by admin | jan 5, 2026 | Varia
De Vlaamse regering maait het middenveld niet alleen kort – ze hakt er doelbewust de koppen af. Wat blijft er dan nog over van de democratie en de Vlaamse identiteit?
Begin november besloot de Vlaamse regering de subsidies volledig stop te zetten voor LABO vzw en HOTM. De steun aan Vrede vzw, Vredesactie, Climaxi en DeWereldMorgen wordt herleid tot een symbolisch minimum. Dit alles gebeurde tegen het advies in van de beoordelingscommissie van het Departement Cultuur, Jeugd en Media, die hun dossiers net wél positief evalueerde voor de beleidsperiode 2026–2030.
Onder de naam Tegenmacht stappen deze organisaties nu naar de Raad van State, omdat deze beslissing het subsidiedecreet, het Cultuurpact, het rechtszekerheidsbeginsel én het zorgvuldigheidsbeginsel schendt.
De maatregel is geen inhoudelijke keuze, het is pure politieke ruilhandel. De Vlaamse regering voert een soort wafelijzerpolitiek binnen haar eigen grenzen: zoals in de jaren zeventig elke investering in Vlaanderen gecompenseerd moest worden door een even grote in Wallonië, zo moet vandaag elke ‘rechtse’ organisatie die sneuvelt gecompenseerd worden door een ‘linkse’ kop op het hakblok. Zo wordt het “evenwicht” dan zogezegd bewaard.
De officiële motivering van de regering luidt, echter, dat de getroffen organisaties steun verlenen aan acties van Code Rood of “niet ondubbelzinnig afstand nemen van gewelddadige acties”. Terwijl geen van de organisaties betrokken was bij gewelddadige feiten. Sterker nog, bij het verslag van Labo vzw was het enige minpuntje “dat hun werking zich voorlopig nog te weinig buiten Gent afspeelt”. Over Code Rood dus geen woord.
Dit toont aan dat de Vlaamse regering een politiek-ideologische agenda uitvoert waarin kritische stemmen niet worden getolereerd. En dat brengt ons bij een fundamentele vraag: Als het kritisch middenveldwerk niet langer waardig wordt geacht om ondersteund te worden en dus niet meer past binnen het beeld van de Vlaamse identiteit, wat blijft er dan over van ‘Vlaming zijn’?
De Vlaamse identiteit
De beslissing om kritische stemmen financieel te muilkorven zegt uiteindelijk minder over de geviseerde organisaties dan over het Vlaanderen dat de regering zichzelf voorhoudt. Het is het beeld van een regio die liever een braaf, eenduidig verhaal bewaakt dan ruimte laat voor frictie, debat en tegenspraak. Daarom is deze subsidiebeslissing geen neutrale beleidskeuze, maar een identitaire daad: een poging om af te bakenen wie nog als “Vlaming” mag gelden en wie door kritische analyse buiten de gemeenschap wordt geplaatst.
Die poging botst nochtans met een fundamenteel gegeven: er bestaat geen eenduidige, vastomlijnde definitie van “de Vlaming”. Vlaanderen is historisch geen homogeen project geweest, maar een politieke en culturele ruimte die voortdurend is gevormd door conflict, emancipatie en verzet. Precies daarom is het kritische middenveld geen randverschijnsel, maar een drijvende kracht binnen die geschiedenis. Sociale bewegingen, vakbonden, vredesorganisaties, feministische en ecologische collectieven hebben meegestreden voor sociale rechten, democratische inspraak, culturele ontvoogding en internationale solidariteit. Wat vandaag als “te kritisch” wordt weggezet, fungeerde gisteren vaak als hefboom voor maatschappelijke vooruitgang.
Die historische rol van kritiek en organisatie staat bovendien niet los van het Vlaams-nationalisme zelf. Dat nationalisme is nauw verweven met de Vlaamse Beweging, die ontstond uit de strijd tegen taalkundige en sociale ongelijkheid. Zoals verschillende sociologische en historische studies aantonen, viel de mobilisatie van “het eigen volk” samen met het inzetten van taal als instrument van emancipatie. Het volk was daarbij geen vaststaand gegeven, maar werd politiek gevormd door organisatie, bewustwording, kritiek en collectieve actie.
