Waarom bestaat er een toelatingsexamen geneeskunde? En is het nog wel van deze tijd?

Waarom bestaat er een toelatingsexamen geneeskunde? En is het nog wel van deze tijd?

Waarom wordt er gewerkt met een toegangsexamen voor wie arts wil worden? En waarom laten we niet gewoon iedereen die geslaagd is, starten met de opleiding? Die vragen kwamen de afgelopen weken verschillende keren binnen nadat is gebleken dat er gesjoemeld is bij het toegangsexamen voor geneeskunde. Toch is dat toelatingsexamen er niet zomaar gekomen.

Het toelatingsexamen geneeskunde is vandaag de vaste toegangspoort voor iedereen die de opleiding wil starten. De proef werd voor het eerst georganiseerd in 1997 op de Heizel in Brussel en kwam er als noodgreep, omdat pas afgestudeerde studenten het toen steeds moeilijker hadden om aan een job te geraken.

“Er was langzaamaan een overaanbod aan artsen ontstaan”, vertelt Jan De Maeseneer, emeritus hoogleraar huisartsgeneeskunde aan de UGent in de Wereld Vandaag op Radio 1. De Maeseneer was van in het prille begin (tot 2019) lid van de examencommissie die het artsenexamen organiseert. 

Volgens De Maeseneer was het “overaanbod” vooral te wijten aan de democratisering van het onderwijs: “Meer jonge mensen trokken naar de universiteit om te studeren en er kwam dus ook meer belangstelling voor de opleiding geneeskunde.”

Uiteraard een goede zaak, volgens de emeritus hoogleraar, maar op het terrein ontstonden zo wel problemen: “Na de opleiding probeerde iedereen een praktijk op te starten… En zo kreeg je uiteindelijk dorpen met 4 huisartsen, waar er maar werk was voor 2.” 

Terug naar 1997

Doorheen de jaren werd het toelatingsexamen wat onderhanden genomen, maar de kerninhoud is grotendeels onveranderd gebleven. Zo lag de focus ook bij het examen van 1997 voornamelijk op kennis en inzicht in de wetenschappen: biologie, wiskunde, scheikunde en fysica stonden voorop. 

Verder werden studenten getest op het verwerven en verwerken van informatie. “Zo moesten studenten – op basis van video’s – goede gedragspatronen tussen artsen en patiënten onderscheiden.” 

“Op die manier probeerden wij, als jury, te achterhalen of studenten geschikt waren om de sociale aspecten van het beroep te begrijpen.”

Maar, de deur tot de studie – en dus ook het beroep – ging in 1997 wel nog open voor al wie geslaagd was. Daar werd later pas aan gesleuteld: “Geleidelijkaan kwam het idee om het aantal opleidingsplaatsen te beperken en niet te veel artsen op de markt los te laten.” 

“Die beslissing kwam er ook om de financiële toestand van de ziekteverzekering onder controle te houden, want het heeft geen zin om te veel artsen in je zorgsysteem te hebben. Dat doet altijd de uitgaven stijgen”, verklaart De Maeseneer.

Nog van deze tijd? 

De fraude bij het toelatingsexamen van afgelopen zomer leidt de laatste weken tot heel wat commotie. Er worden ook steeds meer vragen geplaatst bij het nut van dat examen en de bijhorende startquota. 

Stroken die quota wel nog met wat maatschappelijk leeft? Wie vandaag een afspraak wil bij een oogarts of dermatoloog moet daar vaak maanden op wachten en tal van huisartsen werken met een patiëntenstop. 

“Het is zeker belangrijk dat er voldoende huisartsen en specialisten zijn. Maar de quota worden niet zomaar bepaald, daar gaat een hele planningscommissie over”, vertelt De Maeseneer. “Om de toekomstige noden in te schatten houdt de commissie onder meer rekening met de veroudering van de bevolking, technologische evoluties en de work-life balans waar artsen vandaag nood aan hebben. Dat is zeker een goed planningsinstrument.”

Ondanks alle commotie is het volgens de emeritus hoogleraar dus wel te kort door de bocht om het hele toelatingssysteem op de schop te zetten: “Het is geen goed idee om met 6.000 studenten aan de opleiding te beginnen. Dat is niet realistisch en dat kunnen we niet.”

