Werkzoekenden die niet meewerken krijgen sanctie

Werkzoekenden die niet meewerken krijgen sanctie

Vanaf 1 januari veranderen de spelregels voor wie ingeschreven staat bij VDAB. Werkzoekenden die de kantjes eraf lopen, krijgen voortaan slechts één kans om zich te herpakken. Dat besliste Vlaams minister van Werk Zuhal Demir. “Zie deze verstrenging niet als een straf, maar net als een maatregel om meer mensen aan de slag te krijgen. Wetenschappelijke studies tonen aan dat als je achter mensen hun veren zit, ze sneller aan het werk geraken”, zegt Demir.

Zuhal Demir

Eén kans om zich te herpakken

Vandaag krijgt een werkzoekende 2 kansen om zijn zoekgedrag bij te sturen. Bij een eerste contact met VDAB worden afspraken gemaakt. Als iemand deze afspraken niet nakomt, volgt een eerste waarschuwing. Pas na een tweede waarschuwing riskeert iemand een sanctie.

Die tussenstap verdwijnt. Het zogenoemde ‘formele afsprakenblad’ gaat eruit. Vanaf januari volgt meteen een ‘ultiem afsprakenblad’.

Meer slagkracht voor VDAB

Dankzij de hervorming kan VDAB sneller ingrijpen en worden lange procedures – die soms tot een jaar duren – vermeden. Hiermee geeft Demir de arbeidsmarktbemiddelaar de nodige slagkracht om sneller en kordater op te treden bij werkzoekenden die onvoldoende inspanningen leveren. De verkorte procedure zorgt ook voor minder administratie, waardoor bemiddelaars meer tijd hebben voor echte begeleiding naar werk.

“De verstrenging zal de administratieve werkdruk bij de 1.800 VDAB-bemiddelaars verlagen. Doordat er minder tussenstappen en waarschuwingen nodig zijn, kunnen zij hun tijd en energie richten op hun kerntaak: mensen effectief naar werk begeleiden en uitkeringen omzetten in lonen”, aldus minister Demir.

Wim Adriaens, gedelegeerd bestuurder VDAB: “Onze focus ligt uiteraard op de begeleiding naar werk. Onze bemiddelaars geven werkzoekenden kansen, maar we verwachten ook wel dat ze die grijpen. Doen ze dat niet, dan moeten we streng zijn. Deze beslissing geeft ons meer slagkracht om sneller op de bal te spelen bij de kleine groep werkzoekenden die de kantjes ervan aflopen.”

Duwtje in de rug is noodzakelijk

De werkloosheid wordt binnenkort in de tijd beperkt. Daardoor stijgt de urgentie voor duizenden mensen om sneller werk te vinden. Eind november telde VDAB 126.965 werkzoekenden met een uitkering en jongeren in beroepsinschakelingstijd. Zij moeten aantonen dat ze actief werk zoeken. Eind juni 2025 gaf VDAB al 11.358 waarschuwingen, sancties en negatieve evaluaties.

Volgens onderzoek daalt de kans op werk almaar meer naarmate iemand langer thuis zit. “Daarom versnellen we onze controles en geven we hen meer gerichte zoekopdrachten. Of we leiden hen naar een opleiding”, aldus minister Zuhal Demir. “Zo vergroten we voor iedereen de kans op een degelijke job. We laten niemand in de steek.” Uit een recente bevraging van VDAB blijkt bovendien dat 35% van de gecontacteerden niet eens op de hoogte is van de beperking van de werkloosheid in de tijd. De noodzaak aan duidelijkheid en een duwtje in de rug spreekt dus voor zich.

Vlaamse Regering wil nog maar één uitbetaler van het Groeipakket

Vandaag moeten ouders voor de uitbetaling van het Groeipakket (de vroegere kinderbijslag) kiezen tussen 5 verschillende spelers, die allemaal exact hetzelfde doen: het kindergeld uitbetalen. Dat zorgt voor onnodige complexiteit, hogere werkingskosten en zelfs marketingcampagnes voor iets waar iedere ouder automatisch recht op heeft.

De Vlaamse Regering heeft daarom de ambitie om te evolueren naar één uitbetalingsactor, zoals ook vastgelegd in het regeerakkoord.

