Gespreid leiderschap in het onderwijs. Elkaar invloed gunnen voor vernieuwing

Gespreid leiderschap in het onderwijs. Elkaar invloed gunnen voor vernieuwing

Nieuw 3e druk in softcover. Dit boek is voor leraren en schoolleiders die voor iedereen in de school ruimte willen scheppen om invloed uit te oefenen. Leiderschap bestaat niet alleen uit het gedrag of de kenmerken van de schoolleider. Ook leraren kunnen leiden. Wie invloed uitoefent, kan per situatie verschillen, afhankelijk van de expertise die op dat moment nodig is. In allerlei praktijkvoorbeelden zien we dat leraren veel plezier beleven aan werkprocessen waarin zij wisselend leiderschap kunnen verwerven. Zij bundelen hun expertise en komen tot slimme oplossingen voor problemen. De onderzoeken en inzichten in dit boek helpen om in de praktijk handen en voeten te geven aan gespreid leiderschap.

Onder redactie van Frank Hulsbos en Stefan van Langevelde, werken diverse Nederlandse experts – zoals Joseph Kessels, Marco Snoek, Karin Derksen en Hartger Wassink – uit wat gespreid leiderschap is, welke spanningen het oproept met formeel leiderschap en welke condities in de school het mogelijk maken. De hoofdstukken worden afgewisseld met interviews en praktijkcasussen uit het onderwijs.

Op deze geanimeerde website kun je ontdekken wat de waarde van gespreid leiderschap is.

Bekijk een preview van het boek.

Beschikbaarheid:Op voorraad (40)
Effectief samenwerken. De driehoek van verantwoordelijke relaties.

Effectief samenwerken. De driehoek van verantwoordelijke relaties.

Je komt het in vrijwel alle teams tegen: irritaties over collega’s die niet doen wat ze beloofd hadden of waarvoor ze zijn ingehuurd. Een sterke waan van de dag die nieuwe initiatieven en goede afronding in de weg staat. Verzuchtingen over de kloof tussen management en werkvloer, of tussen beleid en uitvoering. Wat het ook is, het geeft altijd onvrede over de uiteindelijke resultaten. En het leidt tot demotiverende vragen als ‘Waarom heeft niemand ingegrepen?’, ‘Waarom zijn we hier eigenlijk aan begonnen?’ en ‘Voor welk probleem was dit nu een oplossing?’.

Dit boek geeft een antwoord op deze en aanverwante vraagstukken uit ieders dagelijkse werkpraktijk. Het introduceert de driehoek van effectieve samenwerking, waarin een initiator, actor en ondersteuner samen verantwoordelijkheid nemen voor het eindresultaat. Organisatieantropoloog Marloes de Jong legt u de werking van de driehoek uit: een perspectief dat zowel het resultaat als de werkrelaties centraal stelt – omdat het één niet zonder het ander kan. Samenwerken via de driehoek is een manier om kansen op leren, groeien en versnellen te benutten. Een aanpak met gedeelde belangen en verantwoordelijkheden, waarmee je je samenwerkingspartners snel begrijpt, je goed op elkaar afgestemd bent en talenten elkaar optimaal aanvullen. Met als uitkomst: effectief resultaat boeken en een vlot en plezierig werkproces.

De driehoek biedt leidinggevenden en project- of programmamanagers een nieuwe kijk op het investeren in relaties: het wordt dé manier om resultaatgericht te werken, veelvoorkomende problemen op te lossen en te sturen op een werkwijze die gedoe vóór is. De driehoek is een verfrissend alternatief voor de meer gangbare tools op het gebied van samenwerken.

1e druk november 2013

2e druk oktober 2014

3e druk maart 2019 (vernieuwde versie)Beschikbaarheid: Op voorraad (26)

  • Koop 10 voor €18,00 per stuk en bespaar 10%
  • Koop 20 voor €17,00 per stuk en bespaar 15%
  • Koop 30 voor €16,00 per stuk en bespaar 20%

Over politieke framing, mediasensatie en ‘individuele actie’

Het irritante riedeltje van staatszender VRT: 80.000 betogers?

140.000 manifestanten – of zelfs meer – bestaande uit gewone werkende mensen en hun gezinnen, gepensioneerden, jongeren, vakbondsleden en niet-vakbondsleden, betoogden op 14 oktober op vreedzame en gedisciplineerde wijze. Volgens ervaren syndicalisten die al enkele decennia meedraaien, was dit de grootste vakbondsbetoging sinds 1986 (tegen de besparingsplannen van de regering-Martens). De politie telde echter maar 80.000 betogers: verblind door het eigen traangas? In 2014 sprak de politie ook (toevallig?) over 80.000 manifestanten terwijl dit er 120.000 waren volgens de vakbonden. Het getal van 80.000 lijkt een politieke systematiek te hebben: als het maar geen symbolische 100.000 of meer is!

