“Ik zou in deze moeilijke tijden geen jongere willen zijn.” Dat zei onderwijsminister Zuhal Demir (N-VA) bij de start van het schooljaar in ‘De afspraak’. Jongeren van vandaag hebben het zwaarder dan jongeren van vroeger, stelde ze. Maar is dat ook echt zo?
“Heel eerlijk: ik zou vandaag geen jongere willen zijn. Dat is moeilijk in deze tijd.” De uitspraak van minister Zuhal Demir lijkt gebaseerd op een gevoel, maar wordt wel degelijk ondersteund door een groeiend aantal internationale studies. “Er zijn intussen veel data die overtuigend aantonen dat gevoelens van angst, stress en depressie stevig zijn toegenomen sinds ongeveer 2010”, zegt Bart Soenens, professor ontwikkelingspsychologie aan de UGent. “De opwaartse trend was al zichtbaar voor corona, maar de pandemie heeft wel voor een versnelling gezorgd. We zien dat de klachten nog meer uitgesproken stijgen bij meisjes dan bij jongens, maar in de beide groepen zien we historische toenames.”
Onder meer de resultaten van de Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) studie, een grootschalig onderzoek dat om de vier jaar de gezondheid van 15-jarigen in tientallen hoge-inkomenslanden meet, tonen aan dat jongeren steeds meer kampen met terugkerende – lichamelijke en psychologische – klachten die gelinkt kunnen worden aan mentaal welzijn (zie hieronder). Ook The Lancet Psychiatry commission klonk al in 2024 behoorlijk alarmistisch over de wereldwijde verslechterende mentale gezondheid bij jongeren tussen 12 en 25 jaar.
Wereldwijd stijgen aantal klachten gelinkt aan mentaal welzijn bij 15-jarigen (HBSC-studie)
Maar wat veroorzaakt die toegenomen klachten van somberte, prikkelbaarheid en angst? Lange tijd werd vooral naar schermen en sociale media gekeken. “De klassieke aanname was dat het verhoogd gebruik van schermen sinds 2000 achter die mentale gezondheidsepidemie zat”, zegt Soenens. “Maar dat kan moeilijk de enige of belangrijkste oorzaak zijn. Als je de internationale onderzoeksliteratuur bekijkt, is het verband tussen sociale media, schermtijd en mentale gezondheidsproblemen vrij beperkt. Er zijn wel bepaalde overgangsperiodes in een jongerenleven waarin het verband sterker naar voren komt. Maar ook daar gaat het niet om een huizenhoog effect.”
Vandaar dat maatregelen zoals een smartphoneverbod volgens Soenens slechts bescheiden winsten opleveren. De argumenten pro waren dat de concentratie zou toenemen, het welbevinden zou stijgen en er meer sociaal contact op school zou zijn. De eerste resultaten van een onderzoek door Soenens’ vakgroep naar de gevolgen van het smartphoneverbod, geven daar geen aanwijzingen voor. “Ze laten bitter weinig verschil zien op het vlak van mentale gezondheid. Een verbod kan dus wel bepaalde zaken veranderen, maar je mag er niet van uitgaan dat daarmee het probleem van mentale klachten bij jongeren wordt opgelost.” Soenens ziet sociale media en schermen eerder als een brandversneller van andere, onderliggende oorzaken.
Prestatiedruk
Een factor waarover academici het wel steeds meer eens geraken, is de toegenomen druk rond schoolse prestaties. “Op school zit er vandaag heel veel druk op de ketel. Jongeren ervaren hoge verwachtingen en een sterk gevoel van moeten. En juist die ervaren druk correleert sterk met mentale gezondheidsproblemen”, zegt Soenens.
Ook het HBSC-onderzoek toont dat de ervaren druk op schoolwerk de voorbije twintig jaar systematisch is toegenomen. Vooral meisjes in gendergelijke landen ervaren die druk sterk. “Het lijkt alsof meisjes voelen dat ze moeten excelleren op intermenselijk, relationeel vlak, een domein waar ze sowieso sterk op geacht werden. Maar ook op alle andere vlakken, juist omdat het allemaal kan en de drempels zijn weggenomen.”
“In Nederland is de ervaren druk door schoolwerk in de afgelopen twintig jaar maar liefst verdrievoudigd”, zegt Gonneke Stevens, hoogleraar jongerenwelzijn aan de Universiteit Utrecht. Zij wijst ook op toegenomen individualisme en materialisme, competitie en onrealistische verwachtingen van ouders. “We zien in Nederland bijvoorbeeld dat het bedrag dat ouders aan bijlessen uitgeven, is toegenomen. De bevolking geraakt steeds hoger opgeleid, de status en het belang van het behalen van een hoog diploma is toegenomen. Wie vroeger heel goeie punten wilde halen, liep daarmee niet te koop. Maar tegenwoordig is cum laude afstuderen belangrijker geworden.”
