by admin | dec 3, 2023 | Boeken
Dirk Holemans
Elze Vermaas
Lara Ferrante
Wie is er bang van degrowth? Alleen al de term jaagt rechtse opiniemakers en vermogensbeheerders de gordijnen in. Groei is de smeerolie van het kapitalisme. Als de economie groeit, dan gaat alles goed, zo leer je op school. Maar wat bedoelen we met groei? Moet alles zomaar blijven groeien tot in het oneindige? De klimaatcrisis laat zien dat oneindige groei op een eindige planeet onmogelijk is. Degrowth, of omgroei, biedt een alternatief. Een veelbesproken term, maar nog vaak verkeerd begrepen. Dit essay geeft je de sleutels van een van de debatten van deze tijd in handen. Ontdek hoe een samenleving eruit kan zien die niet meer afhankelijk is van economische groei. Een wervend verhaal over minder privéjets, ongelijkheid, burn-outs en afvalbergen, maar ook over meer levenskwaliteit, tijd voor elkaar, duurzame spullen en een gezonde planeet. Anders gezegd, een goed leven voor iedereen binnen de grenzen van de planeet.
Een essay over onder meer het gulzigheidsprincipe, globale vennootschapsbelasting, donutbedrijven, Europese Thunbergplan dat focust op herstel- en deeleconomie, koolstoftunnelvisie, veelvliegertaks, en hoe vooral niet alles moet krimpen… Maar evengoed over het lef om georganiseerd de strijd te voeren met de gevestigde machten.
Twee van de auteurs, Dirk Holemans en Lara Ferrante, stellen kort de inhoud van het boek voor, en gaan nadien in gesprek met een aantal vertegenwoordigers van coöperaties: Mario Vanhaeren (Oostrem, Livez), Stijn Vanhandsaeme (Nestor, Nubo) en Leo D’haese (Ecoob).
Praktisch:
- woensdagavond 12 december
- 20u30 – 22u
- Wereldcafé, Leuven (Joris Helleputteplein 2)
Gratis inkom!
by admin | dec 3, 2023 | Onderwijs
24 oktober 2023
Geert Schuermans
Terwijl het onderwijsdebat over het dalend kennisniveau hevig woedt, krijgt een ander fenomeen amper aandacht: in weinig landen is het verschil tussen arme en rijke leerlingen zo groot als in Vlaanderen. Onderwijssocioloog Mieke Van Houtte (UGent): “Het Vlaamse onderwijsbeleid gaat niet de juiste richting uit, maar in scholen trekken mensen zich daar steeds minder van aan. Dat soort zachte rebellie stemt mij hoopvol.”
School is deel van de samenleving
Mieke Van Houtte is onderwijssocioloog. Dat wil zeggen dat ze zich in haar onderzoek niet beperkt tot de schoolprestaties van leerlingen. “Dat laat ik graag aan de onderwijskundigen over”, knipoogt ze als we haar spreken in haar kantoor op de Universiteit Gent.
“Natuurlijk is er iets aan de hand met het niveau van leerlingen”, zegt ze als we daarnaar vragen. “Als ik aan studenten vraag wie in het secundair nog een verhandeling geschreven heeft, dan moet ik eerst uitleggen wat ik met een verhandeling bedoel.”
Geduldig legt Mieke Van Houtte uit dat de studies die een dalend kennisniveau aangeven, zoals PISA, eigenlijk meten wat jongeren vandaag weten en kunnen. Die testen meten niet wat er concreet op school gebeurt, al staan ze er niet los van. “Op die lijstjes zakken we met Vlaanderen een beetje. De vraag is echter of dat louter aan ons onderwijs ligt?”
Meer dan een uur lang houdt Van Houtte een vurig betoog om ons onderwijs niet in het luchtledige te zien. Het onderwijs is een instituut dat door onze samenleving gevormd wordt maar deze ook vorm geeft. “Neem leesvaardigheid, die gaat achteruit. Maar tegelijk zien we in heel de samenleving een ontlezing. Hoeveel mensen zie jij op de trein nog met de neus in een boek? We zijn allemaal bezig op onze telefoon, wat nog eens nefast is voor ons concentratievermogen. Het zijn dat soort sociale trends die we dringend mee in het debat moeten nemen, in plaats van de achteruitgang op scholen en leerkrachten te steken.”
In je eigen onderzoek focus je niet enkel op het prestatieniveau van leerlingen.
