by admin | nov 1, 2023 | Boeken
20 jaar wet euthanasie, palliatieve zorg en patiëntenrechten
Wim Distelmans
Nederlands | 27-05-2022 | 200 pages
€ 22,99
Wim Distelmans over 20 jaar euthanasiewet, een mijlpaal in de geschiedenis van onze gezondheidszorg
2002 was een belangrijk jaar op ethisch vlak. In mei werd de euthanasiewet goedgekeurd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers, een maand later volgde de wet op de palliatieve zorg, in augustus werd de wet betreffende de patiëntenrechten gestemd. Drie wetten die de regie ondubbelzinnig bij de patiënt leggen. Mijlpalen in de geschiedenis van onze gezondheidszorg.
Wim Distelmans was niet alleen een bevoorrechte getuige van de totstandkoming van deze wetten, hij gaf er ook mee de aanzet toe. Sinds 1993 staat hij op de eerste rij in deze emancipatiestrijd. Media wisten hem te vinden wanneer het over euthanasie en palliatieve zorg ging in dit land. Vandaag, twintig jaar later, maakt hij een balans op. Waar staan we? Wat hebben we bereikt? Waar moeten we naartoe? Voor het eerst licht hij zijn persoonlijke parcours toe voor het lezerspubliek.
Het levenseinde in eigen regie is tegelijk een stand van zaken, een kritische terug- en vooruitblik, én een pleidooi — vertrekkend vanuit blijvende verontwaardiging en een permanente strijd tegen onrecht — voor een gezondheidszorg op maat van de mens, waarbij de patiënt tot op het eind centraal moet staan.
by admin | nov 1, 2023 | Antipestteam
Het verband tussen armoede en een slechte fysieke en mentale gezondheid is al meermaals aangetoond. Maar weten artsen dit ook? Zitten vooroordelen hen niet in de weg? “De helft geeft toe dat ze het moeilijk vinden om met patiënten in armoede te werken.”
Armoede en gezondheid
Armoede en gezondheid zijn met elkaar verweven. Armoede kan op verschillende manieren tot een slechte mentale gezondheid leiden.
Mensen in armoede leven vaker op plekken met veel negatieve omgevingsfactoren, zoals vervuiling, extreme temperaturen of nachtlawaai. Dit brengt de cognitieve ontwikkeling en het mentale functioneren in gevaar. Slaapproblemen, ondervoeding, chronische pijn of traumatische gebeurtenissen dragen daar eveneens toe bij.
‘Armoede kan op verschillende manieren tot een slechte mentale gezondheid leiden.’
Zorgen en onzekerheid over levensomstandigheden veroorzaken stress. Patiënten met ernstige psychische aandoeningen vertonen meer psychiatrische symptomen wanneer ze ook dagelijks worstelen met financiële problemen, blijkt uit onderzoek.
Omgekeerd leidt een bedreigde mentale gezondheid tot een verminderd denkvermogen. Mensen nemen slechte economische beslissingen, die op hun beurt leiden tot financiële achteruitgang en afhankelijkheid van sociale uitkeringen.
Niet alleen tekort aan geld
Armoede is niet alleen een tekort aan geld. Het is ook een schaarste aan onderwijs- en arbeidskansen. Kinderen die opgroeien in armoede behalen slechtere schoolresultaten en hebben een verminderde gezondheid. De gevolgen daarvan blijven zichtbaar tot op volwassen leeftijd.
Net omwille van die nauwe verwevenheid tussen armoede en gezondheid, moeten gezondheidswerkers oog hebben voor armoede en wat dit met hun patiënten doet. Artsen en zeker psychiaters moeten voldoende kennis hebben over armoede als sociale determinant van gezondheid en de gevolgen voor behandeling en therapietrouw. Kortom, ze moeten weten hoe ze de beste zorg kunnen verlenen aan deze groep.
Alarmbel
Ervaringsdeskundigen luidden de alarmbel over hoe armoede de mentale gezondheid beïnvloedt in de werkgroep Arm maakt ziek, ziek maakt arm van de Staten-Generaal Geestelijke Gezondheid (SGGG).
‘Artsen moeten weten hoe ze de beste zorg kunnen verlenen aan deze groep.’
