by admin | jan 3, 2024 | Boeken
Paul Verhaeghe moeten we niet meer voorstellen. Deze gewezen hoogleraar psychologie schrijft nu bestsellers en toert met lezingen door Vlaanderen en Nederland. Naar aanleiding van zijn jongste boek ‘Onbehagen’ sprak hij eerder dit jaar een rede uit op het Brainwashfestival in Amsterdam. Deze tekst is een feestcadeau voor de lezers van Sociaal.Net.
Crisis na crisis
“Met mij gaat het goed, met de wereld gaat het slecht.” Ergens na de millenniumwisseling maakte deze uitdrukking furore. Ik vermoed dat de hedendaagse versie eerder deze van filmmaker Woody Allen is: “God en Nietzsche zijn dood, en zelf voel ik me ook niet zo lekker.”
In de nasleep van de bankencrisis, de pandemie en de voelbare klimaatverandering is het onbehagen sterk toegenomen, en dan moest de gruwel in Oekraïne en het Midden-Oosten nog komen.
Onbehagen is een vaag gevoel – de vraag is of we het kunnen hardmaken. Als dat inderdaad het geval is, dan kunnen we best op zoek gaan naar een verklaring.
Het paradijs staat in brand
Op het eerste gezicht hebben we weinig redenen om te klagen. Een meerderheid van de Nederlanders en Belgen leeft in een paradijs. Onze gezondheidszorg behoort tot de beste ter wereld, de werkloosheid is laag, het aantal hoogopgeleide mensen blijft groeien. Vergelijk de lage landen met andere regio’s en je begrijpt wat ik bedoel.
Toch is de subjectieve indruk anders, we herkennen ons in ‘Angelus Novus’, een aquarel van kunstenaar Paul Klee. Die laat zien hoe een engel met wijd geopende vleugels achteruitvliegt terwijl hij verbijsterd naar het tafereel voor hem kijkt. Een tafereel dat wij niet kunnen zien maar wel aanvoelen: het paradijs staat in brand, de vuurzee veroorzaakt stormwinden die de engel ruggelings wegblazen, de toekomst in.Deze interpretatie kunnen we lezen bij Walter Benjamin, in zijn ‘Über den Begriff der Geschichte‘ uit 1940. Dit is de Engelse vertaling van de passage: “A Klee painting named Angelus Novus shows an angel looking as though he is about to move away from something he is fixedly contemplating. His eyes are staring, his mouth is open, his wings are spread. This is how one pictures the angel of history. His face is turned toward the past. Where we perceive a chain of events, he sees one single catastrophe which keeps piling wreckage upon wreckage and hurls it in front of his feet. The angel would like to stay, awaken the dead, and make whole what has been smashed. But a storm is blowing from Paradise; it has got caught in his wings with such violence that the angel can no longer close them. The storm irresistibly propels him into the future to which his back is turned, while the pile of debris before him grows skyward. This storm is what we call progress.”
De aquarel is een artistieke weergave van onze ‘fear of falling’ en het bijbehorende onbehagen.
Objectieve cijfers
Subjectieve indrukken volstaan niet als argument, daar hebben we objectieve cijfers voor nodig. En die zijn er, dankzij het pionierswerk van de Britse onderzoekers Richard Wilkinson en Kate Pickett.
Begin deze eeuw hebben zij de zogenaamde psychosociale gezondheidsindicatoren naar voren geschoven als maatstaf om de kwaliteit van een samenleving te kwantificeren. Denk aan lichamelijke en mentale gezondheid, het gebruik van drugs, het aantal mensen in de gevangenis, sociale mobiliteit, het aantal geweldsdelicten, het onderwijsniveau.
De voorbije vijftien jaar is er voldoende research gebeurd om duidelijke conclusies te formuleren. In de landen van de Europese Unie gaat het merendeel van deze indicatoren jaar na jaar de verkeerde richting uit, wat op zich al volstaat als verklaring voor de toename van het onbehagen.
Een tweede, zo mogelijk nog belangrijkere conclusie is dat deze evolutie heel nauw samenhangt met een groter wordende sociaaleconomische ongelijkheid. Een dergelijke toename geldt globaal voor alle landen van de Europese Unie.
België en Nederland
Met deze bevindingen kunnen we nakijken hoe het bij ons zit. Zowel in Nederland als in België is de sociaaleconomische ongelijkheid de voorbije decennia groter geworden, zeker als je zowel inkomens als vermogens in rekening brengt.
Zoals verwacht gaan tijdens dezelfde periode cruciale psychosociale gezondheidsindicatoren de verkeerde richting uit, bovendien in alle lagen van de bevolking. De cijfers die ik het best ken, komen uit de psychologische en de psychiatrische hulpverlening.
De groep kinderen die aangepast onderwijs nodig heeft, blijft groeien. Net zoals het aantal psychiatrische diagnoses bij jongeren. Data van het Trimbosinstituut tonen een toename van angst en depressie bij volwassenen, wat perfect spoort met de stijging van het aantal voorschriften voor psychofarmaca. Wat de farmaca betreft, de sterkste toename betreft de voorschriften voor maagzuurremmers. Ook zeer opvallend is de uitbreiding van de forensische sector, dat wil zeggen, van het aantal mensen dat verplichte psychiatrische hulp opgelegd wordt, de TBS’ers in Nederland en de geïnterneerden in België.
Voor mij volstaan deze vaststellingen om te besluiten dat ons onbehagen niet kan weggezet worden als een subjectieve indruk. Richardson en Pickett hadden al aangetoond dat de negatieve evolutie samenhangt met een groter wordende sociaaleconomische ongelijkheid, zodat we uitmonden bij de vraag waarom de ongelijkheid toeneemt.
Over het antwoord zijn de meeste economisten het eens: dit is een structureel gevolg van veertig jaar neoliberale vrijemarkteconomie die de kloof in de samenleving steeds breder gemaakt heeft.
Meer polarisatie
Een bijkomend gevolg van deze kloof is de polarisatie tussen groepen die elkaar wederzijds de schuld geven voor wat er fout loopt en de oplossingen bij anderen leggen: vreemdelingen moeten terug naar hun thuisland, steuntrekkers moeten strenger gecontroleerd worden, de rijken moeten meer belastingen betalen…
Dergelijke redeneringen zijn verleidelijk omdat ze oorzaken en oplossingen buiten onszelf leggen, met als ultiem voorbeeld de veronderstelde tegenstelling tussen een dolgedraaide maatschappij en de burger als slachtoffer. Eens je nadenkt over onze identiteit wordt het duidelijk dat de realiteit complexer is.
Onze identiteit is een weerspiegeling van de verwachtingen en de idealen van onze samenleving. Dat geldt ook in de andere richting: onze samenleving hebben wij vorm gegeven op grond van dezelfde idealen die we geconcretiseerd hebben in opvoeding, onderwijs en arbeidsorganisatie. Zo beschouwd lopen mens en samenleving voortdurend in elkaar over en zijn het geen onafhankelijke, laat staan tegenover elkaar staande, elementen.
Wij kunnen niet zonder de groep
Ik haast me om eraan toe te voegen dat onze identiteit niet alleen maar een weerspiegeling is van wat de samenleving ons voorgehouden heeft.
Identiteiten zijn sociaalpsychologische constructies bovenop een evolutionair-biologische ondergrond. Als constructie zijn ze maakbaar, op voorwaarde dat ze niet ingaan tegen de wezenlijke kenmerken van onze evolutionair-biologische erfenis. Ik denk in het bijzonder aan drie kenmerken.