Bron: VRT.NWS

Vlaams minister Demir over artsenexamen: “In totaal hebben 105 deelnemers mogelijk gefraudeerd”

Na het artsenexamen zijn uiteindelijk 25 gunstig gerangschikte studenten opgeroepen om zich te verantwoorden voor de examencommissie wegens mogelijke fraude. Dat heeft Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) gezegd in het Vlaams Parlement. Bij de geslaagden waren er 47 mogelijke fraudeurs, maar een deel mocht sowieso niet beginnen aan de opleiding omdat hun score niet hoog genoeg was. In totaal hebben 105 deelnemers (geslaagd, gunstig gerangschikt en niet geslaagd) mogelijk gefraudeerd.

Het onderzoek van de Vlaamse overheid, dat gevoerd is met behulp van externe partners, heeft uitgewezen dat er ernstige vraagtekens zijn bij 25 studenten die gunstig gerangschikt waren na het artsenexamen. Die 25 mochten normaal gezien dus aan de opleiding beginnen, maar zullen zich dus moeten verantwoorden voor de examencommissie. 

“Dat zijn 25 mensen die iets gedaan hebben dat niet mocht volgens het examenreglement, zoals bijvoorbeeld extra tabbladen openen”, zegt Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) in het Vlaams Parlement.

Kijk je naar alle geslaagden, dus ook naar zij die niet gunstig gerangschikt waren, telde het onderzoek 47 mogelijke fraudeurs. “En als we dan ook kijken naar mensen die niet geslaagd zijn, maar bij wie ook patronen te zien waren die niet klopten, zijn er in totaal 105 mensen gevat. Dat is een kleine 1 procent van alle deelnemers.”

3 onderzoeken wijzen naar zelfde dossiers

Peter Parmentier, administrateur-generaal van het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen, had voordien wat meer toelichting gegeven bij het onderzoek naar de mogelijke fraude. Dat waren eigenlijk 3 verschillende onderzoeken – waaronder 1 via een externe partner die daarvoor AI inzette – die de fraude op een andere manier probeerden te ontdekken. 

“Het doel van die 3 onderzoeken was: kunnen we op het einde van de rit tot consistente resultaten komen?” Daarbij zijn onder meer eindscores onder de loep genomen, eventuele tabbladen die geopend zijn geweest tijdens het examen (wat sowieso niet mocht volgens het reglement), de snelheid en consistentie van bepaalde antwoorden, onwaarschijnlijk hoge scores, het veelvuldig wisselen tussen vensters en prestaties op moeilijkere vragen.

Na die 3 onderzoeken zijn er crosschecks gebeurd. “Zeer geruststellend was dat we vanuit die 3 benaderingen consistent dezelfde dossiers konden vlaggen als risicovol: bij die dossiers moesten we dus dieper kijken wat er precies aan de hand was.”

De examencommissie heeft die dossiers vervolgens geëvalueerd. “Daaruit zijn een aantal kandidaten naar voren gekomen van wie de commissie zegt dat we op z’n minst hun uitleg moeten horen. Op basis daarvan zal men dan een definitieve beslissing moeten nemen.”

Gedriedubbelcheckt

Intussen heeft de rechter in kortgeding ook beslist om een eigen deskundige aan te stellen in het onderzoek naar mogelijke fraude. “Het onderzoek dat de overheid aan het doen is, wordt dus gedriedubbelcheckt”, benadrukt minister Demir. “Des te beter. We zijn transparant en we gaan dat ook met hen delen. Ik ben ervan overtuigd dat we dat op een juiste manier onderzoeken. Het is aan de rechter om daar het laatste woord in te hebben.”

De oppositie betwijfelt of de beslissing van de minister om het examen niet opnieuw te organiseren stand zal houden. “We weten of mensen gefraudeerd hebben, maar er is niet gecheckt kunnen worden wat die mensen dan gedaan hebben”, zei Open VLD-parlementslid Gwendolyn Rutten. “Ik vrees dat we juridisch nog niet uit het drijfzand zijn”. 

Nieuw examen

Demir gaf toe dat de organisatie van het examen niet goed loopt op dit moment. “Er zijn fouten gemaakt. Ja, ik had misschien afgelopen jaar wat meer of sneller moeten doen, maar dat is niet gelukt.”

“Het moet beter naar volgend jaar toe”, zegt de minister. Welke mogelijkheden er zijn om het examen anders af te nemen, laat Demir nu onderzoeken. “Is het mogelijk om het terug op één locatie te doen? Met computers die we kunnen afsluiten van het internet? Of moet het met pen en papier? Daar loopt een audit naar.