De ervaringsdeskundigen signaleerden dat artsen onvoldoende afweten over armoede in het dagelijks leven. Artsen zijn zich bijvoorbeeld niet bewust van de kosten die de patiënt uit eigen zak moet betalen bij medische behandeling, medicatie, psychologische en andere noodzakelijke niet-medische interventies. Ze verwijzen ook onvoldoende door naar sociale diensten.
Daarom besloot een werkgroep van de SGGG in 2022 een enquête te starten over dit onderwerp. Bedoeling was de meningen van artsen over en hun houding tegenover patiënten in armoede te bevragen. In samenwerking met De Artsenkrant werd de enquête zowel online als op papier verspreid.
Non-respons
Opmerkelijk was de geringe belangstelling voor het onderzoek: er werden slechts 395 geldige antwoorden verzameld. De Artsenkrant heeft een oplage van 25.000 exemplaren. Die non-respons zegt veel.
De meerderheid van de respondenten waren huisarts (53 procent), psychiater (35 procent) en ouder dan 60 jaar (41 procent). Vergeleken met jongere artsen gaven deze laatsten aan vaker armoede in hun eigen leven te hebben meegemaakt.
Huisartsen en psychiaters zijn over het algemeen meer betrokken bij het familiale, sociale en professionele leven van hun patiënten, waardoor armoede mogelijk zichtbaarder is in hun praktijk. We veronderstellen daarom een zekere mate van deskundigheid over armoede onder onze respondenten.
Verkeerde prioriteiten
De meeste respondenten erkennen de intergenerationele aard van armoede (71 procent) en de situationele oorsprong ervan (72 procent). Ze bevestigen dat armoede kwalitatieve (59 procent), tijdige (66 procent) en betaalbare zorg (80 procent) belemmert.
Toch vindt één op drie dat mensen in armoede verkeerde prioriteiten stellen. 14 procent beweert dat mensen in armoede zich onvoldoende inspannen om hun situatie te veranderen. Wel erkennen de respondenten dat adequate zorg voor mensen in armoede wordt gehinderd door administratieve lasten (77 procent) en tijdsgebrek bij zorgverleners (61 procent).
‘15 procent biedt patiënten in armoede een consult aan zonder eigen bijdrage.’
Slechts 10 procent start altijd een gesprek met de patiënt over financiële problemen. 28 procent doet dit vaak en 17 procent doet dit zelden of nooit. Desondanks geven respondenten aan dat ze vaak (41 procent) of altijd (41 procent) rekening houden met de financiële status van de patiënt bij het voorschrijven van medicatie. Patiënten in armoede krijgen volgens respondenten vaak (16 procent) of altijd (7 procent) een goedkopere, maar suboptimale behandeling.
Sommige artsen bieden mensen in armoede vaak (24 procent) of altijd (15 procent) een consult aan zonder eigen bijdrage. Huisartsen en respondenten met persoonlijke ervaring met armoede zijn meer bereid om hun behandelvoorstel en betalingsmogelijkheden aan te passen. Gelukkig blijven patiënten in armoede welkom bij de meeste artsen (90 procent).
Voldoende kennis?
Hoewel de helft van de respondenten toegeeft dat ze het moeilijk vinden om met patiënten in armoede te werken, is tegelijk bijna drie vierde ervan overtuigd dat ze daarvoor voldoende kennis hebben.
Het is echter onduidelijk waar de artsen deze kennis denken te hebben opgedaan. Ruim drie vierde geeft namelijk aan dat armoede geen onderdeel uitmaakte van hun medische opleiding. De helft zegt dat ze zouden deelnemen aan een training over dit onderwerp als deze beschikbaar was.
Op de vraag om vijf veelgebruikte medicijnen te rangschikken volgens hoeveel ze de patiënt kosten na terugbetaling, gaf slechts 12 procent het juiste antwoord.
Tien actiepunten voor verandering
Artsen hebben de morele plicht om sociaal onrecht aan de kaak te stellen en te bestrijden. Ze moeten zich inspannen om elke patiënt in armoede gezondheidszorg van dezelfde kwaliteit te bieden als de rest van de bevolking.
