Polarisatie en instabiliteit zitten in het DNA van dit tijdperk van wanorde

Polarisatie en instabiliteit zitten in het DNA van dit tijdperk van wanorde

“Scholen melden een toenemende radicalisering en polarisering onder hun leerlingen.” Zo meldde De Tijd op 10 november. De verantwoordelijkheid werd meteen doorgeschoven naar de jongeren zelf of desnoods hun ouders. Op sociale media is er een explosie van wanhopige standpunten of uitroepen. Extreemrechts en andere populisten hebben de wind in de zeilen. Een tijdperk van wanorde, oorlogen, onzekerheid en rampen brengt uiteraard polarisatie met zich voort. 

Toekomst bedreigd

Kenmerkend vandaag is de afwezigheid van een breed gedeeld positief toekomstbeeld van een samenleving waarin het menselijke potentieel ten volle benut wordt. Dat is ook moeilijk in te beelden op een ogenblik dat we op zoveel vlakken achteruit gaan en barbarij als een dreigende wolk boven ons hangt. Terwijl de door de mens veroorzaakte klimaatverandering steeds meer verwoestingen aanricht in het leven van mensen, blijven fossiele brandstofbedrijven recordwinsten boeken en investeren in olie en gas. Terwijl de angst voor nog meer oorlogen toeneemt, stijgen de winsten in de wapenindustrie zo sterk dat zelfs Test Aankoop adviseert om in die sector te beleggen. 

De twee belangrijkste grootmachten, de VS en China, liggen niet alleen op ramkoers met elkaar maar worden ook intern geconfronteerd met crises. De Chinese jongerenwerkloosheid wordt niet meer bekendgemaakt wegens te hoog. In de VS was er vorig jaar een scherpe stijging van het aantal armen: 44 miljoen Amerikanen lijden regelmatig honger. De opbrengst van de economische groei gaat naar een kleine minderheid en zelfs die groei is bedreigd door de vele tegenstellingen van het kapitalisme. 

Ook in België dreigt de economie verder stil te vallen, nadat de groei geen einde kon maken aan de vele wachtlijsten en systematische tekorten in zorg, onderwijs, betaalbare huisvesting … De recordwinsten van de graaiflatie gingen naar de aandeelhouders, niet naar technologische en ecologische transitie. Dit draagt bij aan de recessie in de industrie. Zij kregen de winsten, wij dragen de nefaste gevolgen met jobverlies, ellende en sociale spanningen. 

Politieke systeem ondermijnd

Het is logisch dat het vertrouwen in alle instellingen en hun spreekbuizen op een dieptepunt staat. De leegloop van het politieke centrum is geen persoonlijke kwestie. De centrumpartijen die het status quo verdedigen, hebben geen antwoord op de uitdagingen van dit tijdperk, er blijft enkel politieke marketing over. 

De soap van de ongeziene neergang van Open VLD is kenmerkend voor de neergang van het politieke centrum. De partij van de premier haalt in de peilingen geen 10% en de hypocrisie bij het interne geruzie over de overblijvende postjes ontgaat niemand. Vooruit leek op basis van een uitgekiende communicatie stand te houden, maar de opeenvolging van schandalen rond kwesties van onderdrukking bedreigt dit. Het racisme, seksisme en bodyshaming van Conner Rousseau krijgt de sterkste marketingcampagne niet goedgepraat. 

Langs Franstalige kant houden de traditionele partijen iets beter stand. De opgang van de PTB zet echter druk op de PS, die verplicht is campagne te voeren voor een vermogensbelasting. Les Engagés kennen een zekere terugkeer op basis van de onbetrouwbaarheid van Georges-Louis Bouchez als MR-voorzitter. Maar indien er in 2024 geen regeringsdeelname volgt, dreigt een nieuwe existentiële crisis voor Les Engagés.

N-VA trok lange tijd als enige het ongenoegen naar zich, maar dat wordt moeilijker door de positie van de partij eerst in de Zweedse regering en nu de Vlaamse. Het staat vandaag net als de MR voor een meer brutale benadering van meer Trumpisme, met antiwoke campagnes en onvoorwaardelijke steun aan de Israëlische staatsterreur. 