In dat licht is het belangrijk om te begrijpen hoe identiteit binnen het Vlaams-nationalisme wordt geconstrueerd. Zoals Gina Heyrman stelt in Populisme, de logica van het nationalisme, verbindt het Vlaams-nationalisme ‘taal’, ‘cultuur’ en ‘volk’ tot een politiek discours met een dubbel karakter. Die verbinding kan emancipatorisch werken en leiden tot bewustzijn en mondigheid, maar kan evengoed omslaan in een conservatief ideaal van een zogenaamd “authentieke” gemeenschap: homogeen, afgebakend en beschermd tegen vermeende volksvijandige invloeden. In dat laatste geval wordt identiteit niet iets wat groeit door debat en verschil, maar iets wat bewaakt moet worden via uitsluiting.
Wanneer een regering vandaag het kritische middenveld viseert, keert ze die geschiedenis om. Ze herleidt Vlaamse identiteit tot gehoorzaamheid en verwart loyaliteit met stilte. “Vlaming zijn” wordt zo geen open en pluralistisch proces meer, maar een norm waaraan men zich moet onderwerpen. Wie vragen stelt, wordt verdacht. Wie analyseert, wordt gesanctioneerd.
De echte vraag is dus niet of deze organisaties te ver gaan, maar welk Vlaanderen hier wordt afgebakend: een Vlaanderen dat kritiek verdraagt en zichzelf durft bevragen, of een Vlaanderen dat zijn eigen democratische wortels verloochent.
‘Geld-flamingantisme’
Deze subsidiesaga staat niet op zichzelf, maar past in een bredere reeks maatregelen waarmee zowel de Vlaamse als de federale regering het middenveld systematisch uitholt. In oktober verbood de Vlaamse regering, onder impuls van minister van Financiën Ben Weyts (N-VA), het gebruik van subsidies voor administratieve en juridische procedures tegen de overheid. Ofwel: kritische organisaties mogen nog bestaan, zolang ze zwijgen. Wie zich juridisch of inhoudelijk verzet, wordt financieel drooggelegd.
Kritische organisaties worden niet gecorrigeerd vanwege inhoud, impact of kwaliteit, maar omdat ze hun rol opnemen als tegenmacht. En tegenmacht brengt geen onmiddellijk economisch rendement op. In een beleid dat maatschappelijke waarde steeds vaker herleidt tot meetbare winst, worden kritische reflectie, cultuur en collectief denken weggezet als ballast.
Die logica sijpelt ook door in andere maatschappelijke structuren, zoals het onderwijs- en cultuurbeleid. Kunst, sociaal werk en burgerschapsvorming moeten zich voortdurend verantwoorden in termen van “return on investment”, terwijl hun maatschappelijke functie net ligt in het bevragen van dat kader. Soft skills, kritische vorming en cultuur worden zo langzaam uitgehold, niet omdat ze overbodig zijn, maar omdat ze niet renderen binnen een strikt economisch bestel.
Zo verschuift de Vlaamse identiteit meer en meer naar een soort van ‘geld-flamingantisme’: een Vlaamse identiteit die niet gebouwd wordt op gedeelde waarden, historische reflectie of pluralisme, maar op economische bruikbaarheid en politieke gehoorzaamheid. Kritiek wordt geen teken van betrokken burgerschap meer, maar een kostenpost die geëlimineerd moet worden. Dit is gevaarlijk voor onze democratie, want een gemeenschap die haar kritische stemmen elimineert, verliest niet haar tegenstanders, maar haar vermogen tot zelfreflectie.
Onze toekomst
Ironisch genoeg staat dit beleid haaks op de identiteit die Vlaams-nationalistische partijen zelf naar voren schuiven. Volgens een analyse van TopAtelier uit 2025 verwijst de centrale figuur van het Vlaams-nationalisme – Bart De Wever – naar taal, cultuur en gedeelde waarden uit de Verlichting als fundamenten van de Vlaamse identiteit. De Verlichting wordt daarbij niet voorgesteld als een breuk met het verleden, maar als een kritisch denkkader dat waarschuwt tegen een blind universalisme en doorgedreven individualisering. Integendeel, zo stelt de analyse, De Wever pleit expliciet voor een herwaardering van gemeenschap, kritisch denken en rationaliteit.
Die waarden zijn historisch gezien allesbehalve vreemd. De Vlaamse ontvoogding is immers gegroeid uit kritiek, verzet en collectieve organisatie: tegen Franstalige dominantie, tegen sociale ongelijkheid, en vóór politieke en culturele zelfbeschikking. De Vlaamse identiteit werd niet opgebouwd door gehoorzaamheid, maar door contestatie. Het is dan ook opmerkelijk en paradoxaal dat dezelfde regering vandaag net die kritische gemeenschap niet langer waardig acht om in te investeren.
