Aantal schoolverlaters zonder diploma gestegen

Uit cijfers die Onderwijs Vlaanderen  publiceerde, blijkt dat het aantal vroegtijdige schoolverlaters blijft toenemen. In het schooljaar 2014-2015 verliet 9,7 procent de school zonder diploma, in 2018-2019 was dat al 12,1 procent. “De cijfers voor coronajaar 2019-2020 zijn nog niet bekend, maar we vrezen dat die enkel zullen toenemen”, zegt PVDA-volksvertegenwoordiger Kim De Witte. “Het verontrust ons dat leerlingen uit een kansarm gezin nog altijd vijf keer meer kans hebben de school zonder diploma te verlaten dan een kansrijke jongere. Het is nu tijd voor maatregelen om van ons onderwijs een sociale lift te maken.”

Vlaanderen engageerde zich in 2009 met het Pact 2020 voor een halvering van het aantal vroegtijdige schoolverlaters tegen 2020. “Na een eerste voorzichtige daling, zien we het aantal vroegtijdige schoolverlaters sinds het aantreden van de huidige regeringsploeg echter terug oplopen”, zegt Kim De Witte, Vlaams parlementslid voor de PVDA. “In het schooljaar 2009-2010 verliet 12 procent het secundair onderwijs zonder diploma. In het schooljaar 2018-2019 was dat 12,1 procent. Geen sprake dus van een halvering, wel een enorme verspilling van talent.”

In een aantal Vlaamse centrumsteden zien we een verontrustende stijging. In Antwerpen stijgen de cijfers van 20,6 procent vroegtijdige schoolverlaters in 2014-15 naar 22,3 procent in 2018-19. In Gent van 14,9 naar 19,1 procent, in Sint-Niklaas verdubbelde het aantal zelfs van 9,9 procent naar 18,5 procent. Ook Genk zag een stijging van 12,2 procent naar 17,5 procent.

“Het baart ons veel zorgen dat een jongere uit een kansarm gezin vijf keer meer kans heeft om de school zonder diploma te verlaten dan een jongere uit een kansrijk gezin”, vervolgt De Witte. Concreet gaat het om 26,5 procent van de leerlingen met drie of vier kansarmoede-indicatoren (OKI) die de school verlaten zonder diploma, tegenover 4,9 procent van de leerlingen zonder OKI-indicatoren.

“Het wordt tijd dat minister Weyts (N-VA) structureel beleid voert tegen schooluitval en schoolmoeheid om de stijgende trend te keren”, zegt De Witte. “Dat kan door te investeren in maatregelen om leerkrachten te versterken en te begeleiden, door klassen te verkleinen, brugfiguren en buddies in te schakelen. Het bijwerken van leerlingen in de klas is cruciaal, zodat ouders niet toegewezen zijn op dure private bijlessen.”

Prof. Kristof De Witte waarschuwde op 12 maart nog in het Vlaams parlement dat de coronacrisis de vroege selectie, het watervaleffect en daarmee de schooluitval zal vergroten. “Laat ons toch niet wachten tot die cijfers volgend jaar bekend worden, maar nú maatregelen nemen”, zegt De Witte. “Minister Weyts trekt amper 20 miljoen euro uit voor het wegwerken van de leerachterstand. Een peulschil met de 8,5 miljard euro die bijvoorbeeld Nederland investeert. Er zijn dringende maatregelen nodig om te verzekeren dat elke leerling mee kan op school.”  Bron: PVDA

Boete voor onbetaalde zorgpremie

Bijna 40.000 mensen kregen in 2020 een boete omdat ze hun zorgpremie niet tijdig betaalden. Dat blijkt uit cijfers van Lise Vandecasteele, Vlaams Parlementslid voor de PVDA. “Die boetes worden meestal afgedwongen met deurwaarders en brachten de Vlaamse overheid de afgelopen zeven jaar maar liefst 50 miljoen euro op”, zegt Vandecasteele. “Is dat hoe we onze zorg willen financieren?” Vandecasteele vraagt om het systeem grondig te veranderen: “Vandaag worden de zwaksten dubbel getroffen: door de zorgpremie die maar blijft stijgen en daar bovenop forse boetes als je niet kan betalen. Wij pleiten voor een solidaire financiering waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Dat kan het best in een eengemaakte, federale sociale zekerheid.”

Alle inwoners van Vlaanderen die ouder zijn dan 25 betalen elk jaar verplicht een zorgpremie die voor de meeste mensen 54 euro bedraagt. Met dat geld worden meer dan 300.000 zorgbehoevenden versterkt met een zorgbudget. Maar de Vlaamse overheid deelt steeds meer boetes uit voor wie die zorgpremie niet of te laat betaalt krijgt. Uit cijfers die Lise Vandecasteele (PVDA) opvroeg bij minister van Welzijn Wouter Beke blijkt dat er vorig jaar maar liefst 37.342 mensen zo’n boete hebben gekregen, 40 procent meer dan twee jaar geleden.

De boete voor mensen die hun zorgpremie tweemaal niet of onvolledig betalen, bedraagt niet minder dan 250 euro. Voor wie recht heeft op een verhoogde tegemoetkoming, zo’n 16 procent van de gevallen, wordt het bedrag verlaagd tot 100 euro en mensen in de meest precaire situaties krijgen geen boete. “Voor heel wat mensen in financieel kwetsbare situaties is het echt niet evident om de zorgpremie op te hoesten”, zegt Vandecasteele. “Het is schrijnend dat daar dan nog eens een fikse boete bovenop komt. Bijna 70 procent van de boetes wordt zelfs afgedwongen via een deurwaarder! De Vlaamse overheid cashte sinds 2014 maar liefst 50 miljoen euro aan boetes. Is dat echt hoe we onze zorg willen financieren?”

