by admin | aug 3, 2025 | Verkiezingen 2024
De regering-De Wever is nog geen half jaar oud en nu is al duidelijk dat ze haar voornaamste belofte zal breken: tegelijk de overheidsfinanciën herstellen en de koopkracht van werkende mensen versterken.
“Onze budgettaire toestand is zorgwekkend. De belastingdruk op werkende mensen ligt te hoog.” Het Arizona-regeerakkoord maakte de prioriteiten meteen duidelijk. De regering zou na jaren van “wanbeleid” wel eens “orde op zaken” zetten. De overheidsfinanciën “herstellen” en de koopkracht van werkende mensen versterken, zijn dan ook twee hoofdbeloftes. Maar de regering is nog geen half jaar oud en de twee speerpunten zijn al helemaal afgestompt.
Zeker het verhaal over de begroting “op orde zetten” klinkt lachwekkend. Langs alle kanten wordt het budgettaire werk van Arizona afgekraakt. In de eerste plaats zegt de regering nu zelf dat het begrotingstekort in 2029, aan het einde van de legislatuur, nog steeds 3,7% van het bbp zal bedragen.
Maar dat is wellicht nog een gigantische onderschatting. Van links tot rechts, van het Rekenhof tot de Nationale Bank, van Gert Peersman tot Paul De Grauwe, zowat iedereen die niet in de regering-De Wever zetelt, is het erover eens dat de regering de zogezegde “terugverdieneffecten” van haar hervormingen veel te optimistisch inschat.
De regering rekent zich bovendien rijk bij heel wat maatregelen. Zo zou bij de beperking van de werkloosheidsuitkering in de tijd één derde werk vinden, één derde een leefloon krijgen en één derde uit de statistieken verdwijnen. Maar die inschatting is gebaseerd op een studie uit 2009 bij heel andere profielen dan langdurig werklozen, en dus wellicht te optimistisch. Of neem de discussie over de meerwaardebelasting. Na de Inspectie van Financiën sabelde ook minister van Begroting, Vincent Van Peteghem, het eerste voorstel van minister van Financiën, Jan Jambon, neer. De opbrengst zou namelijk de eerste jaren … negatief zijn, omdat de maatregelen samengaan met de afschaffing van enkele andere kapitaalbelastingen.
Op zich hoeft een tekort van 3,7% in 2029 niet problematisch te zijn. Een begrotingstekort is geen ramp, en veel retoriek over budgettair beleid en overheidsschuld is gebaseerd op mythes en dogma’s. Maar dan nog is er het grote verschil tussen wat de regering beweert na te streven en de realiteit. Dat is belangrijk om minstens drie redenen.
Ten eerste: de harde besparingen van de regering op werklozen, zieken, vluchtelingen, leefloners, gepensioneerden, ambtenaren, ontwikkelingssamenwerking en openbare diensten, worden verantwoord vanuit de “noodzaak” om de tering naar de nering te zetten. Er is geen alternatief, zo klinkt het voortdurend. Maar als het begrotingswerk van de regering broddelwerk is, dan vervalt de legitimering voor die zware besparingen. Dat is des te meer zo als je ziet dat de regering wel miljarden vrijmaakt voor de aankoop van oorlogstuig en extra cadeaus geeft aan het bedrijfsleven in België, zo’n 1,7 miljard euro per jaar tegen 2029.
Ten tweede: dit is geen nieuw fenomeen. Integendeel, rechtse partijen en rechtse regeringen hebben vaak lak aan begrotingsdiscipline. Dat is belangrijk, want de fabel dat rechts zuiniger is, leidt mee tot de idee-fixe dat sterk gestegen overheidsuitgaven verantwoordelijk zijn voor het begrotingstekort.