Belastingbetaler is kind van de rekening

Volgens Vlaams Parlementslid Tomas Roggeman biedt die hervorming duidelijke kansen: “De politieke consensus is er, de efficiëntiewinsten zijn duidelijk. De ambitie staat ook duidelijk in het regeerakkoord. Minder versnippering betekent niet alleen minder kosten, maar ook meer transparantie. Er zit duidelijk nog marge op.” Momenteel loopt er een studie om die efficiëntiewinsten in kaart te brengen.

Dat is geen overbodige luxe, benadrukt Roggeman. “De waaier aan uitbetalers is een erfenis van vóór de zesde staatshervorming. Vlaanderen gaat die federale kafka nu opkuisen. We keren via het groeipakket jaarlijks miljarden euro’s uit. Dan moet de organisatie daarachter eenvoudig, betrouwbaar en efficiënt zijn.” Wat de N-VA betreft, is het dan ook tijd om door te pakken: eenvoud voor gezinnen en een verstandig gebruik van belastinggeld moeten centraal staan.  Bron: N-VA

N-VA wil takenpakket ziekenfondsen grondig hervormen

Gepubliceerd op donderdag 11 december 2025

De N-VA wil de rol en het takenpakket van de ziekenfondsen grondig herbekijken. Aanleiding zijn recente berichten, die aantonen dat verschillende ziekenfondsen stevige winsten boeken. “Nu blijkt dat ziekenfondsen bijzonder winstgevende bedrijven zijn die ver afgedreven zijn van hun kerntaken, is het tijd om in te grijpen. Belangenvermenging loert immers om de hoek”, stelt Kamerlid Frieda Gijbels in Villa Politica.

Dubbele rol onder vuur

Ziekenfondsen beheren vandaag publieke middelen van de verplichte ziekteverzekering, maar bieden tegelijk privéproducten aan zoals hospitalisatie- en tandverzekeringen. Volgens de N-VA werkt die combinatie risico’s in de hand. “Dit leidt tot belangenverstrengeling, zeker wanneer ze mee beslissen over de verdeling van RIZIV-budgetten”, stelt Gijbels.

Ze schuift daarom een structurele hervorming naar voren: de uitbetalingstaak van de verplichte ziekteverzekering zou op termijn volledig onder het RIZIV moeten vallen. Dit betekent ook dat de ziekenfondsen verdwijnen uit de beheersorganen van het RIZIV. “Waarom zouden ze bijvoorbeeld pleiten voor een betere terugbetaling van tandzorg als ze ook een eigen pakket kunnen verkopen aan hun leden?”, aldus Gijbels.

Ziekenfondsen kunnen wel actief blijven als aanbieder van vrijwillige verzekeringen en als loket voor advies of doorverwijzing. “Die verzekeringen moeten natuurlijk wel aan dezelfde fiscale voorwaarden voldoen als andere verzekeringsmaatschappijen”, zegt Gijbels.

Ook hun aanwezigheid in andere organen die beslissen over de aanwending van het RIZIV-budget roept vragen op bij Gijbels, zeker omdat sommige fondsen eigen ziekenhuizen of apotheken uitbaten: “Gezien het risico op belangenvermenging hebben ze geen plaats in de akkoordencommissies van het RIZIV.”

Ook de adviserend artsen van de ziekenfondsen zouden beter ondergebracht worden in het RIZIV, vindt het Kamerlid: “Nu controleren ze hun eigen leden en hebben ze absoluut geen baat bij een te strenge beoordeling van de klant, die ook naar een ander ziekenfonds kan overstappen.”

Verplichte aanvullende verzekering betwist

Elk ziekenfonds vraagt van zijn leden een verplichte bijdrage voor de verplichte aanvullende verzekering. Die verplichte aansluiting en het lidgeld jaagt de ziekenfondsleden onnodig op kosten, terwijl de opbrengsten vooral de ziekenfondsen ten goede komen: ze halen jaar na jaar winst uit deze verplichte aanvullende verzekering.

De N-VA pleit er daarom voor om die verplichting te schrappen. Tegelijk wil Gijbels dat de overheid meer bekendheid geeft aan de Hulpkas voor Ziekte en Invaliditeit, die dezelfde wettelijke dekking biedt zonder bijkomend lidgeld.