Het gebrek aan kennis over armoede bij artsen leidt echter tot verminderde kwaliteit van medische zorg voor mensen in armoede. Dit is een medisch-ethisch en maatschappelijk probleem. Het is daarom essentieel om een aanpak voor verandering te formuleren. We stellen tien actiepunten voor beleidsmakers, onderwijsinstellingen en artsen voor.
- Realiseer als overheid Health in All Policies: neem gezondheidsoverwegingen mee in beleidsdomeinen buiten de gezondheidszorg. Denk bijvoorbeeld aan voldoende groene ruimte in elke woonwijk, gelegenheid voor gratis sporten en bewegen… als onmisbare instrumenten om de gezondheid van mensen in armoede te verbeteren.
- Stimuleer en investeer in geïntegreerde zorg, zodat patiënten in armoede spontaan worden doorverwezen naar sociale diensten. Kinderen, adolescenten en hun ouders moeten daarbij voorrang krijgen. Omgekeerd moet het recht op betaalbare zorg zonder administratieve rompslomp gewaarborgd worden.
- Neem opleiding over armoede en de effecten ervan op het welzijn en de gezondheid van patiënten op in elke basisopleiding voor artsen en alle andere gezondheidswerkers.
- Informeer artsen regelmatig over de kosten van een behandeling: de prijs van technische onderzoeken, radiologie en laboratoriumtesten, van medicatie en van niet-farmacologische interventies, zoals fysiotherapie, psychotherapie, dieetadvies of rookstopbegeleiding. Moedig artsen aan om behandelingskosten op te zoeken wanneer ze patiënten in armoede spreken.
- Leer artsen over hoe patiënten in armoede evenwaardige gezondheidszorg kunnen krijgen door rekening te houden met financiële beperkingen.
- Motiveer artsen om bij de overheid en andere instanties te pleiten voor een betere vergoeding of gratis behandeling voor patiënten in armoede.
- Moedig artsen, ziekenhuizen en andere medische instellingen aan om gespreide betalingen te accepteren van patiënten in een precaire financiële situatie.
- Zet peer-to-peer groepen en interne therapeutische ondersteuning op voor artsen die erg betrokken zijn bij de zorg voor patiënten in armoede.
- Ontwikkel een gemakkelijk hanteerbaar screeningsinstrument voor het opsporen van risicopatiënten en maak het gratis beschikbaar voor gezondheidswerkers.
- Neem buddywerk en ervaringsdeskundigen op in alle vormen en niveaus van medische zorg. Ze zijn een belangrijke steun voor patiënten in armoede en artsen.
Bron: Sociaal.net
by admin | nov 1, 2023 | Sectoren
“Vlaanderen kan uitgroeien tot een regio met excellente en betaalbare ouderenzorg, maar dan moet de overheid stoppen met het stiefmoederlijk behandelen van de ouderenzorg.” Dat schrijft Johan Staes van het Vlaams Onafhankelijke Zorgnetwerk (VLOZO). “Ik mis een Vlaams Masterplan Ouderenzorg dat de uitdagingen van de vergrijzing erkent en aanpakt.”
Geen Disneyland
Ik begrijp de ouderen die met afkeer en angst kijken naar hun toekomst in een woonzorgcentrum. Het vooruitzicht om je laatste dagen te slijten in een kleine kamer ver weg van hun vertrouwde omgeving roept ook niet direct beelden op van Disneyland.
‘De kostprijs van een woonzorgcentrum is op één jaar tijd gestegen met 200 euro per maand.’
Elke week lezen we krantenkoppen over het tekort aan verpleegkundigen in woonzorgcentra, snel stijgende dagprijzen, de groeiende kloof tussen de pensioenen en de rusthuisfactuur.
Over de harde realiteit die aan de grondslag ligt van deze complexe problemen schrijft echter niemand. En net dat debat is vandaag noodzakelijk: we staan immers aan de vooravond van een grote vergrijzingscrisis.
Vergrijzing
De belangrijkste historische oorzaak voor de huidige stand van zaken is een gebrek aan politieke daadkracht. Sinds de eeuwwisselling slaagden onze overheden er onvoldoende in om de impact van de vergrijzing op de organisatie en financiering van de ouderenzorg te erkennen en aan te pakken.