“Voor mij is welbevinden van leerlingen minstens even belangrijk. Werknemers die zich niet goed voelen, functioneren minder. Daar is zowat iedereen het over eens. Waarom zou dit bij kinderen en jongeren anders zijn?”
“Ik heb het in mijn onderzoek dus over engagement, motivatie en zelfwaardering, maar als socioloog kijk ik uiteraard ook naar de relaties die jongeren met elkaar aangaan. De vriendschappen die ze sluiten.”
En wat zijn dan opvallende conclusies?
“Ik zie grote verschillen tussen jongeren, en voor één keer maak ik me minder zorgen om leerlingen met een migratieachtergrond. Zij gaan vriendschappen aan met een grote diversiteit aan medeleerlingen, ook met Belgische leerlingen. Het probleem zit vooral bij jongeren uit de witte middenklasse die zelden of nooit in contact komen met jongeren met een andere achtergrond. Dat is niet hun schuld. We hebben in Vlaanderen nu eenmaal een schoolsysteem gecreëerd dat leerlingen sociaal en etnisch segregeert.”
En dat is een probleem?
“Absoluut. Op die manier krijg je een duale samenleving. Door de manier waarop ons onderwijs is georganiseerd, hoeven mensen van verschillende komaf elkaar vanaf de leeftijd van 12 jaar niet meer tegen te komen. En wanneer groepen mensen elkaar niet meer ontmoeten, kennen ze elkaar niet. En als je elkaar niet kent, hoe zou je elkaar dan vertrouwen? Waarom zou je dan solidair met elkaar zijn? “
“Sociaal-etnische segregatie heeft ook impact op de verwachtingen van leerkrachten en op de prestaties en ambities van de leerlingen. De brede eerste graad met een A- en B-stroom heeft ons geen stap dichterbij gebracht. Iedereen weet welke scholen er in de omgeving ASO-richtingen aanbieden, en welke scholen TSO en BSO inrichten. Dat betekent dat je in de praktijk altijd een school kiest met bepaalde richtingen en dus een bepaald profiel.”
Die keuze is vaker dan we denken sociaal bepaald?
“Inderdaad, daar speelt een sterke sociale determinant in mee. Jongeren uit arbeidersgezinnen of jongeren met migratieroots zijn meer geneigd om voor technisch- of beroepsonderwijs te kiezen. Jongeren van ouders uit de hogere inkomenscategorieën of een diploma hoger onderwijs kiezen vaker voor algemeen vormende richtingen.”
Gebeurt de keuze van de opleiding in het middelbaar dan niet op basis van de prestaties in de basisschool?
“Uiteraard speelt het cognitieve een belangrijke rol, maar het vormt wel maar een deel van het verhaal. Ook sociale keuzeprocessen zijn belangrijk. Uit onderzoek weten we dat ouders hopen dat hun kind minstens hun geen eigen socio-economische niveau behoudt. Ze mijden het risico dat het lager eindigt.”
“Het gevolg is dat bij de keuze van een studierichting het principe van ‘niet-voor-mensen-zoals-wij’ sterk speelt. Jongeren met een arbeidersachtergrond zijn bijvoorbeeld terughoudend om Latijn te kiezen, ook al kunnen ze dat volgens hun resultaten aan. In hun familie heeft meestal nog nooit iemand Latijn gevolgd. Ze weten dus niet wat dat is maar wel dat ‘het niet iets is voor mensen zoals zij’. Bovendien speelt de angst om het verwijt te krijgen dat ze het hoog in hun bol hebben gekregen.”
Omgekeerd geldt die angst ook voor leerlingen uit de hogere sociale klassen.
“Zeker. In ons onderzoek kwamen we verhalen tegen van jongeren die handig waren en een technische opleiding wilden volgen. Maar dan kwamen hun ouders – meestal was het de vader – in het vizier die zei: ‘Dat is niet voor mensen zoals wij’. Dus starten veel van die jongeren eerst in de Latijnse en zakken ze gaandeweg af. De onderwijswaterval is nog steeds een realiteit in het onderwijssysteem.”
Kan het advies dat leerlingen op het einde van de basisschool krijgen daar geen tegengewicht voor zijn?
“Niet echt. Ten eerste zien we dat hoogopgeleide ouders dat advies naast zich neerleggen als het niet aan hun zelfbeeld of verwachting beantwoordt, terwijl kortgeschoolde ouders het wel opvolgen. Bovendien zijn er in die schooladviezen elementen die de ongelijkheid versterken.”
