Actie 5 voor 12 tegen afschaffing 3.500 bushaltes De Lijn

Op zaterdag 6 januari voeren de Verenigde Supporters van het Openbaar Vervoer de protestactie 5 voor 12. De klimaatbeweging Climaxi en ACV-Openbare Diensten scharen zich achter de eisen van dit platform en nemen er aan deel. De actie 5 voor 12 gaat zaterdag door van 11 tot 12.30 uur aan de NMBS-stations van Brugge, Gent-Sint-Pieters, Antwerpen-Centraal, Leuven en Hasselt.

Op zaterdag 6 januari start De Lijn zijn geplande hervorming, de tweede fase van het plan Basisbereikbaarheid. Over die hervorming worden reeds talrijke zeer kritische bemerkingen geuit. Het is niet eens zeker of het uitvoerbaar is.

Bovendien is de informatie voor de gebruiker ondermaats. De eigen informatie op de website van De Lijn werd geschreven met een administratieve bril, waarbij noch gebruiksvriendelijkheid noch duidelijkheid een criterium van overweging was.

Dit hervormingsplan is niet anders dan een neoliberaal laklaagje over een afbraakoperatie van het openbaar vervoer (zie het artikel Neoliberaal laklaagje over afbraak openbaar vervoer: hervorming De Lijn dat een globale analyse geeft van de realiteit van deze hervorming)

5 voor 12

De Verenigde Supporters van het Openbaar Vervoer zullen op de eerste dag van de invoering van het nieuwe plan op zaterdag 6 januari de actie 5 voor 12 organiseren van 11 tot 12.30 uur in de provinciehoofdsteden aan de NMBS-stations van Brugge, Gent-Sint-Pieters, Antwerpen-Centraal, Leuven en Hasselt. Deze NMBS-stations zijn voor De Lijn immers zeer belangrijke knooppunten waar zij reizigers naar en van de trein vervoeren.

De organisatie is zeer kritisch voor deze hervorming: “Een recent VUB-onderzoek leert dat 90 procent van de gebruikers voor essentiële verplaatsingen naar werk, school of ziekenhuis is aangewezen op tram en bus. Voor velen dreigt vervoersarmoede.”

De schuld voor deze gang van zaken ligt echter niet alleen bij de Vlaamse regering, ook al is die verantwoordelijk voor de algemene lijn van de besparingen en voor de vastlegging van een ontoereikend budget. Ook de vervoersregioraden treffen schuld:

“Het nieuwe aanbod van De Lijn werd goedgekeurd door de vijftien vervoersregioraden waarin alle gemeenten vertegenwoordigd zijn. Het gejammer van veel burgemeesters over geschrapte haltes en ondermaatse dienstverlening is derhalve hypocriet. De gemeenten worden in de vervoersregioraden meestal vertegenwoordigd door politici die geen kennis hebben van het openbaar vervoer en evenmin gebruiker zijn.”

Het concept van “basisbereikbaarheid werd uitgerold met ontoereikende middelen zowel voor de exploitatie als voor investeringen in onder meer klantvriendelijke overstappunten en (elektrische) bussen. De Lijn moet van de Vlaamse regering méér doen met minder middelen. Dat leidt onvermijdelijk tot minder kwaliteit.”

“Alleen dure consultants hebben baat gehad bij de uitwerking van dit plan. De werkvloer en de reizigers – waar de echte kennis is – kregen daarbij geen inspraak.”

Vakbonden en klimaatactie, één strijd

Jo Van der Herten, woordvoerder van ACV-Openbare Diensten, daarover: “Wij waarschuwen al van bij de start van de plannen voor de chaotische en onduidelijke situatie waar we nu in zitten. Hoewel het mooi verpakt wordt als een verbetering, is het niet meer of minder dan een besparingsmaatregel met zware gevolgen voor heel veel mensen. Sinds 2010 worden honderden miljoenen bespaard. Dit plan zal enkel vervoersarmoede in de hand werken.”