Het bekendste en meest schrijnende voorbeeld hiervan is het in 2001 door de federale overheid opgerichte Zilverfonds. Dit fonds zou een financiële buffer aanleggen om de kosten van de komende vergrijzing te helpen dragen. Het was echter een lege doos te zijn en werd in 2016 stilletjes begraven.
Het Departement Zorg van de Vlaamse overheid publiceert elk jaar haar ‘Meting Dagprijzen’. Daarin staat de evolutie van de dagprijzen in de Vlaamse woonzorgcentra. En wat blijkt? Met een stijging van 9,97 procent is de kostprijs van een verblijf in een woonzorgcentrum tussen 2022 en 2023 gestegen met 200 euro per maand. Dit is een reële stijging van 4,77 procent bovenop de consumptieprijsindex die voor dezelfde periode 5,20 procent bedraagt.
Sinds de Vlaamse overheid bevoegd werd voor het volledige residentiële ouderenzorgbeleid is dit de sterkste stijging van de dagprijs op één jaar tijd.
Groter budget
Ter vergelijking. Sinds Vlaanderen bevoegd is voor het ouderenzorgbeleid steeg het budget voor residentiële woonzorgvoorzieningen tot 2,4 miljard euro. In 2023 betaalt de Vlaamse Sociale Bescherming een woonzorgcentrum een gemiddelde basistegemoetkoming voor zorg van 84,06 euro per bewoner per dag. De hoogte van dit bedrag wordt jaarlijks berekend op basis van de bezetting en de zorgzwaarte van bewoners.
‘We komen amper aan de inzet van 0,42 voltijdse zorgmedewerkers per bewoner. Minder dan in Frankrijk, Nederland of Italië.’
Die 84,06 euro zou volgens de Vlaamse overheid volstaan om volcontinue zorg en ondersteuning aan te bieden aan kwetsbare ouderen. In dit bedrag zijn een vergoeding voor een coördinerende en raadgevende arts in een woonzorgcentrum en eventueel incontinentiemateriaal inbegrepen.
Als dit bedrag omgezet wordt naar personeelsinzet stel ik echter vast dat we amper aan de inzet van 0,42 voltijdse zorgmedewerkers per bewoner komen. Minder dan in Frankrijk, Nederland of Italië.
Onderfinanciering
Deze onderfinanciering van de ouderenzorg is de voornaamste reden waarom de dagprijs, het bedrag dat een bewoner per dag zelf bijlegt, zo hoog is.
In een ideale wereld zou de dagprijs immers volstaan om de leef- en woonkosten volledig te dekken. We leven in Vlaanderen echter niet in een ideale wereld. Betrouwbare ramingen tonen aan dat 20 procent van de dagprijs nog moet besteed worden aan zorgkosten, kosten die in principe volledig gedekt moeten worden door de basistegemoetkoming voor zorg.
Alles wordt duurder
Een andere niet te onderschatten oorzaak voor de hoge dagprijzen zijn de stijgende bouwkosten. De afgelopen drie jaar zijn die met bijna de helft gestegen.
‘Nieuwe infrastructuur komt niet gratis uit de lucht vallen.’
Er wordt veel en terecht gesproken over nieuwe, meer kleinschalige infrastructuur voor woonzorgcentra. Maar nieuwe of zelfs gerenoveerde infrastructuur komt niet gratis uit de lucht vallen.
De Vlaamse overheid geeft woonzorgcentra die bouwen of renoveren via het zogenaamde infrastructuurforfait 6 euro per bewoner per dag. Een bedrag dat niet mee evolueert met de bouwindex en dat ook geen rekening houdt met de stijgende rente. De transformatie naar meer duurzaam zorgvastgoed wordt steeds duurder, zeker in jaren met sterke inflatie.
En tenslotte is er de vaststelling dat leveranciers van goederen en diensten hun prijzen de hoogte injagen. We spreken dan over energieleveranciers, interimkantoren die het personeelstekort in de zorg misbruiken om torenhoge vergoedingen op te strijken en platformdiensten die met financiële steun van de Vlaamse overheid hoge marges aanrekenen om freelancers en woonzorgcentra aan elkaar te koppelen.