De Verlichting wordt vaak opgevoerd als fundament van de democratie, maar in de huidige beleidskeuzes lijkt de Vlaamse regering dat democratische spoor zelf te verlaten. Mijn begrip van Vlaamse identiteit sluit eerder aan bij het denken van politicologe Chantal Mouffe, die pleit voor een ‘agonistische’ democratie: een politiek model waarin tegenstellingen niet worden uitgewist, maar erkend en uitgevochten binnen gedeelde democratische spelregels. Conflict, passie en tegenspraak zijn daarin geen bedreigingen, maar noodzakelijke voorwaarden voor een levendige democratie en een betekenisvolle vrije meningsuiting.
Een politiek die geen kritische tegenmacht verdraagt, effent niet het pad naar stabiliteit, maar naar radicalisering. En net dat staat haaks op wat Vlaanderen historisch is geweest: geen monolithisch blok, maar een veelstemmige gemeenschap van uiteenlopende geschiedenissen en narratieven met – niet onbelangrijk – een hardnekkige voorliefde voor het opentrekken van een grote mond.
Daarom is de inzet van de juridische strijd van Tegenmacht groter dan het lot van enkele organisaties. Het gaat om de vraag of kritiek opnieuw erkend mag worden als een wezenlijk onderdeel van het Vlaamse democratische weefsel. Als Tegenmacht deze strijd wint en de subsidies worden hersteld, is dat meer dan een administratieve correctie: het is een signaal dat tegenstemmen niet hoeven te verdwijnen om te mogen bestaan.
Misschien ligt daarin de hoop: dat Vlaanderen zich herinnert dat haar kracht nooit lag in stilte of volgzaamheid, maar in het recht – en de moed – om te blijven denken en vooral hun mond open te trekken.
Bron: dewereldmorgen.be
by admin | jan 5, 2026 | Varia
We bevinden ons in een moment van diepgaande crisis voor zowel het liberalisme als het kapitalisme. Toenemende ongelijkheid, stagnerende productiviteit en klimaatafbraak – om er maar een paar te noemen – ondermijnen ons sociale systeem. In 2026 zullen deze crises, volgens econoom Grace Blakeley, alleen maar moeilijker te negeren worden.
Het hoofdverhaal zal waarschijnlijk niet één enkele schok zijn. In plaats daarvan zullen we het voortdurende uiteenvallen zien van een sociaal systeem dat bijeen wordt gehouden door schuld, ontkenning en, steeds vaker, brute kracht. De vraag voor 2026 is niet óf er iets zal breken, maar wát er zal breken – en wie gedwongen zal worden te betalen wanneer dat gebeurt.
De grenzen van hoge rentetarieven
Centrale banken zullen blijven volhouden dat hun werk bijna klaar is. Ze zullen ons vertellen dat de inflatie onder controle is, terwijl ze de rente hoger houden dan iemand in de jaren 2010 had verwacht. Maar in 2026 zal de schade die het gevolg is van aanhoudend krap monetair beleid onmogelijk te negeren zijn. Buiten sectoren die worden gedragen door de AI-bubbel zal de bedrijfsinvestering waarschijnlijk zwak blijven, zal de productiviteit blijven stagneren en zullen de balansen van huishoudens steeds kwetsbaarder worden.
Centrale bankiers zullen balanceren op een koord tussen het hoog genoeg houden van de rente om inflatie te temperen, en het laag genoeg houden ervan om een recessie te vermijden. Maar dit evenwicht wordt veel moeilijker naarmate de AI-bubbel verder opblaast. Lage leenkosten zullen de grote spelers aanmoedigen om meer te lenen voor de bouw van datacenters – en hoe meer schuld zich tijdens de opwaartse fase van deze bubbel opstapelt, hoe meer pijn er zal worden gevoeld wanneer ze barst.
Ondertussen verdwijnen de onderliggende oorzaken van inflatie – de klimaatcrisis, monopolistische marktmacht en handelsoorlogen – niet. Klimaatontwrichting blijft voedselproductie riskanter en duurder maken, wat leidt tot hogere prijzen voor consumenten. Grote bedrijven zullen hun marktmacht blijven gebruiken om consumenten uit te knijpen. En de grote strijd tussen de VS en China zal wrijvingen in de wereldhandel blijven veroorzaken. Geen van deze problemen kan worden opgelost met hogere rentetarieven – maar dat betekent niet dat centrale bankiers niet zullen blijven proberen, waarbij ze de pijn in het proces bij werkende mensen neerleggen.
Bezuinigingen 2.0
Nu de verkiezingen in verschillende grote economieën achter de rug zijn, de rente relatief hoog is en de groei zwak blijft, zullen we waarschijnlijk een terugkeer zien van de politiek van bezuinigingen. Politici zullen ons vertellen dat er geen geld meer is en dat ze de overheidsuitgaven moeten inperken in naam van stabiliteit en discipline.
