by admin | dec 10, 2025 | Sectoren
In de sector van de thuisverpleging gaat veel geld om. In de begroting van de federale gezondheidszorg voor 2025 staat een bedrag van 2,305 miljard euro voor ‘honoraria aan verpleegkundigen voor thuisverzorging’. Daar komt nog een bedrag van 53,559 miljoen euro bovenop voor ‘specifieke tegemoetkomingen diensten thuisverpleging’.
De thuisverpleegster Stefanie Sander, die verdacht wordt van grootschalige sociale fraude, zette ongewild de thuiszorg in de schijnwerpers. In 2025 besteedt de overheid ruim 2,3 miljard euro aan de sector. De vergrijzing zal het belang ervan nog doen toenemen. Het personeel is erg gewild op de arbeidsmarkt.
Dat geld wordt uitgekeerd via het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (Riziv). Dat overheidsorgaan heeft geen afzonderlijke cijfers over de aantallen thuisverplegers, noch over de verhouding tussen de loontrekkenden en de zelfstandigen in de sector. De federale Planningscommissie Medisch Aanbod, een afdeling van de federale overheidsdienst Volksgezondheid, heeft wel cijfers. In 2023 telde België 134.656 verpleegkundigen in de gezondheidssector. Het aantal voltijdse equivalenten in loondienst in de thuisverpleging bedroeg 7.743 in het vierde kwartaal van 2024, van wie 5.719 in Vlaanderen werken. Cijfers over het aantal zelfstandigen zijn er niet.
Het is niet omdat het Riziv geen precieze cijfers heeft over de aantallen thuisverplegers, dat de instelling geen controles doet. Thuisverplegers krijgen een Riziv-nummer, gelinkt aan hun erkenning als gezondheidszorgverstrekker. “Zodra een verpleegkundige een Riziv-nummer heeft, kan die volledig autonoom werken op basis van de prestaties in de nomenclatuur voor de thuisverpleging. Die nomenclatuur is een lijst met codes die bepaalt welke vergoeding iemand krijgt voor een verpleegkundige interventie”, duidt Hendrik Van Gansbeke, de algemeen coördinator van het Wit-Gele Kruis. Het Vlaamse nummer één in thuisverpleging heeft een vzw-structuur per provincie. Het Wit-Gele Kruis Limburg staat afgetekend vooraan op plaats nummer één in onze top 25. Verderop volgen Vlaams-Brabant (plaats drie) en Oost-Vlaanderen (plaats zeven).
De meest rendabele bedrijven in thuisverpleging
Samen met de financieel-economische databank Trends Business Information onderzochten we de sector met de NACE-code 86940, ‘activiteiten van verpleegkundigen en verloskundigen’, en stelden we een top 25 samen van de meest rendabele ondernemingen in deze categorie. De centrale maatstaf was de cashflow. “Dat is de cash die aan het einde van het boekjaar overblijft, na betaling van alle kosten, waaronder ook de leninglasten en de belastingen”, duidt Pascal Flisch, analist bij Trends Business Information. “Dat cijfer geeft een goed beeld van de rendabiliteit van een onderneming. De cashflow volstaat voor de nodige investeringen. De onderneming kan die ook uitkeren als dividend.”
Het Wit-Gele Kruis haalt zijn inkomsten vooral uit terugbetalingen via de ziekenfondsen (en uiteindelijk het Riziv) en al dan niet uit het remgeld, het deel dat de patiënt zelf betaalt. “Per voltijdse thuisverpleegkundige in loondienst halen we jaarlijks gemiddeld 63.000 euro inkomsten via de nomenclatuurprestaties en het remgeld”, zegt Hendrik Van Gansbeke. “Dat bedrag geldt voor iemand die vijf dagen per week gemiddeld bijna acht uur per dag werkt. Het brutoloon van een zorgmedewerker schommelt tussen 3.700 en 5.200 euro per maand, afhankelijk van het diploma. Een zelfstandige thuisverpleegkundige kan tot elf uur per dag werken, zes dagen per week. Die zelfstandigen kunnen dus meer uit de nomenclatuur halen. Het is hun vrijwillige keuze. Zij willen puur zelfstandig ondernemen.” De bv Stefkes van Stefanie Sander is de nummer zes in de lijst (lees ook: thuisverpleegster Stefanie Sander had een van de rendabelste bedrijven in haar sector).