Nochtans lagen de overheidsuitgaven in 2023 (met 53,3% van het bbp) ongeveer even hoog als dertig jaar geleden, en lager dan bij het aantreden van de regering-Di Rupo (55,0%) in 2011 en de regering-Michel (55,4%) in 2014, ondanks stijgende noden en ondanks een corona- en energieprijzencrisis. Langs de andere kant zijn de belastingen en sociale bijdragen gedaald van 44,5% van het bbp in 1996 naar 41,8% in 2023. Een deel daarvan is het gevolg van de “taks shift” door de regering-Michel, waardoor de sociale bijdragen daalden van 14,5% van het bbp in 2014 naar 13,3% in 2024, ondanks een stijging van de werkgelegenheidsgraad in diezelfde periode van vijf procentpunt.
Ten derde: in die context kunnen we ons grote vragen stellen bij de verhoging van de belastingvrije som voor werkenden, die door de regering naar voren wordt geschoven als dé manier om de koopkracht van de werkende bevolking te versterken. Nog los van het feit dat die hervorming grotendeels pas voor 2029 gepland staat – als het al doorgaat bij een verslechterende budgettaire toestand – en dat het grootste voordeel naar de hogere inkomens gaat, zal die belastingverlaging het begrotingstekort verder vergroten.
Belastingverlagingen en hogere defensie-uitgaven, het doet denken aan “Reaganomics”, het economisch beleid onder president Ronald Reagan in de VS. Het gevolg zal hetzelfde zijn: een hoger begrotingstekort. Uiteraard versterkt dat de roep tot verdere besparingen in de sociale bescherming en de openbare diensten in de toekomst, de zogenaamde “starve the beast” strategie. En uiteraard komen die besparingen weer terecht bij de werkende klasse.
Om tegelijkertijd de begrotingstekorten terug te dringen en de koopkracht van werknemers te versterken, zijn er eigenlijk hoofdzakelijk twee serieuze opties. Een fiscale hervorming waarbij grote vermogens veel sterker belast worden (een optie waar een breed publiek draagvlak voor bestaat, ook bij kiezers van N-VA – zie het nieuwe onderzoek van Ellen Roelandts verder in dit nummer) en de fiscale privileges van rijk België teruggedrongen worden, of een hervorming van de loonnormwet waardoor een groter deel van de koek naar werknemers kan gaan. Beide komen neer op een herverdeling van kapitaal naar arbeid.
Zonder die herverdeling, blijven de beloftes van de regering-De Wever loze praatjes. Arizona is misschien niet toevallig de Grand Canyon state, gezien de gigantische kloof tussen de regeringsbeloftes en de realiteit.
Bron: Sampol.be
by admin | aug 3, 2025 | Sectoren
Het recente Zomerakkoord van de Arizona-coalitie is een regelrechte sloopkogel voor de sociale bescherming in ons land. Dit artikel laat zien hoe de werkende bevolking het kind van de rekening wordt en hoe ook de (centrum)linkse partijen medeplichtig zijn aan deze structurele afbraak.
Het Zomerakkoord van de Arizona-coalitie is geen akkoord, maar een sociale sloopkogel. De rechten van de werkende bevolking worden er genadeloos onderuitgehaald — en dat komt niet uit de lucht vallen.
Alles stond al zwart op wit in het Regeerakkoord en werd uitvoerig besproken in het parlement. Toch klampten sommige vakbondsmensen en zogezegde experts zich vast aan de illusie dat het wel zou loslopen. Ze wilden niet geloven dat ook de zogenaamde (centrum)linkse partijen zo ver zouden gaan in het ondergraven van sociale bescherming.
Maar die hoop was ijdel. Ook deze keer leveren die partijen netjes wat het kapitaal van hen vraagt. Ze blijven de rol spelen die ze intussen tot in de puntjes beheersen: brave uitvoerders van een beleid dat stap voor stap de fundamenten van de sociale welvaartsstaat sloopt.
Hun motief is al jaren hetzelfde: “ons opofferen om erger te voorkomen.” In de praktijk komt dat neer op één ding: sociale verworvenheden waarvoor generaties hebben gevochten, worden zonder slag of stoot ingeruild — zogezegd in naam van het hogere belang van het nationale en Europese kapitalisme.
