by admin | jan 5, 2026 | Boeken, Economie
Hoe kunnen burgers en boeren weer greep krijgen op de voedselketen om zo gezonder en duurzamer voedsel te verkrijgen? Dirk Holemans, coördinator van denktank Oikos geeft in het boek ‘Grondgenoten’ antwoord, al komt hij er ook niet helemaal uit.
Het boek ‘Grondgenoten’ draait om de vraag hoe de wereldbevolking tot gezonder en duurzamer voedsel kan komen. De vraag is veelzijdig en dat geldt ook voor het antwoord. Auteur Dirk Holemans presenteert een heel pakket aan ideeën en deskundigen. Het boek is dan ook geen hap-slik-weg geworden, om in de beeldspraak van de voedselindustrie te blijven.
Gezonder eten? Eet gezamenlijk!
Het aardigste en eenvoudigste idee dat Holemans aanreikt om gezonder te eten is samen tafelen. Holemans verwijst naar de Italiaanse migrantenfamilies in de jaren zestig in de Verenigde Staten. Die namen de tijd voor het eten: het eten was vers en aan tafel heerste verbondenheid. Uit onderzoek is gebleken dat in deze groep minder hartaanvallen waren dan gemiddeld in de rest van de Verenigde Staten omstreeks die tijd.
Dichter bij huis noemt Holemans het initiatief van de organisatie Aroma’s in Gent en Leuven. Hier koken oudere mensen samen met jongeren, leren zij over en weer van elkaars kooktips en eten samen. De organisatie redt voedseloverschotten van winkels en restaurants en gebruikt die bij de bereiding, de deelnemers eten in rust. Het initiatief is sociaal belangrijk, maar ook duurzaam en gezond.
Het contrast met de huidige dagelijkse praktijk is groot. Veel mensen wonen alleen, hebben haast of moeten lang reizen van en naar hun werk. Het samen aan tafel zitten met een grotere groep, waarbij er één iemand de verantwoordelijkheid heeft genomen om verstandig te koken, is meestal een illusie. Het is deze context, schrijft Holemans, “waar fabriekseten perfect op inspeelt. Klaar om altijd, overal en alleen te eten”.
Landbouw- en voedselsystemen eerlijker maken
Het idee om met aandacht te koken en samen te tafelen helpt om gezonder te eten, maar niet om de achterliggende landbouw- en voedselsystemen gezonder en eerlijker te maken, zoals Holemans ook graag wil.
Een stap verder in die richting gaat het door Holemans genoemde idee om aan kinderen structureel schoolmaaltijden te geven, zoals dit bijvoorbeeld in Finland gebeurt. Die maaltijden kunnen niet alleen gezonder zijn dan wat kinderen misschien thuis aan fabriekseten opgedist krijgen, maar het is ook een kans om kinderen nieuwe smaken mee te geven.
“Het effect overstijgt de schoolmuren. Kinderen kunnen via hun bord nieuwe gewoontes introduceren aan de keukentafel thuis. Zoals bij het klimaat: ook hier kunnen ze, met hun ontwapenende helderheid, hun ouders wijzen op wat nodig is voor mens en planeet.”
Hulp bij de uitzichtloze wedloop van schaalvergroting en intensivering
Samen eten en schoolmaaltijden zijn voor burgers nog redelijk makkelijk te organiseren. Moeilijker wordt het al wanneer ze de boeren willen helpen met een duurzamere landbouw. De boeren hebben er, in de visie van Holemans, baat bij als ze worden geholpen “in de uitzichtloze wedloop van schaalvergroting en intensivering”. Niet alleen met subsidies en heldere regelgeving, maar ook met politieke steun voor alles wat boeren meer doen dan voedsel produceren.
“Rendement wordt ruimer gedefinieerd”, beschrijft Holemans deze toekomstvisie. “Niet enkel kilo’s en euro’s, maar ook regeneratie van de bodem en gemeenschap, biodiversiteit die terugkeert, de boerderij als plaats van samenkomst.”
Want het is de agro-industrie die de boeren opjaagt, maar ook uit elkaar speelt. De klassieke familiale bedrijven die het systeem volgen en niet anders kunnen dan voor schaalvergroting gaan, worden opgezet tegen boeren die het ecologisch willen aanpakken.
Opzettelijk twijfel zaaien over duurzaamheid en gezondheid
Nog ingewikkelder wordt het om invloed te krijgen op de grote krachten achter de voedselketen. Het boek verwijst naar het door de voedingssector betaalde onderzoek en naar rechtszaken, bedoeld om twijfel te zaaien over wetenschappelijke inzichten over duurzaamheid en gezondheid. Grote voedselbedrijven als Nestlé of Coca-Cola zetten bovendien hun geld en invloed in om wereldwijd de markt open te houden voor hun producten.
Over deze multinationals, door voorvrouw Margaret Chan van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO “Big Food” genoemd, zegt het boek dat hun gezamenlijke investeringen tussen 1985 en 2000 zijn gestegen van 61 miljoen dollar tot 1.068.000 miljoen dollar, en dat het budget nadien nog door is blijven stijgen.
“De jaarlijkse omzet van de grootste bedrijven is groter dan het bbp van middelgrote landen en ze hebben miljarden klaarliggen om in nieuwe markten of technologie te investeren”, verzucht Holemans.
Uit de greep van de markt
De voedselketen verbeteren is dus een moeilijke strijd die op vele fronten bevochten moet worden. Holemans diept gelukkig ook verder uit hoe die strijd gevoerd moet worden. Een finale overwinning in één keer zit er niet in. Dit is iets van de lange adem.
Transitiemanagement, doceert Holemans, moet op verschillende niveaus gebeuren en verloopt in verschillende fases. Bij de Finse schoolmaaltijden noemde hij het element van de verandering van de publieke opinies via de smaak van kinderen en jongeren.
Een andere rol in de strijd ziet Holemans voor coöperaties. Die kunnen een tegenwicht vormen tegen de grote industrieën met hun aandeelhouders, maar kunnen ook als tegenwicht dienen tegen de durf van een enkeling, die daarmee kwetsbaar is.
Het voordeel van coöperaties is dat hun besluitvorming meer kans geeft op verandering, omdat hier elke deelnemer één stem heeft op de Algemene Vergadering, ongeacht hoeveel aandelen die deelnemer heeft in de coöperatie. Dat is dus een andere beslismethode dan bij commerciële bedrijven, waar partijen met veel aandelen besluiten kunnen doordrukken.
