by admin | sep 1, 2022 | Economie
Veel ideeën, maar weinig overeenstemming richting eerste Overlegcomité over energiecrisis. De MR van voorzitter Georges-Louis Bouchez verrast met een tijdelijke crisisbijdrage voor energieproducenten en het pauzeren van de subsidiëring van offshorewindenergie.
Woensdagmiddag riep premier Alexander De Croo (Open VLD) alle regeringen van het land bijeen om na te gaan hoe de strijd tegen torenhoge energiefacturen op de korte en lange termijn kan worden gevoerd. Vooral voor die langere termijn komen de deelstaten in beeld, want zij zijn bevoegd voor hernieuwbare energie op land en de klimaatrenovatie van het woningpark.
De N-VA keldert zoals verwacht de opgepompte verwachtingen en kiest voor de aanval op Vivaldi. ‘Elke regering moet zelf knopen doorhakken en het nodige doen in plaats van eindeloos te palaveren en shows te organiseren’, aldus Vlaams minister van Energie Zuhal Demir. Volgens de N-VA organiseert De Croo alleen maar een Overlegcomité om de N-VA mee in het bad te trekken en de eigen onmacht te verdoezelen. Demir zegt dat Vlaanderen zijn werk op orde heeft met een miljard voor renovatiepremies.
Elke regering moet zelf knopen doorhakken en het nodige doen in plaats van eindeloos te palaveren en shows te organiseren.
De Croo blijft benadrukken dat het zware geschut vooral van Europa moet komen, nadat de federale overheid al ruim 4 miljard heeft uitgetrokken. Op dat front komt er na maanden blokkering beweging, nadat de Europese Commissie een hervorming van het marktmechanisme heeft aangekondigd. Niettemin komen alle Vivaldi-partijen met binnenlandse voorstellen, zoals een overwinstbelasting voor energieproducenten, een uitbreiding van het sociaal tarief, een uitstel van betaling voor bedrijven en een hervorming van de huurinkomsten om verhuurders tot renovaties aan te zetten (Vooruit).
Volgens Bouchez kunnen de markten alleen gekalmeerd worden als alle landen aantonen dat de energiebevoorrading gegarandeerd is. In het geval van België komt dat voor de liberalen neer op het verlengen van vijf in plaats van twee nucleaire reactoren. ‘We moeten het probleem bij de bron aanpakken.’ Te beginnen met de reactoren Doel 3 en Tihange 2, die het eerst sluiten. Maar federaal coalitiepartner Ecolo deed al de deur dicht.
Bouchez hecht weinig geloof aan een prijsplafond –‘iemand moet de factuur oprapen’ en de belasting op overwinsten die groenen en socialisten voorstellen. Toch maakt de MR een verrassende opening voor het responsabiliseren van energieproducenten en -investeerders. ‘Een belasting op overwinsten klinkt goed, maar is juridische quatsch. Economisch bestaat overwinst niet. Er is alleen winst’, zegt Bouchez in een interview met De Tijd.
Bouchez: ‘België is de soldaat die naar het slagveld gaat en eerst een arm afkapt’
Wet op bevoorradingszekerheid
De MR denkt een juridisch pad gevonden te hebben op basis van de wet op de bevoorradingszekerheid. ‘Omdat de private producenten de bevoorrading niet meer kunnen garanderen, waardoor de prijzen onbetaalbaar hoog worden, moet de overheid het oplossen. Wel, in dat kader moet het mogelijk zijn de producenten te responsabiliseren via een tijdelijke crisisbijdrage.’
Het verschil is dat niet de winst, maar de energiemix belast wordt. ‘Net omdat de elektriciteitsprijs in Europa door de gasprijs bepaald wordt, geldt vandaag: hoe groter het aandeel hernieuwbare en nucleaire energie, hoe hoger de winsten. Soms het vijf- of zesvoudige van de productiekosten. Op dat verschil willen wij een tijdelijke solidariteitsbijdrage heffen.’
4,3 miljard
FEDERALE STEUN
De Vivaldi-regering trok al 4,3 miljard euro uit om de facturen voor gas, elektriciteit en stookolie te dempen en de prijs van diesel en benzine aan de pomp te milderen.