Zogenaamd links speelt al decennialang die vuile rol mee. Niet alleen met woorden, maar met daden. Ze stemmen wéér in met sociale afbraak, en krijgen daarvoor applaus van bovenaf: een vaste stoel aan de onderhandelingstafel, als brave beheerders van besparingen. Voor wie afhankelijk is van die sociale bescherming? Tja, dikke pech.
Ook nu lijkt de leuze te zijn: “Vooruit met de afbraak.” Al dekt die nog lang niet de lading. Wat hier gebeurt, is niets minder dan een doelgerichte, structurele aanval op de werkende klasse.
En zoals altijd zijn de slachtoffers bekend: gepensioneerden, werkzoekenden, mensen in onzekere jobs. Terwijl zij steeds meer moeten inleveren, krijgen werkgevers opnieuw meer vrijheid om nachtarbeid en flexjobs zonder sociale bijdragen in te zetten. De druk stijgt — de bescherming daalt.
Kwetsbare mensen worden hardhandig uit de sociale zekerheid geduwd en afgewimpeld naar armoedebemiddeling. Tegelijkertijd snoeit men alweer in de openbare diensten — alsof solidariteit een luxe is geworden.
Geplande en structurele afbraak
Wat we meemaken is geen samenloop van omstandigheden. Dit is doelbewust beleid. Het is een langlopend proces van sociale afbraak, gericht op het ontmantelen van alles wat ooit collectieve bescherming bood.
Deze afbraakpolitiek is geen ongeluk, maar het resultaat van een weloverwogen politieke keuze: het structureel terugdraaien van elk sociaal tegenwicht binnen de kapitalistische markteconomie. Waar ooit werd gestreden voor emancipatie, kiezen de huidige machthebbers nu voluit voor ongelijkheid, uitsluiting en verdeeldheid.
En om dat project vlot te laten verlopen, worden vakbonden en solidariteit stelselmatig in diskrediet gebracht. Klassenbewustzijn? Verdacht. Protest? Zinloos, zo wordt ons voorgehouden. Alles past netjes binnen de neoliberale logica: breek af, verdeel en demobiliseer — zodat niets de belangen van kapitaal nog in de weg staat.
In dat denkkader is solidariteit enkel nog iets voor de werkende klasse. Grote vermogens en bedrijven ontspringen de dans, terwijl de rest de samenleving mag blijven financieren. Ondertussen blijft men het sprookje herhalen dat “de overheid boven haar stand leeft” — een excuus dat steevast leidt tot besparingen, natuurlijk eerst op sociale rechten.
Werknemersrechten worden afgeschilderd als onbetaalbare luxe, een overblijfsel uit betere tijden. Maar de impact op de begroting? Die is verwaarloosbaar. Dit gaat dus niet over cijfers, maar over ideologie. Alles moet wijken voor de heilige vrije markt — of beter gezegd: de vrije doorgang voor kapitaal.
En al decennia lang floreren binnen dat verhaal beleidsmakers die zichzelf graag afschilderen als verantwoordelijk en matigend. In werkelijkheid voeren ze met overtuiging een harde afbraakpolitiek. Hun loyaliteit ligt niet bij de mensen, maar bij het kapitaal. De prijs wordt betaald in armoede, ongelijkheid en structurele uitbuiting.
Hoog tijd dat de werkende klasse en haar organisaties zich eindelijk afvragen: wie staat er écht nog aan onze kant? De zogenaamd sociaal-liberalen hebben hun masker al lang laten vallen — ze zijn vooral liberaal, en sociaal slechts in naam. Deze jarenlange sloop van sociale rechten spreekt boekdelen.
Wat we nu meemaken, is het beschamende eindspel van een ooit trotse arbeidersbeweging. De Belgische Werkliedenpartij, ooit een baken van strijd en solidariteit, is gereduceerd tot een schaduw van zichzelf — keurig, braaf en medeplichtig aan het afbraakbeleid.