Strenger toezicht en hogere boetes

Ook het responsabiliseringssysteem komt in beeld. De regering besliste eerder al dat ziekenfondsen zelf moeten opdraaien voor foutief uitgekeerde bedragen. Maar volgens de N-VA blijven de sancties veel te laag. Boetes van vaak slechts 125 euro staan niet in verhouding tot de verliezen die onze sociale zekerheid leidt als de ziekenfondsen hun taken niet naar behoren uitvoeren.

Ten slotte pleit de N-VA voor de afschaffing van de vrijstelling die de ziekenfondsen kunnen ontvangen van het RIZIV, indien ze kunnen aantonen dat het niet kunnen terugvorderen van onverschuldigde bedragen niet hun eigen schuld is. “Dit behoort immers tot de risico’s van het beheer waarvoor ze al royaal vergoed worden.

Daarbovenop ontvangen de ziekenfondsen ook nog eens een – veel hogere – bonus voor de onverschuldigde bedragen die ze wél kunnen terugvorderen”, besluit Gijbels.   Bron: N-VA

Wie niet wil aansluiten bij een ziekenfonds kan ook lid worden bij de ‘Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeits-verzekering‘ (HZIV). Als je zelf geen ziekenfonds kiest, dan sluit het OCMW je automatisch aan bij het HZIV. Welk  is het goedkoopste ziekenfonds?   Ziekenfondsen vergelijken? – Zo gebeurd! – Mijnvergelijker.be

Zwangere kleuterjuffen krijgen geen verlof meer

Directeurs moeten verplicht zinvolle taken zoeken in plaats van zwangere kleuterjuffen verlof te geven: “Nu verliezen scholen twee keer”

Kleuterjuffen zullen niet langer bijna automatisch verlof krijgen wanneer ze zwanger zijn. Nu gebeurt dat om het risico op ziektes als CMV te vermijden. Directeurs moeten verplicht zinvolle andere taken voor die juffen zoeken.

Volgens de laatste cijfers van de onderwijsadministratie kregen in schooljaar 2024-2025 precies 1.895 juffen die zwanger waren of borstvoeding gaven, verlof. Het gaat niet over het moederschapsverlof zoals we dat allemaal kennen, maar om een speciale regeling die zwangere juffen beschermt tegen mogelijke gezondheidsrisico’s. Het gaat bijvoorbeeld over het tillen van kleuters, maar ook over de blootstelling aan infectieziekten zoals het cytomegalovirus (CMV). Een besmetting met dat virus tijdens de zwangerschap kan leiden tot onder meer gehoor- of gezichtsstoornissen of een mentale achterstand bij de baby. Ook in het buitengewoon onderwijs wordt de regeling vaak toegepast, vooral omwille van mogelijk agressief gedrag van kinderen.

Nu al moeten directeurs in principe de werkomstandigheden van de zwangere juffen aanpassen of een andere opdracht geven, maar in de praktijk gebeurt dat zelden. “In de huidige tijden van krapte op de arbeidsmarkt en het lerarentekort waarbij heel wat scholen er niet in slagen vacatures in te vullen, is het onverantwoord om dergelijk potentieel aan arbeidskrachten onbenut te laten”, staat in een nieuw decreet dat vlak voor de kerstvakantie een eerste keer is goedgekeurd door de Vlaamse regering.

En dus moeten scholen vanaf 1 september verplicht op zoek naar andere taken “die toelaatbaar zijn in haar toestand” voor die zwangere juffen. De woordvoerder van onderwijsminister Zuhal Demir (N-VA) zegt dat ze bijvoorbeeld aan de slag kunnen in de ‘taalheldklassen’, aparte klassen voor anderstalige nieuwkomers in de lagere school. Maar het kan ook gaan over co-teaching in een ander leerjaar of leerlingen begeleiden bij technisch lezen. De juffen behouden ondertussen hun salaris en kunnen na het verlof terugkeren naar hun oude job. Ook in het huidige systeem behouden juffen hun loon als ze verlof krijgen.