Het eerste is zo voor de hand liggend dat we er nauwelijks bij stilstaan. Homo sapiens behoort tot de sociale zoogdieren, wat betekent dat wij niet zonder groep kunnen. Een individu dat systematisch alleen zit, is ofwel ziek, ofwel uitgesloten en meestal de twee. Mensen hebben van nature uit een samen-leving nodig. De vorm die een samenleving aanneemt, is dan weer cultureel bepaald en kan zeer verschillend zijn.
Ingebouwde rechtvaardigheidsmeter
Een tweede eigenschap handelt over een specifieke vereiste in de verhouding tussen de groepsleden.
Alle sociale zoogdieren blijken over een ingebouwde rechtvaardigheidsmeter te beschikken en zijn uitermate gevoelig voor onrechtvaardige verdelingen. Sarah Brosnan en Frans de Waal hebben dit overtuigend aangetoond op grond van experimenteel onderzoek. Het staat bekend als ‘inequity aversion’.
Laat twee aapjes eenzelfde taak uitvoeren, geef ze een verschillende beloning en kijk wat er gebeurt – het dier dat zich ongelijk behandeld ziet, gaat uit zijn dak. De Waal maakt zelf de vergelijking met onze samenleving: het verband tussen toenemende ongelijkheid en onbehagen krijgt hiermee een wetenschappelijke grond.
Iedereen wil autonomie
Een derde kenmerk is dubbel en daardoor dubbelzinnig. Elk individu verlangt naar verbondenheid met andere individuen, maar tezelfdertijd verlangt iedereen autonomie.
Het resultaat werd mooi verwoord door de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer. Hij vergeleek mensen met stekelvarkens op een koude winternacht. We zoeken elkaars warmte op en schurken tegen elkaar, met onze stekels doen we elkaar pijn waardoor we afstand nemen, vervolgens krijgen we het opnieuw koud en kan het proces herbeginnen.
Deze dubbelzinnigheid vind ik erg belangrijk, want ze verklaart de onvermijdelijkheid van het menselijk onbehagen, los van om het even welk maatschappijmodel. De vraag is niet of er een onbehagen is, wel welke vorm en omvang het aanneemt.
Verschillende samenlevingen zijn onder meer verschillend omdat ze het menselijk streven naar autonomie en verbondenheid verschillend kaderen. Hoe dat verloopt in onze samenleving en welk onbehagen daarbij aansluit, blijkt uit een aantal typische kenmerken van de hedendaagse identiteit, als weerspiegeling van die samenleving.
Neoliberaal
De makkelijkste manier om de huidige identiteit zichtbaar te maken is haar te vergelijken met de vorige.
Tot pakweg 1960 lag alle accent op verbondenheid en was er weinig ruimte voor autonomie. Tijdens de zestiger jaren ontstond er een bottom-up beweging die autonomie opeiste op meerdere existentiële vlakken: seksualiteit met de seksuele revolutie, religie met de bevrijdingstheologie, opvoeding met de antiautoritaire pedagogiek, normaliteit met de antipsychiatrie.
In die periode is onze identiteit ingrijpend veranderd, op grond van nieuwe idealen in wisselwerking met nieuwe maatschappelijke verwachtingen. Het accent verschoof naar autonomie, met op de achtergrond de overtuiging dat identiteit en samenleving maakbaar zijn. Het vroegere religieuze narratief ging op de schop, samen met het predestinatie-idee en het bijbehorende accent op onderwerping en dienstbaarheid.
Het nieuwe narratief is economisch en gaat uit van maakbaarheid met het accent op individualisme en concurrentie.
Welkome correctie of erover?
In terugblik is het makkelijk om vast te stellen dat deze verschuiving een welkome correctie was op het toenmalige eenzijdige accent op verbondenheid en dat het resultaat uiteindelijk een over-correctie geworden is. Onze huidige samenleving is daar een illustratie van, zoals blijkt uit een aantal krachtlijnen binnen onze identiteit.
Een eerste illustratie vind ik in de verhouding met onszelf, waar het accent niet langer op de klassieke vraag ligt: “Wie ben ik?”, maar wel op “Wie of wat kan ik worden?”
Voortdurend meten we de afstand die we nog moeten afleggen om het ideaal te bereiken. Helaas lukt dat nooit omdat het doel alsmaar verschuift. Dat kan ook niet anders, aangezien groei binnen een geëconomiseerde maatschappij verplicht is, met als ironisch gevolg dat hoe hoger iemand geraakt, des te harder hij zich moet inspannen.
Maakbaarheid
In de verhouding met ons lichaam heeft de maakbaarheidsovertuiging ingrijpende gevolgen.
Ons uiterlijk dient zo goed mogelijk te beantwoorden aan het schoonheidsideaal, met esthetische chirurgie en voedsel- en bewegingshypes als hulpmiddelen. Ze hebben hetzelfde effect als het gebruik van windtunnels bij het ontwerpen van auto’s: straks hebben we allemaal hetzelfde gebit, dezelfde kin, oren, neus en dan zwijg ik nog over andere lichaamsdelen.
Ook hier blijft het ideaal een verschuivend doelwit, zeker nu het verouderingsproces koste wat het kost gecamoufleerd moet worden. Als resultaat worden mensen een karikatuur van zichzelf.
We doen het op ons eentje
Onmiddellijk daarbij aansluitend zijn er de veranderingen in ons seksueel gedrag en onze genderidentiteit. Seksualiteit werd in hoge mate gebanaliseerd, en zelfs hier heeft de individualisering toegeslagen: we doen het meer op ons eentje.
Het opengooien van onze genderdiversiteit was aanvankelijk een bevrijding maar zorgt tegenwoordig voor verwarring en polarisatie. Zowel seks als relaties zijn vermarkt, met een grenzeloosheid tot gevolg die het best tot uiting komt in hun digitale versies. Het door de pornosites beloofde volmaakte genot ligt altijd één muisklik of swipe verder, net zoals de volmaakte partner op een datingapp.
Of we meer genieten dan vroeger weet ik niet, maar het is wel duidelijk dat het zich engageren in duurzame relaties moeilijk geworden is.
Sociale angst
Deze krachtlijnen in onze identiteit handelen telkens over een verhouding, met onszelf en ons lichaam, met anderen en hun lichaam. Op welke manier krijgen autonomie en verbondenheid daarin een plaats?
Meest bekend is het verlies aan verbondenheid in een samenleving die altijd en overal concurrentie oplegt en samenwerking uit het oog verliest of zelfs bemoeilijkt. Dit is zo vanzelfsprekend geworden dat er tv-formats op gebaseerd zijn, denk aan ‘Weakest Link’, ‘Expedition Robinson’ en ‘Million Dollar Island’.
Een belangrijk gevolg binnen de intermenselijke verhoudingen is een veralgemeende achterdocht, wat duidelijk wordt in programma’s zoals ‘Wie is de mol?’. In een wereld waar het ‘Looking for number one’ voorop staat, kan je niemand echt vertrouwen.
Sociale angst, dat wil zeggen angst voor de ander, staat in de Verenigde Staten in de top drie van de psychiatrische aandoeningen, na depressie en verslaving. Eenzaamheid is al geruime tijd een ernstig probleem. Het verlies aan verbondenheid gaat in tegen het belangrijkste evolutionaire kenmerk van sociale zoogdieren: onze noodzaak om deel uit te maken van een groep. Dit verlies ligt zonder twijfel aan de basis van het hedendaagse onbehagen.
