by admin | mrt 5, 2022 | Sectoren
Het was al eerder bekend dat er vanalles misloopt in meerdere rusthuizen. Er komen steeds meer schandalen aan het licht.
Op papier zijn ze bijna bankroet, terwijl ze miljoenen versluizen: of hoe Vlaamse Orpea-rusthuizen mee de winsten van de omstreden groep betalen.
Vanuit de Vlaamse rusthuisgroep Orpea vloeien miljoenen naar de Franse moedergroep, die in een schandaal verwikkeld is omdat winsten zouden voorgaan op de zorg voor de bejaarde bewoners. Het geld wordt versluisd via hoge managementvergoedingen en vastgoedvennootschappen. “Elke euro die zo wegvloeit, is een euro die niet naar de kwaliteit van de zorg gaat.”
Er is iets vreemds aan de hand met de financiële inspectieverslagen van de Vlaamse Orpea-rusthuizen, die oppositiepartij PVDA bij de Vlaamse overheid heeft opgevraagd. In juni heeft de zorginspectie elk van die rusthuizen aan een financieel-economische controle onderworpen, en elk verslag is even vernietigend. Zonder uitzondering gaat het over “een financiële structuur die uit evenwicht is geraakt door de geboekte verliezen: zowel liquiditeit, solvabiliteit als rentabiliteit waren zeer zwak”.
Die verslagen doen uitschijnen dat elk Orpea-rusthuis aan de rand van het bankroet staat. Nochtans heeft de overkoepelende Franse commerciële groep, actief in 23 landen, vorig jaar een winst van 160 miljoen euro geboekt. Bovendien behoren haar rusthuizen tot de duurste in Vlaanderen: bewoners betalen er tot 4.000 of 5.000 euro per maand.
Volgens Vlaams Parlementslid Lise Vandecasteele (PVDA) is die armlastige financiële toestand een bewuste strategie om het geld vanuit die woonzorgcentra maximaal naar het hoofdkwartier in Parijs door te sluizen. Zij maakte een analyse van de financiële inspectieverslagen en ziet daarin twee verdoken geldstromen vanuit de Vlaamse rusthuizen naar Frankrijk.
Zo betalen vijftien van de ruim twintig Vlaamse Orpea-woonzorgcentra huurgelden aan telkens een andere vastgoedvennootschap. Het Antwerpse Park Lane bijvoorbeeld betaalde in 2019 een huur van 1, 7 miljoen euro aan Park Lane Immo, of het Brugse Prinsenhof 1,2 miljoen aan de NV Brugpap.
Van die vijftien vastgoedvennootschappen zijn er op hun beurt vijf die in 2020 winst hebben uitgekeerd aan nog een andere vennootschap, Orpimmo, een dochterbedrijf van Orpea. Dat gaat van 140.000 tot 665.000 euro. Voor de vijf samen gaat het om 2,2 miljoen euro, alleen al in 2020. “Dat die vastgoedvennootschappen zoveel winst kunnen uitkeren, toont aan dat die huurgelden kunstmatig hoog zijn”, aldus Vandecasteele. “Er is ook geen druk om die te verlagen en het geld in het woonzorgcentrum zelf te houden, want het gaat van de ene Orpea-dochter naar de andere.”
Een tweede geldstroom ziet Vandecasteele in de zogenaamde management loon die in elk financieel inspectieverslag opduikt. In totaal gaat het voor het jaar 2019 om 4 miljoen euro, vanuit twintig Vlaamse Orpea-instellingen. Vooral de grote verschillen vallen daarbij op. Terwijl het ene rusthuis maar 10.000 euro betaalt, is dat voor andere meer dan 100.000 euro, tot zelfs 300.000 euro. “Die verschillen doen vermoeden dat dit niet enkel een vergoeding is voor het beheer van de woonzorgcentra”, zegt Vandecasteele. “Samen met het vastgoed verdwijnt zo meer dan 6 miljoen euro uit de Vlaamse woonzorgcentra.”
Orpea ontkent deze cijfers niet, maar is voor de rest heel karig met commentaar. Het bedrijf geeft enkel een schriftelijke reactie: “Orpea Belgium respecteert de Belgische boekhoudkundige regels. De boekhouding wordt elk jaar opnieuw geaudit en gevalideerd door bedrijfsrevisoren.” Het voegt er nog aan toe dat management premies staat voor “gecentraliseerde beheerskosten”.