Dit zal de vorming van zowel federale als regionale regeringen in 2024 niet gemakkelijker maken. Volgens het IMF moet er de komende zes jaar 30 miljard euro bespaard worden, terwijl alles al kapot bespaard is en het argument dat we ‘boven onze stand leven’ alle geloofwaardigheid verloren heeft. Tekorten brengen onvermijdelijk de communautaire tegenstellingen terug op de voorgrond.  

Rechts is klaar voor harde besparingen. In de woorden van De Wever: “Je zult langer moeten werken voor je pensioen en er moet een grote kuis in de sociale zekerheid komen.” Besparen zal nochtans sowieso niet evident zijn met de schokken die onderdeel zijn van het tijdperk van wanorde. Denk aan natuurrampen en oorlogen. Die vragen telkens weer nieuwe overheidsinvesteringen om overeind te blijven. En dan hebben we het nog niet gehad over de arbeidersbeweging die voor haar rechten opkomt doorheen strijd waar de traditionele politieke ‘partners’ steeds minder greep op hebben.

Het ongenoegen niet aan extreemrechts overlaten

In deze polarisatie scoort het Vlaams Belang. Veel moet het niet doen, de andere partijen geven steeds nieuwe kansen aan extreemrechts. De thema’s en doelgroepen voor de verkiezingscampagne zijn al zorgvuldig uitgekozen. Racisme blijft belangrijk, maar is niet het enige thema. Het VB speelt in op alle vormen van ongenoegen, met nadruk op de jongeren en de bevolking op het platteland. Het differentieert zich van N-VA met kritiek op de gevolgen van het asociaal beleid, ook al rijdt het Vals Belang voor de rijken. 

Extreemrechts beweert voor de gewone werkmens op te komen, maar is vooral bezig met het opvrijen van ondernemers. Het beweert tegen de elite in te gaan, maar stuurt haar mandatarissen naar de Antwerp Business School om ervaring op te doen om mee te besturen. Gevraagd naar de groeiende steun van ondernemers voor het VB verklaarde Bart Deconinck, de voorzitter van de Beaulieugroep, in De Tijd: “De meeste ondernemers zitten niet te wachten op een splitsing van het land en de bijbehorende instabiliteit. Maar men wil wel het signaal geven dat radicale verandering nodig is.” Dat het anders moet, wordt breed gedeeld. De radicale verandering waar ondernemers op aansturen is echter niet die waar een wachtende op een sociale woning of jonge ouders die geen plaats vinden bij de kinderopvang op hopen.

Het valse sociaal karakter van extreemrechts doorprikken gebeurt door acties en door de eisen vanuit de arbeidersbeweging centraal te stellen. Door bijvoorbeeld duidelijk te maken dat de onbetaalbaarheid van huisvesting niet door migranten wordt veroorzaakt, maar door leegstand en speculatie. 

De groei van het VB leidt ook tot andere druk, die van brede eenheid om het ‘land te redden’. Tegenover eenheid met de verantwoordelijken voor het asociaal beleid dat extreemrechts groot maakt, stellen wij eenheid van de werkende klasse in strijd voor sociale vooruitgang.

Ons antwoord bestaat uit het kijken naar de onderliggende ziektesymptomen van het systeem en vooral uit strijd voor welvaart en een toekomst voor iedereen, als basis om vertrouwen en solidariteit op te bouwen om radicale verandering voor onze klasse op de agenda te zetten in de vorm van een socialistische samenleving. Dat perspectief wordt versterkt door sociale strijd niet ‘on hold’ te zetten tijdens de politieke en sociale verkiezingen, maar door onze belangen actief te verdedigen. Daarnaast door te stemmen voor de PVDA als spreekbuis van de werkende klasse in de parlementen. Sluit aan bij LSP om samen te strijden voor socialistische maatschappijverandering.

Bron: Socialisme.be

Overheidsgeld moet naar werkers gaan, niet naar aandeelhouders.

Als kerstcadeau aan de huishoudhulp hebben de twee grootste werkgeversorganisaties in de dienstenchequesector (Federgon en DCO Vlaanderen) eenzijdig besloten om de eindejaarspremies en de toeslag voor economische werkloosheid in de nabije toekomst in te trekken.