Zeven dagen per week
Een voorbeeld is de hekkensluiter in onze top 25, de bv Groep Pipeleers. De onderneming heeft een praktijk in Landen. “Ons team bestaat uit vijf zelfstandige verpleegkundigen. Wij werken met één Riziv-nummer”, meldt zaakvoerder Gert Pipeleers in een e-mail die hij al vóór vijf uur ’s ochtends heeft verstuurd. “Wij werken zonder sociale bescherming bij ziekte, zonder vakantiegeld en dertiende maand. Wij werken van ’s morgens 5 uur tot ’s avonds 23 uur, en dat zeven dagen per week.”
Onze top 25 bevat nog meer ondernemingen waarin zelfstandige thuisverplegers samenwerken, naast ondernemingen die groepen van zelfstandige thuisverplegers bundelen en voor hen allerlei zaken regelen. Zo noemt het nummer vier, Zorgconnect, zich een “beroepsvereniging voor de sector”. De vzw in Temse groepeert meer dan 700 zelfstandige zorgverleners in Vlaanderen. De onderneming doet aan ondersteuning, organiseert opleidingen, en regelt de administratie en de tarievenbehandeling. Ook de bv Ontzorg uit Antwerpen, het nummer negen, is een platform dat zorgverleners ondersteunt en ontzorgt. Die dienstverlening is voor beide bedrijven een rendabele business.
Groeisector
De markt van de thuisverpleging zal door de vergrijzing blijven groeien. Volgens de prognoses van het Riziv zou het aantal verpleegkundigen in de gezondheidssector tegen 2043 stijgen tot meer dan 160.000. “Er is altijd vraag naar adequate en goede professionele thuisverpleegkundige zorg thuis”, benadrukt Hendrik Van Gansbeke. De vraag blijft ook los van de vergrijzing stijgen, onder meer doordat de ziekenhuisopnames korter worden. Patiënten willen ook langer thuis geholpen worden. “Dat kan technisch en organisatorisch almaar beter”, zegt Hendrik Van Gansbeke. “Maar we moeten er wel voldoende mensen voor hebben. Steeds meer verpleegkundigen worden zelfstandig, maar daarom doen ze niet enkel aan thuisverpleging. Ze stellen zich steeds meer als alternatief voor uitzendkrachten beschikbaar in ziekenhuizen en woon-zorgcentra. Ze worden daar bovendien ook goed voor vergoed, beter dan in de thuisverpleging. Voor die opdrachten ontwikkelt zich een commerciële activiteit waarvoor zorginstellingen willen betalen.”
Voor de VDAB zijn verzorgenden in de thuiszorg een knelpuntberoep. De Vlaamse arbeidsbemiddelingsdienst ontving de voorbije twaalf maanden 3.481 vacatures voor die categorie. Eind oktober waren 454 nog altijd niet ingevuld.
Waterland koopt Altrio
Ook private spelers ontdekken de beloftevolle markt van de thuisverpleging. De financieel-economische krant De Tijd berichtte onlangs dat het investeringsfonds Waterland de grootste aandeelhouder van de bv Altrio Thuisverpleging zou worden. Dat bedrijf staat met twee filialen in onze top tien. Altrio ondersteunt 1.050 zelfstandige verpleegkundigen die actief zijn in de eerstelijnszorg in Vlaanderen. Het coördineert die zorg en krijgt daarvoor een commissie. Zo plant Altrio de rondes van de zorgverleners en regelt het hun administratie. Het is een rendabel bedrijf, dat vorig jaar een bedrijfswinst van 3,34 miljoen euro haalde op een omzet van 62,4 miljoen euro, goed voor een dividenduitkering van een half miljoen euro. Sinds 2019 is de omzet met bijna 350 procent gestegen. Bron: Trends
De Belgische zorgsector kampt al jaren met fraudegevallen die het vertrouwen van patiënten en instanties ondermijnen. Waar zorggeld bedoeld is om kwetsbare mensen te ondersteunen, wordt het in sommige dossiers misbruikt voor persoonlijke verrijking.