Geen daadkracht
Vlaanderen heeft het potentieel om uit te groeien tot een regio met excellente en betaalbare ouderenzorg, maar dan moet het beleid ophouden met het stiefmoederlijk behandelen van de ouderenzorgsector. Er zijn 819 woonzorgcentra in Vlaanderen waar evenveel directeurs en duizenden zorgtalenten zich dagelijks inzetten voor 83.600 kwetsbare ouderen waarvan ruim één derde leidt aan een vorm van dementie.
‘De rigide personeelsnorm en het gebrek aan flexibiliteit verstikken elke vorm van ondernemerschap.’
Deze woonzorgcentra zijn geprofessionaliseerd maar de rigide personeelsnormen en het gebrek aan flexibiliteit verstikken elke vorm van ondernemerschap. Innovatie vindt onvoldoende zijn weg naar de ouderenzorg, ondanks het feit dat we in Vlaanderen meerdere succesvolle techbedrijven kennen die innovatieve oplossingen aanbieden voor een meer doeltreffende en betaalbare zorg.
We missen een daadkrachtige overheid die de uitdagingen van de vergrijzing voor de ouderenzorg erkent en aanpakt. Ik mis een Vlaams Masterplan Ouderenzorg met een zinvolle invulling van de regierol van de overheid, een nieuwe programmatie voor ouderenzorgvoorzieningen, een sluitende financiering voor de aangeboden zorg, garanties rond zorgkwaliteit, bijkomende flexibiliteit in de personeelsnormering en een visie op nieuwe vormen van zorgwonen…
Ik hoop daarover meer te lezen in de eerste Septemberverklaring van een volgende Vlaamse regering.
Bron: sociaal.net
by admin | nov 1, 2023 | Varia
Dag Melissa,
We wisten dat het slecht met u ging. We konden er niet naast zien. Maar dat ge zo rap zoudt sterven hadden we niet verwacht. Ze hadden u natuurlijk moeten opnemen in de psychiatrie, maar de wachtlijst was te lang…
‘De wachtlijsten voor sociale woningen zijn veel en veel langer dan de files aan de Kennedytunnel.’
Ge zat natuurlijk allang in de problemen omdat er voor de hulp en de begeleiding voor uw Rosie, die sukkelt met dingen waar we geen naam voor hebben, geen zorgbudget te krijgen is omdat de wachtlijst eerder groter dan kleiner wordt. Ge waart helemaal tilt geslagen toen veertien dagen geleden bleek dat uw Liam – omdat hij geen gemakkelijk manneke is – een van de vierhonderd Antwerpse kinderen is die op geen enkele school terecht kan omdat de wachtlijsten te lang zijn.
Ge waart natuurlijk razend geworden toen die aangetekende brief arriveerde waarin staat dat ge tegen Nieuwjaar met uw drie kinderen moet vertrekken uit de studio waar ge woonde en er geen vooruitzicht is op een sociale woning want de wachtlijsten voor sociale woningen zijn veel en veel langer dan de files aan de Kennedytunnel en de minister die daarvoor instaat is er bovendien nog fier op ook.
En daarom zijt ge, in een bui van razernij, iedereen op alle wachtlijsten voorbij gestoken door simpelweg dood te gaan. In café De Nieuwe Nachtegael hebben we de jukebox afgezet toen we het nieuws vernamen.
Grondwet
Er is gevloekt en geroepen, maar we gaan maatregelen treffen. Rappe Gène is met artikel 23 van de Belgische Grondwet afgekomen. Daarin staat dat IEDEREEN recht op wonen heeft, en dat IEDEREEN recht op gezondheidszorg heeft, en dat IEDEREEN recht op onderwijs heeft.
‘Onze ministers hebben, fier als een pauw, gezworen dat ze de grondwet zouden naleven. En vervolgens vegen ze er vierkant hun voeten aan.’
Al onze ministers hebben, fier als een pauw en voor het oog van televisiecamera’s, gezworen dat ze die grondwet zouden naleven. En vervolgens vegen ze er vierkant hun voeten aan.