De transitie kan gebeuren door de overheid, de markt en burgers te veranderen, vat Holemans het proces samen. Verwijzend naar onder meer de econoom Karl Polanyi schrijft Holemans instemmend: “Willen we de economie opnieuw inbedden, dan moeten arbeid, land en geld niet langer louter als koopwaar worden behandeld, maar opnieuw uit de greep van de markt gehaald.” Boeren en burgers moeten voor deze strijd de handen ineenslaan.
Boeren en Burgers als bondgenoten
Wat dat bondgenootschap betreft is het alleen jammer dat Holemans niet beter heeft uitgewerkt hoe hij deze gedroomde opkuisbeweging van de voedselketen wil noemen. Want de term Boeren Burger Beweging, die Holemans ook als hoofdstuktitel gebruikt, is intussen gekaapt door de Nederlandse politieke partij BBB, die zo ongeveer het omgekeerde lijkt te willen van wat Holemans aanprijst.
Holemans verwijst nota bene zelf kritisch naar deze conservatieve Nederlandse partij. “Alleen al de naam is een mistgordijn. De partij komt helemaal niet voort uit boeren of burgers. Er is ook nooit een beweging geweest. De stichters zijn agri-journaliste Caroline van der Plas en communicatiebureau ReMarkAble, dat voor industriële veeteeltbedrijven werkt.”
Als Holemans heeft bedoeld de koppeling van de woorden Boeren en Burger te willen terugkapen voor de goede zaak, dan had hij dit zeker beter mogen uitleggen. Nu blijft het verwarrend dat voor het Nederlandse taalgebied twee tegenstrijdige kampen zich van hetzelfde label zouden bedienen.
Boek over gezond voedsel is zelf een hele boterham
Ook spijtig is dat het boek door zijn alomvattende aanpak zelf een hele boterham is geworden. Holemans heeft het hele slagveld beschreven. Van de verslavende werking van suiker, langs kolonialisme, ziekten veroorzaakt door ongezonde voeding, de effecten van de klimaatcrisis op waterbeheer, oogsten, hongersnoden en de toegenomen werkdruk van boeren.
Daarbij presenteert Holemans zoveel oplossingen en analyses, gesprekken met mensen en verwijzingen naar rapporten en onderzoeken, dat de verhaallijn had gewonnen als Holemans meer ruimte had genomen voor eigen overkoepelende gedachten of samenvattingen. De persoonlijke toon van het boek had zich daar bovendien goed voor geleend.
Dat het boek eindigt met enkele recepten past dus bij de gekozen veelvormige aanpak. De recepten zitten niet in de weg, je kunt ze bereiden of overslaan. Maar een dergelijk verrassend slot van het boek onderstreept hoe Holemans en de samenstellers van uitgeverij EPO alle registers hebben opengetrokken. Dit boek bevat een schat aan interessante informatie en denklijnen, maar als op deze wijze zoveel bronnen en zegspersonen passeren, gaat dat helaas wel ten koste van een heldere boodschap.
Dirk Holemans, Grondgenoten, een voedselrevolutie van Boeren en Burgers, Berchem: EPO, 2025, 255 pp.
Bron: dewereldmorgen.be
by admin | jan 5, 2026 | Economie
Terwijl Vlaanderen zich warm loopt voor solidariteit, krijgen duizenden koppels en gezinnen met een laag inkomen een koude douche. De centenindex op uitkeringen treft ook wie al rond de armoedegrens leeft.
De centenindex is een van de maatregelen van de regering Arizona waarbij de indexering van het loon en van bepaalde sociale uitkeringen wordt afgeremd, zodra je boven een vast bedrag uitkomt. In de praktijk gaat het dus om een besparing op de automatische aanpassing aan de stijgende levensduurte.
Volgens middenveldorganisaties is dat niet alleen een verkeerde keuze, maar ook een maatregel die mensen treft “in armoede en bestaansonzekerheid” en hen “verder in de armoede duwt”. Dat zeggen onder andere de grootste ouderenvereniging OKRA, het Belgische Netwerk Armoede Bestrijding en Samana, de organisatie voor mensen met een chronische ziekte en mantelzorgers, in een gezamenlijk persbericht.
Dubbele discriminatie
Heel wat middenveldorganisaties klagen al langer aan dat de centenindex, zoals die vandaag wordt toegepast op sociale uitkeringen, een dubbele discriminatie inhoudt.
Ten eerste ligt de benedengrens bijzonder laag: vanaf 2.000 euro bruto per maand wordt de indexering van sociale uitkeringen beperkt. Die grens is “dubbel zo streng als voor lonen en wedden”.
Ten tweede treft ze “koppels van gerechtigden op sociale uitkeringen met eenzelfde maandelijks inkomen zeer ongelijk”. Een koppel met twee uitkeringen van respectievelijk 3.000 euro en 1.000 euro bruto per maand wordt geconfronteerd met een beperking van de indexering.
Maar dat gebeurt niet wanneer beide partners elk 2.000 euro bruto per maand ontvangen, hoewel het totale inkomen dan even hoog is. Volgens de organisaties wordt zo niet gekeken naar draagkracht, maar naar een boekhoudkundige grens die voorbijgaat aan de realiteit van samenwonen, zorg en vaste kosten.
De regering verwees tijdens de parlementaire voorbereiding naar gepensioneerden met een “pensioen van 3.600 euro per maand”. Dat voorbeeld is volgens de organisaties “bijzonder misleidend”.
De centenindex treft immers alle gerechtigden op sociale uitkeringen vanaf 2.000 euro bruto per maand. Voor gepensioneerden houdt dat in dat de maatregel al van toepassing is vanaf een uitkering van 1.700 euro netto per maand.
Vandaag ligt die benedengrens 12,4 procent onder de Europese armoedenorm (2.284 euro in 2024). Koppels die daar net boven zitten, worden zo “verder in de armoede gedrukt”. Voor mensen die niet kunnen bijverdienen door leeftijd, ziekte of invaliditeit is indexering geen extraatje, maar het verschil tussen rekeningen betalen of achterstand opbouwen.
Zelfs minimumuitkeringen niet beschermd
Het wordt nog schrijnender. Ook een deel van de koppels die van één minimumuitkering in de sociale zekerheid en/of sociale bijstand moeten leven, wordt getroffen.