Voor PVDA is dit het signaal om een grondige financiële doorlichting van alle commerciële zorggroepen te doen. “Het kan niet zijn dat er wel hopen geld zijn voor managementpremies en dividenden, maar niet om personeel en materiaal voor de bewoners te voorzien.” De partij herinnert eraan dat twee Orpea-rusthuizen ook op de zwarte lijst van de Vlaamse overheid staan (Park Lane in Antwerpen en James Ensor in Oostende), met als belangrijkste klacht dat ze te weinig personeel inzetten.
PVDA krijgt daarbij de steun van de vakbonden. “Het wordt tijd dat de overheid ingrijpt bij die internationale commerciële groepen”, zegt Olivier Remy, ACV-verantwoordelijke voor de ouderenzorg. “Elke euro die naar de commerciële groep gaat, is een euro die niet in de kwaliteit van de zorg wordt geïnvesteerd.”
Alle ogen zijn gericht op bevoegd minister Wouter Beke (CD&V), maar die is niet van plan om in te grijpen. Wel wil hij dat de rusthuisfactuur transparanter wordt, zodat bewoners weten waarvoor hun geld precies wordt gebruikt. “Voor ons is het vooral belangrijk dat er op de zorg geen winst wordt gemaakt en dat de kwaliteit van de zorg gewaarborgd wordt”, laat hij via zijn woordvoerder weten. “Als bewoners meer willen betalen voor hun verblijf, kan daarop mogelijk wel winst worden gemaakt, bijvoorbeeld voor een grotere kamer of een ligging in het historische stadscentrum.” Bron: GVA
by admin | mrt 5, 2022 | Economie
De hoge energieprijzen veroorzaken een veel grotere schok voor gezinnen met een laag inkomen. Hun uitgaven stijgen een kwart sneller dan die van rijkere consumenten.
België gaat gebukt onder de hoogste inflatie in vier decennia. In januari schoot ze naar 7,59 procent. Ons land is daarmee een van de koplopers in Europa. De immense klim van de inflatie jaagt in elk gezin de uitgaven stevig de hoogte in. Maar niet overal komt de klap even hard aan, leert een berekening van de Nationale Bank.
De reden voor het verschil is dat niet elk gezin op dezelfde manier geld uitgeeft. Families met een hoog inkomen besteden een groter deel van hun budget aan cultuur, vrije tijd, meubelen, kledij en horeca, zegt Jana Jonckeere van de Nationale Bank. Bij de laagste inkomens wegen de kosten voor energie en huur zwaarder door.
Omdat de inflatie vandaag vooral wordt aangevuurd door hoge gas-, olie- en elektriciteitsprijzen, voelt het kwart armste gezinnen in zijn uitgaven een gemiddelde prijsstijging van 8,7 procent. Bij het kwart rijkste gezinnen is dat 7 procent.
Omgekeerde situatie in lockdown
Dat inflatie armere huishoudens zwaarder treft, is geen wetmatigheid. Jonckheere heeft de cijfers onderzocht sinds januari 2020, omdat ze de impact van de coronaschok in kaart wilde brengen. Tijdens de eerste lockdown hadden vooral rijkere gezinnen last van prijsstijgingen.
Ook dat had vooral te maken met de energieprijzen, die toen kelderden. De prijs van een vat ruwe olie ging in april 2020 even onder nul, omdat de opslagkosten duurder waren geworden dan de olie. De inflatie was toen laag, maar voor consumenten met een lager inkomen was ze nog een tikkeltje lager.
De automatische loonindexering vergroot de ongelijkheid in absolute termen.
Wellicht komt bij arme gezinnen de klap vandaag harder aan dan de inflatiecijfers suggereren, zegt Tim Goedemé, onderzoeker aan het Centrum voor Sociaal Beleid – Herman Deleeck van de Universiteit Antwerpen. Wie geen hoog inkomen heeft, heeft doorgaans ook minder ruimte om buffers op te bouwen.
Bovendien vergroot de automatische loonindexering de ongelijkheid in absolute termen. Lonen en uitkeringen stijgen procentueel mee met de oplopende winkelprijzen. Een inflatie van 8 procent doet een uitkering of een pensioen van 1.000 euro stijgen met 80 euro, terwijl wie 2.000 euro krijgt 160 euro per maand extra krijgt. ‘De indexering is bedoeld om de relatieve koopkracht in stand te houden,’ zegt Goedemé, ‘waardoor de absolute ongelijkheid wat groter wordt.’
Armere gezinnen besteden een groter deel van hun budget aan energie dan rijkere consumenten.
De eerste groep ervaart vandaag een inflatie van 8,7 procent, een kwart meer dan de 25 procent rijkste gezinnen.
Omdat de indexering van lonen en uitkeringen procentueel gebeurt, is de echte impact wellicht nog hoger.