“Over heel Vlaanderen verdwijnen netto 3.800 bushaltes. In 60 procent van de Vlaamse steden en gemeenten zullen er minder haltes zijn en vele gehuchten of wijken zullen niet langer bediend worden. Vooral voor ouderen en mindermobielen is dat absoluut geen vooruitgang. Dit ‘vervoer op maat’ is een grote besparingsoperatie die de kwaliteit van de dienstverlening zwaar onderuit haalt.”

ACV Openbare Diensten sluit zich dan ook aan bij de nationale protestactie ‘5 voor 12’ tegen het nieuwe vervoersplan van De Lijn. Ook de klimaatorganisatie Climaxi sluit zich bij de actie aan., net als de BTB (ABVV).

Stan Reusen drukte namens ACOD-De Lijn op 20 november zijn oordeel over het plan uit als volgt: “Dit is minder mensen en minder middelen om meer te doen. De rekker staat op springen.

Bron: De Wereld Morgen

Van Revolte tot Republiek

Van Revolte tot Republiek

Hij doet het weer. En hij zal het nog doen. Johan Op de Beeck, schrijver van een indrukwekkende reeks historiografische bestsellers zoals De Zonnekoning, vijf boeken over Napoléon, Léopold IIDe Belaagde VrijheidHet Complot van LakenDe Staatsvijand, verwent ons nu weer met een kanjer van 543 bladzijden over de Franse en Belgische revoluties in de jaren 1789 tot 1793: De Franse revolutie.
Voor september 2022 belooft hij deel 2: Van Terreur tot Napoleon.

Alle kwaliteiten van een historiografische topper

De hoedanigheid van veelschrijver wordt gemakkelijk geassocieerd met wat mindere kwaliteit van het geleverde werk. Welnu, dat is voor dit boek absoluut niet het geval. Het combineert alle kwaliteiten van een historiografische topper. Alles in dit boek is historisch correct gedocumenteerd. Alle gebeurtenissen, uitspraken en geciteerde documenten zijn netjes gerefereerd in vijfhonderd voetnoten. Het verhaal is goed geperiodiseerd en ingedeeld in talrijke maar relatief korte hoofdstukken, wat de leesbaarheid sterk verhoogt. De politieke evolutie wordt levendig gemaakt met kleurrijk geborstelde historische anekdotes, die treffend de tijdsgeest oproepen.

Van Revolte tot republiek bestrijkt de politieke, sociale en culturele evolutie in Frankrijk en de Zuidelijke Nederlanden tussen 1789 en 1793. Nogal veel bladzijden voor zo weinig jaren, hoor ik u zeggen, ware het niet dat in die jaren zo ontzettend veel is gebeurd. Frankrijk kende een dolle politieke rit doorheen snel opeenvolgende wisselende regimes: het Ancien Régime met de Staten-Generaal, de machtsgreep van de Derde Stand, de constitutionele monarchie met de Assemblée Générale, de Jakobijnse machtsgreep en de invoering van de Republiek en de Convention Nationale, de coup van de Montagnards en de invoering van het totalitair regime van Robespierre en het Comité du Salut Public. Het verhaal stopt aan de vooravond van de gruwelijkste periode, die van La Grande Terreur. Dat is voor het volgende deel.

In de huid van een tijdgenoot en gedreven participant

Ook de Zuidelijke Nederlanden (de term België werd toen ook gebruikt), rolden van de ene in de andere politieke situatie. Eerst het progressieve betuttelingsregime van Jozef II, de dubbele oppositie ertegen vanwege enerzijds de klerikaal-reactionairen van Van der Noot en anderzijds vanwege de liberaal-progressieve Vonckisten, de Belgische revolutie van 1790 en de machtsgreep van Van der Noot, de terugkeer van de Oostenrijkers, de inval van de Fransen, de tweede terugkeer van de Oostenrijkers. Een nieuwe inval van de Fransen uitlopend op de definitieve inlijving als Franse departementen is wellicht voor het volgende deel. De evoluties in Frankrijk en de Zuidelijke Nederlanden worden dooreen geweven in afwisselende hoofdstukken. Uiteraard zijn er meer hoofdstukken gewijd aan de evolutie in Frankrijk dan in België.