Meer autonomie is een illusie
Naar verluidt zou het verdwijnen van verbondenheid gecompenseerd worden door een toename aan autonomie. Bij nader toezien is dit een illusie.
Het idee dat we de vroegere onderwerping aan een op religie gebaseerde autoriteit achter ons gelaten hebben, is onjuist. Cultuurfilosoof Walter Benjamin legt uit dat religie niet verdwenen is maar een gedaanteverwisseling ondergaan heeft, met het kapitalisme als nieuwe, dwingende eredienst.
In plaats van gelovige zijn we ondernemer geworden, en dat 24/7. Werken kan en mag altijd en overal. Centraal in het kapitalisme-als-cultus staat de Schuld, met hoofdletter. En dan vooral de onmogelijkheid om deze ooit af te lossen. Verlossing is niet voorhanden, omdat deze religie elke vorm van transcendentie afwijst.Benjamin, W. (1921), ‘Kapitalismus als Religion’, onafgewerkt manuscript, Fragment 74, Gesammelte Schriften, Vol. VI; eds. Rolf Tiedemann & Hermann Schweppenhäuser (Suhrkamp). Een vertaling in het Engels vind je hier.
Het doel van winstmaximalisatie is winstmaximalisatie op zich, en ook hier is er geen bovengrens: The sky is the limit.
Ieder zijn zin
Het dwingende van de nieuwe eredienst volstaat al om een veronderstelde toename aan autonomie te betwijfelen. Een tweede argument gaat nog verder en stelt dat we vandaag de dag minder autonoom zijn.
‘Vrijheid betekent tegenwoordig dat een individu ongehinderd zijn zin wil doen.’
De verdwijning van de traditionele autoriteit en het vooralsnog uitblijven van een eigentijdse versie, heeft een verschuiving naar macht teweeggebracht. Dit wordt pijnlijk duidelijk als je de veranderde betekenis van het woord vrijheid beschouwt.
Vrijheid betekent tegenwoordig dat een individu ongehinderd zijn zin wil doen. Je hebt niet veel verbeeldingskracht nodig om het probleem te zien: wat gebeurt er als iemand anders ook ongehinderd zijn zin wil doen, en daarmee in botsing komt met het eerste individu?
In zo’n situatie geeft de wet van de sterkste de doorslag en botsen we op macht. Bij gebrek aan een eigentijdse autoriteit heeft onze samenleving deze botsing proberen op te lossen door alles in steeds meer gedetailleerde contracten en regelgevingen te gieten, waarvan de naleving in toenemende mate digitaal en dus anoniem gecontroleerd wordt. Als gevolg daarvan is onze autonomie sterk gedaald.
Struisvogel
Wanneer we al deze gegevens samen nemen, moeten we wel tot het besluit komen dat er meer dan voldoende argumenten zijn voor de toename van het onbehagen.
Wetenschappelijke studies leggen de basisoorzaak bloot: de sterk gestegen ongelijkheid als effect van ons economisch model. We hebben er alle belang bij om over te stappen naar andere vormen van economie, temeer daar ditzelfde economisch model de klimaatverandering veroorzaakt heeft en blijft veroorzaken. Dat sommige mensen dit blijven ontkennen toont hoe er alvast één diersoort ontsnapt aan de extinctie, met name de struisvogel.
Wat we nodig hebben, zijn bottom-up bewegingen met een nieuw groot verhaal, een sociaal en ecologisch narratief als basis voor een andere samenleving en een nieuwe identiteit. Dit is volop bezig, denk aan de heropleving van vakbonden in de Angelsaksische wereld, denk aan de klimaatbeweging.
Revolutie
Er is een revolutie gaande, een andere dan vroeger, omdat ze minder op straat gebeurt en meer in de rechtbanken, waar burgerorganisaties de overheid en multinationals in gebreke stellen omdat hun beslissingen en activiteiten ingaan tegen het algemeen belang.
Rechters doen hun werk – dat wil zeggen: ze passen de wet toe. Vervolgens worden ze door een bepaald slag politici uitgescholden voor “activistisch”. Dergelijke politici voelen de bui hangen, want de kans is groot dat zij het komende decennium eveneens een dagvaarding in hun bus zullen vinden.
Autonomie in verbondenheid
Ik kom tot mijn besluit. De ultieme uitdaging voor elke samenleving is het vorm geven aan de spanning tussen autonomie en verbondenheid. Daarbij moeten wij, op dit punt van onze geschiedenis, een nieuw uitgangspunt hanteren.
Er bestaat geen tegenstelling tussen mijzelf en de ander, net zoals er geen tegenstelling bestaat tussen mens en natuur. Zonder verbondenheid met de ander is er simpelweg geen ‘mijzelf’, autonomie en verbondenheid lopen in elkaar over. Een erkenning van het verbonden zijn dat er al is, kan ons de weg tonen naar een betere autonomie.
Autonomie in verbondenheid, dat is wat ik ons en de volgende generaties toewens.
Bron: sociaalnet.be
by admin | jan 3, 2024 | Verkiezingen 2024
Geachte heer Dehaene, beste Jean-Luc
U zal zich afvragen waarom ik u bijna tien jaar na uw overlijden aanschrijf. De reden is – waarschijnlijk gelooft u het zelf niet – dat uw opvolgers in uw partij u via een computersysteem opnieuw verkiezingstoespraken laten houden.
Ik kan mij voorstellen dat u na meer dan negen jaar afwezigheid niet meer op de hoogte bent van alle reilen en zeilen in ons vaderlandje. Ik wil u dan ook graag – als wederdienst voor wat u vroeger voor mij deed – wat bijpraten zodat u uw verkiezingstoespraken kan stofferen. De concurrentie zal trouwens groot zijn, zeker omdat ook Willy Claes zich opnieuw verkiesbaar stelt.
Er is hier na uw vertrek al wat aan de hand geweest. In uw tijd rolden er politieke koppen door de vogelgriep en de varkenspest. Enkele jaren geleden brak een ongekende epidemie bij de mensen uit, maar alle politiekers bleven rustig zitten. Nochtans zijn toen in onze rusthuizen duizenden mensen, van god en klein pierke verlaten, schandalig aan hun einde gekomen. We zijn een paar jaren verder en iedereen lijkt het vergeten te zijn. Misschien moeten ze zo’n coronadode ook eens via een computerscherm aan het woord laten.
Momenteel wordt er – gelukkig nog niet bij ons – langs alle kanten oorlog gevoerd. Door de vooruitgang in het menselijke denken zijn de regels van de oorlogsvoering veranderd: het is niet langer een schending van de mensenrechten om scholen en ziekenhuizen te bombarderen. Zo gaan de zaken rapper vooruit en kan Test-Aankoop, klantvriendelijk als altijd, adviseren om aandelen in de wapenindustrie te kopen. Helaas heb ik er geen geld voor.
Christelijke waarden overboord
Uw partij heeft, om kiezers te winnen, intussen de meeste christelijke waarden overboord gegooid. Bijvoorbeeld het alom gekende werk van barmhartigheid ‘vreemdelingen herbergen’ werd radicaal uit hun catechismus geschrapt. Vreemdelingen slapen onder zeilen en klamme dekens in parken en portieken. Ze hebben het zelf gezocht.