Armoede-experts betreurden vorige week dat de federale regering de energiesteun voor gezinnen niet gerichter heeft ingezet. Een tijdelijke btw-verlaging en een algemene verwarmingspremie zijn te botte instrumenten, zei Wim Van Lancker (KU Leuven).
‘Een hogere maar gerichte verwarmingspremie was beter geweest’
Goedemé deelt die mening. De verwarmingspremie van 100 euro zou dat volgens hem temperen als ze niet aan de elektriciteitsfactuur gekoppeld zou zijn. Want daardoor krijgen mensen die een woning delen met anderen en op dezelfde meter zijn aangesloten allemaal samen maar één premie, terwijl iemand met een huis en een tweede verblijf ze twee keer krijgt.
Voeding veroorzaakt volgens de Nationale Bank geen grote verschillen in inflatie tussen armere en rijkere gezinnen. Het bedrag dat ze daaraan besteden, is in verhouding tot hun totale budget vrij consistent. Vermoed wordt dat consumenten naarmate hun inkomen stijgt hun eetpatroon aanpassen en duurdere dranken en voeding kopen. Bron: De Tijd
by admin | mrt 5, 2022 | Sectoren
Met de fel besproken arbeidsdeal wil de federale regering de arbeidsmarkt hervormen en zo meer mensen aan het werk krijgen. Maar wat staat er in de arbeidsdeal? En wat betekent dit concreet voor jou als werknemer?
Wat is de arbeidsdeal?
De arbeidsdeal van de federale regering bestaat uit een aantal maatregelen die de werkzaamheidsgraad in België moet verhogen tot 80% (nu is dit 71%) en die zowel werknemers als werkgevers de nodige flexibiliteit moeten geven om dit doel te bereiken.
Ter info: deze arbeidsdeal is een politiek akkoord. Dit betekent dat de sociale partners hierover eerst nog hun advies moeten uitbrengen. Na de eventuele aanpassingen kan het voorstel mogelijk ook nog bijgestuurd worden door de Nationale Arbeidsraad. Pas daarna wordt de wet definitief goedgekeurd door het parlement en bekrachtigd en afgekondigd door de koning.
“Een concrete vooruitgang voor werknemers”, volgens minister van Werk Pierre-Yves Dermagne (PS) en “meer vrijheid voor werknemers en meer flexibiliteit voor werkgevers”, volgens minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD). Maar is het wel effectief een gamechanger voor de arbeidsmarkt?
Ontdek: Hoe realistisch is 80% tewerkstelling?
De arbeidsdeal in 10 hoofdpunten
- Werkweek van 4 dagen mogelijk
Vier dagen werken i.p.v. de gangbare 5 dagen: voor heel wat werknemers klinkt het als muziek in de oren. Toch betekent dit niet dat je een dag per week minder kunt werken en alsnog hetzelfde loon zult ontvangen.
Deze maatregel zorgt er wel voor dat je als werknemer in de privésector (dus geen ambtenaren) de mogelijkheid krijgt om – mits goedkeuring van de werkgever – je wekelijkse werkuren te presteren in 4 i.p.v. 5 dagen (met maximaal 9,5 werkuren per dag). Hierdoor zou je bv. de 5de dag vrij mogen nemen waardoor je je werk en privéleven beter kunt combineren. - Wisselend weekregime
De ene week wat langer werken om de andere week wat minder lang te moeten werken (of een dagje vrij te zijn): dankzij de arbeidsdeal kan het. Om van deze flexibele regeling gebruik te kunnen maken, moet je dit schriftelijk aanvragen bij je werkgever. Hij of zij kan deze aanvraag wel weigeren maar dan moet daar een gegronde en gemotiveerde reden voor zijn. - Dienstrooster langer op voorhand bekend
Momenteel moet je als werknemer volgens de wet ten minste 5 dagen werkdagen op voorhand je werkschema voor de komende werkweek krijgen. Door de arbeidsdeal wordt die bekendmakingstermijn nu opgetrokken naar 7 werkdagen. - Recht op deconnectie
Werkgevers mogen niet meer verwachten dat je berichten of mails leest en beantwoordt buiten de gangbare werkuren. Je hebt dus het recht om offline te zijn en thuis met rust gelaten te worden.
Addertje onder het gras is dat dit geldt voor bedrijven met meer dan 20 werknemers. Werk je in een bedrijf met minder dan 20 werknemers, dan hangt je recht op deconnectie af van de collectieve arbeidsovereenkomst (cao) van je bedrijf.