Voor koppels met een minimum gezinspensioen, zelfs bij een volledige loopbaan van 45 jaar, bedraagt dat 2.260 euro per maand. Ook koppels met een gezinspensioen, aangevuld met een inkomensgarantie voor ouderen (IGO),[1] komen met moeite aan 2.107 euro per maand. Daarnaast zijn er zieken en invaliden met personen ten laste met een minimumuitkering van 2.026 euro per maand.
De zwaarst getroffenen zijn degenen die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming omdat ze hulp van derden nodig hebben, met een minimum van 2.790 euro per maand.
Dat zijn bedragen die op papier misschien ‘boven 2.000 euro’ zitten, maar die in werkelijkheid vaak net volstaan om een huishouden draaiende te houden.
Het middenveld wijst erop dat de bodembescherming in de sociale zekerheid en sociale bijstand al “zwaar gehavend” is door zes jaar schorsing van de welvaartsvastheid. Volgens de parameters van het Generatiepact is dat op zich al goed voor een verlies van 5,8 procent.
“Het kan toch niet de bedoeling zijn” dat die bodembescherming “verder onderuit” wordt gehaald via de centenindex, klinkt het.
Roger, 95 jaar: ‘grootverdiener’ met 2.300 euro
De getuigenis van Roger, 95 jaar, brengt de gevolgen van de centenindex tot leven. Hij en zijn partner leven van één gezinspensioen en voelen zich weggezet als ‘grootverdieners’. Roger getuigt:
“We zijn 95 jaar en hebben ons pensioen opgebouwd in de vorige eeuw. Wij hebben één pensioen, een gezinspensioen, na een loopbaan van 48 pensioenjaren. We behoren tot de uitstervende groep die het moet doen met één inkomen.
Ons pensioen is niet genoeg om de opname van één persoon te betalen in een bejaardenhuis. Gezien ons gezinspensioen van 2.300 euro de 2.000 euro overschrijdt, worden we grootverdiener volgens de regering en gelijkgesteld met werkenden die 4.000 euro verdienen en dat meestal met twee inkomens.
Niemand levert graag in. Maar moesten we een plan zien dat evenwichtig is naar draagkracht en durf heeft om te zoeken waar het te vinden is, dan ware er nog hoop. Ook voor de doorzetters uit de vorige eeuw.”
Eisen van het middenveld
Los van de algemene kritiek op de centenindex en het discriminerende karakter ervan, verwacht het middenveld op korte termijn minstens drie bijsturingen. Eerst en vooral moet de volledige indexering van alle minimumuitkeringen in de sociale zekerheid, én van de bijstandsuitkeringen, worden gevrijwaard.
Daarnaast vragen de organisaties dat het grensbedrag wordt opgetrokken wanneer twee of meer personen van één uitkering moeten leven. Concreet gaat het om een verhoging met 50 procent, naar 3.000 euro bruto per maand, zodat gezinnen niet gestraft worden omdat ze met meer zijn.
Ten slotte moet ook de forfaitaire hulp aan derden voor uitkeringen voor ziekte en invaliditeit volledig worden geïndexeerd. Net mensen die extra zorg nodig hebben, mogen niet de rekening gepresenteerd krijgen.
De Warmste Week roept op tot warmte en verbondenheid. Maar voor wie elke euro telt, begint solidariteit bij een sociale bescherming die niet achteruitgaat wanneer de prijzen stijgen.
Bron: dewereldmorgen.be
by admin | jan 5, 2026 | Sectoren
Sinds de jaren tachtig daalt de criminaliteit, terwijl het aantal gevangenen in België verdubbelde. Dit wrange contrast bewijst dat ons strafsysteem faalt en een radicale omslag naar sociale preventie onvermijdelijk is voor een werkelijk veilige samenleving.
In een opmerkelijke open brief luidt Mathilde Steenbergen, directrice-generaal van het gevangeniswezen, op moedige en glasheldere wijze de alarmbel over de onhoudbare toestand in onze gevangenissen. De ernst valt niet te ontkennen: noodmaatregelen zijn op korte termijn zowel onvermijdelijk als noodzakelijk.
Maar zelfs als we de overbevolking wegwerken, tonen internationale studies dat opsluiting op zich geen structurele winst oplevert voor de maatschappelijke veiligheid. Intussen liggen er wél bewezen, beproefde alternatieven klaar die net bijdragen aan een duurzame versterking van onze collectieve veiligheid.
Wie het aantal gevangenen wil terugdringen, moet dat daarom doen binnen een brede strategie – met een preventief sociaal beleid als spil.
De open brief ademt tegelijk menselijkheid én een pijnlijk gevoel van machteloosheid uit. Niet onlogisch, gezien de onverschilligheid van de regering tegenover zowel de aantoonbare ineffectiviteit van het strafbeleid als de arbeidsomstandigheden van het personeel – op een moment waarop het zelfs niet meer lukt om elke gedetineerde een bed te garanderen.
In een klimaat waarin verschillende ministers in het spoor van autoritaire leiders elders, actief een dehumaniserende retoriek verspreiden over gedetineerden en mensen zonder verblijfsvergunning, lijkt het weinig waarschijnlijk dat de Algemene Directie van het gevangeniswezen, laat staan de gevangenen, op ‘kerstempathie’ zullen kunnen rekenen.
Toch verplicht deze ‘crisis’ politiek en administratie tot zelfonderzoek. Ze is immers deels het gevolg van een bewuste keuze: korte straffen effectief laten uitvoeren in een context van chronische overbevolking.
Mythes en misvattingen
We steunen principieel de oproep om noodmaatregelen toe te passen. Maar de brief vertrekt ook van een aantal aannames over het strafbeleid die wij fundamenteel in vraag stellen. Zo klinkt het idee dat een gevangenisstraf veiligheid biedt als ze maar kort is en “van goede kwaliteit”.
Vandaag is die gevangenisstraf níét van goede kwaliteit door de overbevolking. En tegelijk worden straffen steeds langer, vooral om tegemoet te komen aan een publieke opinie die een lik-op-stukbeleid zou eisen. Volgens die redenering zouden net die twee factoren een doelgericht strafbeleid in de weg staan.
Daarbovenop circuleren hardnekkige mythes en misvattingen over detentie en criminaliteit, waarvan de bekendste misschien wel deze is: dat de gevangenis veiligheid creëert.
