In tijden van Temu en AliExpress: is er nog toekomst voor ‘Made in Europe’?

In tijden van Temu en AliExpress: is er nog toekomst voor ‘Made in Europe’?

Al maandenlang regent het berichten over ontslagen in de Belgische industrie. Zowel in de textielindustrie, de chemie- en de staalsector sneuvelden het afgelopen jaar duizenden banen. Onze producten kunnen niet langer concurreren met goedkopere invoer. Is het allemaal de schuld van China, of speelt er meer? De VRT NWS-podcast China voorbij de Muur onderzoekt of er nog toekomst is voor ‘Made in Europe’.

Er gaat geen dag voorbij of China zit in het nieuws. Maar kennen we het land echt? Begrijpen we hoe de Chinezen denken, wat ze willen, hoe het eraan toegaat in de Chinese samenleving én welke invloed dat heeft op ons leven? VRT NWS-experten Tom Van de Weghe en Veerle De Vos zoeken het uit in de maandelijkse podcast ‘China voorbij de muur’.

Het regende het afgelopen jaar collectieve ontslagen: textielbedrijven die sloten of verkasten naar het buitenland, honderden ontslagen in de chemie, problemen in de staalsector en dan was er nog de sluiting van Audi in Vorst. Volgens cijfers van de FOD werkgelegenheid verdwenen er alleen al in de eerste 9 maanden van dit jaar bijna 7.000 banen in de industrie. 

Er zijn verschillende redenen waarom de industriesector het moeilijk heeft: hoge loonkosten worden vaak genoemd én hoge energiekosten. Die liggen zelfs hoger dan in onze buurlanden, wat het moeilijk maakt voor onze bedrijven om concurrentieel te blijven. Maar er is nog een factor die vaak terugkomt en dat is China.

Sinds de Chinees-Amerikaanse handelsoorlog zou dat land nog meer dan vroeger zijn producten onder de kostprijs op onze markt dumpen met alle gevolgen van dien. Waar het 15 jaar geleden vooral ging om ‘goedkope’ spullen zoals speelgoed en textiel gaat het nu om hoogtechnologische  producten zoals zonnepanelen en elektrische auto’s.

Subsidies met een controlesysteem

De reden daarvoor is het feit dat China een heel ander economisch systeem heeft, legt Victor De Decker uit, bij het Egmontinstituut in Brussel: “China was altijd al een investeringsgeleide economie. Tegelijkertijd zijn er de kapitaalcontroles: Chinese winsten mogen niet zomaar naar het buitenland worden versluisd. Dat geld wordt massaal geïnvesteerd in infrastructuur, in vastgoed, maar ook in industrie. De laatste jaren gaan er miljarden en miljarden naar zonnepanelen, elektrische wagens, artificiële intelligentie en halfgeleiders.”

China ontkent dat het het spel niet eerlijk zou spelen, dat zegt ook Jun Jiang, een onderneemster die met haar bedrijf China Connect bruggen bouwt tussen China en Europa. “China begint altijd met een heel duidelijk beleid. Welke sectoren zijn strategisch belangrijk, welke technologieën moeten groeien? Daarna investeert de overheid massaal in infrastructuur zodat bedrijven een sterke basis hebben. Subsidies zijn er ook, maar altijd met een controlesysteem. Als bedrijven hun doelen niet halen, stopt de steun ook direct.”

Maar sinds het einde van de Covid-pandemie hapert het consumentenvertrouwen bij de Chinese burgers. Met het aantreden van de Amerikaanse president Trump gelden er in de VS strenge handelsbeperkingen voor Chinese producten. Het gevolg is dat er meer dan ooit Chinese producten onze richting uitkomen, afgewerkte producten, maar ook onderdelen zoals batterijen, chemische stoffen en staal. 

Een van de sectoren die het al jarenlang moeilijk heeft, is de textielsector. Maar recent is het nog verergerd, zegt Karla Basselier, CEO van belangenorganisatie Fedustria. “Wegens de lage loonkosten in China kwam Chinees textiel vanaf de jaren 2000 massaal aan dumpingprijzen op onze Europese markt. Dat geldt trouwens ook voor de meubelsector als het gaat om plaatmateriaal. En die dumping is eigenlijk alleen maar verhoogd de laatste jaren, zelfs het laatste jaar”.