Bron: vrt.nws

Beste leerkracht, vraag kinderen niet waar ze op vakantie zijn geweest

De avonturen tijdens de zomervakantie vormen steevast het gespreksonderwerp van de eerste schoolweken. Voor kinderen die opgroeien in armoede is dit pijnlijk. Daarom roept Maret Dakaeva (Uit De Marge) leerkrachten op om op een andere manier met leerlingen over de zomer te praten.

Bang hart

Binnenkort zwaaien de schoolpoorten weer open. Bijna elk kind zal er deze vraag krijgen: “Wat heb jij tijdens de vakantie gedaan?”

Sommige kinderen zullen verhalen vertellen over exotische bestemmingen. Ze zullen souvenirs laten zien en lachen om hun avonturen. Andere kinderen zullen tot frustratie van hun ouders al vergeten zijn wat ze weer precies hebben gedaan.

Maar er zijn ook kinderen die dit moment met een bang hart afwachten. Hun zomervakantie speelde zich niet af in verre landen. Ze deden geen avontuurlijke kampen of spannende uitstappen.

Niet omdat ze dat niet wilden, maar omdat het niet kon. Omdat het geld al op was nog voor de vakantie begon. Of omdat de vraag naar vakantieplannen in hun gezin gewoon nooit werd gesteld.

Enige zonder vakantie-avonturen

“Als kind vond ik die eerste weken op school het minst leuk,” vertelt een van de jeugdopbouwwerkers bij Uit De Marge. “Wij konden geen vakantie betalen, dus verzon ik verhalen. Ik wilde niet de enige zijn zonder vakantie-avonturen.”

Ook Lina (15) ziet op tegen de start van het schooljaar.Lina is een pseudoniem.“In die eerste weken gaat het in bijna elke les over de vakantie”, vertelde ze me tijdens een activiteit. “Kinderen met de ‘mooiste’ verhalen komen meteen hoger op de populariteitsladder terecht. En ik moet telkens herhalen dat ik niet ben weggeweest. Dat voelt als een stempel op mijn voorhoofd.”

“Op school moesten we ooit een tekening maken van de kermis”, herinnert een andere jeugdopbouwwerker zich. “Maar ik was er nooit geweest, we hadden daar het geld niet voor. Dus wachtte ik tot de anderen begonnen te tekenen en maakte vervolgens hun tekeningen na. Het voelde alsof ik een toneelstuk speelde.”

Armoede is meer dan te weinig geld

In België loopt ongeveer één op de vijf kinderen het risico op armoede of sociale uitsluiting. Dat betekent dat er gemiddeld in elke klas vier of meer kinderen zitten voor wie op vakantie gaan of leuke uitstappen doen niet vanzelfsprekend is.

Maar armoede is meer dan te weinig geld hebben. Het is ook het ontbreken van kennis. Niet weten welke kansen er bestaan, welke rechten je hebt, dat er tal van kortingen bestaan op sociale, culturele en sportactiviteiten en welke formulieren je moet invullen om daarvan te genieten.

Het is het ontbreken van toegang. Geen auto hebben om ergens te raken, geen internettoegang om iets op te zoeken, geen sociaal netwerk dat je mee op sleeptouw neemt.

Het is het ontbreken van mogelijkheden om te experimenteren. Nooit leren surfen, skiën, of kamperen omdat je daar niet het materiaal, de begeleiding of de ruimte voor hebt.

Het is ook angst. Angst voor onvoorziene kosten en voor het onbekende. Angst om niet in een nieuwe omgeving te passen, om bekeken te worden, niet te weten hoe je je moet gedragen. Angst om door de mand te vallen.

Een oproep aan leerkrachten

Voor sommige kinderen is de eerste schooldag geen vrolijke terugblik, maar een sociale hindernis. Eén vraag kan genoeg zijn om hen wekenlang in hun schulp te doen kruipen.

Als leerkracht kan je kiezen hoe je het schooljaar begint. Mijn oproep: vraag kinderen niet waar ze op reis zijn geweest. Pols niet naar wat ze deze zomer allemaal gedaan hebben. Informeer niet naar de grootste vakantie-avonturen.

Kortom: begin niet met een klasgesprek dat onvermijdelijk uitmondt in een soort van ladder, waarop kinderen met de mooiste vakantiebestemmingen automatisch hoger belanden. Alsof op vakantie gaan iets zegt over wie je bent of wat je kan.

