Volgens het Federaal Planbureau wordt de spilindex in juni, een maand vroeger dan verwacht, weer overschreden. Dan zal een deel van de werknemers in ons land bovendien voor het eerst met de zogenaamde ‘centenindex’ te maken krijgen, en arbeiders in de metaalsector lopen voorop.
Verrassend nieuws in de gepubliceerde inflatievooruitzichten: het Federaal Planbureau verwacht dat de spilindex al in juni overschreden zal worden. Eerder werd juli naar voren geschoven, maar het zal naar alle waarschijnlijkheid toch sneller gebeuren. Wat de overschrijding van die spilindex ditmaal bijzonder maakt, is dat vanaf 1 juni de ‘centenindex’ van kracht is in ons land. Dat is een maatregel van de federale regering die inhoudt dat de automatische indexering voor lonen boven 4.000 euro bruto per maand en voor uitkeringen boven 2.000 euro afgetopt worden. Met andere woorden: de indexering zal slechts op het deel onder de 4.000 en 2.000 euro van het brutobedrag toegepast worden.
Belangrijke kanttekening daarbij: de maatregel moet binnen de regering wel nog goedgekeurd worden. “Sociale secretariaten en sociale partners wachten nog in spanning op de goedkeuring én publicatie van de wetgeving, om de nodige voorbereidingen te kunnen treffen voor de loonberekeningen vanaf juni”, zegt Tom Dirix, juridisch expert bij HR-bedrijf Acerta. Het is dus nog afwachten of het voorstel het uiteindelijk in deze vorm zal halen. Ook arbeidseconoom Stijn Baert durft niet met zekerheid zeggen dat de deadline van 1 juni gehaald wordt. “De uitwerking van die centenindex bleek moeilijker dan gedacht. Er ligt wel een uitgewerkt voorstel dat binnen de regering afgeklopt is, maar dat moet dus nog door het parlement goedgekeurd worden. Ondertussen hebben de werkgevers zelfs al een alternatief voor die centenindex op tafel gelegd, dus het is zeker niet ondenkbaar dat het huidige voorstel nog sneuvelt. Maar de verwachting is wel dat het nog tijdig in orde komt.”
Metaalsector De eersten die dat zullen voelen, zijn arbeiders in de petroleumnijverheid en cementfabrieken en arbeiders en bedienden in de gas- en energiebedrijven. Hun loon wordt immers telkens in juni geïndexeerd als er een indexering gebeurt. In de bouw, de metaalindustrie en de schoonmaaksector zijn de werknemers een maand later aan de beurt. De prognose van HR-dienstverlener Acerta:
Ook de sociale uitkeringen en de lonen van overheidspersoneel zullen in september met 2 procent geïndexeerd worden en dus stijgen. Ook bij werknemers in de socialprofitsector – onder meer maatwerkbedrijven, woon-zorgcentra, ziekenhuizen en kinderopvanginitiatieven – gaat het brutoloon met 2 procent omhoog, al gebeurt het daar afhankelijk van het paritair comité in juli of in augustus. Dat is ook sneller dan verwacht. De prognose van HR-dienstverlener Acerta:
Ook in andere sectoren wordt de indexering in de komende maanden doorgevoerd. Wanneer dat gebeurt, verschilt per sector en per paritair comité. Zij beslissen namelijk zelf op welk moment in het jaar zij de lonen laten stijgen.
Nog overschrijdingen Het Federaal Planbureau verwacht dat ook in december 2026 en in augustus 2027 de spilindex overschreden zal worden.
Als gevolg van de oorlog in Iran is de Belgische inflatie in april in één maand tijd gestegen van 1,65 procent naar 4,01 procent, leren nieuwe cijfers van het statistiekbureau Statbel. Eerder op de dag was de berekening van die inflatiecijfers uitgemond in een politieke storm.
De werkgeversorganisatie VBO blokkeerde eerder op de dag de publicatie. Ze stelt dat de inflatie verkeerd berekend wordt en dat dat de werkgevers op kosten jaagt. De eis is dat de regering instemt met een berekeningsmethode die hogere energieprijzen geleidelijker laat wegen op de inflatie. De oorlog in het Midden-Oosten neemt een stevige hap uit de portefeuille van de Belg. De prijzen stegen in april ruim dubbel zo snel als de maand daarvoor, leren cijfers van het Belgische statistiekbureau Statbel. Terwijl de inflatie in maart 1,65 procent bedroeg, is die in april gestegen tot 4,01 procent. Het is van januari vorig jaar geleden dat de inflatie nog boven 4 procent lag.