Ooit voerden wij een hartelijke briefwisseling over het feit dat men toentertijd niets kon terugtrekken van de ziekenkas wanneer men zijn tanden moest laten trekken. Die kwestie is intussen geregeld, maar de regeling is nutteloos omdat een armoezaaier als ik niet meer bij een tandarts binnengeraakt. De meeste tandartsen willen alleen nog tanden trekken bij mensen die voldoende fooi kunnen betalen en die, nadat hun tand werd getrokken, ook een gat in hun kaakbeen laten boren om een implantaat te laten steken.
Anderzijds zijn veel dingen erg vereenvoudigd. Zo zijn discussies met loketbedienden voltooid verleden tijd geworden. Loketten werden vervangen door computergedoe en wie daarmee niet uit de voeten kan, vergeet best welke vraag hij of zij wilde stellen. Het levert dubbele besparing op: er moeten geen loketbedienden meer betaald worden en veel mensen geven het op om nog uitkeringen en tussenkomsten aan te vragen.
Onze schoolkinderen lopen juichend door de straten omdat ze de helft van de tijd geen lessen moeten volgen vanwege een tekort aan onderwijzend personeel. De reden is dat iedereen projectontwikkelaar, marketeer of consultant wil worden. Die jobs worden beter betaald en wie zo’n werk doet, krijgt bovenop zijn loon een elektrische BMW om comfortabel in de file te staan. Misschien moet u in uw toespraken voorstellen om ook bij het onderwijzend personeel elektrische BMW’s uit te delen.
Voor alles wachten
Het weer is voorgoed veranderd. Hittegoven, wolkbreuken en stormwinden wisselen elkaar af. Die problemen zouden zich oplossen wanneer de mensen ophouden met vlees eten en barbecueën, met vliegtuigen te vliegen en onder verwarmde terrassen buiten te zitten. Het zou ook schelen indien de boeren stoppen met boeren. Helaas zijn voor al die maatregelen geen kiezers te vinden, bovendien zou de Boerenbond failliet gaan. U kan er dus beter over zwijgen.
Club Brugge, uw geliefde voetbalploeg, staat te koop. Verder is er in het voetbal weinig veranderd, een beetje voetballer verdient gemakkelijk tien keer meer als een eerste minister. En hoewel het gewone volk niet meer naar het voetbal gaat kijken – een abonnement kost al gauw een half leefloon – wordt er nog altijd vrolijk gevochten op de tribunes. Het moet zijn dat ook de modale villabewoner graag uit de bol gaat.
Onze ministers zijn zich onverdroten blijven specialiseren in het breken van records inzake wachtlijsten. Zowel voor sociale woningen, uitkeringen aan mensen met een beperking, plaatsen in scholen voor buitengewoon onderwijs als afspraken bij huid- en oogartsen concurreren wij met de wereldtop voor de langste wachtlijsten. De ministers die dat organiseren zullen logischerwijs zonder problemen herkozen worden.
Ook inzake treinvertragingen worden we stilaan onklopbaar. Alleen de trams en de bussen van De Lijn gaan er nog over. Om het comfort van de reizigers te verbeteren zullen vanaf Nieuwjaar bovendien drieduizend bushaltes worden afgeschaft. Dit zorgt echter wel voor een probleem: wat moet er gebeuren met de drieduizend bushokjes die opeens nutteloos worden? Hier kan voor u een kans liggen om uw verkiezingstoespraken glans te geven.
Drieduizend nutteloze bushokjes
Er zijn verschillende mogelijkheden. Door die drieduizend bushokjes (3.000 x 3,35 meter = 10,05 kilometer) naast elkaar te plaatsen zou bijvoorbeeld, om het alsmaar stijgende water tegen te houden, een originele waterkeringsmuur van Blankenberge tot Knokke geconstrueerd kunnen worden. Het kan toeristen vanuit de hele wereld aantrekken die vervolgens moeten betalen om in de bushokjes te mogen staan waardoor de kleinste pensioenen verhoogd kunnen worden.
De bushokjes kunnen ook gestapeld worden. Volgens mijn berekening kan zo probleemloos een tweede Antwerpse Boerentoren worden gebouwd. Er blijven dan zelfs nog een paar honderd hokjes over. Zo’n bushokjesboerentoren zou eveneens volk vanuit de hele wereld lokken en Fernand Huts zal voor een dergelijk kunstwerk gegarandeerd miljoenen neertellen zodat de leeflonen boven het bestaansminimum kunnen worden uitgetild.
Mochten uw opvolgers alsnog van gedacht veranderen en toch vreemdelingen willen herbergen, kunnen de overblijvende hokjes Brusselse parken opfleuren en onderdak bieden aan vluchtelingen vanuit de hele wereld. Bijkomend voordeel is dat in dat geval ook de reclamewanden – en de bijbehorende inkomsten – in de bushokjes behouden kunnen blijven. De vluchtelingen kunnen dan vanuit hun bed wegdromen bij beelden van sportwagens, zonnige stranden en koffiezetapparaten.
Uitkijkend naar uw inspirerende verkiezingstoespraken, wens ik u met de meeste Hoogachting een gelukkig Nieuwjaar,
Fr. De Meester,
nog steeds Dikke Freddy.
Bron: sociaal.net
by admin | jan 3, 2024 | Onderwijs
Heel wat directeurs en scholengroepen namen expliciet afstand van de leraar-specialist en andere verdelende maatregelen in het nieuwe decreet lerarenambt. Ogenschijnlijk lijkt het gevaar zo afgewend. Maar schijn bedriegt. ACOD Onderwijs lanceerde meerderheidspetities om schoolteams te verenigen tegen de poging tot verdeeldheid.
Dit artikel verschijnt in het winternummer van Standpunt, het tijdschrift van ACOD Onderwijs provincie Antwerpen.
Sinds het begin van het lopend schooljaar kunnen scholen aan personeelsleden met bijzondere vaardigheden extra loon toekennen. Directies hebben een grote vrijheid om die premie toe te kennen: het kan om ervaren leerkrachten gaan, leerkrachten die les geven aan moeilijke klassen, of die startende collega’s mee op weg helpen. De maatregel is geen succes. Bij het begin van het schooljaar bleek slechts 4% van de scholen gebruik te maken van de mogelijkheid. In het onderwijsveld wordt gevreesd dat directies door het toekennen van premies naar eigen inzicht aan vriendjespolitiek zullen doen. ACOD-schoolafgevaardigde Wim Benda schreef deze getuigenis
Meerderheidspetitie: samen sterk
Vanaf het moment dat minister Weyts zijn schijnoplossingen voor het lerarenberoep kenbaar maakte, is ACOD Onderwijs in actie geschoten. Binnen de overlegstructuren en in de media ging onze algemeen secretaris Nancy Libert onmiddellijk in het verweer. Om haar argumenten te ondersteunen lanceerden we een online petitie. Op de scholen zelf gingen heel wat ACOD-afgevaardigden rond met een schoolpetitie die mikte op een grote meerderheid van het schoolteam. Daarin stellen we het nieuwe decreet aan de kaak omdat het geen oplossing biedt voor het lerarentekort, ons beroep niet aantrekkelijker maakt, nadelig is voor het onderwijspersoneel en nefast is voor de kwaliteit van het onderwijs en bijgevolg de leerlingen en cursisten kansen ontneemt.
