maté beschrijft vervreemding onder het kapitalisme als niet enkel een fenomeen dat betrekking heeft op onze essentie en op andere mensen. Hij gebruikt de inzichten van Marx omtrent vervreemding van arbeid, waarbij Maté opmerkt dat slechts 30% van de werknemers in de VS zich betrokken voelt op het werk. Doorheen processen van vervreemding kan het kapitalisme niet voorzien in onze basisbehoeften zoals ergens bij behoren en verbonden zijn, zelfbeschikking over onze lichamen en ons leven, beheersing of bekwaamheid en doel en betekenis, om er slechts enkele op te noemen.

Dokter Gabor Maté stelt vast dat geen van deze essentiële emotionele behoeften kunnen ingevuld worden onder een systeem dat zo diepgaan verweven is met onderdrukking, repressie en stelselmatig geweld. Hij pleit voor een compleet nieuw systeem, dat van onderuit opgebouwd wordt en gebaseerd is op de organisatie van activisten uit de hele wereld om zo een idee te hebben van hoe een nieuwe samenleving er kan uitzien.

Hiernaast zijn er voorbeelden van niet-Westerse en inheemse structuren van gemeenschap en genezing. Hij vertelt het verhaal van een opmerkelijke ervaring met ayahuasca, een psychoactieve en entheogene gebrouwen drank in Peru. Er kan heel wat geleerd worden uit deze voorbeelden, maar op zich volstaan deze niet om een einde te maken aan de systematische uitbuiting die ons ziek en geïsoleerd maakt. In de lokale supermarkt zal je bovendien tevergeefs naar ayahuasca zoeken.

Mate twijfelt omtrent antwoorden, maar toch is dit boek interessant voor revolutionaire marxisten. Het biedt een erg menselijke benadering tegenover een ontmenselijkend systeem. Het kan bijdragen aan de zoektocht naar antwoorden op vervreemding, met name door de omverwerping van het kapitalistisch systeem en de vorming van een socialistische samenleving die gericht is op de noden van de mensheid.

Bron: Socialisme.be