Van zorgprestaties naar valse facturen
Fraude begint vaak met het onterecht aanrekenen van zorgprestaties: fictieve patiënten, dubbele facturatie of het declareren van uren die nooit geleverd zijn. Zorgkassen en het RIZIV voeren controles uit, maar fraudeurs vinden telkens nieuwe manieren om het systeem te misleiden.
Er zijn zelfs geruchten dat er in de ziekenhuizen nogal wat slaappillen en peppillen verhandeld worden. Ook een drugstrafiek en frauduleuze aanstellingen worden genoemd.
Het geld verdwijnt in luxe
Wat opvalt in verschillende dossiers is dat de opbrengsten van deze fraude niet naar de zorg terugvloeien, maar naar persoonlijke luxe. Dure wagens zijn een van de meest zichtbare symbolen: van sportwagens tot exclusieve SUV’s. Fraudeurs gebruiken zorggeld om een levensstijl te financieren die haaks staat op de realiteit van hun patiënten. Het contrast tussen de noden van zorgbehoevenden en de luxe van fraudeurs zorgt voor publieke verontwaardiging.
Sancties en gevolgen
Wanneer fraude aan het licht komt, volgen sancties:
Terugbetalingsverplichtingen aan zorgkassen. Schorsingen of intrekking van erkenningen door het RIZIV.
In ernstige gevallen strafrechtelijke vervolging. Toch tonen sommige dossiers dat fraudeurs ondanks sancties blijven doorgaan, wat de nood aan strengere controles benadrukt.
Politieke dimensie Fraudeurs die tegelijk maatschappelijk of politiek actief zijn, zorgen voor extra controverse. Het beeld van iemand die enerzijds publieke functies bekleedt en anderzijds zorggeld misbruikt voor luxe-uitgaven, leidt tot scherpe debatten over integriteit en geloofwaardigheid.
Conclusie
Fraude in de zorgsector is meer dan een financieel probleem: het tast het vertrouwen in zorg en politiek aan. Het beeld van zorggeld dat eindigt in luxe wagens is een krachtig symbool van hoe misbruik de solidariteit ondermijnt. Strengere controles en transparantie zijn noodzakelijk om te voorkomen dat middelen, bedoeld voor zorg, verdwijnen in persoonlijke luxe. Sommige lastercampagnes suggereren dat de sjoemelverpleegsters evenveel verdienden als in de escortsector. Betere controles zijn zeker nodig.
by admin | dec 10, 2025 | Varia
Een kleine 200.000 langdurig werklozen staan op het punt hun werkloosheidsuitkering te verliezen. Zij maken amper een kans op de arbeidsmarkt. Wordt dit vooral een factuur voor het OCMW en het Riziv? “Je zal zien, in de straten van Brussel zullen nog meer armen rondlopen.”
De langdurig werklozen verliezen hun uitkering, besliste de regering-De Wever in het voorjaar. Voortaan eindigen werkloosheidsuitkeringen al na maximaal twee jaar. De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) stuurde al brieven met het slechte nieuws naar de langdurig werklozen. Op 1 januari wordt de uitkering stopgezet van mensen die langer dan twintig jaar werkloos zijn. In de daaropvolgende maanden is de rest van de langdurig werklozen aan de beurt.
Drijft het slechte nieuws de langdurig werklozen naar de arbeidsmarkt, wat toch de bedoeling van de regering is? Colruyt Group merkt een effect. “In de sollicitaties die wij ontvangen, zit inderdaad een toenemend aandeel langdurig werklozen”, zegt woordvoerder Maria Clara Geurs. “Het is een opvallende stijging, die zeker samenhangt met de berichten over de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd.” Volgens Geurs solliciteren langdurig werklozen vooral op functies als bediende-verkoper, magazijnier, nachtwaker en medewerker van het contactcenter. “Sinds de coronapandemie is ook duidelijk geworden dat retail werkzekerheid biedt. Daarom zijn we top of mind bij sollicitanten.”