Die forse klim is voornamelijk te wijten aan de hogere energieprijzen: aardgas was bijvoorbeeld 23 procent duurder dan een maand eerder, de prijzen voor motorbrandstoffen liggen 12,3 procent hoger dan in maart. De kerninflatie, die geen rekening houdt met de prijsevolutie van de energieproducten en de onbewerkte voedingsmiddelen, bedraagt 3,55 procent in april. Een maand eerder was dat 2,72 procent.
De publicatie van de inflatiecijfers had behoorlijk wat voeten in de aarde. Statbel kon de data pas bekendmaken nadat federaal minister van Werk David Clarinval (MR) ze had goedgekeurd. Dat is uitzonderlijk, want doorgaans neemt de indexcommissie van Statbel, waarin ook de vakbonden en werkgevers zijn vertegenwoordigd, dat op zich. Maar die slaagde er woensdag niet in een consensus te vinden na protest van de werkgeversorganisatie VBO.
‘Al twee weken zeggen we dat de methodologie om de inflatie te berekenen niet klopt in deze tijden van fel stijgende energieprijzen’, zegt Pieter Timmermans, de gedelegeerd bestuurder van het VBO. ‘Dat is voor ons problematisch, omdat dat hoge cijfer via de automatische indexering van de lonen rechtstreeks doorsijpelt in de kosten van bedrijven.’ En zo is de publicatie van de maandelijkse inflatiecijfers, doorgaans een technocratische kwestie, plots uitgemond in een politiek gevecht.
‘Het is urgent’ De Groep van Tien, waarin de vakbonden en de werkgevers op nationaal niveau met elkaar overleggen, raakte het vorige week eens over een advies aan de regering om de inflatie anders te berekenen. Ze stelt voor de gas- en elektriciteitsprijzen niet langer te vergelijken met het niveau van een jaar eerder, maar een gemiddelde van de voorbije twaalf maanden te berekenen.
Het VBO stelt dat een foute berekening van de energie-inflatie leidt tot een te snelle indexering van de lonen en dus tot te hoge kosten voor werkgevers. De logica daarachter is dat gezinnen niet iedere maand van energiecontract veranderen en velen een contract met een vaste prijs hebben. De stijgende prijzen op de energiemarkt raken hen dus maar met vertraging. Het is dan ook niet logisch om zo’n stijging meteen volledig op te nemen in het inflatiecijfer. De vakbonden zijn het eens met die andere methodologie.
Het zit Timmermans hoog dat de regering die andere berekening niet wil omarmen, terwijl ze wel een deal van 80 miljoen euro maakte om de energiekosten voor de bevolking te milderen. ‘Een deel van de kosten daarvan is voor de rekening van de bedrijven. Het was een mooi pakket geweest als daarin de nieuwe inflatiemethodologie meegenomen was.’
Ondertussen blijven de oude regels van kracht, waardoor de publicatie van een fors gestegen officieel inflatiecijfer kan leiden tot de automatische indexering van lonen. ‘Ik had dit signaal liever niet gegeven’, zegt Timmermans. ‘Maar het is urgent.’
Ramkoers met regering Het toont hoe de werkgevers op ramkoers zijn geraakt met de federale regering. In de bedrijfswereld is de ergernis over de regering gegroeid door de traagheid van de hervormingstrein, de blokkade rond dossiers als de uitbreiding van de flexi-jobs en de administratieve rompslomp die het gevolg is van sommige compromissen.
Het leidde ertoe dat de werkgevers hun kar keerden over de gedeeltelijke indexering. Terwijl ze het plan aanvankelijk omarmden, keerden ze het de rug toe toen alle details bekend werden. Die maakten niet alleen de complexiteit duidelijk, maar toonden ook dat aan de werkgevers een sociale bijdrage wordt gevraagd waarvan het bedrag nog altijd niet bekend is en die voor onbepaalde tijd doorloopt.
Lees meer Centenindex is belastingverhoging met dikke saus erover Het voordeel van de gedeeltelijke indexering werd daarmee in de ogen van de bedrijfswereld een nadeel. Ook professor Gert Peersman (UGent) spreekt van een ‘belastingverhoging met een dikke saus erover’.
Cijfergevecht Ook de vakbonden willen de gedeeltelijke indexering weg, maar dan om een andere reden. Ze vinden dat alle lonen voluit moeten meestijgen met de inflatie.