Vanuit de provincie Luik alleen al waren er 24.000 betogers vooraf ingeschreven met trein en bus. (RTBF 13/10/2025) Twee van de 12 extra treinen vertrokken vanuit station Luik-Guillemins. Ondanks de inzet van die extra treinen geraakte niet iedereen in Brussel. In totaal werden er op voorhand 75.000 treintickets aangevraagd via de vakbonden. Velen kwamen echter op andere manieren naar Brussel. Voor de details verwijzen we graag naar de longread van Peter Mertens (1).

2014 revisited: de rellen overschaduwen het nieuws

Deze historische vakbondsmobilisatie werd echter door de klassieke media ontsierd door zeer zwaar te focussen op rellen zoals in 2014 … en het politiegeweld straal te negeren (zie later in artikel). Ervaren activisten hadden op voorhand al in het snuitje hoe het nieuws er op 14 oktober zou uitzien. Gelukkig ondergraaft deze voorspelbaarheid de geloofwaardigheid van de klassieke media. Die media kiezen systematisch kant voor de status quo én dus de sociale afbraak waarvoor er geen alternatief zou bestaan. Door de immense omvang van de manifestatie hebben heel wat betogers op het moment zelf niets gemerkt van de rellen. En als kers op de taart halen diezelfde mainstream media de CCC (2) van stal. In de taal van Bart De Wever heet iets dergelijks een ‘deus ex machina’. 

Spoken uit het verleden …

De ‘Cellules Communistes Combattantes’ was een terroristische organisatie die midden jaren ‘80 25 aanslagen pleegde met 2 brandweerlieden als dodelijke slachtoffers. Zij pasten samen met de brutale moordpartijen van de Bende van Nijvel in de ‘periode van spanning’ waarbij de politiediensten zwaarder bewapend werden. Het linken van (de nazaten van) de CCC aan de brede antifascistische beweging en de protestbeweging tegen sociale afbraak is een mooi staaltje van een Trumpistische complottheorie. Sensatie boven alles en laat vooral de waarheid niet in de weg staan! Over het buitenproportioneel, blind politiegeweld werd zedig gezwegen in de Vlaamse media. Gelukkig is er nog de allesbehalve linkse krant Le Soir (3) die dit taboe wél durfde aansnijden. 

Sensatiezucht of politieke agenda?

De sensatiezucht van de media met artikels over de CCC en de rellen op 14 oktober hebben een duidelijk doel. Eerst en vooral uiteraard als clickbait. Sensatie verkoopt. 

Maar onderliggend viseert de VRT o.a. de ‘unieke radicaal-linkse microcosmos’ in Brussel die je nergens anders in het land aantreft. Die microcosmos werkt al enkele jaren als een katalysator voor allerhande protestbewegingen: La Santé en Lutte, CAB, Commune Colère … Dit politiek milieu criminaliseren en viseren komt op hetzelfde neer, maar dan op een kleinere schaal, van wat Iron Lady Thatcher met de mijnwerkers gedaan heeft in Groot-Brittannië. Met de nederlaag van de mijnwerkers werd de ruggengraat van de vakbonden gebroken. Tot op vandaag is de georganiseerde arbeidersbeweging in Groot-Brittannië niet hersteld van deze nederlaag. Zonder die microcosmos zou de sociale strijd in Brussel én België een pak makker, minder vastberaden en waarschijnlijk ook ‘saaier’ zijn. Wat niet wil zeggen dat we altijd akkoord gaan, maar net zoals ‘antifa’ is deze microcosmos zeer heterogeen. 

Een voorbeeldje van ‘katalysator’ van de sociale strijd

Tal van syndicalisten (militanten maar ook vrijgestelden en vakbondsverantwoordelijken) maken hier deel van uit. Deze microcosmos nam o.a. het initiatief tot het opzetten van de actiegroep/burgerbeweging “La Santé en Lutte – De Zorg in Actie” dat alle belanghebbenden, over alle vormen van verdeeldheid heen, in de zorgsector verzamelde: vakbonden, patiëntenorganisaties, etc. Onder druk van een reeks acties en stakingen in de Brusselse ziekenhuizen in 2019 werd de oprichting van een zorgpersoneelfonds (400 miljoen euro of ruim 5000 extra voltijdse zorgjobs) in het federaal parlement gestemd. Het hoeft niet te verbazen dat de nationale vakbondsapparaten zich gepasseerd voelden … door een initiatief van een deel van hun eigen kritische basis. Tijdens de covidcrisis ging deze burgerbeweging met o.a. de steun van het Brusselse ABVV-FGTB over tot actie met o.a. het organiseren van twee grote nationale zorgbetogingen in Brussel. En dan vergeten we nog de beelden die de wereld rondgingen toen zorgpersoneel in het UZ Sint-Pieter de rug keerde naar de toenmalige premier Wilmès. Zorgpersoneel kan je bezwaarlijk wegzetten als ‘black bloc’ …

Het bredere plaatje is natuurlijk het criminaliseren van om het even welk protest dat ingaat tegen de afbraakpolitiek van (extreem)rechts. 