Hand achter de rug

Intussen is de Europese Unie -behoorlijk laat- wakker geschoten. Zo kondigde de Europese Commissie in oktober maatregelen af voor de staalsector: de invoertarieven op Chinees staal worden verdubbeld en de invoerquota worden met de helft verminderd. Volgens staalreus Arcelor Mittal “broodnodige zuurstof” voor de Europese industrie. 

Maar volgens Karla Basselier komen veel Europese maatregelen te laat of werken ze zelfs contraproductief. “Een voorbeeld is de heffing op synthetische garens uit China. Voor de textielindustrie is dat een grondstof. Maar de productie van die garens is al jaren geleden verhuisd naar China.”

“Door de Europese heffingen verliezen onze bedrijven 2 keer: een keer omdat ze zelf die heffingen moeten betalen en een tweede keer omdat concurrenten buiten de EU -bijvoorbeeld Turkije- die invoerheffing niet moeten betalen.”

Victor De Decker van het Egmontinstituut ziet hoe de Europese Unie met een hand achter de rug gebonden moet werken. “Je kan als handelsblok niet zomaar een tarief opleggen – dat moet voldoende worden gelegitimeerd op basis van regels over subsidiëring en antidumping. Dat werkt natuurlijk enkel heel specifiek, terwijl het probleem met de Chinese export niet beperkt blijft tot één enkele sector”.

Volgens Jun Jiang is China de beschuldingen moe. “Voor veel Chinezen klinkt het zo: zolang je zwak bent, mag je meedoen, maar zodra je wint, speel je vals. We hebben 40 jaar de regels gevolgd die jullie geschreven hebben. Toen China de fabriek van de wereld was, was dat oké. Zodra Chinese bedrijven innovatie en schaal combineren, veranderen de regels ineens. Dat is geen kritiek, dat is een dubbele standaard.”

Slim textiel en recyclage

Is er dan nog een toekomst voor de Europese industrie? Karla Basselier denkt van wel, zelfs in een zwaar getroffen sector als textiel. “We moeten evolueren van een arbeidsintensieve sector naar een kapitaalintensieve sector die inzet op innovatie. Een goed voorbeeld is het zogenaamde ‘slim textiel’. Dat zijn doeken die gebruikt worden in de agro-industrie, in de medische sector en zelfs in de offshore windmolenparken. Op dit moment is dat al goed voor de helft van onze totale omzet.” 

Ook Victor De Decker blijft optimistisch: “Er zijn nog altijd enkele industrieën waar Europa heel sterk in staat. Extreem ultraviolette lithografie van ASML – de halfgeleiderprinters. In de commerciële luchtvaart is er nog altijd geen Chinese evenknie voor Airbus. Medische technologie. Het komt er in eerste instantie op aan om de meubelen te redden waar ze nog te redden vallen. De sterkte van Europa blijft innovatiecapaciteit en kwaliteit.

En er is nog iets wat we kunnen doen om minder afhankelijk te worden van China als het gaat om grondstoffen en dat is inzetten op recyclage. Karla Basselier: “We hebben gigantisch veel textielafval in Europa, dat is een perfecte grondstof voor dat technische textiel. Maar daarvoor moeten we die recyclage technologie opschalen en daar moet de Europese Unie ons bij helpen”.  

Nog zo’n sector waar recyclage een oplossing kan bieden is de batterijproductie. Sommige bedrijven kunnen tot 95 procent van de zeldzame aardmetalen uit batterijen terugwinnen, bijvoorbeeld uit onze smartphones.

Zowel het geld als de technologie is in Europa voorhanden om een antwoord te bieden op China, meent Victor De Decker. “Het probleem is dat het geld zo verspreid ligt over allerlei lidstaten, versplinterd tussen pensioenfondsen en banken. We hebben een duurzame, verenigde Europese aanpak nodig. Dat is de manier waarop China het doet.”

