by admin | apr 5, 2021 | Varia
• De KBC-Plusrekening 30 procent duurder
De KBC-Plusrekening, waarvoor 80 procent van de KBC-klanten kiest, wordt 30 procent duurder en zal dan 3,25 euro per maand kosten. Voor klanten tot 24 jaar blijft die formule gratis.
Bij de aankondiging wees de bank-verzekeraar erop dat de vorige prijsverhoging al dateert van september 2019 (toen van 2 naar 2,5 euro per maand), en dat het tarief daarvoor vijf jaar onveranderd was gebleven. “Wij investeren voortdurend in digitalisering en beveiliging. We moeten ook steeds complexere en sneller wijzigende reglementering opvolgen”, klonk het.
KBC bouwt ook de mogelijkheid af om papieren rekeninguittreksels te krijgen. De meeste klanten gebruiken al de mogelijkheid om de afschriften gratis digitaal te krijgen, zegt de bank. KBC schakelt de afdrukfunctie voor uittreksels in de selfbankzones vanaf 1 april uit.
Voor klanten die niet digitaal actief zijn, blijven papieren uittreksels mogelijk via de post. Dat zal wel een stuk meer kosten: 2,5 euro per maand voor een maandelijkse verzending of 25 euro voor een dagelijkse verzending. Nu is dat nog respectievelijk 1,7 en 15 euro per maand voor zichtrekeningen en gratis voor spaarrekeningen. Voor sommige groepen, zoals 80-plussers, minderjarigen, handelsonbekwame personen en blinden- en slechtzienden, neemt KBC die kosten op zich.
• Nieuwe blauwe pmd-zak in heel Vlaanderen
Vanaf 1 april zal in alle 300 Vlaamse gemeenten de nieuwe blauwe pmd-zak worden gebruikt. Brussel stapte begin dit jaar al over, Wallonië is na de zomer aan de beurt. In de nieuwe blauwe zak, of p+md-zak, die geleidelijk aan werd ingevoerd sinds medio 2019, mogen behalve plastic flessen, blikjes en drankkartons nu ook onder meer botervlootjes, yoghurtpotjes, plastic folies en films.
Bij de volledige uitrol verwacht Fost Plus, de organisatie voor de inzameling en recyclage van huishoudelijk afval in België, 8 kilogram extra pmd-afval per inwoner per jaar op te halen, zegt woordvoerder Valerie Bruyninckx. In 2019 werd per inwoner gemiddeld 15 kilogram pmd opgehaald. Het totale gewicht van het pmd-afval per jaar stijgt van ongeveer 160.000 ton per jaar naar 260.000.
Fost Plus maakt zich sterk zowel de Europese als de strengere Belgische doelstellingen voor de ophaling van plastic te zullen halen. Europa verwacht 50 procent recyclage tegen 2025, België 65 procent tegen 2023.
• Premiesysteem voor thuisbatterijen wordt bijgestuurd
Door de invoering van de digitale meter vragen veel mensen met zonnepanelen zich af of het nog de moeite loont om te investeren in een thuisbatterij om zo overtollige stroom op te slaan. Volgens Vlaams minister van Energie Zuhal Demir (N-VA) bieden thuisbatterijen zeker voordelen. Zo kunnen mensen niet alleen overtollige productie tijdelijk opslaan (en zo hun rendement verhogen), maar helpen batterijen ook om investeringskosten aan het elektriciteitsnet te beperken.
De Vlaamse regering gaat het huidige premiesysteem voor thuisbatterijen wel bijsturen. Nu krijgen mensen nog 250 euro per kilowatuur (kWh) met een maximum van 3.200 euro. Vanaf april gaat het basisbedrag per kilowatuur naar 300 euro voor de eerste 6 kWh. Wie een grotere installatie heeft, krijgt bijkomend 250 kWh van 6 tot 9 kWh. Het plafond van de premie wordt wel verlaagd van 3.200 euro naar 2.550 euro. Voor een standaardbatterij van 8 kWh betekent dat concreet dat het premiebedrag stijgt van 2.000 euro naar 2.300 euro.