De MR wil ook dat de overheid de meerinkomsten die ze zelf haalt uit de btw op energie terugstort. Daarnaast vraagt de partij de subsidiëring te pauzeren van hernieuwbare energie die intussen op eigen benen kan staan, zoals de windmolens op de Noordzee. Die drie geldstromen moeten resulteren in een forse korting op de energiefactuur van alle gezinnen en bedrijven.
‘Ook bepleiten wij een lastenverlaging van minstens 8 miljard, te financieren door een nieuwe arbeidsdeal om de werkzaamheidsgraad op te krikken’, zegt Bouchez.
Over de politieke en juridische haalbaarheid van de MR-voorstellen is het laatste woord niet gezegd. Engie een crisisbelasting voorschotelen zal de onderhandelingen over de verlenging van de levensduur van de nucleaire reactoren niet eenvoudiger maken. Bovendien zit de winst van de hoge prijzen vaak bij andere spelers, zoals opkopers, leveranciers en grote verbruikers.
Bovenal kondigt de nieuwe campagne van Bouchez over het openhouden van vijf van de zeven kernreactoren opnieuw forse spanningen aan met de groenen in Vivaldi en de premier.
Bron: De Tijd
by admin | sep 1, 2022 | Sectoren
Er is eindelijk hoop voor platformwerkers, zoals pakjesleveranciers. Europa wil af van de valse zelfstandigen die misbruikt worden door grote firma’s, zoals recent het schandaal met PostNL nog te zien gaf. Er komt tussen nu en 2024 de verplichting voor elke lidstaat van de EU om een minimumloon wettelijk op te leggen. De omzetting van de richtlijn kan immers tot twee jaar duren.
Het is niet zo dat Europa een uniforme norm oplegt, maar de nationale regeringen worden wel verplicht de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving. ‘Het is logisch’, zegt Cindy Fransen (EVP), ‘Dat er geen uniform bedrag kan gelden, de levensstandaard is nog te ongelijk. In Bulgarije bedraagt het minimumloon 332 euro, in Luxemburg 2.202 euro’. Wel zijn Raad, Commissie en Parlement het eens over een beter en intensiever collectief overleg. Streefdoel is dat 80 % van de werknemers beschermd worden door onderhandelingen tussen de sociale partners.
Zweden is tegen
‘De lidstaten moeten ook afstappen van de vaste keuze voor de laagste prijsofferte bij openbare aanbestedingen’, beklemtoont verslaggeefster Agnes Jongerius (S&D). ‘Dat werkt misbruiken in de hand’. Vakbondsvertegenwoordigers dienen nog beter beschermd te worden.
Toch is de zaak nog niet helemaal rond. Op 16 juni volgt nog een stemming in EPSCO, de Raad van Ministers voor Sociaal Beleid, Verbruikerszaken, Werkgelegenheid en Volksgezondheid. Denemarken en Zweden, met name, zijn erg huiverig dat de richtlijn hun voorbeeldig overlegsysteem kan aantasten. De Zweedse minister van sociale zaken, Lena Hallengren, heeft vanmorgen nog bevestigd dat Zweden zal tegenstemmen.
‘Er is geen sprake van dat wij willen sleutelen aan het Zweeds systeem. Op 16 juni volstaat een gekwalificeerde meerderheid. Met Zweden als het kan, zonder Zweden als het moet’, werpt corapporteur Dennis Radtke (EVP) tegen. ‘Deze richtlijn komt 24 miljoen werkers ten goede die flirten met de armoedegrens of eronder zitten. Het was ook een kernopdracht van Ursula von der Leyens programma. Werk moet lonen’. ‘Vroeger was een job de beste waarborg tegen verarming. Nu niet meer, de werkonzekerheid heeft de arbeidsverhoudingen aangetast’, voegt Cindy Fransen eraan toe. ‘Liefst 60% van de kwetsbaarste groep bestaat uit vrouwen. We moeten deze richtlijn in samenhang zien met andere richtlijnen, zoals de detacheringsrichtlijn die bepaalt dat voor gelijk werk gelijk loon wordt betaald in dezelfde streek’.
