by admin | jan 3, 2024 | Economie
Wie de jongste weken het regionaal nieuws volgt, kan er niet omheen: overal worden in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2024 strategische posities ingenomen. Het betere ellebogen- en bochtenwerk is bezig om de beste positie bij de lijstvorming in te nemen. Fusies worden beslist, lijsttrekkers worden aangewezen, meer dan ooit verlaten oude partijkrokodillen hun vertrouwde nationale partij om een lokale lijst op te starten, al dan niet hun eerder aanbeden partijprogramma ritueel verbrandend.
Waar je nog niets over leest, zijn de verkiezingsprogramma’s. De lijsten lijken in deze fase belangrijker dan de inhoud. Hoe tegennatuurlijke kartels dat later gaan klaarspelen, Joost mag het weten. Voor zij die de pen vasthouden bij het schrijven van een programma, brengt het Grondwettelijk Hof goed nieuws: het gemeentelijke beleid krijgt aan de inkomstenzijde meer armslag.
Het hof moest zich uitspreken over de belastingreglementen van Stavelot en Malmedy. Op hun grondgebied ligt het autocircuit van Francorchamps, waar jaarlijks het formule 1-circus neerstrijkt. Dat evenement trekt veel volk aan, dat er ook veel geld achterlaat. De twee gemeenten voerden daarom een belasting op vertoningen en vermakelijkheden op hun grondgebied in. De belasting werd berekend als een percentage van de bruto-inkomsten van het evenement, inkomsten uit tickets, eten, drinken, parking en camping.
In de grondwet staat dat gemeenten een autonome fiscale bevoegdheid hebben, tenzij de wetgever noodzakelijke beperkingen invoert. Zo verbiedt het Wetboek van Inkomstenbelastingen dat gemeenten belastingen heffen op de grondslag of op het bedrag van de personen- en vennootschapsbelasting. Zo wil men vermijden dat gemeenten het federale beleid voor die belastingen een spaak in het wiel zouden steken.
Het Hof van Cassatie was daarom eerder van mening dat een belasting op bruto-inkomsten verboden is, omdat die een essentieel deel van de grondslag van de federale inkomstenbelasting vormen. Niets van, zegt het Grondwettelijk Hof. Beperkingen die de wetgever invoert op de grondwettelijk gewaarborgde fiscale autonomie moeten restrictief worden geïnterpreteerd. En er staat nergens expliciet dat gemeenten de bruto-inkomsten niet zouden mogen belasten. Stavelot en Malmedy krijgen dus groen licht van het Grondwettelijk Hof.
Het is dus een aantrekkelijke optie om dat op te nemen in de partijprogramma’s in steden en gemeenten met grote evenementen op hun grondgebied, waar vooral mensen van buiten de eigen gemeente naartoe komen: Boom met De Schorre, Hasselt met Kiewit, Antwerpen met het Sportpaleis, de Lotto-Arena en de Bosuil…
Zo’n belasting spaart de lokale inwoners en zorgt ervoor dat de vele extra gemeentelijke kosten die de evenementen meebrengen, worden betaald door de verbruikers die ze veroorzaken.
De opbrengst wordt het beste gebruikt om de aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting ten laste van de lokale werkende en ondernemende inwoners te verminderen. Als Boom de Tomorrowland-omzet zou belasten, kan de aanvullende inkomstenbelasting voor de Bomenaars met meer dan de helft dalen. De recente verlaging van de aanvullende gemeentebelasting in Antwerpen kost per procentpunt blijkbaar ongeveer 8 miljoen euro. Het belasten van de Champions- en Jupiler League-inkomsten van de Great Old, samen met de omzet van de tientallen uitverkochte Sportpaleis-concerten kunnen ervoor zorgen dat de mooie belastingverlaging van 2 procentpunten waar de Antwerpenaren nu van kunnen genieten, nog aanzienlijk kan stijgen.
Een verkiezingsprogramma schrijven, het is keuzes maken.
