by admin | sep 5, 2025 | Onderwijs
Meer dan 150 leerkrachten hebben gesolliciteerd om les te geven in een van de twee nieuwe ziekenhuisscholen van De Radar in Limburg. 20 van hen konden starten. In zo’n ziekenhuisschool krijgen leerlingen met psychische problemen tussen de 5 en 10 uur les per week. Dat gebeurt in overleg met hun eigen school.
Deze week zijn in Limburg 2 nieuwe ziekenhuisscholen gestart. Er was al een ziekenhuisschool secundair onderwijs in Sint-Truiden met hoofdzetel in Tienen, nu komen daar een ziekenhuisschool basisonderwijs bij voor Hasselt, Genk, Pelt, Munsterbilzen en Sint-Truiden, en een school secundair onderwijs in Genk, Pelt, Munsterbilzen en Hasselt.
Er waren 150 kandidaten om in de nieuwe ziekenhuisscholen aan de slag te gaan. 20 van hen konden ook echt starten. “Uit de sollicitaties bleek dat de leerkrachten erg gemotiveerd waren om leerlingen intensief te begeleiden, wat in een gewone school niet altijd mogelijk is”, zegt directeur Kenneth Vansichen.
Wat doen de Limburgse ziekenhuisscholen?
De Limburgse ziekenhuisscholen zijn scholen op maat in een ziekenhuis waar psychiatrische zorg wordt gegeven. In die ziekenhuisscholen krijgen leerlingen met een psychiatrische problematiek tussen de 5 en 9 uur les per week, in overleg met hun eigen school. De ziekenhuisscholen zijn de brug tussen zorg en onderwijs. Het traject van iedere patiënt wordt uitgestippeld met het medisch behandelteam en de eigen school van de patiënt. Het is de bedoeling op die manier de terugkeer van de jongere naar zijn school te vergemakkelijken en de school de tools te geven om de jongere, na zijn terugkeer, goed te kunnen begeleiden.
“In de nieuwe ziekenhuisschool basisonderwijs in Limburg zullen gemiddeld 46 leerlingen per week les krijgen”, zegt Vansichen nog. “In de nieuwe school secundair onderwijs zijn er dat gemiddeld 42. Maar er is veel verloop. De jongeren blijven bij ons tussen de 2 weken en een jaar in opname. Op een jaar tijd passeren er in onze school in totaal enkele honderden leerlingen”, besluit Vansichen.
Bron; vrt.nws
by admin | sep 5, 2025 | Onderwijs
Tussen de 600-700 euro, dat zal de richtprijs worden voor schoollaptops. Dat heeft Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) bekendgemaakt. “Het is belangrijk dat ouders zo weinig mogelijk betalen. Gratis bestaat wel niet”, verduidelijkt ze bij WinWin (Radio 2).
Er kwamen nogal wat klachten binnen van ouders over de ‘digisprong’. 70 procent van de ouders kreeg een jaarlijkse gebruikersvergoeding tot 150 euro aangerekend.
“De scholen mogen hun investeringen in digitalisering niet zomaar doorrekenen”, stelde de minister in mei al. “De onderwijsadministratie zal daarom referentieprijzen meedelen aan de scholen”, klonk het voorts.
Die richtprijzen zijn er nu.
- 600 tot 700 euro voor een schoollaptop
- 500 euro voor een iPad
- 300 euro voor een Chromebook
De scholen worden eerstdaags verwittigd, aldus Demir, “zodat ze kunnen onderhandelen met leveranciers”.
“Belangrijk is dat scholen weten dat ze best niet (te veel) boven die prijzen gaan”, vindt de minister. “Natuurlijk kunnen bepaalde applicaties voor bepaalde – technische – richtingen duurder zijn. Daarvoor hebben we middelen voorzien vanuit de overheid.”
Demir kondigt ook steekproeven bij scholen aan. Wie als ouder de centen helemaal niet heeft, hoeft niet meteen te panikeren. “Voor elk kind, dat de middelen niet heeft, moet een oplossing komen. Ik denk aan een uitleendienst.”
Digi-dieet
De Vlaamse regering besliste in mei ook om het geld dat voorzien was voor de digitalisering van het onderwijs niet meer te gebruiken om elke leerling van een laptop te voorzien.
Demir liet in het verleden al uitschijnen dat ze niet van plan was om het paradepaardje van haar voorganger en partijgenoot Ben Weyts integraal verder te zetten. Een “digi-dieet”, noemde ze het toen.
Vooruit niet akkoord
Vooruit vindt de richtprijzen voor laptops alvast “onaanvaardbaar”.
“Voor 600 euro kan je er zelf eentje in de winkel kopen”, zegt Vlaams Parlementslid Hannelore Goeman. “Vergeet ook niet dat de scholen over 100 miljoen euro aan subsidies beschikken om de prijzen te drukken.”