Bron: DeWereldMorgen.be
by admin | aug 3, 2025 | Onderwijs
In een samenleving met een chronisch lerarentekort word je als werkstudent met open armen binnengehaald — zolang je gaten opvult. Maar je blijft vaak tijdelijk, vervangbaar en onbeschermd. Zo ziet de wegwerpcultuur in het onderwijs eruit.
In Brussel kampen vooral basis- en secundaire scholen met een nijpend lerarentekort. Om dat op te vangen, worden zij-instromers met een bachelorsdiploma aangemoedigd om via verkorte trajecten het onderwijs in te stappen — onder meer als werkstudent of via de VDAB.
Zelf koos ik voor het statuut van werkstudent. De voordelen voor mij: leren op de werkvloer, betaald worden (zij het minder), en een haalbaar lesrooster. Voor een alleenstaande moeder zoals ik, leek het een werkbare oplossing. Tot ik de realiteit leerde kennen.
Als gediplomeerd maatschappelijk assistent die ervaring heeft met alle leeftijden van kinderen, werd ik binnengehaald als tijdelijke kracht — graag gezien zolang ik gaten opvulde. Maar zodra mijn stage in zicht kwam, gingen de poppen aan het dansen. Men werd plots superkritisch over mijn functioneren. Mails om te overleggen over de komende stage werden genegeerd en de administratieve afhandeling van een stagebegeleiding werd bewust gesaboteerd.
Een wegwerpcultuur
Het probleem is structureel. Scholen zijn onderbemand en overbelast. Leerkrachten hebben amper tijd of ruimte om werkstudenten degelijk te begeleiden. In plaats van te investeren in toekomstige collega’s, kiezen directies liever elk jaar voor nieuwe tijdelijke krachten. Of, uit armoede, leerkrachten in opleiding. Flexibel inzetbaar, snel vervangbaar. Want als werkstudent ben je nooit zeker van je plek: vandaag ben je hulp, morgen ben je weg.
Bovendien leeft er in veel lerarenteams wantrouwen tegenover nieuwkomers. Een vast team vormt een hechte kring, waarin ‘passen in het team’ vaak belangrijker blijkt dan ervaring of motivatie. Of je mag blijven, hangt soms af van ongrijpbare factoren zoals persoonlijkheid of zelfs uiterlijk. Zeker bij een tekort aan gediplomeerde leerkrachten hebben ‘anciens’ en populaire vaste krachten disproportioneel veel invloed. De directie staat erbij en kijkt ernaar.
Zo ontstaat een wegwerpcultuur die tijdelijke leerkrachten (in opleiding) bijzonder kwetsbaar maakt — met pesten, conflicten en hoog personeelsverloop als gevolg.
Gebrek aan juridische bescherming
Een vergeten aspect van deze precariteit is het gebrek aan juridische bescherming. Toen ik onrechtmatig werd ontslagen, werd ik bewust monddood gemaakt. Geen uitleg, geen recht op tegenspraak. Mijn personeelsdossier opvragen bleek haast onmogelijk. Communicatie viel stil, verantwoordelijkheden werden doorgeschoven. Zonder vaste aanstelling of juridische verankering sta je nergens.
Ziekte-uitkering? Werkloosheidssteun? Vergeet het. Je valt noodgedwongen terug op het OCMW, ook al passen je vaste lasten niet binnen een leefloon.
Voor gezinnen zoals het mijne, waar één inkomen het moet doen, zijn de gevolgen desastreus. We spreken hier over systematisch afglijden naar armoede. De toegang tot juridische hulp is beperkt: te ‘rijk’ voor pro deo, te arm voor een privé-advocaat. En precies dat vacuüm wordt misbruikt. Onzekerheid wordt een instrument van controle.
Dit treft vooral mensen in kwetsbare posities: alleenstaande ouders, mensen met een migratieachtergrond, gezinnen op de grens van armoede. In een multiculturele stad als Brussel valt het op hoe weinig leerkrachten van Afrikaanse origine effectief doorstromen in het Nederlandstalig onderwijs.