Bron: vrt.nws

‘Deze evenwichtige meerjarenbegroting biedt geen structurele oplossing voor een land in onevenwicht’

‘Echt het land op orde zetten kan vandaag enkel nog met een diepgaande staatshervorming’, schrijft Jan Wostyn van Vista over het akkoor dat de regering-De Wever bereikte over de begroting. ‘Het is opvallend dat met name bij de N-VA daar niemand nog over spreekt.’

Afgelopen maandag kondigden de onderhandelende partijen van Arizona een akkoord af over een meerjarenbegroting. Ruim voor de deadline van Kerstmis die premier De Wever zelf had ingesteld. Misschien ook niet toevallig vlak voor het begin van de driedaagse staking van de vakbond. De hele nacht doorwerken net voor zijn tegenstanders drie dagen het land proberen plat te leggen. Een typische De Wever-sneer?

Het akkoord kan op het eerste zicht best wel evenwichtig genoemd worden. Het was duidelijk dat enige creativiteit nodig zou zijn om zowel de sociale flank als de liberale flank van deze regering tegemoet te komen. Een aanpassing van de index ligt altijd gevoelig bij socialisten, maar een index in centen in plaats van procenten die enkel de salarissen boven de 4.000 euro een beetje treft kan men moeilijk asociaal noemen, zoals ik zelf ook al voorstelde in 2021, zij het met bevriezing van de index vanaf 5000 euro bruto. Het voelt ook wel wat vreemd aan dat vakbonden daar dan keihard tegen fulmineren alsof ze vooral strijden voor de koopkracht van de rijkste helft van de bevolking. Dat de Groenen hetzelfde doen, voelt dan weer minder vreemd aan. Hun kiespubliek zit waarschijnlijk vaker wel dan niet boven die drempel.

Voor de liberalen van de MR was het dan weer niet eenvoudig om een aantal belastingverhogingen te slikken die wel degelijk in dit akkoord zitten. Een verdubbeling van de effectentaks is dan wel geen miljonairsbelasting, maar aangezien enkel effectenrekeningen boven één miljoen euro in aanmerking komen, gaat deze belasting wel in die richting.

Het is ook een typisch voorbeeld van hoe belastingen evolueren in dit land: ze beginnen met een klein percentage en bij elke begrotingscontrole wordt het kraantje een beetje verder opengedraaid om de gaten te dichten.

Ook de verhoging van de BTW op gas is geen leuke maatregel, maar kan je desnoods nog als een verantwoorde klimaatmaatregel verkopen. Bovendien is de gasprijs de voorbije 10 maanden bijna gehalveerd, zodat consumenten die verhoging eigenlijk niet eens zullen voelen. Wat dan meteen ook wel de vraag doet rijzen hoeveel die ene maatregel dan wel zal opbrengen. De verhoging van de BTW van 6 naar 12% op hotels, frietkoten, festivals en meeneemmaaltijden inspireerde Vincent Van Quickenborne (Open VLD) op X dan weer tot een nogal dramatische “De horeca betaalt het gelag”. Als dit echter het grootste probleem is dat je ziet in deze meerjarenbegroting, had je perfect zelf ook in de regering kunnen zitten.

Tot slot is ook de symbolische maatregel om de lonen van ministers en federale parlementsleden niet te indexeren tot het einde van de legislatuur niet onbelangrijk. Ook het afschaffen van de partijfinanciering via de Senaat was eveneens een minimum minimorum, want er zit nog wel vet op de soep in het politieke apparaat. Wie besparingen doorvoert, mag zichzelf daarbij niet ontzien.

Arizona doet hiermee wel wat Vivaldi nooit kon: hervormen, de begroting bijsturen in de juiste richting én een klein beetje tegemoet komen aan het sentiment bij de bevolking over een politieke klasse die boven haar stand leeft. Of dit alles zal volstaan om de begroting effectief vlot te trekken, valt niettemin nog steeds te betwijfelen. Zo lijkt het aan het werk krijgen van 100.000 langdurig zieken op 5 jaar tijd toch een beetje budgettaire hocus pocus en wensdenken.