Bron: Trends
by admin | jan 3, 2024 | Economie
Databanken met massa’s persoonsgegevens worden in het persoonsgegevensbeschermingsrecht altijd met argusogen bekeken. Er zijn verschillende risico’s, zoals gegevenslekken of oneigenlijk gebruik. De centrale gedachte is dat je persoonsgegevens maar verwerkt als dat echt nodig is voor het specifieke doel dat je daarmee wil bereiken. In het juridisch jargon heet dat het proportionaliteitsprincipe en het doelbindingsprincipe. Gegevens van mensen alvast opslaan ‘omdat dat wel eens interessant zou kunnen zijn’, is dus iets waar we kritisch tegenover staan in de Europese rechtsorde.
In 2011 werd in België het Centraal Aanspreekpunt (CAP) opgericht. Dat is een databank waarin aanvankelijk vooral rekeningnummers werden opgeslagen van klanten bij Belgische financiële instellingen. Hoewel een bankonderzoek op dat moment al mogelijk was rond bijvoorbeeld btw en successierechten, vond men het nodig een databank op te richten met rekeningnummers om het bankonderzoek in inkomstenbelastingen te faciliteren. De Privacycommissie was zeer kritisch. Waarom die massa gegevens voor alle rekeninghouders centraliseren als er slechts voor een deel van hen aanwijzingen van fraude zijn? Is dat wel proportioneel? Er werd ook gewaarschuwd voor oneigenlijk gebruik door derden.
Vandaag stellen we vast dat naast de administratie van de inkomstenbelastingen tal van andere instanties toegang hebben tot het CAP, zoals diensten van de federale overheidsdienst Justitie, gerechtsdeurwaarders, notarissen en de Vlaamse Belastingdienst. Of dat proportioneel is, moet voor elke doelstelling apart worden bekeken.
Sinds 31 januari 2022 moeten ook de saldi van bankrekeningen periodiek worden gemeld aan het CAP. Dat zou de strijd tegen de fiscale fraude efficiënter maken. Ook daar was de Gegevensbeschermingsautoriteit kritisch voor. Die meende dat de noodzaak daarvan voor de strijd tegen de fraude niet was aangetoond. Waarom kiezen voor een risicovolle centralisering van banksaldi, als de fiscus die ook kan opvragen bij de financiële instellingen?
Toen het Grondwettelijk Hof daarover moest beslissen, viel op dat het in zijn beoordeling van de proportionaliteit van die uitbreiding ook de doelstellingen van andere instanties die toegang hebben tot het CAP mee in overweging nam. Het feit bijvoorbeeld dat er geen minimumbedrag wordt opgelegd en dus alle saldi – hoe klein ook – worden opgeslagen, is volgens het Grondwettelijk Hof niet problematisch. Het verwijst daarvoor naar het voorbeeld van een gerechtelijk onderzoek naar witwaspraktijken waar meerdere rekeningen met kleinere saldi relevant kunnen zijn.
De vraag of dat ook nodig is voor de fiscus wordt buiten beschouwing gelaten. Door zo alle finaliteiten mee in rekening te nemen bij de beoordeling van de uitbreiding van de databank, wordt het hele doelbindingsprincipe uit het persoonsgegevensbeschermingsrecht uitgehold. In zijn proportionaliteitsbeoordeling neemt het Hof de efficiëntieargumenten van de overheid zonder probleem mee.
Eén dag na het arrest van het Grondwettelijk Hof kreeg de Vlaamse belastingadministratie toegang tot het CAP voor de registratierechten en de erfbelasting, “omdat controles daardoor efficiënter kunnen verlopen”. Terwijl bankonderzoeken in successierechten al lang mogelijk zijn. Ambtenaren bevoegd voor successierechten weten welke banken ze daarbij moeten betrekken, omdat banken en verzekeringsmaatschappijen heel wat informatie spontaan aan de overheid moeten verstrekken bij een overlijden. Maar nu het CAP ook banksaldi heeft, vindt de Vlaamse Belastingdienst het efficiënt op voorhand in de databank van de bankrekeningen te snuffelen. De vraag of die toegang echt nodig is, wordt niet langer gesteld. Efficiëntie lijkt het dus andermaal te halen op privacy.