Hoger minimumloon in 22 lidstaten
En wat zullen de gevolgen voor België zijn ? Minimaal. De afdwingbaarheid op maatregelen tegen de sociale dumping verhoogt. En Europa scherpt de controle aan, want, aldus Radtke, ‘een minimum is een minimum’. Die controle zal bestaan uit drie elementen: er komt een jaarlijkse monitoring door de Europese Commissie, via het Europees Semester (de halfjaarlijkse coördinatietoets van het economisch beleid, de begroting en de sociale pijler); de parlementscommissie Sociale Zaken buigt zich over de aanbevelingen; en er komen inspecties over de voortgang van de richtlijninvulling – bedrijven die tekortschieten krijgen sancties.
‘In totaal zullen 22 lidstaten het minimumloon moeten verhogen’, bevestigt Jongerius. ‘Ook mijn eigen land, Nederland. Nu bedraagt dat uurloon tussen de 10 en 11 euro, dat wordt 14 euro’. Daarmee trekt het parlement de lijn door die Marianne Thijssen in de vorige ambtstermijn al had uitgetekend, en krijgt de sociale pijler meer gewicht. Volgens commissaris Nicolas Schmit gaat de EU in op een wens die ook uit het burgeroverleg is gekomen. De ondernemers zijn volgens hem duidelijk gewonnen voor deze richtlijn. ‘Bijkomende kosten voor werkgevers leiden ook tot een hoger verbruik’, voegt Fransen eraan toe. ‘De cijfers tonen trouwens aan dat waar de onderhandelingen tussen de sociale partners een sterke rol spelen, er minder loonongelijkheid bestaat. Er is trouwens geen nieuwe categorie tussen werknemers en zelfstandigen nodig.’
Bron: Doorbraak
by admin | sep 1, 2022 | Sectoren
Als we het Belgische gewaarborgd gemiddeld minimummaandinkomen (GGMMI) vergelijken met de internationale normen die in een toekomstige Europese richtlijn zouden moeten worden vastgelegd, stellen we vast dat dit nog verder zou moeten worden opgetrokken om een ‘aanvaardbaar’ niveau te bereiken. Dat zegt minister van Economie en Werk Pierre-Yves Dermagne (PS) vrijdag in La Dernière Heure.
Het onlangs verhoogde GGMMI bedraagt 1.806,16 euro. Onderhandelaars van het Europees Parlement en de Raad van de EU (lidstaten) bereikten deze week een akkoord over de toekomstige richtlijn inzake minimumlonen. Die neemt als criterium minstens 50 procent van het gemiddelde brutoloon of 60 procent van het mediane brutoloon.
Als men in België 60 procent van het mediaan loon wil bereiken, zou dit minimum 1.980 euro per maand moeten bedragen, of 12 euro per uur, schrijft La Dernière Heure. Volgens een recente studie van SD Worx ligt het mediaan loon in België onder de 3.000 euro bruto, met als uitzondering het Brussels Gewest en Waals-Brabant.
‘Het Belgische minimumloon is nog niet op het door de richtlijn vereiste niveau. Als we het minimumloon van 2021 vergelijken met het gemiddelde loon van 2021, krijgen we slechts 44% van het gemiddelde, geen 50 procent’, aldus de socialistische minister. Hij meent dat er bij de volgende loononderhandelingen een ‘gunstige impuls voor de armste werknemers’ moet komen.
by admin | sep 1, 2022 | Economie
Analyse door Guido Deckers in De WereldMorgen
De regering wil hervormingen op de arbeidsmarkt en de pensioenen. Er zijn de uitdagingen om de koopkracht te beschermen en er moet een versnelling hoger geschakeld worden om nog meer klimaatcatastrofes te vermijden. Ook het defensiebudget moet verder naar omhoog. En waar gaat men dat geld halen? “Uiteindelijk komt alles wel neer op fiscaliteit”, zei Minister van Financiën Van Peteghem in het weekblad Knack [1]. Guido Deckers geeft de minister in deze analyse een referentiekader voor een mogelijk toekomstige belastinghervorming die bovendien, en vooral, rechtvaardig is.