Natuurlijk hebben bezuinigingen niets te maken met het terugdringen van overheidstekorten. Vraag het maar aan Trump: zijn “Department of Government Efficiency” slaagde er vooral in om de krantenkoppen te halen, terwijl de overheidsuitgaven gewoon bleven stijgen. Zoals we na de financiële crisis zagen, betekenen bezuinigingen dat er wordt gesneden in die onderdelen van de staatsuitgaven die werknemers ten goede komen, terwijl er tegelijk meer cadeautjes gaan naar de rijken en machtigen. Met andere woorden: het is opnieuw een wapen in de klassenstrijd die door de top wordt gevoerd.
Reken op verdere uitholling van publieke diensten, bezuinigingen op sociale zekerheid en het gestage verval van publieke infrastructuur – naast steunmaatregelen voor wapenproducenten en fossielebrandstofbedrijven, belastingverlagingen voor de rijken en subsidies voor machtige monopolies. Oproepen tot vermogensbelastingen zullen genegeerd blijven, zelfs terwijl werkende mensen gedwongen worden een groter deel van de belastinglast te dragen. De combinatie van hogere belastingen en lagere overheidsuitgaven zal veel huishoudens over de rand duwen.
Afleidingen door de cultuurstrijd
Terwijl de levensstandaard stagneert en de publieke voorzieningen achteruitgaan, zullen politici die in de zak zitten van gevestigde belangen blijven zoeken naar manieren om de schuld af te schuiven. Zoals ik eerder in mijn column schreef: zolang rechts mensen gefocust kan houden op thema’s uit de cultuurstrijd in plaats van op de kosten-van-levensonderhoudcrisis, zullen ze verkiezingen blijven winnen. Verwacht meer schermutselingen in de cultuurstrijd, meer zondebokdenken richting migranten, en meer moraliseren over individueel gedrag.
De giftige combinatie van individualistische politiek en economische stagnatie zorgt ervoor dat cultuurstrijdpolitiek aantrekkelijk blijft. Het idee is om mensen elkaar – en zichzelf – de schuld te laten geven van de mislukkingen van een economisch systeem dat is ontworpen om de rijken te bevoordelen.
Scheuren in het arbeidsakkoord
Een van de belangrijkste – en minst besproken – ontwikkelingen van de afgelopen jaren is de herpolitisering van werk. Tijdens de pandemie en de kosten-van-levensonderhoudcrisis herwonnen werknemers in veel sectoren enige onderhandelingsmacht, doordat de arbeidsmarkten krapper werden en loonconflicten oplaaiden. Maar de afgelopen jaren hebben we een scherpe terugkeer gezien naar het tegenovergestelde. Hoge rentes, gecombineerd met de impact van AI, hebben de positie van arbeid ten opzichte van kapitaal verzwakt. En beleidsmakers die bezorgd zijn over AI-gedreven werkloosheid hebben geprobeerd de rechten van werknemers verder af te bouwen om “flexibiliteit” op de arbeidsmarkt te bevorderen. In 2026 zullen de grenzen van deze strategie duidelijk worden.
De reële lonen liggen in veel landen nog steeds onder hun piekniveau van vóór de inflatieschok. Werk is steeds onzekerder geworden, én intensiever en strenger gemonitord. Werkgevers investeren zwaar, niet alleen in AI, maar ook in surveillancetechnologieën die bedoeld zijn om met minder werknemers meer arbeid uit te persen. Ze beloven daardoor productiviteitsstijgingen, maar de productiviteit blijft stagneren. In plaats daarvan leiden deze veranderingen tot burn-out en precariteit voor werknemers, terwijl ze het conflict tussen werknemers en bazen zichtbaarder maken.
We zien het resultaat nu al: een openlijk confronterende arbeids-politiek. Stakingen zijn teruggekeerd in sectoren die ooit als immuun werden beschouwd – van logistiek tot horeca en zorg – terwijl het vakbondslidmaatschap is gestegen onder jonge, kwetsbare werknemers in moeilijk te organiseren sectoren. Naarmate we 2026 ingaan, blijft de groei zwak en zullen werkgevers harder duwen om hun marges te beschermen, waardoor deze conflicten zullen verhevigen.