Maar dat klopt niet. In België wordt het recidivepercentage geschat op zo’n 70 procent. En internationale studies tonen dat ongeveer 95 procent van de overtredingen nooit tot een veroordeling leidt, simpelweg omdat ze niet worden opgespoord of gemeld.
Omgekeerd blijven tal van gedragingen en overtredingen die soms bijzonder schadelijk zijn voor de samenleving, nauwelijks of helemaal niet strafbaar. Denk maar aan belastingfraude in tijden van begrotingscrisis, of aan lucht- en milieuvervuiling.
Bovendien is er geen correlatie tussen criminaliteitscijfers en detentiecijfers. In België daalt de criminaliteit sinds de jaren tachtig, terwijl het aantal gevangenen is verdubbeld. Nederland doet het met ongeveer de helft. Finland schroefde zijn gevangenispopulatie al in de jaren vijftig terug, zonder dat dit tot meer criminaliteit leidde. Investeringen in preventie en sociaal beleid bleken daarbij cruciaal.
In de jaren vijftig was de publieke opinie ongetwijfeld anders, maar wij geloven dat een eerlijk discours, gebaseerd op beproefde maatregelen, ook vandaag op steun van de publieke opinie kan rekenen.
Daarom moet ook de mythe sneuvelen dat de gevangenis nu weliswaar niet efficiënt is, maar dat het vanzelf beter wordt zodra er een nieuw gebouw staat (zoals Haren), de overbevolking is opgelost of er genoeg personeel is.
Het uitgangspunt om ‘minder, korter maar beter op te sluiten’ is begrijpelijk als het enige alternatief ‘meer, langer en slechter opsluiten’ zou zijn. Maar het verliest zijn overtuigingskracht zodra je het afzet tegen maatregelen die oorzaken aanpakken in plaats van symptomen.
Een bestraffende, niet-wetenschappelijke benadering van criminaliteit houdt geen stand: niet tegenover de huidige en historische recidivecijfers, en evenmin tegenover de resultaten van een doordacht sociaal en gezondheidsbeleid.
Het staat buiten kijf dat de publieke opinie het strafrechtbeleid beïnvloedt. Maar vandaag beschikken burgers nauwelijks over kritische, onafhankelijke informatie: over wat strafbeleid werkelijk doet voor de veiligheid, over de neveneffecten in andere maatschappelijke domeinen, en over de structurele oorzaken van detentie en de overbevolking in gevangenissen.
Het huidige simplistische, onwetenschappelijke en vaak ideologisch gedreven discours over criminaliteit en veiligheid, in combinatie met toenemende ongelijkheid en de normalisering van autoritaire denkpatronen, voedt een gevaarlijke populistische dynamiek.
Overbevolking
Terug naar de overbevolking. België is een van de Europese koplopers om mensen in voorhechtenis te houden. Velen komen niet in de gevangenis terecht vanwege de ernst van de gepleegde misdrijven maar vanwege hun sociale status: mensen zonder papieren of zonder vaste woonplaats.
De gevangenis wordt grotendeels ‘overbevolkt’ door mensen die in armoede leven en mensen met psychische stoornissen. Bijna de helft van de gedetineerden zit vast voor drugsdelicten, vaak is er tegelijk ook sprake van verslavingsproblematiek.
De toename, samenstelling en de selectie van problemen in de gevangenis vloeien voort uit een (toenemende) sociale ongelijkheid met bijhorende repressieve aanpak. De ongelijkheid is op zijn beurt ook bepalend voor de levensomstandigheden in de armere wijken, de dynamiek binnen gezinnen en het gedrag van individuen.
Zo is bijvoorbeeld bekend dat mensen die tijdens hun jeugd getuige of slachtoffer zijn geweest van geweld, een verhoogd risico lopen op gewelddadig gedrag of problematisch drugsgebruik op volwassen leeftijd.
Armoede vormt een risicofactor voor intra familiaal geweld, dakloosheid verhoogt het risico op problematisch drugsgebruik en de combinatie van beide verhoogt sterk het risico op (straat)criminaliteit en op detentie als maatregel. Juridisering en de gecreëerde noodsituatie leiden de aandacht af van sociale oorzaken van criminaliteit en dus ook van een preventieve aanpak.
We weten dat de gevangenisstraf op zijn beurt een negatief effect heeft op armoede en familierelaties. Dit effect zet zich bovendien over generaties heen voort en is ook actief wanneer er geen sprake is van overbevolking. De gevangenisstraf versterkt de criminogene cirkel, ook op het individuele niveau.
Alternatieve vormen van rechtspraak maken internationaal een opmars: restauratieve en transformatieve justitie [1] kijken verder dan het individu en blijken effectiever te zijn dan strafrecht als het gaat om recidive. Mede om die reden zijn slachtoffers hier vaak voorstander van, ook bij ernstige misdrijven.
Er bestaat een duidelijke hiërarchie in wat criminaliteit echt voorkomt, vergelijkbaar met die in de volksgezondheid: hoe hoger het interventieniveau, hoe groter de maatschappelijke impact. Structurele ingrepen zoals armoedebestrijding, degelijke huisvesting en toegang tot gezondheidszorg werken aantoonbaar beter dan individuele maatregelen die mikken op gedragsverandering, gevangenisstraf inbegrepen.
Natuurlijk zal een beleid dat inzet op preventie in plaats van bestraffing niet van vandaag op morgen alle overtredingen doen verdwijnen. En in de tussentijd zullen sommige mensen tijdelijk van de samenleving moeten worden afgezonderd omdat ze een acuut veiligheidsrisico vormen.
Maar het debat herleiden tot louter overbevolking – en de dramatische, veelzeggende gevolgen daarvan – kan, bewust of onbewust, een helder en correct begrip van de oorzaken, uitdagingen en omvang van de gevangenisproblematiek blokkeren, zeker in tijden van toenemende sociale ongelijkheid.
Noodmaatregelen zijn een gemakkelijke opdracht. Structurele maatregelen, dat vraagt politieke moed.
Het Internationaal Gevangenisobservatorium, Belgische afdeling (OIP) is een Belgische vereniging met als missie om de administratieve en gerechtelijke instanties, de media, de publieke opinie en alle betrokken verenigingen te waarschuwen wanneer de mensenrechten niet worden gerespecteerd in de penitentiaire instellingen.