Het kan ook anders. We kunnen het schooljaar beginnen met vragen waar elk kind op kan antwoorden, zonder iets over de thuissituatie te verraden. Vragen als: Wat heb je deze zomer geleerd, of ontdekt? Wanneer was je trots op jezelf? Welk klein moment blijft je bij? Welke geur, kleur, of geluid hoort voor jou bij de zomer?

Zo open je een deur waar iedereen doorheen kan. Zonder ranglijst, zonder prijskaartje. Zo laat je kinderen ervaren dat hun verhaal ertoe doet, ook als het zich gewoon thuis afspeelde.

Als we willen dat scholen oefenplekken zijn om samen te leven, moeten we starten met vragen stellen die niemand uitsluiten. De eerste schooldag is de perfecte dag om hiermee te beginnen.

Bron: sociaal.net

Wat is nieuw in het schooljaar 2025-2026?

Wat is nieuw in het schooljaar 2025-2026?

3 uur extra Nederlands

Deze informatie is voor basisonderwijs en secundair onderwijs.

Vanaf 1 september 2025 kan de klassenraad basisonderwijs bij uitreiking van het getuigschrift basisonderwijs de leerling verplichten om in het 1ste schooljaar van het gewoon secundair onderwijs 3 uur extra Nederlands te volgen.

In de loop van het secundair onderwijs kan de klassenraad nog steeds 3 uur extra Nederlands aan de leerling opleggen.

Omzendbrieven

Automatische vrijstelling bewijs van slagen basisvorming

Deze informatie is voor secundair onderwijs en volwassenenonderwijs.

Jongeren krijgen een automatische vrijstelling in een centrum voor volwassenenonderwijs wanneer zij hun kwalificerende leerweg verderzetten en een bewijs van slagen hebben voor de basisvorming van de 3de graad van de doorstroomfinaliteit of de dubbele finaliteit, uitgereikt door de examencommissie of een school van het voltijds secundair onderwijs.

Scholen voor secundair onderwijs en de examencommissie kunnen een bewijs van slagen voor de basisvorming uitreiken aan leerlingen die geen onderwijskwalificatie behalen, maar wel geslaagd zijn voor de onderdelen van de basisvorming die gemeenschappelijk zijn voor alle studierichtingen van de finaliteit waarvoor de leerling is ingeschreven.

Omzendbrief:

Bekwaamheidsbewijzen verruimd

Deze informatie is voor basisonderwijssecundair onderwijs en onderwijsinternaten.

Voor de ambten van kinderverzorger in het gewoon kleuteronderwijs, buitengewoon basisonderwijs en buitengewoon secundair onderwijs zijn de vereiste en voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen aangevuld met nieuwe studiebewijzen uit het studiegebied maatschappij en welzijn. Ook het ambt van opvoeder in een semi-internaat wordt geactualiseerd. Dezelfde studiebewijzen worden ook toegevoegd als ‘ander’ bekwaamheidsbewijs voor de ambten van kleuteronderwijzer (ASV) en voor de nieuwe ambten van kleuteronderwijzer Vlaamse gebarentaal en onderwijzer Vlaamse gebarentaal, met telkens toevoeging van de voorwaarde ‘+ bewijs VGT’.

Omzendbrieven:

Meer informatie:

Digiplan

Deze informatie is voor: basisonderwijs, secundair onderwijs, deeltijds kunstonderwijs en volwassenenonderwijs.

De Vlaamse Regering investeert via het Digiplan 2025 in totaal 270 miljoen euro in digitale infrastructuur. In de eerste helft van het schooljaar 2025-2026 ontvangen scholen een eerste schijf. Die middelen zijn bedoeld voor digitale werkmiddelen voor personeel, gedeeld gebruik van ICT-toestellen voor leerlingen, netwerkinfrastructuur en ondersteunende systemen. Er wordt sterk ingezet op duurzaamheid, met aandacht voor circulaire aankopen en het hergebruik van refurbished toestellen.