Extra: Staat het recht om offline te zijn flexibel werken in de weg? - Recht op een opleiding
Vanaf dit jaar heb je als werknemer recht op minstens 3 opleidingsdagen per jaar, vanaf 2024 zelfs op 5 dagen per jaar. Ook moet elk bedrijf met minstens 20 werknemers een individueel opleidingsplan opstellen voor het personeel. - Nieuwe regeling opzegtermijnen
Van job veranderen wordt iets makkelijker omdat je dankzij de arbeidsdeal al tijdens je opzegtermijn kunt overstappen naar je nieuwe werkgever. Hiervoor is een compensatieregeling uitgewerkt tussen de vorige en de nieuwe werkgever. - Betere regeling voor platformeconomie
Om de werkomstandigheden van bv. de fietskoeriers van Deliveroo of Uber te verbeteren, wordt aan de hand van 8 criteria bepaald of je nu als werknemer of zelfstandige aan de slag bent. Al naargelang je statuut krijg je dan de nodige sociale bescherming. - Soepele regels voor nachtwerk
Door de arbeidsdeal worden de regels om te werken tussen 20u ’s avonds en middernachts wat versoepeld. Concreet: als één vakbond akkoord gaat om ook dan te werken, mag het (uiteraard met de nodige premies of extra loon). - Actieplan knelpuntberoepen
Om de knelpuntberoepen beter in kaart te krijgen, moeten de sociale partners per sector om de twee jaar concreet aanwijzen wat de feitelijke oorzaken zijn van het knelpuntberoep en zelf voorstellen doen om dit knelpunt te ontknellen. - Actieplan diversiteit op de werkvloer
Ook wil de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid de gegevens over diversiteit per sector nauwer opvolgen. Wanneer blijkt dat er opvallende verschillen zijn tussen de cijfers binnen een bepaalde sector en die binnen een specifiek bedrijf, zal het bedrijf in kwestie een goed uitgewerkt actieplan moeten voorleggen om de diversiteit op de werkvloer te stimuleren en te vergroten.
Gamechanger of niet?
Of de arbeidsdeal wel zo’n gamechanger is als gewild, is nog niet zeker. Aangezien heel wat maatregelen gelden voor bedrijven met meer dan 20 personeelsleden, geldt dit dus niet voor 83,9% van de ondernemingen (vooral kmo’s) die minder dan 10 werknemers tewerkstellen. Ook is het voor kleinere bedrijven niet altijd evident om bepaalde maatregelen door te voeren, vanwege bv. de kleinere personeelsbezetting of de aard van de activiteit. Bron: Jobat
by admin | mrt 5, 2022 | Sectoren
De arbeidsdeal en het loonkostenprobleem leggen andermaal de klassieke verdeeldheid tussen de werkgevers en de vakbonden bloot. De deal wordt nog besproken in het sociaal overleg, maar de ruimte voor bijsturingen is beperkt.
Werkgevers en vakbonden blijven verdeeld over arbeidsdeal
Telkens als een federale regering met voorstellen komt om de arbeidsmarkt of de fiscaliteit te hervormen, is de reactie van de sociale partners voorspelbaar. Blazen de werkgevers de loftrompet, dan zijn de vakbonden kritisch, en omgekeerd. En als de werkgevers ongelukkig zijn, dan formuleert de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka haar kritiek steevast scherper dan het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) en de kmo-organisatie Unizo. Dat was ook nu het geval. Voka zit dan ook niet mee rond de tafel bij het interprofessionele sociaal overleg, dat vaak regeringsbeslissingen moet stroomlijnen.
Danny Van Assche, de gedelegeerd bestuurder van Unizo, is doorgaans genuanceerd, maar nu was hij opvallend kritisch voor de arbeidsdeal. Dat constateerde ook Paul Soete, een oud-topman van de technologiefederatie Agoria en een strijder van vele jaren in het sociaal overleg: “De milde reactie van de handelsfederatie Comeos en de scherpte van Unizo vallen op. Dat is deels te verklaren door de mogelijke aanval op het zelfstandigenstatuut en terechte bedenkingen over de platformeconomie.”
Unizo reageerde vooral fors op de nieuwe regels voor platformwerkers, zoals de koeriers van maaltijdbezorgers. Allang woedt de discussie of zij werknemers of zelfstandigen zijn. De arbeidsdeal bepaalt mee de aard van de arbeidsrelatie met een lijst van acht criteria, waaronder exclusief werken voor één bedrijf, het gebruik van geolokalisering voor andere doelen dan de levering van diensten, een beperking van de vrijheid om opdrachten te weigeren en de mogelijkheid om een apart klantenbestand uit te bouwen. Wanneer drie van de acht, of soms zelfs twee van de vijf criteria vervuld zijn, is er een vermoeden van werknemerschap. Volgens het VBO ligt die regeling in lijn met andere sectoren waar vaak een grijze zone bestaat tussen zelfstandigen en werknemers, zoals de bouw en de transportsector, en neemt de rechtszekerheid toe.