Een meerderheidspetitie vertrekt vanuit het idee dat we samen sterk staan. Daarom willen we bij voorkeur meer dan 70 procent van onze collega’s laten tekenen. Bij een online petitie zit je individueel achter je computer, terwijl een schoolpetitie ons als groep zichtbaar maakt, voor elkaar en voor degenen die van bovenaf maatregelen willen doorvoeren. Zo gebruiken we de macht van het getal. Directeurs kunnen immers onder druk staan van hun inrichtende macht om de maatregelen door te voeren, zelfs als ze er zelf niet happig op zijn. Als een grote meerderheid van de collega’s zich uitspreekt tegen de poging tot verdeeldheid, kan een directeur de inrichtende macht trotseren, geruggesteund door het schoolteam. Andere directeurs hopen een tekort aan leerkrachten op korte termijn te verhelpen. Dit is ijdele hoop. Deze maatregelen zullen de leerkrachten juist nog meer werk geven (zoals opvolging van zij-instromers uit de privé zonder pedagogisch diploma) en ze maken de collegialiteit kapot (concurreren met elkaar om als ‘specialist’ meer te verdienen). Een petitie getekend door een grote meerderheid laat hen twee keer nadenken. Zo niet, dan weet het personeel dat ze met velen zijn om zich tegen dergelijk beleid te verzetten.
In de scholen zijn er zeker meer middelen voor coördinatie nodig, maar dan voor meer personeel, niet voor individuele loonsverhogingen
Er zijn ook directeurs en inrichtende machten die deze middelen graag op een oneigenlijke manier zouden gebruiken. Coördinatoren zouden met de 250 euro per maand een kader rond de directeur vormen. Het is maar de vraag of zo’n laag van meer betaald kaderpersoneel scholen beter laat functioneren. Of zou dit eerder statusgevoelige mensen aantrekken? Coördinatoren kunnen vandaag al functioneren met de bestaande loonschalen. In de scholen zijn er zeker meer middelen voor coördinatie nodig, maar dan voor meer personeel, niet voor individuele loonsverhogingen. En het is al helemaal niet de bedoeling de 30 miljoen van de leerkracht-specialist daarvoor te gebruiken.
Grote meerderheden
Bijna driekwart van de directeurs gaven in een bevraging van Het Nieuwsblad veel goeie redenen om geen gebruik te maken van deze middelen. Zelfs hele scholengroepen (van het GO! of het Stedelijk Onderwijs) drukten uit dat ze niet akkoord zijn door te stellen dat ze er dit schooljaar alvast geen gebruik van maken. Daar zit de angel zit natuurlijk. Zo peilde het Stedelijk Onderwijs Antwerpen eind november in een poll onder haar personeelsleden of de invoering van de leraar-specialist een bedreiging of een kans is. Dat noopt ons toch tot enige argwaan… Ongeveer twee derde van de deelnemers sprak zich uit tegen en slechts 15 procent voor. Dit is een krachtig signaal. We blijven best op onze hoede. Ook daarom is de schoolpetitie belangrijk.
In de provincie Antwerpen verzamelden we al op veertig à vijftig scholen handtekeningen om af te geven aan de directeur. Van over heel de provincie stuurden afgevaardigden vele petitiebladen van scholen die bij meerderheid tekenden, van Turnhout en Mol over Zandhoven en Schoten, langs Mechelen en Willebroek tot Brasschaat en Essen. Vaak tekende 80 tot 100 procent van de collega’s. Doordat de afwijzing van deze maatregelen op de werkvloer zo breed gedragen wordt, ging het tekenen van de petitie meestal heel vlot. Zie ook de getuigenissen verderop.
Vaak tekende 80 tot 100 procent van de collega’s
Dit zijn maatregelen waarvan een grote meerderheid inziet dat ze ronduit slecht zijn voor het onderwijs. Toch bestaat het gevaar dat ze stilaan binnensijpelen in de scholen. Directeurs zijn immers op zoek naar extra middelen om scholen te laten draaien. Als ze daardoor op langere termijn toch willen putten uit de 30 miljoen voor de ‘leraar-specialist’, krijgen degenen die ons onderling willen laten concurreren uiteindelijk hun zin. Dat wil ACOD niet laten gebeuren. Begin september voerden de christelijke onderwijsvakbonden COC en COV eveneens actie door op scholen badges te verspreiden met ‘Iedereen specialist’. Het onderwijspersoneel wijst verdelende maatregelen in groten getale af. Daarom zullen wij ons blijven organiseren tegen de uitvoering ervan. Die 30 miljoen euro per jaar kan immers veel beter besteed worden.
Getuigenissen
“De petitie is door iedereen ondertekend, ook door onze directie. 100 procent dus! Door de vele gesprekken in de leraarskamer, was er bij niemand twijfel om dit mee te ondertekenen. Het ging zeer vlot.”
Ellen Cassiers, ACOD-afgevaardigde Stedelijke Kleuterschool De Groene Egel Deurne
“Bij ons op school is dit eigenlijk zeer vlot verlopen. Tijdens een personeelsvergadering heb ik een korte uitleg gegeven en bij de afwezige collega’s ben ik later even persoonlijk langs geweest. Iedereen toonde begrip. Ze aarzelden niet om hun handtekening onder deze petitie te zetten. Zelfs onze directie heeft dit mee ondertekend!”
Anniek Prenen, ACOD-afgevaardigde Stedelijke BS De Speelvogel Deurne
“In juni al heb ik de enquête besproken met de collega’s. Zij tekenden dadelijk, zonder uitzondering! Dus op onze school gaat 100 procent akkoord met het standpunt van onze vakbond. Wij zijn tegen dit decreet.”
Fanny Janssens, ACOD-afgevaardigde BSGO! De Stappe Stabroek
“Wij hebben ongeveer 100 leerkrachten die meer dan halftijds in dienst zijn. Ik heb zonder moeite 86 handtekeningen kunnen verzamelen.”
Annemie Cornelis , ACOD-afgevaardigde Talentenschool Turnhout campus Boomgaard
“Voor GO! Freinetschool Wonderwereld in Essen (basisschool en eerste graad secundair) heeft iedereen getekend. Het ging zeer snel. Ik had iedereen een bericht gestuurd met alle relevante info. De meesten hadden de volgende dag al getekend, wat duidelijk maakt dat de leerkrachten totaal tegen het idee van leraar-specialist zijn. Na nog één herinnering waren de handtekeningen compleet. Daarna gaven we de petitie aan de directie. Hij begrijpt de redenering en hing de petitie aan zijn prikbord.”
Kim Michielsen, ACOD-afgevaardigde GO! Freinetschool Wonderwereld Essen
“We organiseerden de petitie op Dé Kunsthumaniora tijdens de deliberaties. We hebben dit eerst met onze directie besproken die er absoluut voor de volle 100% achter stond. Blijkbaar had onze scholengroep reeds beslist onze fijne minister Weyts niet te volgen. Vermits onze school zeer veel leerkrachten heeft die maar enkele uurtjes lesgeven (individueel muziekinstrument bijvoorbeeld) waren niet alle collega’s aanwezig op de deliberaties. Daardoor ligt ons percentage handtekeningen iets lager. Toch bereikten we 119 collega’s! We stuurden hen op voorhand een mail met de uitleg over de petitie en hebben dan de papieren ter beschikking gesteld aan de lokalen van de deliberaties. Daar hebben we zeer veel positieve reacties op gekregen!”
Els Riské en Mieke De Cock, ACOD-afgevaardigden Dé Kunsthumaniora Antwerpen
“Bij ons in de kleuterschool tekende bijna 100 procent. De reacties waren zeer positief. Iedereen staat echt achter wat ze getekend hebben. De collega’s die niet getekend hebben, waren gewoon niet aanwezig, maar zij zouden ook zeker getekend hebben. Ik heb in mijn uitleg gesproken vanuit ‘wij als groep’, alle leerkrachten, aangesloten bij een vakbond of niet. We moeten samen opkomen voor hetzelfde doel. Dit werd ook positief onthaald.”