Om oversubsidiëring te vermijden en omdat batterijen snel goedkoper worden, daalt de premie wel elk jaar. De subsidie eindigt op 31 december 2024, net als de premie voor zonnepanelen. Omdat de prijs voor thuisbatterijen zo snel evolueert, wordt de hoogte van de premie ook minstens één keer per jaar geëvalueerd en mogelijk aangepast. Demir wijst er ook op dat de premie voor een thuisbatterij hoog blijft en ook niet voor iedereen rendabel is, ook niet met de premie.
De N-VA-minister vraagt installateurs om mensen correct te informeren. “Ik ben beleidsmaker, geen verkoper”, klinkt het. “Ik wil mensen zeker nu waarschuwen voor te aantrekkelijke aanbiedingen. Momenteel varieert de gemiddelde terugverdientijd afhankelijk van de situatie tussen de tien à veertien jaar. Ik raad toekomstige investeerders aan zeer kritisch de offertes te bekijken. Sommige installateurs durven onrealistische rendementsverwachtingen voor zonnepaneelinstallaties en batterijen naar voor te schuiven.”
Omdat de nieuwe regeling nog bij de Raad van State ligt, zal de definitieve goedkeuring voor na 1 april zijn. De regeling zal echter retroactief zijn.
- Tijdelijke uitbreiding van transitiepremie voor werkzoekenden die zaak starten
De Vlaamse premie voor werkzoekenden die een eigen zaak willen starten, wordt vanaf 1 april tijdelijk aangepast. De premie wordt uitgebreid naar alle werkzoekenden en geldt dus niet langer enkel voor 45-plussers. Tegelijk wordt het maximale bedrag, gespreid over een periode van twee jaar, wel gehalveerd van 15.600 naar 7.800 euro. De tijdelijke bijsturing van de premie geldt voor een jaar.
by admin | apr 5, 2021 | Sectoren
Nationale staking: ‘Verhoog het brutoloon in plaats van gefoefel in de marge’ Een artikel uit De WereldMorgen
De vakbonden staakten op 29 maart. Waarom? Het conflict gaat over het nationaal loonakkoord tussen werkgevers en werknemers dat om de twee jaar onderhandeld wordt en bepaalt hoe hoog onze lonen mogen stijgen. Door de loonwet (die door de vorige regering verstrengd werd) kan dat niet meer zijn dan 0,4 procent. En dat vinden de vakbonden veel te weinig. Met de staking willen ze beweging krijgen in die onderhandelingen. “Heel veel bedrijven hebben het goed gedaan het afgelopen jaar ondanks corona en wij willen de mogelijkheid krijgen om daar te kunnen onderhandelen over een deftige loonsverhoging”, klinkt het.
De vakbonden zijn niet te spreken over de stugge houding van de werkgevers tijdens de loononderhandelingen, zeker in deze crisistijden. Er zijn inderdaad bedrijven die het slecht hebben gedaan maar er zijn ook veel bedrijven die het enorm goed hebben gedaan en waar werknemers dag in dag uit ook tijdens de lockdowns het beste van zichzelf hebben gegeven.
Daar willen de vakbonden de mogelijkheid krijgen om te onderhandelen over een echte loonopslag. De stakingsbereidheid is groot. De werknemers voelen zich niet gewaardeerd voor hun inzet om ook in deze crisistijden de economie draaiende te houden, klinkt het bij de vakbonden. We spraken enkele vakbondsvertegenwoordigers over hun motivatie om tot een staking over te gaan.
“Alles wordt duurder maar de lonen stijgen niet mee”
Chris Slagmulder werkt bij Nexans solutions, een bedrijf dat elektrische onderdelen maakt en is vakbondsafgevaardigde voor het ABVV.
“Ik zou momenteel echt niet meer jong willen zijn. Ik hoor aan de verhalen van jonge mensen dat het niet gemakkelijk is om aan een gezinsleven te beginnen.”
“Vandaag de dag is het niet meer voor iedereen evident om maandelijks zijn of haar rekeningen te betalen? Ik word zelf dit jaar 50 jaar, maar heb veel contact met de jeugd. Ik doe nachtshiften en zit als één van de oudsten tussen jonge collega’s. Ik ben daarnaast ook actief in een carnavalsvereniging waar heel wat jong volk zit. Ik zou momenteel echt niet meer jong willen zijn. Ik hoor aan de verhalen van jonge mensen dat…
Lees verder via: https://www.dewereldmorgen.be/artikel/2021/03/25/nationale-staking-verhoog-het-brutoloon-in-plaats-van-gefoefel-in-de-marge/
by admin | apr 5, 2021 | Sectoren
Zonder stakingen, zouden we geen democratie zijn, dat schreef Jan Blommaert in de WereldMorgen.
