by admin | aug 3, 2025 | Economie
Onder druk van Trumps dreigementen tekende Europa een handelsakkoord dat vooral veel slikken en weinig winnen betekent. Wat als “stabiliteit” wordt verkocht, is in realiteit een dure knieval die de EU nog meer tot economische vazal van Washington maakt.
Op papier lijkt het een succes: Europa en de VS sloten een akkoord dat een forse escalatie in de handelsoorlog vermijdt. Een tarief van 15 procent op Europese export vervangt de dreigende 30 procent.
Europa, dat eerst nog dreigde met tegenmaatregelen, tekende uiteindelijk zonder echt weerwoord. Von der Leyen noemt het een “goed akkoord”, dat “stabiliteit zal brengen”. Trump noemt het “de grootste deal ooit”.
Wie verder kijkt dan de retoriek ziet dat Europa vooral buigen en slikken heeft gedaan. Goede deals laat je niet tekenen onder dreiging van 30 procent importheffingen. Dan is het eerder chantage.
Achter de schermen heerst frustratie. Diplomaten betreuren dat Europa niet samen met landen als China tegengewicht bood. Voorstanders van een hardere aanpak, zoals Frankrijk en bepaalde EU-functionarissen, botsten op de voorzichtigheid van Commissievoorzitter Von der Leyen.
Zij vreesde voor verdere escalatie, ook op vlak van veiligheid en NAVO-verplichtingen. De afhankelijkheid van de VS, vooral voor militaire bescherming en steun aan Oekraïne, speelde een belangrijke rol in haar afwegingen.
Zwaktebod
Wat krijgt Europa in ruil voor die 15 procent? Voornamelijk zekerheid over de tarieven. Dat geeft bedrijven op het continent wat ademruimte, maar tegelijk ondermijnt de deal de Europese positie op de wereldmarkt.
De gemiddelde invoerheffing op Europese goederen was vóór Trump amper 1,5 procent. Nu is dat vertienvoudigd. De deal met Japan — ook 15 procent — toont dat de EU al lang geen bevoorrechte partner meer is voor de VS.
Zelfs het Verenigd Koninkrijk kon het op 10 procent houden. Europa mag dan groter zijn, het stelde zich zwakker op en kwam er ook zwakker uit. Dat is het pijnlijke verdict.
Europa moet zich niet alleen neerleggen bij hogere tarieven, het engageert zich ook om voor 750 miljard dollar aan Amerikaans vloeibaar gas en computerchips te kopen, plus 600 miljard dollar aan extra investeringen in de VS. Met miljarden euro’s koopt Europa goodwill in Washington — en speelt daarmee exact in Trumps kaarten. De man die Europa jarenlang “oneerlijk” noemde, krijgt nu exact wat hij wilde: een verzwakt Europa dat betaalt voor stabiliteit.
Een schijnbaar lichtpunt: de Europese auto-industrie ziet haar tarieven dalen van 25 naar 15 procent. Vooral Duitsland is daar tevreden mee. Trump presenteert dit als toegeving, maar het is gewoon een herpositionering: alle Europese producten krijgen 15 procent, ook auto’s.
Dat betekent niet dat de auto-industrie daar gemakkelijk mee wegkomt. 15 procent blijft een stevige belasting op export, zeker in een sector die al kampt met dalende marges en zware concurrentie van China en de VS.
Tweemaal gerold
Vanuit een – bewust – zwakke onderhandelingspositie en de dreiging van zware economische schade koos Europa zogezegd voor het minste kwaad. Maar het akkoord is vooral een teken van machteloosheid. De EU heeft zich laten rollen. Waar het vroeger een wereldspeler was, lijkt het nu vooral een speelbal van Trumps grillen.
Na het NAVO-akkoord, waarin Europa miljarden extra beloofde aan defensie-uitgaven, volgt nu een zware economische toegeving. Eerst het militaire schoothondje, nu de economische poedel.
Jarenlang klaagde Trump dat Europa te weinig bijdroeg aan de gezamenlijke defensie. Dat heeft hij weten om te zetten in klinkende munt: een defensiedeal van ‘vijf procent van het bbp’ — in de praktijk 3,5 procent — waarvan vooral de Amerikaanse wapenindustrie zal profiteren.