Bron: Trends
by admin | jan 3, 2024 | Economie
De directie van de winkelketens Match en Smatch heeft geen overnemer gevonden voor 19 van de 27 winkels die niet door Colruyt Group worden overgenomen. Zeker 337 werknemers – in de winkels en centrale diensten – verliezen hun baan. Er lopen nog gesprekken over een overname van de logistieke activiteiten.
Eind september werd aangekondigd dat Colruyt Group 57 Match- en Smatch-winkels overneemt van uitbater Louis Delhaize. Die winkels (28 van Match en 29 van Smatch) waren in 2022 goed voor ongeveer 300 miljoen euro omzet. Ze telden 1.069 werknemers.
Na de aankondiging kondigde de directie de intentie tot collectief ontslag aan voor maximaal 690 werknemers, in de 27 resterende Match- en Smatch-winkels en in ondersteunende diensten. Dat was meteen de grootste dergelijke aankondiging in meer dan drie jaar.
Gisteren bleek dat er voor nog eens 150 werknemers een oplossing is gevonden. Zij werken in 7 winkels die alsnog worden overgenomen (Binche, Fleurus, Kessel-Lo, Leuze, Sint-Lambrechts-Woluwe, Thulin en Zele) door onder meer Carrefour en Delhaize. De werknemers “kunnen hun job behouden aan dezelfde loonvoorwaarden”, zo staat in een persbericht.
In een achtste winkel (Beaumont) wordt nog onderhandeld met een potentiële overnemer.
19 winkels moeten de deuren sluiten
Voor zeker 337 werknemers is er minder goed nieuws. 163 van hen werken in de 19 winkels waarvoor geen overnemer werd gevonden. Die winkels sluiten de deuren tussen midden januari en eind maart. “De 163 medewerkers die in deze winkels werken, zullen kunnen genieten van het sociaal plan dat op 1 december werd onderhandeld”, aldus het persbericht.
Het gaat om winkels in Assenede, Cuesmes, Deerlijk, Eksaarde, Geldenaken, Haaltert, Jemappes, Kalken, Kluisbergen, Knesselaere, Maldegem, Mechelen, Moerbeke, Moeskroen, Stembert, Tienen, Waasmunster, Zeveneken en Zulte.
Er lopen daarnaast nog gesprekken over een mogelijke overname van de logistieke activiteiten, maar er is alvast “geen koper die belangstelling heeft getoond voor het overnemen van de activiteiten van de andere centrale diensten”, luidt het nog.
“De 174 medewerkers die in deze afdelingen werken, werden op de hoogte gebracht van de wettelijke opzegtermijn, sluitingsvergoedingen en overeenkomsten voor vervroegde uittreding waar ze recht op hebben. Intussen werden er al ondersteunende maatregelen en herplaatsingsmogelijkheden
Bron: vrt.nws
by admin | jan 3, 2024 | Antipestteam
‘Hoe laf is het om net hen die je kan lokken met een hulpoproep aan te vallen?’, schrijft orthopedisch chirurg Thierry De Baets na het geweld tegen de hulpdiensten in de nacht van oud naar nieuw. ‘Wat kunnen we als samenleving doen om dit fenomeen tegen te gaan?’
Het is meer dan 20 jaar geleden en toch herinner ik het me levendig. Een jonge dame onder invloed van alcohol wilde me slaan omdat ik haar wilde helpen. De slag kon ik grotendeels ontwijken. Een andere keer had ik meer geluk, toen was de politie erbij. De patiënt, onder invloed van drugs, was veel sterker, veel agressiever ook. Het scheelde niet veel of ik kreeg zijn voet vol in mijn gezicht. Beide incidenten gebeurden op de dienst spoedgevallen. Gelukkig was ik daar nooit alleen, en had ik het geluk dat er verplegers of ambulanciers aanwezig waren die sterker en gespierder waren dan ik. Ook politiediensten moesten soms te hulp komen.