Het is dan ook geen toeval dat 3 dagen na 14 oktober ‘robocops’ overgingen tot de gespierde en gewelddadige uitzetting van 70 vluchtelingen uit een gekraakt voormalig vakbondsgebouw in Anderlecht. Een 300 à 400 tal actievoerders waaronder syndicalisten trachtten dit te voorkomen maar tevergeefs (4) .

Black bloc: de nuttige idioten voor de (extreem)rechtse agenda?

‘Antifa’ is zéér heterogeen en bestaat uit verschillende politieke tradities. Blokbuster en Syndicalisten TEGEN fascisme ageren in de traditie van de Socialistische Jonge Wacht (SJW) en de Internationale Socialistische Anti-oorlogsliga uit de jaren ‘30 (5). Een organische band met én stevige wortels in de georganiseerde arbeidersbeweging voorkomen geïsoleerde, gewelddadige uitspattingen in individuele actie. We kunnen echter wel begrijpen dat het “revolutionaire van de daad” een aantrekkingskracht uitoefent op een bepaalde laag jongeren. (zie later) 

In de globale strijd tegen het kapitalisme is dergelijke individuele actie echter contraproductief. Massamobilisatie is de enige weg. De keuze voor individuele actie kan voortvloeien uit frustratie over “de makheid van de massa’s .” Echter, zich in de plaats stellen van die massa’s werkt niet. 

Antimilitarisme is géén pacifisme

De SJW en de Liga waren antimilitaristen maar géén pacifisten. Het grote verschil is het volgende: pacifisten wijzen alle vormen van geweld af alsof het een religieuze doctrine betreft. Antimilitaristen daarentegen erkennen het recht op zelfverdediging (dat trouwens bestaat voor elke burger in dit land) tegen extreemrechtse geweldenaars én blind politiegeweld. 

De Vlaamse media zijn allesbehalve onpartijdig

Het is ook niet toevallig dat kritische artikels over het overmatig politiegeweld voornamelijk uit de Franstalige media komen. Dergelijke kritische artikels moet men niet verwachten van de politiek gecontroleerde staatszender VRT. In Le Soir van 17/10/ 2025 (6) heeft men het in een artikel over overmatig en verkeerd gebruik van traangas door de ‘ordediensten’ op 14 oktober. Het blijkt ook dat Comité P (de politie van de politie) al in 2023 wijst op het verkeerd en overmatig gebruik van traangas tijdens massamanifestaties. Comité P: “L’Inspection générale relève le manque de formation et d’expérience de certaines unités policières par rapport à des services d’ordre où la violence s’est intensifiée ces derniers temps” Ook laat Le Soir slachtoffers van het politiegeweld uitgebreid getuigen (7). “Un nombre conséquent de témoignages émergent pour dénoncer des violences policières. Parmi ces récits, celui de Pauline, mère de deux enfants pris au piège d’une intervention que la police justifie par la nécessité de disperser des casseurs.” 

De extreemrechtse wind tegen antifa komt uit de VS

Trump en zijn politieke klonen – groot en klein – Theo Franckenstein van de N-VA, Baby-Trump Bouchez van de MR etc, vallen ‘antifa’ aan door middel van de karikatuur van het black bloc met 1 reden: ALLE protestbewegingen tegen sociale afbraak en het kapitalisme in het algemeen criminaliseren en onderdrukken.

De antiglobaliseringsbeweging: het mythische ‘black bloc’ verschijnt op het wereldtoneel

Het ‘black bloc’ kwam voor het eerst op de internationale scène tijdens de protesten van de antiglobaliseringsbeweging eind jaren ‘90, begin jaren 2000. Toen portretteerde de media de antiglobaliseringsbeweging als ‘een rondreizend circus van relschoppers’ terwijl die beweging net zoals het vakbondsprotest vandaag de dag voor 99% bestond uit vreedzame manifestanten. De repressie was dan ook navenant: in juni 2001 werden 3 manifestanten door de politie in de rug geschoten in Göteborg (Zweden) en een maand later in Genua (Italië) viel de eerste dode: de 23-jarige Carlo Giuliani.