ABVV-voorzitter Bert Engelaar steunt daarom het aanpassen van de methodologie om de energieprijzen trager te laten doorsijpelen in het officiële inflatiecijfer, maar vindt dat in afwachting daarvan de demarche van het VBO over het blokkeren van de inflatiepublicatie niet kan.
De regering is er ondertussen nog altijd niet van overtuigd dat ze haar centenindex moet laten vallen, zoals de sociale partners vragen, om die te vervangen door een gewone indexering die trager loopt wegens de andere berekening van de energieprijzen. Tussen de sociale partners en de regering is een cijfergevecht bezig over de impact op de begroting van beide voorstellen.
1 Mei, de dag van de arbeid. We zijn altijd benieuwd wat onze politici in hun toespraken komen verklaren. En of ze dan in het politieke beleid hun belofte wel houden. Conner Rousseau legde in zijn 1 mei-toespraak nog eens de miljonairstaks op tafel: “Anders komt het niet goed met de begroting”, zei hij. Tijdens zijn 1 mei-toespraak heeft Vooruit-voorzitter Conner Rousseau nog eens benadrukt dat er een miljonairstaks moet komen. De socialisten zullen die bij de begrotingsbesprekingen van de komende weken op tafel leggen. “Wie het echt meent met de begroting, zal niet anders kunnen dan ook de superrijken aan te spreken met een miljonairstaks.” Zoals gebruikelijk komen de socialisten op de vooravond van 1 mei samen om een politieke boodschap de wereld in te sturen. Dat gebeurt dit jaar in de Koninklijke Bibliotheek op de Kunstberg in Brussel. En net zoals vorig jaar staan de kopstukken van de socialistische beweging – naast Rousseau ook ABVV-voorzitter Bert Engelaar en de topman van Solidaris Paul Callewaert – samen op de podium.
Klein select clubje Bij de Vooruit-voorzitter leverde de speech geen grote verrassingen op. Hij legde naar aanleiding van de nieuwe besparingsronde die eraan komt nog eens de miljonairstaks op tafel. Vooruit haalde al een meerwaardebelasting binnen, maar daar moet dus nog een miljonairstaks bovenop komen. Een belasting van 0,3 procent voor wie meer dan 1 miljoen euro aan financiële activa bezit. “Om dit land op orde te krijgen, zullen we iets moeten vragen aan zij die dat niet eens gaan voelen. Een bijdrage van een klein select clubje. Een bijdrage waar sommigen van die club zelf om vragen. Een bijdrage omdat het anders niet goed komt met de begroting van ons land”, dixit Rousseau, die eraan toevoegde dat zijn partij het menens is met het voorstel. Omdat het volgens hem rechtvaardig en solidair is.
1 Mei, de dag van de arbeid. We zijn altijd benieuwd wat onze politici in hun toespraken komen verklaren. En of ze dan in het politieke beleid hun belofte wel houden. Conner Rousseau legde in zijn 1 mei-toespraak nog eens de miljonairstaks op tafel: “Anders komt het niet goed met de begroting”, zei hij. Tijdens zijn 1 mei-toespraak heeft Vooruit-voorzitter Conner Rousseau nog eens benadrukt dat er een miljonairstaks moet komen. De socialisten zullen die bij de begrotingsbesprekingen van de komende weken op tafel leggen. “Wie het echt meent met de begroting, zal niet anders kunnen dan ook de superrijken aan te spreken met een miljonairstaks.” Zoals gebruikelijk komen de socialisten op de vooravond van 1 mei samen om een politieke boodschap de wereld in te sturen. Dat gebeurt dit jaar in de Koninklijke Bibliotheek op de Kunstberg in Brussel. En net zoals vorig jaar staan de kopstukken van de socialistische beweging – naast Rousseau ook ABVV-voorzitter Bert Engelaar en de topman van Solidaris Paul Callewaert – samen op de podium.
Klein select clubje Bij de Vooruit-voorzitter leverde de speech geen grote verrassingen op. Hij legde naar aanleiding van de nieuwe besparingsronde die eraan komt nog eens de miljonairstaks op tafel. Vooruit haalde al een meerwaardebelasting binnen, maar daar moet dus nog een miljonairstaks bovenop komen. Een belasting van 0,3 procent voor wie meer dan 1 miljoen euro aan financiële activa bezit. “Om dit land op orde te krijgen, zullen we iets moeten vragen aan zij die dat niet eens gaan voelen. Een bijdrage van een klein select clubje. Een bijdrage waar sommigen van die club zelf om vragen. Een bijdrage omdat het anders niet goed komt met de begroting van ons land”, dixit Rousseau, die eraan toevoegde dat zijn partij het menens is met het voorstel. Omdat het volgens hem rechtvaardig en solidair is.