Vandaag kom ik veel minder bij de spoedgevallen. Maar de agressie tegen mijn collega’s, tegen de verpleging en andere hulpverleners is in die 20 jaar alleen maar toegenomen. Een publicatie van het Vias van 2022 is verontrustend. Drie op de vier ondervraagde hulpverleners werd het jaar ervoor uitgescholden, bij 15% gebeurde dat wekelijks. De helft van hen was in de 12 maanden ervoor het slachtoffer geweest van fysieke agressie. In 60% van de gevallen gebeurde dat door de patiënt zelf (bijna altijd onder invloed van alcohol, een andere drug of van medicatie).
Ongeveer een kwart van de ondervraagden heeft er al aan gedacht om als gevolg van agressie van job te veranderen.
Waarom blijft het toch mogelijk dat elke week opnieuw bepaalde mensen hulpverleners aanvallen? Met oudejaar was er (en dat is helaas ’traditie’ geworden) een piek in het aantal gevallen van agressie tegen ambulanciers en brandweermannen, tegen verpleging en urgentieartsen. Nochtans zijn dit allemaal hulpverleners die zelfs de daders zouden helpen als het moet, als het mogelijk was. Het geweld is ook van een andere orde dan deze op de spoedgevallen. De aanvallen zijn minder impulsief. Ze lijken georganiseerd en gepland, en daarom ook gevaarlijker.
Wat is toch de drijfveer om hulpdiensten te bestoken met flessen, met stenen, met zwaar en verboden vuurwerk? Hoe laf is het om net hen die je kan lokken met een hulpoproep aan te vallen? Hulpverleners helpen alleen maar. Ze beoordelen niet, ze veroordelen niet, ze straffen niet.
Deze fysieke aanvallen op straat zijn veel erger en laffer nog dan de agressie op de spoedgevallen. Ze zijn beangstigender voor de hulpverleners omdat de hulpdiensten niet weten hoe talrijk de agressors zijn, van waar ze tevoorschijn zullen komen en hoe gewelddadig ze zijn. De hulpdiensten raken niet op hun bestemming. Ze zullen het vuur niet kunnen blussen, de patiënt (en dat kan jouw vader of moeder zijn, jouw zoon of dochter) niet kunnen redden. Die aanvallen worden niet uitgevoerd door patiënten (al dan niet onder invloed) of door hun familie die onder stress staat. De agressievelingen hebben a priori niets met de hulpverleners te maken. Ze zijn er toevallig bij, ze lokken de hulpdiensten met valse noodoproepen of met brandstichting.
Weet u wie die hulpverleners zijn?
Het zijn mensen die van helpen hun beroep maken of het doen als vrijwilliger. Dankzij al die mensen zijn onze hulpdiensten 24/7 beschikbaar, onafhankelijk van het weer, van hun humeur of van hun eigen problemen thuis. Ze stellen zich geen vragen over wie het slachtoffer is, welke afkomst die heeft, welk geslacht. Ze hebben geen vragen over geloof of politiek, geen interesse in status. Elke mens wordt als mens benaderd, iedereen wordt geholpen.
Is een aanval tegen deze helpers niet ook een aanval tegen de samenleving als geheel? Dit is een fenomeen dat we niet kunnen tolereren.
Is er een wetenschappelijke sociologische uitleg voor dit fenomeen? Waar falen we als samenleving als individuen de wereld waarin ze leven, willen ontwrichten? Waar faalt hun opvoeding? En vooral, is er een oplossing? Bestaan er voorbeelden hoe dit fenomeen ergens in de wereld succesvol werd aangepakt, opgelost of voorkomen?