Hoezo?
“Laat ik dit voorop stellen: leerkrachten bedoelen het zeker niet slecht, maar we zien dat zij in hun beoordeling kenmerken van leerlingen meenemen waarvan we al sinds de jaren 1950 weten dat ze sterk klassegebonden zijn. Zo zie je dat arbeiderskinderen die in principe wel een ASO-richting aankunnen, toch het advies krijgen voor een technische opleiding omdat ze bijvoorbeeld te weinig zelfstandig werken.
”Zoiets doet natuurlijk al onze sociologische alarmbellen afgaan omdat dit vaardigheden zijn die typisch met de professionele beroepen van de hogere milieus samenhangen. In managementfuncties is het bijvoorbeeld essentieel dat je zelf initiatief neemt, terwijl dat in een arbeidersfunctie net niet geapprecieerd wordt. Ouders geven dat zonder het te beseffen door aan hun kinderen.”
Je hebt het hier nu al een aantal keer over het belang van klasse. Nochtans gaat het daar in het maatschappelijke debat amper over. We richten ons eenzijdig op leerlingen die geen of slecht Nederlands spreken.
“Haast elk wetenschappelijk onderzoek toont aan dat taal een rol speelt. Je moet Nederlands kunnen om het goed te doen op school. Maar als we willen verklaren waarom jongeren met migratieroots het minder goed doen en we controleren voor socio-economische status, dan zien we dat dat het doorslaggevende kenmerk is. Kansenongelijkheid in het onderwijs is eigenlijk heel sterk socio-economisch bepaald.”
Hoe keer je dat?
“Dat is erg moeilijk. Wat helpt zijn voorbeeldfiguren die in een samenleving geprivilegieerde posities innemen en van daaruit voor emancipatie van hun groep vechten. Waarom hebben we stappen gezet in de vrouwenemancipatie? Omdat vrouwen zijn gaan studeren.”
“Dezelfde evolutie zie je stilaan ook bij mensen met een migratieachtergrond. In Gent heb je Burgerplicht waarin mensen uit de Turkse middenklasse hun gemeenschap op sleeptouw nemen. Het is zeer vergelijkbaar met wat de vakbonden vroeger voor arbeidersjongeren betekenden. Alleen zie je dat in het middenveld het verhaal van klassenongelijkheid vandaag op de achtergrond verzeild geraakt is.”
Terug naar het etnisch-culturele aspect. Hoe sta jij tegenover het gebruik van andere talen dan Nederlands in de klas?
“Uit internationaal onderzoek blijkt dat je kinderen een goede basis moet geven in hun moedertaal. Als dat fundament stevig is, wordt het veel makkelijker om hen een tweede taal te leren. Dat is ook niet vreemd. Ook wij bouwden eerst vertrouwen en taalvaardigheid op in het Nederlands en leerden zo goed Frans en Engels.”
De thuistaal van jongeren kan dus een hulpmiddel zijn?
“Leerkrachten denken nogal eens dat jongeren hen uitlachen als ze onder elkaar in hun eigen taal aan het babbelen zijn. Wij hebben dat uitgezocht: we lieten jongeren een groepswerk maken, gaven aan dat het toegelaten was om in de eigen taal met elkaar te spreken, namen de werkzaamheden op en analyseerden het later.”
“Wat bleek? Er werd al eens een grapje gemaakt in de eigen taal, maar veel vaker werd deze gebruikt om elkaar zaken uit te leggen die ze eerst niet goed begrepen. Het gebruik van de eigen thuistaal was een voordeel waardoor leerlingen beter leerden. Bovendien zegt ander onderzoek dat leerlingen zich veel beter voelen op school wanneer ze die eigen taal mogen spreken.”
Nochtans wil Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts enkel nog Nederlands op school. Hij wil zelfs ouders via het Groeipakket straffen als ze hun kinderen onvoldoende Nederlands bijbrengen.
“Waarmee hij dus alle wetenschappelijke inzichten aan de kant schuift. Toch vind ik die uitspraken geen verrassing. Ze passen in het verhaal van individuele verantwoordelijkheid dat je op tal van andere terreinen ook ziet.”
“Dat is geen toeval. Als je louter wijst op de persoonlijke verantwoordelijkheid van mensen dan valt de maatschappelijke verantwoordelijkheid weg. Politici kunnen er dan hun handen van aftrekken, want structuren doen er niet meer toe. Je ziet dat in het discours van Ben Weyts over taal, maar de terugkeer van het concept ‘IQ’ in het onderwijs wijst daar ook op.”