Om de lezer zo sterk mogelijk binnen het verhaal te trekken, kruipt de auteur in de huid van een tijdgenoot en gedreven participant, de Luikse advocaat François Robert. Doorheen zijn ogen en oren ziet en hoort de lezer hoe het drama zich ontrolt. Robert fungeert zowat als de teletijdmachine van professor Barrabas, via dewelke we vanuit de 21ste eeuw op de straatstenen van het achttiende -eeuwse Parijs belanden. Robert was een bekend lid van de Jakobijnse club en overigens de eerste die publiek het idee lanceerde om de monarchie af te schaffen en van Frankrijk een republiek te maken. Hoewel een medestander van de radicaalste fractie in de revolutie, worden we, naargelang de revolutionaire praktijken brutaler worden, geconfronteerd met de groeiende twijfels en morele dilemma’s bij onze verteller. Mijn vermoeden is dat die in het tweede deel nog groter zullen worden.

‘Woke’ en politieke correctheid in het superkwadraat

Het boek is een historiografische parel, maar is ook meer dan dat. Wie in dit boek kennis maakt met de ideeën en praktijken van de revolutionaire leiders en hun aanhangers, maakt onvermijdelijk de vergelijking met de huidige rage van ‘woke’ en politieke correctheid. Jakobijnen zoals Robespierre, Marat, Saint-Just en Hébert streefden niet alleen naar een verandering van de politieke constitutie. Het hele raderwerk van de samenleving moest volgens hen onderste boven worden gekeerd. ‘Changer la vie’, ‘Un autre monde est possible’, slogans die nog steeds opgeld maken bij Frans links, geven aan dat de ambities van de Jakobijnen totalitair waren in de strikte zin van het woord. Zo moest de taal gezuiverd worden van aristocratische en inegalitaire woorden en uitdrukkingen. Iemand ‘vousvoyeren’ kon u de kop kosten, want dit was een teken van aristocratische ‘politesse’. Met opzichtige en dure kledij door de Parijse wijken wandelen was levensgevaarlijk, want een teken dat men zich beter achtte dan ‘le peuple’.

De gebouwen werden gezuiverd van alles wat nog herinnerde aan de prerevolutionaire geschiedenis. Duizenden standbeelden, kerken en abdijen gingen onder de slopershamer. Op het naleven van de revolutionaire sociale moraal werd toegekeken door de duizenden ogen van de ‘sansculotten’, gewapende straatbendes die een willekeurige revolutionaire justitie uitoefenden. Via korte schijnprocessen werden velen naar ‘la guillotine’ gestuurd. Veel burgers werden echter ook standrechtelijk vermoord op straat. En dan moet het ergste (‘la Grande Terreur’) nog komen. Dit alles is ‘woke’ en politieke correctheid in het superkwadraat. Het geeft wel aan waar we kunnen eindigen als we aan de beeldenstormers en taalzuiveraars van ‘woke’ en politieke correctheid geen paal en perk stellen.

Een eerste vingeroefening te zijn voor latere egalitaristische terreurregimes

In onze gestandaardiseerde geschiedenis-leerboeken wordt de Franse Revolutie bestempeld als een liberale revolutie, gebaseerd op mensenrechten en democratie. Vanaf 1792 is dit zeker niet meer het geval. De Jakobijnse dictatuur lijkt wel een eerste vingeroefening te zijn voor latere egalitaristische terreurregimes zoals die van Stalin, Mao en Pol Pot. Lenin liet zich trouwens sterk inspireren door de Jakobijnen bij de uitbouw van zijn bolsjewistische beweging. De antiliberale ideologische oorsprong van de revolutionaire terreurregimes moet ongetwijfeld gezocht worden bij de leer van de volkssoevereiniteit van Jean-Jacques Rousseau. De algemene wil kan niet dwalen en ‘le peuple’ heeft altijd gelijk. Wie zich dus als woordvoerder van de algemene wil en ‘le peuple’ kan doorzetten, is bijgevolg niet meer gebonden aan enige politieke, morele en juridische beperking.