We kunnen allen samen verwachten dat de overheid, politie of justitie dit probleem aanpakken. Maar is er niets meer? Kunnen wij als vredelievende maatschappij, als mensen die veiligheid en zekerheid willen, zonder in de val van ‘de spiraal van het geweld’ te trappen, deze vorm van lafheid een halt toeroepen?
In afwachting van het antwoord op die vragen, kunnen we alvast alle hulpverleners bedanken. Brandweermannen- en vrouwen, ambulanciers, urgentieartsen en verplegers, en politiediensten; allemaal gaan ze aan het werk om mensen ter plekke te helpen. En bedankt ten slotte ook de stadsdiensten, die elke keer opnieuw het puin van een wilde nacht opruimen.
Thierry De Baets is orthopedisch chirurg, traumatoloog in het AZ Turnhout.
Bron: Knack
by admin | jan 3, 2024 | Boeken
Mensen op leeftijd zitten het liefst in hun zetel voor tv met een dekentje over hun benen. Een uitgesproken mening hebben ze al lang niet meer. Mooi niet. Knack-journaliste Ann Peuteman sprak voor haar boek ‘Rebels’ met tientallen 75-plussers over ouder worden. Het resultaat zijn verrassende rebelse verhalen en een dito documentaire.
Levenswerk
Ann Peuteman (49) is journaliste bij het weekblad Knack. De voorbije jaren heeft ze zich ook verdiept in het thema ouderen. Ze schreef er tientallen artikels en drie boeken over. ‘Grijsgedraaid’ gaat over de rechten van ouderen , ‘Verplant’ over de woonzorgcentra en nu is er dus ook ‘Rebels’.
Haar interesse en engagement overstijgen ondertussen de journalistiek, zegt ze zelf. Ze heeft de voorbije jaren tientallen 75-plussers gesproken, bezoekt hen nog regelmatig en houdt de vinger aan de pols door veel op het terrein te zijn. Ze geeft ook lezingen en workshops, onder meer aan sociale professionals.
“Het is een beetje mijn levenswerk aan het worden”, zegt ze. “Al mijn vrije tijd gaat er naar toe.” Het is de verontwaardiging die haar drijft. De drang om er ook concreet iets aan te doen. “Er heeft altijd wel een activist in mij gescholen. Ik was vroeger vrijwilliger bij een Wereldwinkel en liep mee tijdens betogingen. Ik heb even getwijfeld of ik sociaal werk zou studeren of toch Germaanse filologie wat het finaal is geworden.”
Ageism
Tijdens nagesprekken met bekende politici en opiniemakers op leeftijd was het haar al opgevallen. Er is iets mis met de manier waarop we met ouderen omgaan.
Eénmaal een bepaalde leeftijd worden ouderen meer dan nodig betutteld. In voorzieningen en ziekenhuizen wordt iedereen met de voornaam aangesproken of ze dat nu willen of niet. Weinigen worden nog aangesproken op hun expertise of mening. Veel wordt beslist in hun plaats. Haast onzichtbaar worden alle ouderen – ongeacht verleden, identiteit of karakter – op dezelfde manier behandeld en als een anoniem en homogeen blok aanzien.
“Dat is persoonlijk ook mijn eigen angst”, zegt Peuteman. “Dat er weinig ruimte zal zijn om te blijven wie je bent. Datgene te blijven doen wat het leven echt de moeite maakt. Of dat ik niet meer kan bijdragen aan de samenleving. Ik schrijf columns en opiniestukken en ik hoop dat ik mijn mening ook als ik oud ben zal kunnen blijven delen.”
Je hebt niet lang moeten twijfelen toen het cultuurhuis Victoria Deluxe je contacteerde om samen met regisseur Brecht Vanhoenacker een documentaire te maken over 75-plussers die in het verzet gaan. Hoe heb je de rebellen leren kennen?
“Via een oproep ben ik op zoek gegaan naar 75-plussers die het op de een of andere manier moeilijk hebben met de manier waarop er met hen wordt omgegaan en hoe ze worden voorgesteld. Binnen een paar dagen kreeg ik honderden reacties.”