Er zijn betere brutolonen nodig: die krikken het beschikbare inkomen op en dragen bij aan de financiering van de sociale zekerheid’
Unizo ziet dat anders. “Ik vrees dat elke zelfstandige die via een platform werkt ¬ en dus ook een zelfstandig vertaler, IT-professional of hr-coach ¬ zal moeten bewijzen dat hij daadwerkelijk een zelfstandige en geen werknemer is. Is dat de bedoeling?” vraagt Van Assche zich af. “Veel zelfstandigen werken voor hun opdrachten in bedrijven met uurtarieven. Dat zou plots een criterium worden om een werknemersrelatie te vermoeden. Heel veel zelfstandigen gebruiken een platform, maar platformwerk is geen sector op zich, maar een instrument waarvan elke economische sector in meer of mindere mate gebruikmaakt. Dat gaat van sociale netwerken zoals Facebook en LinkedIn over echte handelsplatformen tot een geïntegreerde dienstverlening bij bijvoorbeeld taxi- en koerierdiensten. Pas de wet op de arbeidsrelaties toe. Daarin is een gezagsrelatie het belangrijkste criterium om van een werknemer te spreken. Die wet is de basis van het zelfstandige ondernemerschap, en dat wil Unizo zo houden.”
Volgens de Unizo-topman is het bovendien voorbarig voor België een regeling uit te werken die op Europees niveau nog niet rond is. Van Assche meent dat de regeling rond platformwerkers een reactie is op een gerechtelijke uitspraak van eind vorig jaar, die stelt dat maaltijdkoeriers zelfstandigen zijn. “Dan zeg ik: als je het in een rechtsstaat niet eens bent met die beslissing, ga dan naar het hof van beroep.”
Unizo staat met haar kritiek alleen bij de sociale partners. De vakbonden zijn vrij positief over de voorstellen voor platformwerk. De Groep van Tien moet de arbeidsdeal nog bespreken. Daar kunnen de vakbonden en de werkgevers adviezen geven om het akkoord nog aan te passen. “Dat klopt, maar wat nu gebeurt, is een aanfluiting van het sociaal overleg”, vindt Van Assche. “Een reeks maatregelen is aangekondigd bij het begrotingsakkoord van oktober. Toen beloofde de regering dat de sociale partners zich erover zouden buigen en dat ze pas zou ingrijpen als er geen akkoord was. Die afspraak is niet nagekomen. Wij moeten nu onderhandelen met het mes op de keel. Terwijl de sociale partners zelf akkoorden hadden kunnen afsluiten, zoals het recht op deconnectie” (het recht om na een bepaald uur niet meer bereikbaar te zijn voor de werkgever, nvdr).
Het recht op deconnectie en het aangepaste statuut voor platformwerkers zijn twee redenen waarom de vakbonden de arbeidsdeal niet hebben afgekraakt. Maar ook bij hen klinkt toch vooral kritiek. “Met de activering van een deel van de opzeggingsvergoeding loopt de werknemer het risico dat hij onder druk wordt gezet om een opleiding te volgen of dat hij snel een minder passende baan moet aanvaarden”, stelt de socialistische vakbond ABVV.
In het hoofdstuk over flexibiliteit duiken in de arbeidsdeal wel de klassieke tegenstellingen tussen de vakbonden en de werkgevers op. ABVV-voorzitter Thierry Bodson, die een rechtstreekse lijn met de PS heeft, is heel kritisch. Het is duidelijk dat de vakbonden er alles aan zullen doen om de al niet echt gevulde arbeidsdeal verder leeg te zuigen. Twee thema’s zijn kop van Jut: de mogelijkheid om de werkweek samen te ballen in vier dagen en de soepelere regels voor nachtwerk in de e-commerce. “Het is eerste is een zwaarwegend symbool”, zegt Bodson. “Werkdagen van 10 uur zijn voor tal van zware beroepen onmogelijk. Ze verhogen ook het risico op arbeidsongevallen. En zullen ook de scholen en de kinderopvang 12 uur per dag toegankelijk zijn? Bovendien vergt dit een aanpassing van de wet uit 1971 die de 8 urendag regelt.”