Nochtans is IQ een betwistbaar concept dat vaak gebruikt wordt om groepen in kwetsbare positie uit te sluiten.
“Zeker in een psychologische benadering van het onderwijs duikt het begrip opnieuw op, ook in Vlaanderen. Ongelijkheid in het onderwijs wordt dan gewoon het resultaat van individuele intelligentie. Alleen is de cruciale vraag wat je precies onder intelligentie begrijpt. Daar zijn we al decennialang niet uit. Maar eigenlijk zeg je omfloerst dat al die arbeiders- en migrantenkinderen gewoon dom zijn.”
“Wat bleek? Er werd al eens een grapje gemaakt in de eigen taal, maar veel vaker werd deze gebruikt om elkaar zaken uit te leggen die ze eerst niet goed begrepen. Het gebruik van de eigen thuistaal was een voordeel waardoor leerlingen beter leerden. Bovendien zegt ander onderzoek dat leerlingen zich veel beter voelen op school wanneer ze die eigen taal mogen spreken.”
Nochtans wil Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts enkel nog Nederlands op school. Hij wil zelfs ouders via het Groeipakket straffen als ze hun kinderen onvoldoende Nederlands bijbrengen.
“Waarmee hij dus alle wetenschappelijke inzichten aan de kant schuift. Toch vind ik die uitspraken geen verrassing. Ze passen in het verhaal van individuele verantwoordelijkheid dat je op tal van andere terreinen ook ziet.”
“Dat is geen toeval. Als je louter wijst op de persoonlijke verantwoordelijkheid van mensen dan valt de maatschappelijke verantwoordelijkheid weg. Politici kunnen er dan hun handen van aftrekken, want structuren doen er niet meer toe. Je ziet dat in het discours van Ben Weyts over taal, maar de terugkeer van het concept ‘IQ’ in het onderwijs wijst daar ook op.”
Nochtans is IQ een betwistbaar concept dat vaak gebruikt wordt om groepen in kwetsbare positie uit te sluiten.
“Zeker in een psychologische benadering van het onderwijs duikt het begrip opnieuw op, ook in Vlaanderen. Ongelijkheid in het onderwijs wordt dan gewoon het resultaat van individuele intelligentie. Alleen is de cruciale vraag wat je precies onder intelligentie begrijpt. Daar zijn we al decennialang niet uit. Maar eigenlijk zeg je omfloerst dat al die arbeiders- en migrantenkinderen gewoon dom zijn.”
Zijn de lege boterhammendozen het grote probleem?
“Het compenserende vermogen van scholen geldt minstens evenzeer voor kennisoverdracht. Alleen is het lerarenkorps vandaag redelijk homogeen: witte vrouwen uit de middenklasse zetten de toon. Die achtergrond maakt het blijkbaar moeilijk om te zien dat ze soms onbewust opdrachten geven die voor sommige leerlingen haast onmogelijk uit te voeren zijn.”
“Het gaat vaak over schijnbaar eenvoudige taken, zoals thuis een collage maken over de actualiteit. In een middenklassengezin slingeren er zeer waarschijnlijk kranten en tijdschriften rond. In kwetsbare gezinnen is dat minder het geval en de kans dat kinderen die kapot mogen scheuren is al helemaal klein. Compenseer dat op school. Leg een stapel kranten en tijdschriften en zorg ervoor dat de opdracht klassikaal gebeurt.”
Hoe creëer je dat bewustzijn?
“Op de eerste plaats door leerkrachten in spe ervan te doordringen dat hun referentiekader niet vanzelfsprekend is voor leerlingen in een kwetsbare positie.”
“Je hebt over heel Vlaanderen, fantastische projecten met brugfiguren. Ik heb in Gent gezien wat een impact ze hebben. Brugfiguren kunnen aan leerkrachten de thuissituatie uitleggen. Het is makkelijk gezegd dat leerlingen hun problemen aan de schoolpoort moeten achterlaten, maar in de praktijk is dat natuurlijk een naïef idee. Als er thuis een vechtscheiding aan de gang is, als een vader in de gevangenis zit, als er armoede heerst … dan moeten leerkrachten dat weten. Brugfiguren kunnen het verschil maken.”
Die brugfiguren worden best betrokken bij het beleid van de school?