Tijdens de protesten in Göteborg was er een Belgische afvaardiging van ‘Internationaal Verzet’ aanwezig. Die afvaardiging werd integraal ingezet als stewards tijdens de antikapitalistische mars (één van de vele acties die toen plaats vonden) 

Die betoging zou al snel ontaarden in een grootschalige veldslag met barricades en rookpluimen in de hoofdstraat van de stad. In de marge van die mars werden 3 manifestanten in de rug geschoten door de politie. De mars begon vreedzaam maar vastberaden met enkele duizenden actievoerders. Echter, een verrassingsaanval door de bereden politie (versterkt met de hondenbrigade) zou met de hulp van tientallen in het zwart uitgedoste en gemaskerde politieprovocateurs de lont aan het vuur steken. De stewards van de betoging zagen met hun eigen ogen hoe zogenaamde black bloc’ers kasseistenen lanceerden richting betoging. De betoging was immers doormidden gesneden door de bereden politie waardoor de stenen van het black bloc bij de kop van de betoging belandde … Kort nadien zagen we dezelfde zwarte figuren naar de politielijnen hollen terwijl ze hun identificatiekaart van de politie in de lucht hielden. De Zweedse overheid maakte er niet echt een geheim van: in de kranten stond doodleuk vermeld dat de politie méér dan 100 infiltranten inzette.

Tijdens het proces tegen de 3 neergeschoten manifestanten (!) werd de Zweedse politie ontmaskerd: de politie had bewust een andere klankband op de videobeelden van het incident gemonteerd in een wanhoopspoging ‘wettige zelfverdediging’ te kunnen inroepen. Helaas pindakaas.

De methodes van het black bloc maken het héél gemakkelijk voor (politie)provocateurs en extreemrechts om ongemerkt “hun ding” te doen. 

We laten even een gepensioneerde syndicalist en vakbondsanimator aan het woord: 

“Als strijdbare delegee (nu evenwel op pensioen) van het ABVV, kan ik echter geen begrip opbrengen voor de vernielingen die gisteren tijdens de vakbondsbetoging gebeurd zijn.

Dit brengt de vakbondsactie in diskrediet en schrikt mensen af om naar een volgende betoging te gaan. Het maakt dat in de pers en maatschappij meer discussie is over de rellen dan over de inhoudelijke punten waartegen de vakbond mobiliseerde. Het geeft bovendien de rechterzijde voldoende excuses om meer repressieve wetten te stemmen. Er wordt graag vergeleken met grote revolutionaire opstanden zoals de Parijse Commune, maar er is een groot verschil tussen een volksopstand en geïsoleerde acties van enkele individuen die denken zich in de plaats te kunnen stellen van massale mobilisaties. Wil je echt iets veranderen dan heb je steun nodig van een groot deel van de bevolking. Daar bestaan geen gewelddadige short-cuts voor.”

Samengevat: individuele actie kan nooit massa-actie vervangen. 

De politieke zoektocht van jongeren naar een alternatief op het kapitalisme verloopt niet altijd rechtlijnig.

We begrijpen dat geradicaliseerde jongeren zonder organische band met de georganiseerde arbeidersbeweging zich aangetrokken voelen tot “het revolutionaire van de daad” vanuit een romantisch, naïef soort avonturisme. In het interview op NWS met “enkele relschoppers” (8) komen voornamelijk moralistische motieven naar boven. Tegelijkertijd bekennen sommigen zich tot het ‘marxisme’. Wij raden deze jongeren aan wat marxistische literatuur door te nemen en vooral wat het marxisme te zeggen heeft over individuele actie. Individueel geweld vanuit een kleine, geïsoleerde groep – los van de werkende klasse – heeft nog nooit een positieve invloed gehad op de krachtsverhoudingen, het tegendeel is waar. 

Deze jongeren zijn echter niet allemaal ‘verloren’. De ervaring met de antiglobaliseringsbeweging leert ons dat sommige geradicaliseerde jongeren vanuit de praktijk uiteindelijk de juiste politieke conclusies trekken. Een belangrijk deel vervalt echter met ouder worden gedesillusioneerd in politieke inactiviteit, conformeert zich aan het kapitalisme of erger nog: verschijnt plots op de werkvloer als “de chef die iedereen haat”. De zuivere provocateurs zullen we nooit overtuigen. Sommige jonge activisten uit de antiglobaliseringsbeweging zijn inderdaad geëvolueerd van ‘experimentele anarchistische kat en muis spelletjes met de flikken’ naar een consequent syndicaal engagement en maken zelfs deel uit van vakbondsbesturen. 

In het bredere perspectief van de klassenstrijd is individuele actie altijd contraproductief. We willen er echter wel op wijzen dat ‘directe actie’ niet hetzelfde is als ‘individuele actie’. Arbeiders die het werk neerleggen en hun bedrijf blokkeren met een stakingspiket is wel degelijk directe actie. We maken ons echter geen illusies: de discussie tussen ‘anarchisten’ (een zwarte vlag die niet altijd de lading dekt) en marxisten over welke soort actie nodig is om tot maatschappelijke verandering te komen, zal niet meteen beslecht worden.

Het AFF geeft een mooi overzicht van alle groepen die aanwezig waren op de betoging.