Geld voor de rijken
Waarom dringt Trump aan op zulke invoertarieven? Dat doet hij niet om de industrie van de VS te redden of uit liefde voor de arbeiders in de VS, maar wel om zijn begroting rond te krijgen.
De president wil zijn belastingverlaging voor de superrijken verlengen en uitbreiden, maar dat gat in de staatskas moet ergens gedicht worden. Die 15 procent importheffing op Europese goederen en tarieven op andere goederen uit het buitenland zijn gewoon een verborgen belasting. Geen belasting op winst of kapitaal, maar op consumptie.
De rekening wordt betaald door gewone gezinnen in de VS. Volgens economen zal het grootste deel van die heffingen bij de Amerikaanse consument terechtkomen in de vorm van hogere prijzen van ingevoerde goederen.
Eigen koers
Met deze deal wordt het duidelijk dat Europa steeds afhankelijker wordt van de VS, zowel militair als economisch. Tegelijk is die partner uiterst onvoorspelbaar.
Trump presenteert zich als een nationalist die enkel geeft om “America First”, en heeft al vaker deals teruggedraaid of regels eigenmachtig gewijzigd. Wat vandaag een akkoord lijkt, kan morgen alweer achterhaald zijn. Die onzekerheid is funest voor investeringen en voor stabiliteit van de wereldeconomie.
Het wordt dringend tijd dat Europa zijn rug recht en zijn lot in eigen handen neemt. Dat betekent: niet langer blindelings meelopen met de grillen van Washington, maar zelf een eigen onafhankelijke koers varen
Europa moet dringend nieuwe handelsakkoorden sluiten met andere economische landen en regio’s — denk aan India, China, Mercosur (Argentinië, Bolivia, Brazilië, Paraguay en Uruguay) en Afrikaanse landen — en zo zijn afhankelijkheid van de VS verkleinen.
Daarnaast is het hoog tijd voor een doortastende industriepolitiek, naar het voorbeeld van wat China decennialang heeft gedaan. Als we in Europa enkel de markt laten spelen, zullen we nergens geraken.
Een toekomstgericht plan en krachtige investeringen in infrastructuur, research en development en groene innovatie, zijn onontbeerlijk om ons te handhaven in de internationale rat race. De plannen om honderden miljarden te ‘verspillen’ aan wapens zullen ons daar niet veel bij helpen, integendeel.
Bron: DeWereldMorgen.be
by admin | aug 3, 2025 | Economie
Terwijl de rechterzijde pleit voor lagere loonkosten en het afschaffen van de index, worstelt een groeiend aantal Belgen om de eindjes aan elkaar te knopen. Dit artikel ontrafelt het conflict tussen de hoogste bedrijfswinsten ooit en de dalende koopkracht van de werkende bevolking.
Hoge lonen?
Vanuit het perspectief van de rechterzijde en de werkgevers verdienen Belgen teveel en moet de loonkost naar beneden. Er is zeker geen ruimte voor loonsverhoging, integendeel, volgens hen zijn er zelfs “ingrijpende maatregelen” nodig, “zoals het verkleinen van de loonkostenhandicap”.[1]
Daarbij wordt vaak gedacht in de richting van het afschaffen van de automatische loonindexering. De beslissing van de regering-De Wever om nachtarbeid minder te vergoeden kadert daar bijvoorbeeld in.
Vanuit hun perspectief is dat logisch, want er is een rechtstreeks verband tussen lonen en winsten. Het zijn communicerende vaten. Hoe lager de lonen, hoe hoger de winsten, en omgekeerd.
Zo berekende de studiedienst van de PVDA dat de laatste tien jaar de werkende bevolking gezamenlijk 13 miljard heeft verloren terwijl de patroons hun winsten met eenzelfde bedrag zagen toenemen.
Dat zijn misschien abstracte cijfers, maar die geldtransfer wordt ook gevoeld door de mensen in loondienst. Meer en meer mensen hebben het moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen, zo blijkt uit een recente studie. Eén op de drie Belgen (zo’n 30 procent) houdt niets over aan het einde van de maand en 14 procent haalt zelfs het einde van de maand niet.