“Liefst wel, anders blijft het bij brandjes blussen. Brugfiguren moeten volwaardig deel uitmaken van het schoolteam en de keuzes daar kunnen bevragen. Denk bijvoorbeeld aan een school die van ouders verwacht dat ze thuis voorlezen. Dat klinkt nobel, maar je weet gewoon dat er gezinnen zijn waar dat niet gebeurt omdat de ouders zelf niet goed kunnen lezen, omdat ze er de tijd niet voor hebben, omdat hun leven er heel anders uitziet dan dat van de mensen in de lerarenkamer….”
“Het is aan brugfiguren om dat uit te leggen en er mee voor te zorgen dat de school dit gaat compenseren, en zeker die gezinnen niet gaat culpabiliseren.”
Ben je eigenlijk hoopvol dat we de onderwijstanker ooit nog kunnen keren?
“Als ik met leerkrachten spreek, hoor ik steeds meer realiteitszin. De dag nadat Ben Weyts had aangegeven dat hij enkel nog Nederlands op de speelplaats wilde horen, waren de reacties ongelooflijk, maar dan wel in goede zin: ‘Denkt die nu echt dat wij tijd hebben om voor zoiets klein op de speelplaats te patrouilleren?’”
“Hetzelfde met de lege brooddozen. Een kind met honger kan niet leren. Dus zeggen leerkrachten: ‘Wij gaan die boterhammen gewoon smeren. Punt!’ Het Vlaamse onderwijsbeleid gaat niet de juiste richting uit, maar in scholen trekken mensen zich daar steeds minder van aan. Dat soort zachte rebellie stemt mij hoopvol.”
Bron: sociaal.net
by admin | dec 3, 2023 | Onderwijs
Zwanger? Administratieve of financiële onzekerheden zijn wellicht het laatste wat je wil. Om meer houvast en rust te bieden, beantwoorden we de 5 meest gestelde vragen in Facebookgroep Pas voor de klas.
Wanneer vertel ik de directeur over mijn zwangerschap?
Wettelijk gezien kan je tot 7 weken voor je uitgetelde datum (9 bij een meerling) wachten om je directie op de hoogte te brengen. Dat is het uiterste moment om je bevallingsverlof aan te vragen. Maar omwille van 2 redenen is het belangrijk om je zwangerschap zo snel mogelijk te signaleren:
- Zo kan er tijdig rekening gehouden worden met eventuele risico’s die de gezondheid van je kind kunnen schaden. Dat gaat van bepaalde chemische stoffen en ziektes (gevaarlijk van bij het begin van je zwangerschap) tot mogelijk agressief gedrag van leerlingen en zware lasten tillen (in een later stadium van je zwangerschap). Je kan rechtstreeks contact opnemen met je arbeidsarts (op MijnGezondheid vind je de contactgegevens), zonder de school te verwittigen. Die stelt vast of je effectief een risico loopt. Is dat het geval, dan gaat je directie na of je werkomstandigheden aangepast kunnen worden. Lukt dat niet, dan heb je recht op verlof voor moederschapsbescherming of bedreiging door beroepsziekte.
- Je directie mag je vanaf het moment dat je je zwangerschap meldt niet meer ontslaan, tenzij om ernstige redenen. Let wel: loopt je opdracht als TABD’er af tijdens je zwangerschap, dan ben je geen werknemer meer op de school. Dat betekent dat je op dat moment geen recht hebt op een verlofstelsel of salaris. Je valt dan terug op het vangnet van de sociale zekerheid (werkloosheidsuitkering en mutualiteit). Vermijd financiële verrassingen door dit op voorhand met je personeelsverantwoordelijke te bespreken.
Wanneer stop ik met werken?
Als je een gezondheidsrisico loopt, stop je in de praktijk meestal meteen, ook al kreeg je van je arbeidsarts nog geen recht op verlof voor moederschapsbescherming of bedreiging door beroepsziekte.
Indien niet, dan stop je ten vroegste 6 (bij een meerling: 8) weken en ten laatste 1 week vóór je vermoedelijke bevallingsdatum. Hoeveel prenataal bevallingsverlof je opneemt, kies je dus zelf.
In totaal heb je recht op 15 weken (bij een meerling: 17-19) bevallingsverlof. De prenatale weken worden van je postnatale weken afgetrokken.