Dat pas vanaf 24 uur in plaats van 20 uur sprake is van nachtwerk in de e-commerce, kunnen de vakbonden evenmin smaken. Vooral dat de werkgever de vakbonden opzij kan schuiven door individuele afspraken te maken met de werknemers, zit hen hoog. “Dit is een negatie van het sociaal overleg”, oordeelt Bodson. “Er kwam een interprofessioneel akkoord nadat de werkgevers hun eisen over nachtwerk hadden ingetrokken. Wat wij vijf maanden buiten hebben gehouden, komt nu binnen door het raam, met dank aan de regering.” Het ABVV wil de arbeidsdeal bijsturen, anders zullen “de werknemers op straat komen om hun stem te laten horen”.
Loonkostenhandicap
Net nu de sociale partners zich over de arbeidsdeal buigen, duikt een bijna vergeten zwakheid van de Belgische economie weer op: de loonkostenhandicap tegenover onze buurlanden. De automatische indexering van de brutolonen dreigt de Belgische concurrentiekracht te verzwakken. Tussen 2008 en 2018 is de loonkostenhandicap tegenover 1996 stelselmatig afgebouwd, om in 2019 op 0 procent uit te komen. In 2022 zou hij weer stijgen naar 1,2 procent, stelt een recent CRB-rapport. De werkgevers spreken van 2 procent. “Een gigantisch probleem”, zegt Van Assche. “De regering en de sociale partners moeten daarom vervroegd samenkomen. De loonwet voorziet daarin.” Als uit de vooruitzichten blijkt dat de loonkostenhandicap zo groot is dat hij niet in twee jaar kan worden weggewerkt, kan de regering op advies van de sociale partners maatregelen nemen om de concurrentiekracht te vrijwaren, bepaalt de loonwet die de vorige regering aannam.
“Zonder die wet keken we wellicht op tegen een loonkostenontsporing van 2,5 procent”, legt de Unizo-topman uit. “De wet bepaalt bij het vastleggen van de loonnorm een marge van 0,5 procent, om een snellere Belgische loonkostenstijging op te vangen. De vakbonden vonden dat we die marge moesten laten vallen, zodat er ruimte kwam voor een reële loonstijging van maximaal 0,4 procent. Gelukkig hebben we dat niet gedaan.”
Maar de federale regering keurde wel goed dat bedrijven die het goed doen, een coronacheque van 500 euro kunnen geven aan hun werknemers. Bij het sectoraal overleg heeft 60 procent van de paritaire comités de cheque toegekend. In twee derde van de gevallen ging het om alle bedrijven in de sector. “Ook ondernemingen die het moeilijker hadden”, stelt Van Assche. “De helft van de werknemers heeft zo’n cheque gekregen, en zeker niet enkel in bedrijven die het heel goed hadden gedaan. Tel daar de extra indexaties en de hoge energieprijzen bij, en de situatie wordt dramatisch voor veel bedrijven. Het is onaanvaardbaar dat de vakbonden lobbyen om de loonwet te versoepelen.”
Het ABVV, het ACV en het ACLVB zijn een petitiecampagne gestart, om de loonwet op de agenda van de Kamer te krijgen en zo de regering onder druk te zetten. Ze willen een nieuwe wet met een indicatieve loonnorm, zodat gemakkelijker loonstijgingen kunnen worden toegekend.
Bedrijfswinsten zijn crisisbuffer
De vakbonden zien in de stijgende winstmarges van de bedrijven extra munitie om de loonnormwet aan te vallen en de indexeringen niet als problematisch te beschouwen. Volgens de Nationale Bank waren die winstmarges nog nooit zo hoog. In zeven jaar stegen ze in België van 39 naar 42 procent in 2020. Die stijging is beduidend hoger dan in de buurlanden, waar de marges relatief stabiel bleven sinds 2014. In de eerste negen maanden van 2021 stegen de winstmarges nog meer. Het ACV is duidelijk: “Dat betekent dat de gecreëerde meerwaarde niet doorstroomt naar de werknemers, van wie er steeds meer niet rondkomen aan het einde van de maand. Er zijn betere brutolonen nodig: die krikken het beschikbare inkomen op en dragen bij aan de financiering van de sociale zekerheid. Zonder een herziening van de loonnormwet zal de ruimte voor een loonsverhoging in 2023 nul zijn, wat elke onderhandeling over een akkoord verhindert.”
Van Assche heeft zijn repliek klaar: “Hier speelt de winstparadox. Een beperkt aantal bedrijven in de wereld boekt steeds hogere winsten, maar dat geldt niet per se voor de rest. Ik denk de situatie in België vergelijkbaar is. Als die cijfers stijgen, is dat te danken aan een aantal sterke sectoren, zoals de farma en de chemie. Maar bij de kmo’s zijn de winsten niet hoog genoeg om de loonkostenstijging op te vangen.”