Versterking van verzet
Als je al deze trends bij elkaar optelt, dan kijken we aan tegen een jaar van verscherpt klassenconflict. Maar dat betekent ook dat de rest van ons nieuwe manieren zal moeten vinden om terug te vechten. Naarmate het moeilijker wordt om het hoofd boven water te houden in een economisch systeem dat wordt gekenmerkt door dalende inkomens, onzeker werk en oplopende schulden, zullen mensen worden aangemoedigd om zichzelf de schuld te geven van de dalende levensstandaard. Maar zelfs in sterk individualistische samenlevingen gaat die strategie maar tot op zekere hoogte op.
Als je ziet dat iedereen op je werk, in je familie en in je gemeenschap moeite heeft om rond te komen, dan besef je op een gegeven moment dat het systeem kapot is – niet jij. In die context zullen we mensen zien samenkomen om collectieve oplossingen te ontwikkelen voor gedeelde uitdagingen. We zullen een heropleving zien van netwerken voor wederzijdse hulp, organisatie onder huurders en buurtcampagnes – evenals de verdere versterking van de arbeidersbeweging en linkse politieke bewegingen die de geconcentreerde rijkdom en macht aan de top uitdagen.
Deze bewegingen en campagnes zullen kwetsbaar en ongelijkmatig blijven – en ze zullen allemaal te maken krijgen met felle tegenstand van het sterker wordende extreemrechts, dat wordt gesteund door machtige gevestigde belangen. Maar naarmate ze groeien, zullen meer mensen het hyper-individualistische economische model dat ons zo lang met elkaar heeft laten concurreren in twijfel trekken – en in plaats daarvan nieuwe manieren vinden om samen te werken.
Dit artikel verscheen eerder in het Engels op de Substack van Grace Blakeley.
Bron: dewereldmorgen.be
by admin | dec 10, 2025 | Varia
Een nieuwe maand, nieuwe maatregelen, wijzigingen van de wetgeving, enz.
Hierbij een kort overzicht.
DeepSeek verboden bij federale overheid
Het personeel van de federale overheid mag niet langer toepassingen van het Chinese AI-systeem DeepSeek gebruiken. Tegen 1 december moeten alle applicaties verwijderd zijn van de diensttoestellen van de personeelsleden, zo staat in een omzendbrief die minister van Modernisering van de Overheid Vanessa Matz (Les Engagés) onlangs publiceerde.
Het AI-taalmodel DeepSeek geldt zowat als de Chinese tegenhanger van het Amerikaanse ChatGPT. Maar er rijzen in heel wat landen vragen omwille van de privacy.
De beslissing om het Chinese model te verbieden bij de federale overheid kwam er na een analyse door het Centrum voor Cybersecurity. “Het gebruik van dit systeem verbieden, is een kwestie van waakzaamheid. We garanderen dat onze overheidsdiensten een veilige en beschermde omgeving zijn”, verklaarde Matz eerder.
Naast federale overheidsdiensten geldt de regel ook voor autonome overheidsbedrijven, administratieve openbare instellingen, het Openbaar Ministerie, Defensie en de federale politie.
Militairen bewaken meer nucleaire sites
Militairen kunnen vanaf 1 december ingezet worden voor de bewaking van meer nucleaire sites.
Sinds 1 juli ondersteunt Defensie de federale politie al met militairen, materieel en infrastructuur voor de beveiliging van de kerncentrales van Doel en Tihange. Vanaf 1 december breidt dat uit naar het nucleair onderzoekscentrum SCK CEN in Mol, het Joint Research Centre in Geel en Belgoprocess, het bedrijf dat instaat voor de verwerking en opslag van radioactieve afvalstoffen in Dessel.
SCK CEN in Mol.
Minister van Defensie Theo Francken (N-VA) en minister van Binnenlandse Zaken Bernard Quintin (MR) ondertekenden in juni een protocolakkoord over de bijstand. Daarin staat dat de federale politie verantwoordelijk blijft voor de leiding van de operaties. De bedoeling van de militaire ondersteuning is om agenten vrij te kunnen maken voor andere taken.
Vanaf 1 april 2026 zullen militairen ook helpen om het Nationaal Instituut voor Radio-elementen in Fleurus te beveiligen.
Nog twee kernreactoren draaien in België
België telt vanaf 1 december nog twee werkende kernreactoren. Reactor Doel 2 zal zondagavond na vijftig jaar definitief stilgelegd worden.
Doel 2 is de vijfde Belgische reactor die gesloten wordt. Eerder werden Doel 3, Tihange 2, Doel 1 en Tihange 1 al definitief stilgelegd. Doel 4 en Tihange 3 mogen tien jaar langer draaien, tot 2035.