Tegelijkertijd kunnen we niet anders dan vaststellen dat ook deze meerjarenbegroting geen enkele structurele oplossing biedt voor een land in onevenwicht. Je kan blijven elk jaar wat BTW-tarieven aanpassen, een belastingkraantje links of rechts wat opendraaien en wat beknibbelen met wat kunstgrepen in de index of de pensioenen, maar dat is niet meer dan kicking the can down the road, zoals uitgerekend Bart De Wever dat vroeger altijd noemde vanuit de oppositie.

Echt het land op orde zetten kan vandaag enkel nog met een diepgaande staatshervorming. Het is opvallend dat met name bij de N-VA daar niemand nog over spreekt. Ten eerste krijg je de overheidsuitgaven globaal gezien nooit structureel naar beneden zonder het doorvoeren van verregaande fiscale autonomie voor de deelstaten. Die deelstaten zullen pas verantwoord omgaan met hun centen als ze ook afgerekend kunnen worden op hoe ze die centen gaan halen bij de burger. Vandaag krijgen ze gewoon hun geld van de federatie en delen ze dat uit naar eigen goeddunken, zonder al te veel getob over de effectiviteit en noodzakelijkheid van de uitgaven.

Ten tweede zal ook dit akkoord niets doen aan de structurele verwaarlozing van de federale kerntaken. De rekening blijft nagenoeg ongewijzigd: na aftrek van de sociale zekerheid, de rentelasten en de dotaties aan de deelstaten houdt de federale regering zo´n 20 miljard over, voor taken waar ze vandaag 40 miljard euro aan uitgeeft. Zo blijf je onvermijdelijk vastzitten met een weinig performante justitie en een gebrekkige politiecapaciteit. Ook de toekomstige financiering van defensie is hiermee helemaal niet opgelost.

De Wever hanteert voor zijn Arizona-project een mentale horizon van 10 jaar. Bij de meeste grote leiders valt die periode uiteen in 2 fases: de fase van de consolidatie en de fase van de expansie. De eerste termijn heeft dan als doel de federale macht van de N-VA verder te bestendigen en de nodige partners verder aan zich te binden. Vooruit en CD&V zijn vandaag al bijna satellieten van de N-VA geworden. Ze halen net voldoende binnen om de alliantie ook aan hun eigen achterban te blijven verkopen. Ook de MR en Les Engagés hebben hun kiespubliek inmiddels kunnen verzoenen met een Vlaams-nationalistische premier, wat 5 jaar geleden nog ondenkbaar leek.

In de tweede fase van de expansie vanaf 2029 zal De Wever niet anders kunnen dan eindelijk ook het land structureel om te vormen door middel van een zevende staatshervorming. Een oplossing voor de lamlendige financiering van de federale kerntaken is daarbij in ieders belang. Bovendien zal ook een oplossing voor Brussel moeten gevonden worden, dat waarschijnlijk volgend jaar al onder federale curatele zal komen. Tot slot zal vooral de Vlaamse kiezer niet eeuwig blijven aanvaarden dat de belastingen veel te hoog en de pensioenen te laag zijn. De Vlaamse kiezer zal echt niet blijven tolereren dat hij of zij voor elke mogelijkheid tot sparen of beleggen opnieuw langs de federale tollenaar moet passeren.

Laten we De Wever daarom toch ook eens aan zijn eigen woorden herinneren vóór de verkiezingen. In 2022 verkondigde De Wever nog plechtig: “Voor minder dan confederalisme moeten ze mij niet bellen”. Alle bevoegdheden moesten toen naar de deelstaten, anders had het allemaal geen zin.

De Wever zou niet de eerste premier zijn die alles wat hij voor de verkiezingen beloofde, ziet wegzinken in het alles verzwelgende Belgische moeras. Niemand is zich hier meer van bewust van De Wever zelf. Bij de oude Grieken was het noodlot onafwendbaar. Benieuwd hoe dat uitdraait bij de “Nieuw-Vlaamse Alliantie”.

Bron: Knack.be

‘Keerzijde van federaal systeem voor terugbetaling psychologische zorg: vrijheid dreigt een privilege te worden’

‘Keerzijde van federaal systeem voor terugbetaling psychologische zorg: vrijheid dreigt een privilege te worden’

‘Zolang de vrije keuze beperkt blijft tot wie toevallig in het juiste systeem past, blijft psychologische zorg in België iets voor de gelukkigen onder ons’, schrijft Tom De Gols over het terugbetalingssysteem voor psychologische zorg.

