Wat is een centenindex?

De regering is van plan de indexaanpassingen te vervangen door centenindexen.

In 2026 en 2028 wordt een ‘centenindex’ ingevoerd. Wanneer er in deze jaren een overschrijding van de spilindex plaatsvindt, beperkt de centenindex de automatische loonindexering voor lonen boven 4.000 euro bruto.

Dit houdt in:

Brutolonen onder 4.000 euro worden op de gebruikelijke manier geïndexeerd, namelijk via een procentuele index. Voorbeeld: een index van 2% bij het overschrijden van de spilindex.

Vanaf 4.000 euro bruto exering wordt de centenindex toegepast. Dat betekent dat op het loon boven 4.000 euro geen procentuele indmeer wordt berekend, maar een vast bedrag. De centenindex wordt enkel in 2026 en 2028 toegepast.

Meerwaardebelasting

Meerwaardebelasting

De meerwaardebelasting op financiële activa in België is op dit moment nog niet definitief goedgekeurd, maar staat gepland om in werking te treden op 1 januari 2026. De wetgeving is nog in voorbereiding en moet nog door het parlement worden gestemd. De grote lijnen van de maatregel zijn wel al bekendgemaakt. De belasting zal daarom met terugwerkende kracht geïnd worden.

Huidige stand van zaken:

1. De belasting is aangekondigd maar nog niet definitief goedgekeurd. Het gaat om een wetsontwerp dat nog parlementaire behandeling moet doorlopen. 

2. De geplande startdatum is 1 januari 2026. Dit blijft onder voorbehoud van goedkeuring. 

3. Banken en verzekeraars hebben uitstel gekregen tot 30 juni 2026 om hun systemen aan te passen. Dit verandert niets aan de juridische startdatum, maar wel aan de praktische verwerking.

Wat houdt de maatregel in?

  • Er komt een belasting van 10 procent op gerealiseerde meerwaarden op financiële activa. 
  • De eerste 10.000 euro meerwaarde per jaar wordt vrijgesteld. 
  • Beleggingen die langer dan tien jaar worden aangehouden, zouden volledig vrijgesteld worden, behalve bij grote participaties. 
  • Voor participaties van meer dan 20 procent komen er zwaardere tarieven. 
  • Minderwaarden kunnen in bepaalde gevallen worden verrekend, maar de exacte regels zijn nog niet definitief vastgelegd.

Waarom wordt dit soms een vermogensbelasting genoemd?

Hoewel het geen klassieke belasting op het totale vermogen is, treft deze maatregel vooral mensen met grotere financiële portefeuilles. Het is een belasting op de groei van dat vermogen, waardoor het in het publieke debat vaak als een vorm van vermogensbelasting wordt gezien.

Samenvatting:

  • De wet is nog niet gestemd. 
  • De geplande startdatum is 1 januari 2026. 
  • Het tarief bedraagt 10 procent op meerwaarden. 
  • Er zijn vrijstellingen voorzien, zoals 10.000 euro per jaar en een vrijstelling na tien jaar bezit. 
  • Grote participaties worden zwaarder belast. 
  • De praktische invoering bij banken loopt tot 30 juni 2026.

Vincent Van Dessel, voormalig CEO van Euronext Brussel schreef een opiniestuk waarin hij de meerwaardetaks  omschrijft als administratief onhaalbaar, complex en schadelijk voor het vertrouwen.

Hij schreef op 1 juli 2025 een opiniestuk  met de titel:
“Meerwaardebelasting: een oneerlijke nieuwe belasting met grote gevolgen”

In dat artikel noemt hij de maatregel onder meer:

  • administratief extreem complex
  • praktisch moeilijk uitvoerbaar
  • schadelijk voor het vertrouwen van beleggers
  • economisch riskant

Waarom wordt dit artikel vaak aangehaald?

Omdat het een van de meest uitgesproken kritieken is op de haalbaarheid van de meerwaardebelasting.
Van Dessel stelt dat:

  • meer dan 1 miljoen Belgische beleggers  administratieve problemen zullen ondervinden
  • de overheid de maatregel niet efficiënt kan uitvoeren
  • de belasting structureel te ingewikkeld is om correct te innen

Neutr-On sluit zich in grote lijnen aan bij zijn visie, en blijft streven naar een vermogensbelasting van 2% voor vermogens vanaf 2 miljoen euro. Dat is veel gemakkelijker te innen, veel minder administratieve rompslomp, het remt de economie en het beleggen niet af, treft de kleine beleggers niet, en is een belangrijke maatregel tegen corruptie.

We moeten naar de 30-urenweek

Neutr-On wil een 30-urenweek.  Veel werknemers zouden er sito presto voor tekenen. Terecht, want zo’n korte werkweek doet wonderen voor onze gezondheid en work-lifebalans. Helaas is het (nog) niet de realiteit.