Of het voorstel bij de andere regeringspartijen in goede aarde valt, valt te betwijfelen. MR is sowieso tegen. En premier Bart De Wever waarschuwde de Vlaamse socialisten op Villa Politica al: “In mijn ervaring zijn de dingen die je met de fanfare op kop eist toch zelden de dingen die uit onderhandelingen komen. Als ik een goede raad mag geven: als je echt iets wil, spreek er dan zo weinig mogelijk over.”
1 euro bij de dokter De Vlaamse socialisten dringen er overigens ook op aan om sociale misbruiken weg te werken. Rousseau verwees daarbij naar het voorstel van N-VA-voorzitster Valerie Van Peel om te snijden in de verhoogde tegemoetkoming. Zij vindt het niet normaal dat mensen die met een Porsche rijden toch maar 1 euro moeten betalen bij de dokter. “En dus, collega’s van de N-VA., laat ons daar samen een eind aan maken. Zodat iemand die een Porsche kan betalen ook het normaal tarief bij de dokter betaalt”. Rousseau had het over het einde van het profitariaat.
Een 1 mei-toespraak zou tot slot geen 1 mei-toespraak zijn zonder het belang van de index te benadrukken. Nu die index weer onder druk staat, verzekerde de Vooruit-voorzitter dat hij niet zal toestaan dat die wordt aangepakt. “Niet vandaag, niet morgen, nooit”.
Neutr-On vindt zijn toespraak maar een mager beestje, net als vorige jaren veel blabla. Neutr-On pleit al jaren voor een vermogenstaks van 2 % voor alle vermogens hoger dan 2 miljoen euro.
De Raoul Hedebouw en Peter Mertens hielden op 1 mei 2026 toespraken voor de PVDA. De kern van hun boodschap was: sterke kritiek op de federale regering van Bart De Wever en de geplande pensioenhervormingen; verzet tegen de “pensioenmalus” en sociale besparingen; steun aan vakbondsacties en stakingen; oproep voor een “miljonairstaks”; expliciete verdediging van socialisme als alternatief voor kapitalisme. Hedebouw zei onder meer dat de regering “geen draagvlak” heeft voor haar beleid en dat sociale protesten al verschillende maatregelen hebben afgezwakt of uitgesteld. Hij riep ook Vooruit op om niet mee te stemmen met de pensioenmalus. Peter Mertens legde sterk de nadruk op het omzetten van “woede” in “collectieve kracht”. Hij stelde dat acties en stakingen mensen opnieuw organiseren en waarschuwde dat frustratie anders door extreemrechts kan worden gebruikt. Een opvallende slogan van de PVDA dit jaar was: “Tegenover hun oorlogen plaatsen wij vrede. Tegenover een kapitalisme zonder toekomst plaatsen wij het socialisme.”
Je kan de volledige toespraken lezen op de officiële website van PVDA
In Franstalig België botsten PS en MR openlijk. Paul Magnette (PS) beloofde dat zijn partij “alles wat rechts heeft afgebroken, beter zal opbouwen” en verwees naar het Spaanse model van Pedro Sánchez als inspiratie voor een progressieve koers. MR voorzitter Georges Louis Bouchez koos dan weer voor een opvallende locatie: de mijnsite van Blegny. Dat werd door PS als een provocatie gezien, maar Bouchez gebruikte het podium om de socialisten aan te vallen en “koopkracht” te claimen als hét liberale thema. Hij hekelde Magnette’s bewondering voor Spanje en wees op corruptieschandalen en lage lonen daar. Ook in Vlaanderen bleef koopkracht een centraal strijdpunt. Vlaams Belang zette het thema prominent in de verf en probeerde zich te positioneren als de partij die de financiële druk op gezinnen het best begrijpt. N VA kreeg op 1 mei vooral aandacht door het energie-dossier: het nieuws over een mogelijk akkoord met ENGIE over een volledige staatsovername van de kerncentrales domineerde de dag. Tegelijk werd de partij door het ABVV geviseerd als medeverantwoordelijk voor een besparingslogica.
Het ABVV zelf richtte zijn 1‑mei‑boodschap vooral op vermogensfiscaliteit. De vakbond stelde dat er 21 miljard euro te rapen valt via een eerlijkere belasting op vermogen en wees daarbij expliciet naar N‑VA en CD&V als partijen die volgens hen sociale afbouw mogelijk maken.