De middelen worden verdeeld op basis van gewogen leerling- en personeelsaantallen. Scholen krijgen tot en met 31 december 2027 de tijd om ze te besteden. De aanwending moet gebeuren volgens de wetgeving op overheidsopdrachten. Scholen moeten een ICT-beleidsplan inclusief professionaliseringsbeleid opmaken tegen 1 september 2026. Een refertelijst met toegelaten aankopen en richtprijzen wordt voorzien. Scholen wordt gevraagd om transparant te communiceren over eventuele kosten en die altijd af te stemmen met de schoolraad. Als ze kosten doorrekenen, moet dat verantwoord gebeuren en opgenomen zijn in het schoolreglement.

Meer informatie:

Groeipad informatieveiligheid en privacy

Deze informatie is voor basisonderwijssecundair onderwijs en volwassenenonderwijs.

Sinds mei 2025 is het groeipad informatieveiligheid en privacy (GRIP) beschikbaar voor Vlaamse scholen. Het groeipad ondersteunt scholen om stapsgewijs te groeien naar een minimumniveau van cyberveiligheid. Dat niveau is gebaseerd op 2 Europese wetgevende kaders die van toepassing zijn op het onderwijs: de algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de Network and Information Systems Directive 2 (NIS2). Het groeipad is bedoeld als ondersteuning voor scholen, maar is niet verplicht te gebruiken. Wel moeten scholen voldoen aan de bestaande wetgeving. 

Meer informatie:

Iedere school een relatiebeheerder AGODI

Deze informatie is voor: basisonderwijs en secundair onderwijs

AGODI rolt in het schooljaar 2025-2026 zijn vernieuwd dienstverleningsmodel verder uit. Elke school krijgt een vaste relatiebeheerder. Samen met de dossierspecialist leerlingen (vroeger: de verificateur) en de dossierspecialist personeel vormt de relatiebeheerder een team rond de school. Samen zorgen zij voor een persoonlijke en efficiënte ondersteuning. Als school kies je zelf met wie je contact opneemt, afhankelijk van de inhoud van je vraag. ​De contactgegevens vind je terug in de berichtenfunctie op Mijn Onderwijs.

Daarnaast zet het agentschap ook verder in op e-dienstverlening zodat je online sneller correcte informatie terugvindt. Zo werden verbeteringen aangebracht in de berichtenfunctie op Mijn Onderwijs, verloopt de aanvraag wijziging administratieve gegevens voor je school via een nieuwe tool en wordt ingezet op automatische gegevensuitwisseling vanuit je schoolsoftwarepakket.

De innovaties worden op 25 en 26 augustus toegelicht in de webinars nieuwigheden (opent in nieuw venster)voor het basis- en secundair onderwijs van de AGODI-academie.

Ieder kind taalheld

Deze informatie is voor: basisonderwijs en secundair onderwijs

‘Ieder kind taalheld’ is een pakket maatregelen om het Nederlands te versterken. Het traject bestaat uit 10 acties die inzetten op 3 pijlers:

  • Professionalisering van het basisonderwijs
  • Voorkomen en remediëren van taalachterstand
  • Hervorming van het onthaalonderwijs

Meer informatie:

Meer over ‘Ieder kind taalheld’.

Smartphoneverbod

Deze informatie is voor basisonderwijs en secundair onderwijs.

Vanaf 1 september 2025 is het voor leerlingen van alle Vlaamse basis- en secundaire scholen, op een paar uitzonderingen na, verboden om tijdens de normale schooluren op school slimme apparaten zoals smartphones te gebruiken. Het verbod geldt in het gewoon en het buitengewoon onderwijs. Een school kan wel bepalen dat slimme apparaten nodig zijn om bepaalde onderwijsdoeleinden te bereiken. 

Voor de 3de graad van het secundair onderwijs geldt het verbod enkel tijdens de lessen.

Meer informatie:

Nieuwe minimumdoelen

Nieuwe minimumdoelen werden ontwikkeld voor het basisonderwijs. Enkele belangrijke vernieuwingen maken een kennisrijk curriculum mogelijk:

  • Aan het einde van het kleuteronderwijs worden te bereiken minimumdoelen op populatieniveau vastgelegd voor luisteren en woordenschat (Nederlands) en getalbegrip (wiskunde).
  • Er worden minimumdoelen op populatieniveau vastgelegd voor het 4de jaar lager onderwijs.
  • De minimumdoelen voor Nederlands en wiskunde moeten voortaan op individueel niveau bereikt worden aan het einde van het basisonderwijs.