Vierdagenwerkweek of werkdagen van zes uur

Elke week een verlengd weekend. En dat terwijl je hetzelfde salaris krijgt. Zou jij hier “nee” tegen zeggen?

Het was de 34-jarige Finse premier Sanna Marin die de piste voor de vierdagenwerkweek opperde tijdens een debat in augustus 2019. Op dat moment was ze minister van Verkeer, en dus nog geen premier.

Marin sprak er over mogelijke denkpistes om een vierdagenwerkweek in te voeren of om de werkdagen in te korten tot zes uur.

In ons land lanceerde toenmalig PS-voorzitter Elio Di Rupo in 2016 al een voorstel voor een werkweek van 32 uren met behoud van loon. “Minder burn-outs bij de mensen, meer productiviteit voor de bedrijven”, klonk zijn motivatie.

Werktijdverkorting leidt tot hogere productiviteit?

Want zo’n vierdaagse werkweek zou nu eenmaal beter werken. In Scandinavië wordt al langer geëxperimenteerd met kortere werkdagen of -weken. Zo werkten in het Zweedse Göteborg 68 verpleegkundigen van het rusthuis Svartedalen twee jaar lang 30 uur per week, in plaats van 37 uur. Daarbij behielden ze het salaris van hun volledige werkweek.

De zorgkundigen gaven daarbij aan dat ze fitter en meer gemotiveerd waren, waardoor ze productiever waren, minder fouten maakten in hun werk en het aantal burn-outs afnam. En de rusthuisbewoners? Wat ‘de kwaliteit van de zorg’ betreft, rapporteerden ze een meer positieve ervaring.

Verschillende bedrijven experimenteren al langer met kortere werkdagen. Zo testte Microsoft Japan een systeem waarbij verschillende werknemers maar vier dagen per week moesten werken in plaats van vijf. De resultaten waren verbluffend: ondanks de kortere week nam de productiviteit met maar liefst 40% toe.

Minder werken met behoud van loon is niet zo evident.

Toch werd het voorstel van Elio Di Rupo afgedaan als ‘niet ernstig’. Zelfs zijn Vlaamse evenknie John Crombez brandde het voorstel af. Als we minder werken voor hetzelfde loon, stijgt het uurloon dat werkgevers betalen automatisch. Hogere loonkosten en daardoor een lagere tewerkstelling kan België zich echt niet veroorloven.

Tools en technologie voor een beter leven.

Ondanks het kostenplaatje van het Zweedse experiment, werden voor het verplegend personeel en de rusthuisbewoners uitsluitend positieve resultaten vastgesteld. Het debat over de kortere werkweek zal dus niet vlug gaan liggen. Daarvoor is de vraag naar een betere work-lifebalans en meer werkbaar werk te groot. Volgens Jack Ma (Alibaba) en Bill Gates (Microsoft) zullen we in de toekomst over de tools en technologie beschikken om minder te werken en beter te leven. Automatisering, artificiële intelligentie en robotica gaan voor werknemers en bedrijven veel zoete vruchten opleveren. Zoals een toename van de productiviteit, economische groei en minder werkuren. Volgens Neutr-On zijn het vooral de grote vakbonden die hun leden bedriegen en er voor zorgen dat de kloof tussen de armen en de rijken groter wordt.

Met de fel besproken arbeidsdeal wil de federale regering de arbeidsmarkt hervormen en zo meer mensen aan het werk krijgen. Maar wat staat er in de arbeidsdeal? En wat betekent dit concreet voor jou als werknemer?

Wat is de arbeidsdeal?

De arbeidsdeal van de federale regering bestaat uit een aantal maatregelen die de werkzaamheidsgraad in België moet verhogen tot 80% (nu is dit 71%) en die zowel werknemers als werkgevers de nodige flexibiliteit moeten geven om dit doel te bereiken.

Ter info: deze arbeidsdeal is een politiek akkoord. Dit betekent dat de sociale partners hierover eerst nog hun advies moeten uitbrengen. Na de eventuele aanpassingen kan het voorstel mogelijk ook nog bijgestuurd worden door de Nationale Arbeidsraad. Pas daarna wordt de wet definitief goedgekeurd door het parlement en bekrachtigd en afgekondigd door de koning.

De arbeidsdeal in 10 hoofdpunten

  1. Werkweek van 4 dagen mogelijk
  2. Wisselend weekregime
  3. Dienstrooster langer op voorhand bekend
  4. Recht op deconnectie
  5. Recht op een opleiding
  6. Nieuwe regeling opzegtermijnen
  7. Betere regeling voor platformeconomie
  8. Soepele regels voor nachtwerk
  9. Actieplan knelpuntberoepen
  10. Actieplan diversiteit op de werkvloer

Gamechanger of niet?