Is dat toeval? Of speelt ook hier de informele ‘gatekeeping’ binnen sommige scholen een rol? Gatekeepers bepalen wie wordt toegelaten op basis van hun eigen willekeurige criteria. Een persoon van vreemde origine is wellicht meer dan voldoende, en misschien liever helemaal geen.
Diversiteit mag geen hol modewoord zijn voor beleidsnota’s en schoolwebsites. Het vraagt moed, integriteit en systemische verandering. We zijn verder dan 25 jaar geleden, maar nog lang niet waar we moeten zijn. Toch blijf ik hoopvol — dat moet ik wel, voor mijn dochter.
Structurele kringloop van onzekerheid
Mijn verhaal is geen uitzondering. Het toont hoe goedbedoelde systemen, zoals zij- instroom in het onderwijs, mensen in de praktijk vastzetten. Tijdelijke contracten, vage ontslagprocedures en gebrek aan juridische bescherming maken structurele vooruitgang bijna onmogelijk. Wie probeert op te klimmen, wordt teruggetrokken.
Dankzij mijn achtergrond in de sociale sector en mijn juridische kennis kon ik mij enigszins verweren. Maar de schade blijft. En mijn dochter — vijftien — voelt die mee. Zij is het stille slachtoffer van een samenleving die zegt te streven naar inclusie, maar intussen vasthoudt aan de status quo.
Het wordt tijd dat we dit luidop zeggen.
Bron: DeWereldMorgen.be
by admin | aug 3, 2025 | Economie
Als we de regering mogen geloven, is er nergens geld voor in dit land, maar ondertussen wil ze vele miljarden investeren in wapens. Ze denken hiermee weg te komen, maar een brede solidaire tegenstroom maakt duidelijk dat mensen niet zo dom zijn als de regering denkt dat ze zijn.
“Dit land staat voor grote uitdagingen. Onze budgettaire toestand is zorgwekkend.” Dat zijn de eerste twee zinnen van het federale regeerakkoord. De boodschap is duidelijk: er is nergens geld voor. Niet voor sociaal beleid, niet voor klimaatbeleid, niet voor cultuur.
Ondertussen is de minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Prévot, in Den Haag om te beloven dat ons land 5 procent van het bruto binnenlands product zal gaan uitgeven aan het leger. Concreet gaat het om 3,5 procent zuiver militaire investeringen en 1,5 procent in veiligheidsinfrastructuur, wat breed geïnterpreteerd kan worden.
Op de knieën voor Donald Trump
Het stond in geen enkel verkiezingsprogramma. De voorzitters van de verschillende regeringspartijen hebben allemaal in de pers verklaard dat de 5 procent-norm waanzin is. En toch gaat onze minister van Buitenlandse Zaken die norm gewoon ondertekenen. Niet omdat de bevolking dat vraagt, maar omdat Donald Trump dat wil.
Die vijf procent komt niet voort uit een militaire analyse van hoe groot de oorlogsdreiging is. Militaire experten geven aan dat het eigenlijk niet zo zinnig is om je veiligheid te gaan afmeten aan hoeveel procent van het bbp je in het leger investeert. De vijfprocentnorm is bedacht door Donald Trump. Hij wil die norm opleggen aan alle NAVO-lidstaten, behalve de VS zelf, zij halen die norm namelijk zelf niet eens.
Niet alleen is het zo dat de wapens die Europese landen volgens die norm massaal moeten aankopen, geproduceerd worden in de VS. De militaire opbouw moet er ook voor zorgen dat de VS zich militair op een confrontatie met China kan voorbereiden. “Omdat onze bondgenoten de lasten delen, kunnen we onze focus op de Indo-Pacific vergroten, want dat is onze prioritaire theater”, zo verklaart Pete Hegseth, de minister van Defensie van Trump.
“Het was niet gemakkelijk, maar we hebben iedereen laten instemmen met 5 procent.” Dat schreef NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte in een bericht naar Donald Trump. “Europa gaat ZWAAR betalen, zoals het hoort, en het zal jouw overwinning zijn.”