Veerle Heyens, ACOD-afgevaardigde Stedelijke kleuterschool De Tandem Antwerpen
“De reacties waren zeer positief. Iedereen staat echt achter wat ze getekend hebben”
“Toen ik rondging met de petitie over de leraar-specialist, reageerde ‘elke’ collega met een duidelijke nee-stem. De collega’s hoefden er helemaal niet over na te denken, dit was een ‘no-brainer’. Wij zijn allemaal specialist in ons ‘specialistisch’ ziekenhuisonderwijs. Iedereen heeft met volle overtuiging getekend, ook onze directie. Al maakte zij wel de kanttekening dat als deze maatregel er alsnog zou doorkomen, ze dit zou toekennen aan onze coördinator. Een collega die niet voor de klas staat. En laat dit nou net niet de bedoeling zijn.”
Ronald Ponnet, ACOD-afgevaardigden Ziekenhuisschool (De leerexpert)
“Van de ongeveer 130 personeelsleden in Hoboken hebben 100 de petitie getekend. Waarschijnlijk heb ik enkele collega’s niet kunnen aanspreken want iedereen die ik sprak ging akkoord.”
Ann Van de Wyngaert, ACOD-afgevaardigde Sint-Agnesinstituut Hoboken
“Toen het onderwerp in de media voor de eerste keer ter sprake kwam, merkten we al dat dit een onderwerp was waar zeer weinig tot geen positieve reacties op waren in de leraarskamer. Toen nadien de vraag vanuit ACOD kwam voor de petitie, zijn we in actie geschoten. We zijn eerst bij onze directie langs gegaan. Zij stond achter de petitie en we hebben deze tijdens de klassenraden door alle aanwezige teamleden kunnen laten ondertekenen. Vaak was het onderwerp van de petitie voldoende om mensen te laten tekenen. Soms moesten we een woordje uitleg geven over de vermoedelijke impact van de leraar-specialist op het team.
Op het volgende BC [het overlegcomité van directie en syndicale afgevaardigden, nvdr.] hebben we het onderwerp op de agenda laten plaatsen en samen met de directie een protocol afgesloten van niet akkoord met de inrichting van de leraar-specialist. Op deze manier heeft ook de directie een wapen, mocht de vraag komen van hogerhand om de leraar-specialist in te richten.”
Jelle Maerevoet, afgevaardigde ACOD MS Den Brandt Boom
“Op onze school heb ik de petitie afgedrukt en voorgelegd einde juni 2023 tijdens de delibererende klassenraden. Op die manier konden er zoveel mogelijk collega’s bereikt worden, vermits iedereen op de klassenraden aanwezig moet zijn. Dit was een bijzonder laagdrempelige manier om het wijdverspreide ongenoegen over dit beleid kenbaar te maken. Zonder aarzelen werd de petitie unaniem door alle aanwezigen ondertekend, waardoor we uiteindelijk het leeuwendeel van onze leerkrachten konden engageren. Er waren geen noemenswaardige negatieve reacties met betrekking tot het laten circuleren van deze petitie. De meerderheid van de collega’s stond achter het standpunt van GO! Antwerpen om niet toe te geven aan het initiatief van het Kabinet Weyts en deze omzendbrief dus niet toe te passen met betrekking tot de leraar-specialist.
De invoering van de leraar-specialist werd in de zachtste bewoordingen als ‘onhelder’ ervaren met de bedenking dat deze functie niet goed werd omschreven en dat er praktisch geen objectieve criteria werden vooropgesteld. In ‘hardere’ bewoordingen gewaagden collega’s van het bewust zaaien van tweedracht, favoritisme vanuit de directie of de collega’s, neiging tot het oppoken van concurrentiedrift tot zelfs het expliciete aanzwengelen van afgunst. De meeste collega’s ervaren deze voorgestelde maatregelen als zo surreëel en impulsief dat het relatief makkelijk ging om het team unaniem te overhalen zich expliciet uit te spreken tegen de invoering van de gestelde maatregelen.”
Vincent Van Roy, ACOD-afgevaardigde Atheneum MXM
Bron: dewereldmorgen.be
by admin | jan 3, 2024 | Varia
In deze rubriek brengt veellezer Marc Vandepitte markante feiten, cijfers of quotes van over heel de wereld die in de andere media weinig of geen aandacht kregen, maar zeker het vermelden waard zijn om de chaotische wereld van vandaag te begrijpen. Deze keer richt hij zijn blik op de klimaattop in de Verenigde Arabische Emiraten en de blijvende uitdagingen ten aanzien van de klimaatopwarming.
Exponentiële verandering nodig
Het hoofdthema van de COP28 was de toekomstige rol van fossiele brandstoffen. Deze top vond plaats in een van ‘s werelds grootste olie- en gasproducenten. De gastheer, Sultan al-Jaber is CEO van ADNOC, de nationale oliemaatschappij van de Verenigde Arabische Emiraten.
Na moeizame onderhandelingen was er een akkoord waarin de landen “opgeroepen worden om bij te dragen” aan het nemen van maatregelen, waaronder “de overgang van fossiele brandstoffen in energiesystemen, op een rechtvaardige, geordende en billijke manier”. Het doel is dat “tegen 2050 een nuluitstoot wordt bereikt in overeenstemming met de wetenschap”.
Dat fossiele brandstoffen expliciet vermeld worden in de slotverklaring is een vooruitgang in vergelijking met vorige COP’s. Maar – en het is een grote maar – die vooruitgang is volstrekt onvoldoende.
“We hebben een kleine stap voorwaarts gezet ten opzichte van business as usual, terwijl we eigenlijk een exponentiële verandering nodig hebben”, aldus Anna Rasmussen, hoofdonderhandelaar voor de Alliantie van Kleine Eilandstaten.
Tijdens deze klimaattop zijn er miljarden dollars beloofd voor klimaatfinanciering van zowel de publieke als de privésector. Maar er zijn geen miljarden nodig, maar verschillende duizenden miljarden.
Het is noodzakelijk dat rijke landen in crisismodus schakelen. Zij moeten het voortouw nemen hun eigen uitstoot drastisch te beperken terwijl ze de minst ontwikkelde landen financieel en technologisch moeten ondersteunen. Van beide zaken komt weinig in huis. We beginnen met het eerste.
Het is noodzakelijk dat rijke landen in crisismodus schakelen, maar daar komt weinig van in huis
Ondanks alle retoriek is de verslaving aan fossiele energie bijzonder groot. In 2023 zullen de wereldwijde investeringen in groene energie 1.700 miljard dollar bedragen. Dat lijkt veel, maar wist je dat de winsten in de olie- en gasindustrie meer dan het dubbele bedragen, namelijk 4.000 miljard dollar en dat de subsidies voor fossiele brandstoffen zelfs viermaal zoveel bedragen, namelijk 7.000 miljard dollar? In België gaat het om 13 miljard euro subsidie per jaar.
António Guterres, Secretaris-Generaal van de VN, geeft aan dat voor elke dollar die de fossiele industrie uitgeeft aan exploratie en olie- en gasboringen, er slechts 4 cent gaat naar groene energie en koolstofopvang samen. De fossiele sector is een miljardenindustrie en binnen het kapitalisme gaat winst ondanks de urgentie boven het behoud van de planeet.