Of de arbeidsdeal wel zo’n gamechanger is als gewild, is nog niet zeker. Aangezien heel wat maatregelen gelden voor bedrijven met meer dan 20 personeelsleden, geldt dit dus niet voor 83,9% van de ondernemingen (vooral kmo’s) die minder dan 10 werknemers tewerkstellen. Ook is het voor kleinere bedrijven niet altijd evident om bepaalde maatregelen door te voeren, vanwege bv. de kleinere personeelsbezetting of de aard van de activiteit.

Daarom heeft Neutr-On een beter plan.

Neutr-On wil tegen 2030 voor alle werknemers in de privé een 30-urenweek. Langere werkweken zijn mogelijk, maar die uren moeten dan als overuren betaald worden. Dat noemen we Plan 2030.30 !  Nu we in het jaar 2026 zijn zouden alle bedrijven nu al een 34-urenweek moeten nastreven.

Aanvullend pensioen mannen ligt zo’n 50.000 euro hoger dan bij vrouwen

Aanvullend pensioen mannen ligt zo’n 50.000 euro hoger dan bij vrouwen

Werknemers kunnen via hun werkgever sparen voor hun oude dag. Dat wordt ook wel de tweede pensioenpijler genoemd. Ook zelfstandigen kunnen via die pijler geld opzijzetten voor later. Alleen blijkt nu uit een rapport van de financiële waakhond FSMA dat de mannen zicht hebben op een groter pensioenbedrag dan de vrouwen.

Key takeaways

  • Mannen met een aanvullend pensioen krijgen op het einde van hun carrière een extra pensioenbedrag van zo’n 92.000 euro. Dat is ongeveer 50.000 euro meer dan wat hun vrouwelijke collega’s ontvangen.
  • Het verschil tussen zelfstandigen en werknemers is nog groter en bedraagt meer dan 180.000 euro.
  • Bijna 80 procent van de Belgische beroepsbevolking beschikt over een aanvullend pensioen.

Duiding: Wat is de tweede pensioenpijler?

  • Dat is een aanvullend pensioen dat bovenop het wettelijke pensioen komt. De werkgevers kunnen maandelijks een deel van het inkomen van een werknemer inhouden om te storten in een groepsverzekering of pensioenfonds. Het betreft een extralegaal voordeel dat de werkgever niet verplicht is om te geven.
    • Maar: Sinds 2019 kunnen werknemers zelf via de tweede pensioenpijler sparen voor hun oude dag. De regering heeft toen het vrij aanvullend pensioen voor werknemers (VAPW) in het leven geroepen. Zij kunnen nu zelf een contract afsluiten met een pensioeninstelling voor de opbouw van een aanvullend pensioen.
  • Voor zelfstandigen bestaat het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ), waarbij de premies fiscaal aftrekbaar zijn als beroepskosten.
    • Zelfstandigen met een vennootschap kunnen het VAPZ combineren met een Individuele Pensioentoezegging (IPT), en eenmanszaken kunnen een Pensioenovereenkomst voor Zelfstandigen (POZ) afsluiten voor extra voordelen.

Aanvullend pensioen goed voor pensioenbedrag van ruim 70.000 euro

In het nieuws: 97.680 personen die met pensioen gingen, kregen vorig jaar een aanvullend pensioen uitbetaald. Zij ontvingen gemiddeld 71.631 euro, leert een rapport van de FSMA ons. Er gaan wel grote verschillen schuil achter dat cijfer.

  • Zo krijgen mannen (gemiddeld 92.101 euro) een veel hoger pensioenbedrag dan vrouwen (40.313 euro).
    • Wouter De Tavernier, pensioenexpert bij de OESO, merkte onlangs nog in een gesprek met VRT NWS op dat de tweede pijler ongelijk verdeeld is tussen mannen en vrouwen. Dat komt deels omdat vrouwen veel minder vaak dan mannen toegang hebben tot de tweede pijler: 48 procent geniet een aanvullend pensioen, tegenover 66 procent van de mannelijke werknemers.
    • Uit een rapport van de OESO blijkt overigens dat vrouwen in ons land gemiddeld 29 procent minder pensioen krijgen dan mannen. Daarmee is de pensioenkloof in ons land groter dan het gemiddelde van de OESO (21%).
  • Ook tussen de professionele statuten zijn er grote verschillen. Zo beschikt een zelfstandige bedrijfsleider gemiddeld over een kapitaal van 187.734 euro, terwijl een aangeslotene bij een sectorplan voor werknemers het moet stellen met gemiddeld 4.509 euro.
  • Het verschil tussen de laagste en hoogste aanvullende pensioenen is nog groter. Het aanvullend pensioen van de aangeslotenen met de tien procent laagste aanvullende pensioenen komt gemiddeld neer op 143 euro, terwijl de aangeslotenen met de tien procent hoogste aanvullende pensioenen gemiddeld een bedrag van 488.756 euro uitbetaald krijgen.
  • Nagenoeg alle aanvullende pensioenen (99 procent) werden in 2024 uitbetaald in de vorm van een eenmalig kapitaal.