De voorbije weken klonk er goed nieuws: steeds meer Belgen vinden hun weg naar betaalbare psychologische zorg via het geconventioneerde systeem. Een opsteker voor de patiënt, maar de realiteit voor de psycholoog is heel anders. Sinds 2021 kunnen psychologen die tot de conventie toetreden, sessies aanbieden aan een verlaagd tarief. Vijf jaar later wordt echter duidelijk dat structurele en beleidsmatige beperkingen de effectiviteit van het systeem temperen. Een belangrijk knelpunt is de selectie, niet elke psycholoog kan toetreden en zelfstandige praktijken vallen vaak uit de boot.

Ten eerste is het federale terugbetalingssysteem via het RIZIV selectief en rigide. Dat systeem, de zogenaamde conventie, is een akkoord tussen het RIZIV en een beperkt aantal psychologen. Wie toetreedt, kan therapie aanbieden aan sterk verlaagde tarieven (11 euro per sessie of gratis voor jongeren tot 23 jaar), terwijl de rest van de kost (89 euro) wordt terugbetaald door de overheid. Psychologen die buiten de conventie vallen, kunnen dat niet: hun sessies blijven volledig op kosten van de patiënt.

Vandaag kan enkel een kleine groep geconventioneerde psychologen en orthopedagogen (6.123, of 28 procent van alle psychologen) werken aan verlaagde tarieven, terwijl niet-geconventioneerde professionals gemiddeld €75 aanrekenen. Het gevolg: mensen stellen het uit om naar een psycholoog te gaan omdat er onvoldoende plaats is bij geconventioneerde psychologen.

First come first served


Ten tweede. Waar andere zorgdisciplines vrij kunnen aansluiten bij een conventie, werd dit bij de psychologen een wedstrijd met beperkte plaatsen. Toen het systeem in 2021-2022 werd uitgerold, gold vooral: first come, first served. Tegen de tijd dat veel collega’s goed begrepen wat er op tafel lag, was het budget al verdeeld. Nochtans zorgt het systeem er net voor dat psychologen betaalbaar zijn.

Vindplaats


Ten derde. Wie vandaag alsnog wil instappen, moet bewijzen dat hij of zij werkt op een ‘vindplaats’: een huisartsenpraktijk, wijkgezondheidscentrum of ander samenwerkingsverband. Eigen praktijken, hoe goed georganiseerd of gespecialiseerd ook, komen zelden in aanmerking. Beeld je in dat een huisarts of kinesist verplicht wordt elders te werken om toegang te krijgen tot bijscholing of vergoedingen.

Dat kan beleidsmatig te verantwoorden zijn, maar in de praktijk voelt het beklemmend. De vrijheid om te werken waar en hoe je wilt, ooit een fundament van het vrije beroep, wordt ingeruild voor een log systeem waarin plaats, en niet kwaliteit, bepaalt wie betaalbaar mag zijn. Waarom sluiten we groepspraktijken uit die inzetten op samenwerking, supervisie en intervisie? Waarom krijgt enkel wie in het juiste netwerk zit toegang tot het systeem? Wanneer vrijheid een privilege wordt, is er iets grondig mis.

Vooruitgang


Laat er geen misverstand over bestaan: de psychologische zorg van vandaag staat veel verder dan tien jaar geleden. Er is meer erkenning, meer samenwerking, meer zichtbaarheid. Maar de kans dat de groep ‘gelukkigen’, zowel cliënten als hulpverleners, nog uitbreidt, lijkt klein. Zeker met de komende begroting. En zolang de vrije keuze beperkt blijft tot wie toevallig in het juiste systeem past, blijft psychologische zorg in België iets voor de gelukkigen onder ons.

Tom De Gols is klinisch psycholoog (Vrije Universiteit Brussel) en  medeoprichter van Mentalify, het eerste samenwerkingsplatform voor professionals in de mentale gezondheidszorg. Dat is een digitale mentale gezondheidsstart-up die ondersteund wordt door Start it @KBC.