Doel 2 is een van de kleinere reactoren van ons land, met een vermogen van 445 megawatt. De centrale aan de oevers van de Schelde startte officieel met elektriciteit produceren op 1 december 1975. Eens de reactor is stilgelegd en van het hoogspanningsnet afgekoppeld is, begint de stopzettingsfase. Dat is een voorbereiding op de echte ontmanteling van Doel 2, die pas start in 2029. De afbraak is voorzien tussen 2039 en 2040.
Bron: HLN
by admin | dec 10, 2025 | Economie
Wat is Euroclear en waarom speelt België een sleutelrol?
Euroclear is een van ’s werelds grootste financiële afwikkelingshuizen, gevestigd in Brussel. Het beheert effecten en internationale geldstromen en fungeert als een neutrale infrastructuurspeler. Sinds de Russische invasie in 2022 zijn Russische staatsreserves – ongeveer 185 miljard euro – bij Euroclear geblokkeerd door EU-sancties. Deze tegoeden genereren jaarlijks miljarden aan interesten, waarvan België via belastingen al circa 1,7 miljard euro int, bestemd voor steun aan Oekraïne.
Het Europese plan en Belgische bezwaren
De Europese Commissie wil niet alleen de interestopbrengsten, maar ook een deel van het kapitaal van die Russische tegoeden gebruiken als onderpand voor een lening van 90 tot 140 miljard euro aan Oekraïne. België verzet zich hiertegen om drie hoofdredenen:
- Juridische risico’s
Premier Bart De Wever noemt het plan een “confiscatie” en vreest schending van internationaal recht en bilaterale verdragen met Rusland. Dit kan leiden tot arbitrageclaims en reputatieschade voor Brussel als financieel centrum. - Financiële aansprakelijkheid
België wil niet alleen opdraaien voor mogelijke schadeclaims. De EU belooft bilaterale garanties en een solidariteitsmechanisme, maar volgens experts blijven de waarborgen vaag en onvoldoende om “honderden miljarden euro’s risico” af te dekken. - Geopolitieke en veiligheidszorgen
Rusland dreigt met vergeldingsmaatregelen, waaronder juridische stappen en zelfs provocaties zoals drones boven Belgisch grondgebied. Dit verhoogt de druk op België om niet geïsoleerd te raken binnen de EU.
Politieke en economische impact
- België staat steeds meer geïsoleerd in Europa; andere lidstaten willen snel doorzetten om Oekraïne te steunen.
- Binnenlands is er kritiek: België profiteert van belastinginkomsten op de geblokkeerde tegoeden, maar weigert het kapitaal zelf in te zetten.
- De discussie raakt ook aan de geloofwaardigheid van Euroclear en de EU als veilige financiële havens. Experts waarschuwen dat dit precedent internationale investeerders kan afschrikken.
Conclusie
De kern van het probleem: België wil spijkerharde garanties voordat het akkoord gaat met het gebruik van Russische tegoeden bij Euroclear voor Oekraïne. Zonder die garanties vreest het land juridische claims, financiële repercussies en reputatieschade. De EU dringt echter aan op solidariteit en risicodeling, waardoor de druk op België toeneemt.
Scenario 1: België stemt in met EU-plan
Voordelen:
Versterkt solidariteit binnen de EU en steun aan Oekraïne.
Vermijdt politieke isolatie en reputatieschade als “blokkerende lidstaat”.
Risico’s:
Juridische claims van Rusland en investeerders (mogelijk honderden miljarden).
Kans op vergeldingsmaatregelen door Rusland (economisch, diplomatiek, cyber).
Euroclear’s status als veilige financiële haven kan onder druk komen.
Scenario 2: België blijft blokkeren
Voordelen:
Bescherming tegen juridische en financiële aansprakelijkheid.
Behoud van reputatie als rechtsstaat die internationale verdragen respecteert.
Risico’s:
Politieke isolatie binnen EU, druk op Belgische diplomatie.
Mogelijke impact op toekomstige EU-begrotingsonderhandelingen.
Kritiek van bondgenoten en negatieve media-aandacht.
Belangrijkste afweging:
Het draait om risicodeling en garanties: België wil harde waarborgen voordat het akkoord gaat. Zonder die garanties blijft het risico op claims en reputatieschade te groot.
De Neutrale en Onafhankelijke vakbond (Neutr-On) stelt voor de Russische Euroclear-tegoeden te confisqueren als terugbetaling van de miljarden investeringen die België de vorige eeuw deed in Rusland.
Het gaat over een vergeten hoofdstuk uit de Belgische economische geschiedenis: de massale investeringen van Belgische bedrijven en kleine beleggers in het Rusland van de tsaren rond 1900.