Dat vertaalt zich bijvoorbeeld in het noodgedwongen opbergen van vakantieplannen. In België kan 1 op 5 van de gezinnen zich geen vakantie buitenshuis veroorloven, dat gaat over 2,5 miljoen Belgen. Voor mensen met een laag inkomen is dat zelfs meer dan 40 procent. Zij blijven thuis, niet omdat ze dat willen maar uit financiële noodzaak.
Grote boosdoener hierbij is de woonkost. Voor gewone huishoudens is vastgoed veruit de grootste uitgavepost, en die is de laatste jaren spectaculair gestegen.
Midden de jaren negentig kon een gemiddeld Belgisch gezin een doorsnee rijhuis kopen met ongeveer 3,5 jaarinkomens. Vandaag is dat ongeveer 10 jaarinkomens. Anders gezegd, voor een doorsnee gezin kost een huis in vergelijking met vroeger driemaal zoveel. Ook de huurprijzen zijn fel toegenomen.
Naar een 60-urenweek?
Bij heel wat mensen voldoet een loon blijkbaar niet meer om rond te komen. Zo vindt bijna de helft van de Belgen een extra inkomen noodzakelijk om rond te komen: 35 procent noemt het ‘noodzakelijk’ en 13 procent zelfs ‘zeer noodzakelijk’. Tel je daar de mensen bij die het ‘wenselijk’ vinden, dan vindt 70 procent een tweede inkomen belangrijk.
In mensentaal: tussen de 50 en de 70 procent van de werkende bevolking vindt zijn of haar loon te laag of de levensduurte te hoog. Dat zijn verbijsterende cijfers, die in schril contrast staan met het idee dat onze lonen te hoog zouden zijn.
Om toch voldoende koopkracht te verwerven nemen mensen een tweede of derde job. Uiteraard zijn er mensen die graag wat bijklussen om hun luxe te verhogen, maar voor steeds meer mensen is een tweede of derde job een noodzaak geworden.
Volgens de hoger vermelde studie heeft op dit moment een kwart van de 18- tot 64-jarigen al een tweede job. En één op de zes wil zelfs dit jaar nog starten met een extra job. Die ‘bijverdienste’ is meer en meer een flexi-job.
Het is geen toeval dat de (centrum)rechtse regeringen flexi-jobs promoten. Lage koopkracht en flexi-jobs zijn twee kanten van dezelfde medaille. De flexi-jobs zijn het lapmiddel om de te lage lonen te compenseren. Idem voor lage pensioenen en flexi-jobs. Maar dat gaat uiteraard ten koste van vrije tijd.
Terwijl steeds meer stemmen opgaan om te evolueren naar een 30-urenweek evolueren we geruisloos richting een 50 à 60-urenweek, of nog langer. Een goed evenwicht tussen gezin en arbeid alsook voldoende vrije tijd zijn basispijlers van de sociale welvaartsstaat. Zij worden op een sluipende manier onderuit gehaald.
Nepargumenten
De argumenten die de rechterzijde aanhaalt in verband met onze zogenaamde ‘loonkostenhandicap’ zijn fake. De loonkosten worden steeds minder belangrijk in het totale kostenplaatje van bedrijven. Rond de eeuwwisseling maakten loonkosten gemiddeld nog zo’n 18 procent uit van de totale bedrijfskosten. In 2022 was dat al teruggevallen tot 11 procent.
Dat betekent dat een loonsverhoging van 5 procent een product slechts 0,55 procent duurder maakt voor de producent. Dat is verwaarloosbaar.
Belgische bedrijven hebben overigens helemaal geen last van een zogenaamde loonkostenhandicap. De afgelopen jaren was de winstvoet van de Belgische bedrijven nooit zo hoog als vandaag. Maar winsten kunnen voor het bedrijfsleven nooit hoog genoeg zijn. Winstmaximalisatie is namelijk hun streefdoel en zij worden hierin gretig bediend door de rechterzijde.
Vanuit macro-economisch oogpunt zijn hoge lonen juist een motor voor de economie. Meer loon en hogere uitkeringen zorgen voor meer consumptie, wat de globale groei aanzwengelt. In de dertig jaar na de Tweede Wereldoorlog gingen stijgende lonen niet toevallig hand in hand met stevige economische groei.
Het neoliberale offensief vanaf de jaren tachtig zette de aanval in op de lonen — en tegelijk zakte zoals te verwachten was de groeivoet. Die is sindsdien nooit meer op het oude peil gekomen.