Volgens cijfers van Unizo was 2019 inderdaad een klepper, maar in het coronajaar 2020 daalde het totaal van de winsten van de kmo’s met 36 procent. Van de winst van 2019 werd in 2020 slechts een fractie uitgekeerd, om zo veel mogelijk eigen vermogen in de onderneming te houden. “De kmo’s pompten ruim 23 miljard euro méér dan het jaar voordien in hun onderneming, als extra crisisbuffer”, legt Van Assche uit. “De kmo’s hebben dat jaar vooral overleefd. De doorstart is niet alleen het gevolg van de steunmaatregelen. Ik ben benieuwd naar de cijfers van 2021. In die jaarrekeningen was er geen overdacht van winst tussen 2020 en 2021, ook een zwaar jaar met strenge coronamaatregelen in het voorjaar. Ik zou de redenering van de vakbonden omdraaien. De impact van de pandemie, de loon- en de energiekosten maken het respecteren van de loonwet cruciaal voor de welvaart en de koopkracht.”
Bron: Trends
by admin | mrt 5, 2022 | Varia
Elke maand zijn er wijzigingen, hieronder vind je een overzicht.
• Loonsverhoging militairen
De loonsverhoging maakt deel uit van het plan van de minister van Defensie Ludivine Dedonder (PS) om het militair beroep op te waarderen. De herwaardering wordt in verschillende fasen uitgerold tussen maart 2022 en januari 2024. De concrete toepassing zal afhangen van de personeelscategorie, graad en opgebouwde anciënniteit, waardoor de verhoging voor iedere militair dus anders zal zijn. ‘Ik heb een lijn getrokken onder de jarenlange besparingen op Defensie en het defensiepersoneel. Het personeel is de motor van Defensie, en het is samen met het personeel dat we de transformatie en de heropbouw willen voortzetten’, lichtte Dedonder de beslissing toe
Defensie wil deze legislatuur meer dan 10.000 militairen aanwerven. Daarnaast moet het burgerpersoneel evolueren naar 15 procent of meer dan 3.000 burgers in 2025. Door in te zetten om een betere verloning wil Defensie een aantrekkelijke en concurrentiële speler op de arbeidsmarkt worden.
• Toezicht op WZC’s
Ook beslist is dat de verslagen van de Zorginspectie over de Vlaamse woonzorgcentra vanaf 1 maart openbaar gemaakt worden. De inspectieverslagen van de kinderdagverblijven zullen ‘in de mate van het mogelijke zo snel mogelijk gepubliceerd worden’, laat het kabinet van Vlaams minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) weten. ‘Het gaat over heel wat persoonsgegevens.’
Verschillende verslagen en rapporten van de Zorginspectie zijn nu al voor iedereen beschikbaar, maar vanaf dinsdag geldt dat dus ook voor verslagen die vandaag nog enkel passief openbaar zijn, dus op vraag. Bedoeling is ook om de lijst met voorzieningen die onder verhoogd toezicht staan, te publiceren op de website van het Agentschap Zorg en Gezondheid. Vanaf het voorjaar 2020 vonden er inspectiebezoeken plaats met de verfijnde inspectiemethodiek en verslaggeving, maar voorlopig zonder actieve publicatie van de verslagen.
Nu de normale werking in de woonzorgcentra grotendeels werd hernomen, kon het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin van de Vlaamse overheid de eerste bezoeken positief evalueren en wordt de stap naar actieve openbaarheid gezet. Dat betekent dat de verslagen van inspecties in woonzorgcentra die plaatsvinden na 30 september 2021, gepubliceerd zullen worden op de website van de Zorginspectie. De eerste verslagen zullen dus gegroepeerd online komen vanaf 1 maart. Op termijn moet alle bruikbare info over voorzieningen gebundeld worden op één site, zodat gebruikers een weloverwogen keuze kunnen maken.
Notariskosten gaan omlaag
De notariskosten gaan omlaag, maar de wetteksten moeten nog worden goedgekeurd op de ministerraad en na advies van de Raad van State voorgelegd worden aan het parlement.
De nieuwe tarieven en bepalingen treden dan op 1 januari 2023 in werking.
Notariskosten bij aankoop woning dalen 25 procent
De notariskosten voor de aankoop van een doorsneewoning gaan met een kwart omlaag. In de federale regering is daarover een akkoord. De factuur van de notaris wordt ook transparanter
Wie een woning koopt, betaalt boven op de registratiebelasting, die in Vlaanderen onlangs verlaagd werd, ook notariskosten. Het gaat dan om een ereloon en administratieve kosten voor zowel de aankoop- als de kredietakte.
