Met de prijsverhoging van de dienstencheques denkt de Vlaamse regering 170 tot 300 miljoen euro per jaar te besparen. ‘Onrealistisch’, reageren werkgevers en vakbonden. ‘Klanten zullen afhaken, jobs en werkuren gaan verloren en de poetshulpen naar een andere job leiden is arbeidsintensief en allesbehalve vanzelfsprekend. De maatregel dreigt meer te kosten dan hij opbrengt.’
Sinds de aankondiging van de prijsverhoging van de dienstencheques, van 10 naar 12 euro per stuk, houden bedrijven en vakbonden in de sector hun hart vast. ‘We vingen al signalen op van poetshulpen die klanten dreigen te verliezen. Vooral voor gepensioneerden en jonge gezinnen lijkt dit de prijsverhoging te veel’, zegt Sarah Mebis, federaal secretaris van ABVV Dienstencheques.
‘De Vlaamse regering noemt het een besparing, maar door het dalende aantal poetshulpen loopt de staatskas miljoenen mis’, zei Steve Vandenberghe van sectorfederatie Domiva eerder deze week bij Trends. Met de prijsverhoging rekent de Vlaamse regering op een besparing van 170 tot 300 miljoen euro. Maar daartegenover staat volgens Vandenberghe een verlies van 391 miljoen euro per jaar aan sociale bijdragen, personenbelasting en extra uitkeringen.
De vakbonden gaan akkoord met die analyse. De meest recente prijsverhoging had al een duidelijk effect op het gebruik van de cheques. Begin 2025 werd een uur huishoudhulp in één klap 2,80 euro duurder – de prijs van de cheques ging toen van 9 naar 10 euro en de belastingaftrek van 1,80 euro verdween. Het gevolg? 23.000 gezinnen haakten af.
Dat had een impact op de tewerkstelling. In De Standaard bevestigde Jasper Hubeau, directeur-generaal van de statistische dienst van de RSZ, dat er eind vorig jaar 3000 huishoudhulpen minder aan de slag waren. Ook Hubeau verwacht dat die daling voortgaat na de nieuwe prijsverhoging.
Shockeffect
Mebis vreest zelfs voor een shockeffect in januari. ‘Toen de vorige prijsverhoging werd doorgevoerd, bevond de sector zich nog in een comfortabele situatie. Er waren nog wachtlijsten en als er een klant wegviel, dan werd die gewoon vervangen door een nieuwe. Maar die wachtlijsten zijn er niet meer – integendeel. De meeste dienstenchequebedrijven moeten nu harder zoeken naar klanten dan naar poetshulpen. De Vlaamse regering gaat trouwens zelf uit van 10 procent jobverlies omdat er minder dienstencheques gebruikt zullen worden.’
Op dit moment weet niemand hoeveel huishoudhulpen precies hun job zullen verliezen. Maar de Vlaamse minister van Werk Zuhal Demir(N-VA) en minister-president Matthias Diependaele (N-VA) zien geen onoverkomelijke problemen.
In Het Laatste Nieuws kreeg die laatste de vraag of de prijsverhoging aan het einde van de rit niet meer zou kosten dan opbrengen, gezien het verwachte banenverlies. In zijn repliek wees de minister-president erop dat de Vlaamse regering een plan heeft om die mensen te begeleiden. ‘In een rusthuis en in de kinderopvang moet er ook gepoetst worden. En we kijken naar opleidingen en doorgroeimogelijkheden’, aldus Diependaele.
Zorgsector
Minister Demir beseft, aldus haar woordvoerder Olivier Van Raemdonck, dat de heroriëntering van huishoudhulpen niet vanzelfsprekend is. Maar dat het duurder zou uitvallen dan het dienstenchequesysteem met de huidige prijzen behouden, spreekt hij tegen. ‘Het sop zal hoe dan ook de kool waard zijn. We kunnen uiteraard niet garanderen dat iedereen die zijn job verliest een andere baan zal vinden. Maar het zou van fatalisme getuigen om er bij voorbaat al van uit te gaan dat het niet zal lukken. Het is trouwens de kerntaak van de VDAB om mensen met een moeilijker profiel te activeren. We hebben ook afspraken gemaakt met minister van Welzijn Caroline Gennez (Vooruit), want in de zorg zijn er overal handen te kort. Mogelijk kan een aantal poetsvrouwen en -mannen in die sector terecht. We bekijken in ieder geval de mogelijkheden en zullen niemand aan zijn lot overlaten.’
Dat getuigt van weinig realiteitszin, vinden de vakbonden. ‘Huishoudhulpen hebben vaak een zekere afstand tot de arbeidsmarkt’, benadrukt Mebis. ‘Die zijn niet zomaar elders inzetbaar, zelfs niet met intensieve begeleiding. Een groot deel van de huishoudhulpen is van buitenlandse origine, vaak kennen ze weinig Nederlands. En velen zijn alleenstaande ouder. Soms kiezen zij bewust voor de sector van de dienstencheques omwille van de combinatie met hun gezinsleven. Dat maakt een overstap naar, bijvoorbeeld, de zorgsector allesbehalve vanzelfsprekend, want de werkuren daar zijn moeilijker te combineren met kinderen. Als doorstromen naar een andere job zo makkelijk was, dan hadden veel huishoudhulpen dat trouwens al lang gedaan. Vergeet niet dat het systeem net een springplank wilde bieden naar niet-gesubsidieerde tewerkstelling.’
VDAB-woordvoerder Lies Reynaert bevestigt dat poetshulpen die werken met dienstencheques vaak een moeilijker arbeidsmarktprofiel hebben. ‘Nu hebben wij wel ervaring met het heroriënteren van mensen naar een nieuwe job, ook mensen die kwetsbaarder zijn. Dat maakt deel uit van onze dienstverlening, wij hoeven daarvoor zelfs niet te wachten op de Vlaamse regering die een “taskforce” zal opzetten om voorbereid te zijn op de mogelijke ontslagen.’
‘We kunnen poetshulpen helpen met het omscholen naar een andere job of een andere sector. Wanneer iemand in de zorg aan de slag wil, bijvoorbeeld, kijken wij of dat haalbaar is. In ieder geval kan zo’n traject lang duren. Zo kun je als logistiek medewerker in de zorg starten, om dan later door te groeien naar zorg- of verpleegkundige. Hoe dan ook is dergelijke begeleiding arbeidsintensief’, benadrukt Reynaert.
Minder uren
Mebis wijst op een ander, minder visibel effect van de prijsverhoging. ‘Heel wat huishoudhulpen zullen niet meteen volledig werkloos worden, maar wel uren verliezen. Ik sprak onlangs met iemand die eerst voltijds werkte en nu nog maar 32 uur poetst. Daar heeft ze niet zelf voor gekozen, maar het heeft wel een impact op haar inkomen, dat al niet royaal was.’
‘In principe moeten werkgevers de uren die contractueel zijn afgesproken wel vergoeden, maar in de praktijk wordt dan vaak tijdelijke werkloosheid ingeroepen. Of mensen moeten onbetaald vakantie nemen of de contracten worden aangepast. Wij zullen onze leden er nu op wijzen dat ze niet verplicht zijn om zomaar akkoord te gaan met een vermindering van hun werkuren. En we werken ook aan andere acties tegen de plannen van de Vlaamse regering, maar hoe die er precies zullen uitzien, kan ik nog niet zeggen.’
Bron: Knack.be