Nooit eerder waren er in ons land zoveel langdurig zieken. Vorige week raakte bekend dat het al om 576.000 Belgen gaat. In het parlement moeten de ziekenfondsen zich daar vandaag voor verantwoorden, maar voormalig topambtenaar en dokter Roger Toelen (69) doet nu al een boekje open. “Het record is géén toeval”, zegt hij stellig. Hij was bijna 30 jaar actief op hoog niveau bij de Rijksdienst voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) en onthult nu voor het eerst bij HLN hoe een betere controle op langdurig zieken jarenlang afgeblokt werd. “Een arts zat in tranen in mijn bureau omdat hij de druk van het ziekenfonds niet meer aankon.”
Weinig mensen in België weten meer over de aanpak van langdurig zieken dan Roger Toelen. De man was zelf ooit adviserend arts bij een ziekenfonds en legde vervolgens een heel traject af binnen de overheidsdienst die de regels rond arbeidsongeschiktheid bepaalt. “Zo goed als mijn hele loopbaan is dat mijn focus geweest”, zegt hij wanneer we bij hem thuis aan tafel schuiven. “Ik begon als arts-inspecteur, maar klom op tot adviseur-generaal. Dat is de positie net onder de directie.”
Een oud-topambtenaar die openlijk praat over wat hij achter de schermen bij de overheid heeft meegemaakt, dat is zeer zeldzaam. Waarom doet u dit?
Roger Toelen: “We breken momenteel records en dat ligt voor een deel aan beslissingen die jaren geleden zijn genomen. Ik vind dat mensen mogen weten hoe dat verlopen is. Bovendien merk ik dat er veel angst heerst om te praten. Een paar weken geleden zag ik bij de VRT artsen getuigen over het feit dat ze hun job bij het ziekenfonds – het controleren van arbeidsongeschiktheid – niet goed kunnen doen. Zij durfden alleen anoniem te spreken en dat heeft mij getroffen. Ik ben sinds 2019 met pensioen en kan dus wél vrijuit praten. Ik wil dat één keer doen omdat ik weet dat er veel mensen zijn die het goed menen, maar tegengewerkt worden.”
Naar wie verwijst u?
“Ik spreek over de adviserend artsen. Dat zijn de dokters die mensen controleren op arbeidsongeschiktheid. Zij werken onder het ziekenfonds, maar een groot deel van hen wil dat niet. Ze voelen zich niet onafhankelijk genoeg om hun werk goed te doen. En dat zeggen ze al jaren.”
Hoezo?
“Heel mijn carrière heb ik gezien hoe adviserend artsen gebukt gingen onder druk van het ziekenfonds. Ik ben zelf ooit begonnen als adviserend arts en heb meegemaakt dat artsen op het matje geroepen werden omdat ze de arbeidsongeschiktheid van leden van het ziekenfonds introkken of niet erkenden.”
U spreekt nu over de jaren 80. Is die praktijk ondertussen niet voorbij?
“Ik ben zeker van niet. In mijn carrière bij het RIZIV heb ik jarenlang intens contact gehad met adviserend artsen. Ik weet wat onder hen leeft. Nog geen tien jaar geleden zat een arts in tranen in mijn bureau omdat hij het beu was. Hij vond dat hij zijn werk niet naar behoren kon doen en wou dat de artsen weggehaald werden bij het ziekenfonds. Zo heb ik er veel zien passeren. Ze waren het allemaal moe om onder de druk van een politieke zuil te moeten werken.”
Als de situatie zo erg is, waarom vragen die artsen dan niet om te mogen verhuizen naar een onafhankelijk agentschap binnen de overheid?
“Die vragen zijn er geweest. Tot drie keer toe heb ik het meegemaakt dat een delegatie van adviserend artsen aan de top van het RIZIV vroeg om hen weg te halen bij de ziekenfondsen. Dat is iedere keer afgewezen zonder enige uitleg.”
“De laatste keer was in 2018. Toen werd ik samen met mijn directeur bij de administrateur-generaal geroepen. In de gang kruiste ik de delegatie van adviserend artsen die was komen pleiten voor een verhuis. In de meeting zei de administrateur-generaal meteen: ‘Nee, dat gaan we niet doen.’ Er kwam geen enkele argumentatie. Ik had nochtans twee scenario’s voorbereid die we konden volgen om de artsen weg te halen bij de ziekenfondsen, maar die mocht ik zelfs niet presenteren. Ik was daar zo verbolgen over dat ik die dag besloot om mijn pensioen aan te vragen. Op die manier wou ik niet verder.”