Van Peteghem wil zo snel mogelijk een blauwdruk op tafel leggen voor een belastinghervorming. “Mijn blauwdruk zal twee zaken bevatten. Vooreerst willen we weten waar we naartoe gaan met de belastingen. Het stelsel moet eenvoudiger, rechtvaardiger en neutraler. Maar óók als het gaat over arbeidsmarkt, pensioenen en koopkracht kom je automatisch bij fiscaliteit uit”, aldus Van Peteghem.
Maar hoe moeten wij als burger de blauwdruk die de minister gaat voorleggen beoordelen? Wanneer weten we dat een belasting rechtvaardig is? Wat volgt, is een referentiekader met de basisideeën voor een rechtvaardige fiscaliteit. Omdat we in een artikel niet alle belastingen kunnen beoordelen, beperken we ons tot de personenbelasting.
Belastingen zijn pas rechtvaardig als iedereen wordt belast naar draagkracht
Iedereen belasten naar draagkracht; dat doe je met een progressief belastingstelsel. Dat betekent dat het belastingtarief stijgt naarmate het belastbaar inkomen groter wordt. In de personenbelasting wordt dit al decennia afgebouwd. Vóór 1988 kenden we nog dertien tarieven, vandaag zijn er nog maar vier (zie figuur hieronder).
De bestaande tarieven tonen ons dat de progressiviteit van de belasting heel sterk is voor de lage en middelgrote inkomens en aanmerkelijk vertraagt voor de hoge inkomens. De aanslagvoet van 40 procent wordt al bereikt vanaf het inkomen dat meer bedraagt dan 13.540 euro. Daar tegenover staat dat de maximale aanslagvoet van 50 procent al wordt toegepast op het gedeelte van het inkomen boven de 41.360 euro [2].
Hieruit blijkt dat de progressiviteit heel snel verloopt voor inkomens die eigenlijk maar bescheiden of middelgroot zijn. De hoge inkomens doen profijt. Sinds de afschaffing van de hoogste tarieven betalen zij aanmerkelijk minder belastingen en komen ze minder snel in een hogere belastingschaal bij een inkomensstijging dan lage inkomens.
Inkomensschijf Tarief belasting
Schijf 1 Van 0,01 euro tot 13.540 euro 25 %
Schijf 2 Van 13.540 euro tot 23.900 euro 40 %
Schijf 3 Van 23.900 euro tot 41.360 euro 45 %
Schijf 4 Meer dan 41.360 euro 50 %
Arbeid versus kapitaal
Het principe van hoe hoger het inkomen, hoe meer men wordt belast, werd op nog een andere manier afgezwakt, namelijk door de inkomsten uit kapitaal, ook roerende inkomsten genoemd, in de personenbelasting niet meer te verrekenen. Tot 1983 werden de inkomsten uit kapitaal opgeteld bij de andere inkomsten en dit totaal werd verrekend in de personenbelasting.
In plaats van inkomsten uit kapitaal aan te geven in de personenbelasting, werden deze belast aan een vast tarief dat lager is dat de maximale aanslagvoet in de personenbelasting. De belastingvoet voor roerende inkomsten werd in de loop der jaren voortdurend aangepast, maar was nooit hoger dan 30%. Deze belasting noemt men de ‘bevrijdende roerende voorheffing’: bevrijdend, omdat eenmaal de voorheffing is betaald, dit niet meer moet worden vermeld in de belastingaangifte.
Mattheüseffect
Minister Van Peteghem wil met zijn belastinghervorming dat het invullen van je belastingaangifte in de toekomst eenvoudiger wordt. Het is immers elk jaar voor velen een stressmoment om die onoverzichtelijke en ingewikkelde aangifte met meer dan 800 codes in te vullen.
Dat moet omlaag. Hoe kan dat? Volgens het advies van de Hoge Raad van Financiën kan dat door een grote schoonmaak in de talrijke fiscale koterijen. Lees: het aantal fiscale kortingen. Op zich is dat geen slecht idee, maar dan moet er wel iets in de plaats komen.
Los van een aantal terechte vrijstellingen en verminderingen, zoals bijvoorbeeld voor personen ten laste of voor belastingplichtigen met een uitkering, zorgen belastingverminderingen voor een Mattheuseffect: de sociologische vakterm voor het rijker worden van de rijken en het armer worden van de armen. We verklaren ons nader.