Gezien de ruk naar rechts van het zomerakkoord en de gigantische besparingen die op ons afkomen omwille van absurd hoge defensie-uitgaven, mogen we ons bij de begrotingsgesprekken na het zomerverlof aan een nieuwe aanval verwachten op de lonen.
Afspraak op 14 oktober voor de grote vakbondsbetoging.
Note:
[1] Aldus Pieter Timmermans, topman van het Verbond van Belgische.
De loonkostenhandicap verwijst naar het verschil in loonkosten per uur tussen België en zijn buurlanden (zoals Nederland, Duitsland en Frankrijk). Wanneer Belgische werkgevers meer betalen voor arbeid dan in die landen, spreekt men van een loonkostenhandicap. In die berekening wordt wel geen rekening gehouden met de productiviteit, die in ons land gemiddeld hoger ligt dan in de buurlanden.
Lees ook:
– Rijk worden in 2025? Vergeet hard werken, erf of zoek een rijke partner
– Zomerakkoord is ruk naar rechts: vakbonden woedend, patroons juichen
– Geen geld? Jaarlijks gaat 52 miljard steun naar bedrijven
– De verborgen schat: 13 miljard om lonen en pensioenen te redden
– Is vakantie ‘opium van het volk’?
Bron: DeWereldMorgen.be
by admin | aug 3, 2025 | Antipestteam
Een spel spelen waarvan je de spelregels niet kent? Dan ben je gedoemd te verliezen.
Absurdistan bestaat, en het ligt dichterbij dan je denkt.
Stel je voor: je weet al drie maanden dat je je woning moet verlaten. Na de eerste paniek besluit je het heft in eigen handen te nemen. Je zoekt actief naar een nieuwe plek.
Maar op de huurmarkt bots je op muren: torenhoge prijzen, kieskeurige eigenaars, en een aanbod dat nooit opweegt tegen de vraag. Eén makelaar laat je gewoon aan de deur staan. Een ander laat nooit meer iets van zich horen.
Je staat al jaren op een wachtlijst voor een sociale woning, maar daar lijkt niets te bewegen. De tijd tikt verder. Nog één maand te gaan. Je voelt het water aan je lippen komen. Je besluit hulp te vragen.
Op een affiche van een hulpverleningsorganisatie lees je: “Moet jij binnenkort je woning verlaten en weet je niet waar naartoe?” Ja. Dat ben jij.
Je bereidt je goed voor. Je hebt geen financiële hulp nodig — je hebt een inkomen. Wat je wél nodig hebt: een back-up als je geen woonst vindt, én een referentieadres zodat je niet uit het systeem valt.
Ervaringskennis is geen bijzaak
Je stapt met spanning over die hoge drempel. Voor het eerst in je leven vraag je hulp. Omdat je echt niet anders kunt. Het onthaal is vriendelijk. Je verhaal wordt aangehoord. Er wordt intern overlegd tussen verschillende bevoegde diensten.
Wat terugkomt, is verwarrend: Wie doet wat? Zijn de regels voor iedereen gelijk? En moet je in deze stad wonen of niet? Wat je wél meteen begrijpt: opvang kost vaak meer dan je kunt betalen. En als je dat niet ziet zitten, wordt dat genoteerd als een weigering.
Zonder dat je het weet, sluit je zo onbewust de deur naar latere opvang. Dat ontdek je pas op een dag dat je natgeregend, afgepeigerd en wanhopig aanklopt voor een bed. En er geen plek meer voor je is.
Wil je wél opvang? Dan moet je je geldbeheer afstaan. Ook als dat nergens voor nodig is. Alles wordt overgenomen. Je krijgt zakgeld. Je autonomie verdwijnt.
Een referentieadres? Dat krijg je pas als je ambtelijk geschrapt bent.
Van het kastje naar de muur
Wacht even. Je moet dus eerst je adres, en daardoor je rechten verliezen — je uitkering, je toegang tot zorg — voor je hulp mag krijgen? Het systeem dwingt je om eerst te vallen. En dan mag je hulp vragen om weer recht te krabbelen. Maar tegen dan ben je al veel verder van huis.
Ook dit kan: je slaapt een nachtje bij een vriend in een buurgemeente. Daardoor verlies je je toegang tot opvang in de stad. Want je ‘behoort’ niet meer tot het grondgebied. Alsof je dakloosheid een postcode heeft. Je wordt van het kastje naar de muur gestuurd.