Samenvatting van het artikel
Belgische investeringen in Rusland: België was rond 1900 de grootste internationale investeerder in Rusland. Daardoor konden Russische staalbedrijven tienduizenden Russen tewerkstellen. Belgische ondernemingen investeerden er toen massal. Rusland gold toen als een “emerging market” avant la lettre. Vooral kleine investeerders in België kochten aandelen.
De ommekeer: Na de bolsjewistische revolutie werden Belgische eigendommen in beslag genomen. Zo’n 20.000 Belgische investeerders moesten vluchten en lieten alles achter.
In 1919 werden de verliezen geraamd op 3,5 miljard goudfrank (nu ongeveer 665 miljard euro).
Geen compensatie: België erkende de Sovjet-Unie pas in de jaren ’30, waardoor beleggers hun geld kwijt waren. Enkel erfgenamen van tsaristische obligatiehouders hopen nog op een regeling.
Confiscaties en de Euroclear-miljarden
De suggestie van Neutr-On is om de huidige Russische tegoeden die in Brussel bij Euroclear geblokkeerd staan (ongeveer 200 miljard euro aan Russische centrale bankreserves) te zien als een vorm van schadevergoeding voor die historische confiscaties.
- Historische claim: Belgische beleggers verloren destijds miljarden door de nationalisaties van de Sovjets. Er is nooit een structurele compensatie gekomen.
- Huidige situatie: Sinds de Russische invasie van Oekraïne in 2022 zijn Russische staatsreserves bij Euroclear bevroren. De EU bespreekt of de opbrengsten (rente, dividenden) kunnen worden gebruikt voor de wederopbouw van Oekraïne.
- Argumentatie: Men zou kunnen stellen dat België, als gastland van Euroclear, een deel van die middelen ook zou mogen aanwenden als compensatie voor de historische verliezen van Belgische beleggers. Dit zou een symbolische “rechtzetting” zijn van de confiscaties van 1917–1919.
- Realiteit: Juridisch en politiek ligt de focus vandaag op herstelbetalingen aan Oekraïne, niet op historische claims. Toch kan uw redenering dienen als een moreel argument: Rusland heeft een lange traditie van niet-vergoede confiscaties, en de huidige blokkade van Euroclear-tegoeden kan gezien worden als een vorm van rechtvaardigheid in continuïteit.
Een verdrag van 1983 tussen België en Rusland dat de Belgische staat afstand deed van de tegoeden is volgens Neutr-On teniet gegaan door de inval van Rusland in Oekraïne en de diplomatieke sancties.
Toepassing op de akte van 1983
• Context van 1983: België en de Sovjet-Unie wilden hun relaties normaliseren. België deed afstand van oude claims om economische en diplomatieke samenwerking te bevorderen.
• Huidige situatie: Rusland (rechtsopvolger van de Sovjet-Unie) pleegt agressie tegen Oekraïne, is onderworpen aan zware EU-sancties, en de diplomatieke relaties zijn vrijwel volledig verbroken.
• Fundamentele verandering:
o De basis van het akkoord (normalisering en samenwerking) is volledig verdwenen.
o De omstandigheden zijn niet voorzienbaar geweest in 1983.
o De verplichtingen zijn radicaal gewijzigd: België kan de akte niet meer uitvoeren zonder in strijd te komen met sancties en internationaal recht.
Juridische argumentatie
België zou kunnen stellen:
• Dat de grondslag van het akkoord (vertrouwen en samenwerking) niet meer bestaat.
• Dat de verplichting tot afstand van claims zinloos is geworden, omdat Rusland zelf door agressie en sancties de economische samenwerking onmogelijk maakt.
• Dat de fundamentele verandering van omstandigheden een geldige reden is om de akte van 1983 te beëindigen of ongeldig te verklaren.
Conclusie
Het beroep op rebus sic stantibus (art. 62 WVV) is een juridisch verdedigbare weg voor België om de akte van 1983 ongeldig te verklaren. Het argument is dat de omstandigheden die de basis vormden voor het akkoord (normalisering van relaties en samenwerking) fundamenteel en onvoorzienbaar veranderd zijn door de agressie van Rusland en de sancties die daarop volgden.
by admin | dec 10, 2025 | Sectoren
Het indexplafond zal voor bijna een miljoen werknemers en mogelijk ook alle ambtenaren en zorgpersoneel pas in 2027 voelbaar zijn. De regering-De Wever heeft nog altijd geen volledig akkoord over de invoering van het indexplafond.