Bron: dewereldmorgen.be
by admin | jan 5, 2026 | Varia
Hoewel het cadeau vroeger symbool stond voor de band van gever en ontvanger, is die betekenis in het kapitalisme verschoven. Het is een dwingende sociale norm geworden: een kant-en-klaar, onpersoonlijk cadeau dat je koopt omdat het hoort.
Het is 24 december en ik loop door de schemerende winkelstraten van Brussel. Samen met massa’s andere mensen zijn we op zoek naar cadeaus: ‘nog iets voor je schoonmoeder’, ‘iets voor je tante’, en ‘nog iets voor je broertje’.
De kerstversiering leidt ons door de straten heen: bungelende kitsch kerstballen, rode cadeautjes met een strik. Uithangborden en posters schreeuwen om aandacht en proberen ons naar binnen te lokken. Hier kerstkorting, daar winterkorting!
Bij een zeepboetiek blijf ik staan. Misschien kan ik hier wel iets voor iedereen vinden, denk ik, en ik zucht. Ik kom net van werk, ik heb hoofdpijn, ik ben moe. Ik heb helemaal geen zin om geld en energie uit te geven aan een cadeau dat voor niemand iets speciaals betekent. Toch loop ik naar binnen.
Hebben hebben hebben
Ja, ik moet toegeven: toen ik jarig was als kind waren cadeaus hetgene waar ik het meest naar uitkeek. Wat ging je van je ouders krijgen? Wat van je vriendjes en vriendinnetjes? Wat van je opa en oma? De kleurige verpakkingen, het uitstallen, het tintelende gevoel in je borst van ‘hebben hebben hebben’.
En dan word je ouder, en krijg je elk jaar dezelfde vraag: laat je nog even weten wat je wil hebben voor je verjaardag? Je moet er steeds langer over nadenken.
En je moet het ook steeds vaker bedenken voor anderen. Voor al die vrienden die elk jaar weer jarig zijn, voor je moeder, je nichtje, voor het Sinterklaasfeest, voor Kerst. ‘Wat zou diegene willen hebben’, denk je steeds, als je voor de zoveelste keer door die drukke winkelstraat loopt – met precies dezelfde winkels, met precies dezelfde stuntacties – ‘wat zou diegene willen hebben?’
Ik vraag me af waarom we telkens maar nog meer willen hebben. Hebben we dan niet al genoeg?
Ja, we hebben al heel lang genoeg
Het antwoord is ja. We hebben genoeg, we hebben al heel lang genoeg. Onderzoek laat zien dat we haast omkomen in spullen. Zo bezitten Belgische huishoudens gemiddeld 106 elektronische toestellen, waarvan we er heel veel niet meer gebruiken: ongeveer 55 miljoen toestellen liggen in totaal ongebruikt bij ons thuis.
Ook onze kledingkasten zitten vol: de Vlaming bezit gemiddeld zo’n 200 kledingstukken, en ongeveer een vierde daarvan wordt niet gedragen, blijkt uit onderzoek van KU Leuven.
Onderzoek van Oxfam in Groot-Brittannië gaat zelfs specifiek over kerstcadeaus. 40 procent krijgt met kerst tussen 1 en 5 cadeaus die ze eigenlijk liever niet hadden. 31 procent zegt die cadeaus uit het zicht op te bergen, en 14 procent haalt ze alleen tevoorschijn als de gever langskomt. Tien procent van de mensen gooit ongewenste cadeaus weg.
Hup, zo belandt nog een item op de afvalberg die steeds groter wordt: in 2023 produceerde een Belgische inwoner gemiddeld 700 kilo gemeentelijk afval.
In een wereld waar we zoveel hebben dat we niet meer weten wat we ermee moeten, waar spullen verdwijnen in kasten, lades en uiteindelijk op de afvalhoop. Waarom moeten we elkaar in godsnaam nog extra spullen geven?
De geschiedenis van het cadeau
De geschiedenis van cadeaus is mooier dan dat, schrijft Emy Demkes in De Correspondent. Als we terugkijken in de tijd zien we dat geschenken vroeger bijna altijd een diepere betekenis droegen. Ze noemt een voorbeeld uit de Bijbel: Jakob schenkt zijn broer Esau een groot aantal dieren om vergiffenis te vragen en hun verstoorde relatie te herstellen.
Die diepere betekenis kon van alles zijn: vriendschap, diplomatie, symboliek, verzoening, emotie.
Demkes haalt ook de Franse socioloog, antropoloog en etnoloog Marcel Mauss aan, die stelde dat geschenken een manier zijn om sociale banden te onderhouden, en daarmee fundamenteel zijn voor het menselijk samenleven.
Tja, als je het zo zegt klinkt het hartstikke mooi, dat geschenk. Alleen: zo bescheiden is het geven van cadeaus allang niet meer. Het heeft een massaal, bijna verplicht karakter gekregen dezer dagen.
Hoe kapitalisme het cadeau veranderde
Het was pas in de negentiende en twintigste eeuw dat verjaardagscadeaus in West-Europa en Noord-Amerika steeds meer een sociale norm werden. Dat had alles te maken met massaproductie, stijgende inkomens, en de opkomst van warenhuizen en reclames die verjaardagen (en cadeaus) actief gingen promoten, schrijft Demkes.
Waar Kerstmis als religieuze feestdag lang draaide om spirituele reflectie, kerkdiensten en samenzijn, verschoof het zwaartepunt in de negentiende eeuw. Kerst werd steeds meer een huiselijk familiefeest, en in prenten en commerciële illustraties verscheen de Kerstman steeds prominenter.
En zo werd ook Kerstmis vanaf de twintigste eeuw steeds commerciëler, beschrijft Demkes: winkeliers speelden daar gretig op in door speelgoed, kleding en andere consumptiegoederen aan te prijzen.
Het cadeau heeft niks meer te maken met gever en ontvanger
Het geschenk symboliseerde in traditionele samenlevingen de relaties tussen mensen: het bracht persoonlijke, sociale én materiële waarden samen, schrijft de sociaal-antropoloog James G. Carrier in Gifts and Commodities. Maar in de kapitalistische samenleving is die betekenis verschoven.