Wat doen mensen dan? Ze moeten liegen. Omdat het systeem dat afdwingt. Om dat leugentje ‘op te vangen’, vraagt de hulpverlening dan om een foto van het bankje waarop je sliep. Of ze sturen een maatschappelijk werker langs voor een ‘huisbezoek’ aan je tent. Kafka wordt werkelijkheid.
Bij SAMEN PLANNEN vzw zien we elke dag hoe mensen verdwalen in deze logica.
Zoals Karen. Na een relatiebreuk wordt haar appartement verkocht. Ze heeft wat spaargeld en wil verhuizen naar Frankrijk. Maar ze moet nú haar woning uit, en tussen de verhuis naar het buitenland zitten nog enkele maanden, omwille van de praktische rompslomp. Ze vraagt een referentieadres. Voor de rest kan ze haar plan wel trekken, maar ze moet eerst uit het systeem geschrapt worden. Gevolg: ze verliest haar uitkering.
Of Bob. Al jaren dakloos. Om recht te hebben op ondersteuning moet hij bewijzen dat hij al zes maanden onafgebroken op de straten van de stad slaapt. Eén nachtje bij familie of vrienden in een ander dorp, en hij moet opnieuw beginnen.
Dit is onmenselijk. En totaal onlogisch. Mensen moeten navigeren in een systeem vol regeltjes, uitzonderingen, verschillende bevoegde instanties en absurde voorwaarden. Ze weten niet wat mag, wat telt, of wat hen uitsluit.
Ervaringsdragers
Een spel spelen waarvan je de spelregels niet kent, dat is vragen om verlies. En net dat is wat we dag na dag zien gebeuren.
Waarom kiest het beleid ervoor om mensen eerst te laten vallen om hen dan op te vangen tegen veel grotere kost? Waarom niet preventief, helder en menselijk ingrijpen? Een opvangsysteem dat vertrekt vanuit vertrouwen, in plaats van wantrouwen. Waar mensen geen dossiers zijn, maar mensen.
We pleiten voor een beleid dat luistert naar wie het zelf meemaakt. Naar wie worstelt, maar tegelijk oplossingen ziet.
En aan beleidsmakers: stel jezelf één simpele vraag. Als jij in een dergelijke situatie zou belanden. Of je zoon, je moeder, je beste vriendin, hoe zou je dan willen dat er met jullie werd omgegaan?
Ervaringskennis is geen bijzaak. Het is noodzakelijk.
Te vaak worden regels gemaakt door mensen die ze nooit zelf moeten ondergaan. De realiteit van dak- en thuisloosheid laat zich niet vatten in Excel-tabellen of vergadernota’s. Die realiteit leer je kennen door naast mensen te staan. Door te luisteren, niet te controleren. Door oplossingen mee te bedenken, niet van bovenaf op te leggen.
Ervaringsdragers, of beter: experts afgestudeerd met de grootste onderscheiding aan de Universiteit van het Leven weten waar het wringt. Ze weten wat wérkt en wat niet. Niet theoretisch, maar in de praktijk. Op straat, in opvang, in wachtkamers, in nachten zonder slaap.
Als we echt verandering willen, dan moet hun stem mee aan tafel. Nog meer dan vandaag. Niet als getuigenis achteraf, maar als actieve partners in het maken van beleid. Want beleid dat gemaakt wordt zonder hen, is vaak ook beleid dat mensen verliest.
Geef hen zeggenschap. Geef hen ruimte. Niet als uitzondering, maar als norm.
Alleen zo bouwen we een systeem dat niet van mensen vraagt om eerst te vallen, maar dat voorkomt dat ze überhaupt moeten vallen.
Eva Gilis is oprichter van SAMEN PLANNEN vzw
Bron: DeWereldMorgen.be
by admin | jul 13, 2025 | Varia
Een nieuwe maand, nieuwe maatregelen, wijzigingen van de wetgeving, enz.
Hierbij een kort overzicht.