Bron: https://nl.marxisme.be/2025/10/22/over-politieke-framing-mediasensatie-en-individuele-actie/

Van sociaal contract tot contractbreuk

Wat ooit een afspraak was tussen arbeid en kapitaal om samen vooruit te gaan, is nu een race naar rendement geworden. Tijd om het contract te herschrijven.

Volgens de regering, de media, de opiniemakers en vele andere experten is er één doelstelling die omzeggens al onze problemen kan oplossen: een werkzaamheidsgraad van 80%. Tachtig procent van de mensen tussen 15 en 64 zouden een betaalde job moeten hebben. Vandaag is dat zowat 73% met grote regionale verschillen (Vlaanderen: 78%, Wallonië en Brussel zowat 62%). Er zijn bijna 320.000 werklozen, bijna 6%, en bijna de helft is dat al langer dan twee jaar. Er zijn zowat 170.000 openstaande vacatures.

Alle maatregelen ten spijt ziet men ook dat alle grafieken de laatste jaren nogal vlak zijn, dat er weinig evolutie in de structuur van de arbeidsmarkt zit. De meeste ingrepen zijn dan ook eerder statistisch: schrappen van de helft van de werklozen, activeren van langdurig zieken, verplichte scholing, … Velen gaan van de arbeidsmarkt naar de bijstand: er zijn zowat 164.000 mensen met een OCMW-leefloon in België en daar komen er per 1 januari 2026 een pak bij. Maar aan de structuur van onze economie wordt weinig gedaan en daar wringt het schoentje.

SOCIAAL CONTRACT

Het arbeidsmarktbeleid dateert in feite van na de Tweede Wereldoorlog. Het steunde initieel op een sociaal contract, een afspraak tussen ondernemers en de werknemersorganisaties om de wederopbouw van de economie te richten op een steeds stijgende arbeidsproductiviteit. Dat was voor de arbeidersbeweging iets nieuws. Loonarbeid is nooit als geluksbrenger beschouwd. De arbeiders deden het voor een inkomen en liefst met een gematigde inspanning. Zolang de economie draaide op thuisarbeid, kleine manufactures of artisanale ateliers organiseerden en controleerden de vakmensen zelf hun inspanning.

Daar kwam verandering in met het machinisme. De invoering van het bandwerk, tijdsmanagement, Taylorisme, verhoogde ritmes, industriële massaproductie, ploegenarbeid, het ging allemaal gepaard met het wegnemen van de arbeiderscontrole op het werk en de werkritmes. Modern Times van Charlie Chaplin steekt de draak met dat bandwerk. En de stijgende productiviteit zonder evenwaardige stijging van de koopkracht leidde tot de diepe crisisjaren 1929 en later. Vandaar dat Keynes een economisch beleid bepleitte tegen de overproductiecrisissen waarbij de overheden zorgden voor het op peil houden van de vraag, door loonsverhogingen of door openbare investeringen.

Die economische visie was de basis van het naoorlogs sociaal contract. Akkoord om harder te werken, maar dan wel in ruil voor verkorting van de arbeidstijd, hoger loon en uitbouw sociale zekerheid. Het patronaat kreeg in ruil een steeds meer geautomatiseerde groei-economie. De “golden sixties“. Het Fordisme. Tot de eerste recessie in het midden van de jaren 1970 de groei deed stokken. De keynesiaanse maatregelen bleken onvoldoende. De nieuwe Vlaamse economie (chemie, petrochemie, automobielassemblage, haven…) trok wel nog aan. De oude Waalse industrie (kolen, staal- en metaal) was onvoldoende vernieuwd en sukkelde in een slepende crisis. De elites verkozen een communautaire staatshervorming boven een echt relancebeleid.

CONTRACTBREUK

Dat is ook het moment dat de ondernemers het welvaartsarrangement opblazen en kiezen voor een neoliberaal monetarisme. Niet de sociale onderhandelingen, de collectieve arbeidsovereenkomsten, maar de rentabiliteit van de bedrijven moet de economie sturen. Werkgevers dienen immers niet om werk te geven, maar om het geld van de aandeelhouders te laten renderen. De concurrentiecapaciteit van bedrijven op een steeds meer globale markt wordt de richtlijn voor beleid. En daartoe moet de loonkost worden ingeperkt. Vandaar dus loonstop, aanvallen op de index, aantasting van de sociale zekerheid en vooral langer en intensiever werken voor hetzelfde geld!

Dat beleid leidde tot een grondige herstructurering van de arbeidsmarkt. Langer en flexibeler werken. Deskilling: steeds meer geschoolde arbeid voor relatief minder geld. Jobloss growth: zelfs met economische groei gingen banen verloren. Structurele werkloosheid voor laaggeschoolden. Blokkering CAO’s, loonstop. Omzetting van loonarbeid in zelfstandige contracten. Reorganisatie van bedrijven in financiële kerneenheid met vele onderaannemers. Opdrijven work and spend-cycle.