Jongeren zijn ook meer perfectionistisch geworden, zeggen beide hoogleraren. Soenens maakt een onderscheid tussen ‘prestatiegericht perfectionisme’ – de lat extreem hoog leggen om de perfectie te bereiken – en ‘zelfkritisch perfectionisme’, waarbij je jezelf genadeloos afrekent als je niet aan die hoge eisen voldoet. “Die laatste vorm wordt traditioneel veel sterker in verband gebracht met mentale problemen zoals faalangst en depressie. En we zien dat net die zelfkritische vorm het hardst in de lift zit.”
Onderzoekers vonden daarnaast een verband met de economische situatie. In tijden van economische stilstand wordt de zelfopgelegde prestatiedruk groter, bijvoorbeeld omdat jongeren het gevoel hebben dat de plekken op de arbeidsmarkt schaars zijn. Inkomensongelijkheid lijkt dan weer samen te hangen met meer zelfkritiek. “Als mensen het gevoel krijgen niet mee te zijn met het peloton gaan ze hun eigenwaarde ook een stuk lager inschatten.”
‘Sneeuwvlokjesgeneratie’
Is het dan niet nefast of zelfs contradictorisch dat rond de PISA-resultaten een heel discours hangt in media en politiek over het niveau dat erg is gedaald en de lat die omhoog moet? “Niet noodzakelijk”, stelt Soenens. “Op zich mag de lat omhoog, alleen weten leraars soms niet hoe ze dat op een motiverende manier kunnen doen. Ze zouden meer opgeleid kunnen worden om gezonde ambitie te bevorderen, zonder gewoon de druk te verhogen. Maar over het thema motivatie blijft het beleid vandaag erg stil. Dat gaat een stuk over hoe je mensen motiveert, hoe je doelen bereikt, zonder gewoon de druk te verhogen. Dat zie je ook in dat smartphoneverbod: scholen duwen het erdoor, maar er is weinig sprake van dialoog of begeleiding waardoor het motivationeel draagvlak ontbreekt.”
Jongeren spreken vandaag vlotter over mentale kwesties dan in de jaren 80 of 90. Kan al dat praten psychische klachten ook in de hand werken? “Er is meer aandacht voor mentale issues, maar de klachten zijn wel echt”, reageert Soenens, die zich verzet tegen het clichébeeld van de zogenaamde ‘sneeuwvlokjesgeneratie’, een fragiele generatie. “De cijfers zijn beenhard: de jeugdhulp telt meer opnames en langere wachtlijsten.” Ook de suïcidecijfers bij jonge vrouwen tussen 15 en 29 jaar zijn in 2021 in Vlaanderen gestegen en sindsdien niet gedaald. In verschillende andere landen wordt dezelfde verontrustende evolutie gezien.
Verlangen
En wat met de rol van ouders in dit alles? Die lijkt ingewikkeld te zijn. Enerzijds is er vandaag meer openheid om moeilijke gevoelens te bespreken, en dat helpt tegen mentale gezondheidsproblemen. Soenens: “Ouders doen dus veel zaken goed, maar toch neemt bij jongeren tegelijk het gevoel toe dat ouders perfectionisme van hen verlangen. Het moet verder onderzocht worden, maar het zou wel kunnen dat die grote betrokkenheid van hedendaagse ouders jongeren net het gevoel geeft dat ze hen zeker niet willen teleurstellen.”
Jeugdpsychiater Peter Adriaenssens pleit voor een hoopvol toekomstbeeld voor jongeren. Hij reageert daarmee rechtstreeks op de woorden van onderwijsminister Zuhal Demir (N-VA). “Volwassenen kijken beter uit met dat soort uitspraken, we hebben de plicht om een beloftevolle wereld te schetsen. In plaats van te zeggen dat AI alle jobs zal vernietigen, kan je ook benadrukken dat we nieuwsgierig zijn naar hoe jongeren met die technologie de wereld zullen vormgeven.”
Hetzelfde geldt voor het klimaat of voor onderwijs. Nu horen ze van ouders en grootouders te vaak: ‘Je zal geen woning meer kunnen kopen, er zal geen pensioen meer voor u zijn…’. Dat hakt er volgens Adriaenssens in. “We zien jongeren die nu al zeggen dat ze weinig argumenten vinden om te studeren omdat ze niet meer weten waarvoor het goed zal zijn. Het is logisch dat volwassenen niet goed om kunnen met onzekerheid en veranderingen, maar we mogen jongeren niet de put in praten. Een hoopvolle boodschap is broodnodig.”
Jelle (16) en Lila (16) voelen druk om continu te presteren: “Ik heb soms buikpijn van de stress”
Elke dag een toets en weinig tijd voor hobby’s. De druk om continu te presteren laat zich ook voelen in Vlaamse klassen. Dat blijkt uit de ‘Grote Scholierenbevraging’ van de Vlaamse Scholierenkoepel bij 34.288 leerlingen. Mentale gezondheid kwam daarbij als dé topprioriteit naar voren: 48 procent vindt dat minister Zuhal Demir daar in de eerste plaats werk van moet maken.