In één beweging maakt Demir 1,2 miljoen euro vrij om de zwangere juffen te vervangen in hun oorspronkelijke job. “Er waren nu geen budgetten om tijdelijke leerkrachten aan te stellen”, zegt haar woordvoerder. “In de huidige situatie verliezen scholen twee keer: de juf gaat met verlof én ze kunnen die niet vervangen.” De woordvoerder benadrukt dat er nog altijd situaties zullen zijn waarbij de juf echt niet meer aan de slag kan. Het voorlopige decreet moet nu nog besproken worden met de koepels en de vakbonden. De christelijke vakbond COV, de grootste in het kleuter- en lager onderwijs, wijst de plannen alleszins niet af. “Als zowel de bescherming van de zwangerschap als de vervanging van het zwangere personeelslid in de klas is gegarandeerd, dan is het COV zeker bereid om tijdens het sociaal overleg de verdere uitwerking van vervangende taken binnen de school te bekijken”, zegt algemeen secretaris Marianne Coopman. 

Bron: GVA

Minder zorg of meer belastingen?

De betaalbaarheid van de sociale zekerheid staat onder druk en dat is volgens econoom en voormalig nationaal politicus John Crombez (Vooruit) geen kwestie meer van politieke keuze, maar van draagkracht. ‘We hebben dat altijd gefinancierd gekregen, maar de dag zal aanbreken waarbij de politiek de keuze moet maken voor minder zorg of voor meer belastingen.’

De besparingsdruk op het RIZIV, de explosie van het aantal langdurig zieken en de oplopende zorgkosten zetten de sociale zekerheid onder hoogspanning. Volgens Crombez is de tijd voor fundamentele keuzes aangebroken. In zijn boek Hou België gezond pleit hij samen met medeauteur Eric Mortier, voormalig gedelegeerd bestuurder van het UZ Gent, voor een grondige hervorming van de gezondheidszorg, met meer aandacht voor preventie, data en verantwoordelijkheid. ‘Het klinkt misschien tegen mijn eigen winkel, maar het sociaal overleg zoals we dat vandaag kennen, heeft de voorbije 25 jaar te weinig opgeleverd’, zegt hij.

Hervormingen die blijven steken

Volgens Crombez ligt de kern van het probleem niet bij ontsporende uitgaven, maar bij een systeem dat blijft functioneren alsof de demografie, de ziektepatronen en de arbeidsmarkt niet zijn veranderd. Vooral de gezondheidszorg, na de pensioenen de grootste uitgavenpost binnen de sociale zekerheid, stevent af op een scherpe kostenstijging.

Dat hervormingen nodig zijn, wordt al jaren erkend. Alleen blijven echte doorbraken uit. ‘Er zijn een paar pogingen tot hervorming geweest, maar het komt altijd op hetzelfde neer: onderweg naar de meet wordt aan ambitie ingeboet’, zegt Crombez. Zo was de uitbouw van ziekenhuisnetwerken volgens hem een van de betere initiatieven. Die moet ziekenhuizen laten samenwerken binnen een regio, taken verdelen en zorg efficiënter organiseren. ‘Maar tegen dat het ingevoerd werd, had de sector dat al links en rechts laten verwateren’, meent Crombez. Daardoor bleef het eindresultaat weinig bruikbaar voor een echte hervorming en bleef het systeem onvoldoende aangepast aan de werkelijke kostendrijvers in de zorg.

Ik vind dat de oudere generatie van artsen, specialisten en mutualiteiten misschien niet de correcte vertegenwoordiger is van de bevolking

De reden waarom zulke ingrepen uitblijven, heeft volgens de econoom veel te maken met het overlegmodel en de gevestigde belangen. ‘Iedereen weet dat er hervormingen nodig zijn, maar er zijn een aantal groepen die niet bereid zijn om ze te doen.’ Hij wijst daarbij onder meer naar oudere vertegenwoordigers binnen de sector. ‘Ik vind dat de oudere generatie van artsen, specialisten en mutualiteiten misschien niet de correcte vertegenwoordiger is van de bevolking’, voegt hij eraan toe. ‘Zij houden liever alles bij het oude. Terwijl het nét de jongere artsen en patiënten zijn die met deze kosten zullen moeten leven’.

Chronische aandoeningen

Nochtans is de uitdaging duidelijk: steeds meer mensen lijden op oudere leeftijd aan meerdere chronische aandoeningen tegelijk, volgens de auteur dé oorzaak van de stijgende zorgkosten. ‘Als we daar geen oplossing voor vinden, dan kraakt het hele systeem: woonzorgcentra, thuiszorg, alles.’