Het gaat om bedrijven die voor bijna 2 miljard euro aan overheidsgeld gesubsidieerd worden en vaak miljoenen per jaar uitkeren aan hun aandeelhouders. Ondertussen hebben huishoudhulpen te maken met zeer lage lonen en moeilijke werkomstandigheden.

Tot overmaat van ramp kregen deze Vlaamse bedrijven aan het einde van het jaar nog een extra subsidie van 50 miljoen euro.

 Het wordt hoog tijd dat overheden ingrijpen om een einde te maken aan deze schandalige praktijken. Bedrijven die enkel gericht zijn op het maken van winst ten koste van huishoudhulpen, moeten uit de sector verwijderd worden.

De vakbonden kondigen acties aan, en zoals altijd zal de PVDA hen zowel in het parlement als op straat steunen. Overheidsgeld moet terugvloeien naar huishoudhulpen, niet naar aandeelhouders.

Bron: PVDA.be

Hoe een Amerikaanse organisatie geneesmiddelen uit handen van Big Pharma haalt

Hoe een Amerikaanse organisatie geneesmiddelen uit handen van Big Pharma haalt

Grote tekorten aan geneesmiddelen bij de apotheek hebben alles te maken met hoe de productie ervan georganiseerd is. In de VS zien we een voorbeeld van hoe die productie ook zonder winstbejag kan: de non-profitorganisatie Civica Rx.

Het tekort aan geneesmiddelen is een probleem dat steeds erger wordt. De gevolgen voor de patiënt zijn niet te onderschatten. Recent was er bijvoorbeeld geen furadantine meer, het antibioticum dat gebruikt wordt voor de behandeling van een blaasontsteking. Ook verschillende pijnstillers, puffers, bloeddrukverlagers of zelfs medicatie voor epilepsie of alcoholverslaving waren de voorbije maanden plots niet meer te verkrijgen. Omdat farmabedrijven liever hun winst verhogen dan ervoor te zorgen dat ze tijdig produceren en leveren.

Het protectionisme van Vandenbroucke en Macron

Veel tekorten zijn het gevolg van een onderbreking van de productie- en distributieketen. Die is op twintig jaar tijd kwetsbaarder geworden. Veel farmabedrijven verhuisden hun productie naar India en China, waar ze in grote productiesites besparen op lonen en kwaliteitsnormen. Vandaag wordt minstens 66 procent van alle actieve bestanddelen voor onze geneesmiddelen in India en China geproduceerd. In 2000 was dat nog 31 procent.

Wanneer in één van die productiesites iets fout loopt, is de impact op een groot deel van de voorraad aan medicijnen in Europa enorm. Het maximaliseren van de winsten kreeg voor Big Pharma voorrang op het garanderen van voldoende medicijnen.

Minister Vandenbroucke kondigde in het voorjaar van 2023 aan dat hij hier iets aan wil doen. Hij schreef een sneuvelnota voor de Europese ministers van Gezondheid, een voorstel voor een Critical Medicines Act. Over het probleem van de productie schrijft hij: “Producenten moeten aangemoedigd worden.” En dat met overheidssteun en prijsafspraken, zo voegt hij eraan toe. Met subsidies dus, en het verhogen van de prijs voor medicijnen die we niet kunnen missen.

Het is een valse oplossing. Het probleem is volgens Vandenbroucke en zijn Europese collega’s dat productie in landen als China en India niet te vertrouwen is, omdat het niet onze geopolitieke bondgenoten zijn. Maar hun tekst vertelt niets over het fundamenteel probleem, namelijk dat de producerende farmabedrijven hun winsten boven onze gezondheid stellen. Integendeel, om terug meer productie naar Europa te krijgen, willen ze voor die multinationals zelfs met extra subsidies over de brug komen.