Waar mensen hun geschenk vroeger vaker zelf maakten, koop je het vandaag kant-en-klaar in de winkel, schrijft Demkes. Iemand een cadeau geven betekende ooit dat je je op een persoonlijke en langdurige manier met diegene verbond. Hier, nu, in het kapitalisme zien we het cadeau juist vaak als een “op zichzelf staand object”, schrijft Demkes: iets dat loskomt van de relatie tussen gever en ontvanger.
Zoals die lekkere zeepjes die ik voor al mijn familieleden wilde kopen: handig, veilig, voor iedereen wel oké – maar het cadeau heeft eigenlijk niets te maken met de persoon die het ontvangt, of met de relatie die ik met hen heb. En dan kunnen we dat wel verpakken in mooi papier, en het zo wat specialer maken. Het laat zien hoe erg we proberen te verbergen wat het object eigenlijk is: een massaobject die overal en altijd voor iedereen te koop is.
Het ergste cadeau
Ach, het zeepjescadeau: een klassiek ‘ik kan niet met lege handen aankomen’-cadeau. Het zijn spullen waarvan je alles behalve de persoonlijke band voelt, integendeel. Je voelt de haast waarmee het gekocht is, de luiheid waarmee het bedacht is. Je ziet de schuldige lach van degene die het je overhandigt die verraadt: ja, ik kwam net van werk en had haast. Ja, ik was moe en ik had hoofdpijn. Ja, ik ben in de stuntdeal getrapt.
Al dit zag ik voor me toen ik de zeepwinkel binnenliep, toen de geuren van slechte cadeaus mijn neus binnendrongen. Ik hield een roosgeurige variant in mijn handen en dacht: ik maak of koop volgend jaar wel iets persoonlijks – en nu even helemaal niks.
Bron: dewereldmorgen.be
by admin | jan 5, 2026 | Varia
De Vlaamse regering besliste in november om de subsidies stop te zetten voor twee sociaal-culturele volwassenenwerkingen, tegen een positieve beoordeling in, en dat vier organisaties niet meer krijgen dan het wettelijk minimumbedrag. De zes vzw’s verenigen zich nu in een nieuw platform: Tegenmacht.
Iedereen moet besparen, behalve de industrie. Dat zei Vlaams minister-president Matthias Diependaele (N-VA) niet met zo veel woorden in zijn eerste septemberverklaring, maar het komt er wel op neer. Zowel het Fonds Pascal Decroos als MO* magazine werden toen al getroffen, omdat de Vlaamse regering – dixit Diependaele – “de subsidies schrapt waarvan de meerwaarde voor de Vlamingen niet opweegt tegen de nieuwe noden die de kop opsteken”.
In november was dan het middenveld aan de beurt via het sociaal-cultureel volwassenenwerk. Daar moest uit een pot van 80 miljoen euro 3,5 miljoen bespaard worden.
Subsidieaanvragen worden beoordeeld door een commissie op basis van criteria die zijn vastgelegd door de vorige Vlaamse regering, onder leiding van Jan Jambon (N-VA). Toen bleek dat vooral organisaties uit Vlaams-nationalistische hoek, zoals de Vlaamse Volksbeweging en Cultuurlab Vlaanderen, niet voldeden aan die subsidiecriteria, zorgde dat voor een impasse in de Vlaamse regering. Waardoor geen enkele organisatie nog wist of, en zo ja hoeveel, subsidies ze zouden ontvangen vanaf 1 januari 2026.
Wat toen volgde, lijkt op een koehandel. Na een vergadering van de minister-president, de vicepremiers en minister van Cultuur Caroline Gennez (Vooruit) werd beslist om de subsidies te schrappen van 12 organisaties met een negatief advies, maar ook die van 2 organisaties met een positief advies. Dat zijn LABO vzw en Headquarters of The Movement (HOTM). LABO zou steun verlenen aan de klimaatbeweging Code Rood, die als gewelddadig wordt bestempeld, en HOTM had pro-Palestijns protest georganiseerd en heeft de slogan ‘From the river to the sea, Palestine will be free’ op zijn website staan.
Daarnaast krijgen 4 organisaties niet meer dan het minimumbedrag van 150.000 euro, wars van het positieve oordeel van de bevoegde commissie – waarbij in sommige gevallen zelfs werd aanbevolen om het aangevraagde bedrag net te verhogen. Het gaat om Vrede vzw, Vredesactie, Climaxi en GetBasic, de vzw achter de nieuwssite DeWereldMorgen.
Als verklaring om de adviezen van de commissie niet te volgen, zegt minister-president Diependaele dat “er onverklaarbare zaken in die adviezen staan. Dat toont aan dat er mensen zaten in die commissies die met een eigen ideologische agenda werkten. Dus hebben we bijgestuurd op politiek niveau.”
Volgens Diependaele gaat het om organisaties die “in het verleden meededen met organisaties die geweld en vernielingen propageren”. Zij krijgen nu een “tweede kans”. Wat als een dreigement ten opzichte van deze organisaties gezien kan worden. Als zij niet in de ideologische pas van deze regering lopen, zal dat financiële gevolgen hebben. En dat is dan weer een aanfluiting van het decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk, dat de vrijheid van meningsuiting, diversiteit van overtuigingen en de ruimte voor verzet moet beschermen.
“Onze vleugels worden geknipt”
De concrete gevolgen van deze beslissing zijn voor de betrokken organisaties niet min.
GetBasic vzw valt terug op het minimumbedrag van 150.000 euro, terwijl het 255.000 euro had gevraagd, wat werd goedgekeurd door de commissie.
“Het grootste deel van dat geld gaat naar loonkosten”, vertelt Helenka Spanjer, journaliste bij DeWereldMorgen. “We hadden net een halftijdse eindredacteur aangenomen, maar die hebben we dus moeten laten gaan. Maar ook het huren van twee extra kantoorruimtes voor onze vele vrijwilligers en een groot videoproject hebben we moeten annuleren.”
De beweging voor kritisch burgerschap LABO (wat staat voor: leren – ageren – bewegen – organiseren) verliest haar subsidies volledig. “Wij hebben momenteel een relatief kleine subsidie binnen het decreet. Geïndexeerd werken wij met 220.000 euro”, zegt Jens Van Lathem van LABO. “De adviescommissie gaf ons een positieve evaluatie en adviseerde zelfs een bedrag van 320.000 euro.” In de plaats daarvan krijgt LABO nul euro.