Dat laatste geldt blijkbaar niet voor bpost en het logistieke bedrijf Katoen Natie, die geen stijging bespeuren van het aantal sollicitanten die langdurig werkloos zijn. “Integendeel zelfs”, klinkt het bij Katoen Natie. Ook bij de Luikse voedingsdistributeur Trendy Foods valt geen nieuws te melden, ook al telt Wallonië veel meer langdurig werklozen. “Het is nog te vroeg”, zegt Bert Mons, de gedelegeerd bestuurder van Voka West-Vlaanderen, een regio waar de bedrijven schreeuwen om arbeidskrachten. Vooralsnog krijgen die geen langdurig werklozen uit het vlakbij gelegen Henegouwen aan de deur. Ze zouden nochtans welkom zijn. “We merken dat onze 16.000 Noord-Franse werknemers weer voor hun thuisregio dreigen te kiezen, door de gunstige economische evolutie daar”, zegt Mons. “Ik betwijfel of we überhaupt Henegouwse of andere Waalse langdurig werklozen zullen zien. Die zullen in de eerste plaats terecht moeten in Waalse bedrijven, zeggen Waalse ondernemers mij.”
Maar toch, er beweegt iets op de arbeidsmarkt. De helft van de Vlaamse maatwerkbedrijven krijgt meer sollicitaties van langdurig werklozen, meldde de koepelfederatie Groep Maatwerk onlangs. “Voor onze vacature voor maatwerkcoach – waarvoor we valide mensen zoeken – kregen we het afgelopen jaar nul reacties binnen”, zegt Luk Cools, de directeur van het maatwerkbedrijf De Brug in Mortsel. “Nu bieden zich 250 mensen aan. Van die 250 zijn er 50 die al sinds 2016 of eerder niet aan de slag zijn.”
Ook het uitzend- en selectiebedrijf Accent merkt een effect. “Wij zien een duidelijke stijging van het aantal reacties op onze onlinevacatures”, zegt chief research & development officer Thomas Wauters. “In de periode januari-oktober 2025 tellen we 12 procent meer onlinesollicitaties dan in dezelfde periode van 2024. Of de belangstelling van langdurig werklozen komt, kunnen we niet vaststellen, maar wel indirect afleiden: de sollicitaties op laagdrempelige vacatures als magazijnier of schoonmaker zijn gestegen met 15 tot 40 procent. De alarmbellen zijn duidelijk afgegaan.”
De cijfers
Op de arbeidsmarkt komt een enorme golf langdurig werklozen aanrollen. Tussen 2026 en midden 2027 zullen in Vlaanderen 62.676 werklozen hun uitkering verliezen, schat de RVA. In Wallonië gaat het om 88.561 werklozen, in Brussel om 41.715 en in Duitstalig België 952. Alles samengeteld zullen 193.904 Belgische werklozen hun uitkering verliezen, een onwaarschijnlijk groot aantal. Eind oktober telde België in totaal 283.653 volledig uitkeringsgerechtigde werklozen.
Hoeveel kans maken die vele tienduizenden pechvogels op de arbeidsmarkt? Het ziet er slecht uit. Het Europees statistiekagentschap Eurostat onderzocht de kansen van werkzoekenden die minstens twee jaar werkloos waren om in het volgende kwartaal een baan te bemachtigen. Voor de Belgische 25- tot 54-jarige langdurig werklozen was die kans amper 6 procent in 2024. (zie grafiek Langdurig werklozen: de jobkansen). De voorbije jaren bleef ons land systematisch onder het Europese gemiddelde, met uitzondering van 2019. Andere EU-landen, en dan vooral Nederland, Noorwegen en Denemarken, doen het beter dan België.
De Belgische beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd geldt niet voor 55-plussers, als ze tenminste een loopbaan van meer dan 30 jaar kunnen voorleggen. In elk geval zijn de perspectieven voor langdurig werklozen ouder dan 55 jaar nog beroerder. In België kon vorig jaar slechts 4 procent van hen in het volgende kwartaal werk vinden, opnieuw onder het Europese gemiddelde. En opnieuw doen andere EU-landen het beter, met Noorwegen en Denemarken op kop.
De gevolgen
Zo te zien stevent België af op een sociaal drama. Langdurig werklozen zomaar op de arbeidsmarkt loslaten, maakt van hen vogels voor de kat. De Gentse economieprof Bart Cockx, gespecialiseerd in de evaluatie van het arbeidsmarktbeleid, is niet verbaasd. “Bij de langdurig werklozen heb je hoe dan ook een grote groep die heel weinig kans maakt om een baan te vinden. Ze zijn laaggeschoold, of hebben medische of psychische problemen, of moeten omkijken naar zorgbehoevende familieleden, of verkeren in andere situaties waardoor ze heel moeilijk inpassen in een reguliere baan. Ze hebben nooit vaardigheden verworven waarmee werkgevers iets kunnen aanvangen, of hebben die mettertijd verloren.”