Een voorbeeld van die protectionistische visie zien we nu al in Frankrijk. In 2020 kondigde de Franse president Macron met veel bravoure aan dat hij de productie van paracetamol terug naar Frankrijk wilde halen. Daarvoor maakte hij 200 miljoen euro subsidies vrij, voornamelijk voor de Franse farmareus Sanofi. Nochtans is Sanofi in Frankrijk, na Total, het bedrijf dat het grootste bedrag aan dividenden uitkeert.

Civica laat zien dat het anders kan

Als we botsen op de hiaten van het vrije marktmodel, dan moeten we het over een andere boeg durven gooien. In de VS vinden we een inspirerend voorbeeld. Geconfronteerd met het probleem van tekorten aan medicijnen namen zo’n 800 ziekenhuizen in 2018 het initiatief om de aankoop en de productie van hun medicijnen zelf in handen te nemen. Ze richtten daarvoor de non-profitorganisatie Civica RX op, om niet langer afhankelijk te zijn van farmareuzen zoals Pfizer of Roche.

De organisatie onderhandelt lange termijncontracten met zo’n 15 kleinere, generische producenten. Kleine fabrikanten die wel konden produceren maar geen zekerheid op afname hadden, boden Civica hun diensten aan. Door langlopende contracten te garanderen met een grote groep ziekenhuizen en apotheken, kan Civica met die bedrijven gunstige voorwaarden sluiten.

De prijzen zijn op 2,5 jaar tijd gemiddeld 30% gezakt. Civica doorbreekt het monopolie van Big Pharma, de prijs voor hun producten is gebaseerd op de productiekost. Voor het breed spectrum antibioticum daptomycine bijvoorbeeld moesten ziekenhuizen eerst 200 dollar per dosis betalen. Civica heeft kunnen onderhandelen dat ze het voor 64 dollar per dosis aan ziekenhuizen kunnen leveren. De prijs zakte uiteindelijk naar 25 dollar per dosis. Een stabiele, rechtvaardige prijs, zonder tekorten. Bovendien houdt Civica ook van elk geneesmiddel een noodvoorraad bij, goed voor drie tot zes maanden levering. In tegenstelling tot de meeste farmabedrijven die zoveel mogelijk just-in-time produceren en leveren.

Een eigen fabriek

Naast die lange termijncontracten met private bedrijven wil Civica ook de productie van bepaalde geneesmiddelen in handen nemen, met een eigen productiecapaciteit. Momenteel wordt in Petersburg (Virginia) een fabriek gebouwd. Een investering van 140 miljoen dollar voor naar verwachting 190 werknemers. Er zullen verschillende soorten insuline worden geproduceerd.

Momenteel is de prijs voor die insuline ongeveer 330 dollar voor een flesje of 510 dollar voor vijf pennen. Civica zal de insuline in 2024 verkopen aan een prijs die 90% lager ligt (30 dollar en 55 dollar respectievelijk). Een ware revolutie dus.

Ondertussen verkoopt Civica al meer dan 70 generische geneesmiddelen. Een voorbeeld van geneesmiddelenproductie volgens een ander model. Er komen geen banken of investeerders aan te pas die winst willen maken. De financiering gebeurt direct via de aankoopcontracten van de ziekenhuizen en voor een deel ook via fondsen van goeie doelen. Geen aandeelhouders, geen dividenden en geen aandelenopties. Er zijn ook geen echte eigenaars, maar eerder “stewards”. De bestuurders van de goede doelen zitten mee in het bestuur. De vraag is niet wat de hoogste prijs is die op de markt gevraagd kan worden, maar wat de laagste rechtvaardige prijs is waarmee de markt kan worden bevoorraad.

Vijf jaar na de start van Civica heeft het contracten met een derde van de Amerikaanse ziekenhuizen, meer dan 1400, goed voor ongeveer 16 miljoen patiënten. Civica bedient voor bepaalde geneesmiddelen ongeveer 10 tot 15% van de markt. Initiatieven als Civica is wat Europa nodig heeft. Ze zetten de gezondheid van onze patiënten op de eerste plaats en zorgen voor de creatie van nieuwe productiecapaciteit en extra tewerkstelling. Tijd dat minister Vandenbroucke en de Europese Commissie ook de publieke optie in ons farmamodel voor de toekomst opnemen.