De invoering van de nieuwe minimumdoelen verloopt gefaseerd:

  • Vanaf 1 september 2025 kunnen scholen al vrijwillig starten met de implementatie van de nieuwe minimumdoelen.
  • Vanaf 1 september 2026 gelden de nieuwe minimumdoelen voor de vakdisciplines Nederlands, wiskunde en wetenschappen en techniek.
  • Vanaf 1 september 2027 is de implementatie van de minimumdoelen voor de overige leergebieden verplicht.

Tijdens het implementatieproces wordt eveneens voorzien in een overgangsmaatregel voor leerlingen in de hogere jaren van het lager onderwijs.

Meer informatie:

Vlaamse toetsen 6de leerjaar

Vanaf het schooljaar 2025-2026 zullen ook de leerlingen uit het 6de leerjaar lager onderwijs de Vlaamse toetsen afleggen. De toetsmomenten voor het 4de leerjaar en het 6de leerjaar kunnen geraadpleegd worden via het Vlaamse toetsen Schoolloket.

Meer informatie:

DIt is slechts een kleine greep uit de vele vernieuwingen die in het schooljaar 2025-2026 worden doorgevoerd.

Lees verder via https://www.vlaanderen.be/onderwijsprofessionals/regelgeving-data-en-onderzoek/regelgeving/wat-is-nieuw-in-het-schooljaar-2025-2026

Wat is nieuw in het schooljaar 2025-2026?

Wat is nieuw in het schooljaar 2025-2026?

Elk schooljaar zijn er heel wat nieuwe maatregelen in onderwijs. Klasse selecteerde 14 highlights voor 2025-2026. Welke invloed hebben ze vanaf 1 september op jou als leraar, je school of je leerlingen? 

Wat verandert er voor jou als leraar?

Leerpunt ondersteunt je nog sterker

Met 3 extra leidraden geeft Leerpunt jou in het najaar van 2025 nog meer handvatten om onderbouwd te werken in de klas: Metacognitie en zelfregulerend leren, Samenwerken met ouders en Digitalisering. Wie gedrukte leidraden wil, kan die tegen betaling online bestellen vanaf eind september.

Bekijk op de website ook onderwijsmaterialenprojecten of praktijkverhalen of bezoek het valorisatie-event en het netwerkevent in het najaar.

Geldelijke anciënniteit voor zij-instromers

Wie vanuit de privésector overstapt naar een knelpuntambt in het basis- of secundair onderwijs kan tot en met 31 augustus 2030 nog altijd maximaal 15 jaar geldelijke anciënniteit meenemen. Er wordt nog niet teruggeschroefd naar 8 jaar zoals eerder het plan was.

Lerarenbonus verlengd

Wie in het basis- of secundair onderwijs de lerarenbonus opneemt vóór 1 september 2030, kan  er na 31 augustus 2030 verder gebruik van maken. Dat is een wekelijkse vermindering van de lesopdracht voor wie nog niet in het bezit is van een pedagogisch bekwaamheidsbewijs en tegelijkertijd een lerarenopleiding volgt óf voor wie al een pedagogisch bekwaamheidsbewijs heeft en een lerarenopleiding volgt die leidt tot een vereist bekwaamheidsbewijs voor een knelpuntvak of -ambt.

Gastleraren blijven

Je basis- of secundaire school kan bij een lerarentekort nog tot en met schooljaar 2029-2030 tijdelijk vacante lestijden, lesuren of uren-leraar aanwenden om voor maximaal een derde van een voltijdse opdracht gastleraren in te zetten. Die kunnen gastlessen geven in een specifiek leergebied of structuuronderdeel.


Wat verandert er voor je school?

Digiplan

De Vlaamse Regering investeert via het Digiplan 2025 in totaal 270 miljoen euro in digitale infrastructuur. In de eerste helft van het schooljaar 2025-2026 ontvangt je school een eerste schijf op basis van leerling- en personeelsaantallen. Die middelen zijn bedoeld voor digitale werkmiddelen voor personeel, gedeeld gebruik van ICT-toestellen voor leerlingen, netwerkinfrastructuur en ondersteunende systemen. Er wordt sterk ingezet op duurzaamheid.

Scholen krijgen tot en met 31 december 2027 de tijd om de middelen te besteden. De aanwending moet gebeuren volgens de wetgeving op overheidsopdrachten. Scholen moeten een ICT-beleidsplan mét professionaliseringsbeleid opmaken tegen 1 september 2026. Als ze kosten doorrekenen, moet dat verantwoord gebeuren en in het schoolreglement staan.