De wil van het volk is het absolute goed en daarvoor moet alles wijken. Ondermeer via de werken van Annelien Dedijn en Marc Elchardus wordt de jakobijnse leer van de volkssoevereiniteit van onder het stof gehaald als remedie voor –‘whatever it means’- het ‘neoliberalisme’. De lectuur van dit boek leert ons dat de leer van de volkssoevereiniteit een ‘highway to hell’ kan zijn. De algemene wil en de ‘guillotine’ vormen een hecht koppel. Die ‘guillotine’ staat dan ook met recht en reden op de ‘cover’ van dit meesterwerk.

Boudewijn Bouckaert

Boudewijn Bouckaert (1947) is emeritus hoogleraar rechten en ‘law and economics’ aan de Ugent. Hij was Vlaams Parlementslid voor LDD en voorzitter van de klassiek-liberale club Nova Civitas en van het Overlegcentrum voor Vlaamse Verenigingen. Vandaag is hij voorzitter van de klassiek-liberale denktank Libera!

Bron: Doorbraak.be

Gemeengoed – Delen Brengt Welvaart

Gemeengoed – Delen Brengt Welvaart

Silke Helfrich e.a. Bureau de Helling & Oikos

—————————————————————-

Het is de grote onbekende. We leven er allemaal van en het is de fundering van onze maatschappij: gemeengoed. Lucht, water, kennis, software, de sociale sfeer en zo veel andere dingen die ons dagelijks leven mogelijk maken en de economie doen draaien. Veel gemeengoed loopt echter gevaar en wordt de collectiviteit ontnomen, gecommercialiseerd en op onomkeerbare wijze verwoest. Het zou moeten worden gekoesterd en ontwikkeld. We moeten ons opnieuw bewust worden van de waarde ervan. Zonder is er geen welzijn noch welvaart mogelijk.

Gemeengoed heeft mensen nodig die bereid zijn het te verdedigen en zich verantwoordelijk voelen. Vele problemen van onze huidige maatschappij kunnen worden opgelost als we onze energie en creativiteit toespitsen op wat onze rijkdom maakt, op wat functioneert en wat mannen en vrouwen helpt hun potentieel te ontwikkelen.

Naar aanleiding van het congres De commons: hoe beheren wat van iedereen is? op 9 maart 2012, vertaalde Oikos i.s.m. Bureau de Helling (NL) een publicatie van de Heinrich Böll Stiftung, waarin het concept van de commons (oftewel ‘gemeengoed’) wordt uitgelegd en concrete voorbeelden worden beschreven. De commons bieden het meest veelbelovende perspectief om uit de huidige crises te geraken. Het gaat over samenwerkingsverbanden tussen mensen, los van markt en staat. De commons hebben een rijke traditie en zijn tegelijk een bron van radicale innovatie: van open source software, verschillende vormen van delen en gezamenlijk consumeren, water beheerd door de gemeenschap tot transition towns. De ontwikkeling van nieuwe vormen van samenwerking, productie en bezit vormt de basis voor een toekomstgerichte, groene economie.

Bron: OIKOS

Snelle Samenleving, Trage Democratie

Snelle Samenleving, Trage Democratie

Hartmut Rosa.

Oikos, Goethe-Institut Brüssel. 2014.

————————————————-

Wel of niet “mee kunnen”. Het jachtige tempo aankunnen of niet meer kunnen volgen. Het gevoel hebben dat de tijd en het leven zelf tussen onze vingers wegglipt. Stress, werkdruk, familiale druk, prestatiedruk, sociale druk. We leven in een doorholsamenleving, waarin ieder mens de anderen als concurrenten ervaart. Dat is de wereld die Hartmut Rosa ontrafelt.