Die vrij brutale herstructurering zette de gehele arbeidersbeweging onder zware druk. De sociale structuur werd nederlaag na achteruitgang omgebouwd. De overlegeconomie en de welvaartsstaat werden ondergeschikt aan de privatisering, deregulering, flexibilisering en de markt. De grote sociale organisaties zijn er niet in geslaagd een tegenzet te vinden en werden meer verdedigers van verworvenheden dan ontwerpers van nieuwe sociale vooruitgang. De sociaaldemocratische partijen zetten hun vervelling in van socialisme, naar Derde Weg-marketeers en activeringsagenten. Ze werden partners in het neoliberale concurrentiedenken en hoopten zo ooit de groei van de jaren 1960 terug te vinden. Maar dat bleek ijdele hoop vanwege de globalisering naar lageloonlanden en vanwege de ecologische grenzen aan de groei.

De arbeidssociologie veranderde grondig. Van een algemene tewerkstelling en een regelmatige jaarlijkse groei, werd de samenleving opgedeeld in performante loonarbeid die “nieuwe middenklasse” werd genoemd en precaire tijdelijken die onderbetaald de ongewilde klussen moesten opknappen. Een dualisering die men tot vandaag niet is te boven gekomen en één van de grote problemen is om die verhoopte 80% te halen.

VERSCHRAALD MAATSCHAPPELIJK DEBAT

De discussies bleven gevat in de naoorlogse schema’s. Zo was er een interessant debat over het verband tussen de kwaliteit van de arbeid en van het leven. De enen bekritiseerden de dehumanisering van het werk en bepleitten meer aandacht voor menselijke werkomstandigheden door economische democratie en arbeiderscontrole. De anderen argumenteerden dat de toegenomen arbeidsproductiviteit moest leiden tot steeds verkorte arbeidsduur en dat we uiteindelijk (dat werd al voor de jaren 1980 voorspeld!) naar een vrijetijdsmaatschappij zouden evolueren. Dan zou het goede leven zich vooral buiten de arbeidstijd afspelen.

Zowel de vermenselijking van de arbeidsvoorwaarden als de arbeidstijdverkorting (zie de strijd voor de 35- of de 30-urenweek) kwamen er niet. Dan verschoof het debat naar ontsnappingsroutes: het voorstel van de invoering van een basisinkomen (waardoor mensen minder afhankelijk zouden worden van loonarbeid) of de discussie over onthaasting (waarbij mensen uit de ratrace konden stappen). Het is opvallend dat die discussies niet zozeer in de arbeidersbeweging werden gevoerd, maar daarbuiten werden aangestuurd door de groene stroming.

Maar de pletwals van de neoliberale hegemonie heeft al die discussies over een andere verhouding tot de menselijke arbeid vermorzeld. De Z-generatie of de generatie Alfa werd gevormd in het egocentrische individualisme, zelf verantwoordelijk voor het eigen leven, flexibel en ondergeschikt aan de ratrace, niet langer betrokken bij de klassenstrijd. Er werd hen ook geen alternatief maatschappelijk project voorgehouden. TINA dus: There is no alternative. Vooral ook omdat het maatschappelijk debat zienderogen is opgeschoven naar rechts op zoek naar haalbare argumenten om medemensen eruit te gooien: migranten, werklozen, zieken, andere culturen en talen, contestanten, … Een uiterst rechtse agenda die haar vruchten heeft afgeworpen: vandaag stellen respectabele opiniemakers mensenrechten, rechtstaat en verworvenheden in vraag en vervoegen ze het Nieuwe Orde denken. Zelfs het democratisch model moet op de schop.

NIEUWE CONTEXT

Intussen is de economie en de arbeidsmarkt grondig veranderd. Het geld en het (multinationaal) financiekapitaal domineren. De economie is er niet om maatschappelijke behoeften te vervullen, ze dient om private aandeelhouders te dienen. De geproduceerde rijkdom wordt steeds meer van loonmassa verschoven naar investeerders. Behoeften moeten worden omgezet in koopkrachtige vraag om de markt enigszins te beroeren. Menselijke arbeid dient in die omstandigheden minder dan ooit tevoren een missie, een roeping, een opdracht. Dat alles worden bijproducten van rentabiliteit, efficiëntie en output. Het activeringsbeleid, waarbij mensen zich moeten schikken in de mal van de arbeidsmarkt, wordt stelselmatig tegengewerkt door afdankingen, bedrijfssluitingen en rationalisaties. Die ombouw van de beschikbare arbeid zal nog een ongeziene boost krijgen met de veralgemening van AI. Duizenden zullen hun vaardigheden en dus hun job verliezen. En vermits dat allemaal in privaat bezit zal gebeuren, zullen slechts enkelen er beter van worden.