Beval je vroeger, en heb je dus toch tijdens de verplichte 7 dagen prenataal verlof gewerkt, dan verlies je de gewerkte dagen. Overschrijd je de 6 weken prenataal verlof omdat je later bevalt, dan heeft dat geen impact op je weken postnataal verlof.
Telt mijn zwangerschapsverlof mee voor mijn TADD-dagen?
Deels. Om aanspraak te maken op een TADD, heb je 290 dagen dienstanciënniteit en 200 dagen effectieve prestaties nodig. De dienstanciënniteit loopt tijdens alle zwangerschapsverloven door, maar van de 200 dagen effectieve prestaties worden maximaal 70 dagen van je bevallingsverlof en de periode van verwijdering omwille van een gezondheidsrisico (moederschapsbescherming en/of bedreiging door beroepsziekte) meegerekend.
Neem je ouderschapsverlof op wanneer je nog geen TADD bent, dan tellen die dagen niet mee voor je 200 dagen effectieve prestaties.
Heeft mijn zwangerschap invloed op mijn vakantiegeld of eindejaarstoelage?
Nee, bij elk zwangerschapsverlof – of je nu TABD, TADD of vastbenoemd bent – word je beschouwd als actief in dienst. Als je actief in dienst bent, blijft de teller van je geldelijke anciënniteit lopen, een van de factoren in de berekening van de eindejaarstoelage en het vakantiegeld.
Welk verlofstelsel neem ik op?
Bevallingsverlof neem je sowieso op. Daarna heb je nog een aantal opties om – al dan niet onmiddellijk aansluitend – verlof te nemen voor je kind. Plan een gesprek met je personeelsverantwoordelijke om te overlopen wat het best bij jouw situatie past.
Bevallingsverlof (of moederschapsrust)
Het bevallingsverlof is een recht en omvat 15 weken (bij een meerling: 17 weken, eventueel met 2 weken te verlengen). Je neemt maximaal 6 (bij een meerling: 8) en minimaal 1 week (7 dagen) prenataal bevallingsverlof op. Wat resteert, neem je na je bevalling op. De bevallingsdag is de eerste dag van je postnataal verlof.
Als vastbenoemde werknemer ontvang je je reguliere salaris. Heb je een tijdelijk statuut (TABD of TADD), dan krijg je een uitkering van je ziekenfonds. De eerste 30 dagen van je bevallingsverlof krijg je 82% van je brutoloon uitgekeerd. Vanaf de 31e dag is dat nog 75%. Op de website van het RIZIV vind je hierover meer informatie.
Waar wat wanneer in te leveren?
- attest van je arts met uitgerekende datum ten laatste 7 weken (9 bij een meerling) op je school en als tijdelijke – TABD of TADD – ook bij je ziekenfonds
- afwezigheidsattest bij de start van je bevallingsverlof op je school (zoals bij ziekteverlof)
- medisch attest Certimed bij het controleorgaan (zoals bij ziekteverlof)
Betaald ouderschapsverlof (loopbaanonderbreking)
Je hebt recht op loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof. Je kan dat voltijds, halftijds met een vijfde of met een tiende opnemen. Let wel op: sommige opnamevormen zijn een gunst.
De loopbaanonderbreking voor ouderschap moet ten laatste één dag voor de 12e verjaardag van je kind ingaan. Bij een kind met een beperking is dat één dag voor de 21e verjaardag.
Dit verlofstelsel heeft een maximumduur van 4 maanden (voltijds), 8 maanden (halftijds), 20 maanden (1/5) en 40 maanden (1/10), maar kan in schijven opgenomen worden. Dat biedt heel wat opties, die je best overloopt met de personeelsverantwoordelijke van je school.
Je ontvangt geen salaris, maar een uitkering van de RVA voor de volledige periode van de loopbaanonderbreking. Op de website van RVA kan je de exacte bedragen terugvinden. Scroll door naar ‘onderwijssector’.
Onbetaald ouderschapsverlof (voormalige borstvoedingsverlof)
Het onbetaald ouderschapsverlof is een recht en omvat 3 maanden. Je vraagt het verlof op je school aan en neemt het in één keer op in het jaar na de geboorte van je kind. Als je het verlof vroegtijdig stopzet, verlies je de resterende dagen.
Voor dit verlof krijg je geen salaris uitbetaald. Wel telt je verlof – net als alle zwangerschapsverloven – mee voor de berekening van je anciënniteit.