Bron: knack.be

Organiseren, staken & winnen. De Wever en dit beleid doen vallen!

De rechtse retoriek hakt er dagelijks op in en heeft een effect, ook op onze collega’s en familie. Werklozen en zieken worden als profiteurs bestempeld, militarisering als de enige optie. Dat hoeft niet zo te zijn. De massale betoging van 14 oktober toonde hoe breed gedragen het verzet tegen het beleid van de rechtse regeringen is.

Het paasakkoord was nog niet verteerd of het zomerakkoord was er al. Elk seizoen lanceert Arizona een nieuwe reeks aanvallen op onze levensstandaard. Als we deze trend niet kunnen keren, zal de lawine alleen maar groter worden, net als de sociale chaos die daarmee gepaard gaat. Velen van ons kunnen het niet meer aan, de onzekerheid en angst zijn groot. Er is een massale strijd nodig om een einde te maken aan dit asociale beleid, om de angst van kant te doen veranderen en om eindelijk nieuwe overwinningen te behalen met de arbeidersklasse in al haar diversiteit.

Moeten er besparingen worden doorgevoerd?

Het regeerakkoord had al een begrotingsinspanning van 23 miljard euro vooropgesteld, waaraan nu nog eens 10 miljard euro wordt toegevoegd tegen 2029. Voor George-Louis Bouchez is zelfs dat niet genoeg: er moet volgens hem 20 miljard euro extra worden gevonden om “de begroting weer op orde te brengen”.

Volgens deze regering moeten we allemaal een inspanning leveren, en de aanvallen komen van alle kanten: de pensioenmalus, afschaffing van toeslagen voor nachtwerk, uitbreiding van de mogelijkheden voor overuren, beperking van de opzegtermijn, moeilijkere toegang tot eindeloopbaanmaatregelen, aanvallen op de werklozen, besparingen in het openbaar vervoer, besparingen in het onderwijs… Dit zijn slechts enkele van de meest recente maatregelen.

Om geld te vinden is de regering bereid om elke vorm van sociale bescherming uit te hollen en de beperkte inspanningen op te geven rond klimaat en milieu, ontwikkelingshulp, anti-discriminatie (bijvoorbeeld UNIA), vrouwen- en LGTBIQ+-rechten. Volgens hen is er geen alternatief.

Er is 4,8 miljard euro voorzien voor nieuwe gevechtsvliegtuigen en daarbovenop vraagt Francken nog eens 500 miljoen om drones neer te halen, maar voor hulp aan de bevolking van Gaza of Soedan zijn er geen middelen.

In een nieuw rapport onthult de Nationale Bank van België dat er nog nooit zoveel subsidies aan bedrijven zijn toegekend: België besteedt jaarlijks 25 miljard euro aan subsidies en investeringssteun, ofwel 4,1 % van het bbp, bijna het dubbele van het niveau van 2000. En terwijl Arizona nog harder wilbesparen, deinzen ze er niet voor terug om in de inkomsten te snijden door de belastingen voor de rijksten te verlagen. Zo heeft de regering in juli in alle discretie gestemd voor vrijstelling van werkgeversbijdragen voor lonen van meer dan 85.000 euro bruto per kwartaal. Dat betekent dat als je meer dan 30.000 euro per maand verdient, je geen belasting hoeft te betalen op het surplus… dat geldt voor ongeveer 1700 superrijken in België!
Terwijl de rijken cadeaus krijgen, moet de arbeidersklasse de broekriem aanhalen: geen plaats in de crèche, geen leerkrachten op school, geen degelijk loon voor wie werkt, geen vervroegd pensioen voor zware beroepen, geen betaalbare rusthuizen…

Er is een alternatief: haal het geld waar het zit: in de zakken van de aandeelhouders en de superrijken!

Lonen onze acties wel?

Na de historische betoging van meer dan 150.000 mensen in Brussel hebben de politici van Arizona hun oren dichtgestopt en de duidelijke oppositie tegen hun sociale afbraakpolitiek genegeerd.

Toch voelde de regering de druk en ontstond er interne onenigheid. De stemming over de begroting werd uitgesteld en de toon van de discussies in de media veranderde na de betoging. De oppositie voelde zich gesterkt en durfde de regering kritischer te benaderen. Ook de vakbonden werden aangemoedigd en kondigden verdere mobilisatie aan..

