De Vlaamse begrotingsmaatregelen treffen vooral gezinnen. Toch is dit slechts de eerste golf. Premier Bart De Wever bereidt een federaal begrotingsakkoord met veel snoeiwerk voor en ook de gemeenten moeten fors inleveren. De rekening wordt ons in etappes gepresenteerd.

De Vlaamse besparingsmaatregelen zullen we voelen. Vooral de (jonge) gezinnen worden getroffen. De geboortepremie wordt beperkt tot het eerste kind. De kinderopvangtoeslag wordt geschrapt, waardoor de crèche duurder wordt. De registratierechten op een woning worden opnieuw verhoogd. Dienstencheques worden duurder. De kinderbijslag wordt na het 23e jaar geschrapt. Enzovoort.

Dat waren de maatregelen die onmiddellijk in het oog sprongen nadat woensdag het begrotingsakkoord was bekendgemaakt. Ondertussen sijpelden nog andere beslissingen door. Ook op welzijn wordt bespaard. De diensten voor gezinszorg en aanvullende thuiszorg moeten inleveren. De steun waarmee huisartsen administratief personeel of verpleegkundigen kunnen aannemen, wordt geschrapt. Bij de cultuursubsidies wordt onder meer bespaard bij de bovenlokale musea en archieven. De Zoo van Antwerpen en Planckendael verliezen hun volledige werkingstoelage. Ook wetenschappelijk onderzoek krijgt minder geld.

Verder wordt 180 miljoen euro bespaard op de ambtenarij. De VRT moet 10 miljoen inleveren. Vervoersmaatschappij De Lijn krijgt minder geld dan eerder was beloofd. Ook de kmo-portefeuille  wordt geschrapt, zodat bedrijven niet langer subsidies krijgen om personeel op te leiden. Enzovoort.

Dat is wel wat. En allemaal om in Vlaanderen de zwarte nul te bereiken, een begroting in evenwicht. Premier Bart De Wever (N-VA) noemt dat al ‘pure zelfkastijding’ omdat Vlaanderen als enige regering in dit land een begrotingsevenwicht nastreeft.  

Maar het moet, zo herhaalt minister-president Matthias Diependaele (N-VA). We moeten de tering naar de nering zetten. Om onze kinderen en kleinkinderen niet op te zadelen met een hoge Vlaamse schuld. Om de rentelasten binnen te perken te houden. Om weerbaar te zijn voor volgende crisissen. En wie weet, ‘misschien hebben we straks zelfs geld om uit te delen omdat het beter gaat?’ aldus de minister-president.

Nog maar het begin

Dat de Vlaamse regering straks opnieuw geld zou uitdelen mag u geloven als u dat wilt, maar de volgende jaren zal het toch vooral inleveren worden. De Vlaamse besparingsmaatregelen zijn bovendien nog maar een begin van wat ons de komende weken en maanden te wachten staat. Van twee kanten zullen er nog ingrepen volgen, enerzijds vanuit de federale regering en anderzijds vanuit de steden en gemeenten. 

Premier De Wever houdt dit weekend een conclaaf en wil dat er snel een federaal begrotingsakkoord komt. Misschien wijst Frankrijk de weg, waar de premier net een begrotingsplan voorstelde. België zit immers in hetzelfde schuitje als onze zuiderbuur. Ons begrotingstekort bedraagt 5,2 procent van het bruto binnenlands product (bbp), het grootste in de eurozone. We verslaan daarmee nipt Frankrijk, dat op 5,1 procent uitkomt. Slechts vijf eurolanden hebben een staatsschuld van meer dan 100 procent van het bbp: Behalve België (108 procent) en Frankrijk (116 procent) zijn dat Spanje, Griekenland en Italië.

De Franse premier Sébastien Lecornu presenteerde donderdag het Franse ontwerp van begroting voor 2027. Het plan is ingrijpend: de regering mikt op 43 miljard euro aan nieuwe saneringsmaatregelen. De regering beschikt niet over een absolute meerderheid, zodat het voorstel tijdens de parlementaire behandeling nog kan worden aangepast. Maar de voorstellen kunnen tellen.

Het Franse plan leunt sterk op het afremmen van de uitgaven, het minder snel laten meestijgen van pensioenen en sociale uitgaven, het beperken van fiscale voordelen en een aantal gerichte belastingverhogingen. Zo worden de budgetten van de Franse ministeries in principe bevroren. Alleen voor een aantal prioritaire domeinen, waaronder Defensie, is er ruimte voor extra uitgaven. 