- Meer betalen voor een gasketel
Vanaf nu betaal je meer voor een verwarmingsketel op gas. Minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) besliste dat de btw stijgt van 6% naar 21%. De stijging is enkel voor woningen ouder dan tien jaar en geldt ook voor ketels op stookolie en voor steenkool. Hierdoor zal je dus enkele honderden euro’s meer betalen voor een nieuwe gas- of stookolieketel. De minister wil hierdoor huishoudens stimuleren om te kiezen voor klimaatvriendelijkere brandstoffen. Op een warmtepomp blijf je gewoon 6% btw betalen.
Bovendien kan je geen Mijn VerbouwLening meer aanvragen voor de aanschaf van een gascondensatieketel. Wil je dus geld lenen voor een gasketel, dan moet je sinds 1 juli naar een reguliere bank stappen. Je kan dus niet meer genieten van de lage rentevoet van 1,5%. - Mijn VerbouwPremie verandert
Minister van Energie en Wonen, Depraetere (Vooruit) kreeg groen licht voor de hervorming van de Mijn VerbouwPremie. Deze facelift houdt drie belangrijke veranderingen in: de doelgroepen veranderen, de premiebedragen wijzigen en je kan voor minder werken een premie aanvragen.
Depraetere wil dat er meer middelen gaan naar de lage inkomensgroepen en creëert daarom een vierde inkomenscategorie. Bij de middelste en hoogste inkomenscategorieën (groep 2 en 1) snoept ze premiegeld weg, terwijl er meer gaat naar de lage en laagste inkomenscategorie (groep 3 en 4 ). Daarnaast legt ze de focus op werken die de woning energetisch verbeteren. Bepaalde premies zal je dus enkel krijgen als je isoleert. De premie voor binnenrenovaties en de aanschaf van een zonneboiler zijn geschrapt door de hervorming. - Geen 6% btw op sloop en heropbouw
Het Paasakkoord van de federale regering maakt eindelijk komaf met de onzekerheid over de btw op sloop en heropbouw. Projectontwikkelaars, sleutel-op-de-deur en andere bouwbedrijven zouden vanaf 1 juli 6% btw betalen op sloop en heropbouw in plaats van 21%. Maar deze hervorming staat momenteel on hold in de Kamer. De oppositie trekt naar de Raad van State om alle hervormingen, waaronder ook de beperking van de werkloosheid in tijd, onder de loep te nemen. Het is nog onduidelijk wanneer de 6% btw-regel wel zal ingaan. - Energieleveranciers vergelijken met QR-code
Je doet er altijd goed aan om de tarieven voor energieleveranciers te vergelijken. Zo kan je op jaarbasis toch enkele honderden euro’s besparen. Om het vergelijken makkelijker te maken, zal je factuur er vanaf nu iets anders uitzien. Via een QR-code op je factuur kom je op een webpagina die jouw contract vergelijkt met het aanbod op de markt. “Even eenvoudig als de nutriscore op voedingswaren: groen, oranje, rood”, klinkt het bij de VREG. - Saneringsplicht voor asbest versoepeld
Wie een woning wil verkopen met een asbestdak zonder dakgoot, moet de grond niet langer verplicht laten saneren. Bij een asbestdak zonder dakgoot zou bij regenval het asbest in de bovenste grondlaag terechtkomen. Dat dacht men tenminste jarenlang. Daarom dat je bij verkoop verplicht een bodemonderzoek moest laten uitvoeren. Uit een onderzoek blijkt nu dat de zogenaamde afdruipzones (de zones rond je woning waar geen dakgoot is) niet vol asbestvezels zitten. De saneringsplicht voor afdruipzones gaat dus op de schop. - Geen leningen meer via Brussels Woningfonds
Wie in Brussel een woning wil kopen of huren maar een bescheiden inkomen heeft, kan aankloppen bij het Woningfonds. Het Brussels Gewest en een aantal banken werken hiervoor samen om leningen, zoals het ECORENO-krediet, via het fonds mogelijk te maken. De nodige financiële steun van de banken blijft echter uit. Volgens het Woningfonds omdat banken een boodschap willen sturen naar de Brusselse politiek. Een jaar na de verkiezingen is er immers nog steeds geen volwaardige regering. Dus beslist Brussels minister van Financiën Sven Gatz (Open VLD) om geen nieuwe leningen meer toe te kennen.