Goeman stelt dat de richtprijzen ook “veel te laat” komen. “Ze gaan pas in vanaf 2026. Ouders die nu 900 euro hebben betaald, hebben geen poot om op te staan. Het moet betaalbaar blijven voor elk kind.”
Bron: vrt.nws
by admin | sep 5, 2025 | Onderwijs
Op de website onderwijsdoelen vind je alle doelen die de overheid vastlegt voor het basisonderwijs, secundair onderwijs, deeltijds kunstonderwijs, volwassenenonderwijs en hoger onderwijs.
De nieuwe minimumdoelen voor het (buitengewoon) basisonderwijs werden goedgekeurd door het Vlaams Parlement. Ze zijn raadpleegbaar via de zoekfunctie hieronder.
Meer informatie vind je ook op de pagina over de minimumdoelen.
Vind de onderwijsdoelen
Basisonderwijs
Secundair onderwijs
Buitengewoon onderwijs
Volwassenenonderwijs
Deeltijds kunstonderwijs
Hoger onderwijs
Bron: Onderwijsdoelen.be
by admin | sep 5, 2025 | Onderwijs
‘Als we écht willen dat meer jongeren hun plek vinden in het hoger onderwijs, moeten we stoppen met straffen waar we zouden moeten ondersteunen’, schrijft student Emiel De Baerdemaeker. Volgens hem is de recent ingevoerde ‘harde knip’ in het hoger onderwijs, dringend aan herziening toe.
Met de herexamens volop aan de gang en een nieuw academiejaar voor de deur is dit hét moment om het beleid rond studiesucces kritisch onder de loep te nemen. De druk op studenten neemt toe, het studielandschap wordt complexer en de gevolgen van eerdere beleidskeuzes beginnen duidelijk te worden.
Eén maatregel springt daarbij onmiskenbaar in het oog: de harde knip.
Twee jaar na de invoering bereikt de eerste generatie studenten het beslissende punt: wie na twee jaar nog niet voor alle eerstejaarsvakken geslaagd is, moet zijn opleiding verplicht stopzetten. De maatregel werd ingevoerd om het dalende studierendement te keren. Maar de eerste signalen wijzen eerder op een averechts effect: studenten haken af, blijven steken op één vak of geven hun studies volledig op. Wat bedoeld was om efficiënter studeren te stimuleren, leidt steeds vaker tot verlies van talent en motivatie.
De overstap naar het hoger onderwijs is voor velen een sprong in het diepe. De onderwijskwaliteit in het secundair staat al jaren onder druk, en de gevolgen van de coronacrisis op leerachterstand zijn nog lang niet weggewerkt. Voor veel eerstejaars is het academisch niveau een abrupte confrontatie. In dat licht is het weinig verwonderlijk dat de eerste examenmomenten geen representatieve afspiegeling zijn van hun potentieel.
Vier kansen op een examen lijken ruim, tot je beseft dat één moeilijk vak het verschil kan maken tussen doorgaan of alles verliezen. De druk bij die laatste kans is ondraaglijk en vaak verlammend. Wie faalt, verliest niet alleen studievoortgang, maar vaak ook zelfvertrouwen. Wie zich daarna moet heroriënteren, doet er al snel zes tot zeven jaar over om alsnog een diploma te behalen. Is dat werkelijk efficiënter?
Daar komt bij dat deze aanpak ongelijkheid versterkt. Studenten met een stevig netwerk of financiële buffer kunnen zich bijlessen, extra begeleiding en zelfs een nieuwe studie na twee “mislukte” jaren veroorloven. Voor wie uit een minder bevoorrechte achtergrond komt, ligt dat anders. Bijlessen zijn vaak onbetaalbaar en een nieuwe studierichting opstarten is vaak financieel niet haalbaar. Het gevolg? Veel studenten belanden zonder diploma op de arbeidsmarkt, met minder kansen en een blijvende achterstand.
Dat studievoortgang bewaakt moet worden, spreekt voor zich. En ook heroriëntatie heeft zijn plaats. Maar het huidige beleid is te zwart-wit. Voorstanders van een zachte knip – waarbij studenten een beperkt aantal studiepunten uit het eerste jaar mogen meenemen – pleiten niet voor vrijblijvendheid, maar voor billijkheid. Voor een systeem dat ruimte laat voor groei en ontwikkeling, in plaats van meteen af te rekenen.
Ook het vaak ingeroepen argument van kwaliteitsbewaking houdt onvoldoende stand. Studenten die struikelen over één vak zijn niet per definitie minder bekwame toekomstige professionals. Een meer genuanceerd deliberatiesysteem, waarin ook inzet en progressie meewegen, zou veel verdedigbare diploma’s opleveren zonder aan academische waarde in te boeten.