Bron: PVDA.be

Meldplicht in de maak voor huurders die huur als beroepskosten willen aftrekken

De federale regering wil de aftrek van huurgelden als beroepskosten aan strikte voorwaarden onderwerpen, en in sommige gevallen gewoonweg niet meer toestaan. Dat blijkt uit een wetsontwerp dat aan de Kamer zal worden voorgelegd en nog moet worden aangenomen.

Als een huurder zijn gehuurde woning of een deel ervan gebruikt voor het uitoefenen van zijn beroep en de huur fiscaal als kosten inbrengt, wordt de verhuurder belast op zijn werkelijke huurinkomsten en niet op basis van het doorgaans lagere kadastraal inkomen van de woning. Daarom bevat nagenoeg elk woonhuurcontract een clausule die de huurder verbiedt de gehuurde woning voor zijn beroep te gebruiken en de huur fiscaal in te brengen. Doet de huurder dat toch, vaak buiten medeweten van de verhuurder en in weerwil van die clausule, dan zal de fiscus na controle de verhuurder zwaarder belasten, op de werkelijk ontvangen huur. Die laatste kan zijn meerbelasting dan via de rechtbank op de huurder verhalen. Die gang van zaken is uiteraard niet bevorderlijk voor de goede verstandhouding tussen de huurder en de verhuurder.

De zwaardere belasting van de verhuurder is geen automatisme. Ze kan maar worden opgelegd na controle van de belastingaangifte van de huurder. Stelt de belastingcontroleur in die aangifte de aftrek van huurkosten vast, dan moet hij zijn collega die over de belastingaangifte van de verhuurder gaat, daarvan op de hoogte brengen door een fiche op te stellen. Dat vergt menselijk ingrijpen en kost tijd, iets wat de doorsneebelastingambtenaar niet op overschot heeft.

Met de nieuwe wet wil men dat proces automatiseren. Volgend jaar zal de huurder die zijn huur met betrekking tot dit jaar als beroepskosten wenst in te brengen, de persoonsgegevens van zijn verhuurder moeten opnemen in bijlage bij zijn belastingaangifte, zodat de fiscus automatisch de link kan leggen tussen de fiscaal afgetrokken huur (door de huurder) en te belasten huur (bij de verhuurder). Die meldplicht gaat ver. Zo worden niet alleen de naam en het adres van de verhuurder gevraagd, maar ook zijn rijksregister- of nationaal nummer. Het is voor het eerst dat een belastingplichtige zo’n gevoelige persoonsgegevens, niet van hemzelf of van zijn gezin, maar van een derde, de verhuurder, moet prijsgeven in de belastingaangifte. De bijlage zal integrerend deel uitmaken van de aangifte.

De wetgever begeeft zich daarmee op glad ijs, en beseft dat ook. Hij legt de nieuwe meldplicht ter advies voor aan de Gegevensbeschermingsautoriteit. Bovendien zal de wetgever de huurder uitdrukkelijk en specifiek machtigen om het nationaal nummer van de verhuurder aan de fiscus door te geven, die het slechts gedurende een periode van maximaal tien jaar mag bewaren. De nieuwe meldplicht zal ongetwijfeld de drempel verhogen om huurgelden nog als beroepskosten in te brengen.

Bovendien verbiedt het wetsontwerp de huurder soms zijn huur nog als kosten van zijn inkomen af te trekken. Dat is het geval als de huurder en de verhuurder een overeenkomst hebben gesloten voor de verhuring van een woning “die uitsluitend bestemd is voor huisvesting van een gezin of een persoon”, én die overeenkomst (gratis) geregistreerd is. De aard van het contract sluit het beroepsgebruik en de aftrek van huur in principe uit. De verhuurder kan in dat geval – en dat is een goede zaak – niet langer voor onaangename verrassingen komen te staan wanneer zijn huurder een deel van de woning bijvoorbeeld als thuiskantoor gebruikt. Hij kan zijn huur eenvoudigweg niet meer als kosten inbrengen, waardoor de verhuurder belast blijft op het kadastraal inkomen van de woning en niet op de werkelijke huurinkomsten. Zo heeft de verhuurder binnenkort een extra reden om het huurcontract te laten registreren.