De betoging had een belangrijk effect op de krachtsverhoudingen in de samenleving tussen onze klasse en de politici die in dienst staan van de superrijken. Maar dat is nog niet genoeg: zolang deze regering aan de macht is, zal zij niets anders voorstellen dan een beleid van sociale afbraak en cadeaus aan de banken en de grote bazen. Ons doel moet duidelijk zijn: we willen geen Arizona-beleid meer, deze regering moet vallen!

Om dit te bereiken, moeten we ons organiseren met een zorgvuldig voorbereid actieplan. Een actieplan kan starten met een informatiecampagne op de werkplekken en personeelsvergaderingen om onze collega’s te overtuigen om deel te nemen aan de komende acties en om steeds talrijker te worden. Het moet zich ook richten op een breder publiek om hun sympathie te winnen en hen te overtuigen om met ons mee te betogen.

Wij vechten voor iets beter!

We hebben ook een mobiliserend programma nodig, dat mensen zin geeft om te vechten. We weten al wat we niet willen: de maatregelen van de regering van Arizona. Maar we moeten ook duidelijk maken wat we in plaats daarvan wél willen:

  • In plaats van de armsten te laten betalen, halen we het geld waar het zit, bijvoorbeeld bij de multinationals of met een vermogensbelasting. Als het kapitaal protesteert, nemen we het in publieke handen. Het zijn de werknemers die welvaart creëren, en die welvaart is van hen en hun gezinnen, net als de democratische controle die daarbij hoort.
  • De pensioenleeftijd als eerste stapterugbrengen naar 65 jaar en vervolgens verder verlagen. Vervroegd pensioen vanaf 60, eindeloopbaanmaatregelen vanaf 55 jaar. Het minimumpensioen moet leefbaar zijn: 1500 euro per maand is niet genoeg, het moet worden verhoogd tot minstens 2300 euro, de gemiddelde kosten van een bejaardentehuis.
  • De werkweek terugbrengen tot 30 uur zonder loonverlies en extra personeel aannemen om de druk op het werk te verminderen. Voor vrije onderhandelingen om de lonen te verhogen. Wanneer de productiviteit stijgt, zijn het niet de aandeelhouders, maar de werkenden en hun sociale kamp die daarvan moeten profiteren.
  • Het systeem van openbare diensten moet uitgaan van de behoeften, niet van beperkte budgetten gedicteerd door neoliberale dogma’s. In plaats van een systematische uitholling en ontmanteling hebben we juist behoefte aan een uitbreiding van de openbare diensten — gezondheidszorg, onderwijs, openbaar vervoer, enz. — met betere arbeidsomstandigheden: voldoende personeel, hogere lonen, werkbare werkdruk.
  • Een nationaal publiek plan opstellen om de klimaatcrisis aan te pakken, met nuluitstoot tegen 2035, waarbij de industriële productie en de werkgelegenheid behouden blijven.

Als deze eisen in strijd zijn met financiële belangen, dan zijn het niet onze eisen die het probleem vormen. Het kapitalisme moet verdwijnen om plaats te maken voor iets veel democratischer: een socialistische samenleving waarin de economie democratisch wordt gepland in het belang van mens en planeet!

Vrouwen, eerste slachtoffers van antisociaal beleid

De Arizona-maatregelen ondermijnen de financiële onafhankelijkheid van kwetsbaardere groepen nog verder. Vrouwen zijn in grotere getale vertegenwoordigd in essentiële maar onderbetaalde banen, in de zorg, de schoonmaak, de horeca en het onderwijs. Ze vormen de meerderheid onder de onvrijwillige deeltijdwerkers en de laagbetaalden. Zij zijn dan ook de eersten die de antisociale hervormingen, bijvoorbeeld de pensioenmalus, ondervinden.

Volgens het IWEPS is in België bijna een op de drie vrouwen minstens één keer in haar leven slachtoffer geweest van psychologisch, fysiek of seksueel geweld door een intieme partner. Volgens Amnesty is één op de vijf vrouwen slachtoffer geweest van verkrachting. Deze schokkende cijfers tonen aan dat het probleem structureel is en een maatschappelijke aanpak vereist.