“Ik heb iedereen dezelfde vraag gesteld: wat is voor jou het moeilijkst bij het ouder worden om te kunnen blijven wie je bent. Na een eerste selectie heb ik een veertigtal mensen uitgebreid geïnterviewd. Voor de documentaire heb ik er daarvan een tiental geselecteerd, rekening houdend met gender, diversiteit, thuiswonend of in een voorziening, korter en langer geschoold… Het was voor mij ook snel duidelijk dat er, naast de documentaire, ook een boek moest komen om alle verhalen te kunnen vatten.”
Je hebt in je boek drie rechten geformuleerd die volgens de 75-plussers het meest worden geschonden.
“Op één staat het recht op een eigen mening of het gebrek eraan. Nummer twee is het recht op werk/vrijwilligerswerk. Op drie staat het recht je eigen financiën te regelen. Daarna, maar niet in het boek opgenomen, kwamen het recht om zelf te bepalen wat je eet en drinkt en tenslotte het recht op mobiliteit: je kunnen verplaatsen hoe en wanneer je wil.”
Verrassend voor jou die volgorde?
“Toch wel. Je mening kunnen geven, loopt eigenlijk door alle thema’s door. Dat is het begin van alles. Opvallend voor mij was dat de wil om blijvend een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving zo hoog scoorde. Dat gaat van lezingen geven, instaan voor de middagopvang op school of de administratie doen voor een vereniging tot een rol opnemen in het woonzorgcentrum waar je woont.”
“Opvallend is dat veel vrijwilligers botsen op een leeftijdsgrens. Ik heb het tientallen keren getest: als je online je wil aanmelden en je moet je leeftijd aangeven, kan je in veel gevallen maar scrollen tot geboortejaar 1952. Dat is toch ongelooflijk! Verenigingen beweren vaak dat mensen vanaf een bepaalde leeftijd niet meer verzekerbaar zijn, wat vaak een drogreden is.”
“Verenigingen en andere werkgevers willen zich een jong en dynamisch imago aanmeten en dan passen die 75-plussers daar niet meer in. Een vrouw die net tachtig was geworden vertelde me dat ze plots was uitgenodigd op haar ‘afscheidsfeest’ bij de organisatie. De verhalen van hoe ouderen, al dan niet subtiel, worden geweerd uit het actieve leven zijn talloos. Terwijl iedereen smeekt om vrijwilligers. We laten daar als samenleving veel kansen liggen.”
Je bent zelf geraakt door het verhaal van een man in een woonzorgcentrum.
“De man was terminaal ziek en bedlegerig toen hij naar dat woonzorgcentrum verhuisde. Meteen had hij een slechte reputatie, want hij gedroeg zich onbeleefd en soms zelf agressief tegenover het personeel. Tot een jonge zorgkundige hem vroeg: ‘Waarom doe je eigenlijk zo?’ Zegt de man: ‘Ik voel me zo nutteloos’.”
“Van alle antwoorden had ze dat niet verwacht. Ze vraagt door en de man begint vol vuur te vertellen dat hij zijn hele leven lang leraar is geweest. Toen zijn ze op het idee gekomen om via een schooltje wat verderop iedere donderdag om de twee weken een paar kinderen te laten komen. Ze zitten dan in kleermakerszit rond zijn bed terwijl ze een boekje voorlezen. Hij verbetert ze dan en helpt hen met hun uitspraak. Geweldig, toch!”
“Dat is wat ‘Rebels’ mij het meest heeft geleerd: we stellen te weinig of de verkeerde vragen aan ouderen. We focussen heel hard, en vaak terecht, op het comfort: heb je geen pijn? Is het warm genoeg? Heb je dorst? Maar de volgende vragen vergeten we: is er iets wat je nog met je leven wil doen? Wat wil je zelf? Daarvoor is een cultuuromslag nodig. Niet alleen in de woonzorgcentra, maar in de hele samenleving.”