In ‘Let op je woorden. Politiek, taal en strijd’ (EPO 2016) fileert Jan Blommaert op genadeloze wijze de traditionele argumenten die tegen de staking worden ingeroepen. De tekst blijft even actueel tijdens de staking vandaag, als toen hij ondertussen vijf jaar geleden voor het eerst werd gepubliceerd. Een must-read.
Stakingen lokken heftige discussies uit. Zeker wanneer ze de grote infrastructuren van het land raken – openbaar vervoer, havens en luchthavens – wordt moord en brand geschreeuwd en wil men het stakingsrecht beperken of stakingen breken. Samengevat luidt de dominante visie als volgt:
Stakingen zijn onverantwoordelijk en ongeoorloofd hinderlijke vormen van actie die niets uithalen. Ze gijzelen de bevolking, zijn een inbreuk op het ‘recht op werken’ van anderen, veroorzaken grote economische schade, zijn dagen van nietsdoen en luiheid, en gaan over de privileges van de stakers. Ze mogen bovendien ook niet politiek van aard zijn.
Laat ons deze visie stap voor stap uitkleden en herformuleren.
- Wat is een staking? Een staking is een moment waarop de werkenden de productiemiddelen van het kapitaal lamleggen. Tijdens een staking weigeren degenen die de productie verzekeren – de arbeiders, bedienden en zo meer – die productie voort te zetten. Dus: Een staking is altijd politiek, want ze legt de fundamentele krachtsverhoudingen in de economie bloot: arbeid tegen kapitaal. Tijdens een staking blokkeert arbeid het kapitaal, het verhindert de kapitalist winst te maken. Staken is een individueel recht – je moet dus geen lid van een vakbond zijn om het uit te oefenen – en het is een sociaal grondrecht dat is vastgelegd in het Europees Sociaal Handvest. Regeringen kunnen het dus niet zomaar snel-snel uithollen of aantasten. Trouwens, zoals we al zagen is ook het juridische statuut van vakbonden – het feit dat ze evenmin als politieke partijen rechtspersoonlijkheid hebben – vastgelegd in internationale verdragen die door ons land zijn geratificeerd.
- Dit eerste punt heeft een dimensie van macht: De ondernemer moet tijdens een staking voelen dat hij of zij afhankelijk is van degenen die voor hem of haar arbeid verrichten. VOKA en UNIZO mogen roepen wat ze willen, vermits het niet de CEO’s zijn die de productie verzekeren zullen ze die dag geen winst maken – tenzij die CEO’s die dag de plaats innemen van hun arbeiders natuurlijk, laat ze maar proberen. Via een staking worden de echte processen in de economie dus zichtbaar: werknemers hebben wezenlijke macht in het economische proces, want zij kunnen het stilleggen. En werkgevers zijn geen eigenaar van de werknemers, ze zijn eigenaar van de fabrieksgebouwen, de infrastructuur, het kapitaal en de machines, maar niet van de mensen die ze bedienen. Ze hebben recht op de hoeveelheid arbeid die door het loon wordt aangekocht, en net daarom wordt er aan stakers geen loon uitbetaald op stakingsdagen. Stakers ontvangen een zeer bescheiden vergoeding uit de stakingskas (of helemaal niets). Staking is dus, voor alle duidelijkheid, geen dagje verlof, wel een dagje overduidelijke economische macht.
- Die macht drukt zich uit in economische schade, en economische schade is het doel van de staking. VOKA en UNIZO schreeuwen bij elke staking de omvang van de schade van alle daken. Daarmee doen ze ons een plezier. Want: de economische schade is precies het bedrag dat door hun arbeidende werknemers die dag aan economische meerwaarde zou zijn gerealiseerd. De ‘schade’ is de opbrengst van de arbeid die die dag niet is gerealiseerd. Ook hier zien we de echte economische processen blootliggen: wie produceert welvaart? Wie genereert meerwaarde? Wel, dat zijn zij die ze ook kunnen wegnemen, door een staking bijvoorbeeld. Een verstandig bedrijfsleider snapt dat en gaat zo snel mogelijk onderhandelen met de stakers.
