Berekeningen van het Planbureau tonen voor het eerst hoeveel onze pensioenen zullen dalen wanneer alle aparte maatregelen samen doorgevoerd worden. Zo daalt het minimumpensioen van 1.722 naar 1.378 euro.
Begin 2025 kondigde de regering-De Wever een grote pensioenaanpassing aan. Sindsdien komen minister van Pensioenen Jan Jambon (N-VA) en zijn collega’s stapsgewijs naar buiten met allerlei losse ingrepen en plannen die daar allemaal deel van uitmaken.
Heel wat van die maatregelen zullen snijden in de koopkracht van gepensioneerden: een pensioenmalus voor wie ‘te vroeg’ stopt, een beperking van gelijkgestelde periodes zoals SWT, werkloosheid en landingsbanen, een lagere index in 2026 en 2028 voor pensioenen boven 2.000 euro bruto. En een welvaartsenveloppe die in de koelkast belandde.
Deze week werd ook duidelijk dat het geboorteverlof van vaders of meemoeders – het vroegere vaderschapsverlof – evenmin meetelt om vervroegd op pensioen te gaan.
Daarnaast volgde nog een hele reeks meer technische ingrepen. Door die opeenstapeling van nieuwe regels was de concrete impact op het totaalplaatje moeilijk in te schatten. Wat het effect was op de armoederisico’s, daar bleef ook het raden naar. Tot het Federaal Planbureau onlangs die taak op zich nam.
Daaruit komt een duidelijk beeld: veel mensen zullen wat voorligt voelen in hun pensioen. Het gaat daarbij niet alleen over mensen die bijna met pensioen zijn. Ook wie vandaag nog midden in zijn loopbaan zit, of zelfs pas begonnen is, krijgt met andere spelregels te maken. Vooral wie geen ‘perfecte loopbaan’ heeft, komt sneller in de vuurlinie. Denk aan periodes van ziekte, werkloosheid, deeltijdwerk of zorgverlof. Daarover is het Planbureau duidelijk: wie pech heeft of zorgt, verliest bescherming en pensioen.
Binnenkort op pensioen? 2,4 procent minder
Tegen 2029 daalt het brutopensioen van wie binnenkort op pensioen gaat al gemiddeld met 2,4 procent. Bij alle gepensioneerden samen is dat 2,6 procent. “Dat klinkt misschien beperkt, maar het zijn gemiddelden over een grote groep”, waarschuwt Maarten Gerard, hoofd van de ACV-studiedienst. “Achter dat gemiddelde zitten heel wat mensen die een grotere klap krijgen, omdat meerdere ingrepen tegelijk op hen wegen.”
“Bovendien worden de gevolgen pas echt duidelijk wanneer de maatregelen volledig op kruissnelheid zijn”, vervolgt Gerard. Verschillende maatregelen worden immers stapsgewijs ingevoerd. “Zodra ze allemaal volledig doorwerken, leveren nieuwgepensioneerden met het laagste inkomen maar liefst gemiddeld 12,1 procent van hun brutobedrag in.”
De hervorming bespaart niet alleen, maar vergroot ook de risico’s, merkt het Planbureau verder op. Zo is er minder bescherming bij onderbrekingen in je loopbaan, zijn er strengere voorwaarden om vroeger te stoppen zonder verlies, en groeien pensioenen trager in de tijd.
Gerard trekt daaruit een scherpe conclusie: “De zogenoemde harmonisering tussen beroepsgroepen komt in de praktijk gewoon neer op knippen in pensioenrechten.”
Wie afwijkt van de loopbaannorm is gezien
De hervorming vertrekt duidelijk van een lange en voltijdse loopbaan als norm, liefst ook nog eens zo weinig mogelijk onderbroken. Wie daarvan afwijkt, verliest. Dat ziet het Planbureau ook terug in de ongelijkheid. Bij nieuwgepensioneerden stijgt de pensioenongelijkheid tegen 2029 met 9,1 procent. Het gaat dus niet alleen om een algemene pensioendaling, maar ook om een grotere kloof tussen lage en hogere pensioenen.
Ook het armoederisico bij gepensioneerden zal door de plannen toenemen, besluit de nieuwe studie. Het Planbureau wijst daarbij hoofdzakelijk naar het stilleggen van de welvaartsaanpassingen, vooral van de minimumpensioenen. Nochtans moesten net die aanpassingen vermijden dat uitkeringen en pensioenen langzaam achteropraken op de rest van de samenleving.
Minimumpensioen van 1.722 naar 1.378 euro
Uit cijfers van de Federale Pensioendienst blijkt dat in bijna 68 procent van de gevallen waarin de pensioenmalus zou gelden, het gaat om mensen die vandaag al amper recht hebben op een minimumpensioen. Voor hen kan die malus zwaar doorwegen: wie nu recht heeft op 1.722 euro bruto, kan door de malus terugvallen tot ongeveer 1.378 euro.
Nogmaals bevestigd door het Planbureau: de hervorming raakt vrouwen harder dan mannen. Bij nieuwgepensioneerden daalt het gemiddeld pensioen van vrouwen met 2,6 procent, tegenover 2,3 procent bij mannen. De pensioenkloof neemt dus opnieuw toe.
“Dat heeft veel te maken met de realiteit van de loopbanen van vrouwen”, verduidelijkt Marte Billen, genderexpert bij het ACV. “Vrouwen werken vaker deeltijds en hebben meer onderbrekingen voor zorg. Daardoor benadelen de nieuwe regels vooral vrouwen.” Ook de Raad van State waarschuwde in februari al voor juridisch drijfzand voor de hervorming door die ongelijke behandeling.
Het Planbureau merkt tot slot op dat veel maatregelen tegen 2029 nog niet op kruissnelheid zijn. De volledige impact zal pas daarna zichtbaar en vooral voelbaar worden, wanneer jongere generaties hun hele loopbaan met die strengere regels hebben doorlopen.
Bron: DeWereldMorgen.be