Meer ipv minder fossiele brandstof
Volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA) moet de vraag naar fossiele brandstoffen tegen 2030 met een kwart gedaald zijn als de wereld de opwarming van de aarde met succes wil beperken tot 1,5°C, het ideale doel van het akkoord van Parijs uit 2015. Dat is heel veel op een korte tijd.
Het tegenovergestelde gebeurt. Ondanks de retoriek over ‘transitie weg van fossiele brandstof’ zien we dat er volop investeringen gebeuren om nog meer gas en olie te ontginnen dan nu het geval is. Uitgerekend het gastland van deze COP laat op dat vlak zijn ware aard zien. Zijn oliemaatschappij ADNOC heeft 150 miljard dollar opzij gezet voor uitbreiding in de komende vijf jaar.
Maar nog straffer, wist je dat de Verenigde Arabische Emiraten de klimaattop wellicht gebruikt hebben om olie- en gasdeals te sluiten? Dat meldde BBC. Er waren besprekingen gepland met 15 landen. Het team van de VAE ontkende niet dat het de COP28-bijeenkomsten zou gebruiken voor zakelijke besprekingen, maar zei dat “privé-bijeenkomsten privé zijn” …
De Verenigde Arabische Emiraten hebben de klimaattop wellicht gebruikt om olie- en gasdeals te sluiten
De VS is geen haar beter. Biden claimt het leiderschap op klimaatvlak, maar onder zijn bewind kwam er een stijging van het aantal olieboorvergunningen. Vandaag bereikt de productie van olie en gas in de VS een recordniveau.
Het olieland in Europa is Noorwegen. Ook dat land doet niet onder. Op woensdag 13 december maakte Offshore Norway bekend dat de investeringen in de olie- en gassector volgend jaar met 9 procent zullen stijgen tot bijna 22 miljard dollar.
De VN heeft berekend dat zelfs als alle landen al hun beloften nakomen, de planeet afstevent op een temperatuurstijging van 2,5 tot 2,9 °C. Volgens klimaatwetenschappers kan de belangrijke grens van 1,5°C al bereikt worden tussen 2033 en 2035.
Alarmerend, maar dat was het in elk geval niet voor de grootste olieproducenten ter wereld. Integendeel, zij zijn heel blij dat er van “uitfasering” van fossiele brandstof geen sprake is, maar enkel van een “transitie”. In die transitie mogen fossiele brandstoffen nog steeds een rol blijven spelen.
De aandeelhouders van de energiereuzen dachten er ook zo over. Na de overeenkomst op 13 december bleven de aandelen van BP, Shell, ExxonMobil en Chevron grotendeels stabiel.
Klimaatrechtvaardigheid
De klimaatopwarming is ook een kwestie van rijk versus arm, en Noorden versus Zuiden. Volgens Oxfam stoot de rijkste 1 procent evenveel uit als de vijf miljard armste mensen op aarde. De afgelopen 270 jaar zijn Europa en Noord-Amerika verantwoordelijk voor meer dan 70 procent van de geaccumuleerde uitstoot van CO2. Op basis daarvan hebben die landen zich kunnen ontwikkelen en zijn ze rijk geworden. Maar daarmee hebben ze ook bijna het hele koolstofbudget van de planeet opgebruikt.
De landen in het Zuiden zijn qua industrialisering aan een inhaalbeweging bezig. Vandaag stoten ze ongeveer 63 procent CO2 uit, een aandeel dat in de toekomst alleen maar zal toenemen. Dat betekent dat het terugbrengen van de wereldwijde emissie van CO2 voor een groot deel door deze landen zal moeten gerealiseerd worden.
Vandaag investeren die landen ongeveer 260 miljard dollar in groene energie. Maar om de klimaatdoelstellingen te halen en aan de vraag naar energie te voldoen zal dat bedrag tegen 2030 moeten stijgen tot 2.400 miljard dollar. Dat is negen maal zoveel.
“Als wij niet investeren in ontwikkelingslanden, dan kunnen wij het klimaat wel vergeten”
Volgens Jubilee Debt Campaign geven de armste landen vijf maal zoveel uit aan schulden dan aan het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering en het terugdringen van de CO2-uitstoot. Vandaag bedraagt totale officiële ontwikkelingshulp minder dan een tiende van de kosten van de groene energieomschakeling.
Die landen kunnen dus onmogelijk de groene transitie waarmaken. Nochtans zullen zij het (ook) moeten doen. Hier zullen de landen van het Noorden over de brug moeten komen en hun historische verantwoordelijkheid moeten opnemen.
“Als wij niet investeren in ontwikkelingslanden, dan kunnen wij het klimaat wel vergeten”, aldus Mafalda Duarte, de directeur van het door de VN gesteunde Groene Klimaatfonds. Naast een grote transfer van kapitaal en technologie zal dat ook een kwijtschelding van de schulden moeten inhouden.
Of zoals Lula, de president van Brazilië zegt: “Moeder Natuur heeft geld nodig omdat de industriële ontwikkeling het de afgelopen 200 jaar heeft vernietigd.”
We leven in een beslissend decennium. Veel tijd is er niet meer.
Bron: dewereldmorgen.be
by admin | jan 3, 2024 | Boeken
Boeken over depressie, ze verschijnen om de haverklap, van academisch doorwrochte studies tot verhalen van ervaringsdeskundigen. Jan Celie combineert beiden: studie van én ervaring met depressie. Alleen de erkenning van de echte reden van de depressiepandemie biedt een oplossing. Wat die reden is (hint: niet de mens, niet het individu), legt hij grondig uit in zijn boek. Nuttige literatuur, want ‘We worden er allemaal beter van’.
Depressie is géén ‘probleem’ van depressieve mensen, van individuele personen, het is een maatschappelijk probleem (zonder aanhalingstekens) waarvoor een maatschappelijke oplossing moet komen.
Dat echte probleem is het nuchtere feit dat onze hedendaagse maatschappijmodel mensen depressief maakt, niet omgekeerd, omwille van de vervreemding en de vereenzaming van een economisch bestel dat alle menselijke waarden wegdrukt voor één doel: meer, meer en nog meer.
Tot daar in een notendop de boodschap van Jan Celie in zijn boek We worden er allemaal beter van – Meer verbondenheid en meer gelijkheid als remedie tegen de depressiepandemie. Lange titel voor een lijvig boek.
Ik raad in mijn boekrecensies kandidaat-lezers altijd aan om zich niet te laten afschrikken door het volume van een boek. Lees een aantal hoofdstukken, laat het boek even liggen en herneem het wat later.
Ik heb die methode zelf ook toegepast voor dit boek. Helemaal uitgelezen op treinritten van en naar de redactie: telkens ongeveer 30 minuten op een treinrit van in totaal 34. Kan best.
Ervaring en wetenschap
Jan Celie wisselt verhalen over zijn levenservaring met depressie af met bedenkingen, waarbij hij gebruik maakt van allegorieën. Hij vertelt over mensen die hij kent of gekend heeft, zoals zwijgzame grootouders, die de lat voor hun levensverwachtingen heel laag stelden, omdat ze meer dan waarschijnlijk depressief waren, zonder dat te beseffen, of niet eens wisten dat ‘depressie’ een ding was.
Treffend is zijn vergelijking van types mensen met kippen … jawel. De spreekwoordelijke kippen-zonder-kop, de haantjes-de-voorste, de brave, ijverige legkippen tot ze ‘uitgelegde’ en dus overbodige kippen worden.