Onderwijs moet uitdagen, maar ook begeleiden. Streng zijn mag, maar dan wel rechtvaardig en met oog voor context. Als we écht willen dat meer jongeren hun plek vinden in het hoger onderwijs, moeten we stoppen met straffen waar we zouden moeten ondersteunen. Hoog tijd om de harde knip te verzachten, voor we meer studenten verliezen dan winnen.
Emiel De Baerdemaeker is student Bio-ingenieurswetenschappen aan de UGent. Hij is id van het Honoursprogramma “Quetelet colleges” van de UGent.
Bron: Knack.be
by admin | sep 5, 2025 | Onderwijs
Het basisonderwijs is gratis, maar er bestaat wel zoiets als een scherpe maximumfactuur van 110 euro per jaar. Daarnaast is er ook nog een minder scherpe maximumfactuur. Een school mag daarmee maximaal 550 euro aan extra kosten aanrekenen, verspreid over 6 jaar. “Veel ouders zijn vaak verbaasd over die extra factuur”, zegt onderwijsexpert Pedro De Bruyckere. Hij legt het verschil overzichtelijk uit en geeft tips om schoolkosten betaalbaar te houden.
In principe moet basisonderwijs kosteloos zijn. Dat wil zeggen dat de school geen inschrijvingsgeld mag vragen én aan de ouders geen bijdrage mag vragen. Maar dat geldt alleen voor onderwijsgebonden kosten die nodig zijn om een eindterm of leerdoel te bereiken, zoals de aankoop van schrijfgerief, een atlas of een rekenmachine. De school moet ook minstens één jaar gratis zwemmen aanbieden.
Daarnaast organiseert een school nog activiteiten en is er extra materiaal nodig dat niet strikt noodzakelijk is voor het behalen van die leerdoelen. Die spullen dienen om het leren makkelijker of boeiender te maken en vallen onder de maximumfactuur. Ze worden met andere woorden betaald door de ouders.
“Maar wat ouders nog onvoldoende weten is dat er 2 soorten bestaan: de scherpe en de minder scherpe maximumfactuur”, zegt Pedro De Bruyckere, onderwijsexpert aan de Universiteit van Utrecht. Welke kosten horen bij welke soort maximumfactuur?
Scherpe maximumfactuur (55 of 110 euro): toneel, turngerief en schoolreizen
Tijdens het hele schooljaar 2025-2026 mag de scherpe maximumfactuur in de lagere school maximaal 110 euro bedragen. Voor het kleuteronderwijs slechts 55 euro. “Daarop staan bijvoorbeeld de kosten voor een theatervoorstelling, eendaagse schoolreizen of turnkledij met het logo van de school erop. Een school moet één jaar gratis zwemlessen aanbieden. Kosten voor extra zwemlessen komen ook op de scherpe maximumfactuur terecht.”
Minder scherpe maximumfactuur (550 euro): meerdaagse schoolreizen
De minder scherpe maximumfactuur bedraagt maximaal 550 euro en wordt verdeeld over de 6 jaar in de lagere school. Scholen gebruiken deze facturen om de kosten voor meerdaagse uitstappen of activiteiten te betalen.
“Ik denk aan de bos- of ponyklassen. Die minder scherpe maximumfactuur werd ingevoerd om te vermijden dat men heel dure uitstappen doet in het basisonderwijs. Dat bedrag moet in minstens 3 stukken verspreid worden over 6 jaar tijd. Kinderen gaan ook niet elk jaar op bosklassen. Het hele bedrag in een keer aanrekenen, mag niet.”
Waarvoor betaal je extra?
Voor de naschoolse opvang, de middagmaaltijden, extra lessen zoals Frans, Engels, of sportactiviteiten moeten ouders bijbetalen. Het kan ook zijn dat je daar materiaal moet voor aankopen. Dat valt niet onder de maximumfactuur. Ook voor zaken waar de ouders zelf om vragen en die de school aanbiedt als service naar de ouders toe, krijgen ze een extra factuur.
Tips van de onderwijsexpert om schoolkosten overzichtelijk en behapbaar te houden
- Informeer je goed op voorhand over wat de kosten zijn en wanneer de facturen eraan zullen komen.
- Welke niet-verplichte activiteit wil je dat je kind zeker meedoet? Bekijk het prijskaartje en maak een goede afweging. “Alles is leuk, maar niemand kan altijd alles doen.”
- Vraag indien nodig een spaar- of afbetalingsplan voor de betaling van meerdaagse uitstappen.
- Spaghettiavonden en koekjesverkoop: “Je moet dat niet doen, maar het helpt de school wel om onder andere de sociale kas te spijzen en zo kinderen financieel te steunen die bijvoorbeeld anders niet mee zouden kunnen op uitstap.”
Bron brt.nws