Het huidige fiscaal beleid is gericht op het geven van belastingverlagingen om een bepaald beleid te ondersteunen of te stimuleren. Hoe kom je aan belastingverlagingen? Door bepaalde kosten in te brengen die maken dat je een korting krijgt op de belastingen. Een dergelijk fiscaal beleid is vooral gericht op mensen die zelf al enige financiële draagkracht hebben.
Kortingen krijgen op je belastingen is dus niet voordelig voor iedereen. Het systeem van kortingen geldt immers alleen voor de belastingplichtigen die al belastingen betalen: wat wil zeggen een voldoende hoog inkomen hebben. Mensen die terecht worden vrijgesteld van belastingen omdat ze een te laag inkomen hebben om te belasten, profiteren niet mee.
Bovendien; wil men van de vermindering genieten dan moet men eerst investeren, wat wil zeggen; enige financiële reserve hebben en dan nog enige tijd kunnen wachten om het geld van de overheid te recupereren. Mensen die weinig financiële middelen hebben, kunnen dat geld vooraf niet vrijmaken. Een luxe die in de huidige omstandigheden voor een steeds grotere groep ondoenbaar wordt.
Door het fiscaal beleid van belastingkortingen wordt er bovendien beknibbeld op het progressieve karakter van onze fiscaliteit en wordt de belastingaangifte door telkens maar nieuwe kortingen toe te staan, er niet simpeler op. Door de ingewikkeldheid loopt men zelfs het risico niet van de voordelen te genieten waar men eigenlijk recht op heeft. Het resultaat van dit alles is dat zij die al hebben, nog meer krijgen: het Mattheuseffect.
Referentiekader
Als de minister zijn belastinghervorming gaat bekendmaken, dan zouden we ons de volgende vragen kunnen stellen:
Verbetert de belastinghervorming de progressiviteit?
Dat wil zeggen dat de belastingvoeten geleidelijk stijgen en lager zijn voor een laag inkomen dan voor en hoog inkomen. Zoals reeds is aangetoond, is vandaag de progressiviteit zwak. Je betaalt al gauw een tarief van 40% in plaats van bijvoorbeeld 10% dat maar geleidelijk stijgt. De geruchten voorspellen het omgekeerde. In een advies stelt de Hoge Raad van Financiën slechts nog drie belastingschijven voor [3].Zie figuur hieronder.
Inkomensschijf Tarief belasting
Schijf 1 Van 0,01 euro tot 15.000 euro 25 %
Schijf 2 Van 15.001 euro tot 100.000 euro 40 %
Schijf 3 Meer dan 100.000 euro 50%
Worden alle inkomsten op een gelijkwaardige manier fiscaal behandeld?
Met de belastinghervorming wil Minister Van Peteghem dat inkomen uit arbeid minder wordt belast.Belastingen zijn pas rechtvaardig als in de personenbelasting niet alleen de progressiviteit wordt verbeterd, maar als ook alle inkomsten worden samengeteld: beroeps-, financiële en onroerende inkomsten.De som van al deze inkomsten wordt onderworpen aan de personenbelasting. De winst die hiermee gemaakt wordt, kan je dan gebruiken om er een betere fiscale progressiviteit mee te financieren.
Komen de fiscale kortingen bij het juiste doelpubliek?
Om het Mattheuseffect aan te pakken en de belastingaangifte eenvoudiger te maken, is het rechtvaardiger om zoveel mogelijk fiscale kortingen om te zetten in directe subsidies, zodat lage inkomens en sociale uitkeringsgerechtigden ervan kunnen genieten.
En om misbruik te voorkomen, kan een rechtvaardige fiscaliteit niet zonder transparantie. Daarom moet de minister werk maken van een volledige opheffing van het bankgeheim en het aanleggen van een vermogenskadaster. Beide ontbreken in ons land.
Dit is niet alleen nodig om te controleren of de subsidies bij het juiste doelpubliek terecht komen, maar ook om de massale fiscale fraude, die zich concentreert bij de rijksten, aan te pakken. Een studie uitgevoerd in 2019 toonde aan dat deEuropese lidstaten elk jaar bijna 825 miljard euro aan inkomsten mislopen als gevolg van belastingontduiking. In België gaat het om een bedrag van 30,4 miljard euro [4].