Wat leert de ervaring elders? “In bijna alle andere landen stoppen de uitkeringen na een, twee of maximaal drie jaar”, zegt Cockx. “Dan volgt een verhoogde uitstroom uit de werkloosheid. Dat effect is significant, maar blijft klein. De uitstroom gaat 2 à 3 procentpunt hoger dan het normale niveau. Maar daarmee is de grote groep langdurig werklozen niet aan de slag. Het is niet omdat je je uitkering verliest, dat je daarom een baan vindt.”
En zelfs dan nog. Samen met een collega bestudeerde Cockx het effect van werkgeversubsidies voor de aanwerving van werklozen tussen 45 en 48 jaar oud. “De subsidie verhoogde hun kans op een job met 5 procent – wat al niet veel is – maar nog geen jaar later waren ze hun baan alweer kwijt”, zegt Cockx. “Ze worden immers vaak aangeworven voor kleine, seizoensgebonden jobs, zoals pakjes inpakken in de aanloop naar Kerst. Ze leren er niets en kunnen er ook geen opleidingen volgen. Als die mensen dat werk dan weer verliezen, lopen hun uitgaven door. Ze moeten zien te overleven. Ik vrees voor Amerikaanse toestanden, waar mensen op straat terechtkomen. Want niet iedereen wil de vernedering slikken om bij het OCMW aan te kloppen. Je zal het zien, in de straten van Brussel zullen nog meer armen rondlopen. Dat zeg ik niet als wetenschapper, maar als bezorgde mens.”
‘Veel langdurig werklozen hebben nooit vaardigheden verworven waarmee werkgevers iets kunnen aanvangen, of hebben die mettertijd verloren’.
Het probleem
De stopzetting van de werkloosheidsuitkering is bedoeld als financiële prikkel voor de werklozen. Maar als die prikkel pas na een of twee jaar komt, is het kalf al half verdronken. “Degenen met de grootste kans op een job stromen al in de eerste maanden uit de werkloosheid”, zegt Cockx. “Je blijft over met een groep werklozen die zelfs met financiële prikkels niet aan werk zullen raken, omdat ze gewoon weinig kans maken.”
Daarom moet de overheid al bij de instroom de mensen identificeren met een grote kans op langdurige werkloosheid en hen actief begeleiden. “Wij gebruiken een AI-tool om de kans op werk in te schatten”, zegt Joke Van Bommel, woordvoerder van de VDAB. “Werkzoekenden met een lage kans op werk, en dus een hoog risico op langdurige werkloosheid, komen bovenaan onze lijst: hen bellen we als eerste op, zodat we snel kunnen helpen.”
Toch heeft Cockx twijfels. “De VDAB heeft onvoldoende capaciteit en effectieve instrumenten om deze groep te helpen. Vele van deze mensen worden dus langdurig werkloos. België grijpt nog veel te weinig in bij de aanvang van de werkloosheid. Wij wachten tot mensen langdurig werkloos worden en proberen dan pas om het probleem op te lossen met een financiële sanctie. Maar veel werklozen hebben tegen dan al hun spaargeld opgebruikt en hebben juist meer nood aan financiële ondersteuning. Als je dan toch met financiële prikkels wilt werken, doe dat dan aan het begin van de werkloosheidsperiode, want dan werken die het best. Het merendeel van de nieuwe werklozen heeft al wat spaarcenten opgebouwd en kan gerust enkele maanden zonder uitkering voortgaan. Voor hen voer je het best een wachttijd in. Voor de groep met een laag inkomen die niet kon sparen, kun je de wachttijd schrappen.”
Zoals het er nu voorstaat, dreigt de beperking van de werkloosheidsuitkeringen een vestzak-broekzakoperatie te worden. Het Riziv (Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering) mag zich opmaken voor meer uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid, suggereert een studie uit 2023 van Belgische langdurig werklozen gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Public Economics. Controle van langdurig werklozen van minder dan 49 jaar op zoekgedrag naar jobs bleek vrijwel geen tewerkstellingseffect te hebben. De langdurig werklozen kwamen gewoon in de arbeidsongeschiktheid terecht. De afname van de gecumuleerde werkloosheidsuitkeringen per individu werd grotendeels weggeveegd door de toename van de gecumuleerde ziekte-uitkeringen. Dat doet vermoeden dat de budgettaire winst van de werklozencontrole neerkomt op ‘very close to zero’, aldus de studie.