En net in die omstandigheden worden steeds meer mensen ongeschikt voor de arbeidsmarkt: burn-out, stress, tijd te kort, laaggeschoold, zingeving, langdurig ziek, weggerationaliseerd … En door de steeds hogere eisen voor tewerkstelling zal dat aantal nog toenemen. En zo staat een ondergefinancierde sociale zekerheid op de helling. En vandaar zijn budgetdiscussies (in Arizona, Vlaanderen en Brussel!) geblokkeerd. Want de keuze is: de bevolking verarmen ten voordele van de concurrentiecapaciteit of het economisch model structureel herbekijken (en vooral de verhouding tussen markt, staat en commons). Het ene is de keuze van rechts, het andere wordt uit de aandacht gehouden.

Zonder een grondige ideologische herbronning via een kritiek op arbeidsmarktbeleid en economische verhoudingen ligt de weg open naar een autoritaire staat, de uitbouw van een militair luik aan de economie, een verdere disciplinering van de werkende bevolking, een aantasting van de sociale bewegingen en een achteruitgang van de levensstandaard. Op de rem staan bij de uitvoering van het radicaal-rechtse project blijkt niet bij te dragen tot die zo noodzakelijke herbronning. Het draagt alleen bij tot de verwarring en de moedeloosheid.

Bron: Sampol.be

Ook de top moet eerlijk bijdragen: er is geen alternatief

Premier De Wever mag dan geloven dat welvaart van de top neerdaalt, echte groei begint bij solidariteit. Laat de grootvermogens eindelijk meebetalen aan onze toekomst.

Een gezonde begroting kan alleen als de grote vermogens hun deel doen. De belastingmix in België is ongelooflijk scheef doordat vooral arbeid voor de inkomsten moet zorgen. Vermogens buiten schot laten, is een privilege voor de top dat niet te houden is. Dit inkomstenprobleem voor de overheid negeren en in plaats daarvan enkel naar uitgaven kijken is onverantwoord, niet duurzaam en niet van deze tijd. Bovendien, het is al vaker geprobeerd. Het is een mislukt recept dat voor meer ongelijkheid zorgt en daarmee een gevaarlijke voedingsbodem creëert voor sociaal ongenoegen en populisme. Alsof we daar nog niet genoeg van hadden.

Iedereen is het er over eens dat de begroting gezond moet worden. Alleen: de klassieke besparingslogica klopt mathematisch niet. De overheid heeft een inkomstentekort omdat de samenleving met de nieuwe uitdagingen van deze tijd kampt: vergijzing, defensie, klimaat. Mensen verwachten daarvoor een overheid die oplossingen biedt, dus moet je middelen vinden. Hervormingen in de sociale zekerheid en arbeidsmarkt zijn noodzakelijk, maar alleen daarmee kom je er niet. Wie kijkt naar de groepen die vooral langdurig ziek zijn – ouderen, vrouwen, mensen met een burn-out – ziet dat vooruitgang daar niet in een vingerknip wordt geboekt (en het voor de grote meerderheid alles behalve om ‘profiteurs’ gaat). En wie beseft dat ook Vlaanderen, waar het laaghangend fruit aan maatregelen allang geplukt is, nog altijd niet aan een werkzaamheidsgraad van 80% raakt, weet dat makkelijke oplossingen niet bestaan. Hoed je voor populisten die enkel naar de andere landsdelen wijzen: van hen hoef je geen oplossingen te verwachten.

SCHEEFGEGROEIDE INKOMSTEN

Omdat enkel hervormingen niet voldoende zijn en de resultaten pas op termijn zichtbaar worden, wordt besparingsretoriek van stal gehaald. Bij gebrek aan visie, herhalen rechtse politici sinds mensenheugenis het mantra there’s no alternative. Er zal koste wat kost bespaard moeten worden. Er wordt niet vastgesteld dat het noodzakelijk is omwille van scheefgegroeide uitgaven. Het is simpelweg de enige optie die in overweging wordt genomen. Rechts vergeet altijd dat een budget twee kanten telt. Scheefgegroeide inkomsten komen nooit in aanmerking voor hervorming. Die vergeetachtigheid lijkt doelbewust om belangengroepen te beschermen, of vanuit rechtse ideologische dogma’s, met weinig verdiensten voor de uitdagingen waar we nu voor staan, zoals groeiende ongelijkheid en populisme.