Voor Jelle Huwé (16) is dat geen abstract probleem. Hij zit in het vijfde jaar wiskunde-wetenschappen in het GO! Atheneum Geraardsbergen. “Op school is het nu al heel zwaar, ik heb soms buikpijn van de stress.” Al van jongs af is hij geïnteresseerd in wetenschappen en wiskunde, STEM-vakken boeien hem enorm. “Ik wil later graag in de medische wereld werken, het is een doel van toen ik 12 was, dus als dat toch niet zou lukken, dan zou ik daar wel enorm van afzien.”
Na acht uur school begint Jelle vaak meteen opnieuw te studeren. Ontspannen lukt moeilijk als er een grote toets aankomt. “’s Avonds in bed blijf ik tot laat samenvattingen lezen, terwijl ik eigenlijk moet slapen. Maar de angst om te falen houdt me bezig.” Hij legt zichzelf ook druk op. “Ik wil niet onder de 70 procent scoren. Dat is niet omdat mijn ouders die eisen stellen, maar omdat ik zelf die punten wil halen.” Op school hoort hij van leerkrachten regelmatig hoe belangrijk goede resultaten zijn. “Het vijfde middelbaar is moeilijk, jullie moeten veel studeren, anders ga je er niet geraken”, klinkt het dan.
Veel evaluaties
Ook Lila Nouhass (16) zit in het vijfde middelbaar, in de richting Grieks-Latijn van het Koninklijk Atheneum van Zottegem. Ze gaat graag naar school. “Ik vind les volgen tof, ik ben gemakkelijk geïnteresseerd.” Maar de vele evaluaties maken het volgens haar steeds moeilijker. “We hebben elke dag van de week een toets, over kleine dingen, soms meerdere per dag zelfs, en dat is zwaar. Al die evaluaties en toetsen doen soms de kern van waar we mee bezig zijn, het plezier ook, wegvallen.”
Volgens Lila weten leerkrachten onvoldoende van elkaar hoeveel werk ze geven. Ook de examenroosters waren niet altijd evenwichtig. “Ik leg daarvoor niet graag de schuld bij leerkrachten, ik denk dat hun beroep al moeilijk genoeg is, maar de druk gaat bij ons dan wel enorm de hoogte in.”
Jelle herkent dat. “Leerkrachten geven vaak taken en toetsen extra, maar weten niet van elkaar hoeveel ze ons vragen. En soms lukt presteren gewoon niet, maar daar heeft niemand oren naar.” Hij kent leerlingen die door de stress zijn gestopt met school en hun diploma via de examencommissie proberen te halen. Een vriendin gaat naar de psycholoog wegens faalangst.
De druk heeft ook gevolgen buiten de schooluren. Jelle heeft nauwelijks ruimte voor een hobby. “Ik ben wel actief in de Scholierenkoepel, maar dan zit het vol.” Hij kent klasgenoten die hun hobby hebben opgegeven omdat ze die niet meer konden combineren. Volgens Lila kan wie wil op zondag vlot naar de jeugdbeweging, maar veel meer ruimte is er niet. Ze kent een vriendin die op hoog niveau turnt en vaak laat moet studeren om alles rond te krijgen.
Niet teleurstellen
Lila’s ouders zijn erg betrokken. Haar moeder kijkt dagelijks op Smartschool naar haar resultaten. Voor wiskunde krijgt Lila bijles. “Als ik eens een slechtere toets maak, gaat ze daar niet aan blijven hangen. Soms kom ik thuis na een grote toets van Latijn en dan zeg ik: ‘Nu kan ik niet meer.’ Maar over het algemeen lukt het zeker nog.” Ze studeert voor zichzelf, maar wil ook haar ouders trots maken. “Het zijn goeie ouders, dus je wil ze niet teleurstellen.”
Lila wil eerst Grieks-Latijn afwerken en daarna rechten studeren. “Ik heb een plaatje gevormd in mijn hoofd, dat is misschien een beetje perfectionistisch.” Als ze zou moeten blijven zitten, zou dat haar zelfbeeld aantasten, denkt ze. Ze heeft vrienden die vanuit de doorstroomfinaliteit moesten overstappen naar de arbeidsmarktfinaliteit. “Dat was wel heftig.”
Ze denkt ook na over financiële zekerheid. “Ik wil geen studierichting volgen waarmee je weinig verdient. Dan maak je het jezelf en je kinderen lastig.” Ze ziet die bekommernis ook bij leeftijdsgenoten: mooie auto’s, huizen en vooral veel geld verdienen. “Velen zijn niet altijd bezig met het volgen van hun interesse, maar willen vooral dat er een grote hoeveelheid geld binnenkomt.”
Bron: Nieuwsblad.be