Dat belemmert de sociaal-culturele werking van de vzw aanzienlijk. “Er werken zes mensen deeltijds. Daarvan zullen er vijf moeten vertrekken”, verduidelijkt Van Lathem.
Vredesactie werkt momenteel met een budget van 350.000 euro en had 437.000 euro aangevraagd. De organisatie kreeg een positieve beoordeling zonder aanbeveling, vertelt Lichen Ullmann van Vredesactie. “Het terugvallen op 150.000 euro is onwettelijk,” zegt die, “want het decreet zegt dat een organisatie met twee positieve beoordelingen niet meer dan 25 procent van het budget kan verliezen.”
Bovendien heeft de besparing ook daar invloed op de werking zelf. “Wij moeten nu waarschijnlijk meer dan de helft van onze mensen ontslaan. Natuurlijk kan je dan niet meer hetzelfde werk doen”, zegt Ullmann. “Vredesactie heeft expertise op het vlak van mobiliseren en onderzoek, op juridisch vlak, op campagne- en communicatieniveau, het heeft expertise over de wapenhandel en in rechtszaken. Dat dreigt nu allemaal verloren te gaan.”
Voor Climaxi liggen de kaarten iets anders. De sociale klimaatbeweging krijgt het wettelijk bepaalde basisbedrag van 150.000 euro, maar in tegenstelling tot de andere organisaties kreeg het, net zoals in de vorige subsidieronde, geen ondubbelzinnig positief advies. Al had de commissie wel voorgesteld om het bedrag op te trekken naar 160.000 euro.
“Dat komt door onze andere manier van werken”, vertelt Filip De Bodt. “Wij organiseren geen grote campagnes of nationale evenementen, maar gaan ter plaatse leden of aanverwante groepen ondersteunen rond bijvoorbeeld vervuiling of PFAS. Wij helpen mensen met juridisch werk en onderzoeken wat kan en wat niet kan in milieukwesties.” Dat is heel arbeidsintensief, waardoor de organisatie nu al verzuipt in het werk. Toch moet Climaxi nu een tijdelijke werknemer laten gaan.
“Je kan daar misschien een ander idee over hebben,” zegt De Bodt, “maar onze werking is redelijk succesvol. Als we mensen helpen bij het protesteren tegen nieuwe autowegen, vervuilende industrieën of stortplaatsen, maken we voor de rechtbank regelmatig kans om te winnen. Dat zorgt ervoor dat meer en meer mensen de weg naar Climaxi vinden. Tegen een aantal van die mensen moeten we nu zeggen dat we niet meer kunnen helpen.”
“Tot nu toe kregen wij 290.000 euro”, zegt Ludo De Brabander, woordvoerder van Vrede vzw. “Ons nieuwe beleidsplan kreeg een positieve beoordeling zonder aanbeveling. Bovendien adviseerde de commissie een stijging van het budget naar 391.000 euro.” In plaats daarvan krijgt Vrede vzw dus het minimum.
De Brabander zelf kreeg zijn ontslag en zit momenteel in opzegtermijn. “Als er geen verandering in de situatie komt, zullen we in september of oktober nog meer mensen moeten ontslaan”, zegt hij. “En dat is zuur, want het werkvolume is er. De thema’s waar wij rond werken, worden met de dag urgenter. Kijk naar de stijgende militaire uitgaven. We hebben ook heel erg geïnvesteerd in het Midden-Oosten, de Palestijnse kwestie en de genocide. Dat gaan we misschien allemaal niet meer zo goed kunnen opvolgen.”
“Deze beslissing heeft uiteraard impact”, zucht De Brabander. “Onze vleugels worden geknipt. En volgens mij is dat politiek ook de bedoeling.”
Kritische stemmen monddood maken
Headquarters of The Movement (HOTM), de beweging die ontstond uit cultuurhuis Le Space in Brussel, gedragen door modeontwerpster, schrijfster en activiste Rachida Aziz, krijgt geen cent meer. “Wij hebben meer dan een jaar aan een heel gedetailleerd beleidsplan gewerkt”, legt Aziz uit. “Je moet dat dan omzetten in een realistische vijfjarenbegroting. Dat is geen bedrag dat je zomaar eventjes uit je duim zuigt. Om onze doelstellingen te realiseren, kwamen we uit op een bedrag van 350.000 euro.”
De conclusie van de commissie was positief zonder aanbevelingen, de hoogst mogelijke quotering, met de vermelding dat “structurele ondersteuning noodzakelijk is om te evolueren naar een professionele organisatie met plaats voor continuïteit.”
De Vlaamse regering volgde die conclusie, maar besliste “om op voorstel van de minister bevoegd voor Cultuur (Caroline Gennez, red.) geen subsidiebedrag toe te kennen omwille van geen ondubbelzinnige afstandname van gewelddadige acties.”
“Dat wil zeggen,” verduidelijkt Aziz, “dat de Vlaamse regering niet alleen de eindconclusie, maar ook de volledige motivering met alle lovende woorden over onze werking van de beoordelingscommissie overneemt als haar eigen beslissing, maar er dan toch aan toevoegt dat we geen subsidie krijgen.”
De Vlaamse regering toont zich hier op zijn minst onbetrouwbaar, vindt Helenka Spanjer. “Je steekt er heel veel werk in om te voldoen aan alle criteria die het al erg ingewikkeld maken. En dan wordt die verantwoording met een klein, niet onderbouwd argument, zonder enig bewijs, van tafel geveegd.” En ook Spanjer voelt een politieke motivatie. “Alsof we te kritisch zijn. Nochtans volgen wij alle regeltjes.”
Zowel GetBasic vzw als Vrede vzw werden door de vorige minister van Cultuur, Jan Jambon (N-VA), gescreend op inbreuken op het decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk, dat bepaalt dat gesubsidieerde organisaties het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de regels van de democratie moeten respecteren.
Die screening kwam er na aantijgingen dat beide organisaties de Palestijnse beweging Hamas zouden verheerlijken. Het verslag van deze inspectie pleitte beide organisaties over de hele lijn vrij.
“Maar het lijkt wel alsof we toen op een lijst zijn gezet en ze ons nu komen pakken”, zegt Spanjer. “De overheid volgt haar eigen regels niet”, vult Lichen Ullmann aan. “Ze omzeilt ze meer en meer om kritische stemmen monddood te maken. Dat zijn maatregelen die door autoritaire regimes genomen worden.”