Werkverwijdering tijdens de zwangerschap en borstvoeding
Als de arbeidsarts vaststelt dat je job een risico inhoudt en je directie je werkomstandigheden niet kan aanpassen, mag je je job niet uitvoeren. Je hebt dan recht op verlof voor moederschapsbescherming of bedreiging door beroepsziekte. In de praktijk gaat het vooral om personeelsleden uit het kleuter- en buitengewoon onderwijs.
Dat verlof neem je tijdens je hele zwangerschap en – als je borstvoeding geeft – tot 5 maanden erna op.
Vastbenoemde personeelsleden krijgen hun volledige salaris. TABD- of TADD’ers krijgen een uitkering van hun ziekenfonds. Afhankelijk van je situatie, bedraagt die uitkering 78% van je brutoloon tijdens de zwangerschap en 60% tijdens de borstvoedingsperiode. Op de website van het RIZIV kan je de details nalezen.
Borstvoedingspauzes
Naast bovenvermelde verloven heb je recht op pauzes om melk af te kolven. Ga met je directeur of personeelsverantwoordelijke in gesprek over het tijdstip van die pauzes.
Overdonderd door de informatie? Zet dan nog eens alles op een rijtje met onze tabel voor de vastbenoemde en die voor de TABD- of TADD’er.
by admin | dec 3, 2023 | Onderwijs
De eindejaartoelage voor 2023 ontvang je op dinsdag 19 december 2023
Voorwaarden
Je ontvangt een eindejaarstoelage in december als je aan 2 voorwaarden voldoet:
- Je vervulde tijdens de referentieperiode een opdracht in hoofdambt.
- Het ministerie van Onderwijs betaalde je salaris voor die opdracht.
Hoeveel eindejaarstoelage krijg je?
De eindejaarstoelage is samengesteld uit een vast of forfaitair en een veranderlijk gedeelte.
- In 2023 bedroeg het forfaitair gedeelte 763,64 EUR.
- Het veranderlijke gedeelte bedraagt 2,5 procent van de jaarlijkse brutobezoldiging die tot grondslag diende voor de berekening van het salaris van de maand oktober 2023.
Lees er meer over op de pagina over de berekening van je eindejaarstoelage.
Basis: prestaties tijdens de referentieperiode
Van basisonderwijs tot volwassenenonderwijs
De referentieperiode is anders voor tijdelijke dan voor vastbenoemde personeelsleden.
- Voor tijdelijke personeelsleden met recht op uitgestelde bezoldiging, loopt de referentieperiode van 1 september van het voorgaande jaar tot en met 30 juni van het jaar waarin je de eindejaarstoelage ontvangt (schooljaar).
- Voor vastbenoemde personeelsleden (of toegelaten tot de proeftijd) en de tijdelijke personeelsleden zonder recht op uitgestelde bezoldiging loopt de referentieperiode van 1 januari tot en met 30 september van het jaar waarin je de eindejaarstoelage ontvangt.
Afhankelijk van je prestaties tijdens de referentieperiode krijg je meer of minder eindejaarstoelage.
- Heb je een betrekking met volledige prestaties, dan heb je recht op het maximum.
- Werkte je minder, dan wordt het bedrag aangepast in verhouding tot de duur en de omvang van je afwezigheid.
- Heb je maar enkele korte periodes gewerkt, dan berekent de administratie voor elk van die periodes de eindejaarstoelage en telt zij alles samen.
- Leverde je meer prestaties dan een volledige betrekking, zoals in bijbetrekking, dan krijg je voor die extra prestaties geen extra eindejaarstoelage.
Hoger onderwijs
De referentieperiode loopt van 1 januari tot en met 30 september van het jaar waarin je de eindejaarstoelage ontvangt.
Uitzondering: als je ook in een ander onderwijsniveau werkt en daar aanspraak maakt op uitgestelde bezoldiging, is de referentieperiode het schooljaar: van 1 september van het voorgaande jaar tot en met 30 juni van het jaar waarin je de eindejaarstoelage ontvangt.
Afhankelijk van je prestaties tijdens de referentieperiode krijg je meer of minder eindejaarstoelage.
- Heb je een betrekking met volledige prestaties, dan heb je recht op het maximum.
- Werkte je minder, dan wordt het bedrag aangepast in verhouding tot de duur en de omvang van je afwezigheid.
- Heb je maar enkele korte periodes gewerkt, dan berekent de administratie voor elk van die periodes de eindejaarstoelage en telt zij alles samen.