Bron: Trends

‘Voor de fiscus is dit arrest van het Hof van Cassatie balen’

‘Voor de fiscus is dit arrest van het Hof van Cassatie balen’

De fiscus beschikt over een heel arsenaal aan middelen om fiscale onderzoeken tot een goed einde te brengen. Een van de veelgebruikte tools is het zogenaamde visitatierecht. U weet wel, dat recht van de fiscus om op bezoek te komen in uw bedrijf of privéwoning. Nooit aangenaam. Zeker als de fiscus tijdens het bezoek gebruikmaakt van zijn ‘actief zoekrecht’, lees: het ongestoord openen van kasten, lades, het doorzoeken en kopiëren van computers, het doorzoeken van privéruimtes en voertuigen, enzovoort.

Tot voor kort oordeelde de rechtspraak dat de fiscus ongestoord zijn gang kon gaan tijdens het bezoeken aan beroepslokalen. Voor de privéwoning was enkel een eerder pro-forma-achtige voorafgaandelijke machtiging van de politierechter vereist. Voor het overige waren er omzeggens geen beperkingen. Bovendien gold het devies dat zodra de belastingplichtige de fiscus had binnengelaten, die toelating werd gekwalificeerd als een formeel akkoord met de visitatie. Niets stond de fiscus dan nog in de weg om zijn onderzoek uit te voeren. Dat was totdat het Hof van Cassatie daar in een mijlpaalarrest van 16 juni 2023 een stokje voorstak.

Het Hof van Cassatie besliste dat voor een fiscale visitatie altijd de toestemming van de belastingplichtige vereist is. Vernieuwend is dat die toestemming te allen tijde blijvend aanwezig moet zijn. De belastingplichtige kan op ieder moment zijn toestemming weer intrekken. Op dat moment moet de fiscus de visitatie stopzetten.

De fiscus zal zich ongetwijfeld hebben verslikt bij het lezen van het arrest. Voorheen ging de fiscus uit van de onvoorwaardelijke medewerkingsplicht van de belastingplichtige en zijn actieve zoekrecht. Een njet van de belastingplichtige werd steevast genegeerd of weggelachen. Het Hof van Cassatie heeft evenwel de spreekwoordelijke puntjes op de i gezet: een visitatie blijft een bezoek en bezoekers moeten zich gedragen. De belastingplichtige blijft heer en meester van zijn privéwoning of beroepslokaal. Anders oordelen zou impliceren dat de fiscus met dwang zijn onderzoeken kan uitvoeren en dat mag niet. De fiscus heeft enkel een beperkt visitatierecht en geen huiszoekingsrecht zoals bij een gerechtelijk strafonderzoek.

Betekent dat nu dat de belastingplichtige een vrijgeleide krijgt om de fiscus aan de deur te zetten bij een fiscale visitatie? Neen, zeker niet. De belastingplichtige moet nog steeds zijn medewerking verlenen. Doet hij dat niet, dan riskeert hij sancties in de vorm van boetes, belastingverhogingen en een aanslag van ambtswege. Maar als de belastingplichtige zich geïntimideerd voelt, of de fiscus gaat te driest te werk, kan de belastingplichtige aan de noodrem trekken en de fiscus spreekwoordelijk aan de deur zetten. Het mes snijdt dus aan twee kanten.

Voor de fiscus is het arrest van het Hof van Cassatie allicht balen. Wil de fiscus toch nog ongehinderd een verrassingsbezoek brengen aan bijvoorbeeld een frauderende belastingplichtige, dan zal hij zich moeten wenden tot het strafrecht, waar huiszoekingen onder leiding van een onderzoeksrechter wel mogelijk blijven. Voor de belastingplichtige is het arrest goed nieuws. De belastingplichtige kan eindelijk weerwerk bieden tegen agressieve fishing expeditions of intimiderende fiscale controles in afwezigheid van een advocaat. Op die manier geeft het Hof van Cassatie een eigen en juiste invulling aan de niet-nagekomen belofte van de Vivaldi-regering om middels een wetgevend initiatief het respect voor de belastingplichtige te herstellen.

Bron: Trends