“De NAVO is de machtigste militaire alliantie in de geschiedenis van de mensheid. Het is zelfs machtiger dan het Romeinse Rijk. En machtiger dan het keizerrijk van Napoleon”, zo vertelde Rutte op 4 juni aan de wereldpers. Het zegt eigenlijk alles. Trump die zichzelf ziet als een soort nieuwe Napoleon die de wereld domineert, waarbij Europese leiders op hun knieën gaan en hun eigen democratie en soevereiniteit ondergeschikt maken aan de wil van de president van de Verenigde Staten van Amerika.
Democratisch debat
Tot voor kort besteedde België 1,3 procent van haar bbp aan defensie. Dat wilde men al optrekken naar 2 procent, of zo’n 13 miljard euro per jaar. Het geld daarvoor heeft men nog niet gevonden. “We weten nog niet hoe we de extra 4 miljard voor dit jaar zullen financieren om de 2 procent te kunnen bereiken”, zo verklaarde minister Prévot in De Afspraak.
Een verhoging naar 3,5 procent zou 24 miljard zijn. Dat is acht keer meer dan we jaarlijks uitgeven aan justitie, en dan hebben we de 1,5 procent in veiligheidsinfrastructuur nog niet meegerekend. Ter vergelijking: de meerwaardebelasting waarmee Vooruit wil verzekeren dat de regering ook de sterkste schouders aanspreekt, zal ongeveer een half miljard opbrengen.
“We kunnen nu eenmaal niet anders”, zo wordt dan vaak gezegd. “We maken deel uit van de club en dit is het lidgeld dat we moeten betalen.” Je kan je natuurlijk afvragen of een club waarin we allemaal moeten luisteren naar een pestkop die zich Napoleon waant, wel een club is waar we lid van willen zijn, maar het klopt ook niet dat de 5 procent-norm juridisch bindend is.
“Als soevereine staten zijn de bondgenoten niet verplicht hun beleid ondergeschikt te maken aan de gemeenschappelijke besluitvorming”, zo staat het in het Harmelrapport uit 1967, dat aangenomen is door de NAVO. Hoeveel we uiteindelijk investeren in bewapening is en blijft met andere woorden een politieke keuze waarover democratisch debat gevoerd dient te worden. Het zijn de vakbonden die samen met het brede middenveld dit democratisch debat afdwingen.
Het lijkt erop dat de regering ons allemaal voor dom aanziet. Dat ze kan herhalen dat we geen andere keuze hebben dan te besparen, en tegelijkertijd weg kan komen met het verhaal dat we eveneens geen andere keuze hebben dan miljarden uit te geven aan Amerikaanse wapens.
Gelukkig zijn de meeste mensen niet zo dom als de regering denkt. “Er zijn hier heel veel mensen aanwezig die op één van de regeringspartijen hebben gestemd”, zo vertelt een actievoerder. “Wat ze nu allemaal beslissen, hebben ze nooit gezegd voor de verkiezingen.” Zij zullen niet toestaan dat onze democratie in hun naam stap voor stap ontmanteld wordt.
Bron: DeWereldMorgen.be
by admin | aug 3, 2025 | Economie
Mieke Vogels, voorzitter van GroenPlus, blikt terug op de erfenis van de derde weg en werpt een kritische blik op het huidige sociale beleid. Ze ziet een samenleving ontstaan waarin zorg, werk en solidariteit onder druk staan – en pleit voor een koerswijziging.
Na de val van de Muur (1989) – het einde van het communisme – kiezen steeds meer sociaaldemocratische partijen voor de derde weg. Ze aanvaarden de vrije markt als basisprincipe van onze economie, mits de noodzakelijke sociale en ecologische correcties.
In België timmeren Frank Vandenbroucke (SP) en Guy Verhofstadt (VLD) aan hun derde weg: de ‘actieve welvaartsstaat’.