Broekzak – vestzak
Belastingen gaan over meer dan de personenbelasting alleen. Toen de vorige regering de belastingen op arbeid verlaagde om onder andere de koopkracht te verhogen, zagen we inderdaad een beperkte verlaging van de belastingdruk in de personenbelasting. Maar dat positieve effect op de koopkracht werd teniet gedaan door de verschillende verhogingen van consumptiebelastingen en allerhande besparingsmaatregelen. Ook vandaag kunnen we hier mogelijks mee te maken krijgen. Het liquideren van belastingschijven kost namelijk geld.
De verlaging van de personenbelasting en de afschaffing van de twee hoogste belastingschijven van 52,5 procent en 55 procent in het aanslagjaar 2004 [5],heeft een daling teweeg gebracht van 1,2 procent van het bbp (de totale geldwaarde van alle in ons land geproduceerde goederen en diensten gedurende een jaar). Een daling die blijft doorwerken jaar na jaar [6].In euro’s en bbp van vandaag is dit 6 miljard euro dat de overheid minder ontvangt [7].
Op de website van de GVA is te lezen dat het verminderen van de progressiviteit–door slechts nog drie belastingschijven te behouden–5,7 miljard euro kost. Dat zou worden gecompenseerd door een reeks maatregelen. Het gaat dan onder meer om de afschaffing van maaltijdcheques, een btw-verhoging met 1%, een belastingheffing op gezinsbijslagen, een milieubelasting en besparingen bij openbare diensten [8].Met andere woorden: als dit advies wordt gevolgd, wordt de politiek van de vorige regering verdergezet.
En dan is er nog dit
Naast de hervorming van de personenbelasting, zou de minister bijvoorbeeld ook werk kunnen maken van een vermogensbelasting en de niches en achterpoorten in de vennootschapsbelasting wegwerken. Dat zorgt voor bijkomende miljarden.
In tegenstelling tot wat wordt beweerd, is het vrij eenvoudig om snel een vermogensbelasting op de allerrijkste miljonairs in te voeren. Gezien de enorme vermogensongelijkheid in ons land, is de invoering ervan een logische maatregel. Wist je dat alleen al de één procent superrijken 24 procent van het totale vermogen bezit [9]?
Een veelgehoord argument is, dat het niet mogelijk is om in ons land een vermogensbelasting in te voeren omdat we geen vermogenskadaster hebben. Dat is een register waarin het vermogen en de identiteit van de eigenaars worden geregistreerd. Maar, zo staat er bijvoorbeeld in het wetsvoorstel voor de invoering van een miljonairstaks van de PVDA, dat een vermogenskadaster geen voorwaarde is voor de invoering van een vermogensbelasting, aangezien dit een ‘aangiftebelasting’ is.
Dat wil zeggen dat de betrokken belastingplichtigen een belastingaangifte indienen zodra ze aan de voorwaarden voldoen. Dit is overigens het geval voor veel belastingen, bijvoorbeeld de aangifte voor de personenbelasting, de btw-aangifte, de aangifte van nalatenschap, enz. Het kadaster, dat enkel zou dienen voor de verificatie van de aangiften, kan dus perfect enkele maanden of jaren na de invoering van de belasting komen.
Naast de invoering van een vermogensbelasting is er ook werk aan de winkel om de vennootschapsbelasting op een rechtvaardige manier te hervormen. De vorige regering verlaagde de tarieven in de vennootschapsbelasting en verkocht deze regeling aan de burgers met de bewering dat ze tegelijk de fiscale niches en achterpoorten ging aanpakken.
Ze had het over een dubbele operatie die uiteindelijk budgetneutraal zou zijn: de verlaging van de belastingvoet zou gecompenseerd worden door de hogere ontvangsten wegens het afschaffen van de niches en achterpoorten. Maar toen puntje bij paaltje kwam, stond alleen de verlaging van de belastingvoet vast. Hierdoor gaat jaarlijks voor de begroting ongeveer 5 miljard euro verloren [10].
Het is nu afwachten hoe men de hervorming van de fiscaliteit gaat voorstellen. Laat ons hopen dat de fiscale hervorming zorgt voor een brede belastbare basis én voor meer herverdeling naar draagkracht.