- Vermits stakingen de wist van de ondernemingen verlagen, zijn ze een reëel drukkingsmiddel. Bedrijven leven immers van winstvoorspellingen en -targets. Een stevige staking betekent vaak dat de winstverwachtingen niet zullen gehaald worden. Dat is een probleem, in de eerste plaats voor de ondernemers en het hogere management, die dit mogen gaan uitleggen aan hun aandeelhouders. Een bedrijf dat door stakingen wordt getroffen, is een bedrijf dat investeerders weinig vertrouwen inboezemt. Stakingen worden immers gezien als een factor van onzekerheid – gaan we winst boeken of niet? – en als een effect van slecht management. De schade aan het ‘imago’ en het ‘investeringsklimaat’ is dan ook geen probleem voor de stakende werkers, het is een probleem voor de ondernemers en de hogere managers. Zij zien hun dividenden en hun bonussen smelten als sneeuw voor de zon tijdens een staking. Dus, alweer, als ze verstandig zijn, gaan ze onderhandelen met de stakers.
- Arbeid produceert meerwaarde en die meerwaarde moet rechtvaardig en billijk verdeeld worden over alle partijen die in het proces betrokken zijn. Stakingen zouden gaan over ‘privileges’ van de stakers. Althans, dat beweert men wanneer men iets belangrijks over het hoofd ziet: Het doel van de staking is een rechtvaardige verdeling van de geschapen meerwaarde in verhouding tot de geleverde arbeid. Looneisen en arbeidsvoorwaarden zijn traditioneel het deel van de arbeidende bevolking in dit geheel: hoge winsten voor de ondernemer zijn prima zolang ze gepaard gaan met billijke lonen en arbeidsvoorwaarden voor de werkenden Die lonen en arbeidsvoorwaarden zijn geen ‘privileges’ maar deel van een contractueel bedongen prijs voor de aangekochte arbeid. Maar zeker sinds 2014 zie we dat dit motief van rechtvaardigheid een bijzonder grote rol speelt: de neoliberale regeringen rijden immers zonder de minste scrupules voor de 1%. De besparingsmaatregelen worden systematisch opgelegd aan de werkenden en aan de zwakkere groepen in de samenleving, terwijl het kapitaal nog verder wordt geprivilegieerd. Wie nu werkloos is, heeft weinig hoop op nieuw en waardig werk Wie nu werkt, ziet zijn of haar arbeidsvoorwaarden gekortwiekt. Enkel wie heel erg rijk is, gaat er met deze regering op vooruit. Het gegeven van rechtvaardige verdeling van de welvaart in verhouding tot de geleverde arbeid, wint dus steeds aan belang. En stakingen gaan niet over kleine zaken, wel over grote.
- De ‘hinder’ die stakingen berokkenen aan andere burgers maakt een ander fundamenteel punt duidelijk: de diepe verwevenheid van allerhande sociale functies in een samenleving zoals de onze. Concreter: wie hinder van een staking ondervindt, moet begrijpen dat zijn of haar functioneren afhangt van dat van de stakers. Als ik door een treinstaking niet op het werk geraak, dan betekent dit dat ik voor het uitoefenen van mijn job afhankelijk ben van het goed functioneren van het NMBS-personeel. Wanneer hun arbeid bedreigd wordt, dan wordt ook de mijne onder druk gezet. Het best mogelijke antwoord hierop is solidariteit. Het probleem van de stakers is ook het mijne, wanneer hun staking mij ‘hinder’ bezorgt. Er is dus geen sprake van dat stakingen anderen het ‘recht op werken’ ontnemen: stakingen tonen aan hoe objectief moeilijk het is te werken wanneer anderen staken. En dat zou mensen aan het denken moeten zetten ver hoe mijn belangen verweven zijn met die van anderen.