Volgens Crombez zou het zorgsysteem zich veel sterker rond dat probleem moeten organiseren, maar dat vraagt duidelijke structuren en meetbaarheid, iets wat vandaag ontbreekt. België beschikt nochtans over een enorme hoeveelheid gezondheidsdata. Het probleem is volgens de econoom dat ze nauwelijks worden gebruikt. De coronapandemie toonde nochtans dat het anders kan. ‘Bij het begin van corona zijn we het enige land dat een strategie ontwikkeld en uitgevoerd heeft om databanken te koppelen’, vertelt hij. ‘Corona is voorbij en het gaat weer niet meer. Maar het zegt wel veel’.

Genezen loont, gezond blijven niet

Die data zouden vooral moeten dienen om het systeem te verschuiven van genezen naar gezond houden. Vandaag wordt bijna uitsluitend betaald voor behandelingen, niet voor preventie. ‘We genezen zeer goed in België’, zegt Crombez. ‘Daar mogen we trots op zijn. Maar we betalen bijna niets om te vermijden dat mensen ziek worden’. Dat leidt volgens hem tot een pervers effect: hoe meer patiënten, hoe beter het systeem draait. ‘Terwijl het doel net het omgekeerde zou moeten zijn’.

Een gezondheidssysteem dat ervoor zorgt dat mensen langer gezond blijven werken, mag geld kosten

Preventie wordt volgens Crombez amper beloond, terwijl net daar grote gezondheids- en economische winsten te boeken vallen. ‘Een gezondheidssysteem dat ervoor zorgt dat mensen langer gezond blijven werken, mag geld kosten, want het betaalt zichzelf terug’, meent Crombez. Bovendien heeft dat volgens hem een directe impact op de arbeidsmarkt: België wil dat mensen langer werken, maar een toenemend deel van de bevolking haalt de pensioenleeftijd niet meer in gezonde toestand. ‘En dan zit je met een probleem’, concludeert hij.

Langdurig zieken als alarmsignaal

Een van de meest zichtbare symptomen van de druk op het systeem is de sterke stijging van het aantal langdurig zieken. Sinds 2006 is dat aantal meer dan verdubbeld en zij vormen vandaag de grootste groep inactieven. ‘We zijn van 200.000 naar meer dan 500.000 gegaan’, benadrukt Crombez. Vooral de stijging bij jonge mensen baart hem zorgen. ‘Sinds 2014 zie je in heel de westerse wereld een sterke toename bij jonge vrouwen’, zegt hij. Een sluitende verklaring is er volgens hem niet, al wint chronische stress steeds meer terrein. ‘Acute stress is gezond. Chronische stress is een sluipmoordenaar.’

De huidige regering wil het aantal langdurig zieken terugdringen, maar Crombez twijfelt of de genomen maatregelen volstaan. ‘Je moet eerst begrijpen waarom mensen uitvallen’, vindt hij. ‘Pas daarna kan je hen duurzaam activeren.’ Dat vergt volgens de econoom aangepast werk en een actieve rol van werkgevers.

Vandaag nog gezond

Ook het debat over profiteurs duikt geregeld op. Crombez noemt zich daarin ‘de grootste tegenstander van profitariaat in de sociale zekerheid’, precies omdat dat het draagvlak van het systeem ondergraaft. Tegelijk wijst hij erop dat België technisch perfect in staat is om misbruik gerichter aan te pakken. ‘We moeten eigenlijk alle data in real time monitoren, gewoon om de red flags eruit te halen’, zegt hij.

Dat idee geraakt voorlopig niet voorbij het parlement. ‘Omwille van privacy en GDPR’, aldus Crombez. ‘Maar waarom zouden we dat niet doen? We hebben geld tekort én we kunnen het technisch. Het gaat om het detecteren van rode vlaggen, niet om automatische veroordelingen.’ Door de band genomen blijft Crombez voorzichtig optimistisch. ‘België is vandaag nog gezond, maar als we in de komende vijf jaar geen echte hervormingen in gang zetten, dan is het gewoon te laat’, zegt hij. ‘Dan stijgen de uitgaven naar een nieuw niveau dat politiek, economisch en sociaal niet meer te dragen is.’ Volgens Crombez is de vraag dus niet wat we moeten doen, maar wie de verantwoordelijkheid durft te nemen.

Bron: Doorbraak