“De zorgpremie wordt bovendien alleen maar duurder”, gaat Vandecasteele verder. “Toen de zorgpremie in 2001 werd ingevoerd bedroeg die amper 10 euro. Vandaag betalen de meeste mensen 54 euro, meer dan vijf keer zoveel. Enkel wie zo weinig verdient dat hij of zij recht heeft op een verhoogde tegemoetkoming, maakt aanspraak op het verlaagde tarief, dat nog steeds 27 euro bedraagt. Er wordt dus amper rekening gehouden met het inkomen. Bij de Vlaamse Sociale Bescherming dragen de sterkste schouders niet de zwaarste lasten, maar wordt zorg gefinancierd met een asociale vlaktaks.”

Vandecasteele stelt dan ook voor om de Vlaamse Sociale Bescherming op een solidaire manier te gaan financieren. “Dat zou best gebeuren in één federale sociale zekerheid voor alle inwoners van België”, zegt Vandecasteele. “Een sociale zekerheid waar wel rekening wordt gehouden met het inkomen en sociale bijdragen progressief werken. Zo kunnen we herverdelen, in plaats van mensen onder de boetes te bedelven.” Bron: PVDA

Sociale sector overbelast

Alle sociale diensten, zorginstellingen, CAW’s en OCMW’s zijn overbelast door de coronalawine van hulpbehoevenden die op hen afkomt.

“Belastingdienst, ziekenkas, banken … Allemaal sluiten ze hun loket en verschuilen ze zich achter het internet. Ze nemen zelfs de telefoon niet meer op. Vooral oudere en kwetsbare mensen zijn daar de dupe van. Ten einde raad kloppen ze dan aan bij het OCMW. En die moeten het dan maar oplossen”, zegt de voorzitter van het OCMW in Retie.

Twintig jaar ervaring heeft ze als OCMW-voorzitter, gemeenteraadslid en schepen van Sociale Zaken. Wat ze vandaag hoort en ziet, heeft ze nog  nooit meegemaakt in haar loopbaan. “Onze sociale dienst wordt overstelpt met vragen en problemen waar we in wezen niets mee te maken hebben”, zegt ze. ”Vorige week stond hier nog een oud vrouwtje aan het loket met brieven, formulieren en een boete van de belastingdienst in haar handtas. Een computer had ze niet en via de telefoon geraakte ze niet binnen. Onze maatschappelijke werkers waren haar laatste strohalm.”

Bij veel  OCMW’s  in het land  krijgen ze zo almaar meer inwoners over de vloer: vooral senioren en sociaal zwakkeren die niet vertrouwd zijn met het internet en overal op een muur botsen. “Onze maatschappelijke werkers proberen hen waar mogelijk te helpen, maar vaak stoten ook wij op diezelfde muur”, zegt Margriet Blockx, die met pensioen gaat en de fakkel doorgeeft aan een jongere collega.

De ontslagnemende voorzitter en het personeel van het OCMW in Retie blijken niet alleen te staan met hun noodkreet. “We merken dat ook andere gemeenten rondom ons hiermee geconfronteerd worden”.

“Vele overheidsdiensten, maar ook banken en mutualiteiten gebruiken corona als excuus om hun loketten te sluiten en de mensen te verplichten hun zaken via het internet te regelen”.  . ”Sommige diensten kun je zelfs telefonisch al niet meer bereiken. ‘Sorry, wij werken niet meer met de telefoon. Punt!’ Dat krijgen de mensen  te horen. Zo is het gemakkelijk: kosten besparen door je dienstverlening af te bouwen op de kap van de bevolking. Het kan toch niet dat onze maatschappelijke werkers loket moeten spelen voor de banken, de belastingen, de pensioenen, de hulpkas en de ziekenkas, wel?”

Jef, een fictieve naam voor een papa van vier kinderen, is een van de vele cliënten die wanhopig hulp zocht bij het lokale OCMW. Hij  werkte als keukenhulp in een restaurant in de buurt, maar door corona verloor hij zijn job en belandde hij in de tijdelijke werkloosheid.

“Van de ene dag op de andere had ik geen loon meer”, zegt hij. ”Normaal zou ik een werkloosheidsuitkering krijgen via de hulpkas, maar blijkbaar was mijn dossier niet volledig. Via de telefoon geraakte ik niet binnen en dan ben ik maar naar het OCMW gegaan. Gelukkig werd ik daar wél goed geholpen door een vriendelijke medewerkster. Zij heeft ervoor gezorgd dat wij toen een voorschot op onze rekening gestort kregen. Zo konden we de huishuur weer betalen en eten kopen voor ons gezin. Ondertussen heeft zij mijn papieren van de hulpkas nog in orde gebracht. Maar ook zij, een specialist in administratie, kreeg dat niet onmiddellijk geregeld. Pas een maand later werd mijn eerste dop uitbetaald. Is dat niet erg?”

Volgens Neutr-On is er meer en meer stress onder de bevolking. Dat kan ook niet anders in deze moeilijke periode. Maar nu zijn de stoppen bij veel mensen aan het doorslagen. In de ziekenhuizen, bij de psychologen en psychiaters kan men de instroom van patienten niet meer aan. Alle openbare diensten hebben het extra moeilijk. Daarbij komen nog de negatieve berichten van de trage vaccinaties en  leveringen van vaccins die vertraging hebben. Daarom doen wij een oproep om vooral het hoofd koel te houden, kalm te blijven en de richtlijnen van de overheid te volgen totdat deze crisis  achter de rug is.