Allicht moeten ook de OCMW’s zich klaarmaken voor een toeloop. “Dat hangt af van het profiel van de langdurig werkloze”, zegt Ive Marx, economieprofessor (UAntwerpen) en expert sociaal beleid. “Veel langdurig werklozen wonen wellicht samen met een partner die een inkomen heeft, zodat ze veel kans maken om boven de inkomensgrens voor een leefloon te vallen.”
Waarschijnlijk zullen vooral werkloze alleenstaanden en gezinshoofden in het systeem van het leefloon terechtkomen. Het OCMW moet leefloners naar een job leiden, maar Marx heeft er geen goed oog in. “Er is een sterkere samenwerking nodig met de VDAB. We weten echter dat de communicatie en de samenwerking tussen de OCMW’s en de VDAB niet altijd optimaal verlopen.” Ook Cockx maakt zich weinig illusies. “Een OCMW is totaal niet uitgerust om mensen steun te bieden in hun zoektocht naar werk.”
‘België grijpt nog veel te weinig in bij de aanvang van de werkloosheid. Wij wachten tot mensen langdurig werkloos worden en proberen dan pas om het probleem op te lossen met een financiële sanctie’
De aanpak
Net daar kunnen andere organisaties inspringen, zoals JobRoad, een vzw die mensen uit kansengroepen aan een baan in de privésector helpt. “De OCMW’s voelen de druk toenemen, en kloppen nu meer dan vroeger bij ons aan”, zegt Wauters, die zijn functie bij Accent combineert met de leiding over JobRoad. “Iemand uit een kansengroep naar een baan in de privésector leiden is een apart metier. Het OCMW en soms zelfs de VDAB spreken de taal van de werkgevers onvoldoende. JobRoad spreekt die taal wél en zorgt ervoor dat de werkgever zijn klassieke rekruteringsproces achterwege laat en onze kandidaten een kans geeft.”
Volgens Wauters verdient de privésector een veel grotere plaats in de activering van leefloners door het OCMW. Vandaag verloopt die activering veelal via werkervaringstrajecten in de publieke of semi-publieke sector. “Denk aan de gemeentelijke groendienst, het woon-zorgcentrum of de kringwinkel”, zegt Wauters. “Maar soms maakt zo’n traject de kloof tussen de leefloner en de reguliere arbeidsmarkt nog breder. Want in de publieke of semi-publieke sector zijn de regels net iets minder streng. Een keer een halfuur te laat aankomen op het werk wordt in de kringwinkel al eens door de vingers gezien. In de privésector kan zoiets niet. Het resultaat is dat zo’n leefloner nog moeilijker toe te leiden is naar de privésector dan voorheen. Leg daarom bij de activering meteen de link naar de privésector, eventueel via uitzendarbeid. De samenwerking met de uitzendkantoren kan de activering een veel groter bereik bezorgen, en zo de verwachte toeloop op de OCMW’s helpen opvangen.”
En wat met de werkgevers? Staan zij open voor langdurig werklozen? “De meeste werkgevers zitten niet te wachten op iemand met een groot gat in zijn of haar cv”, zegt Greetje Allaert, adviseur bij Randstad RiseSmart, dat mensen uit kansengroepen begeleidt naar werk. “We gaan eerlijk het gesprek met de bedrijfsleiders aan, en zeggen wat ze mogen verwachten en wat niet. Alleen zo kun je hen overtuigen om iemand een kans te geven. Maar we zien dat onze kandidaten soms weinig feedback of zelfs helemaal geen reactie krijgen op hun sollicitatie. Onze coaches nemen dan contact op met het bedrijf om alsnog uitleg te krijgen. Daaruit kan de werkzoekende leren.”
Ook de werkgever moet een traject doorlopen, volgens Allaert. “Iemand uit een kansengroep aanwerven is een ingrijpende beslissing. Hoe ga je met zo iemand om? Hoe integreer je hem of haar in de bedrijfswerking? Allemaal zaken die je vooraf grondig moet doordenken. Het team moet overtuigd zijn, de vakbonden moeten mee in het bad zitten, en ook de leidinggevende moet daarin worden gecoacht. Als alle puzzelstukjes in elkaar vallen, gebeuren er mooie dingen.”