Het rechten-en-plichtenverhaal is geboren. Er komt meer nadruk op de individuele verantwoordelijkheid. Werk wordt gezien als de hefboom voor participatie en emancipatie, en als het beste middel om uit de armoede te raken. Iedereen moet dus aan het werk, zogezegd in het eigen belang. Het liberale riedeltje ‘Wie wil werken, vindt werk’ wordt gecorrigeerd door de sociaaldemocratie. Niet iedereen vertrekt met gelijke kansen, en daarom moet de overheid mensen helpen. Vandenbroucke gebruikte het woord ‘helpen’ veelvuldig. Vandaag wordt het – cynisch genoeg – door bijna alle ministers gebruikt als argument om rechten in te perken.
Een van de paradepaardjes van de derde weg is de arbeidsbemiddeling via VDAB. Extra opleidingen en begeleiding naar de arbeidsmarkt moeten iedereen aan een job helpen. Lukt dat echt niet, dan rest de werkloosheidsuitkering – een van de pijlers van de welvaartsstaat.
Deze regering beperkt nu die werkloosheidsuitkering tot maximaal twee jaar. Te veel mensen zijn te lang werkloos, klinkt het, dus is het binnen het rechten-en-plichtenverhaal tijd voor de stok: de werkloze wordt gestraft. Vanaf nu zullen de OCMW’s ‘helpen’ om leefloners te activeren.
Waarom is de VDAB er niet in geslaagd deze langdurig werklozen aan een job te helpen? Door die opdracht nu door te schuiven naar de OCMW’s, erkent de regering in feite het faillissement van de VDAB.
Wie zijn die moeilijk te activeren mensen? Zijn het werkonwilligen, of mensen die niet kunnen werken omdat ze ziek zijn, moeten zorgen voor een ziek of gehandicapt familielid, een verstandelijke beperking hebben, of het tempo van de markt niet aankunnen? Doen werkgevers eigenlijk wel voldoende moeite om mensen met een migratieachtergrond, laaggeschoolden of 55-plussers een kans te geven?
Deze regering is niet geïnteresseerd in de mensen achter de cijfers. Vragen zoals: hebben deze mensen een job die hen beschermt tegen armoede? Is die job ook een hefboom voor integratie of emancipatie? – die lijken niet meer relevant.
Op het moment dat steeds meer werkenden in armoede leven, en het aantal langdurig zieken nooit hoger was, verdwijnt het thema ‘kwaliteit van werk’ volledig van de agenda. De maatregelen van het zomerakkoord – nog meer flexi-jobs, ruimere openingsuren voor winkeliers, minder beloning voor nachtwerk, werken tot 67 zonder correctie voor zware beroepen – halen de kwaliteit van arbeid nog verder onderuit.
Ondertussen gooien federale en Vlaamse ministers de handdoek in de ring. Een professioneel antwoord bieden op de stijgende zorgvraag is volgens hen niet meer mogelijk. Voortaan rekenen we op de omgeving om die zorg op te vangen. De ambitie om de wachtlijsten weg te werken, wordt samen met de verzorgingsstaat ten grave gedragen. De meest gehoorde vraag bij ouderen is: wie zal er voor ons zorgen?
Het zou logisch zijn dat de regering maatregelen neemt om de gevraagde mantelzorg te erkennen en te ondersteunen. Maar wie vandaag kiest om zorg te verlenen, wordt in dit zomerakkoord niet beloond, maar net extra gestraft. Vermaatschappelijking van de zorg wordt zo synoniem met: ‘Trek je plan!’
We stevenen af op een ruwe en kille samenleving, waar eenzaamheid en ‘onwelzijn’ regeren. Recente cijfers van het Planbureau tonen aan dat de welvaart – het bruto binnenlands product per hoofd – sinds 2005 met 15 procent is toegenomen, terwijl het welzijn, de kwaliteit van leven, blijft dalen.
Het is tijd om de derde weg te verlaten.
De vrije markt als basisprincipe van onze economie houdt geen rekening met de draagkracht van mens en aarde. We moeten op zoek naar nieuwe wegen – wegen die leiden naar een hoopvolle toekomst en een warme samenleving.
Kwaliteit van leven is ons nieuwe kompas.
Mieke Vogels is voorzitter van GroenPlus.
Bron: DeWereldMorgen.be