De regering-De Wever heeft dinsdagavond nog niet alle losse eindjes van het begrotingsakkoord kunnen samenknopen. Vrijdag komt het kernkabinet opnieuw samen om zich te buigen over de zogenaamde notificaties. Dat zijn de uitgeschreven afspraken van wat er tijdens de nachtelijke onderhandeling werd beslist. Daarin wordt ook al iets meer in detail getreden over de uitwerking van de besliste maatregelen.
- De Standaard kon het ontwerp van de notificatie over de toepassing van het indexplafond lezen. Ter herinnering: de regering heeft afgesproken om brutolonen boven de 4.000 euro en uitkeringen (inclusief pensioenen) boven de 2.000 euro in 2026 en 2028 niet te indexeren. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan, omdat de aanpassing van lonen en uitkeringen, afhankelijk van de diverse sectoren, op andere momenten gebeurt.
- De notificatie geeft meer zicht op wanneer ambtenaren en werknemers het plafond zullen voelen. Het uitgangspunt daarbij is het volgende: zodra de wetgeving is goedgekeurd – wellicht pas begin volgend jaar – begint de inflatieteller te lopen, totdat die leidt tot een volgende indexering. Op die indexering wordt dan het plafond toegepast.
- Bij de bijna één miljoen werknemers van wie de lonen eenmaal per jaar worden geïndexeerd (op 1 januari) zal daardoor het plafond voor het eerst worden toegepast op de indexering op 1 januari 2027.
- Bij de werknemers die maandelijks, halfjaarlijks of per kwartaal hun indexering krijgen, zal het plafond zodra de wetgeving in werking is getreden bij elke indexering toegepast worden, totdat ze in totaal 2 procent aan indexering ingeleverd hebben op hun brutoloon boven de 4.000 euro. Zij zullen, afhankelijk van de inflatie, het plafond deels in 2026 al voelen, maar mogelijk ook nog in 2027.
- Voor de ambtenaren, het zorgpersoneel en wie een uitkering geniet, is het uitkijken naar wanneer de ‘spilindex’ wordt overschreden. Hun indexering volgt dan drie maanden later. Volgens het Federaal Planbureau zou de spilindex mogelijk deze maand al overschreden worden. In dat geval zal het indexplafond pas toegepast worden na de volgende overschrijding van de spilindex. Dat kan in 2026 zijn, maar evengoed pas in 2027, afhankelijk van de inflatie. Als de spilindex pas in januari wordt overschreden, dan kan het indexplafond eventueel al op de indexering van april toegepast worden. Voorwaarde is wel dat de wetgeving dan al in werking is getreden voor de overschrijding van de spilindex.
- Als het indexplafond later effect heeft, betekent dat meteen ook dat de daaraan gekoppelde opbrengst voor de begroting later zal binnenkomen. De helft van wat de bedrijven uitsparen dankzij het indexplafond zullen ze moeten doorstorten aan de staatskas. Daarnaast is dat indexplafond een besparing, omdat de uitgaven voor ambtenarenlonen en uitkeringen minder snel zullen stijgen.
- Deeltijds werken
- Ondertussen is ook al duidelijk dat gekeken zal worden naar het maandelijkse brutoloon op het loonbriefje om te bepalen of het indexplafond moet worden toegepast. Daar zal dus geen rekening worden gehouden met de dertiende maand, vakantiegeld of extralegale voordelen zoals een bedrijfswagen.
- Wat wel nog altijd uitgeklaard moet worden, is hoe men de maatregel zal toepassen op deeltijdse werknemers. Wordt hun loon omgerekend naar een voltijds loon om te zien of ze al dan niet door de grens van 4.000 euro gaan? Het is ook nog niet duidelijk hoe het zal gaan met arbeiders die bijvoorbeeld door nachtpremies de ene maand meer dan 4.000 euro en de andere maand minder dan 4.000 euro verdienen.
- Een ander heikel punt blijft de btw-verhoging voor ‘sport en ontspanning’ en op ‘afhaalmaaltijden’. Minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) heeft altijd aangegeven dat hij voor een maximale invulling gaat en dat blijkt ook nog altijd uit de betrokken notificatie die De Standaard heeft kunnen inkijken. Daarin staat alleen een uitzondering voor de ‘culturele activiteiten’ die nu al vrijgesteld zijn van btw, omdat de organisator geen winstoogmerk heeft en de opbrengsten uitsluitend gebruikt worden om de kosten te dekken. Dus ziet het er voorlopig naar uit dat zowel de supermarktsushi als het ticketje voor Pairi Daiza niet zullen ontsnappen aan de hogere btw.
- Bron: De Standaard