Waarom werd de vraag van de artsen volgens u geweigerd?
“Dat moet u aan het toenmalig management van het RIZIV en de ziekenfondsen vragen. Zij blokten de verhuis van de artsen zeer stellig af.”
Welke gevolgen heeft dat gehad?
“De factuur van de ziekte-uitkeringen had veel lager kunnen liggen. Als we vandaag al een onafhankelijk agentschap hadden, dan zouden er geen 576.000 invaliden zijn. Let op, ik pleit er niet voor om massaal mensen hun uitkering af te nemen. Wie niet kan werken, moet geholpen worden. Ik pleit er wel voor om de inschatting van ‘kunnen werken’ beter te bepalen. Want daar schort veel aan. Jullie hebben onlangs in HLN de steekproef van 2020 naar buiten gebracht. In de studie staat dat het RIZIV bij de aanvragen voor langdurig zieken in amper 2 procent van de gevallen de aanvraag van de adviserend arts weerlegt. Terwijl in de steekproef wordt vastgesteld dat er in 59 procent van de gevallen een weerlegging mogelijk is. Dat is toch een teken dat het allemaal niet correct verloopt.”
De ziekenfondsen hebben die steekproef weggezet als “methodologisch onjuist”. Wat vindt u?
“Er zijn inderdaad opmerkingen te maken over de epidemiologische aanpak in die studie, maar het verschil tussen die 59 procent en die 2 procent is zo groot dat dit niet alleen kan zijn veroorzaakt door de aanpak. Het rapport legt wel degelijk een probleem bloot.”
Verbaast het u dat het rapport jarenlang in een lade is gestopt en pas in 2024 aan de minister is getoond?
“Nee. In dat rapport worden heel wat zaken blootgelegd die ook tijdens mijn carrière het daglicht niet mochten zien. Het feit dat de adviserend artsen niet de mogelijkheid hebben om hun werk goed te doen en de rol van de ziekenfondsen daarin. Maar ook de noodzaak om de definitie van arbeidsongeschiktheid te herzien, bijvoorbeeld. Die definitie is zo vaag dat er te veel ruimte is voor interpretatie. Daardoor worden langdurig zieken onterecht geweigerd of aanvaard.”
De ziekenfondsen spreken tegen dat zij adviserend artsen beïnvloeden. Er staat volgens hen een ‘Chinese Muur’ tussen hen en de rest van het ziekenfonds.
“Dat klopt niet. De medische directeurs van de ziekenfondsen zijn lid van álle belangrijke organen binnen het RIZIV. Daar beslissen ze mee over welke adviserend arts wordt aangeworven en hoe die moet werken. Ze kunnen de adviserend artsen ook sanctioneren en zelfs hun erkenning intrekken. Die medische directeurs van de ziekenfondsen hebben dus een grote macht over de artsen en over de manier waarop zij moeten werken. Het gebrek aan onafhankelijkheid zit bovendien ook in veel subtielere vormen. Zo stel ik mij zeer de vraag of adviserend artsen door hun directeurs correct geïnformeerd worden over de regels van het RIZIV rond arbeidsongeschiktheid.”
“Mensen onderschatten hoe dominant de positie van de ziekenfondsen binnen het RIZIV is. Ik heb het in mijn carrière altijd meegemaakt dat belangrijke beslissingen eerst bij hen getoetst werden. Als iemand van een ziekenfonds zijn fiat niet gaf, dan bewoog er weinig.”
“De topmensen binnen het RIZIV hebben ook allemaal een politieke kleur. Toen ik er werkte, kwam de administrateur-generaal uit de christelijke zuil. De baas van de controledienst van het RIZIV ook. De socialisten hadden de baas van de dienst die verantwoordelijk is voor de erkenning van invaliditeit. Zoals overal worden die hoge posten verdeeld tussen de politieke partijen. Dat is niets nieuws, maar in het RIZIV zijn die partijen ook gekoppeld aan de zuilen, zoals de ziekenfondsen. Met andere woorden: het RIZIV bepaalt wat de ziekenfondsen moeten doen, maar die ziekenfondsen zijn zélf erg dominant in het RIZIV.”
Waarom klampen ziekenfondsen zich zo vast aan de controle op langdurig zieken?