Bijna 4,6 miljoen Belgen hebben een aanvullend pensioen

Ook dit: Uit het FSMA-rapport blijkt ook dat bij de start van dit jaar 4,56 miljoen Belgen via de tweede pensioenpijler aan het sparen waren voor hun oude dag. Dat komt overeen met 78 procent van de beroepsbevolking. In 2018 was dat 70 procent. 

  • 86 procent van de mensen met een aanvullend pensioen bouwt pensioenrechten op als werknemer, 7 procent als zelfstandige en 7 procent als werknemer én zelfstandige.
  • De opgebouwde pensioenrechten vertegenwoordigen een totaalbedrag van ongeveer 113 miljard euro. Dat is 4 procent meer dan in 2024.
  • De opgebouwde pensioenrechten bij de werknemers bedragen 79,5 miljard euro en bij de zelfstandigen 33,5 miljard euro.

bron: businessam.be

Vlaanderen behoudt jobbonus tot 2030

De Vlaamse regering behoudt hoogstwaarschijnlijk de jobbonus tot het einde van haar bestuursperiode, nu de federale regering na de recente begrotingsronde haar belastingverlaging op arbeid vertraagt.

“We zullen de jobbonus pas schrappen als de federale lastenverlaging voldoende groot is”, zegt Vlaams minister-president Matthias Diependaele (N-VA) in De zondag. “Dus ja, wellicht blijft de jobbonus behouden tot 2030.” Nochtans was bij de start van de regering-Diependaele afgesproken dat de jobbonus – een premie voor de laagste lonen die kan oplopen tot 700 euro per jaar – zou verdwijnen. Maar los van de twijfels of die maatregel wel effectief mensen aan het werk krijgt en houdt, moest de afschaffing een besparing opleveren van ruim 200 miljoen euro per jaar. Het nut van de jobbonus zou ook achterhaald zijn als de federale regering op haar beurt ook de belastingen op arbeid verlaagt.

Bij de opmaak van de begroting voor 2026 had de Vlaamse regering al besloten om de jobbonus een jaar langer te behouden – kostprijs 228 miljoen euro – maar na de recente federale begrotingsronde maakt Diependaele nu duidelijk dat hij de jobbonus tot het einde van de bestuursperiode wil behouden. Minister van Werk Zuhal Demir (N-VA) zit helemaal op dezelfde lijn. De belofte is immers altijd geweest dat de jobbonus pas verdwijnt als de federale belastingverlaging op arbeid op volle toeren draait. En laat de regering-De Wever die ‘volle toeren’ nu uitgesteld hebben tot 2030.

Het laatste miljard aan belastingverlaging zal pas in 2030 op de loonbriefjes van de werkende Belgen verschijnen. Dat betekent wel dat de Vlaamse regering tot dan elk jaar ruim 200 miljoen euro moet ophoesten die niet voorzien waren. Aan de andere kant levert de uitgestelde federale belastingverlaging de Vlaamse overheid extra inkomsten op, want zowat een kwart van de opbrengst van de personenbelasting wordt via dotaties doorgestort naar de regio’s. Zolang de federale belastingverlaging er niet is, blijft die doorstorting dus op niveau.

Verruimd inkomensbegrip

De beslissing om de jobbonus een jaar langer te behouden wordt jaar na jaar officieel genomen bij de opmaak van de begroting. Voor 2027 zal dat dus ergens volgend jaar in september zijn.

Ondertussen zit de Vlaamse regering volgens het kabinet van viceminister-president Melissa Depraetere (Vooruit) dicht bij een akkoord over het ‘verruimde inkomensbegrip’. Depraetere pakte zondag op VTM uit met het nieuws dat om te beslissen of iemand recht heeft op een studiebeurs of om het tarief van de kinderopvang te bepalen, in de toekomst niet langer enkel naar het loon gekeken zal worden, maar ook naar het dividend dat iemand zichzelf uitkeert uit zijn vennootschap. Of de Vlaamse regering dat dossier vrijdag definitief kan afkloppen, blijft afwachten. “Het komt al een paar weken terug, maar een definitief akkoord is er nog niet”, luidt het elders in de regering.

bron: standaard.be