De Franse regering wil het aantal ambtenaren en andere personeelsleden bij de staat en overheidsorganisaties met ongeveer 1000 voltijdse equivalenten verminderen. Ook de lonen van de ambtenaren worden opnieuw bevroren. Pensioenen van meer dan 1260 euro per maand worden niet langer aangepast aan de inflatie. De suikertaks op dranken wordt uitgebreid naar sterk bewerkte voedingsmiddelen met een hoog suikergehalte en moet 300 miljoen euro opleveren. Enzovoort. 

Benieuwd welke richting het bij ons zal uitgaan en of de maatregelen  even ingrijpend zullen zijn. De Franse premier heeft in elk geval begrepen dat er serieus moet worden ingegrepen ‘om het rotten te stoppen’, zoals onze premier dat ooit plastisch verwoordde. 

Gemeenten zullen aankloppen

Ook van de steden en gemeenten mogen we het een en ander verwachten. Ze zagen bepaalde kosten sterk stijgen. Zo moesten de lokale besturen steeds meer betalen voor de pensioenen van hun statutaire ambtenaren. Ze moesten een belangrijk deel van de lokale politie financieren en ook de brandweer wordt duurder. Samen met hun OCMW’s dragen ze bovendien steeds grotere uitgaven voor sociale dienstverlening, zeker nadat de federale regering de werkloosheidsuitkeringen beperkte in de tijd. 

Bovendien zagen de steden en gemeenten sommige inkomsten wegvallen of verminderen, bijvoorbeeld dividenden uit de energiesector. Daar komt nu nog bij dat de Vlaamse regering beslist heeft om de groei van het Gemeentefonds af te remmen. Met dat fonds sluist Vlaanderen geld door naar de steden en gemeenten, die dat vrij kunnen besteden. Het Gemeentefonds zou in totaal bijna 1 miljard euro minder uitkeren dan eerder was beloofd.

Concreet is het gevolg dat Antwerpen de komende vijf jaar samengeteld 276 miljoen euro minder ontvangt, Gent 134 miljoen, Leuven 20 miljoen, Oostende en Sint-Niklaas elk ruim 16 miljoen. De kleinere gemeenten verliezen allemaal samen 400 miljoen euro. Dat komt vooral hard aan bij de steden die al met grote schulden kampen en die eerdere aanbevelingen om hun begroting op orde te brengen in de wind sloegen. Gent is daarin koploper. 

De steden en gemeenten staan dan ook voor moeilijke beslissingen. Ze kunnen de belastingen verhogen, besparen of een combinatie van beide doorvoeren. Ook dat zullen we op vele terreinen en uiteindelijk in onze portemonnee merken.

Hapsnapbeleid

Dat er iets moest gebeuren, wordt al jaren gezegd en geschreven. Zonder serieuze inspanningen dreigt vanaf 2030 de rentesneeuwbal aan het rollen te gaan. België zou dan zelfs moeten lenen om de rente op de bestaande schuld te betalen en ziet zijn schuld dan verder uit de hand lopen.

Natuurlijk kan worden gediscussieerd over de vraag of al die besparingsmaatregelen en nieuwe belastingen de juiste zijn, of de lasten eerlijk verdeeld zijn en of ze de economische groei niet fnuiken. Dat belangrijke debat is nu ook aan de gang. 

Maar misschien is een andere vraag nog veel belangrijker: welke visie zit er achter al die ingrepen? Dat blijft vaak onduidelijk. Ook het Vlaamse begrotingsakkoord illustreert dat. De maatregelen geven de indruk dat er een hapsnapbeleid wordt gevoerd.

Het klinkt belegen, maar het blijft waar: voor er in de uitgaven wordt gesneden of nieuwe belastingen worden ingevoerd, zou eerst een kerntakendebat moeten worden gevoerd. Waarvoor bestaan onze overheden? Wat moeten ze doen? Waar moeten ze belastinggeld aan besteden en waaraan niet? Over die fundamentele vragen gaat het nauwelijks.

Vandaag zien we vooral: veel ingrepen, weinig richting. Veel cijfers, weinig verhaal. De mikmak aan maatregelen drijft niet alleen experten, maar ook de burgers tot wanhoop: wat overkomt ons allemaal? Wat is het plan? Waar gaan we naartoe?

Mensen kunnen begrijpen dat er bespaard moet worden. Maar als er geen perspectief wordt geboden, kan budgettaire orthodoxie snel omslaan in maatschappelijke onvrede. Dan dreigt de begrotingsdiscipline niet alleen een economische, maar ook een maatschappelijke rekening te krijgen.

Bron: Knack.be