“Dat is een vraag voor hen. Er zijn zeker voordelen aan verbonden, want anders zouden ze zo hard niet strijden. Ik kan me voorstellen dat je liever zelf de baas bent over de artsen die jouw klanten moeten controleren. Je kan ook zwaarder wegen op het beleid en op de uitvoering ervan als je hun werkgever bent. Het gaat bovendien om een groter plaatje. We spreken hier over zuilen waarin ook vakbonden en politieke partijen zitten. Die hebben leden en kiezers die ze willen bedienen. En financieel worden de ziekenfondsen ook een stukje beloond voor het organiseren van die controle.”
Zijn er rationele argumenten om adviserend artsen toch bij de ziekenfondsen te houden?
“Ik kan er alvast geen bedenken. Je hebt nu iets meer dan driehonderd artsen verspreid over vijf ziekenfondsen die allemaal hetzelfde werk doen, maar voor andere werkgevers. Het zou efficiënter en goedkoper zijn om die bij één werkgever onder te brengen. Bovendien kan je dan ook bij het RIZIV efficiënter werken. Want nu zijn er tientallen artsen en ambtenaren nodig om het werk van de ziekenfondsen te controleren. Je organiseert dus een controle op de controle.”
“Ik sta trouwens niet alleen met mijn mening. In 2018 heeft toenmalig minister van Sociale Zaken Maggie De Block (Anders) het ‘Nationaal College voor sociale verzekeringsgeneeskunde’ opgericht. Dat college heeft in december 2020 een jaarverslag geschreven met de boodschap dat adviserend artsen ondergebracht moeten worden in een onafhankelijk agentschap. In dat college zaten professoren, oud-ambtenaren én medewerkers van de ziekenfondsen.”
Dat advies ligt al jaren op het ministerie.
Waarom heeft minister van Sociale Zaken Frank Vandenbroucke (Vooruit) er nog niks mee gedaan, denkt u?
“Dat moet u aan hem vragen. Het valt wel op dat het bewuste advies zit weggestopt in één van de bijlagen van het jaarverslag. Dat lijkt mij geen toeval.”
Het zou minstens vijf jaar duren om een nieuw agentschap op te richten, zegt Vandenbroucke. Heeft hij gelijk?
“Nee. Ik heb het Fonds voor de Medische Ongevallen opgericht op twee jaar tijd. En ook het FANC (nucleaire waakhond, red.) is destijds op twee jaar tijd opgericht. In dit geval is het zelfs nog simpeler. Bij het Fonds voor de Medische Ongevallen en het FANC moest eerst nog het juiste personeel worden gezocht. Terwijl het hier gewoon gaat over het verplaatsen van artsen naar een andere werkgever. Uiteraard zal je mensen hebben die liever niet mee verhuizen, maar dat is geen ramp. Je hebt waarschijnlijk geen driehonderd artsen meer nodig als je alles onderbrengt in één agentschap. De rest kan trouwens blijven zoals het vandaag is. De ziekenfondsen zouden hun rol als uitbetalingsorgaan en verdediger van hun klanten dus kunnen blijven spelen.”
De minister zei in een interview dat hij niet gelooft dat artsen langdurig zieken beter zouden evalueren als ze in een onafhankelijk agentschap zitten.
“Hij vergist zich. Van de driehonderd artsen die er nu zijn, kan je een selectie maken om de beste eruit te halen. Die artsen kunnen vervolgens beter worden aangestuurd om de richtlijnen van het RIZIV op te volgen. Dat zal veel sneller effect hebben op de cijfers dan alle andere maatregelen die hij zelf naar voren schuift.”
In de Kamer vindt vandaag een hoorzitting plaats met de top van het RIZIV en de ziekenfondsen. Verwacht u daar veel van?
“Nee. Er zal gezegd worden dat de controle op arbeidsongeschiktheid al veel verbeterd is. De waarheid is echter dat geen enkele nieuwe maatregel écht zal helpen als die uitgevoerd moet worden door artsen die onder de vlag van de ziekenfondsen werken. Ik hoop dat meer ex-collega’s en adviserend artsen de moed vinden om dat hardop te zeggen.”
—-
Witteboordcriminaliteit en geïnstitutionaliseerd gangsterisme van de ergste soort.
Of hoe bepaalde partijen schaamteloos via hun eigen zuilen het collectief plunderen om aan cliëntelisme te doen binnen de eigen achterban.
Het RIZIV moet grondig worden uitgemest, en niet alleen moeten alle directeurs eruit die een link hebben met vakbonden of ziekenfondsen, het zou ook goed zijn mochten er geen politieke benoemingen meer plaatsvinden aan de top ervan.
De idee alleen al dat zo’n Pedro Facon omhooggepistonneerd kon worden tot topman als dank voor bewezen Covid-diensten, is alleszeggend.