Er is zo’n 50 miljoen euro te kort en daardoor kunnen Brusselaars al zeker tot eind dit jaar geen lening meer aanvragen bij het Woningfonds. Dat terwijl het aantal aanvragen elk jaar alleen maar stijgt. Gezinnen die al een lening hebben lopen en een bijkomend renovatiekrediet willen aanvragen, kunnen nog wel een lening krijgen. - Premie voor brandverzekering stijgt
Voor heel wat huishoudens zal de premie voor de brandverzekering stijgen. Dat komt doordat de ABEX-index steeg. Deze index geeft de evolutie van bouwprijzen weer. Stijgen de bouwmaterialen en de loonkosten in de bouw, dan stijgt de ABEX-index.
Omdat bij een schadegeval de huidige bouwkosten gelden, rekenen verzekeraars dit door in de premie. Hoeveel jouw premie zal stijgen, vraag je best op bij je verzekeraar. Bron: Livius
Niet vergeten: belastingbrief tijdig invullen
Opgelet: u hebt nog een paar dagen tijd om uw belastingaangifte in te dienen | De Standaard
by admin | jul 13, 2025 | Sectoren
De meer dan 134.000 huishoudhulpen in Vlaanderen en Wallonië krijgen meer loon. Vakbonden en werkgevers hebben daarover een akkoord bereikt.
Van de 1 euro duurdere dienstencheques gaat uiteindelijk 77 eurocent naar de huishoudhulpen. De verhoging geldt voorlopig alleen voor de werknemers in Vlaanderen en Wallonië, niet voor de Brusselse – “wegens geen regering”, aldus de vakbonden. De sociale partners vragen de Brussels regering in lopende zaken om de bedrijven de ruimte te geven om dezelfde loonsverhoging te realiseren voor het einde van het jaar.
Volgens de bonden komt 77 cent per uur bruto neer op een loonsverhoging van 6 procent. Voor een gemiddelde huishoudhulp gaat het volgens Issam Benali, federaal secretaris van ABVV, om bruto 77 euro extra per maand. “Bruto toch meer dan 900 euro per jaar”.
Al deze maand
De huishoudhulpen zullen de loonsverhoging al deze maand merken op hun loonbriefje. De verhoging geldt met terugwerkende kracht sinds maart. Om de periode van maart tot juli te compenseren, krijgen ze een eenmalige premie. Het akkoord voorziet ook in een aanmoedigingspremie in de vorm van een bijkomende vergoeding voor huishoudhulpen die tijdskrediet of thematisch verlof opnemen.
Vakbonden en werkgevers onderhandelen al vele maanden over meer loon voor de huishoudhulpen. Sinds januari kosten de dienstencheques 1 euro meer, maar de sociale partners vonden geen akkoord over de verdeling. De werkgevers argumenteerden dat met een bruto loonsverhoging van 1 euro inclusief de patronale lasten de werkelijke extra kosten op 1,70 euro uitkwamen.
Uiteindelijk krijgen de poetshulpen dus 77 cent bruto. Volgens de werkgevers houdt de loonsverhoging voor hen een totale loonkost van 1,30 euro in. De werkgevers hebben “diep in de eigen buidel” getast om tot een akkoord te komen, zegt werkgeversfederatie Federgon.
Hoog tijd
Het akkoord kwam er na bemiddeling van Vlaams minister van Werk Zuhal Demir (N-VA) en Waals minister van Economie Pierre-Yves Jeholet (MR). “Het is hoog tijd dat ook de poetshulpen een beter loon krijgen. Dikwijls gaat het bijvoorbeeld om alleenstaande vrouwen die elke euro kunnen gebruiken. We mogen niet vergeten dat heel wat Vlaamse gezinnen rekenen op hun wekelijkse poetshulp om zo hun eigen job te kunnen uitoefenen. Daarom krijgen de poetshulpen nu wat ze al lang verdienen: een netto loonsopslag, een inhaalpremie, en zicht op een hoger pensioen en meer vakantiegeld”, stelt Demir. Federgon zegt dat de aanwezigheid van de regionale overheden aan de onderhandelingstafel doorslaggevend was om tot een akkoord te komen. De werkgeversfederatie hoopt dat het tripartite-akkoord de regel wordt in de sector. “Een structurele dialoog tussen de verschillende overheden en de sociale partners wordt onmisbaar in een sector waar drie overheden elk hun eigen financiering en spelregels bepalen.”