Gij hebt mij altijd uitgelachen omdat ik brieven naar ministers schreef. Ge hadt gelijk, het haalde niks uit. Samen met Rappe Gène en Dieumerci Kanbinga ga ik andere acties ondernemen. We gaan de premier van België en de minister-president van Vlaanderen een proces voor meineed aandoen zodat ze verplicht worden om voor uw Rosie een zorgbudget te voorzien en voor uw Liam een schoolbank en voor uw moeder, die nu voor uw kinderen gaat zorgen, een sociaal appartement. Ge kunt dus, daar waar ge nu zijt, op uw twee oren slapen.
We zullen de jukebox in De Nieuwe Nachtegael pas terug aanzetten wanneer het proces tegen de ministers gewonnen is en dan spelen we ‘Diep in mijn hart’, uw lievelingslied.
Ik moest u groeten, namens velen,
Dikke Freddy
Bron: Sociaal.net
by admin | nov 1, 2023 | Varia
De PS stelt voor om een einde te maken aan het statuut van samenwonende. Dat is erg belangrijk voor mensen met een uitkering die benadeeld worden door dit statuut. Een beperking in het voorstel is dat wettelijk samenwonenden en gehuwde personen niet aan bod komen. Het voorstel geldt enkel voor wie in de praktijk samenwoont, bijvoorbeeld gedeelde huisvesting, intergenerationele huisvesting, niet aangegeven koppels …
door Maxime (Luik)
De PS lanceerde haar verkiezingscampagne met tromgeroffel aan het begin van het nieuwe werkingsjaar. “Niets staat ons nog in de weg om zo snel mogelijk een wetsvoorstel in te dienen om het statuut van samenwonende af te schaffen en dit op de agenda te plaatsen van de Commissie Sociale Zaken,” aldus Ahmed Laaouej in de Kamer op 12 september.
Noodzakelijke maatregel
Zeker op een ogenblik dat huisvesting zo onbetaalbaar is, worden mensen met weinig middelen gedwongen om samen te wonen. Het is echter niet omdat je samenwoont, dat je alle kosten deelt. Toch is feitelijk samenwonen een reden om sociale uitkeringen drastisch naar beneden te trekken. Het systeem gaat er immers van uit dat iedereen die onder hetzelfde dak woont, financieel samenwerkt. Zo bedraagt het leefloon voor een alleenstaande 1.238,4 euro per maand, tegenover 825,61 euro voor een samenwonende. Deze situatie benadeelt vooral vrouwen. Het afschaffen van het statuut van samenwonende zou goed nieuws zijn voor de 584.000 werklozen, zieken … die er vandaag onder vallen.
Het statuut van samenwonende is in 1981 ingevoerd om de uitkeringen te verlagen op een ogenblik dat veel vrouwen op de arbeidsmarkt kwamen. Lagere uitkeringen werden gerechtvaardigd met het argument van ‘solidariteit’ binnen het gezin. In de praktijk betekende het dat vrouwen financieel afhankelijk bleven van hun echtgenoot. Bij dergelijke afhankelijkheid is de stap groter om uit een situatie van huiselijk geweld of een toxische relatie te stappen.
Een belangrijke vraag is hoe de kostprijs van 1,84 miljard euro voor deze maatregel zal gefinancierd worden. Daarvoor moet het geld gezocht worden waar het zit. De PS deed stelselmatig het tegenovergestelde. Onder de regering-Di Rupo werd in 2012 de jacht op de werklozen geopend met een snellere degressiviteit van de uitkeringen en het ondermijnen van de wachtuitkering. Dat maakte jongeren in heel wat gevallen afhankelijk van hun partner.
Voor geïndividualiseerde rechten en degelijke uitkeringen
Elke uitkering moet boven de armoedegrens liggen en iedereen in staat stellen een vrije wil en zekerheid te hebben. Door rechten te individualiseren, kunnen we iedereen in staat stellen om financieel onafhankelijk te zijn en te ontsnappen aan rampzalige situaties.
Als de PS echt wil opkomen voor vrouwen, moet de partij de sociale zekerheid versterken, opkomen voor meer openbare diensten, degelijke jobs en hogere lonen die iedereen toelaten om een waardig professioneel en persoonlijk leven te leiden.
Bron: Socialisme.be