De voorbije decennia werden talrijke manieren bedacht om dingen sneller te laten verlopen, om tijd te winnen, om tijd te besparen, maar vreemd genoeg levert ons dat niet meer gemoedsrust op – integendeel. Hoe paradoxaal ook: hoe meer tijd we besparen en hoe minder tijd we nodig hebben om de dingen te doen die we moeten doen, hoe minder tijd we (over) hebben, hoe minder tijd we “voor onszelf” opzij kunnen zetten, en hoe groter de tijdsdruk wordt. Om een heldere kijk te krijgen op dit versnellingsproces, hebben we een verhelderende theorie en een overtuigend concept van sociale versnelling nodig. En dat is precies wat Hartmut Rosa heeftŒ ontwikkeld in zijn rijk oeuvre, waarmee deze publicatie een eerste kennismaking wil vormen.

Rosa beschrijftŒ hoe de modernisering getekend wordt door de collectieve en individuele beleving van een historisch versnellingsproces: het gaat om de dynamisering van de geschiedenis, van de samenleving, van de cultuur, van het leven en van de tijd zelf. De versnelling die we allen op verschillende manieren ervaren, ondergaan en aanvoelen wordt fundamenteel bepaald door de economie, door de groeilogica van de moderne samenleving, en doet zich voor op drie vlakken: in snelle technische en technologische ontwikkelingen, in sociale veranderingsprocessen en in het algemene levenstempo.

Rosa’s “sociologie van de tijd” is bijzonder relevant voor talrijke aspecten van ons bestaan en onze samenleving. Een goed inzicht in de mechanismen van versnelling en vervreemding lijkt een essentiële voorwaarde voor een humane aanpak van de sociale en ecologische uitdagingen waarop we dringend een antwoord moeten formuleren.

Oikos vertaalde i.s.m. het Goethe-Instituut twee sleutelteksten van Hartmut Rosa, nl. de eerste vier hoofdstukken van zijn boek Beschleunigung und Entfremdung (2013), en de inleiding van zijn boek Weltbeziehungen im Zeitalter der Beschleunigung (2012), het resultaat is deze publicatie, Snelle samenleving, trage democratie.

Bron: OIKOS

Energietransitie Naar Energiedemocratie

Energietransitie Naar Energiedemocratie

Dirk Vansintjan

REScoop.eu i.s.m. Oikos. 2015

——————————————-

Wat als we de energiemarkt radicaal vernieuwen?

De energietransitie naar een decentraal, hernieuwbaar, efficiënt en duurzaam systeem is onvermijdelijk. Meer zelfs: dit proces is volop bezig. Die transitie juichen we toe. Ze biedt immers een unieke kans voor alle burgers. Want uiteindelijk zijn het vooral die burgers die betalen voor de transitie.
Als consumenten via hun elektriciteitsrekening.
Als belastingbetalers omdat overheden belastingen gebruiken om bedrijven te ondersteunen die investeren in hernieuwbare energie.
En als spaarders, want banken geven leningen aan projectontwikkelaars.
Dat geeft burgers het ethische recht om het eigenaarschap van hernieuwbare energie op te eisen.
Dus hebben wij met zijn allen nu de keuze. Ofwel ondergaan we die energietransitie passief. Ofwel verenigen we ons en nemen we de transitie actief in eigen handen.

Overheden op alle niveaus kunnen deze duurzame keuze ondersteunen. Dat gebeurt vandaag nog te weinig. Wel blijkt dat REScoops, hernieuwbare-energiecoöperaties, daarbij hun ideale partners zijn. En vooral: REScoops zijn de ideale formule waardoor burgers greep krijgen op de energietransitie. Zodat het nieuwe energiesysteem democratisch is. Of met andere woorden: coöperatief.

Deze publicatie is geschreven door Dirk Vansintjan, lid van de Raad van Bestuur van de Vlaamse REScoop Ecopower en momenteel voorzitter van REScoop.eu.

Deze publicatie is oorspronkelijk verschenen als The Energy Transition to Energy Democracy, een uitgave van REScoop.eu als eindbrochure van het REScoop 20-20-20 project, gerealiseerd met de steun van het Intelligent Energy Europe programma van de Europese Unie. Deze Nederlandstalige uitgave is een geactualiseerde vertaling en kwam tot stand in samenwerking met Denktank Oikos, met een inleidende beschouwing van professor Tine De Moor.

Bron: OIKOS