Daarnaast veel referenties naar wetenschappelijke studies, betrouwbaar en minder (of niet) betrouwbaar onderzoek, degelijke en onaanvaardbaar slechte onderzoeksmethodes. Een gemeenschappelijke noemer, de overgrote meerderheid van medici en experten (echte en zelfverklaarde) zien ‘depressie’ nog altijd als het probleem van een individu, van een mens in totaal isolement van zijn leefwereld.
Dat individueel probleem moet dus opgelost worden met individuele remedies, therapieën, kalmeermiddelen, opnames in gespecialiseerde instellingen. Die hebben met elkaar gemeen dat ze manifest niét werken. Vreemd dus dat men er gezwind mee doorgaat.
Blijven doorgaan met dingen die niet werken
Albert Einstein zei ooit: “De definitie van waanzin (insanity) is hetzelfde opnieuw en opnieuw te blijven doen, maar een ander resultaat verwachten’.
Hij had het over andere zaken, zoals de wapenwedloop en de dreiging van een verwoestende kernoorlog, maar je kan het zo toepassen op de manier waarop de medische wereld depressie blijft aanpakken. Altijd maar hetzelfde, zonder enig resultaat en verbaasd kijken dat het weer niet schijnt te werken, insane.
De cijfers zijn nochtans duidelijk. Het probleem wordt met al die fantastische methodes alleen maar erger. Depressie wordt – of is het al – een pandemie, een epidemie op wereldschaal. Die pandemie kost de maatschappij vele duizenden miljarden, elk jaar en het bedrag blijft maar stijgen.
Bovendien, die kostprijs is berekend op basis van de aanpak in de hoge inkomenslanden. Het is in feite nog veel erger. “De meeste mensen op de planeet krijgen geen behandeling voor hun depressieve gemoedstoestand, laat staan een ziektetegemoetkoming.”
Armoede, honger, elke dag onzekerheid of er morgen wel eten op tafel staat, zieke kinderen waar je geen behandeling voor kan betalen (als ze al voorhanden is), uitputtende werkdagen in sweatshops zonder enig perspectief op beterschap, wurgende onzekerheid over je toekomst op de vlucht, de Roemeense bedelaar die je al jaren op een bank ziet zitten aan je treinstation, maar ook 2 miljoen Palestijnen die na 17 jaar belegering een totale vernietiging ondergaan met meer dan 8.000 dode kinderen.
Andere oorzaken? Dezelfde oorzaken!
Hoeveel mensen buiten ons comfortabele Westen aan depressies lijden valt niet in te schatten. Alleen al daarover nadenken, maakt je depressief. Zonder depressies hier te willen minimaliseren, moeten we vaststellen dat depressies hier toch andere oorzaken hebben: problemen op het werk, in de relaties, het gezin, lastige buren, geluidsoverlast, luchtvervuiling … En tussendoor het mantra van ‘geen tijd’ voor de dingen die er wel toedoen.
Ik zeg hier ‘andere’ oorzaken, maar als je wat dieper gaat graven komt het wél op hetzelfde neer. We leven in een wereld waarin mensen vereenzamen, van elkaar vervreemden, waar de ongelijkheid toeneemt, niet alleen tussen Noord en Zuid, maar hier tussen arm, minder arm, net niet arm, OK maar niet zeker over de toekomst en rijk (wat je ‘het Zuiden van het Noorden’ kan noemen). Depressie door verborgen armoede, depressie door te hoge werkeisen, minder en minder tijd voor rust, voor ‘niet-werken’ …
Ongelijkheid veroorzaakt depressie, ook bij de meer welvarenden onder ons, want ook dat is een feit: in meer ongelijke maatschappijen zijn zelfs zij die rijker zijn meer depressief dan hun even rijke vrienden in meer gelijke maatschappijen.
De gemeenschappelijke noemer van de depressiepandemie, van Bangladesh tot het kleinste Vlaamse dorpje, is ongelijkheid: maatschappelijke ongelijkheid die alsmaar toeneemt. Wie een echte oplossing wil voor de depressiepandemie moet beginnen met die oorzaak te erkennen. Dat doet Jan Celie overtuigend in zijn boek.
Het papieren ding
Zoals ik hierboven reeds vermeldde, ik heb het in korte leesbeurten op de trein gelezen, niet thuis, daar kregen andere boeken, schrijfwerk (nu ja, ‘werk’), lekker eten, babbelen of gewoon naar een (ont)spannende serie kijken voorrang.
Ik zal wel niet de enige zijn die het merkt, maar ik was meestal de enige lezer van een papieren ding. De overgrote meerderheid van mijn mede-treinreizigers ‘lezen’ op hun gsm, als je om de zoveel seconden van het ene bericht naar het andere filmpje scrollen nog ‘lezen’ kan noemen.
Voor het werk of zomaar als tijdverdrijf, want echt lezen, even met je buur praten of zomaar naar buiten kijken, ieder in zijn interneteilandje doe je niet meer, alleen, eenzaam … depressief.
Terwijl ik dit schrijf, is het buiten al meerdere dagen grijs overtrokken weer, druilerige regen, winderig, kil, kortom, de meest deprimerende periode van het jaar. Niet de beste periode om een boek over depressie te lezen?
Toch wel, Jan Celie heeft veel te vertellen over wat er scheef loopt met de maatschappij, met ons economisch bestel, onder andere met de rol die de massamedia daarin spelen, de pharma-industrie, de politieke elites … maar hij laat het niet bij kritische analyse. Hij ziet mogelijkheden tot oplossing.
Een oplossing?
Hoe die eruitziet? Er staat teveel in dit leerrijke boek om het hier samen te vatten, maar het begint hiermee: ‘Ontkenning is niet langer een optie’ en ‘We moeten uit de kast komen’. Die kast waar we met miljoenen eenzaam, alléén samenhokken en waar we nochtans zonder het te beseffen eens zijn over één ding: “Zo kan het niet langer. Dit moet anders.”
We mogen niet langer aanvaarden dat de wereld rijkdom produceert die de ongelijkheid nog laat toenemen en ons alleen maar depressiever maakt. Het antwoord van Jan Celie: “Wij zijn met velen, zij zijn met weinig”.
En dit: “Als de inhoud van dit boek u beroerde, communiceer er dan veel en vaak over met de ander en met de Ander1. Onderschat vervolgens het mere-exposure effect niet.”
Paul Verhaeghe vat in zijn voorwoord de essentie van het boek samen: “De toestand is ernstig maar niet hopeloos. De ironische vaststelling dat het merendeel van ons depressief kan en zal worden op grond van diezelfde oorzaken, is net een reden voor optimisme. Het betekent dat de oplossing eenvoudiger is dan we denken – meer verbondenheid, meer gelijkheid –, en vooral dat de positieve gevolgen voelbaar zijn voor iedereen … Het is een taak voor ons allemaal.”
Meer verbondenheid en meer gelijkheid. We worden er inderdaad allemaal beter van.
Jan Celie. We worden er allemaal beter van – Meer verbondenheid en meer gelijkheid als remedie tegen de depressiepandemie. Horizon, Amsterdam/Antwerpen, 2023, 368 pp. ISBN 978 9464 1042 88 (met een voorwoord van Paul Verhaeghe).
Jan Celie doctoreerde in 2019 met een studie van de wetenschappelijke benadering van depressie. Hij heeft als eerste de term ‘depressiepandemie’ gelanceerd.
Note:
1 En wie wil weten wat ‘de ander en de Ander’ betekent: lees dit boek!
Bron: dewereldmorgen.be