Zelf je financiën kunnen regelen staat op drie in je top vijf van belangrijke rechten. Dat is hoger dan ik zou denken.
“Mochten we vandaag de bevraging opnieuw doen, zou dit wellicht nog hoger scoren. Banken sluiten veel kantoren, je kan enkel nog op afspraak komen, alles moet online gebeuren… Veel mensen zijn hierover echt boos.”
“Een overschrijving op papier kost tot twee euro extra! Niet alleen over de banken – bijna alles moet tegenwoordig online geregeld worden – maar de banken steken er toch bovenuit. Als je dan al op een kantoor geraakt, word je bijna automatisch doorverwezen naar een toestel dat er staat waar je dan toch weer alles zelf moet doen. En nu worden veel van die toestellen ook nog eens weggehaald.”
De digitale kloof is een groot issue.
“De groep van 75-plussers is heel divers, zowel qua scholing als beroepservaring. Wie op het werk met een computer heeft leren werken, is vaak nog mee. Maar vooral de oudste groep heeft er weinig ervaring mee. En het is niet omdat je een duim zet onder een foto van je kleindochter op Facebook dat je ook je eigen administratie online kan regelen.”
“Veel mensen hebben ook schrik om online opgelicht te worden, of ergens een nulletje te veel intikken. Dat zoveel mensen zich haast gedwongen voelen om hun bankzaken uit handen te geven, heeft niet alleen gevolgen voor hun waardigheid maar ook voor hun privacy. Wie je bankrekeningen kan inkijken, weet heel veel over je.”
“Een zorgbehoevende vrouw liet haar kleinzoon haar bankzaken en boodschappen regelen – dat was goed geregeld. Maar toch wou ze ook nog altijd zelf cash afhalen. Dat was het enige waarvoor ze nog naar buiten kwam. Wat bleek? Dat ze met dat geld incontinentieluiers kocht. Ze wou niet dat haar kleinzoon dat wist. Heel erg begrijpelijk.”
Zie jij oplossingen?
“Sinds vorig jaar zijn Belgische banken verplicht om cliënten die niet digitaal willen of kunnen bankieren voor zestig euro per jaar een basispakket aan te bieden. Dat is dan onder meer goed voor een vast aantal analoge verrichtingen aan het loket, zoals het afgeven van papieren overschrijvingen. Jammer genoeg weten de meeste mensen dat niet en geven banken er weinig ruchtbaarheid aan.”
“Een andere suggestie is om bankdagen te organiseren. Dat de bank dan zelf naar je toekomt, in een dienstencentrum bijvoorbeeld of een woonzorgcentrum in de buurt. Dat er dan collectief vervoer wordt geregeld en dat ouderen de tijd krijgen om alles te regelen met een medewerker van de bank die ter plaatse komt. ”
Een ander probleem dat je aanraakt is het gevaar op financieel misbruik, vaak door bekenden.
“Ja, dat blijft soms wat onderbelicht. Het gaat van mensen die aan de deur worden opgelicht door een vriendelijke man die snel een probleem komt oplossen, tegen een veel te hoog bedrag. Tot een kleinzoon met geldzorgen die niet alleen de boodschappen doet, maar af en toe ook eens iets uit de portemonnee graait of zijn eigen facturen online betaalt op kosten van de oudere.”
“Slachtoffers kunnen op zich terecht bij 1712, de hulplijn voor geweld, misbruik en kindermishandeling, maar de meeste mensen weten dat helemaal niet. In veel gevallen willen ze ook niet naar de politie stappen omdat de dader vaak iemand is die ze graag zien. Wil een slachtoffer geen aangifte doen, dan is de kous daarmee af. Terwijl er best alternatieven denkbaar zijn.”