- En wat dat ‘recht op werken’ zelf betreft: het bestaat juridisch niet. Wanneer dit argument gebruikt wordt, is het een handige herformulering en verdraaiing van iets veel fundamenteler: het recht op arbeid. Dit recht is een grondrecht dat in artikel 23 van de Belgische Grondwet als volgt wordt omschreven: ‘het recht op arbeid en op vrije keuze van beroepsarbeid in het raam van een algemeen werkgelegenheidsbeleid dat onder meer gericht is op het waarborgen van een zo hoog en stabiel mogelijk werkgelegenheidspeil, het recht op billijke arbeidsvoorwaarden en een billijke beloning, alsmede het recht op informatie, overleg en collectief onderhandelen’; Lees dit artikel grondig en leer het desnoods uit het hoofd.
Want wat blijkt? Deze regering overtreedt het grondwettelijke recht op arbeid in zowat al zijn aspecten, met zowat elke maatregel die ze nu voorstelt. En verkozen politici leggen in dit land een eenvoudige eed af, die hen onschendbaarheid schenkt: ze zweren gehoorzaamheid aan de Grondwet, niets meer of minder. En daardoor zijn ze verplicht de in de Grondwet bepaalde rechten van hun bevolking te garanderen. Ze hebben daarin dus geen keuze, en ook hun ideologische prioriteiten zijn hieraan ondergeschikt. Stakingen en andere vormen van syndicale actie komen doorgaans op voor dat recht op werk zoals het in de Grondwet staat.
- Staken vakbonden het ‘concurrentievermogen’ van onze ondernemingen kapot? Neen, ze staken doorgaans de onrealistische winstverwachtingen van ondernemingen kapot. Een bedrijf kan best blijven bestaan wanneer het minder winst maakt dan zijn concurrenten. Vele bedrijven sluiten, niet omdat ze ‘niet rendabel’ zijn, maar omdat belachelijk hoge winstverwachtingen ervoor zorgen dat het bedrijf de targets niet haalt. Om diezelfde reden wordt aan het personeelsbestand, aan de lonen en de arbeidsvoorwaarden geprutst. In omgekeerde zin overleven vele bedrijven de crisis door het verlagen van hun winstverwachting in afwachting van een betere conjunctuur – de tering wordt naar de nering gezet, zou men kunnen zeggen. Economen zoals Joseph Stiglitz wijzen al vele jaren in de richting van onredelijke winstverwachtingen als een van de grote bedreigingen in de economie. Stakingen zijn heel effectieve middelen om dit duidelijk te maken.
- En ten slotte nog dit. Wie zegt dat ‘staken niets uithaalt’, moet er dringend de sociale geschiedenis van de 19de en 20ste eeuw op naslaan. Want zonder stakingen en andere vormen van directe sociale actie zou onze samenleving er heel anders uitgezien hebben. Zowat elke belangrijke emancipatorische en democratische maatregel is afgedwongen op straat en aan de fabriekspoorten, lang voordat parlementen hem vormgaven. Het algemeen stemrecht, het stemrecht voor vrouwen en minderheden, het pluralisme in ons onderwijsmodel, de achturendag, betaald verlof, sociale zekerheid, rechtvaardigheid en vrede, al deze zaken zijn bevochten vooraleer ze besproken werden. We zouden geen democratie zijn, en evenmin een samenleving waarin een bescheiden afkomst geen obstakel is om een florissante kmo op te starten zonder, zonder stakingen en andere heftige actievormen. Er zijn dan ook weinig voorbeelden van ‘stakingen tegen onszelf’, in weerwil van wat de Van Eetvelts van dit land ons willen wijsmaken, want ook dit is deel van het repertoire van de tegenstrever, die maar al te goed weet dat stakingen hén pijn doen, meer dan de stakers zelf.
Volgens Neutr-On ligt het vooral aan de traditionele politieke partijen en de grote vakbonden dat de werknemers uitgebuit worden. Door politiek opbod, leugenachtige beloften en schijnacties worden de werknemers aan het lijntje gehouden. Na maandenlange onderhandelingen, wat schijnbetogingen en een dagje staken komt er dan een habbekrats bij de lonen. De werkgevers willen 0,4% loonsverhoging geven. We zijn benieuwd hoeveel de vakbonden uiteindelijk bekomen.
by admin | apr 5, 2021 | Economie
Vlaanderen investeert 9,1 miljard euro in woningbouw.