- Leverde je meer prestaties dan een volledige betrekking, dan krijg je voor die extra prestaties geen extra eindejaarstoelage.
Verhoogde eindejaarstoelage bij verlaagd vakantiegeld
Presteerde je in het voorgaande jaar uitsluitend als vastbenoemd (of tot de proeftijd toegelaten) personeelslid? Dan ontving je tot en met 2020 minder vakantiegeld maar kreeg je in ruil een hogere eindejaarstoelage. Vanaf 2021 is dat niet langer het geval.
Lees er meer over in de omzendbrief.
Uitbetaling in december
Je eindejaarstoelage ontvang je in december.
In 2022 werd de eindejaarstoelage uitbetaald op 19 december.
by admin | dec 3, 2023 | Onderwijs
De Vlaamse scholierenkoepel wil dat de volgende Vlaamse regering het mentaal welzijn van de scholieren beter aanpakt. Scholieren hebben al veel mogelijkheden om hulp te krijgen als ze zich niet goed voelen, maar ze vinden niet altijd de weg naar die hulp. En ze willen ook leren hoe ze beter met stress en faalangst kunnen omgaan. ’t Is één van de vele aanbevelingen die de Vlaamse scholierenkoepel vandaag voorstelt in het Vlaams Parlement.
Wat zou jij aanpakken als je minister van Onderwijs was?” Die vraag stelde de Vlaamse Scholierenkoepel aan zo’n 20.000 leerlingen van het eerste tot het zevende middelbaar. Uit een lijst van een twintigtal thema’s kwam het mentaal welzijn van leerlingen als grootste bezorgdheid naar voren.
Kersvers voorzitter van de Scholierenkoepel Lore Sleeckx duidt: “Dat is een duidelijke kreet vanuit de scholieren. Ze geven aan dat ze meer willen bijleren over hoe ze kunnen omgaan met faalangst en stress.”
“Daarnaast vinden scholieren niet altijd gemakkelijk de weg naar vertrouwensleerkrachten, -leerlingen of bijvoorbeeld het CLB. Leerlingen kunnen soms moeilijk een gezicht plakken op bijvoorbeeld de CLB-medewerker. Een schoolbeleid rond welbevinden mag niet verstopt zitten in het kastje op het secretariaat, maar daar moet je met input van de scholieren zichtbaar en laagdrempelig aan werken.”
Om de stressfactor te verlagen, heeft Sleeckx ook een concreet voorstel. “Gezonde stress kan positief zijn, maar we horen verhalen van scholieren die drie examens op één dag moeten afleggen. Twee examens zijn al pittig genoeg. Wij vragen dan ook om dit decretaal te beperken tot maximum twee.”
Meer leren over digitale vaardigheden
’t Is één van de vele aanbevelingen waarmee de scholieren vandaag naar de politiek trekken in de hoop dat de volgende Vlaamse regering ermee aan de slag gaat. Nog bovenaan de lijst staat de manier waarop leerkrachten lesgeven. Sleeckx: “We willen leerkrachten graag op bijscholing sturen om beter mee te zijn met de digitale wereld. Nu zijn het de leerlingen die vaak de leerkracht moeten helpen als de beamer niet werkt.”
We willen leerkrachten graag op bijscholing sturen om beter mee te zijn met de digitale wereld
Sleeckx begrijpt dat leerkrachten niet meteen mee zijn met de evoluties binnen artificiële intelligentie, maar ook hier kunnen bijscholingen helpen. “We krijgen te horen dat we tools als ChatGPT niet mogen gebruiken om teksten te schrijven omdat dat plagiaat is. Maar in plaats van artificiële intelligentie te verbieden, zouden we veel liever leren hoe we daarmee moeten omgaan.”
In plaats van artificiële intelligentie te verbieden, zouden we veel liever leren hoe we daarmee moeten omgaanLore Sleeckx, voorzitter Vlaamse scholierenkoepel.
Kansarmoede op school aanpakken
Als Sleeckx zelf minister van Onderwijs zou zijn, is er alvast één maatregel die ze zeker wil verwezenlijken. “We pleiten heel sterk voor een maximumfactuur, aangepast aan de verschillende studierichtingen.”
Daarnaast vraagt de Scholierenkoepel ook om leerlingen kosteloos met het openbaar vervoer naar school te laten gaan, kansarme leerlingen gratis gezonde voeding aan te bieden en ook menstruatieproducten gratis en toegankelijk op school te voorzien.
Bron: VRT.nws