“Zo kun je met wat sociale controle al veel oplossen. Dat merkte een vrouw die geen klacht wou indienen tegen haar zoon hoewel hij elke maand weer grote bedragen van haar bankrekening haalde. Tot een seniorenagente van de plaatselijke politie op het idee kwam om geregeld bij die dame op de koffie te gaan. Toen de zoon dat merkte, stopte het financieel misbruik meteen.”
“Vaak zijn het zorgverleners die merken dat er sprake is van dat soort misbruik, maar ook zij weten vaak niet goed wat ze ermee moeten doen. Zij kunnen wel aankloppen bij het Vlaams Ondersteuningscentrum Ouderenmisbehandeling, maar ik merk schroom om misbruik te melden. Zorgverleners aarzelen: ‘Wat als mijn aantijging onterecht blijkt te zijn’, ‘Hoe moet ik dan verder met de familie?’ Dat zijn vragen waarmee ze worstelen. Op dat vlak zouden alle zorgverleners beter gewapend moeten worden.”
De woonzorgcentra waar je komt om met bewoners te praten, krijgen het vaak hard te verduren. Zie jij daar positieve evoluties?
“We hebben er helaas een crisis als corona voor nodig gehad, maar ik zie wel wat ten goede bewegen. Er is bij de voorzieningen een groep van koplopers, waar ik mezelf als ik ouder word toch zie wonen. Er is ook een grote middenmoot die traag maar gestaag in beweging geraakt en tenslotte zijn er nog altijd een paar slechtste leerlingen waarvan je niet mag dromen dat je daar ooit terechtkomt.”
“Op zich heeft die indeling niet zozeer met kleinschaligheid te maken. Het is niet omdat iets kleinschalig is, dat het goed is. Dat hangt ook sterk af van wat je zelf wil. Ik ken iemand die in een leefgroep zat met vijf andere bewoners waarvan het totaal niet klikte met een iemand. Ze vond dat klein aantal ook te verstikkend. Nu woont ze op een afdeling met meer dan dertig mensen en dat is prima voor haar. Veel afwisseling, minder druk om altijd weer alles met de groep te moeten doen.”
“Wat de koplopers goed maakt, is de manier van inspraak en zelfs medebestuur. Het gaat dan veel verder dan zelf te beslissen wanneer welke soep geserveerd wordt. Het gaat ook over de mogelijkheid om zelf het budget van de inrichting van de leefgroep te besteden of zelf een zeg te hebben in het personeelsbeleid en de aanwervingen.”
“Echte participatie is toch vaak de sleutel voor kwaliteit. In een bepaald woonzorgcentrum kampten ze met een personeelstekort waardoor ze niet alle bewoners voor negen uur ’s morgens konden wassen. Vaak duurde het tot elf uur. De directie heeft dan samengezeten met de bewoners. En wat bleek: niet iedereen wilde zo vroeg gewassen worden. Zo is er een regeling ontstaan dat er een groep ’s morgens werd gewassen en een aantal in de late namiddag, op eigen vraag.”
Slotvraag: hoe zie je jezelf ouder worden?
“Ik weet in elk geval dat ik niet huppelend oud zal worden, want ik heb sinds een paar jaar een vorm van reuma. Dat is nu dankzij medicatie behoorlijk onder controle, maar het zal er met de jaren natuurlijk niet beter op worden.”
“Aangezien het fysiek wellicht niet gemakkelijk wordt, vind ik het ontzettend belangrijk dat mijn mening en mijn inbreng dan nog naar waarde worden geschat. Ik ben wel hoopvol dat we de komende jaren daar samen stappen in vooruit zetten. Je voelt dat er een groot draagvlak voor is.”
“Ik zie mezelf binnen dertig jaar wel wonen in een van die betere woonzorgcentra. Dan ga ik daar opiniestukken schrijven voor het tijdschrift van het centrum. En dan hoop ik dat ze wat ophef veroorzaken. Om zo toch ook daar wat dingen in beweging te krijgen. Mijn eigen mening mogen geven: dat is mijn lang leven!”
Bron: sociaal.net