Nieuwe minimumdoelen

Er zijn nieuwe minimumdoelen ontwikkeld voor het basisonderwijs. Om een kennisrijk curriculum mogelijk te maken:

  • liggen aan het einde van het kleuteronderwijs te bereiken minimumdoelen op populatieniveau vast voor luisteren en woordenschat (Nederlands) en getalbegrip (Wiskunde).
  • liggen minimumdoelen op populatieniveau vast voor het vierde jaar lager onderwijs.
  • moeten de minimumdoelen voor Nederlands en wiskunde voortaan op individueel niveau bereikt worden aan het einde van het basisonderwijs.

Zevende leerjaren

Op 1 september 2025 gaat de modernisering van het secundair onderwijs het laatste jaar in en worden de zevende leerjaren hervormd. Er zijn 4 soorten zevende leerjaren:

  • gericht op instroom arbeidsmarkt na OK 3
  • gericht op instroom arbeidsmarkt na OK 4
  • gericht op hoger onderwijs na OK 3
  • gericht op hoger onderwijs na OK 4

Wat verandert er voor je leerlingen?

Ieder kind taalheld

‘Ieder kind taalheld’ is een pakket maatregelen om het Nederlands van leerlingen te versterken van bij de start, want een betere kennis van de instructietaal zorgt voor een vlottere leerloopbaan. Het traject bestaat uit 10 acties die tot 2029 gelden.

Scholen krijgen onder andere extra werkingsmiddelen, het professionaliseringsbudget per leraar stijgt, taalrijke leermaterialen staan op de radar en er wordt duurzaam samengewerkt met organisaties buiten de school. Naast de taalheldklassen voor elke anderstalige leerling die nieuw instroomt, zijn er ook remediëringslessen die focussen op specifieke taalaspecten.

Smartphoneverbod

Vanaf 1 september 2025 mogen leerlingen tijdens de normale aanwezigheid op school geen slimme apparaten zoals smartphones gebruiken. Het verbod geldt zowel in het gewoon als het buitengewoon onderwijs. Een school kan wel bepalen dat slimme apparaten nodig zijn om bepaalde onderwijsdoeleinden te bereiken. 

Voor de derde graad van het secundair onderwijs geldt het verbod enkel tijdens de lessen.

Vlaamse toetsen nu ook voor 6e leerjaar

Vanaf het schooljaar 2025-2026 zullen ook de leerlingen uit het 6de leerjaar lager onderwijs de Vlaamse toetsen afleggen. De toetsmomenten voor het 4de leerjaar én het 6de leerjaar kan je raadplegen via het Vlaamse toetsen Schoolloket. 

KOALA-screening voor leerlingen met IAC-verslag

De KOALA-screening is nu ook mogelijk voor leerlingen in het buitengewoon kleuteronderwijs – waar alle leerlingen een individueel aangepast curriculum volgen – via een opt-in. Voor leerlingen met een IAC-verslag in het gewoon kleuteronderwijs wordt een opt-out mogelijk. Voor leerlingen met een IAC-verslag zijn er hoe dan ook geen bindende gevolgen, concreet volgt er voor hen dus geen verplicht taalintegratietraject.

Les volgen in een andere school

Leerlingen in het basisonderwijs krijgen de mogelijkheid om deeltijds de lessen en activiteiten te volgen in een andere basis- óf secundaire school, als beide scholen akkoord gaan. Scholen kunnen de lesbijwoning flexibel vormgeven, bijvoorbeeld op maat voor cognitief sterk functionerende leerlingen.  

Proeven van hoger onderwijs

Vanaf 1 september 2025 kunnen alle leerlingen van de derde graad secundair onderwijs opleidingsonderdelen van het hoger onderwijs volgen, aan een beperkt studiegeld. Het maximale aantal studiepunten dat ze kunnen opnemen, stijgt van 10 naar 12. Het gaat om ‘proeven’ van vervolgonderwijs, wat uitdagend en inspirerend kan zijn en kan helpen bij de studiekeuze.  

Gestandaardiseerde NT2-test

Inburgeraars leggen een NT2-test af om hun schriftelijke en mondelinge vaardigheden in het Nederlands aan te tonen. Die test wordt op dit moment afgenomen voor de schriftelijke vaardigheden en wordt in het schooljaar 2025-2026 ontwikkeld voor de mondelinge vaardigheden.

Bron: Klasse.be