De verantwoordelijkheid
Als mensen jarenlang zitten te verkommeren in de werkloosheid, gaan ook de vakbonden niet vrijuit, volgens Marx. “De sociale zekerheid wordt mee beheerd door de sociale partners, en dus ook de vakbonden. Tegelijk betalen de vakbonden de uitkeringen van zowat 90 procent van werklozen uit. Ik zeg niet dat de vakbonden daar geld aan verdienen, maar het is een belangrijke bron van klantenbinding. Het is geen toeval dat België een veel hogere graad van vakbondslidmaatschap heeft dan de buurlanden. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat de vakbonden een zware verantwoordelijkheid dragen voor de langdurige werkloosheid.”
Maar het is ook een falen van de overheid, volgens Marx. “We waren zowat het enige land ter wereld met werkloosheidsuitkeringen van onbeperkte duur. En tegelijk waren we een land met een krappe arbeidsmarkt en een lage werkzaamheidsgraad. De politieke conclusie had al veel vroeger getrokken moeten worden. Nu pas komt de politiek erachter dat vele tienduizenden mensen al jaren werkloos zijn, vaak zelfs meer dan twintig jaar. Het is onvoorstelbaar hoe dit kon gebeuren.
De Zweedse les
In 2001 besliste Zweden om na twintig weken werkloosheid de uitkering voor een werkloze te verlagen. Voorheen bleef de uitkering gelijk op 80 procent van het laatst verdiende loon. Samen met enkele andere economen greep de Belg Johannes Spinnewijn, professor aan de London School of Economics en wereldautoriteit inzake arbeidsmarktbeleid, de maatregel aan om het effect van dalende uitkeringen – en dus van financiële prikkels – te bekijken. Hun bevindingen verschenen in het gezaghebbende The American Economic Review. Wat bleek? Financiële prikkels zijn in de eerste twee maanden drie keer sterker dan na zes maanden. Ook na drie maanden is de prikkel nog altijd dubbel zo sterk als na zes maanden. Dat staat haaks op de degressieve uitkeringen in België en de stopzetting ervan na maximaal twee jaar. Wat nog niet wil zeggen dat het Zweedse systeem beter is. Maar dat valt allicht ook niet te zeggen van het Belgische.
Bron: Trends
by admin | dec 10, 2025 | Varia
De Vlaamse arbeidsbemiddelaar VDAB moet een slankere organisatie worden die focust op haar kerntaak (bemiddelen) en op de grote groep inactieven. Dat stelt de Vlaamse regering in een nota, die ‘De Tijd’ kon inzien.
De voorstellen moeten als richtlijn dienen voor de nieuwe beheersovereenkomst, waarover de Vlaamse regering nu gaat onderhandelen met de raad van bestuur. Vlaams minister van Werk Zuhal Demir (N-VA) wil de VDAB terug naar de essentie brengen: vacatures en werkzoekenden matchen.
In een arbeidsmarkt waar de snel te activeren profielen uitgeput zijn, moet de organisatie focussen op “niet-beroepsactieven die niet zelfredzaam zijn, maar nog wel arbeidspotentieel hebben”. Het gaat dan bijvoorbeeld om leefloners, nieuwkomers, langdurig zieken en huisvrouwen – vaak met een migratieachtergrond.
“Aanklampende aanpak”
Met een “aanklampende aanpak” moeten de inactieven aan werk geholpen worden. Demir wil dat de bemiddelaars de straat op gaan, in wijken niet-werkenden benaderen of jobbeurzen organiseren bij sociale huisvestingsmaatschappijen. In ruil wiedt ze in de procedures en andere opdrachten.
Opleidingen moet de VDAB beperken tot knelpuntberoepen en zoveel mogelijk uitbesteden aan partners, zoals het volwassenenonderwijs of sectororganisaties.
Bron: HLN.be
by admin | dec 8, 2025 | Varia
Minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) wil niet weten van een degradatie van de ziekenfondsen als uitbetalers van de verplichte ziekteverzekering. Dat heeft hij donderdag in de Kamer benadrukt na suggesties van coalitiepartners N-VA en MR. “Ik hoor hier dingen die niet in het regeerakkoord staan en die dus gewoon niét gaan gebeuren”, klonk het fors.