Vlaams minister van Financiën en Begroting en Wonen Matthias Diependaele berekent dat Vlaanderen tegen 2024 nog zo’n 9,1 miljard euro zal investeren in woningbouw. “De bouwsector is een van onze belangrijke economische levensaderen”, zegt de minister. “Een investering in de bouw, is een investering in onze Vlaamse welvaart én in ons maatschappelijk weefsel. Deze budgetten gaan uiteraard niet rechtstreeks naar de bouwsector maar komen uiteindelijk wel dankzij bouwopdrachten bij hen terecht.”
In normale omstandigheden zou Brussels Expo de vollopen met handige doe-het-zelvers, professionele aannemers, bouwfirma’s, projectontwikkelaars, standhouders… Batibouw 2021 zal net iets anders verlopen: geen honderden exposanten, maar wel een virtuele editie.
Bijna alle sectoren hebben de impact van de coronacrisis gevoeld, ook de bouwsector. Uit een studie van Bouwunie bij 375 bouwondernemers blijkt dat 90 procent van de bouwbedrijven zegt dat ze de crisis voelen. 45 procent van de bevraagde bouwondernemers geeft ook aan minder opdrachten te verwachten voor 2021 dan in 2020.
Bouwsector is belangrijke economische motor
Vlaams minister van Financiën en Begroting en Wonen Matthias Diependaele noemt de bouwsector een belangrijke economische motor voor Vlaanderen. “Met de Vlaamse Regering beseffen we dat maar al te goed. Zowel in ons regulier beleid als in het relanceplan ‘Vlaamse Veerkracht’ voorzien we heel wat middelen die de bouwsector ten goede komt. Elke euro die we in de bouw investeren, heeft een return: van de architect die de plannen tekent, over de leveranciers van bouwmaterialen, tot de bouwvakker en de bouwonderneming die de werken uitvoeren.”
9,1 miljard euro in woningbouw
Vlaanderen investeert in woningbouw, dat is duidelijk. “Van 2021 tot 2024 zullen we iets meer dan 9,1 miljard euro investeren in woningbouw”, laat minister Diependaele weten. “Het is geen blanco cheque aan de sector, maar wel middelen vanuit verschillende invalshoeken, gaande van sociale woningbouw over renovatiepremies tot renteloze kredieten. Uiteindelijk komen die middelen op de een of andere manier wel de bouwsector ten goede.”
Betaalbare en kwaliteitsvolle woningen
Voor het sociale luik van de woningbouw investeert minister Diependaele 7,9 miljard euro. “Voor de sociale woningbouw voorzien we deze legislatuur (2019-2024) een ongeziene recordinvestering van 4,5 miljard euro. Voor de komende periode (2021 – 2024) komt dat neer op 4 miljard euro. Deze middelen zullen de huisvestingsmaatschappijen gebruiken om betaalbare en kwaliteitsvolle sociale woningen te bouwen”, vertelt minister Diependaele. “Verder investeren we ook in bijzondere sociale leningen. Gezinnen en alleenstaanden, met of zonder kinderen, en met een beperkt inkomen kunnen een voordelig woonkrediet aanvragen om een eigen woning te kopen of te renoveren. Tot 2024 voorzien we hiervoor nog 3,9 miljard euro.”
Premies toegankelijker maken
Met de energie- en renovatiepremies en het renteloos renovatiekrediet speelt de Vlaamse Regering in op de baksteen in de maag van de Vlamingen. “Heel wat Vlamingen die naar Batibouw trekken, doen dat met de intentie om hun woning energiezuinig te maken of te renoveren. Als Vlaamse Regering ondersteunen we dat principe volmondig en trekken we hiervoor in totaal zo’n 1,2 miljard euro uit voor premies en renteovername”, zegt minister Diependaele. “Om de premies nog toegankelijker te maken, zal ik samen met collega Demir verschillende premies omvormen tot één woningrenovatiepremie. Begin deze maand zette de Vlaamse Regering daarvoor het licht op groen.”