“Het is zeker zo dat in elke evolutie naar een meer autoritair systeem het kritische middenveld altijd een van de eerste doelwitten is dat wordt lamgelegd”, beaamt Jens Van Lathem van LABO. “Wij hebben nu eenmaal als taak om de luis in de pels te zijn. Maar ook om mensen bewust te maken en te verenigen rond kritische thema’s. Dat wordt nu onderuitgehaald.”
Volgens Van Lathem moeten we ons dan ook afvragen wat voor middenveld we nog willen in Vlaanderen. “De commissies zijn volgens het decreet waarborgen voor een onafhankelijk, autonoom middenveld, in die mate dat je niet elke keer als de macht wisselt een totaal ander verwachtingspatroon van dat middenveld krijgt en het zich op een krampachtige of angstvallige manier moet verhouden ten opzichte van die wissel.”
“Het alternatief voor dit systeem is de regering die de duim omhoog of omlaag houdt op basis van een buikgevoel en politieke voorkeuren”, zucht Rachida Aziz. “Wat nu dus eigenlijk gebeurt.”
De wet is overtreden
De 6 betrokken organisaties leggen zich niet neer bij de beslissing van de Vlaamse regering en hebben een klacht neergelegd bij de Raad van State. Elke vzw doet dat individueel, maar wel met eenzelfde advocaat en met dezelfde argumentatie.
“We hebben onszelf de kanaries in de koolmijn genoemd”, zegt Rachida Aziz. ‘We zitten in hetzelfde schuitje en voeren dezelfde strijd, die het hele middenveld en de hele cultuursector aanbelangt.”
“De wet is letterlijk overtreden”, zegt Jens Van Lathem. “We gaan er dan ook van uit dat de Raad van State de beslissing zal vernietigen.” Maar wat er dan zal gebeuren, blijft een open vraag.
Volgens Van Lathem zal de discussie opnieuw op de regeringstafel komen. “En dan moeten we uitkijken of er partijen zijn die misschien toch twee keer hebben nagedacht over de waarde van een onafhankelijk middenveld, én over de waarde van het volgen van de eigen regels van het decreet.”
Ludo De Brabander van Vrede vzw is stellig: “Ik ben heel boos en verontwaardigd omdat dit een politiek-ideologisch gemotiveerde beslissing is. Bovendien is ze gewoon onrechtvaardig. En ik ben vooral boos op het kabinet-Gennez. Ik gruwel van dit soort beleid, waarbij een partij binnen de regering op de knieën gaat voor een andere partij, in dit geval de N-VA, die al veel langer ons vel wilt.”
Hoewel ze gelooft in het oordeel van de Raad van State ziet Youna Mulock Houwer van GetBasic vzw de toekomst somber in. “De geruchten doen de ronde dat Vooruit de beslissing van de Vlaamse regering gesteund heeft, ervan uitgaande dat de Raad van State ze wel zou terugschroeven. Maar wat dan? Tegen de tijd dat de Raad een beslissing heeft genomen, is het decreet waarschijnlijk aangepast of vernieuwd.”
Daarvoor heeft de N-VA al een conceptnota ingediend eind november.
Lichen Ullmann van Vredesactie vraagt zich af of het nieuwe decreet, dat is voorzien voor 2027, zal passen binnen de lange Vlaamse geschiedenis die het middenveld beschermt, of dat de regering voor vriendjespolitiek gaat. “Maar ik hoop alvast dat de Raad van State de overheid ertoe brengt om de gevraagde subsidies alsnog aan de organisaties te geven.”
Volgens Filip De Bodt van Climaxi moet de sector in aanloop naar dat nieuwe decreet een visie ontwikkelen over zichzelf waarbij ze stelling moet innemen. “Er is veel solidariteit en er groeit een blok, maar we moeten samen een punt maken. We mogen daar strategisch gezien niet mee wachten tot het nieuwe decreet er is. We moeten zelf voorstellen doen, en die moeten niet alleen te maken hebben met het garanderen van de democratische ruimte maar ook met heel de bureaucratische poespas die komt kijken bij het opmaken van subsidiedossiers.”
De Bodt pleit voor een vereenvoudiging van de beleidsplannen. “Als organisatie moet je een conformerende managementvisie voorleggen, tientallen bladzijden schrijven in een taal die niet de jouwe is. En nu zijn we al maanden bezig met zelfverdediging in plaats van met plaatselijke dossiers. We zitten opnieuw aan ons bureau in plaats van tussen de mensen.”
Tegenmacht
Intussen hebben de 6 vzw’s het initiatief genomen om een platform op te richten: Tegenmacht.
“We willen daarmee een beweging van onderuit organiseren”, zegt Helenka Spanjer van GetBasic vzw. “We gaan verschillende acties op poten zetten en proberen zo groot mogelijk te worden en zo veel mogelijk steun te krijgen, zodat de regering ziet wat er echt leeft bij de mensen.”
“Het beknibbelen op subsidies via besparingsrondes geldt voor heel de sector”, vult Ludo De Brabander aan. “Maar die bekommernissen worden ook gedeeld door de vakbonden en 11.11.11, maar ook door de kunstensector. We praten als Tegenmacht ook met hen.”
Het middenveld speelt volgens De Brabander een essentiële rol in de democratie. “Als je de democratie wil beschermen, moet je ook het middenveld beschermen.”
“Een Palestijnse jongeman die maandenlang elke dag de acties aan de Beurs leidde, werd brutaal opgepakt en in een gesloten centrum opgesloten waar hij in duistere omstandigheden overleed”, zegt Rachida Aziz. “MR-voorzitter George-Louis Bouchez tweet dat linkse activisten moeten worden uitgeroeid als ratten en bedreigt journalisten met fysiek geweld. De Arizonaregering wil een wet die het mogelijk maakt dat de politie kan binnenvallen in ruimtes waar mensen zonder papieren verblijven.”
“Vanuit de regering zijn er constante aanvallen op vakbonden en mutualiteiten, en vooral op de rol die ze mogen en kunnen spelen. Het is een totale aanval op de democratische ruimte. Wij moeten die met zijn allen verdedigen, want anders wordt die ruimte zo klein dat velen geen adem meer zullen hebben”, besluit Aziz.
Dit artikel verscheen eerder op MO*.
Bron: dewereldmorgen.be