Naar welke besparingen kijkt rechts dan? De federale bevoegdheden, zoals justitie en politie, houden zich nu al met moeite recht. Internationale solidariteit, altijd het eerste symbolische slachtoffer voor rechts – wisselgeld voor de begroting, immens tastbare resultaten op het veld – heeft al mogen dokken. Wat uiteindelijk altijd onuitputtelijk in aanmerking komt voor rechts zijn dan de sociale uitgaven. Vanuit een verkeerd geïnformeerd mensbeeld, zal daar altijd nog wel wat te rapen vallen. Voorstellen die N-VA en MR op tafel leggen bij de onderhandelingen en in hun partijprogramma’s, verraden dat de begroting in evenwicht brengen voor hen hetzelfde is als fundamenteel in de sociale welvaartsstaat kappen. Dat zou een grote fout zijn. In plaats daarvan zou het land op orde krijgen juist als kans aangegrepen moeten worden om een scheefgegroeid systeem van overbelasting van arbeid ten opzichte van kapitaal eindelijk recht te trekken. De verdediging van ons samenlevingsmodel waar we verantwoordelijk zijn voor elkaars welzijn en gelijke kansen in welvaart: dat zou pas staatsmanschap zijn.

BELASTINGSPARADOX

Rechts schermt met de hoogste belastingdruk van Europa als reden om niets aan de inkomstenzijde te doen. Dat is maar een deel van het verhaal. De waarheid is dat in verhouding onze middenklasse het grootste deel van de belastingdruk draagt. België heeft een belastingsparadox waarbij we arbeid wurgen en kapitaal sparen. Het allermeeste vermogen is in de handen van slechts een kleine groep. De effectieve belastingvoet van die kleine groep, is aanzienlijk lager dan de modale werknemer. Dat komt doordat kapitaal op alle mogelijke voordelige belastingregimes kan rekenen. Dat is simpelweg niet te rechtvaardigen. Het is onhoudbaar dat modale werknemers op hun belastingbrief meer bijdragen aan de samenleving dan de top. Zeker juist wanneer de samenleving zulke grote financiële noden heeft. Een structureel begrotingsevenwicht is niet haalbaar zonder een hervorming van de inkomstenzijde.

Bij het openingscollege politicologie aan de UGent door premier, Bart De Wever, stond welvaart centraal. Het was een mooie glimp in het wereldbeeld van N-VA en MR. Welvaart wordt in het plaatje van rechts gemaakt door de mensen aan de top, de grote investeerders en industriëlen. Daarom is voor hen de belastingsparadox rechtvaardigbaar. De rest van de samenleving mag blij zijn dat we dankzij hun welvaartcreatie aan onderwijs, armenzorg en ouderenzorg kunnen doen. De Wever projecteerde dat in die woorden visueel als respectievelijk ‘de basis’ en ‘de zuilen’. Enkel als de top het zich kan permitteren, zijn er aalmoezen voor het volk.

Terwijl de premier zou moeten weten dat juist solidariteit en herverdeling van kansen een structurele motor voor meer welvaart en economische groei zijn. Publieke uitgaven voor scholen en ziekenhuizen leiden tot slimmere en gezondere burgers met meer economische output en hogere productiviteit. Dat beweren niet alleen linkse economen als Piketty en Zucman, ook studies van het IMF, de Wereldbank, OESO stellen het al lang: landen met lagere ongelijkheid hebben langere groeiperioden en herverdeling zelf zorgt voor reële productieve groei en investeringen. De Scandinavische landen waar we zo naar opkijken, hadden decennia hoge kapitaalbelastingen met sterke economische groei. België blijft in Europa hopeloos achter als land dat kapitaal niet om een bijdrage durft vragen.

HERVERDELINGSMACHINE

Welvaartsgroei als doel op zich – zonder na te denken naar waar en wie de groei gaat – is zonder voorwerp. Groei moet altijd gaan om de meerderheid van de samenleving. Daarom zou in de verdiensten van de sociale welvaartsstaat snijden om de begroting in evenwicht te brengen een grote fout zijn. Snijden in de welvaartsstaat zou economische groei fnuiken en welvaartcreatie tegengaan. In plaats daarvan, moet de herverdelingsmachine weer op gang worden getrokken. Ook de top moet eindelijk hun eerlijk deel doen, zodat de sociale welvaartsstaat en economische groei hand in hand gaan.

Kijk naar Spanje: een verdubbeling van de economische groei (en dus minder staatsschuld), terwijl het land ook nog eens ongelijkheid verkleint en het klimaatprobleem aanpakt. Internationale media schreven over ‘het Spaanse model’. Sánchez zelf spreekt over ‘het sociaaldemocratische model’.

Politici op rechts onderschatten gigantisch welk onrechtvaardigheidsgevoel er onder grote groepen van de bevolking leeft, als men hoort over een zoveelste ronde besparingen die hen gaat raken. De crisis van democratie die op veel plekken ervaren wordt, hangt direct samen met hoe belastingen worden geheven. Mensen zijn niet bang om te praten over belastingen, mensen willen rechtvaardigheid. In plaats van het begrotingsprobleem aan rechts te laten, moet links het begrotingsprobleem claimen en het probleem van inkomsten benoemen. Dat betekent ongegeneerd opkomen voor noodzakelijke eerlijke bijdragen door iedereen. Alleen zo beschermen we de welvaartsstaat.

Bron: sampol.be