Renteloos renovatiekrediet
Met het renteloos renovatiekrediet wil de regering tegen 2024 zo’n 1 miljard euro aan middelen mobiliseren. “Door 100 miljoen euro aan rentelast over te nemen, kunnen we 1 miljard euro mobiliseren”, geeft minister Diependaele aan. “Vlamingen kunnen een renteloos renovatiekrediet afsluiten bij hun bank, samen met het afsluiten van een hoofdkrediet voor het verwerven van een woning. De ontleners lossen voor de renovatielening enkel het kapitaal af; de Vlaamse Overheid de rentelast.”
Hefboomeffect
De investeringen van de regering hebben ontegensprekelijk een hefboomeffect. “Elke euro die we in woningbouw investeren, heeft een hoger rendement voor de bouwsector. Onze vrijgemaakte middelen voor bijvoorbeeld de premies of de renteloze lening zullen uiteindelijk veel meer euro’s mobiliseren dan hetgeen wij voorzien. Met de regering geven wij een duwtje in de rug. Het zijn uiteindelijk de vele Vlamingen die mee investeren en dat is een goede zaak voor de bouwsector”, besluit minister Diependaele. Bron: N-Va
by admin | apr 5, 2021 | Economie
Er is een nieuw sociaal actieplan voor de EU waarbij 78% van de beroepsbevolking in 2030 een baan moet hebben.
In 2030 moet minstens 78 procent van de EU-burgers tussen 20 en 64 jaar een baan hebben. Zeker 60 procent van de volwassen bevolking moet tegen die tijd jaarlijks een cursus of opleiding volgen. En over tien jaar moet het aantal mensen dat in armoede leeft of sociaal is uitgesloten in de EU met 15 miljoen zijn verminderd, stelt de Europese Commissie voor in een Sociaal Actieplan. Ze vraagt de lidstaten in te stemmen met deze doelstellingen, vooral met het oog op het herstel uit de Covid-19-crisis.
“Ons economisch herstel moet voor iedereen zijn, eerlijk en banenrijk”, zegt vicevoorzitter Valdis Dombrovskis. “We vragen de lidstaten actief de werkgelegenheid te steunen in de herstelfase na de pandemie.” Er liggen volgens de EU na de coronacrisis volop kansen om banen te scheppen omdat de 27 landen hebben afgesproken de EU geleidelijk te transformeren naar een duurzame, digitale gemeenschap die in 2050 klimaatneutraal moet zijn. Dombrovskis wijst erop dat er EU-fondsen zijn om projecten te financieren. Brussel roept de landen op hun eigen nationale doelstellingen vast te stellen, zich daarvoor in te spannen en de doelen bindend te verklaren.
Door de coronacrisis zijn de werkgelegenheidscijfers in de EU verslechterd. Gemiddeld 72,2 procent van de beroepsbevolking had volgens de commissie in het derde kwartaal van vorig jaar een baan, tegenover gemiddeld 73,1 procent in 2019. In december waren 16 miljoen EU-burgers werkloos. De jeugdwerkloosheid bedroeg toen gemiddeld 17,8 procent.
In mei komen de 27 EU-leiders, als het kan fysiek, bijeen voor een speciale sociale top in het Portugese Porto om te overleggen over hoe de Europese sociale dimensie kan worden uitgebouwd. Sociaal beleid is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de lidstaten. In 2017 stelden de leiders wel een Europese Pijler van Sociale Rechten op, met twintig grondbeginselen en rechten voor een eerlijke en goed functionerende arbeidsmarkt en sociale bescherming.
De commissie zet zich in om de werkgelegenheid in de lidstaten te stimuleren, het onderwijs te verbeteren en armoede te verminderen. Volgens Eurostat liepen in 2019 92,4 miljoen mensen in de EU, ofwel een op de vijf, het risico op armoede of sociale uitsluiting.
Europarlementariër Kim van Sparrentak (NL) vindt het goed dat er gezamenlijke doelen worden gesteld. “Die ontbraken tot nu toe, maar ze mogen best wat ambitieuzer”, zegt ze. “Door de pandemie hebben al zes miljoen Europeanen hun baan verloren. Ongelijkheid en armoede nemen momenteel een enorme vlucht. De plannen om EU-landen lidstaten te steunen om mensen aan het werk te houden zijn goed, maar helaas zijn ze te veel oude wijn in nieuwe zakken. Ik had bijvoorbeeld graag een voorstel gezien om voor alle EU-inwoners sociale bijstand te garanderen.” Bron: Europa-NU