Kamerleden Alexia Bertrand (Open Vld), Kurt Moons (Vlaams Belang), Frieda Gijbels (N-VA), Jean-Marie Dedecker (onafhankelijk) en Daniel Bacquelaine (MR) bevroegen Vandenbroucke donderdag in de Kamer over het vermogen van de ziekenfondsen. Het Laatste Nieuws bracht woensdag aan het licht dat die samen 6,1 miljard euro zouden bezitten.
Gijbels en Bacquelaine opperden dat de uitbetaling van de verplichte ziekteverzekering maar beter naar het Riziv kan verhuizen. “Wij pleiten voor de afschaffing van de ziekenfondsen als publieke uitbetaler. Ik hoop dat de geesten kunnen rijpen”, aldus Gijbels.
Vandenbroucke haalde daarop fors uit. “De wetgeving legt de ziekenfondsen zekere reserves op om de solidariteit te ondersteunen, en dat is volstrekt normaal. (..) Er is zoiets als een regeerakkoord en ik heb hier dingen horen zeggen die daar niet instaan. Die gaan dus gewoon niét gebeuren”, klonk het.
In het bijzonder de MR kreeg een veeg uit de pan. “Een gegeven woord is een gegeven woord, en dat gaat over alle dossiers. Ik hoop dat de MR een partij is die zich aan zijn woord houdt.” MR-Kamerlid Mathieu Michel sloot zich eerder op de dag nog aan bij juridisch verzet tegen een nieuwe wet die de strijd tegen fiscale fraude efficiënter moet maken met behulp van datamining. Zijn partij keurde die wet wel goed binnen de regering en in het parlement.
“Winst vloeit niet terug naar zorg”
Intussen heeft ook het Vlaams Artsensyndicaat de hoge winstmarges van de ziekenfondsen bekritiseerd. “De aanzienlijke winsten vloeien niet terug naar de zorg”, klinkt het in een reactie. “Het syndicaat vraagt daarom aan de politiek om “de machtsconcentratie open te breken” en de zorg opnieuw te organiseren rond de noden van patiënten en zorgverleners.
Bron: HLN.be
by admin | dec 7, 2025 | Varia
De Vlaamse regering staat op het punt een akkoord te sluiten over het verruimd inkomensbegrip. Daarbij worden voortaan niet alleen lonen, maar ook andere inkomsten zoals dividenden meegeteld voor subsidies en premies. “Het is essentieel dat sociale steun terechtkomt bij wie ze echt nodig heeft”, zei viceminister-president Melissa Depraere zondag in ‘VTM NIEUWS’.
Een duidelijk voorbeeld is de aanvraag van een studiebeurs. “Ik zie vaak alleenstaande ouders met studerende kinderen die niet in aanmerking komen, terwijl kinderen uit welgestelde gezinnen, zoals die van een notaris of chirurg, wél steun krijgen”, aldus Depraetere. Dit komt doordat het huidige systeem enkel naar het loon kijkt, zonder andere inkomsten mee te nemen. “Zo ontstaan achterpoortjes die misbruik mogelijk maken. Het is hoog tijd om die achterpoortjes te sluiten”, benadrukt de minister.
Met het verruimd inkomensbegrip zal de Vlaamse regering voortaan ook dividenden en andere bronnen van inkomsten meewegen. “Het gaat om mensen die zichzelf een laag loon uitkeren, maar via dividenden extra geld genereren. Hun werkelijke inkomen is veel ruimer dan wat ze officieel aangeven. Het is niet meer dan eerlijk dat dit wordt meegenomen, want veel gezinnen hebben enkel hun arbeidsloon en betalen soms hogere tarieven voor bijvoorbeeld kinderopvang dan gezinnen waarvan dividenden niet worden meegeteld,” legt Depraetere uit.
De minister benadrukt dat de hervorming geen nadelige gevolgen zal hebben voor mensen met enkel een loon en een spaarrekening. “We willen sparen juist blijven stimuleren”, stelt zij. Ook bezittingen of eigendommen spelen geen rol in de nieuwe regeling.
Bron: HLN