In die context bieden de Zorgcentra na Seksueel Geweld (ZSG) multidisciplinaire zorg en veiligheid voor slachtoffers, maar er zijn er te weinig. De Arizona-regering voorziet geen uitbreiding van die centra om aan de reële noden tegemoet te komen. Het gebrek aan middelen is nog erger op vlak van fysieke, psychologische, sociale en juridische begeleiding op langere termijn. Bovendien hebben vrouwen en genderminderheden, om ervoor te kunnen kiezen om een ​​gewelddadige gezinssituatie te verlaten, niet enkel voldoende opvangplaatsen nodig, maar vooral toegang tot degelijke en betaalbare huisvesting. Toch ontbreken die maatregelen in het programma van de Arizona-regering.

De feministische eisen – gelijk loon, bescherming tegen geweld, sterke openbare diensten, recht op gezondheidszorg, herwaardering van zorgwerk – zijn ook de eisen van de hele arbeidersklasse. Veel vrouwen hebben zich gemobiliseerd en georganiseerd voor de demonstratie van 14 oktober. Laten we de feministische eisen blijven uitdragen in het vervolg van de beweging om de regering ten val te brengen! 

Bron: socialisme.be

Minister Maxime Prévot: “Ik kan niet beloven dat er geen extra belastingen volgen”

Minister Maxime Prévot: “Ik kan niet beloven dat er geen extra belastingen volgen”

Minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Prévot (Les Engagés), kan niet beloven dat er geen extra belastingen zullen volgen na het begrotingsakkoord. Dat zegt hij zondagmiddag in een studiogesprek met VTM NIEUWS.

“Ik wil een duidelijk signaal geven: tot het einde van deze regering aanvaard ik geen enkele belasting meer”, verklaarde Georges-Louis Bouchez (MR) over de begrotingsdeal in ‘De Morgen’. Maar dat zal misschien toch moeten, aldus Prévot zondagmiddag in VTM NIEUWS. “Ik moet eerlijk zijn, en ik kan niet vandaag beloven dat er in de vier komende jaren geen extra inkomsten zullen komen”, zegt de minister van Buitenlandse Zaken.

Of er eventueel nieuwe belastingen volgen, zal volgens de minister afhangen van de toekomstige economische en geopolitieke situatie. Extra besparingen zullen in de toekomst misschien noodzakelijk zijn. “Eerlijk gezegd kan ik dus niet beloven dat er geen extra belastingen zullen volgen”, aldus de minister. Hij voegt daar aan toe dat die extra belastingen niet de bedoeling zijn. “Eerst moeten de verschillende uitgaven van de regering en administratie verminderd worden.”

De begrotingsoefening bestaat voor een derde uit extra belasting, waarvan de middenklasse (mensen vanaf 2.600 euro netto) het grootste deel betaalt. “We hebben maatregelen genomen die niet altijd aangenaam zijn, dat weten wij. Maar we hebben de koopkracht van de middenklasse, en zeker kwetsbare gezinnen, kunnen beschermen.” Een algemene indexsprong is vermeden, dus vindt Prévot dat de middenklasse werd gespaard.

De minister reageert ook op het dossier rond de Russische tegoeden die bij Euroclear in Brussel geblokkeerd staan. De discussie draait om ruim 210 miljard euro. Meer dan 180 miljard daarvan staat geparkeerd bij Euroclear in Brussel. Europa wil die gebruiken om Oekraïne te helpen. Premier De Wever heeft zich daar hard tegen verzet. Hij wil eerst harde garanties dat de verantwoordelijkheid gedeeld wordt moest het mislopen.

Zolang die garanties ontbreken, vindt Prévot het “opmerkelijk” dat er in de Kamer “urenlang wordt gediscussieerd over de prijs van frieten, maar geen enkel debat plaatsvindt over het zwaard van Damocles dat boven ons hoofd hangt”. “Er bestaat een gigantisch risico. Ik heb het gevoel dat niet iedereen dat begrijpt”, aldus de minister.

Bron: hln.be