Vorige week heeft het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) een nieuwe generatie klimaatmodellen gepubliceerd. Daarin zat een grote verrassing. Alle extreme scenario’s, met een zeer grote opwarming tegen het einde van deze eeuw, zijn geschrapt omdat ze niet langer realistisch worden geacht.
Wanneer vanuit de klimaatwetenschap berichten opduiken dat de klimaatverandering nog zwaardere gevolgen zal hebben dan eerder aangenomen – liefst met Vlaanderen dat half onder water verdwijnt of zo –, is dat voorpaginanieuws. Nu we eens goed nieuws krijgen, merken we echter opvallend weinig interesse bij de media.
Weinig media-aandacht
Bij mijn weten heeft alleen De Morgen het nieuws gebracht. Die krant deed dat opvallend feitelijk. Ze erkent dat “talloze onheilspellende mediaberichten over de toekomst van het klimaat te somber blijken”. De krant meldt ook dat dit nieuws in de klimaatwereld is ingeslagen als een bom. Zeke Hausfather, een klimaatwetenschapper die al langer pleitte voor het schrappen van de zuiver theoretische nachtmerriescenario’s, reageert opgelucht.
Hij was niet de enige. Eigenlijk weten veel wetenschappers dit al langer. De echte vraag is waarom er zo lang verzet bestond aan de top van het IPCC tegen het schrappen van de volstrekt onrealistische hellevuurvoorspellingen. Deze scenario’s “zijn onwaarschijnlijk geworden”, schrijft het IPCC nu. Dat waren ze eigenlijk altijd al.
Het was typisch voor de politiek en de media om telkens de meest extreme variant te kiezen – meer bepaald het beruchte scenario RCP 8.5 – uit de theoretische mogelijkheden die het IPCC aanreikte, ook al werd daar toen al voorzichtigheidshalve bij vermeld dat dit scenario niet waarschijnlijk was. RCP 8.5 is nu helemaal geschrapt.
Tropische nachten in Vlaanderen
Een paar maanden geleden kreeg ik daar nog een staaltje van. “Aantal tropische nachten schiet ook in Edegem de lucht in”, las ik over mijn eigen gemeente in het streeknieuws. HLN had blijkbaar voor elke Vlaamse gemeente exact hetzelfde bericht gemaakt, met telkens alleen de naam van de gemeente aangepast.
Ook Erpe-Mere en Dilbeek zullen dus, volgens HLN, vanaf 2050 niet langer één, maar 27 tropische nachten per jaar moeten doorstaan. De krant vermeldde wel dat die voorspelling gebaseerd was op – het meest extreme en nu dus ook geschrapte – scenario RCP 8.5, maar verzekerde haar lezers tegelijk: “Onze weervrouw Jill Peeters zei daar eerder al over dat dat nog steeds het meest realistische scenario is.”
Vreemde stilte
Prietpraat in het streeknieuws is één ding. RCP 8.5 is echter ook jarenlang een basis geweest voor officieel klimaatbeleid, en is dat nog steeds. Zowel in Vlaamse, Belgische als Europese beleidsdocumenten wordt dit scenario expliciet vermeld als een realistische mogelijkheid en gebruikt als uitgangspunt voor klimaatbeleid. Op de webpagina’s van de Belgische en Vlaamse overheid wemelt het nog van verwijzingen naar RCP 8.5.
Een van de meest vooraanstaande – en moedigste – wetenschappers die de angstporno rond het klimaat al langer aanklaagt, is Roger Pielke jr. Hij reageert uiteraard tevreden op de terugtocht van het IPCC, maar wijst erop dat niet alleen journalisten en politici zich op RCP 8.5 hebben gebaseerd. Ook tienduizenden wetenschappelijke studies namen dat scenario als uitgangspunt, merkt hij op. Als de klimaatwetenschap ernstig genomen wil blijven worden, zal ze zichzelf toch de vraag moeten stellen waarom het zo aantrekkelijk is geworden om doemvoorspellingen te produceren op basis van schaars bewijs.
“De toekomst is niet meer wat ze geweest is”, schreef Pielke vorige week. Inderdaad: ze is beter geworden. Je zou denken dat daar in de pers en de politiek gejuich over zou opgaan. Ik hoor echter alleen het getjirp van krekels. Volgens sommige studies zouden die diertjes door klimaatverandering steeds vaker voorkomen in onze contreien. Dat zal het zijn.
Wij gebruiken cookies om de werking van onze website te verbeteren
Functional Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistics
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.