Bij de huidige tarieven bedragen de administratieve kosten ongeveer 1.100 euro per akte. Voor de aankoop van een mediaanwoning ter waarde van 232.500 euro waarvoor men een krediet van 200.000 euro aangaat, betaalt men zo al snel zo’n 4.000 euro notariskosten.
In die bedragen wordt vanaf 2023 fors geknipt, kondigt minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD) aan. De administratieve kosten worden forfaitair vastgelegd op 750 euro voor de aankoopakte en 550 euro voor de kredietakte. Daarnaast worden voor de aankoop van een gezinswoning de erelonen verlaagd.
DE ESSENTIE
• Minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD) voert een grote herstructurering in het notariaat uit.
• De notariskosten bij de aankoop van een woning kunnen tot 25 procent dalen.
• De facturen van de notaris worden transparanter.
Afhankelijk van de aankoopsom kan de korting op de erelonen voor de aankoopakte oplopen tot 12 procent. Voor de kredietakte geldt een forfaitaire vermindering van 20 procent op het ereloon voor alle schijven. De verlaging van het ereloon geldt voor de aankoop van een woning in volle eigendom door natuurlijke personen. Het moet gaan om de enige en eigen woning van het gezin.
Lagere notariskosten voor aankoop woning
Volgens het kabinet van Van Quickenborne wordt door de hervorming 98 procent van de woningaankopen goedkoper. Een voorbeeld: voor een mediaanwoning van 232.500 euro dalen de notariskosten met 1.102,31 euro. Goed voor een korting van gemiddeld 25 procent. Voor woningen van 450.000 euro bedraagt het voordeel gemiddeld nog 574,16 euro.
Voor woningen boven 800.000 euro (2% van de aankopen) is er geen voordeel meer en worden zelfs enkele honderden euro’s extra betaald. Dat geld gaat integraal naar het Notarieel Fonds, dat bepaalde aktes zo goed als gratis maakt.
Ook bij de verkoop van appartementen en verkavelingen worden de kosten voor de koper voortaan in toom gehouden. In principe staat de notaris die de basisakte verlijdt ook in voor de verkoopakten van alle appartementen of kavels omdat hij het beste inzicht heeft in de complexiteit van het dossier. Omdat de bijna identieke verkoopakten veel minder opzoekingswerk vragen, kan hij nog maar het verlaagde forfait van 550 euro voor administratieve kosten aanrekenen. Vandaag kan dat bedrag oplopen tot 1.000 euro of meer.
De consument krijgt voortaan ook een helder overzicht van de soorten kosten die met de akte gepaard gaan. De factuur van de notaris zal een duidelijk onderscheid maken tussen erelonen, de registratie- en schrijfrechten (belastingen die naar de gewesten gaan) en administratieve kosten die worden gemaakt voor bijvoorbeeld opzoekingswerk.
Regeerakkoord
De hoge notaristarieven en het gebrek aan transparantie van de facturen waren de politiek al lang een doorn in het oog. Vooruit stelde jarenlang voor het notariaat af te schaffen, maar kreeg dat er bij de regeringsonderhandelingen niet door. Wel werd in het regeerakkoord vastgelegd dat maatregelen zouden worden onderzocht om de kosten bij het verwerven en herfinancieren van een vastgoed te verlagen.
Dit is de belangrijkste hervorming van het notariaat in de voorbije 70 jaar.
De hervorming die Van Quickenborne nu aankondigt, maakt schoon schip met tarieven en praktijken die teruggaan tot 1950. ‘Dit is de belangrijkste hervorming van het notariaat in de voorbije 70 jaar. We zijn niet over één nacht ijs gegaan. We kiezen voor lagere tarieven, meer transparantie en rechtszekerheid, betere voorwaarden voor startende ondernemers en een modern statuut’, aldus Van Quickenborne.
Van Quickenborne weet zich voor de hervorming gesterkt door het Prijzenobservatorium van de federale overheidsdienst Economie. Dat concludeerde vorig jaar dat de vergoeding voor de notarissen niet langer overeenstemt met de onderliggende kosten. Door informatisering en administratieve vereenvoudiging hebben notarissen hun productiviteit kunnen verhogen. Tegelijk werden sommige taken complexer door toegenomen wetgeving en bijkomende verplichtingen.
‘We nemen akte van de verlaging van de erelonen en de kosten. Het notariaat zal een zware inspanning moeten leveren. Maar los van de tarieven vinden we alle andere hervormingen die de minister voorstelt een goede zaak’, zegt Jan Sap, de directeur-generaal van de Federatie van het Notariaat.